Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/spip.php?page=imprimer_rubrique&id_rubrique=84

Vaticaan & Wereldkerk



Financiële hulp voor de Palestijnse kinderen vanwege de Heilige Stoel

 

1 juli 2019 door Luk de Staercke

ROME – De Heilige Stoel stelt 40.000$ ter beschikking als hulp aan Palestijnse kinderen die in de vluchtelingenkampen verblijven.

Het was Mgr. Azuza, Permanent Waarnemer van de Heilig Stoel bij de UNO te New York die de aankondiging deed dat de Heilige Stoel 40.000$ steun aan de Palestijnse kindvluchtelingen zou verlenen. Hij deed dit tijdens de conferentie van donateurs van de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East. Dit agentschap van de UNO houdt zich specifiek bezig met het probleem van de Palestijnse vluchtelingen.

De conferentie van donateurs had plaats op woensdag 26 juni. Tijdens deze bijeenkomst schetste Mgr. Azuza nog maar eens het beeld van het conflict in het Nabije-Oosten. Hij stelde dat de situatie “niet de minste tekens vertoont dat er een snelle oplossing in het verschiet ligt.” De Permanente Waarnemer van de Heilige Stoel onderstreepte “de zorgwekkende afwezigheid van enig hoopvol perspectief, zeker bij de jongeren.” Zoiets moet ongetwijfeld bijdragen tot “een cumulerende aantasting van de veiligheid in de regio.”

In deze context wil de Heilige Stoel “een bescheiden bijdrage van veertigduizend dollar schenken aan de projecten van het agentschap, in het bijzonder ten voordele van de kinderen in de Palestijnse vluchtelingenkampen.” Deze bijdrage is een aanvulling bij de dagdagelijkse hulp die reeds door de Katholieke Kerk in de Palestijnse kampen zelf wordt verleend, dit op het vlak van onderwijs, sanitaire bijstand en sociale dienstverlening.

Concreet gesproken “was het dank zij de gulle giften van de vele donateurs mogelijk om duizenden studiebeurzen te financieren, alsook om in het Hôpital de la Sainte Famille te Bethlehem gesubsidieerd of gratis medische zorgen te verstrekken,” wist Mgr. Azuza verder nog te vertellen.

De vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in het Glazen Paleis zou tenslotte ook nog maar eens de uitdrukkelijke wens uitspreken dat er voor het probleem een rechtvaardige en evenwichtige oplossing zou gevonden worden en dit via het hernemen van de onderhandelingen over het uiteindelijk statuut van de twee betrokken partijen. De oplossing van twee staten die “zij aan zij en vreedzaam en in veiligheid zouden samenleven binnen de grenzen die de internationale gemeenschap hen heeft toebedeeld.”

Bron: vaticannews.va

Vertaling: Luk De Staercke



 


Mgr. Shomalie: “De Menselijke Fraterniteit, een document om te bestuderen

 

9 mei 2019 door Luk de Staercke

AMMAN – Mgr. William Shomali, Patriarchaal Vicaris voor Jordanië, ging voor de website terrasanta.net even dieper in op de tekst die Paus Franciscus samen met de Immam Ahmad Al Tayyeb op 4 februari samen heeft ondertekend, alsook op de initiatieven die de inhoud van deze tekst in Jordanië, maar ook elders, een grotere bekendheid moeten bezorgen. Het interview is van Cristina Uguccioni.

“Het document over de Menselijke Fraterniteit is een belangrijke historische tekst. Hij opent een nieuwe bladzijde in de relaties tussen christenen en moslims. Wij moeten deze dan ook wijd verspreiden.” Met deze woorden begint Mgr. William Shomali zijn commentaar op de tekst die op 4 februari l.l. in Abou Dhabi door Paus Franciscus en Ahmad Al-Tayyeb, Groot-Immam van de Egyptische Universiteit van Al-Azhar, werd ondertekend. Mgr. Shomali (68 jaar) is sedert 2017 hulpbisschop van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem en Patriarchaal Vicaris voor Jordanië.

Welke aspecten in het document hebben u in het bijzonder getroffen?

Vooreerst wist ik mij door de heel positieve toon van de tekst geraakt. Het is geen onderdompeling in het verleden en in de spanningen die er ooit tussen moslims en christenen heersten. De tekst richt zich op het heden en op de toekomst en nodigt christenen en moslims uit om samen aan vrede en rechtvaardigheid te werken, om samen de waardigheid van bepaalde groepen van mensen, en in het bijzonder de kwetsbare mensen, te bevorderen. Het gaat dan om vrouwen, kinderen, bejaarden, zwakken, mensen met een beperking en verdrukten. Ik denk dat de verklaringen over de vrijheid van eredienst bijzonder belangrijk zijn. De gewetensvrijheid wordt niet uitdrukkelijk vermeld maar zit stilzwijgend in de regels vervat. Meer nog, de tekst stelt dat de grondbeginselen van het staatsburgerschap gebaseerd zijn op de gelijkheid van rechten en plichten in het licht van het feit dat allen op rechtvaardigheid zouden moeten kunnen rekenen. Daarom is het nodig dat men zich zou engageren om in onze samenleving het concept van het volle burgerrecht te installeren en het gebruik van de discriminerende term “minderheden” zou verwerpen. Deze term draagt immers de kiemen van het isolement en de minderwaardigheid in zich. De algemene bevestiging van het volle burgerrecht is van ontzettend groot belang, zowel voor de kleine groep christen in het Oosten als voor de moslims die in het Westen verblijven.

Het document geeft aan dat de Naam van God nooit kan gebruikt worden om geweld te rechtvaardigen. Betreft dit hier een verklaring die in globaliteit door het Jordaanse volk wordt gedeeld?

Jawel. De koning en de regering hebben de zogenaamde Islamitische Staat (IS) veroordeeld. In ondubbelzinnige verklaringen veroordeelden zij alle wreedheden, en in het algemeen meteen ook alle gewelddaden die in de Naam van God worden bedreven. Het volk staat achter deze veroordeling en distantieert zich van de terroristen van IS. Zij beschouwen hen als afvalligen omdat zij de teksten van de Koran slecht hebben begrepen en verkeerd uitleggen.

Welke gevolgen zal naar uw mening de tekst in Jordanië met zich meebrengen?

Ik denk dat de tekst slechts kan vruchten dragen indien deze wijd verspreid, bestudeerd en toegepast zal worden. Ondertussen is hij aan de hoogste autoriteiten van het land overhandigd en tijdens vergaderingen is die aan de bevolking reeds voorgesteld. Ik heb zelf aan twee conferenties meegewerkt, de ene in een universiteit, zij het slechts in aanwezigheid van een beperkt aantal studenten. De tweede keer was dit aan het Koninklijk Instituut voor de Interreligieuze Dialoog. Er blijft evenwel nog een hele weg af te leggen. Naar mijn mening zou dit moeten een aangelegenheid zijn die via het onderwijs in de scholen en de universiteiten in de religieuze vorming van kinderen en jongeren, zowel christenen als moslims, wordt aangepakt. Het zou eveneens interessant zijn om de tekst met toevoegingen uit de Heilige Schrift en de Koran voor te stellen. Zo zouden de gelovigen van beide religies nog beter de bronnen met betrekking tot dit onderwerp kunnen begrijpen.

En wat zullen de gevolgen zijn voor het Midden-Oosten?

Ik denk dat dit alles maar positieve gevolgen kan hebben indien de landen in de regio de tekst via scholen en universiteiten zouden kenbaar maken en laten uitleggen. Maar hiervoor is er de wil nodig om daartoe de gepaste initiatieven te nemen. Hierin ligt de uitdaging: men moet de mentaliteit bij dié mensen wijzigen die allen wantrouwen die een andere religie onderwijzen dan de hunne en die helemaal niet geïnteresseerd zijn om dit document en de basisbeginselen ervan te verspreiden. Een eerste stap die wellicht meteen al kan gezet worden, bestaat erin om de tekst tenminste reeds in de commissies van de interreligieuze dialoog te laten bestuderen. Dergelijke commissies zijn in verschillende landen reeds opgericht,.

Gelooft u dat de religies momenteel een beslissende rol zouden kunnen spelen in het tot stand komen van rechtvaardigheid en vrede onder de volkeren?

Jazeker. Het document van Abou Dhabi toont een nieuwe weg die moet ingeslagen worden en wil de “goede graankorrel” in de religies in de schijnwerper plaatsen, het zaad dat een beslissende factor kan zijn om een rechtvaardige en vredevolle samenleving tot stand te brengen. Het komt erop aan om precies dit zaad te verspreiden en tot ontwikkeling te laten komen. Men moet voor ogen houden dat in de moslimwereld de religieuze autoriteiten nu nog maar pas beginnen met de wetenschap van de interpretatie van het gewijde woord te cultiveren. Dit is nog totaal nieuw voor hen. Men komt tot de visie dat het Woord dient gelezen te worden rekening houdend vanuit de historische context waarin het werd geschreven. En dit geldt dan natuurlijk ook voor de koranverzen die oproepen om ten strijde te trekken. Het mag een hoopvol teken zijn dat in Jordanië het Koninklijk Instituut voor de Interreligieuze Dialoog twee encyclieken in het Arabisch heeft gepubliceerd die precies de interpretatie van het Woord tot onderwerp hadden. Het betreft Providentissimus Deus van Paus Leo XIII en Divino Afflante Spiritu van Paus Pius XII. De vertaling van beide encyclieken werd aan een erudiete moslim toevertrouwd waarna ik belast werd met de revisie van beide vertalingen. De toespraak die door de Egyptische President Abdel Fattah Al-Sisi aan de Al-Azhar Universiteit werd uitgesproken, gaf ook al aan dat men de heilige tekst niet kan lezen vanuit een standpunt dat in het verleden thuishoort en ook hij riep op tot een nieuw religieus discours.

Bron: terrasanta.net

Vertaling: Luk De Staercke



 


Custode Patton: Moge de oproep voor Jeruzalem de wil tot vrede inspireren

 

12 april 2019 door Luk de Staercke

JERUZALEM – Vatican News ontving de reflectie van P. Francesco Patton, Custode van het Heilig Land, naar aanleiding van de oproep voor Jeruzalem die door Paus Franciscus en de Koning van Marokko, Mohammed VI werd gelanceerd.

“Eenheid en sacraliteit vormen de bijzondere roeping van de Stad van de Vrede.” Dit waren de gemeenschappelijke woorden van Paus Franciscus en de koning van Marokko naar aanleiding van het bezoek van de Paus aan Rabat. Deze uitspraak maakte deel uit van een oproep om de Heilige Stad als “gemeenschappelijk patrimonium voor de hele mensheid, en in het bijzonder voor alle gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten, te vrijwaren. Jeruzalem moet als stad de plaats blijven waar Joden, christenen en moslims elkaar kunnen ontmoeten en moet aldus het symbool zijn van een vreedzame samenleving en van wederzijds respect en dialoog.”

De wens die door de kerkvorst en koning Mohammed VI werd uitgesproken, kan de wil daartoe inspireren, dit in een wereld waar politici voortdurend de indruk geven op verkiezingscampagne te zijn. Zeker in een stad als Jeruzalem moet men “de taal vol exclusieve eisen” weten te overstijgen en zou men deze door een taal van “gedeeld beheer” moeten vervangen. Dat is de kern van de reflectie van P. Francesco Patton, Custode van het Heilig Land over de oproep voor Jeruzalem die in het koninklijk paleis van Rabbat werd geformuleerd.

Wat is de waarde van de gemeenschappelijke oproep van de Paus en de koning van Marokko om Jeruzalem als Heilige Stad van ontmoeting te vrijwaren?

Ik zou zeggen dat dit het standpunt bevestigt dat de voorbije jaren herhaaldelijk werd gecommuniceerd en dat erin bestaat om de bijzondere betekenis van Jeruzalem voor de drie religies: het Judaïsme, het christendom en de Islam, in herinnering te brengen. De oproep verwijst naar het feit dat men, telkens men het over Jeruzalem heeft, de simplistische politieke categorieën moet overstijgen en men tot het besef moet komen van de bijzondere waarde die deze stad in zich draagt. De stad staat symbool voor elk van de drie grote monotheïstische godsdiensten en moet op lokaal niveau ook symbool staan voor twee volkeren, zijnde het Joodse volk en het Palestijnse volk. Wanneer men dus aan Jeruzalem raakt, raakt men aan een uiterst delicate realiteit.

Verwijst de oproep naar de drie monotheïstische godsdiensten, en tegelijk ook naar de sociale en politieke repercussies ervan op het terrein?

Dat is zeker het geval en wij weten allen heel goed om welke politieke repercussies het gaat. Van beide zijden gaat het zowat om het opeisen van een exclusiviteitsrecht over de stad. Het komt er dus op neer dat men de taal van de exclusieve eisen gaat verlaten en men de taal gaat aanleren van het gedeeld beheer van de stad die een heel bijzondere en unieke betekenis heeft. Dat is hetgeen wat de Heilige Stoel onophoudelijk blijft verkondigen: een stad die door twee volkeren, Joden en Palestijnen, en door drie godsdiensten, Jodendom, christendom en Islam, wordt gedeeld.

Is het bevorderen van het multireligieuze karakter van de stad vooral belangrijk op een moment van dreigende nieuwe spanningen, zo bijvoorbeeld naar aanleiding van de verhuis van bepaalde ambassades naar Jeruzalem?

Het is evident dat een delicate situatie van onevenwicht mogelijk negatieve gevolgen in zich draagt. We mogen bovendien niet uit het oog verliezen dat de politieke situatie heden in de wereld de indruk geeft dat men zich permanent in verkiezingskoorts beweegt. Dit is in Italië het geval, maar evengoed in tal van andere landen zowat overal ter wereld. Het zou dan ook nuttig zijn dat men soms de diplomatische weg gaat bewandelen en men mogelijke manieren van ontmoeting zou uittekenen, eerder dan situaties van confrontatie te creëren.

De Paus verduidelijkte dat de oproep voor Jeruzalem niet zozeer moet beschouwd worden als een stap van de Marokaanse autoriteit en van het Vaticaan, maar wel als een pas vooruit die twee gelovige broeders samen hebben gezet in het belang van deze stad van de hoop. Het is blijkbaar een stap die nog niet als universeel wordt ervaren, alhoewel velen daarop hopen. Ervaart men deze zorg ook in de Heilige Stad?

In Jeruzalem heerst er altijd een dubbel gevoel. Men ervaart er enerzijds steeds een zekere spanning, maar anderzijds is er toch ook steeds een verlangen naar iets anders. Dat zien we zeker nu op het moment dat er duizenden pelgrims tijdens de vasten naar de stad komen. We zien dat evengoed in de periode van de Ramadan, zeker dan op vrijdag, wanneer duizenden moslim pelgrims in Jeruzalem vertoeven. En dit is evenzeer het geval tijdens de Joodse feestdagen. Dit jaar valt ons beider Paasfeest samen. Er zal dus veel beweging te noteren vallen. Het is dan ook ons verlangen dat elke gelovige van de drie grote godsdiensten, die overigens gemeenschappelijke roots hebben, hier in vrede mogen naartoe komen, en dat zij ook, ik durf dit te zeggen, zouden leren om hun eigen geloof te belijden in fundamenteel respect voor dat van de anderen.

U spreekt over een verlangen, een term die ook de Paus tijdens zijn persconferentie op zijn terugvlucht uit Marokko heeft gebruikt. “De oproep is een verlangen,” zo zei Paus Franciscus, een oproep tot religieuze broederlijkheid. Want alle gelovigen zijn in de grond burgers van de stad Jeruzalem. Welk verlangen, welke wil kan men op het terrein waarnemen?

Het is noodzakelijk om verlangens te koesteren, om wensen te formuleren, om dromen te hebben. Deze oriënteren immers de wil. Wij weten dat de kracht van een intentie, van een verlangen of van een droom die door de Heilige Vader en een autoriteit als de koning van Marokko is uitgesproken, oriënterend kan werken op de wil van velen. Brengen we ook even de vorige ontmoeting in Abu Dhabi in herinnering tussen Paus Franciscus en de grootimam van Al-Azhar, Ahmed Al-Tayyeb. Ook toen werd een verlangen uitgesproken die de wil zou richten. Het ging om de verlangens die door de leiders van twee grote godsdiensten werd uitgesproken, met name het christendom in zijn katholieke vorm en de soennitische Islam. Het zou mooi zijn daar ook nog een derde aan toe te voegen, deze van het Judaïsme. Hoe meer men erin slaagt om dit verlangen uit te spreken, dit verlangen een stem te geven, des te meer bestaat de kans dat dit verlangen de wil beïnvloedt van hen die er concreet werk moeten van maken, dit zowel op politiek als op lokaal niveau.

Van Jeruzalem even naar Gaza. Zowat een jaar geleden begonnen de protestacties bij de grens met Israël. Welke wens, welk verlangen zou u dienaangaande willen uitspreken?

Deze wens wordt reeds sedert zo lange tijd voortdurend herhaald. Dat de taal van het geweld zou stoppen en dat men erin zou slagen om met mekaar in gesprek te gaan, weldegelijk in het besef dat het moeilijk is om een niet-gewelddadige taal te spreken wanneer er honderden doden in het spel zijn. En toch moet men de moed vinden om in deze taal zijn toevlucht te zoeken, zowel van de ene zijde als van de andere (…). Zolang niet iémand de moed heeft om de “oog voor oog”-logica te doorbreken, zelfs al zou dit eenzijdig moeten gebeuren, dan zal het altijd moeilijk blijven om zich samen aan de tafel te zetten om tot een duurzame vrede te komen. Want vrede die door geweld is afgedwongen, is niets méér dan een wapenstilstand die bij de eerste verandering in de machtsverhoudingen opnieuw in geweld losbarst.

Giada Aquilino voor www.vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Paus Franciscus en de Koning van Marokko ondertekenen een oproep voor Jeruzalem

 

2 april 2019 door Luk de Staercke

RABBAT – Paus Franciscus en Koning Mohammed VI van Marokko hadden op zaterdag 30 maart 2019 een privé-ontmoeting in Rabbat. In het verlengde van dit onderhoud maakten zij een gemeenschappelijke oproep voor Jeruzalem bekend.

Naar aanleiding van het Pausbezoek aan Marokko hebben Paus Franciscus en Koning Mohammed VI een gemeenschappelijke oproep ondertekend. Hierbij beklemtonen zij “de erkenning van de eenheid en het sacraal karakter van de stad Jeruzalem / Al Qods Acharif. Tegelijk zijn zij de spirituele betekenis en de bijzondere roeping van de Stad van de Vrede indachtig”.

“Wij onderkennen het belang om de Heilige Stad Jeruzalem / Al Qod Acharif als collectief erfgoed van de hele mensheid en zeker van de gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten en wij willen dat dit zou gevrijwaard blijven. De stad dient een ontmoetingsplaats te blijven en is tevens het symbool van vreedzame co-existentie. Het is de stad waar zich een wederzijds respect en onderlinge dialoog kan ontwikkelen.
Vanuit deze doelstellingen dienen het multiculturele karakter, de spirituele dimensie en de bijzondere culturele identiteit van Jeruzalem / Al Qod Acharif niet enkel gevrijwaard te blijven maar moeten deze blijvend bevorderd worden.

Daarom spreken wij de nadrukkelijk wens uit dat de Heilige Stad ten volle de garantie blijft genieten van volkomen vrije toegankelijkheid voor alle gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten en dat elkeen onbeperkt de mogelijkheid blijft behouden om er zijn eigen cultus te beoefenen. Op die manier kunnen al deze gelovigen vanuit Jeruzalem / Al Qod Acharif hun gebed tot God, de Schepper van ons allen, richten. Moge dit een smeekbede zijn voor een toekomst vol vrede en broederlijkheid op aarde.

Een engagement van onbeperkte duur om de vrede in Jeruzalem te beveiligen

De kwestie Jeruzalem vormt reeds sedert decennia de kern van de relaties tussen Marokko en de Heilige Stoel. Daarom heeft destijds Paus Johannes Paulus II reeds van bij de aanvang van zijn pontificaat een levendige briefwisseling met de Marokkaanse Koning Hassan II, vader van de huidige Koning Mohammed IV, omtrent dit onderwerp gevoerd. Reeds in 1980 heeft hij Koning Hassam II in zijn hoedanigheid van voorzitter van het Al Qod-Comité op het Vaticaan ontvangen. Johannes Paulus II richtte zich bij die gelegenheid rechtstreeks tot de koning met de woorden: “Zijne Majesteit had het vandaag met mij over een zeer delicate kwestie waar heel wat volkeren op aarde mee begaan zijn. U bent hier de woordvoerder van een groot aantal moslimlanden die hun oordeel over het probleem Jeruzalem willen kenbaar maken.”
“Ik beschouw ons onderhoud dan ook als bijzonder nuttig,” voegde Paus Johannes Paulus II hier nog aan toe. “Het lijkt me dat de Heilige Stad voor alle gelovigen van de drie grote monotheïstische godsdiensten en voor de hele wereld een heilig erfgoed vertegenwoordigt. Dit is heel zeker het geval voor zij die er leven. Het is dus nodig dat men er een nieuw elan kan vinden, dat er een nieuwe benaderingswijze komt die in daden van oprechte en diepe broederlijkheid wordt vertaald, in de plaats van voortdurend de nadruk op de verschillen te vestigen. Dat men God mag bijstaan in het tot stand brengen van een oplossing voor het probleem en dat die snel tot stand zou mogen komen. Dat deze oplossing definitief mag zijn en de rechten van allen zou respecteren. Wij hopen dat wij dit verlangen eindelijk in vervulling mogen zien gaan! Daarom durf ik te wensen dat de gelovigen van de drie godsdiensten er zouden in slagen om samen, in het belang van de toekomst van de wereld die ons allen zo dierbaar is, op hetzelfde moment hun gebed tot de unieke God te richten.”

Deze gedeelde bezorgdheid heeft er deze twee leiders toe gebracht om wederzijdse respectvolle relaties aan te knopen die uiteindelijk mochten uitmonden in het bezoek van Paus Johannes Paulus II in 1985 aan Casablanca.

De aandacht van Paus Franciscus voor de kwestie Jeruzalem

Ook Paus Franciscus heeft bij herhaling meermaals zijn aandacht voor Jeruzalem kenbaar gemaakt. In zijn wensen aan het diplomatiek korps voor het jaar 2019 drukte Paus Franciscus zijn hoop uit dat de dialoog tussen Israël en de Palestijnen zou hervat worden en dat zo uiteindelijk een akkoord tot stand zou komen dat een vreedzaam samenleven zou mogelijk maken.

Op 6 december 2017 reageerde Paus Franciscus ook met felheid op de aankondiging van de Amerikaanse President Donald Trump dat hij de Amerikaanse ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verhuizen. Op die manier zouden de Verenigde Staten te kennen geven dat zij Jeruzalem de facto als hoofdstad van Israël erkennen. “Ik kan mijn diepe bezorgdheid niet verzwijgen voor de situatie die de laatste dagen rond Jeruzalem werd geschapen,” verklaarde de Paus toen tijdens de algemene audiëntie. “Ik doe een felle oproep opdat iedereen zich zou engageren om het Status Quo van de stad te respecteren, dit in overeenstemming met de van toepassing zijnde resoluties van de UNO.”

“Jeruzalem is een unieke stad. Deze stad is heilig zowel voor Joden, christenen als moslims die er de heilige plaatsen van hun respectievelijke religie vereren. De stad heeft bovendien een bijzondere roeping voor de vrede,” verduidelijkte de Heilige Vader verder nog.

Bronnen:
vaticannews.va
lefigaro.fr
AFP
lalibre.be

vertaling: Luk De Staercke



 


De koning van Jodanië ontvangt de Katholieke Nobelprijs

 

2 april 2019 door Luk de Staercke

Assisi – De koning van Jordanië heeft op 29 maart 2019 de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst mogen nemen. Deze prijs is een beloning voor zijn optreden in dienst van de mensenrechten en de eendracht onder de godsdiensten.

Om de video te bekijken:
Klik HIER

Koning Abdullah II van Jordanië bezocht samen met zijn echtgenote Rania de Italiaanse stad Assisi om er in de Basiliek van de Heilige Franciscus van Assisi de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst te nemen. Deze prijs wordt algemeen beschouwd als de Katholieke Nobelprijs voor de Vrede.

De prijs wordt reeds sedert 1981 door de orde van de Franciscanen te Assisi toegekend aan een persoonlijkheid die zich in de ogen van de franciscanen op het vlak van het bevorderen van de vrede verdienstelijk heeft gemaakt. In 2018 viel deze eer aan de Duitse Kanselier Angela Merkel te beurt. Hiermee werden haar verzoeningsinspanningen ten voordele van de vreedzame samenleving onder de volkeren bekroond.

Dit jaar hebben de Franciscanen de prijs aan de koning van Jordanië toegekend voor “zijn daden en zijn engagement ten voordele van de mensenrechten, de harmonie onder de verschillende godsdiensten en de opvang van vluchtelingen” werd ons door de Franciscanen meegedeeld.

Het kwetsbare Hachemitische koninkrijk weet zich zowat gekneld tussen Israël, Syrië en Irak en desondanks vangt dit reeds sedert decennia miljoenen vluchtelingen van overal in deze turbulente regio op. Eerst waren er in 1967 de Palestijnse vluchtelingen naar aanleiding van de strijd met Israël in Cisjordanië en in Oost-Jeruzalem. Daarna volgden de Irakezen bij de Amerikaanse oorlog die in 2003 de val van Saddam Hoessein teweeg bracht. Tenslotte kwamen vanaf 2011 de Syriërs die omwille van de bloedige strijd in hun land op de vlucht waren geslagen. Telkens zou het “Koninkrijk van de Woestijn” de Cassandravoorspellingen tarten die zich bezorgd over de stabiliteit van het land uitlieten.

Het veronderstelde al de virtuositeit van Koning Hoessein, de vader van Abdullah II, die in 1953 op 17-jarige leeftijd de troon besteeg, om in 1970 zijn land te laten overleven. Toen wilden de Palestijnen zijn land gewapenderhand in hun bezit nemen. Bij de dood van Hoessein in 1999 werd deze door zijn compleet onervaren en soms onhandige zoon Abdallah II opgevolgd. Maar ook hij zou erin slagen de regionale crisissen te overwinnen, met inbegrip van de “Arabische Lente”, die ook hem evengoed fataal had kunnen zijn in een land waar de moslims eveneens een belangrijke bevolkingsgroep uitmaken.

Afstammelingen van de volgelingen van Christus op Jordaans grondgebied

Jordanië is bovendien een van de zeldzame landen in het Midden-Oosten waar een grote moslimmeerderheid en een kleine minderheid van christenen met de nodige dosis gezond verstand best weten samen te leven. Er leven inderdaad tussen Madaba, die de vallei van de Jordaan overschouwt, Kerak in het zuidelijk woestijngebied, Fouheiss in de omgeving van Amman alsook in de verste dorpen van het noorden nog tal van Jordanese christenen die de aanwezigheid van de volgelingen van Christus in dit deel van het Heilig Land verderzetten. Zeker, ook hier zijn er, net als bij hun broeders de Irakese en de Syrische christenen, velen die naar Canada, Zuid-Amerika of naar Australië zijn uitgeweken. Maar dank zij bijvoorbeeld hun goed uitgebouwd netwerk van scholen, die overigens tot de beste van het koninkrijk worden gerekend, kunnen zij hun verknochtheid aan hun land volhouden. Zij konden hierbij steeds op de hachemitische macht rekenen die over hun overleven is blijven waken.

Indien sommige christenen al eens de felle opkomst van het moslimfundamentalisme betreuren, dan blijven hoe dan ook de posten aan de top van de machtspiramide in Jordanië voor deze laatsten ontoegankelijk. En de meerderheid van de christenen blijft van mening dat het voor een christen gemakkelijker is om zijn geloof in Amman te beleven dan in Jeruzalem of in Bagdad.

Het is overigens niet de eerste keer dat Koning Abdullah II voor zijn rol in het belang van de dialoog en de vrede wordt beloond. In 2005 ontving hij omwille van zijn verdraagzaamheid de Prijs van het Simon Wiesenthalcentrum. Jordanië, waar meer dan de helft van de bevolking van Palestijnse afkomst is, is samen met Egypte het enige Arabische land dat in 1994 reeds een vredesverdrag met Israël heeft ondertekend. De hachemitische koning onderhoudt overigens reeds sinds decennia discrete, maar daarom niet minder intense banden met Israël, zo bijvoorbeeld inzake veiligheid.

In 2019, het jaar waarin overigens de 800ste verjaardag van het bezoek van de Heilige Franciscus aan Sultan Mali in 1219 wordt herdacht, mag het feit dat de prijs van de Franciscanen precies aan een moslimvorst wordt uitgereikt als bijzonder betekenisvol worden beschouwd.

Bronnen: http://jordanembassyus.org / lefigaro.fr /vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Kardinaal Danneels is overleden

 

21 maart 2019 door Luk de Staercke

MECHELEN – Op 14 maart 2019 is Kardinaal Godfried Danneels overleden. Hij was ere-Grootprior van onze landscommanderij en Ridder Groot Kruis. Een levensschets.

Op 17 augustus 1957 werd Godfried Danneels voor het bisdom Brugge tot priester gewijd. Dit was korte tijd voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en hij heeft dan ook zijn bijdrage geleverd om de grote veranderingen als gevolg van dit concilie ten uitvoer te brengen. Eerst als professor aan het Groot Seminarie te Brugge, daarna als professor aan de Faculteit Theologie van de Katholieke Universiteit te Leuven en tenslotte als redactiesecretaris van het tijdschrift “Collationes” , een publicatie die in Vlaanderen een grote autoriteit genoot inzake theologie.

Godfried Danneels zou ook zijn stempel drukken op het bisdom Antwerpen. Op 4 november 1977 werd hij daar tot bisschop benoemd, op 18 december werd hij tot bisschop gewijd. Amper twee jaar later werd hij reeds aangesteld tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel en primaat van België. Zo werd hij de 19de aartsbisschop van Mechelen en de 2de aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Op 15 december werd hij tevens aangesteld tot bisschop van het Belgische leger. Toen hij de leeftijdsgrens had bereikt bood hij zijn ontslag aan en op 18 januari 2010 werd dit door Paus Benedictus XVI aanvaard.

Aan het hoofd van een zoekende Kerk

Als bisschop van Antwerpen, als aartsbisschop van Mechelen-Brussel maar ook als Voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie was Godfried Danneels op nationaal vlak de pleitbezorger van de spirit en de beslissingen van Vaticanum II. Zo pleitte hij bijvoorbeeld voor een meer collegiaal en synodaal beleid binnen de Kerk, voor de vernieuwing van de liturgie en voor de oecumenische en interreligieuze dialoog.

In de periode dat hij aan het hoofd stond van de Belgische Kerk kende deze een van de grootste veranderingen in haar geschiedenis, dit in een samenleving die zeker op zedelijk gebied in volle hervorming was. Vanuit een situatie waarin de Kerk ooit de meerderheid van de bevolking aansprak en door de gemeenschap als evident werd beschouwd, evolueerde de Kerk steeds meer naar een minderheidskerk en kreeg ze al maar meer met vragen af te rekenen omtrent haar toekomst en omtrent haar plaats in de Belgische samenleving. Het was dus een hele uitdaging om op zoek te gaan naar de wijze waarop zij zich in deze nieuwe tijd zou positioneren. Dank zij zijn beeldrijke taal en zijn gewaardeerde aanwezigheid in de media werd Kardinaal Dannneels voor de publieke opinie steeds meer het boegbeeld van de Belgische Kerk.

Een God die de mens liefheeft

“Gods Liefde is aan de mens geopenbaard,” dit was het bisschoppelijk devies dat Godfried Danneel koos toen hij tot bisschop werd gewijd. Deze leuze komt uit de brief van de Heilige Paulus aan Titus (3, 4). De kardinaal zag hierin voor zichzelf een oproep om de wereld menselijker te maken. Hij verkoos Kerstmis boven Pasen, de incarnatie boven het lijden, zoals hij dit zelf zo vaak heeft verwoord. Wat van God kwam, was voor hem tegelijk ook fundamenteel menselijk. Hiervan getuigen de talrijke Kerst- en Paasbrochures. Deze brochures werden heel sterk gewaardeerd, waren alom verspreid en werden in heel wat talen vertaald.

Kardinaal Danneels was tevens een man van de dialoog en steeds bezorgd om bruggen te bouwen. “De hardste stellingname is niet altijd de meest intelligente,” verklaarde hij tijdens een interview in het opinieweekblad Tertio naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag. Hij was bij de eeuwwisseling een van de initiatiefnemers voor de oprichting van dit weekblad en nam hierbij vooral de centrale missie van het blad ter harte: “een stem zijn voor de katholieke intelligentsia die in de snel seculariserende wereld – vooral dan in de media – duidelijk zou weerklinken” .

De kardinaal sprak zich niet enkel uit over thema’s die intern aan de Kerk gelieerd zijn, maar mengde zich evenzeer in het algemeen maatschappelijk debat. Zo was hij een van de eersten om geregeld zijn afkeuring uit te drukken ten aanzien van het nationalisme, het antisemitisme en de islamofobie, hij vroeg tevens meer aandacht voor het migrantenprobleem en de vluchtelingenproblematiek en hij onderlijnde reeds zeer vroeg het belang van de interreligieuze dialoog voor de vrede in de wereld.

Zijn zachte stem weerklonk op heel wat internationale forums. Zo nam hij aan talrijke bisschopsynodes deel, was lid van verschillende Vaticaanse instanties, van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties (CCEE), van Pax Christi International, van de World Council on Relegions for Peace (WCRP) en van de Europese Raad van Kerkleiders (ECRL).

Vreugde en pijn

De twee bezoeken van Paus Johannes Paulus II aan ons land (1985 en 1995), het Congres van de Evangelisatie van de Steden “Brussel – Allerheiligen 2006” , de ontmoeting in Taizé in 2008 en de pausverkiezingen in 2005 (Benedictus XVI) en 2013 (Franciscus) vormen ongetwijfeld de hoogtepunten in zijn lang episcopaat.

Maar anderzijds wogen de schandalen van het seksueel misbruik door enkele priesters van zijn bisdom hem zeer zwaar. Eind jaren ’90 stichtte hij een contactpunt en richtte hij een onafhankelijke commissie op waarbij slachtoffers van misbruik terecht konden. In 2010, amper twee maand na zijn aftreden, erkende Roger Van Gheluwe, de toenmalige bisschop van Brugge en lange tijd collega van Mgr. Danneels, dat ook hij zich aan deze wandaden schuldig had gemaakt. Dit vormde voor de kardinaal het begin van een tijd vol sombere en pijnlijke dagen. Er wordt beweerd dat de kardinaal zich bijzonder aangedaan wist door het onderzoek van onderzoeksrechter Wim De Troy in het kader van de “Operatie Kelk”. Deze had een huiszoeking bevolen op de zetel van het aartsbisdom te Mechelen op het moment zelf waarop daar een vergadering van de Bisschoppenconferentie plaats vond. In de Sint-Romboutskathedraal werden zelfs graftombes geopend en het onderzoek werd ook nog in de privéwoning van de kardinaal verdergezet. De kardinaal zelf zou overigens een volledige dag aan een zwaar verhoor worden onderworpen.

De pausverkiezing van Franciscus op 13 maart 2013 zou dan weer op een vrij onverwachte wijze een gelukkiger episode aan zijn lang en rijk gevuld bestaan toevoegen. Hij was toen zichtbaar enthousiast bij de keuze van het conclaaf waaraan hij nog enkele maanden voor zijn tachtigste verjaardag had geparticipeerd. Hij verscheen zelfs aan de zijde van de nieuwe paus op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek bij de presentatie van Franciscus aan de verzamelde menigte op het Sint-Pietersplein. Het betekende voor hem dan ook een grote vreugde vast te stellen dat Paus Franciscus zijn pontificaat in het teken stelde van de conciliaire instituties van Vaticanum II, waarin de collegialiteit in het bestuur van de Kerk centraal staat. Ook de uitgestoken hand van de Paus naar allen die zich ver van de Kerk verwijderd weten, stemde hem gelukkig.

Dankbaarheid

Zijn gezondheid ging evenwel beetje bij beetje achteruit en het werd rustig rond hem die toch zoveel jaar in het vuur van de actie had gestaan. Deze rust maakte hem gelukkig want de mens Godfried Danneels was van nature uit heel discreet. “Ik ben eerder een monnik dan een priester,” stelde hij eens. Wie hem nog mocht ontmoeten, ontdekte in hem een eenvoudig man, vol van dankbaarheid, een diepgelovig man die zich intens voorbereidde op zijn ontmoeting met de Heer in wiens dienst hij heel zijn leven had gesteld.

In naam van de hele Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, en zeker vanwege al zijn vrienden binnen de Orde biedt Landscommandeur Jean-Pierre Fierens zijn christelijk medeleven aan ten aanzien van de familie van de kardinaal, aan zijn vrienden, aan zijn gewezen confraters in het episcopaat of het priesterambt, aan zijn collega’s en aan al zijn medewerkers.

De Belgische Landscommanderij zal voor de kardinaal bidden en heeft hem op 13 maart 2019 in de Kerk aan de Zavel te Brussel in haar gebedsintenties opgenomen tijdens de eucharistieviering ter herdenking van de overleden leden van de landscommanderij.

Dat hij in vrede moge rusten.

TD met Cathobel/Kerknet/VaticanNews/LaLibre

vertaling: Luk De Staercke



 


De koning van Jordanië ontvangt de “katholieke Nobelprijs voor de vrede”

 

19 maart 2019 door Luk de Staercke

ASSISI – Op 29 maart komt Koning Abdoullah II naar Assisi om er de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst te nemen. Deze prijs wordt algemeen als de katholieke Nobelprijs voor de Vrede beschouwd.

De Franciscanen van Assisi zullen op 29 maart 2019 de “Vredeslamp van Sint-Franciscus” aan Koning Abdoullah II van Jordanië uitreiken. Deze overhandiging zal gebeuren in aanwezigheid van de Italiaanse Premier, Giuseppe Conte, en de vorige laureate Kanselier Angela Merkel.

Op het einde van de maand zal de Jordaanse koning zich samen met zijn echtgenote Rania naar Umbrië begeven, naar de stad van Sint-Franciscus. Tijdens een plechtigheid op het voorplein van de bovenbasiliek zal hem de Lamp van Sint-Franciscus overhandigd worden. Dit werd meegedeeld door Pater Enzo Fortunato, persdirecteur van het klooster in Assisi.

“Heel wat personaliteiten weten zich momenteel op een heel sterke manier te onderscheiden om de mensheid een teken van hoop te geven. De Koning van Jordanië, Abdoullah II, werd precies om deze reden uitverkozen,” deelde Pater Frotunato vorige woensdag tijdens een persconferentie in Rome mee.

Heel specifiek wordt Koning Abdoullah II hiermee beloond voor “zijn engagement tot het bevorderen van de mensenrechten, de eensgezindheid tussen de verschillende godsdiensten en de opvang van vluchtelingen.” Het Hasjemitisch koninkrijk herbergt ongeveer 1,3 miljoen vluchtelingen op zijn grondgebied waarvan het merendeel Syriërs zijn.

“Heden heerst enerzijds de angst voor de andere en anderzijds het vertrouwen in de anderen. Wij hebben voor het vertrouwen gekozen.” Dit werd van zijn kant benadrukt door Fayiz Khouri, ambassadeur van Jordanië te Rome. Volgens hem zijn de inspanningen van de Jordaanse koning “ten voordele van de vrede en de eensgezindheid in de wereld van wezenlijk belang voor de strijd tegen de verspreiding van nefaste ideologieën.”

Op 29 maart zal de koning bij zijn aankomst in Assisi vergezeld zijn door de Italiaanse premier, Guiseppe Conte. Nog voor de aankomst van Angela Merkel is er een gebedsmoment op de tombe van de Heilige Franciscus, de “poverello” van Assisi, gepland. De plechtigheid zelf zal plaats vinden op het voorplein van de bovenbasiliek. Koning Abdoullah II en de Custode van het klooster van Assisi, Pater Mauro Gambetti, zullen er eerst het woord nemen. Daarna volgt ook de Duitse Kanselier die vorig jaar de eer te beurt viel de prijs in ontvangst te mogen nemen dit omwille van haar engagement in dienst van het vreedzaam samenleven onder de volkeren.

De Vredeslamp werd in 1981 voor het eerst uitgereikt. Toen was Lech Walesa de laureaat. Nadien viel onder meer nog Moeder Teresa, Johannes Paulus II en Paus Franciscus deze onderscheiding te beurt. Onder de politieke leiders die de prijs mochten ontvangen, vermelden we nog Michail Gorbatsjov, Shimon Peres, Yasser Arafat, Mahmoud Abbas en de gewezen president van Colombië, Juan Manuel Santos.

Marie Duhamel pour www.vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Overwegingen van Mgr. Pizzaballa over de bescherming van de kinderjaren en het bezoek van de Paus aan Abu Dhabi

 

20 februari 2019 door Luk de Staercke

KEULEN – Op 11 februari 2019 hadden onze collega’s van DOMRADIO.DE een interview met Mgr. Pierbattista Pizzaballa, dit naar aanleiding van zijn doorreis door Duitsland. Hij had ondermeer over de geplande top voor de bescherming tegen kindermisbruik. Deze gaat tussen 21 en 24 februari in Rome door. Hij ging tevens ook in op de situatie van de christenen in het Heilig Land en gaf zijn kijk op het recent bezoek van Paus Franciscus aan Abu Dhabi.

In de loop van de volgende week verzamelen alle verantwoordelijken van de bisschoppenconferenties wereldwijd in het Vaticaan waar zij zich zullen buigen over het kindermisbruik dat door religieuzen is gepleegd. U neemt als Vice-Voorzitter van de Conferentie van Latijnse bisschoppen van de Arabische regio’s aan deze ontmoeting deel. Wat verwacht u van deze ontmoeting?

Ik denk dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn. Een dergelijke vergadering kan niet in een eindbeslissing resulteren. Meer nog, de problemen en de dynamiek van de westerse landen verschilt in grote mate van deze in het Midden-Oosten, in Afrika of in Azië. Zo kennen wij in het Midden-Oosten in onze Kerken bijvoorbeeld niet echt het specifiek probleem van het kindermisbruik. De burgerlijke wetgeving voorziet immers voor dergelijke misdrijven de doodstraf en de strafwet treedt vaak heel streng op. Het is dus essentieel om steeds de onderscheiden lokale situaties voor ogen te houden.

Welk resultaat verwacht u van deze bijeenkomst?

Ik reken erop duidelijke boodschappen te ontvangen en een klare kijk te krijgen op de vraag hoe de Kerk het probleem zal aanpakken. Nadien is het aan de verschillende bisschoppenconferenties om op een geëigende manier een antwoord te formuleren.

In welke mate bestaat het probleem van kindermisbruik in het Midden-Oosten?

Gedurende twaalf jaar was ik Custode en aldus verantwoordelijk voor de Franciscanen in het Heilig Land. Momenteel ben ik er reeds twee en een half jaar bisschop. In al die tijd werd ik niet één keer met het probleem van kindermisbruik geconfronteerd. Er stellen zich wel problemen inzake seksualiteit, maar dan in een totaal andere context. Het is belangrijk om op dergelijke gevallen voorbereid te zijn. We kennen wellicht niet dit specifiek probleem, maar we hebben wel een behoorlijk aantal scholen en instituten waar we maatregelen moeten nemen om in de toekomst dergelijke problemen te voorkomen. Het feit dat wij er nog niet mee geconfronteerd werden, betekent niet dat dit probleem in ons land niet zou bestaan. Ik ben er zeker van dat het bestaat en wij moeten er ons op voorbereiden en er desgevallend gepast op reageren.

Kan u even ingaan op de situatie van de christenen in het Heilig Land in het algemeen. Hoe zou u deze omschrijven?

Cijfermatig zijn we veruit in de minderheid en in het Midden-Oosten genieten minderheden zelden van alle rechten. Ons verlangen is dan ook om gelijkberechtigde burgers te worden. In werkelijkheid vertegenwoordigen we amper 1% van de bevolking van Israël en de Palestijnse gebieden. In de totaliteit van de regio’s zijn onze problemen zeer uiteenlopend. In Israël betreft het probleem hoofdzakelijk de kwestie van onze rechten als christen gemeenschap. In de Palestijnse gebieden zijn dan weer de economische, sociale en politieke problemen veel groter. Met de overheid hebben wij geen problemen, maar de problemen situeren zich eerder inzake de levensomstandigheden van elke dag. Wij maken geen deel uit van een van de grote leefgemeenschappen zoals de Joden en de moslims en daarom is het ook bijzonder moeilijk om ook voor ons dezelfde rechten en kansen veilig te stellen.

Zijn de christenen in het Heilig Land vrij om hun geloof te belijden? Hebben zij nog met aanvallen of wandaden af te rekenen?

Wij kunnen ons vrij uitdrukken. Er bestaat immers culturele vrijheid wat evenwel niet overeenkomt met godsdienstvrijheid. Onze situatie verschilt bijvoorbeeld van deze van de christenen in Egypte, in Syrië of in Irak. Het aantal christenen vermindert, zij het langzaam maar zeker.

Wat is het grootste probleem van de christenen in het Heilig Land?

Als christenen vormen wij geen derde onafhankelijke etnische groep. De Arabische christenen zijn bijvoorbeeld Palestijnen. De christenen die in Israël leven hebben het, net als de andere Palestijnen, bijvoorbeeld moeilijk om als evenwaardige burgers beschouwd te worden. In de Palestijnse gebieden worden zij als gevolg van het Israëlisch-Palestijns conflict, dan weer met de politieke problemen geconfronteerd. Het ontbreekt hen daar compleet aan kansen en ze hebben met een grote werkloosheid af te rekenen.

Welke rol spelen de katholieken in het Heilig Land?

Zij hebben daar een heel belangrijke rol. Natuurlijk ligt onze geschiedenis als katholieken in het Heilig Land moeilijk. Het is immers een geschiedenis vol conflicten met de andere godsdiensten, net zoals dit in Europa het geval is. Maar in wezen gaat het om machtsconflicten die eigenlijk niets met de godsdienst op zich te maken hebben. De belangrijkste spanningen betreffen vandaag steeds meer de Orthodoxe Kerk en niet zozeer de katholiek Kerk. Als katholieken bestaat onze opdracht er vooral in om met alle geloofsgemeenschappen goede relaties te onderhouden. Wij streven ernaar om de contacten langs beide zijden steeds verder te verbeteren en ik kan zeggen dat dit het voorbije decennium steeds meer is gelukt. Dit is zeker het geval sedert het begin van de oorlog in Syrië. Zowel in Syrië als in Irak werden veel christenen gedood, gewoonweg omdat zij een kruis droegen.

Welke betekenis heeft volgens u het bezoek van de Paus aan Abu Dhabi?

Dit bezoek is héél belangrijk. Voor ons katholieken is dit een van de talrijke bezoeken van de Paus. In het Midden-Oosten daarentegen krijgt dit bezoek een aparte plaats omdat het zich in het hart van de moslimwereld afspeelt. De moslims erkennen dat de Paus een heel speciale plaats bekleedt binnen de wereld van de christenen. Het feit dat hij naar hen toekomt en dat hij over de noodzaak van onderlinge broederschap spreekt, heeft een heel sterke impact op heel de islamitische gemeenschap en op de mentaliteit van de mensen in het Midden-Oosten. Zo is bijvoorbeeld de overeenkomst die hij met Imam d’Al-Azhar heeft ondertekend van bijzonder groot belang want deze laatste wordt binnen de islamwereld als een heel belangrijke autoriteit erkend. Ik denk dat dit bezoek noodzakelijk was en dat dit de relaties tussen christenen en moslims radicaal heeft veranderd.

Heeft er u iets heel bijzonder getroffen?

Ik onderscheid twee belangrijke momenten. Vooreerst was daar de omarming tussen de Paus en Imam d’Al-Azhar. Alle inwoners van het Midden-Oosten zaten aan hun televisietoestel en aan hun telefoontoestel gekluisterd om het moment te beleven dat in feite niemand ook maar had verwacht.
Het tweede moment was de H. Mis in het stadion. Voor het eerst droeg een Paus in de Arabische Emiraten in het openbaar een mis op en dat dan nog voor 14.000 mensen. Dit betekende dus duidelijk een publieke erkenning van de christen aanwezigheid in de kern van het Arabisch schiereiland.
Ik zag mensen van alle ritussen en uit alle taalgroepen verenigd en zij waren vol vreugde hun geloof openlijk te kunnen belijden. Het was aangrijpend te zien hoe moslimmannen en vrouwen voor de mensenmassa water aandroegen en de aanwezigen hielpen om een prachtige viering te beleven.

Bron: DOMRADIO.de

vertaling: Luk De Staercke



 


De Heilige Stoel eist internationale garanties voor Jeruzalem

 

13 februari 2019 door Luk de Staercke

NEW YORK – Op 22 januari 2019 formuleerde de permanente waarnemer van de Heilige Stoel bij de UNO nog maar eens de oproep om de Israëlisch-Palestijnse gesprekken te hervatten. Tegelijk formuleerde hij de eis tot garanties voor Jeruzalem.

Onder impuls van het voorzitterschap van de Dominicaanse Republiek werd er in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op dinsdag 22 januari in New York een debat georganiseerd over de situatie in het Midden-Oosten. Er werd in het bijzonder ingegaan op de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Bij deze gelegenheid sprak Mgr. Bernardito Auza, Permanente Waarnemer van de Heilige Stoel bij de UNO te New York, zijn grote teleurstelling uit over het feit dat het vredesproces tussen Israël en Palestina voortdurend door een veelheid aan acties wordt bedreigd. Overdreven retoriek, provocaties en gevaarlijke aanvallen, schendingen van de mensenrechten, eenzijdige acties die de uitvoering van genomen resoluties verhinderen en de dood van ontelbare onschuldige en weerloze burgers… het zijn allemaal redenen om elke voortgang in het vredesproces telkens weer opnieuw te fnuiken. De toespraak van Mgr. Auza wordt onderaan dit artikel in extenso weergegeven.

In het kielzog van de boodschap Urbi et Orbi op Kerstmis 2018 en de nieuwjaarswensen van Paus Franciscus aan het Diplomatiek Korps herhaalde de apostolische nuntius de oproep van de Heilige Stoel ten aanzien van de Israëlische en Palestijnse politiek verantwoordelijken dat zij een “open en eerbare dialoog” zouden hervatten en in volle verantwoordelijkheid al hun autoriteit zouden aanwenden om opnieuw “de weg naar de vrede” in te slaan. Het moet om een duurzame vrede gaan en niet om een illusionaire vrede, die – en hier citeerde Mgr. Auza de Paus – “vaak niets méér is dan een evenwichtsoefening tussen macht en angst”. Het moet om een definitieve vrede gaan die niet enkel een antwoord biedt op de legitieme verwachtingen van beide volkeren maar vooral een vreedzaam samenleven tussen beide staten moet verzekeren. Het moet tevens een vrede zijn die “voor de gehele wereld een groot historische en cultureel belang in zich draagt” en bovendien “aan Joden, christenen en moslims een veilige spirituele thuishaven biedt”.

Vanuit het belang van de religieuze betekenis van de stad Jeruzalem is de Heilige Stoel, volgens Mgr. Auza, vragende partij dat er internationale garanties zouden gegeven worden dat Jeruzalem voor de drie grote monotheïstische religies een heilige stad zou blijven, zoals overigens in Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de UNO is voorzien. Deze resolutie werd op 29 november 1947 aangenomen en had de creatie van twee staten tot doel, een Joodse en een Arabische staat. Jeruzalem en de omliggende lokaliteiten moesten een corpus separatum vormen en zou onder een speciaal regime worden geplaatst dat door de Verenigde Naties zou worden beheerd. Tussen beide staten zou een economische, monetaire en douane-unie bestaan. De resolutie zou evenwel nooit worden uitgevoerd. De afwijzing van dit plan door de Arabische staten alsmede de voortdurende verslechtering van de relaties tussen Joden en Arabieren in de Palestijnse gebieden zou uiteindelijk in de Joods-Arabische oorlog van 1948 uitmonden. Deze begon de dag na de onafhankelijkheid van Israël die op 14 mei 1948 werd uitgeroepen. Dit betekende meteen het einde van het Britse mandaat over Palestina.

Een politiek conflict dat niet in een godsdienstoorlog mag ontaarden.

Zeventig jaar later, “ondanks het fundamenteel belang van de heilige plaatsen” waarschuwt de Permanente Waarnemer van de Heiige Stoel bij de Verenigde Naties voor de zichtbare verleiding om “hetgeen in wezen een duidelijk territoriaal conflict is, in een conflict omtrent religie en identiteit te laten ontaarden.” En Mgr. Auza voegt hier nog aan toe: “dit moet ten allen koste worden vermeden teneinde de vooruitgang van de zoektocht naar een essentiële politieke oplossing niet volledig onmogelijk te maken.” In deze woorden kan men een dubbele verwijzing herkennen. Enerzijds een verwijzing naar de eenzijdige erkenning vanwege de Verenigde Staten door Donald Trump van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, een erkenning die de universele roeping van de heilige stad bedreigt. En anderzijds een verwijzing naar de Joodse nationale statenwet die op 19 juli l.l. door de Knesset (het Israëlisch parlement) werd aanvaard. Deze definieert Jeruzalem bijvoorbeeld tot de exclusieve hoofdstad van Israël, dat “volledig en verenigd” is, met inbegrip dus van het oostelijk deel van de stad dat sedert 1967 is geannexeerd.

De Filipijnse aartsbisschop Auza bleef ook even stilstaan bij de humanitaire situatie in Gaza als gevolg van de Joodse en Egyptische blokkade, alsook de situatie in de bezette Palestijnse gebieden. Ook hieromtrent is de Heilige Stoel ten zeerste bezorgd. In de naam van de Paus sprak Mgr. Auza de wens uit voor “een verantwoord politiek project dat zich geen enkele inspanning ontziet om het leven van alle burgers, wat ook hun origine of hun religieuze overtuiging moge zijn, te beschermen. Een project dat de noodzakelijke voorwaarden zou scheppen voor een waardige toekomst voor iedereen.”

De Apostolische Nuntius sprak ook nog zijn waardering uit voor de vrijgevigheid waarmee de internationale gemeenschap het financieel tekort van de hulporganisatie van de Verenigde Naties voor de Palestijnse vluchtelingen in Nabije-Oosten (de UNRWA) heeft bijgepast. De nuntius vroeg tevens dat deze hulp zonder tegenwerking zou worden verdergezet tot wanneer de situatie zou opgelost zijn. Mgr. Auza herhaalde dat “de ondersteuning van hen die van alles zijn beroofd alle politieke overwegingen steeds moet overstijgen.”

Bronnen: Christophe Lafontaine voor www.terrasanta.net; Delphine Allaire voor www.vaticannews.va en Hélène Ginaba voor https://fr.zenit.org//

Toespraak van Mgr. Auza voor de UNO

“Mijnheer de Voorzitter,

De Heilige Stoel dankt de president van de Dominicaanse Republiek om een open debat over de situatie in het Midden-Oosten, en in het bijzonder over Israël en Palestina, te organiseren.

In zijn boodschap voor de Werelddag voor de Vrede 2019 rond het thema van de Goede Politiek in dienst van de Vrede, heeft Paus Franciscus de vrede vergeleken met “een delicate bloem die probeert op de rotsachtige bodem van het geweld toch tot boei te komen.”

Dit beeld is de perfecte weergave van de aanhoudende situatie tussen Israël en Palestina, waarvan wij alleen weten hoe broos de vrede daar wel is en hoezeer haar broos bestaan daar constant door overdreven retoriek, provocaties en gevaarlijke aanvallen, schendingen van de mensenrechten en eenzijdige acties die de uitvoering van de genomen resoluties verhinderen en de dood van ontelbare onschuldige en weerloze burgers wordt bedreigd.

In deze context houdt de Heilige Stoel niet op om in alle heftigheid de Israëlische en de Palestijnse autoriteiten op te roepen de dialoog te hervatten en de weg naar de vrede in te slaan. Deze moet een einde maken aan een conflict dat reeds meer dan zeventig jaar aansleept en het land volledig verscheurt. Deze vrede moet niet enkel een thuisland voor deze twee volkeren creëren, maar moet evenzeer voor de hele wereld van groot historisch en cultureel belang zijn. De vrede moet tevens instaan voor het tot stand komen van een spirituele veilige haven voor de drie grote monotheïstische godsdiensten, het judaïsme, het christendom en de Islam. Gezien de bijzondere religieuze betekenis van Jeruzalem vraagt de Heilige Stoel ook uitdrukkelijk internationale garanties voor deze heilige stad, garanties zoals deze in de Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de UNO van 1947 zijn voorzien.

Ondanks het fundamenteel belang van de heilige plaatsen bestaat het gevaar dat een wezenlijk politiek conflict omtrent grondbezit zou ontaarden in een conflict omtrent identiteit en religie. Dit moet zeker worden vermeden ten einde de vooruitgang in de zoektocht naar een onontbeerlijke politieke oplossing niet volkomen in gevaar te brengen. Het blijft dus van wezenlijk belang dat de politieke gezagsdragers op een verantwoordelijke manier al hun autoriteit aanwenden, de tegenstellingen weten te overstijgen en zich in een open en eerbare dialoog engageren om een authentieke en duurzame vrede tot stand te brengen. Deze vrede is iets anders dan een illusionaire vrede die eigenlijk niet veel méér is dan een evenwichtsoefening tussen de macht en de angst. Authentieke en duurzame vrede is immers het resultaat van een gefundeerd politiek project in wederzijdse verantwoordelijkheid en onderlinge afhankelijkheid van alle mensen. Deze vrede overstijgt de moeilijkheden die eigen zijn aan deze tijd van misprijzen dat geworteld zit in de angst van de een voor de ander, in de angst voor vreemden, of in de angst voor de persoonlijke veiligheid.

Een verantwoordingsvol politiek project schuwt geen enkele inspanning om het leven van alle burgers te beschermen, wat ook hun oorsprong of hun religieuze overtuiging is. Het schept de noodzakelijke voorwaarden opdat elkeen een waardige en rechtvaardige toekomst gewaarborgd wordt. In dat opzicht is het belangrijk om de humanitaire situatie in Gaza en de andere bezette gebieden niet uit het oog te verliezen. In dat opzicht kan ook het royale antwoord van de internationale gemeenschap op het financieel tekort van het Bureau voor de hulp en het werk van de Verenigde Naties ten voordele van de Palestijnse vluchtelingen in het Nabije-Oosten in het voorbije jaar niet genoeg onderlijnd worden. De steun aan de meest verdrukte mensen moet steeds alle politieke overwegingen overstijgen en de hulp aan de Palestijnse vluchtelingen moet dan ook bestendig blijven zolang de situatie niet is geregeld.

Rekening houdend met de vele zware humanitaire crisissen die meerdere regio’s in het Midden-Oosten hebben aangetast, is het goed om de bemerkingen van Paus Franciscus te vermelden die hij formuleerde bij het gul onthaal en de grootst mogelijke solidariteit die de vluchtelingen in Libanon en in Jordanië te beurt is gevallen. Dit was niet het onthaal en de solidariteit van mensen die in grote weelde leven maar het was de vrucht van een onnoemlijk grote offervaardigheid vanwege een burgerbevolking die zelf zorgbehoevend is, een hulp aan diegenen die zo zwaar door de conflicten in de regio getroffen worden, de hulp aan de Palestijnse vluchtelingen.

Mijnheer de Voorzitter,

In zijn recent betoog ten aanzien van het Diplomatiek Korps naar aanleiding van de traditionele uitwisseling van de nieuwjaarswensen verklaarde Paus Franciscus dat “de Heilige Stoel wenst dat de dialoog tussen Israël en de Palestijnen zou hervat worden, zodat het mogelijk wordt om tot een overeenkomst te komen en er een antwoord kan geformuleerd worden op de rechtmatige verzuchtingen van beide volkeren. Dat er tussen beide staten een co-existentie mag tot stand komen die uiteindelijk in een duurzame lang verwachte vrede mag uitmonden. Het unaniem engagement van de Internationale gemeenschap is meer dan ooit zo kostbaar en zo nodig om dit objectief te bereiken, maar evenzeer voor het bevorderen van een duurzame vrede in heel de regio.” Moge dit open debat van de Veiligheidsraad een bijdrage zijn tot de realisatie van een duurzame wederzijds aanvaarde oplossing van de Palestijnse kwestie.

Ik dank u, mijnheer de voorzitter.”

vertaling: Luk De Staercke



 


Paus Franciscus ontvangt de Palestijnse President Mahmoud Abbas

 

11 december 2018 2018 door Luk de Staercke

ROME – Op 3 december 2018 ontving Paus Franciscus de Palestijnse president in privé-audiëntie op het Vaticaan. Op het programma stond het statuut van Jeruzalem, de heropleving van het Israëlisch-Palestijns vredesproces en de verzoening in de schoot van het Palestijnse volk.

Het was reeds voor de vierde keer dat Mahmoud Abbas door Paus Franciscus in privé-audiëntie werd ontvangen. Daarbij is dan nog niet die keer meegerekend toen de president op 8 juni 2014 in de tuinen van het Vaticaan aan het gebed voor de vrede in het Heilig Land deelnam.

Op 3 december l.l. was het wel de eerste ontmoeting tussen beide mannen sedert de Verenigde Staten op 14 mei 2018 hun ambassade in Israël naar Jeruzalem hebben overgebracht. Tot dan was deze in Tel Aviv gevestigd. Er valt bovendien nog op te merken dat ongeveer een jaar geleden, op 6 december 2017 om precies te zijn, de president van de Verenigde Staten eenzijdig Jeruzalem als hoofdstad van de Israëlische staat heeft erkend.

Het is precies in de schaduw van deze verjaardag dat deze privé-audiëntie tussen de Palestijnse president en de pontificale vorst werd georganiseerd. Tijdens deze audiëntie ging er “een bijzondere aandacht naar het statuut van Jeruzalem. Zo werd het belang onderlijnd van de erkenning en de bescherming van de identiteit en van de universele waarde die de Heilige Stad heeft voor de drie Abrahamitische godsdiensten.” Dat verklaarde de Heilige Stoel in een communiqué. De audiëntie was tevens een echo van de ontmoeting die de paus op 15 november l.l. met de Israëlische President Reuven Rivlin heeft gehad. Toen werd Jeruzalem voorgesteld in zijn “religieuze en humanitaire dimensie voor de Joden, de christenen en de moslims” en werd de nadruk gelegd op de noodzaak om “de identiteit en de roeping van Jeruzalem als stad van de vrede” te vrijwaren.

Volgens het Palestijns persagentschap Wafa heeft Mahmoud Abbas vorige woensdag de Paus geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen in Palestina en over de gevolgen van de beslissingen van de Amerikaanse administratie op de Palestijnse kwestie. Buiten de verhuis van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem en de sluiting van de diplomatieke zending van de OLP (Organisatie voor Palestina) in Washington heeft Donald Trump ook nog de toelage aan de UNRWA (de hulporganisatie van de Verenigde Naties voor de Palestijnse vluchtelingen) ingetrokken. Tevens heeft hij op het einde van de zomer een omslag van 200 miljoen dollars (circa 172€) aan hulp geschrapt die bestemd was voor de bewoners van Cisjodanië en de Gazastrook.

President Abbas bracht ook nog “de Israëlische gewelddaden tegen het Palestijnse volk, tegen het land en de islamitische en christen Heilige Plaatsen” in herinnering. Vooral de gewelddaden in Jeruzalem werden scherp aan de kaak gesteld.

Toen de president de bibliotheek van het pauselijk paleis in het Vaticaan verliet, vertrouwde de Palestijnse Autoriteit Paus Franciscus toe: “Wij rekenen op u.” Dat rapporteerde het persagentschap Reuters.

“Een kreet vol pijn”

De Heilige Stoel, die de twee-staten-oplossing als weg naar het einde van het Israëlisch-Palestijns conflict ondersteunt, heeft meerdere malen uiting gegeven aan zijn bezorgdheid omtrent de beslissingen van Donald Trump.

Tijdens de audiëntie bogen het hoofd van de katholieke Kerk en de Palestijnse leider zich over “de inspanningen om het vredesproces tussen de Israëli’s en de Palestijnen opnieuw te doen heropleven en tot de twee-staten-oplossing te komen, in de hoop dat de internationale gemeenschap zich opnieuw zou engageren om aan de legitieme verzuchtingen van de twee volkeren tegemoet te komen.” De onderhandelingen tussen beide volkeren zijn bevroren sedert de Palestijnse Autoriteit na de aankondiging van 6 december 2017 elke diplomatieke band met de Amerikaanse administratie heeft verbroken.

Pater Francesco Patton, Custode van het Heilig Land, omschreef voor de Italiaanse editie van Radio Vaticaan het bezoek van Mahmoud Abbas aan het Vaticaan als “een schreeuw vol pijn” ten aanzien van het feit dat “het project van de twee staten geleidelijk dreigt te verdampen.” Het is een schreeuw die de situatie vertolkt die het overgrote deel van de Palestijnen ondergaat, een volk dat voelt dat hun droom om nog maar gewoonweg over een eigen land, een eigen staat te beschikken helemaal niet binnen handbereik ligt.

“Een nieuwe mentaliteit van de leiders”

De paus en de Palestijnse president bleven niet enkel bij het Israëlisch-Palestijns probleem stilstaan, maar concentreerden zich eveneens op de weg naar verzoening binnen de schoot van het Palestijnse volk. Een volk dat politiek verdeeld is sedert de Islamitische beweging van Hamas in 2007 de controle over de Gazastrook verwierf en zo Fatah uitschakelde dat door Mahmoud Abbas werd geleid. Tot op heden liepen alle toenaderingspogingen tussen beide steeds met een sisser af.

Een uur na deze audiëntie ontving de Paus enkele jeugdige Italianen van de vredesbeweging Rondine citadella della pace. Tegen hen had hij het over de nood aan leiders met een nieuwe mentaliteit” om tot vrede te komen. “Politici die niet weten te dialogeren en te discussiëren, zijn geen leiders van de vrede. Een leider die zich niet inspant om naar de vijand toe te stappen om met hem aan tafel te zitten (…) kan zijn eigen volk geenszins naar vrede brengen,” besloot Paus Franciscus.

De rol van de religieuze gemeenschappen in het Midden-Oosten

Paus Franciscus en Mahmoud Abbas hadden het eveneens over “de conflicten die het Midden Oosten teisteren,” dit stelt het communiqué van het persbureau van de Heilige Stoel. Beiden onderstreepten “de dringende noodzaak de wegen naar vrede en dialoog aan te moedigen en dit met de bijdrage van de religieuze gemeenschappen. Allen moeten de strijd aanbinden tegen alle vormen van extremisme en fundamentalisme.”

Na de audiëntie die zowat twintig minuten duurde, had Mahmoud Abbas een ontmoeting met Mgr. Paul Richard Gallagher, Secretaris van de Relaties met Staten (de Minister van Buitenlandse Zaken van het Vaticaan n.v.d.r.). Dit meldde het communiqué van de Heilige Stoel. Het herinnerde aan het feit dat dergelijke hartelijke ontmoetingen “de goede relaties tussen de Heilige Stoel en Palestina bekrachtigen en onderstreepte de positieve rol van de christenen en de activiteiten van de Kerk in de Palestijnse samenleving, zoals dit in het Globaal akkoord van 2015 is beschreven.” Ter herinnering: het betreft hier een bilateraal akkoord tussen de Heilige Stoel en Palestina over “essentiële aspecten van het leven en de activiteiten van de Katholieke Kerk in de Palestijnse Staat, als bevestiging van de steun aan een onderhandelde en vreedzame oplossing voor de situatie in de regio.” Dit akkoord heeft eveneens de weg geopend voor een Palestijnse diplomatieke vertegenwoordiging op het niveau van een ambassade bij de Heilige Stoel.

Bronnen: lpj.org, zenit.org, radiovaticana, terrasanta.net (Christophe Lafontaine)

vertaling: Luk De Staercke



 


De jongeren vormen een wezenlijk deel van de Kerk en zijn niet zomaar een ding dat men kan africhten

 

7 november 2018 2018 door Luk de Staercke

ROME – Het communicatiebureau van het Latijns Patriarchaat had een ontmoeting met Mgr. Pizzaballa, Apostolische Administrator van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem die sedert begin oktober in Rome deelneemt aan de Synode over de Jeugd. De ontmoeting had plaats op 25 oktober en was een geschikte gelegenheid om eens een blik te werpen op het synodaal werk dat door de bisschoppen van over heel de wereld over dit delicate thema wordt verricht.

Aan de Via della Conciliazione, op amper een paar passen van de Sint-Pietersbasiliek, ontmoeten wij Mgr. Pizzaballa die met enthousiasme en bereidwilligheid aanvaard had om op onze vragen omtrent de synode een antwoord te formuleren en om zijn eigen bijdrage als vertegenwoordiger van de Kerk in het Heilig Land in de discussie toe te lichten.

Mgr. Pizzaballa, kan u ons, alvorens op de stand van zaken in de werkzaamheden van de Synode in te gaan, even een overzicht schetsen van de situatie van de jongeren in het Heilig Land?

Eigenlijk verschilt de jeugd in het Heilig Land niet wezenlijk van deze in de rest van de wereld. Zij zijn vol verwachtingen en hebben eveneens hun projecten en hun dromen. Zij hebben natuurlijk ook hun frustraties, ontgoochelingen en kwaadheid die eigen is aan de wereld van de jongeren. Specifiek voor wat de jongeren in het Heilig Land betreft, moeten we vanuit de Palestijnse kwestie hier nog de bijzonder complexe sociale, politieke en religieuze context aan toevoegen. Dit betreft zeker de bijzonder penibele sociale perspectieven inzake tewerkstelling en gezinssituatie. Maar ik moet vaststellen dat op de Synode zowat twee derden, zoniet meer, van de bisschoppen eigenlijk hetzelfde vertellen. In Afrika, Azië en Latijns-Amerika zijn de jongeren eveneens vol levenslust, zij willen de wereld veranderen maar zien zich daar eveneens geconfronteerd met een sociale situatie vol armoede en frustratie en zij botsen daar ook op een politieke situatie die alles behalve rooskleurig is.

Wat kan u zeggen over het verschil tussen de problemen van de jongeren in het Heilig Land en deze van de Europese jeugd?

Europa heeft een andere dynamiek. Zij worstelen eveneens met sociale problemen, maar niet met dezelfde intensiteit dan deze in het Heilig Land. In Europa moet er vooral gewerkt worden op het vlak van de overdracht van het geloof. Die is er niet meer. In het Midden-Oosten daarentegen wordt het geloof nog steeds binnen de gezinnen doorgegeven, maar het is eerder een beperkt geloof binnen een eigen religieuze en sociale context.

In eerdere publieke tussenkomsten en interviews heeft u steeds de nadruk gelegd op de noodzaak dat jongeren kunnen volwassen worden en op de moeilijkheid voor de Kerk om een antwoord op de noden van de jongeren te formuleren. Kan u hier even verder op ingaan?

Wij hadden het over de jeugd, maar de jongeren vormen geen wereld op zichzelf. Er is duidelijk een aspect dat de generaties overstijgt. Maar het wezenlijk perspectief van de jeugd is om volwassenen te worden. Daarna kan je gerust jong van hart blijven, je kan je perfect als een jongere blijven gedragen, maar men moet hoe dan ook volwassen worden, ook volwassen in het geloof. Generatieconflicten zijn van alle tijden en vormen een onderdeel van een dynamisch groeiproces. Maar we mogen geenszins vergeten dat we geen jeugdige, laat staan infantiele spiritualiteit moeten ontwikkelen. Het uiteindelijk doel van alle jongeren bestaat erin om volwassen te worden. Dat is nu eenmaal het leven.

Gedurende twee of drie generaties speelden de gezinnen een fundamentele rol in de overdracht van het geloof. Vandaag is het gezin niet langer het kanaal, de omgeving waarbinnen de geloofsoverdracht gebeurt. Hoe kan de Kerk erin slagen om deze belangrijke taak van de gezinnen over te nemen?

Naar mijn mening bestaat hiervoor slechts één weg, deze van de getuigenis. Jongeren wensen niet langer lessen noch catechese te krijgen. Maar laten we daarover duidelijk zijn: zij hebben hier toch nood aan. Maar eigenlijk willen zij vooral getuigen ontmoeten. Ook vandaag kan je prachtmensen ontmoeten en na zo’n ontmoeting zal je zeggen: “Waarachtig, Jezus is waarlijk opgestaan. Ik heb een mens vol levenslust ontmoet.” Als gemeenschap, als christen gemeenschap valt het ons moeilijker dergelijke ervaringen over te dragen. Ik geloof dat de uitdaging hierin bestaat: samen zijn met de jongeren en hun verwachtingen beluisteren. Dit kan ons helpen om op zijn minst het middel en de vorm te ontdekken om hen dergelijke ervaringen over te dragen.

Men spreekt eveneens over “klerikalisme”

Het is een van de thema’s die in de Synode zijn naar voor gekomen en waarover veel is gepraat. Het klerikalisme vormt een barrière. Het klerikalisme betekent dat er geprivilegieerden zijn, met name de priester en zij die hem omringen. Maar het voorzetsel dat in die context in de Synode vaak is gevallen, is “met”. Het moet er niet op uitmonden dat er aan de ene zijde de priesters zijn, aan de andere de Kerk en aan nog een andere zijde de jongeren. De jongeren vormen een wezenlijk deel van de Kerk. Zij zijn niet zomaar “een ding” dat men kan africhten!

Interview door Filippo De Grazia

vertaling: Luk De Staercke



 


De eerste kapel in Polen toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Palestina

 

7 november 2018 2018 door Luk de Staercke

PRASZKA – Enkele dagen voor het katholieke feest van Onze-Lieve-Vrouw ten Hemelopneming werd in Praszka, in het heiligdom van de Moeder Gods en van Zijn Passie, de hemelvaart van Maria gevierd. Het heiligdom ligt in het Aartsbisdom Czestochowa en de viering had plaats in eenheid met onze christen broeders van de Orthodoxe Kerk.

Vertegenwoordigers van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem uit Polen en uit tal van andere landen vormden een belangrijke groep onder de aanwezigen en werden geleid door de Poolse landscommandeur en zijn raad. De viering werd voorgegaan door Kardinaal Stanislaw Dziwisz, getuige van het leven van de Heilige Johannes Paulus II, alsook door Mgr. Stanislaw Nowak, Aartsbisschop-emeritus van Czestochowa.

De kardinaal vertrouwde plechtig alle aanwezige pelgrims toe aan de Moeder Gods, die in Praszka onder de naam van Moeder van de Zending van de Calvarie wordt vereerd. Bij deze gelegenheid schonk hij een gouden roos die hij naast de icoon van de Heilige Maagd plaatste. Na de mis werd het beeld van de Moeder Gods in processie meegedragen naar de kerk van het graf en de tenhemelopneming van Maria. Daarna begaven de aanwezigen zich naar de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina, die nog maar vrij recent werd gebouwd. Dank zij een decreet van Paus Johannes Paulus II werd Onze-Lieve-Vrouw, koningin van Palestina, sedert 21 januari 1994 de patrones van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

De bouw van deze kapel werd aangevat onder pastoor Stanislaw Gasinski, tegelijk custode van het Heiligdom van Praszka en commandeur bij de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Het betreft de eerste kapel die in Polen aan Onze-Lieve-Vrouw van Palestina is toegewijd.

Na de wijding van de kapel door Kardinaal Dziwisz werden de relieken van de Zalige Bartolo Longo in de kapel ondergebracht. Bartolo Longo is tot op heden de enige leek van de Orde van het Heilig Graf die Zalig is verklaard. De relieken van Bartolo Longo werden door Mgr. Tommaso Caputo, Aartsbisschop van Pompeï in Italië aan de kapel van Praszka geschonken. Een ingekaderde recto verso beeltenis van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina en de Zalige Bartolo Longo werd door de leden van de ridderorde de kapel binnengedragen en zal er ter herinnering aan deze belangrijke gebeurtenis een vast plaats krijgen. Het beeld zal er de vele pelgrims verwelkomen die hier voor de bewoners van het Heilig Land zullen komen bidden.

vertaling: Luk De Staercke



 


Mgr. Girelli: Nieuwe vertegenwoordiger van het Vaticaan in het Heilig Land

 

25 september 2017 2017 door Luk de Staercke

ROME – Op 13 september 2017 werd Mgr. Leopoldo Girelli door Paus Franciscus aangesteld als Apostolische Nuntius in Israël. Mgr. Girelli was reeds sedert 2011 Apostolische Nuntius in Singapore. In Israël volgt hij Mgr. Guiseppe Lazzarotto op.

Paus Franciscus heeft op 13 september Mgr. Leopoldo Girelli benoemd tot Apostolische Nuntius in Israël en tot afgevaardigde voor Jeruzalem en Palestina. Mgr. Girelli is 64 jaar. Hij neemt zijn nieuwe functie op in een sfeer die reeds sinds enkele weken als zeer gespannen mag omschreven worden. De oorzaak hiervan is onder meer de crisis naar aanleiding van het plaatsen van veiligheidspoortjes op de Esplanade van de moskeeën en nadat de voornaamste christen Kerken van Jeruzalem een communiqué hebben gepubliceerd waarin zij de systematische pogingen van Israël om de christen aanwezigheid in de Heilig Stad te fnuiken, met klem veroordelen. Er staan Mgr. Girelli bovendien een aantal heel delicate taken te wachten. Zo dient het akkoord over het juridisch-financieel statuut van de katholieke Kerk in het Heilig Land nog te worden gefinaliseerd. Dit akkoord tussen de Israëlische staat en de Heilige Stoel betreft de fiscaliteit, de belastingen en de gronden en bezittingen van de Kerk in Israël. Deze onderhandelingen lopen reeds sinds 1993 en waarnemers hopen op een nakende afwikkeling van de besprekingen.

Mgr. Girelli is afkomstig uit Predore, in het bisdom Bergamo (Italië). Hij is dus een streekgenoot van de Apostolische Administrator, Mgr. Pizzaballa. Mgr. Girelli werd in 1978 tot priester gewijd en kreeg zijn opleiding onder meer aan de School voor Diplomatie bij de Heilige Stoel (1984-1987). Na zijn studies vervulde hij achtereenvolgens functies in Kameroen (1987-1991) en in Nieuw-Zeeland (1991-1993). Daarna werd hij naar Rome teruggeroepen en werd hij op het Staatssecretariaat ingezet. Daar zou hij gedurende acht jaar aan de slag blijven. In 2001 werd hij naar de Nuntiatuur in de Verenigde Staten gestuurd. Daar bleef hij tot 2006, het jaar waarin hij de bisschopswijding ontving en tot Nuntius in Indonesië werd benoemd. Mgr. Leopoldo Girelli werd in 2011 door Paus Benedictus XVI aangesteld tot Pauselijke Nuntius in Singapore en Apostolisch Afgevaardigde in Maleisië en Brunei. Hij was tevens de eerste niet-residerende vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in Vietnam.

In Israël volgt hij een andere Italiaan op, met name Mgr. Giuseppe Lazzarotto, wiens ontslag om reden van leeftijd door de Paus werd aanvaard. Deze bracht 46 jaar in de diplomatieke dienst van de Heilige Stoel door. De vijf laatste jaren (2012-2017) was dit als nuntius in het Heilig Land. Mgr. Lazzarotto was een uitmuntende kenner van het Nabije-Oosten. Bij de aanvang van zijn diplomatieke carrière was hij reeds lid van de diplomatieke zending van het Vaticaan in Jeruzalem. In 1994 werd hij de eerste Apostolische Nuntius in Jordanië en werd hem tevens de vertegenwoordiging van de Heilige Stoel in Irak toevertrouwd. Mgr. Lazzarotto mocht aldus zijn parcours afronden dáár waar hij het was begonnen.

Op zondag 28 augustus kwam een grote schare van priesters, religieuzen en gelovigen samen in het Centrum Notre Dame om hem een laatste keer te begroeten. Daar werd een Heilige Mis opgedragen die werd voorgegaan door Mgr. Pizzabala, Mgr. Marcuzzo, Patriarchaal Vicaris in Palestina, en Père Patton, Custode van het Heilig Land. Mgr. Melki, Patriarchaal Exarch van Jeruzalem en het Heilig Land voor de Syrisch-Katholieke Kerk, Mgr. El Hage, Maronitisch Aartsbisschop van Haïfa en het Heilig Land, alsook Mgr. Zerey, Patriarchaal Vicaris van de Grieks-Melkitische Kerk voor Jeruzalem, waren eveneens op de plechtigheid aanwezig. In Bethlehem werd een afscheidsmis opgedragen.

Volgens een aloude traditie in Jeruzalem maken religieuze (en soms ook burgerlijke) verantwoordelijken bij de aanvang van hun mandaat hun opwachting bij het Heilig Graf in de basiliek van Anastasis. Daar krijgen ze dan de plechtige zegen en wordt hun mandaat als het ware geofficialiseerd. Dit is ook voor de nieuwe Nuntius het geval. De komende dagen of weken zal hem een ontvangst op de zetel van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem te beurt vallen om vervolgens in processie door de straten van de Oude Stad naar de basiliek te trekken waar zijn intrede officieel zal bekrachtigd worden.

Vertaling: Luk De Staercke



 


De erkenning van de Palestijnse Staat wil Israël niet viseren maar wil enkel de verzoening bevorderen

 

24 januari 2017 2017 door Luk de Staercke

JERUZALEM – De Coördinatie van het Heilig Land heeft op 19 januari 2017 haar jaarlijks bezoek aan de verschillende christen gemeenschappen in het Heilig Land beëindigd. De bisschoppen hebben dit bezoek afgerond met de publicatie van een communiqué getiteld: “50 jaar bezetting vereist actie”.

Op zondag 15 januari vierde de delegatie van de Coördinatie van het Heilig Land de H. Mis in de kerk van Maria Boodschap in Beit Jala. De delegatie bestond uit bisschoppen uit Amerika, Zuid-Afrika en uit heel Europa. De mis werd voorgegaan door Mgr. Declan Lang, Bisschop van Clifton. Bij die gelegenheid sprak de bisschop zich uit over de problemen waarmee de Palestijnse christenen dagelijks worstelen. “Het is voor de christenen die in Palestina leven niet gemakkelijk, maar ik denk dat het in Gaza en Cisjordanië nog veel erger is. Daar bestaan immers zeer zware beperkingen inzake mobiliteit.”

Hij vervolgde: “De christen gemeenschap heeft een essentiële rol te vervullen in de poging om in dit deel van de wereld verzoening tot stand te brengen tussen de verschillende nationaliteiten, culturen en religies. Het is een grote uitdaging waar men voor staat en vaak is het onmogelijk om deze aan te gaan omdat men niet over de nodige middelen beschikt… Daarom valt het in zekere zin te begrijpen waarom mensen het land verlaten.” Tijdens het bezoek van de delegatie aan de Universiteit van Bethlehem had de bisschop woorden van lof voor de kwaliteit van het onderwijs dat door de universiteit wordt verstrekt, alsook voor de uitzonderlijke resultaten die door de studenten worden behaald. “Memorabele studenten, waaronder de burgemeester van Bethlehem, studeerden aan deze universiteit,” verduidelijkte de bisschop. De Kerk moedigt het onderwijs aan. “Onderwijs maakt het de mensen mogelijk om binnen deze omstandigheden toch een waardig leven te leiden,” voegde hij hieraan toe.

Tijdens dit kortstondig bezoek boog de Coördinatie van het Heilig Land zich over het thema “50 jaar bezetting” en bracht ze een bezoek aan Hebron, Oost-Jeruzalem en aan tal van andere Palestijnse gebieden. Mgr. Declan onderstreepte dat Hebron een oord van grote spanningen is. Hij verwees hiervoor ook naar zijn eerdere bezoeken aan de stad. “Ik was daar reeds eerder en kon daar steeds grotere spanningen waarnemen dan in Gaza.”

In een interview op het persagentschap van het Latijns Patriarchaat, sprak Mgr. Duarte da Cunha, Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Bisschoppenconferentie, zich uit over de rol die de Coördinatie en de Kerk moeten vervullen om het vredesproces tussen Palestijnen en Israëli’s te bevorderen. “De Kerk houdt eraan om te blijven bidden. Wij menen immers stellig in de vrede een geschenk van God te herkennen. Maar tegelijk streven wij ernaar de internationale gemeenschap en de Kerk daartoe verder te sensibiliseren. Ook willen wij een stem verlenen aan allen die hulp nodig hebben en die voorstellen hebben om vrede, verzoening en co-existentie mogelijk te maken."

“Wij erkennen dat het leven van de Palestijnen, hun lijden, de spanningen in het hart van deze regio en het gebrek aan vrede voor ons een oproep inhoudt. De Kerk spant zich in om het geweten van de politieke leiders van over heel de wereld ten aanzien van de situatie in het Heilig Land wakker te schudden. Wij willen geloofwaardig zijn in onze inspanningen ten voordele van de vrede.” Na de inhuldiging vorige zaterdag van de Palestijnse ambassade in het Vaticaan verklaarde Mgr. Da Cunha dat “de erkenning van de Palestijnse Staat en de opening van de ambassade niet tot doel heeft Israël te viseren, maar dat de Kerk hiermee enkel wil duidelijk maken dat een verzoening mogelijk is.”

Op woensdag 18 januari werd in de Basiliek van het Heilig Graf in Jeruzalem nog een mis geconcelebreerd die door Mgr. Pierbattista Pizzaballa werd voorgegaan.

Hieronder volgt de slotverklaring van de Coördinatie van het Heilig Land 2017.

Saher Kawas voor www.lpj.org/

Vijftig jaar bezetting vereist actie

Coördinatie van het Heilig Land 2017 – Communiqué

14-19 januari 2017

Gedurende vijftig jaar ondergaan Cisjordanië, Jeruzalem en Gaza een bezetting die de menselijke waardigheid geweld aandoet, en dit zowel voor de Palestijnen als voor de Israëli’s. Met dit schandaal zullen we ons nooit verzoenen.

Sedert 1998 roept onze Coördinatie jaar na jaar op tot rechtvaardigheid en vrede! Maar het lijden houdt niet op. Onze oproep moet bijgevolg nog sterker zijn. Waarde bisschoppen, wij smeken de christenen in onze landen om hun verantwoordelijkheid te erkennen om zich te informeren, om te bidden en om te handelen.

Ze zijn met velen in het Heilig Land die heel hun leven hebben doorgebracht onder een bezetting die sociale segregatie blijft benadrukken. Maar ze behouden desondanks hun hoop en blijven vechten voor verzoening. Vandaag, meer dan ooit, verdienen deze mensen onze solidariteit. Wij hebben met zijn allen de verantwoordelijkheid om ons tegen de bouw van kolonies te verzetten. Deze daadwerkelijke aanhechting en bezetting van gronden brengt niet alleen de rechten van de Palestijnen in hun eigen gebieden als Hebron en Oost-Jeruzalem in gevaar, maar, zoals de UNO recent heeft erkend, bedreigt dit tegelijk ook alle kansen op vrede.

Het is onze volle verantwoordelijkheid om de bevolking van Gaza te helpen. Zij beleeft een volkomen humanitaire catastrofe die door de mens zelf wordt veroorzaakt. De bewoners gaan nu reeds een vol decennium onder “de blokkade” gebukt. Dit wordt nog verergerd door de politieke impasse die door de onwil vanwege alle partijen in de hand wordt gewerkt.

Het is onze volle verantwoordelijkheid om elke vorm van geweldloos verzet aan te moedigen. Dit was ook al de oproep vanwege Paus Franciscus. Dergelijk verzet heeft al meermaals in de wereld grootse zaken in beweging gezet. Dit is in het bijzonder noodzakelijk ten aanzien van de onrechtvaardigheden en ten aanzien van de bouw van de scheidingsmuur in de Palestijnse gebieden, zoals bijvoorbeeld in de Cremisan Vallei. Het is onze volle verantwoordelijkheid om de “twee-staten-oplossing” te bevorderen. De Heilig Stoel onderlijnde dat “indien Israël en Palestina niet begrijpen om binnen gemeenschappelijke en internationaal overeengekomen en erkende grenzen vreedzaam en soeverein naast mekaar te leven, zal vrede een verre droom blijven en blijft veiligheid een volkomen illusie.”

Het is ook onze volledige verantwoordelijkheid om de lokale kerk, de lokale dienstverlening en de vele vrijwilligers en NGO’s in het Heilig Land bij te staan. Zij geven in de meest moeizame omstandigheden blijk van grote veerkracht en voeren acties die in staat zijn om in het leven van de mensen verandering te brengen. Ons geloof in God geeft ons hoop. Het getuigenis van de christenen in het Heilig Land en vooral van de jongeren die we hier hebben ontmoet is onze inspiratiebron.

De Bijbel leert ons: “Zo moet gij het vijftigste jaar heiligen! Gij moet in het land bevrijding afkondigen voor al zijn bewoners” (Lev 25,10). Laten we in de loop van dit vijftigste jaar van bezetting bidden voor de vrijheid van allen in het Heilig Land en laten we heel concreet diegenen steunen die aan een rechtvaardige vrede werken.

Z.E. Mgr. Declan Lang, Engeland en Wales – (Voorzitter van de Coördinatie van het Heilig Land)
Z.E. Mgr. Riccardo Fontana, Italië
Z.E. Mgr. Stephen Ackermann, Duitsland
Z.E. Mgr. Pierre Bürcher, Bisschoppenconferentie van de Scandinavische landen
Z.E. Mgr. Oscar Cantú, U.S.A.
Z.E. Mgr. Christopher Chessun, Kerk van Engeland
Z.E. Mgr. Michel Dubost, Frankrijk
Z.E. Mgr. Lionel Gendron, Canada
Z.E. Mgr. Dr. Felix Gmür, Zwitserland
Z.E. Mgr. Nicholas Hudson, Commissie van Bisschoppen van de Europese Unie
Z.E. Mgr. William Kenny, Engeland en Wales
Z.E. Mgr. William Nolan, Schotland
Met de steun van
Mgr. Duarte da Cunha, Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Bisschoppenconferentie
Br. Peter-John Pearson, Bisschoppenconferentie van Zuid-Afrika

Vertaling l.d.s.



 


President Abbas ontmoet de Paus in Rome

 

16 januari 2017 2017 door Luk de Staercke

ROME – Paus Franciscus heeft op zaterdag 14 januari in de privévertrekken van het apostolisch paleis de Palestijnse President Mahmoud Abbas in audiëntie ontvangen. Vervolgens heeft de president de nieuwe Palestijnse ambassade bij de Heilige Stoel ingehuldigd.

De ontmoeting tussen de Paus en President Abbas duurde een twintigtal minuten. Ze kadert in het vredesproces in het Nabije-Oosten en in de hoop op een hervatting van de Israëlisch-Palestijnse dialoog. Deze zou moeten een einde maken aan het overheersend geweld dat de oorzaak is van het onaanvaardbaar lijden van de burgerbevolking. De komst van Abbas is hun derde ontmoeting sedert het eerste bezoek van de paus in 2014 aan Israël en de bezette gebieden. In 2015 bracht de Palestijnse leider naar aanleiding van de heiligverklaring van twee Palestijnse religieuzen een tegenbezoek aan het Vaticaan.

De relatie tussen het Vaticaan en de Palestijnse Autoriteit kwam in 2015 bij de ondertekening van een akkoord in een tweede fase. Dit akkoord kwam twee jaar nadat Palestina door het Vaticaan als staat werd erkend tot stand en heeft ertoe geleid dat er bij het Vaticaan een Palestijnse ambassade zou worden opgericht. Tegelijk was het akkoord oorzaak van grote woede bij Israël, die het bovendien helemaal niet kon appreciëren dat de Paus bij hun ontmoeting in mei 2015 M. Abbas als een “Engel van de Vrede” wist te betitelen.

Het communiqué dat de Heilig Stoel na de recente ontmoeting heeft gepubliceerd, onderlijnt de noodzaak om een “rechtvaardige en duurzame oplossing” te vinden. Het sprak tevens de hoop uit dat het met de hulp van de internationale gemeenschap mogelijk moet zijn om “een gunstig klimaat te scheppen opdat in het belang van de vrede moedige beslissingen zouden kunnen worden genomen.” In de loop van het onderhoud werd ook de nadruk gelegd op het groot belang van het vrijwaren van de heilige plaatsen, dit zowel voor Joden, christenen als moslims. Na zijn onderhoud met de Heilige Vader had Mahmoud Abbas ook nog een ontmoeting met Kardinaal Pietro Parolin, Staatssecretaris van de Heilige Stoel, alsook met Mgr. Paul Gallagher, hoofd van de Vaticaanse diplomatie.

Wij willen er ook nog op wijzen dat onder de geschenken die de Palestijnse President met de Paus heeft uitgewisseld, zich een steen van Golgotha bevond. Deze kwam uit de Basiliek van het Heilig Graf.

Nadat de president van de Paus en zijn medewerkers afscheid had genomen, begaf hij zich niet zover van het pauselijk paleis om er de eerste Romeinse Palestijnse ambassade in te huldigen. Deze bevindt zich in de Via di Porta Angelica, 63, praktisch aan de overkant van de Sint-Annapoort.

Tijdens de korte persconferentie die op de inhuldiging volgde, herhaalde President Abbas zijn protest tegen de overplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem.

TD

Vertaling l.d.s.



 


Ontmoeting tussen de Commissie van de Heilige Stoel voor de Religieuze Relaties met de Joden en het Opperrabbinaat van Israël

 

23 september 2017 2017 door Luk de Staercke

COMMUNIQUÉ – Van 28 tot 30 november 2016 had in Rome de vergadering plaats van de bilaterale Commissie van de delegaties van het Opperrabbinaat van Israël met de Commissie van de Heilige Stoel belast met de religieuze relaties met de Joden. Dit gebeurde in aanwezigheid van Kardinaal Turkson, van Aartsbisschop Pizzaballa, van Bisschop Marcuzzo en van meerdere rabbijnen, waaronder de rabbijnen Rasson-Arussi en David Rosen. Hieronder volgt de integrale tekst van de verklaring die op het einde van de bijeenkomst werd gepubliceerd. Het hoofdthema was: het bevorderen van de vrede in confrontatie met het geweld in naam van de religie.

Vergadering van de bilaterale Commissie van de delegaties van het Opperrabbinaat van Israël en de Commissie van de Heilige Stoel belast met de religieuze relaties met de Joden

Het bevorderen van de vrede in het aanschijn van het geweld in naam van de religie

(Rome, 28 – 30 november 2016, MarCheshvan 27 – 29, 5777)

Gemeenschappelijke Verklaring
De katholieke co-voorzitter Kardinaal Peter Turkson opende de vergadering door alle delegatieleden van harte welkom te heten. Hij leidde meteen ook het thema van deze ontmoeting in en sprak de hoop uit dat deze tot vruchtbare conclusies zou mogen leiden. De Joodse co-voorzitter Rabbijn Rasson-Arussi sprak woorden van dank uit aan het adres van de genodigden. Hij wees er tevens op dat het om de eerste ontmoeting ging sedert het verlies van Rabbijn Shear Yashov Cohen zaliger gedachtenis. Deze was medestichter en zijn leiding bleek onmisbaar voor het succes van deze bilaterale commissie. Hij bracht tevens ook de andere medestichters Kardinaal Jorge Mejía en Georges Cottier zaliger gedachtenis in herinnering, die met hun inspirerende leiding mee een belangrijke bijdrage tot de Commissie hadden geleverd. Rabbijn Arruzi verwelkomde ook Rabbijn Moshe Dagan als nieuw lid van de Joodse delegatie. Rabbijn Dagan is de nieuwe Directeur Generaal van het Opperrabbinaat van Israël. Hij sprak tenslotte ook nog zijn tevredenheid uit over de beslissing van de Raad van het Opperrabbinaat van Israël om M. Oded Wiener in zijn opdracht van coördinator van de Joodse delegatie te bevestigen. Alle leden van de bilaterale commissie feliciteerden Mgr. Pierbattista Pizzaballa met zijn bisschoppelijke bevordering en zijn benoeming tot Apostolische Administrator voor het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem. Zij wensten hem in deze hoedanigheid alle succes toe.

Het thema van de XIVde vergadering was: “het bevorderen van de vrede in een context van geweld in naam van de religie.” Men erkende de tragische zondigheid die in het verleden in naam van de religies werd gepleegd en het verschrikkelijk godslasterlijk misbruik van de religie. Deze schijnargumentatie ontheiligt het menselijk leven. De vrijheid en de diversiteit binnen de mensheid wordt zo ontkent en plaatst onze respectievelijke tradities aldus voor kritieke uitdagingen.

Van katholieke zijde was onderzocht in welke mate religies een rol kunnen spelen in de oplossing van de conflicten en in de opbouw van een nieuwe wereldorde die op vrede, rechtvaardigheid en de zorg voor de schepping is gegrondvest. Onze religies, die de goddelijke heiliging van het menselijk leven bevestigen, gebieden het respect voor het leven en voor de identiteit van elke individuele mens. Dit grondrecht moet aan vluchtelingen en migranten gewaarborgd worden, met inbegrip van het feit dat zij op zo’n wijze moeten opgenomen worden dat elkeen zich in de volheid van al zijn rechten en vrijheden kan ontplooien.

Van Joodse zijde werden de verschillende factoren belicht die aanleiding geven tot agressie, geweld en oorlogsvoering. Hierbij werd naar waardencriteria gezocht, in het bijzonder in de Abrahamitische tradities, die tegen deze aberraties konden worden gesteld. Het betreft in het bijzonder de waarde van de heiliging van de menselijke persoon, het principe van de vrije wil en het waarderen van de verschillen als zijnde een afspiegeling van de goddelijke aanwezigheid en de goddelijke wil. In dat verband verdienen de woorden van Kardinaal Augustin Bea in zijn commentaar bij de Nostra aetate in herinnering te worden gebracht. Hij bevestigde dat het concept van Goddelijk Vaderschap inhoudt dat alle menselijke wezens als gelijken dienen te worden beschouwd en alle waardigheid verdienen. Bovendien behoort het tot de plicht van alle religieuze autoriteiten bij de voorstelling en het interpreteren van hun respectievelijke tradities de theologische nederigheid te beoefenen. Op die wijze kunnen vijandige uitspraken tegen de anderen vermeden worden.

Ten aanzien van de huidige humanitaire tragedies werd het belang onderstreept van het feit dat de religieuze leiders het voorbeeld van verdraagzaamheid en respect moeten geven. Meer nog, de deelnemers aan de vergadering engageerden er zich toe om op meest doeltreffende wijze hun eigen autoriteiten te overhalen om ten aanzien van de anderen op de meest verdraagzame en menselijke wijze op te treden. Vooral ten aanzien van de zwakkeren dient de grootste omzichtigheid gehanteerd te worden. In dit verband werden de recente bevestigingen van Paus Franciscus ten aanzien van de vertegenwoordigers van verschillende godsdiensten als bijzonder waardevol beschouwd: “Moge alle wegen die geen ruimte laten voor tegenstellingen worden verworpen. Moge het niet meer gebeuren dat religies, in de nasleep van de houding van enkele van hun gelovigen, een boodschap zouden formuleren die haaks staat op de barmhartigheid. Ongelukkig genoeg gaat er geen dag voorbij zonder dat er over geweld, conflicten, ontvoeringen, terroristische aanvallen, slachtoffers en vernielingen sprake is. Het is bovendien verschrikkelijk dat men om dergelijke barbarij te verantwoorden, de naam van een religie of van God zelf inroept. Laat dit gedrag dat onmogelijk te verrechtvaardigen valt, klaar en duidelijk veroordeeld weze. Het ontheiligt de Naam van God en besmeurt de religieuze zoektocht van de mens. Moge daarentegen de vreedzame ontmoeting onder gelovigen en een waarachtige godsdienstvrijheid bevorderd worden.” (Toespraak van Paus Franciscus bij de interreligieuze audiëntie, Vaticaan, 3 november 2016)

De leden van de commissie hebben met grote aandacht die initiatieven in overweging genomen die er expliciet op gericht zijn om gewelddadig misbruik van de godsdienst te verwerpen. Zo werd in het bijzonder de recente ontmoeting in Marrakech toegejuicht, die een historische verklaring heeft gepubliceerd ter bescherming van de menselijke waardigheid in de verscheidenheid in moslimgebieden.

Na een halve eeuw verzoenende gesprekken tussen Joden en katholieken, een halve eeuw van vruchtbare dialoog, worden Joden en christenen opgeroepen om nu ook samen aan de slag te gaan en een bijdrage te leveren aan het tot stand komen van de vrede binnen de hele mensheid. Hiermee brengen de commissieleden de woorden van de psalmist tot vervulling: "Liefde en trouw ontmoeten elkaar, heil en vrede omhelzen elkaar” (Ps 85, 11). De deelnemers onderstreepten het belang van onderwijs en opvoeding voor de nieuwe generaties. Het komt er op aan om hen zo te leren de vrede en het wederzijds respect te bevorderen.

Tijdens de bespreking van de actuele onderwerpen werd het principe van het universeel respect voor de Heilige Plaatsen van alle godsdiensten bevestigd. Ook werd er op gewezen om de nodige waakzaamheid aan de dag te leggen ten aanzien van de verleiding om de historische gehechtheid van de Joden aan de heiligste van al hun heilige plaatsen te negeren. De bilaterale commissie heeft zich met klem verzet tegen de politieke en polemische verloochening van de Bijbelse geschiedenis. Zij dringt er bij alle naties en religies op aan deze historische en religieuze band te respecteren.

Rome, 30 november 2016 – MarCheshvan 29, 5777

Vertaling l.d.s.



 


Hoopvol uitzicht op een hereniging van Cyprus

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

OPINIESTUK – Het is nauwelijks bekend dat het eiland Cyprus eveneens deel uitmaakt van het Heilig Land. Het eiland bevindt zich reeds gedurende veertig jaar in een conflictsituatie, maar er lijkt zich nu wel een perspectief van oplossing aan te dienen. Dit schrijft Marie Verdier in een opiniestuk in Le Monde.

De Noor Espen Barth Elde is de onderhandelaar voor de Verenigde Naties die met de regeling van het conflict is belast. Hij mocht op dinsdag 5 januari zowel bij de Grieks-Cypriotische president Nico Anastasiades als bij zijn Turks-Cypriotische collega kennis nemen van hun “oprechte wil om aan het vinden van een oplossing te werken”. Bedoeling is een einde te maken aan de opsplitsing van het eiland dat reeds gedurende veertig jaar politiek grondig verdeeld is. Volgens de Noor hebben beide staatslui sedert de herneming van de onderhandelingen in mei 2015 een “betekenisvolle vooruitgang” mogelijk gemaakt.

Sedert de verkiezing van Mustafa Akinci op 26 april 2015 kwam er aan het hoofd van de Turkse Republiek van Noord Cyprus een nieuwe dynamiek op gang. Deze politieke entiteit wordt door de internationale gemeenschap niet erkend. Desondanks vertegenwoordigt ze sedert de Turkse inval in 1974 het noordelijk deel van het eiland. De Turkse inval was op zijn beurt een reactie op de Grieks-Cypriotitsche nationalistische staatsgreep die de aanhechting van het eiland bij Griekenland tot doel had.

“Mustafa Akinci was na 1974 burgemeester van het noordelijk deel van Nicosia. Hij ijverde vurig voor de verzoening, hetgeen toen,” volgens Gilles Bertrand, politicoloog aan Science Po Bordeaux, “bijzonder moedig was. Hij werkte heel zijn politiek loopbaan vastberaden aan de oplossing van het conflict, hetgeen hem overigens de marginaliteit indreef en hem een ware politieke tocht door de woestijn opleverde.

De historische vragen omtrent het geschil

De onderhandelingen werden in 2015 reeds amper een maand na zijn in dienst treden opgestart. Tegelijk had hij langs Griekse zijde een president tegenover zich die eveneens voor de hereniging partij koos. “Nicos Anastasiades had hiervoor risico’s genomen aangezien zijn partij over dit onderwerp grondig verdeeld was,” vervolgde Gilles Bertrand. “Maar de Griekse Cyprioten, die nog in 2004 een plan van de UNO via een referendum hadden verworpen, zijn heden steeds meer tot een compromis geneigd.”

De historische vragen omtrent het geschil liggen op de onderhandelingstafel, met in de eerste plaats de politieke organisatie van de staat. Wil men een confederale of een federale staatsstructuur! “De Griekse Cyprioten, die veruit in de meerderheid zijn, kiezen voor een unitaire staat. Maar dit is na 40 jaar strijd een complete illusie,” meent Mathieu Petithomme, politicoloog aan de universiteit van Franche-Comté. “De Turkse Cyprioten zijn op hun beurt zeer gehecht aan een communautaire werking die hun rechten waarborgt.”

Volgt hierop de kwestie van de 30.000 Turkse soldaten die nog steeds in het noorden gelegerd zijn. In de ogen van de Grieks Cyprioten gaat het hier om een bezettingsleger, terwijl de Turks Cypriotische minderheid in die aanwezigheid de waarborg van haar rechten en van haar territorium ziet. En tenslotte is er nog het cruciaal probleem van de terugkeer (of van de schadeloosstelling) van 200.000 Grieks Cyprioten die in 1974 door de Turken uit het noorden werden verdreven. En dan mag men evenmin de teruggave aan de Grieks Cyprioten van de badplaats Varosha vergeten. Deze is in de bufferzone gelegen en was eens de meest bezochte toeristische plaats van het eiland. Maar ze verkommerde de voorbije veertig jaar tot een ware spookstad.

Het georkestreerd Cypriotisch vraagstuk

De wil tot hereniging die zowel door Noord als door Zuid wordt gedeeld, opent een venster op een reële kans om tot een akkoord te komen, temeer daar Griekenland en Turkije, die beide gedurende lange tijd de Cypriotische kwestie georkestreerd hebben, hun passies wat hebben gemilderd. Aangezien Mustafa Akinci momenteel nog wel eerder moeizame relaties met de Turkse President Recep Tayyip Erdogan onderhoudt, zullen deze noodzakelijkerwijze nog wel moeten gemilderd worden, alvorens een akkoord tot stand zal kunnen komen.

“Men moet nog niet meteen een globale vrede verwachten. Het zal eerder nog om een tussentijds akkoord gaan dat bijvoorbeeld in een verhoging van het aantal passageplaatsen op de groene lijn tussen het noorden en het zuiden van het eiland voorziet en betere onderlinge economische betrekkingen mogelijk maakt,” tempert Mathieu Petithomme de verwachtingen. Tienduizenden Turkse Cyprioten trekken dagelijks door de passageplaatsen die in een groeiend aantal sedert 2008 werden geopend. Zij hebben in het zuiden hun broodwinning. Deze regio behoort tot de Europese Gemeenschap en is economisch beter ontwikkeld.

Marie Verdier voor www.la-croix.com
Vertaling l.d.s.



 


Slotverklaring van de Coördinatie van het Heilig Land

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

COMMUNIQUÉ – De coördinatie van de bisschoppenconferenties voor de ondersteuning van het Heilig Land heeft na amper een week reeds haar slotverklaring naar aanleiding van haar jaarlijkse visitatie aan Gaza, Bethlehem en Jordanië voorgesteld. Tegelijk sprak zij haar dank uit aan de Kerk in Jordanië en de NGO’s voor hun immense inspanningen om het lijden en de ontberingen van de Syrische en Irakese vluchtelingen te verlichten.

“U bent niet vergeten”

Verklaring van de Coördinatie van de Bisschoppenconferenties
ter ondersteuning van de Kerk in het Heilig Land, 14 januari 2016

“Men moet er zich opnieuw van bewust zijn dat wij elkaar nodig hebben, dat wij een verantwoordelijkheid dragen ten aanzien van de anderen en van de wereld en dat het dus de moeite loont om goed en eerlijk te zijn” (Laudato Si 229).

Als bisschoppen van de Coördinatie van het Heilig Land geven wij gehoor aan de oproep van Paus Franciscus in zijn recente Encycliek Laudato Si, en brengen onze onderlinge afhankelijkheid in een mondialiserende wereld in herinnering. Hij heeft ons naar aanleiding van onze visitatie opgeroepen om in dit Land, dat zowel voor de Joden, de christenen als de moslim Heilig is, als Kerk nadrukkelijk onder de zwakken en kwetsbaren aanwezig te blijven. Deze worden al te vaak vergeten. Wij brengen verslag uit van onze ervaringen en van de vele verhalen die wij hebben beluisterd en wij zijn vast besloten zij die geen stem hebben een stem te geven. Het huidige geweld verplicht ons hoogdringend elkeen bijstand te verlenen, met bijzonder aandacht voor de marginalen die ook hopen eens in rechtvaardigheid en vrede te kunnen leven.

Wij houden er aan om aan de christen gemeenschap en aan de jongeren van Gaza te zeggen: “Jullie worden niet vergeten.” De oorlog van 2014 vernielde duizenden gezinnen en hun woningen alsook de hele sociale organisatie in Gaza. Hij betekende tevens de dood van tal van Israëli’s en Palestijnen. Anderhalf jaar later, wanneer men tekenen van hoop en een groeiende veerkracht onder de bevolking kan ontwaren, zijn er nog velen zonder een onderkomen die zwaar door de oorlog getraumatiseerd zijn. De opgelegde blokkade brengt hen in een leven zonder enige hoop. De mensen leven in deze regio werkelijk in een gevangenis. In de parochie van de Heilige Familie vertelde ons iemand: “In dit Heilig Jaar van de Barmhartigheid is één van de werken van barmhartigheid precies dit van het bezoeken van de gevangenen. Ik ben u dan ook heel dankbaar dat u hier de grootste gevangenis van de wereld komt bezoeken.” Het vermogen van zoveel christenen en moslims om mekaar in deze moeilijke situatie te ondersteunen is een teken van hoop. Dat dit gebeurt op een moment waarin zovelen proberen de leefgemeenschappen uit elkaar te rukken, mag een voorbeeld voor ons allen zijn.

Aan de christen gemeenschap van Beit Jala willen wij zeggen dat wij hen niet vergeten. Daar werden de gronden door Israël voor de verdere uitbouw van de scheidingsbouw in de Cremisanvallei aangeslagen. Dit gebeurde in weerwil van het internationaal recht en het vormt een regelrechte bedreiging voor heel het Heilig Land.

Gedurende heel 2016 zullen we niet ophouden hun verschrikkelijke situatie aan het hele land en aan de hele wereld kenbaar te maken.
Wij houden er aan om aan alle Israëli en Palestijnen die de vrede zoeken te zeggen: “U wordt niet vergeten. Israël heeft onmiskenbaar het recht in alle veiligheid te kunnen leven. Maar de voortdurende bezetting blijft de geesten van zowel de bezetters als diegene die de bezetting ondergaan, steeds verder afstompen. De politieke leiders van de hele wereld moeten het engagement op zich nemen om een diplomatieke oplossing te zoeken opdat de 50 jaar van bezetting zouden ophouden en opdat dit lopend conflict zodanig zou opgelost raken, dat beide volkeren en de drie religies in vrede en rechtvaardigheid zouden kunnen samen leven.”

Aan de christen vluchtelingen die we in Jordanië ontmoetten, zeggen we: “U wordt niet vergeten. Wij hebben vernomen hoe deze mensen onder de trauma’s en de zware moeilijkheden te lijden hebben wanneer zij pogen hun leven weer georganiseerd te krijgen. Voor de meesten onder hen ligt een terugkeer niet meer in het vooruitzicht. Jordanië is volop bezig om deze situatie het hoofd te bieden. Een kwart van haar bevolking bestaat heden immers uit vluchtelingen. De inspanningen van de lokale Kerk en van de NGO’s, die de christen en moslimvluchtelingen ter hulp komen om hun menselijke waardigheid te bewaren, zijn enorm en bewonderenswaardig.”

De internationale gemeenschap moet meer inspanningen leveren om het lijden van de vluchtelingen te verzachten en dient alles in het werk te stellen om de vrede in de hele regio tot stand te brengen.

Aan de priesters, de religieuze gemeenschappen en de leken van de Kerk in Jordanië herhalen wij: “U wordt niet vergeten. De Kerk in Jordanië is levend en in volle groei, maar de christenen zijn bang. Zij vrezen het groeiend extremisme in de regio. Hopelijk opent het in werking treden van het globaal akkoord tussen de Palestijnse Staat en de Heilig Stoel een model van dialoog en samenwerking tussen staten die de godsdienstvrijheid en de gewetensvrijheid voor elkeen respecteert en vrijwaart.

Wij beloven een actieve solidariteit en herhalen het gebed van Paus Franciscus uit Laudato Si: “O God van de armen, help ons allen bij te staan die verlaten zijn en vergeten worden. Zij hebben immers in Uw ogen zo’n grote waarde”.

Bemerking van de redactie

Sedert 1998 heeft de Coördinatie van de Bisschoppenconferenties in solidariteit met de Kerk in het Heilig Land de uitnodiging van de Vergadering van Katholieke Bisschoppen in het Heilig Land beantwoordt. De Coördinatie is vanwege de Heilig Stoel gemandateerd en komt jaarlijks in januari in het Heilig Land samen.
Zij legt de nadruk op het gebed, de pelgrimage en de overtuiging met het doel in volle solidariteit met de christen gemeenschap op te treden. Dit brengt een intense politieke en socio-economische druk met zich mee.

Vertaling l.d.s.



 


Het globaal Akkoord tussen de Heilig Stoel en Palestina treedt in werking

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

PALESTINA – Het historisch bilateraal akkoord regelt wezenlijk de aanwezigheid en de werking van de katholieke Kerk in Palestina. Op 2 januari 2016 trad het officieel in werking.

Dit akkoord bevat een inleiding en 32 artikels. Het behandelt niet enkel de handelingsvrijheid van de katholieke Kerk in Palestina, maar regelt tevens haar rechtsgebied, de plaatsen van eredienst, haar sociale en caritatieve activiteiten, het gebruik van sociale media, enkele fiscale kwesties, alsook haar eigendomsrechten. De Heilige Stoel bevestigt tevens via dit akkoord de opnieuw kerkelijke steun aan een onderhandelde en vredelievende oplossing voor het conflict in de regio.

De tekst van het akkoord, die terug gaat op deze van het basisakkoord van 15 februari 2000, werd op 26 juni 2015 in het Vaticaan door Mgr. Richard Gallagher, Secretaris voor de Betrekkingen met de andere Staten, Riad Malki, de Palestijnse Minister van Buitenlandse Zaken, Mgr. Fouad Twal, Latijnse Patriarch van Jeruzalem en door Mgr. Giuseppe Lazzarotto, Apostolische Nuntius in Israël ondertekend.

“De katholieken claimen geen enkel voorrecht tenzij het verderzetten van de samenwerking met hun medebergers in het belang van de gemeenschap,” beklemtoont Mgr. Gallagher, hoofd van de diplomatieke dienst van het Vaticaan. Tegelijk vermeldt hij dat “de lokale Kerk, die in de onderhandelingen mee betrokken werd, tevreden is met de bereikte resultaten en dat zij hiermee tevens haar goede betrekkingen met de burgerlijke autoriteiten bevestigd weet.”

De Latijnse Patriarch zag in het akkoord evenzeer een bijkomend teken van hoop en vertroosting voor het Palestijnse volk, een nieuwe stap voorwaarts op de weg naar rechtvaardigheid en vrede. Ondanks de grote moeilijkheden in onze regio staan we niet alleen op de internationale scene. De Heilige Stoel, maar tevens ook de hele wereld keert zich steeds meer in onze richting.

Bron: Radio Vaticaan
Vertaling l.d.s.



 


Een Boodschap van Geloof door de Christenen van Aleppo

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

SYRIË – Ruim 240.000 doden, waaronder 12.000 kinderen; 12 miljoen mensen die dringende hulp nodig hebben, miljoenen vluchtelingen en ontheemden. Ziehier volgens de laatste schattingen de balans van het gewapend conflict dat sedert 4 jaar Syrië compleet vernielt. Twee priesters en drie religieuzen van het Instituut van het Mensgeworden Woord bevinden er zich momenteel. Precies om hen te ontmoeten begaf Vader Marcelo, de Provinciale Overste van deze congregatie in Argentinië zich naar Aleppo. Wij konden hem bij zijn terugkeer even spreken.

Rond Aleppo bevinden zich zeer veel verwoeste wijken. De zogenaamde “gematigde” rebellen hebben de stad omsingeld. Regelmatig hoort men er de geluiden van het slagveld, van vuurgevechten en bombardementen.

Het is evident dat de levensomstandigheden van de bewoners penibel zijn. Families leven van hun waterreserves aangezien zij er over geen voorzieningen kunnen beschikken. Tal van installaties om elektriciteit op te wekken werden er opgesteld en de inwoners kunnen er voor 1 of 2 uren amp/ uur kopen. Maar de winkels en de markten zijn geopend, het openbaar vervoer functioneert. Het leven gaat door…

U hebt er ter plaatse de christen gemeenschappen ontmoet. In welke omstandigheden leeft men daar ? Wat is hun gemoedsgesteldheid ?

De christenen bezoeken dezelfde school als de anderen. Zij lijden zwaar onder de situatie en de verleiding om te emigreren is groot. Er bestaan geen officiële statistieken, maar men schat dat ongeveer 60% van de christenen Aleppo heeft verlaten. Zij die gebleven zijn, waarvan de meerderheid katholiek is, zetten er ondanks alles, in een bewonderenswaardige geest van geloof en hoop hun leven verder. Maar ze leven in het aanschijn van het gevaar en blijven voortdurend met een dilemma geconfronteerd. Sommigen vrezen de komst van IS en overwegen te vertrekken. Anderen zijn vastberaden te blijven, wat er ook mag gebeuren. “Syrië is mijn leven, mijn vaderland en ik wil niet vertrekken,” wisten velen mij te vertellen. Naar mijn mening is deze beproeving voor onze christen broeders in Syrië een tijd van spirituele reiniging die moet overbrugd worden.

Welke boodschap hebt u hen overgemaakt?

Een boodschap van nabijheid en van solidariteit boven alles. Zij waren getroffen te zien en te horen dat Paus Franciscus en de christenen van over heel de wereld voor hen bidden. Zij waardeerden evenzeer de aanwezigheid van zendelingen in hun midden. Zendelingen die de bewuste keuze hebben gemaakt naar Syrië te komen en er ondanks de oorlog willen blijven. En uiteindelijk zijn zij het, deze christenen en deze zendelingen, die ons een boodschap van maturiteit, van geduld, van geloof en van hoop brengen.

Interview door Manuella Affejee voor www.lpj.org
Vertaling l.d.s.



 


Ontmoeting met Mgr. Ortega, de nieuwe Apostolische Nuntius in Irak en Jordanië

 

15 november 2015 2015 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

AMMAN – Paus Franciscus heeft Mgr. Alberto Ortega Martin aangesteld tot apostolische nuntius voor Jordanië en Irak. Deze Spanjaard werd in 1962 in Madrid geboren en werkte in het kader van diplomatieke vertegenwoordigingen in Nicaragua, Zuid-Afrika en Libanon. Sedert enkele jaren was hij werkzaam in de schoot van het Staatssecretariaat waar hij zich vooral bezig hield met dossiers over het Midden-Oosten. Hij werd even ondervraagd voor de website van Latijns Patriarchaat.

In welke geestesgesteldheid begint u aan uw nieuwe zending ?

Ik begin deze zending met heel veel erkentelijkheid ten aanzien van de Heilige Vader omwille van deze aanstelling en mijn bijzondere dank voor het vertrouwen dat hij in mij stelt. Ik ben mij bewust van mijn kleinheid om deze zending op mij te nemen, maar ik blijf vol vertrouwen in de Heer. Elke roeping is een teken van medeleven vanwege God en is niet zozeer het resultaat van de eigen capaciteiten of kwaliteiten. Het gaat alleen om medeleven. God rekent op ons om zaken te doen, maar in werkelijkheid is het Hij zelf die het doet. Ik heb dus een groot vertrouwen in de Heer en in het gebed en tevens een groot verlangen om de christenen en al-len die in Jordanië en Irak leven te helpen. Ik zal veel van deze christenen leren. Zij zijn immers schitterende getuigen van het geloof. Velen onder hen hebben alles in de naam van Christus verlaten en dat moet ik nog leren. Er is nood aan een grote gemeenschap om ons te steunen. De ene moet de andere steunen.

U bent de vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in twee landen, Irak en Jordanie¨. Deze verschillen in werkelijkheid heel sterk van elkaar. Wat zal het wezenlijke uitmaken van uw missie?

De missie van een nuntius is dubbel: het betreft ten eerste een diplomatische zending met contacten met de burgerlijke overheden om de vrede aan te moedigen. Omdat de situatie verschillend is, moeten wij ons aanpassen en er valt heel wat te doen. In Jordanië bijvoorbeeld worden de christenen gewaardeerd. De relatie met de politieke overheden is zeer goed. Er is bo-vendien ook nog een specifieke missie ten aanzien van de vluchtelingen.

Tegelijk staat de samenhang onder de religies onder spanning. In die context dienen alle initiatieven en alle mensen die de situatie in het voordeel van de vrede willen veranderen, aangemoedigd te worden.

De tweede missie behelst de ondersteuning van de lokale Kerk. De Kerk moet de gemeenschap bevorderen en de christenen onder hen aanmoedigen, onder andere door het contact met de priesters en de bisschoppen te begunstigen. Mijn zending bestaat er dus in hen te steunen en in die landen aanwezig te zijn, als toonbeeld van de vriendschap van de paus, zijn bezorgdheid en zijn liefde voor de christenen en de lokale gemeenschappen.

Welke boodschap wil je meegeven aan de christenen die momenteel moeilijke momenten beleven ?

De boodschap bestaat erin hen te zeggen dat ze niet alleen staan. Als vertegenwoordiger van de Paus moet ik hen vooral meedelen dat de Heilige Vader en heel de Kerk achter hen staan. Het is nodig om alle Kerken van alle landen aan te moedigen present te tekenen en de christenen met alle mogelijke middelen te vergezellen, te helpen en te steunen. Zij hebben ons veel te leren, wij hebben de plicht hun getuigenis veilig te stellen. Het is heel belangrijk hen mee te delen dat wij precies op hen rekenen.

Ook moeten wij de burgerlijke autoriteiten aan hun verantwoordelijkheid herinneren. Zij moeten het mogelijk maken dat de christenen naar hun oorspronkelijke gronden kunnen terugke-ren. Het is een recht, dat heeft niets met naastenliefde te maken. Ze moeten tevens al het mogelijke in het werk stellen om hen goede levensomstandigheden aan te bieden, hen werkgele-genheid en een huis te bezorgen. Zoals alle andere burgers moeten ook zij kunnen bijdragen tot het welzijn van hun land.

Interview door Calixte des Lauriers voor www.lpj.org.

Vertaling l.d.s.



 


Mgr. Lazzarotto: Het komt er op aan het klimaat van wederzijds vertrouwen te herstellen

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

HEILIG LAND – Vorige vrijdag heeft Paus Franciscus de deelnemers aan de synode over het gezin opgeroepen intensief en vol vertrouwen te bidden voor de vrede in het Nabije Oosten. De situatie in Israël en Palestina blijft inderdaad nog steeds bijzonder gespannen en wordt dagelijks door gewelddaden gekenmerkt. Wij vertolken hier de visie terzake van Mgr. Giuseppe Lazzarotto, apostolische nuntius in Israël en afgevaardigde voor Jeruzalem en de Palestijnse gebieden.

Wat zich in het Heilig Land afspeelt, is hoogst zorgwekkend en beangstigt ons allen. Ten aanzien van de voortdurende gewelddaden en het groot verlies aan mensenlevens kan men niet onverschillig blijven. De recente uitspraken van de Heilige Vader over de situatie in het Heilig Land en zijn oproep om de weg van de dialoog opnieuw in te slaan, is niet enkel de uitdrukking van zijn grote bezorgdheid, maar vormt tegelijk de echo van de gevoelens van allen die zich oprecht en in volle overgave voor de opbouw van de vrede engageren. Hun stem wordt niet gehoord, zoals deze zou moeten beluisterd worden en hun inspanningen worden al te vaak genegeerd. Het is noodzakelijk om ernstig na te denken over datgene wat effectief moet bereikt worden, alsook over doeltreffende middelen die moeten worden aangewend teneinde een vreedzame samenleving te bewerkstelligen die een minimum aan “normaliteit” garandeert

Vrijdagmorgen deed Paus Franciscus in de synodezaal nog maar eens een oproep tot de internationale gemeenschap om initiatieven te nemen die de lopende conflicten zouden kunnen oplossen. Maar wat kan men concreet doen?

De internationale gemeenschap beschikt over afdoende middelen die, indien deze doeltreffend worden aangewend, zonder twijfel kunnen bijdragen tot de oplossing van het conflict en de crisissituatie zoals ze zich heden in het Heilig Land voordoet. Maar ik denk dat het er in de eerste plaats op aankomt een middel te vinden om op het terrein een klimaat van wederzijds vertrouwen op te bouwen. Indien men er niet in slaagt de muren van achterdocht en vijandigheid af te breken, zullen alle initiatieven nutteloos blijven en zijn ze ongelukkig genoeg gedoemd om te mislukken. Dit hebben we recent nog kunnen vaststellen. Ik denk dat het precies dat is wat de paus wil duidelijk maken wanneer hij zegt dat er, om de vrede te bereiken, moedige daden zullen moeten gesteld worden, die de onmiddellijke belangen van enkelingen en groepen moeten overstijgen.

De pelgrimstochten naar het Heilig Land kennen sedert enige tijd een zekere terugval. De huidige situatie dreigt geen orde op zaken te brengen. Wat zou je willen zeggen aan de pelgrims die bevreesd zijn om zich naar het Heilig Land te begeven?

De aanwezigheid van bedevaarders is zeer belangrijk. Zij zijn niet alleen een uitdrukking van solidariteit en betrokkenheid, maar kunnen tevens bijdragen tot het herstellen van een sfeer van hoop en vertrouwen in het heden en in de toekomst. Het is te begrijpen dat pelgrims momenteel een zekere angst voelen. Maar men moet wel weten dat er tot op heden nog geen enkel incident is geweest dat diegenen die in het Heilig Land de bron van hun geloof kwamen zoeken, in gevaar heeft gebracht. Het is desalniettemin belangrijk er op te wijzen dat elke pelgrimstocht goed voorbereid moet worden, zeker vanuit spiritueel oogpunt, maar evengoed vanuit logistieke overwegingen. Het volstaat evenwel hiervoor zich op een goed voorbereid en ervaren agentschap te verlaten.

Interview door Manuella Affejee voor www.lpj.org
Vertaling l.d.s.



 


Synode: De Paus roept op te bidden voor vrede in het Nabije Oosten

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

ROME – Kardinalen, bisschoppen, patriarchen en leken van over de hele wereld zijn momenteel in Rome verzameld. Daar heeft sedert 5 oktober de tweede sessie plaats van de Synode over het gezin. Het is bij hen dat de paus op vrijdagmorgen de oproep lanceerde om voor de vrede in het Nabije Oosten te bidden.

De synodevaders hadden een eerste intense werkweek voor de boeg. Deze speelde zich af in een combinatie van algemene vergaderingen en werkgroepen die volgens taal zijn samengesteld. Een eerste synthese van de voorbije werkzaamheden binnen deze groepen werd deze morgen voorgesteld. Dit gebeurde in de synodezaal, in aanwezigheid van Paus Franciscus. Tijdens het ochtendgebed deed de paus een warme oproep aan de synodevergadering om voor de vrede in het Nabije Oosten te bidden.

De smart van Paus Franciscus

De Pontificale vorst bevestigde dat hij met pijn en grote onrust de gebeurtenissen in Syrië, Irak, Cisjordanië en Jeruzalem van nabij volgt. “Wij zijn getuigen van een escalatie van geweld die onschuldige burgers treft en een humanitaire crisis van ongekende omvang tot gevolg heeft,” voegde hij hier plechtig aan toe.

“De oorlog voert recht naar de vernietiging; hij vertienvoudigt het lijden van de bevolking. De hoop en het welzijn kan slechts door de vrede tot stand gebracht worden,” bracht de paus in herinnering.

Daarom nodigde hij allen uit intens en vol vertrouwen te bidden zodat hun gebed een teken van nabijheid zou zijn ten aanzien van de aanwezige patriarchen en bisschoppen uit deze getroffen regio. Onder hen bevindt zich ook S.B. Fouad Twal, de Latijnse Patriarch van Jeruzalem. Deze laatste verklaarde in een gesprek dat door Radio Vaticaan werd uitgezonden, zijn erkentelijkheid ten aanzien van de Heilige Vader voor zijn warme oproep tot gebed, maar betreurde tegelijk het gebrek aan politieke goede wil onder de betrokken partijen. “Alleen een goede, evenwichtige, eerlijke en vastberaden politiek wil kan deze situatie oplossen,” stelde hij.

Volgens de Patriarch blijven de huidige politici evenwel doof voor elke oproep vanwege de christen gemeenschap. Hij kan alleen maar vaststellen dat hun oproep zelfs nog niet eens in overweging wordt genomen.

De gezinnen in het Nabije Oosten

De explosieve situatie die in de regio heerst, is vaak een onderwerp van gesprek onder de synodevaders, bevestigt S.B. Fouad Twal, die het in de eerste plaats wil hebben over hetgeen de gezinnen en families in het Nabije Oosten overkomt. “Ik kom zeer geregeld tussen in de sessies binnen de kleine werkgroepen, aangezien onze uitdagingen niet dezelfde zijn als deze in de andere landen in Europa en het Oosten. Er leeft wel interesse voor wat bij ons leeft en ik denk dat mijn aanwezigheid op de synode als een verrijking wordt ervaren.”

“Maar wij ervaren onze beperkingen,” erkent de Patriarch, “want het lijkt bijzonder moeilijk de trieste situatie waarin onze gezinnen in het Nabije Oosten leven, te wijzigen. Wij zijn onmachtig de politieke, economische en sociale situatie te verhelpen die in het Nabije Oosten op onze mensen weegt. En dan hebben wij het nog niet over al die gezinnen die de conflicten in Syrië en Irak ontvluchten en die zich in de vluchtelingenkampen bevinden waar elke vorm van recht en bescherming voor gezinnen en kinderen ontbreekt.”

De Synode over het gezin, een kerkelijk gebeuren van het allerhoogst belang dat door de media nauw wordt gevolgd, eindigt haar werkzaamheden op 24 oktober. Gedurende drie weken zullen de synodevaders van over de hele wereld zich dan over de uitdagingen hebben gebogen waartegenover gezinnen zich binnen de context van de Nieuwe Evangelisatie geplaatst weten.

Manuella Affejee voor ww.lpj.org
Vertaling l.d.s.



 


Toespraak van Kardinaal Peter Erdö aan Reuven Rivlin, President van Israël

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

JERUZALEM – Hieronder volgt de toespraak van Kardinaal Peter Erdö, gericht aan Reuven Rivlin, President van Israël. Deze werd op 16 september uitgesproken.

Zijne excellentie, Mijnheer de President,

In naam van de Raad van de Europese Bisschoppen dank ik u van harte ons te willen ontmoeten en dat u onze vergadering wil ontvangen. Het is een voor de vertegenwoordigers van de katholieke bisschoppen van Europa een bijzondere gelegenheid dat zij elkaar in Jeruzalem ontmoeten. Dit bezoek biedt hen ook de gelegenheid om hieraan een religieuze pelgrimstocht te verbinden. Het is in dit land dat Jezus, onze Heer en Meester, heeft geleefd. Het is ook hier dat wij die mensen kunnen ontmoeten die zich met Hem verbonden weten, en met wie wij evenzeer vanaf het begin en voor altijd onverbreekbaar verbonden zijn.

De voorbije dagen hebben wij de christenen van het Heilig Land onze nabijheid kunnen betuigen. Wij hebben de dynamiek en de levenskracht van de Israëlische staat en zijn volk kunnen bewonderen; en wij hebben ons tevens kunnen bezinnen over onze ervaringen met de interreligieuze dialoog.

Bij de gelegenheid van onze ontmoetingen is het altijd mogelijk om onze ervaringen uit de verschillende landen met elkaar uit te wisselen. Deze lopen van Ierland tot Rusland, van Turkije tot Noorwegen. Indien onze gedachten door vervolgde christenen in bepaalde regio’s worden in beslag genomen, dan zoeken we tegelijk naar de beste middelen om onze solidariteit uit te drukken met allen die er nood aan hebben.

De kennis over en het begrip voor de anderen zijn van bijzonder belang om tussen mensen met een verschillende cultuur en een verschillende godsdienst constructieve en vredevolle relaties op te bouwen. Daarom geloven wij dat het belangrijk is dat de samenleving in onze landen en onze christenen in het bijzonder een realistische en empathische kijk op de geschiedenis van Israël en het Joodse volk krijgen. Tegelijk bevinden we ons in een dialoog tussen de geschiedenis enerzijds en de fundamentele vraagstukken over het menselijk leven anderzijds. Ook vandaag zijn de traditionele idealen van het Joods-christelijk erfgoed nog steeds essentieel en bijzonder waardevol voor de gehele mensheid.

Mijnheer de President, van harte dank voor het bezoek dat u aan de Heilig Vader hebt gebracht en voor de opening die u hebt gemaakt om voor de talrijke praktische problemen tot een oplossing te komen. Wij hebben de bezorgdheden van onze christen broeders in het Heilig Land begrepen en wij spreken de hoop uit dat u voor deze problemen de passende oplossingen zult vinden, zeker voor deze die het onderwijs betreffen.

Wij wensen vrede en voorspoed aan het Israëlische volk, aan het Heilig Land en aan het geheel van het Midden-Oosten.

Shalom al kol Israel!

Vertaling l.d.s.



 


De Europese Bisschoppenconferentie vergadert in het Heilig Land

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

HEILIG LAND – Op vrijdag 11 september startte in het Heilig Land de jaarlijkse plenaire vergadering van de Raad van de Europese Bisschoppenconferentie (REB). Deze ontmoeting loopt tot 16 september en bevat tal van plechtige vieringen in verschillende heilige plaatsen in Galilea, zoals Kafarnaum, Magdala, Nazareth, Mi’ilya, Jeruzalem en Bethlehem. Twee centrale thema’s zullen het overleg beheersen: de figuur van Jezus en het delen van de vreugden en de uitdagingen van de Kerk in Europa.

Europa op bezoek in het Heilig Land Plenaire vergadering van de Europese Bisschoppenconferentie Isarël-Palestina: 11-16 september 2015.

Op uitnodiging van Mgr Fouad Twal, Latijns Patriarch van Jeruzalem, heeft van 11 tot 16 september in het Heilig Land de jaarlijkse plenaire zitting van de Raad van de Europese Bisschoppenconferentie (REB) plaats. Aan deze vergadering nemen traditiegetrouw alle voorzitters van de Europese Bisschoppenconferenties deel. Zij vertegenwoordigen 45 landen van het Europees continent.

Voor het eerst in de geschiedenis van de REB heeft deze ontmoeting in het Heilig Land plaats, het land waar het christendom is ontstaan en zich heeft ontplooid. Het uitzonderlijke karakter van deze gebeurtenis wordt bovendien nog geaccentueerd door het feit dat er in de recente geschiedenis van het christendom nooit eerder een zo groot aantal vertegenwoordigers van dit niveau van het Europese episcopaat elkaar tegelijk in vergadering hebben ontmoet. Door het Heilig Land als ontmoetingsplaats te kiezen, maakten de voorzitters van de Bisschoppenconferenties meteen ook duidelijk te willen op pelgrimstocht gaan naar de roots van Europa, naar de wortels van de Europese cultuur.

Mgr. Duarte da Cunha, Secretaris-Generaal van de REB, bevestigde:“De ontmoeting is inderdaad een pelgrimstocht naar de bakermat van het christelijk geloof. Vertrekkend vanuit dit land werden de volgelingen van Christus gedreven om heel de wereld te doorkruisen teneinde het nieuws over Jezus te verkondigen.

Bovendien raakte eveneens vanuit dit land het Evangelie over Europa verspreid. Wanneer Europa dus het Heilig Land bezoekt, bezoekt het de oorsprong van zijn eigen Joods-christelijke wortels.

Doorheen de tijden vormt deze regio een kruispunt van beschavingen die tevens gekenmerkt wordt door een grote culturele diversiteit. Deze regio heeft ook vaak met zware sociale spanningen af te rekenen, die het Heilig Land en Europa nauw met elkaar verbinden.”

De plenaire vergadering heeft twee centrale thema’s: de figuur van Jezus en het delen van de uitdagingen van de Kerk in Europa. Centraal in hun overleg beschouwen zij de Persoon van Jezus, waarachtig God en waarachtig mens. “Zich richten naar de historische Jezus, die hier in dit land heeft geleefd, is zeer belangrijk om onze huidige relatie met de levende Jezus te versterken. Zich over de historische werkelijkheid buigen die aan de basis ligt van het christelijk geloof, en de persoon van Jezus leren kennen, die midden zijn volk heeft geleefd, is essentieel om te begrijpen wat Hij heeft gezegd en wat Hij heeft gedaan. De mens geworden God werd lid van een volk, van het Israëlische volk. Zodoende raakten alle christene volkeren ter wereld als het ware genetisch met het Israëlische volk verbonden,” verduidelijkte Mgr. da Cunha.
Voldoende tijd zal er tevens besteed worden aan het beluisteren “van de vreugden en de uitdagingen” die heden de Europese Kerk raken.

De voorzitters brengen op hun beurt verslag uit over de situatie in hun eigen land. Dit is de gelegenheid bij uitstek om enkele gemeenschappelijke uitdagingen te overleggen. Bovenop de verschillende plechtige vieringen in de heilige plaatsen van Galilea, zoals in Kafarnaum, Magdala en de processie in de stad Mi’Ilya ter gelegenheid van het feest van de Kruisverering, is er op zaterdag 12 september een speciale avondlijke gebedsviering voor het gezin in de Basiliek van Maria-Boodschap in Nazareth. Deze wordt voorgegaan door Kardinaal Marc Ouellet, Prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen (destijds de Congregatie voor het Consitorie) en wordt voorafgegaan door een ontmoeting van de Europese bisschoppen met de katholieke families van de stad.

Tijdens de vergadering, die een duidelijk pelgrimskarakter heeft, mag een bezoek van de Europese bisschoppen aan Bethlehem zeker niet ontbreken. Dit is immers voor de christenen dé plaats waar God zich heeft geopenbaard en in de geschiedenis van de mensheid is ingetreden. In Bethlehem zullen de deelnemers in groep verschillende liefdadigheidsinstellingen bezoeken. Het is precies via deze instellingen dat de Kerk de meest hulpbehoevenden wil nabij zijn. Het merendeel van deze instellingen werd door de talrijke religieuze congregaties die in het Heilig Land werkzaam zijn, in het leven geroepen. Ze worden nog steeds door hen bestuurd.
In Bethlehem brengen de voorzitters hulde aan het nederige en verborgen werk van de talrijke geestelijken. De bisschoppen zullen in het bijzonder de gelegenheid krijgen de getuigenissen van de Karmelietessen en van de Zusters van de Rozenkrans te beluisteren over het leven van de twee nieuwe Palestijnse heiligen (Zuster Marie Alphonsine en Zuster Maryam van de Gekruisigde Jezus) die op 17 mei werden heilig verklaard.

De voorzitters zullen verder in Bethlehem nog de Custode van het Heilig Land ontmoeten, alsook de leden van de Vergadering van de Katholieke Bisschoppen in het Heilig Land en de vertegenwoordigers van de andere christene religies. De Vergadering van de Europese Bisschoppenconferentie eindigt op 16 september met een viering aan het altaar bij het lege graf van Jezus in de kerk van het Heilig Graf.

Vertaling l.d.s.



 


Strenge toespraak van de Latijnse Patriarch van Jeruzalem in Parijs

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

PARIJS – Op dinsdag 8 september richtte Patriarch Fouad Twal zich naar aanleiding van de internationale conferentie in Parijs in een toespraak tot de Franse en de Jordaanse Minister van Buitenlandse Zaken. Bij die gelegenheid legde hij de nadruk op het dramatisch karakter van de actuele situatie in het Midden-Oosten. Hij drong tevens aan op concrete maatregelen om de Syrische en Iraakse vluchtelingen te helpen en om de vrede in deze regio te herstellen.

Geachte Heer Minister Laurent Fabius,
Geachte Heer Minister Nasser Judeh,
Dames en Heren Afgevaardigden,

Mijnheer de Minister Laurent Fabius, u hebt op 27 maart j.l. voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties het volgende verklaard: “Laat mij duidelijk zijn: wij worden in het Midden-Oosten met een barbaarse daad van etnische en religieuze zuivering geconfronteerd.”

Sta mij toe, mijnheer de Minister, vandaag uw woorden tot de mijne te maken en om op mijn beurt klare taal te spreken. De tijd van woorden is voorbij, deze van daden is gekomen. Het Midden-Oosten is door oorlogen verscheurd, wordt door een ongelooflijke stroom van geweld overspoeld en kent hierdoor een van de zwaarste crisissen uit zijn geschiedenis. Het Westen kan bij dit tragische schouwspel niet langer als onverschillige toeschouwer aan de kant blijven staan.
De verantwoordelijken van deze verschrikkelijke oorlogen dienen hun geweten te onderzoeken en de consequenties van dit alles in ogenschouw te nemen. Wij zij als machteloze getuigen geschokt door de gevolgen van deze gewelddaden en zien de slachtoffers ervan dagelijks voor onze ogen.

Een van de directe gevolgen van deze conflicten is de niet te stoppen vluchtelingenstroom in de buurlanden van Syrië en Irak. In Jordanië zijn er reeds 740.000 Syrische en 8.000 Chaldees-Iraakse vluchtelingen. De levensomstandigheden van deze vluchtelingen worden van dag tot dag zorgwekkender. Ze moeten zich kunnen integreren, hebben nood aan werk en hun kinderen dienen dringend in de openbare en private onderwijsinstellingen van het land een solide opvoeding en een degelijk onderwijs te krijgen.

De katholieke Kerk in Jordanië staat op de eerste rij om de vluchtelingen hulp te bieden, maar beseft dat ze niet langer alleen het volle gewicht van deze conflicten kan dragen. De Kerk wordt moe, de Caritas wordt moe, de vluchtelingen worden moe en de toekomst is duister.

Dames en heren, laten we eerlijk zijn: de nood aan deze conferentie zou zich niet stellen, zonder de toestroom van vluchtelingen waarmee Europa thans wordt geconfronteerd. Deze mensen die door wanhoop worden gedreven, zoeken hulp, bijstand en leven. Ze ontsnappen aan de dood in Irak of in Syrië om die uiteindelijk op de Europese stranden te vinden.

Het is nutteloos te pogen hen terug naar huis te sturen zolang er geen vrede in hun land heerst. Er is dan ook slechts één dringende noodzaak: breng vrede in Syrië en in Irak.



 


Paus en Israëlische president overleggen over het Midden-Oosten

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

ROME – "Het is dringend en noodzakelijk om het vertrouwen tussen Israëli’s en Palestijnen te bevorderen om de rechtstreekse onderhandelingen nieuw leven in te blazen. Die moeten leiden tot een overeenkomst die respect heeft voor de legitieme aspiraties van beide volkeren, als fundamentele bijdrage tot de vrede en de stabiliteit in de regio", zei paus Franciscus donderdagmorgen in een gesprek met de Israëlische president Reuven Rivlin.

Het was het eerste bezoek van Rivlin aan de paus sinds zijn aantreden in juli 2014. Het gesprek duurde 30 minuten. Volgens een communiqué overlegden beiden over de actuele situatie in de regio, de onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen en de toestand in buurlanden als Libanon en Syrië. Ze wisselden ook van mening over de situatie van de christenen in het Heilige land en de problemen waarmee de erg bescheiden katholieke gemeenschap in Israël wordt geconfronteerd.

Het communiqué vermeldt niet of ze spraken over de bouw van de muur in de Cremisanvallei, waardoor christelijke gezinnen van hun landbouwgronden worden gescheiden. President Reuven Rivlin bezocht net een week geleden wel het benedictijnenklooster van Tabgha en veroordeelde er toen de brandstichting.

President Rivlin overhandigde de paus een steen uit de achtste eeuw voor Christus, uit de periode van het Koningshuis van David, met een tekst waarin sprake is over vrede voor Jeruzalem. De paus schonk Rivlin een medaille, een exemplaar van zijn encyclieken Laudato Si’ en een tak van de Olijfboom, die tijdens de vredesontmoeting van de Israëlische en Palestijnse president in de tuin van het Vaticaan werd geplant.

Israël en de Heilige Stoel knoopten in 1994 diplomatieke relaties aan. In december 1993 werd een eerste basisakkoord ondertekend, maar de onderhandelingen over de vrijstelling van gemeentebelasting voor kerkelijke instellingen zoals kerkgebouwen en kloosters en de juridische status van de katholieke Kerk blijven aanslepen. Recent wekte het Vaticaan de ergernis van Israël met de aankondiging van een diplomatiek akkoord met Palestina.

(Kerknet)



 


De President van Israël in het Vaticaan

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

ROME – President Reuven Rivlin is begonnen aan zijn officieel bezoek aan Rome en aan het Vaticaan. Hij werd donderdag met een officiële plechtigheid in het Vaticaan verwelkomd.

President Reuven Rivlin vertrok woensdag uit Israël voor zijn eerste officiële reis naar Rome. Hij zou tevens op uitnodiging van Paus Franciscus een officieel bezoek brengen aan het Vaticaan.

Bij zijn vertrek verklaarde de president: “Ik vertrek voor een ontmoeting met een ‘leader’ die een ware vriend van de Israëlische staat en het Joodse volk is. Paus Franciscus is een inspiratiebron die in de dialoog tussen de verschillende religies gelooft. Zijn daden en verklaringen hebben tevens tot doel deze dialoog te bevorderen. Hij is een gezant van de verzoening en van het mededogen, dit alles ten voordele van het welzijn van de mensheid. Deze ontmoeting verheugt me dan ook ten zeerste. Ik ben zeker dat dit onderhoud, evenzeer als de ontmoeting met de Italiaanse president, vruchtbaar en productief zal zijn. Het betekent een belangrijke stap naar het succes van onze samenwerking en ter bevestiging van de wederzijdse relaties tussen onze landen.”

De president werd op donderdagochtend met een officiële welkomsplechtigheid in het Vaticaan onthaald. Daarna was een privé-ontmoeting met de paus voorzien. Op de agenda stond een gesprek over de nood aan dialoog tussen de volkeren in het Midden-Oosten die verschillende religies aanhangen.

De Israëlische president zou ten aanzien van Paus Franciscus ook het belang benadrukken dat de Israëlische staat hecht aan de godsdienstvrijheid. Hij zou de paus tevens de vooruitgang melden inzake de vestigingen van christenen in de vallei van de Jordaan. Deze vestigingen vormen het voorwerp van een initiatief van de Israëlische veiligheidsdiensten, dit in partnerschap met l’Autorité des Réserves Naturelles. Dit laatste heeft tot doel de traditionele zones te vrijwaren. De toegang tot deze sites dient opnieuw voor bezoekers en pelgrims mogelijk gemaakt te worden.

Later op de dag zou de president nog een ontmoeting hebben met Staatssecretaris Kardinaal Parolin en vervolgens met de Italiaanse president. Vervolgens zou hij zich naar de Grote Synagoge van Rome in de oude Joodse wijk begeven waar een onderhoud met de Joodse gemeenschap was voorzien. Daar werden 700 leden van de Joodse gemeenschap en genodigden verwacht.

Bronnen: AFP, The Times of Israel
Vertaling l.d.s.



 


Communiqué van de E.U. aangaande de scheidingsmuur in de Cremisan Vallei

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

JERUZALEM – Hieronder volgt een communiqué van de Europese Unie als reactie op de recente beslissing van het Israëlisch Hooggerechtshof dat de toestemming verleent voor het bouwen van de scheidingsmuur in de Cremisan Vallei.

Lokaal communiqué van de E.U. betreffende de scheidingsmuur in de Cremisan Vallei – 10 juli 2015

De delegaties van de Europese Unie (EU) in Jeruzalem en Ramallah drukken hun diepe ontgoocheling en bezorgdheid uit bij de afkondiging van de beslissing van 6 juli van het Israëlisch Hooggerechtshof die de bouw van een deel van de scheidingsmuur in de Cremisan Vallei toelaat. Indien de bouw plaats vindt, zal deze de toegang van 58 families tot hun landbouwgronden ernstig bemoeilijken en hen zodoende zwaar in hun middelen van bestaan treffen. Deze zal tegelijk een opflakkering van de inbreuken op het Palestijns grondgebied in de buurt van Bethlehem met zich meebrengen. Deze regio is bovendien reeds ernstig door de uitbreiding van de kolonies aangetast. De muur zal de Palestijnen die er leven nog meer in een wurggreep houden.
De delegaties van de EU in Jeruzalem en in Ramallah herinneren eraan dat de EU het advies van het Internationaal Gerechtshof (juli 2004), dat de bouw van de scheidingsmuur op bezet gebied als onwettig verklaart, heeft onderschreven.

Contact: EU Press Office on +972-2-541 5888
Vertaling: l.d.s.



 


De situatie in het Midden-Oosten : standpunt van de Heilige Stoel

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

INTERVIEW – Kardinaal Pietro Parolin, Staatssecretaris, gaf een interview aan journalisten van Vatican Insider. Daarin verwoordt hij duidelijk het standpunt van de Heilige Stoel op de relaties tussen de Heilige Stoel en Israël, op het vredesproces, op het antisemitisme en op het radicaliseren van de Islam.

Het Tweede Vaticaans Concilie en “Nostra Aetate” betekenden een revolutie in de joods-katholieke en interreligieuze relaties. Vijftig jaar later, en twintig jaar nadat het basisakkoord een nieuw tijdperk inluidde voor de diplomatieke betrekkingen tussen de Israëlische Staat en de Heilige Stoel, sprak Kardinaal Pietro Parolin, sleutelfiguur in de Vaticaanse diplomatie, zich uit over enkele belangrijke kwesties van het vredesproces in het Midden-Oosten. Het betrof meer specifiek de relaties tussen het Vaticaan en Israël, de relaties tussen het Vaticaan en Palestina, de strijd tegen de opgang van het antisemitisme, de verantwoordelijkheid van de religieuze leiders en de moslims in het bijzonder in de strijd tegen het radicaliseren van de Islam. Tenslotte had hij het ook nog over de inspanningen van het Vaticaan om de vrede in het Midden-Oosten aan te moedigen.

Kardinaal Parolin onderstreepte hoe de Heilige Stoel herhaaldelijk Israël en Palestina heeft opgeroepen om “in het kader van de verzoening en de vrede moedige beslissingen te nemen.” “De twee volkeren moeten hun problemen en interne moeilijkheden zo snel mogelijk oplossen. Er zijn immers - spijtig genoeg - nog steeds mensen die blijkbaar geen vrede wensen, of eigenlijk al met het behoud van een status quo tevreden zijn. Desondanks hoop ik dat de meerderheid van de burgers voorstander is van een vrede. De steun van de internationale gemeenschap is nodig om het vertrouwen te herstellen en de dialoog te bevorderen die door de historische strijd en de vele conflicten wordt bemoeilijkt. De waarden die in de Universele Verklaring van de Mensenrechten en in de betreffende UNO-resoluties zijn vervat, moeten voor elkeen het referentiepunt zijn.

”Wat betreft de nakende ondertekening van het akkoord tussen de Heilige Stoel en de Palestijnse Staat, onderstreepte de kardinaal dat dit akkoord geen obstakel of ongunstig initiatief is dat het vredesproces tussen joden en Palestijnen negatief zou beïnvloeden. Integendeel, alhoewel het akkoord in wezen het leven van de Kerk betreft, beoogt het tevens het welzijn van de hele samenleving.

Het is inderdaad zo dat een akkoord waarbij de Palestijnse Staat zich engageert de fundamentele rechten te erkennen - met inbegrip van de godsdienstvrijheid en de gewetensvrijheid - als een etappe mag beschouwd worden in de weg die een land aflegt naar democratie en respect voor de verschillende religieuze realiteiten. De Heilige Stoel hoopt tegelijk dat dit akkoord zal mogen bijdragen tot de realisatie van een duurzame vrede via de twee-staten-oplossing. Dit mag geen afbreuk doen van de legitieme rechten van joden of Palestijnen. Beiden worden immers opgeroepen om zich niet langer als vijanden of tegenstanders maar als buren, ik zou zelfs méér zeggen: als vrienden en als broeders te beschouwen, die gulzig en verlangend uitkijken om in het belang van beide partijen een onderhandelde oplossing te vinden.

Niettemin herinnerde de kardinaal eraan dat “het niet aan de Heilige Stoel toekomt om een politieke strategie uit te dokteren die het conflict kan beslechten. De Heilige Stoel verwijst slechts naar algemene principes en roept op tot dialoog en vrede.” Hij verwees naar de pelgrimstocht van Paus Franciscus naar het Heilig Land die vorig jaar plaats vond. Daarin stelde hij de vrede voor als een geschenk van God en een engagement van de mens. Deze pelgrimstocht werd gevolgd door het initiatief van het Vaticaan waarbij hij de presidenten van Israël en de Palestijnen uitnodigde om in aanwezigheid van de Patriarch Bartholomeus, samen voor de vrede te bidden.

Ruim twintig jaar na de aankomst van een diplomatieke zending vanwege de Heilige Stoel in Israël, met aan het hoofd Jean-Louis Tauran, herinnerde Kardinaal Parolin nu evenzeer aan de diplomatieke betrekkingen tussen Israël en het Vaticaan.

“In de loop van de voorbije jaren hebben tal van kerkelijke gezanten vanuit verschillende ministeries van de Heilige Stoel om uiteenlopende redenen het Heilig Land bezocht. Zo was er ondermeer het bezoek van Kardinaal Kurt Koch, Voorzitter van de Pontificale Raad ter Bevordering van de Eenheid onder de Christenen en van de Commissie voor de religieuze Betrekkingen met de Joden.”

“Wat de relaties tussen de Heilige Stoel en de Israëlische Staat betreft, hou ik eraan te herinneren dat wij recentelijk de twintigste verjaardag hebben gevierd van de diplomatieke relaties die het resultaat zijn van het basisakkoord tussen beide partijen dat op 30 december 1993 werd ondertekend en dat begin 1994 werd geratificeerd. We hebben een lange weg afgelegd om onze wederzijdse vriendschapsbanden en de dialoog te verstevigen. Een ander resultaat van het basisakkoord is de overeenkomst omtrent de juridische entiteit van de Kerk dat van november 1997 dateert. Een ander akkoord over de fiscaliteit en de eigendommen - ook wel het economisch akkoord genoemd - staat na jarenlange onderhandelingen op het punt van zijn voltooiing. Ik hoop dat het in de nabije toekomst zal kunnen ondertekend worden.”

Wat betreft het basisakkoord van 1993 en het akkoord omtrent de rechtspersoonlijkheid van de Kerk van 1997, zijn beiden, ondanks het feit dat ze reeds werden geratificeerd, nog niet in het binnenlandse wetgeving van Israël verwerkt. De kardinaal vermelde hierbij wel “dat de Heilige Stoel reeds meermaals deze kwestie had aangehaald en vanwege de Israëlische autoriteiten de verzekering had gekregen dat men hieraan zou tegemoet komen.”
Aangaande de relaties met het joodse volk had de Staatssecretaris het over de zeer positieve ontwikkeling in de joods-christelijke relaties, zeker na het Tweede Vaticaans Concilie en de Verklaring Nostra Aetate van 28 oktober 1965 (...) Een speciaal Bureau van de Heilige Stoel, de Commissie voor de Religieuze Betrekkingen met de Joden onderhoudt met de verschillende joodse instellingen, met inbegrip van het Internationaal Joods Comité voor Interreligieus Overleg, regelmatige contacten.
Ten aanzien van het groeiend antisemitisme in Europa dat de joodse gemeenschap over de hele wereld verontrust, verzekerde de kardinaal dat “de Heilige Stoel zich in de voorste linies zal positioneren in de strijd tegen de nieuwe beproeving van de Jodenhaat. De Heilige Stoel veroordeelt expliciet in alle opzichten het antisemitisme, zowel in de schoot van de Kerk als in de hele internationale gemeenschap.” Op dezelfde wijze “veroordeelt de Heilige Stoel alle vormen van onverdraagzaamheid ten aanzien van de christenen, de moslims of van hen die tot andere religies behoren.”

Bij de bevraging van de kardinaal betreffende het radicaliseren van de Islam, herinnerde hij aan het feit dat het terrorisme “een van de belangrijkste uitdagingen van de huidige tijd is geworden en dat dit met alle beschikbare middelen moet bestreden worden. Aangezien het om een mondiale dreiging gaat, vereist dit een samenwerking tussen elkeen en dit op elk niveau, gaande van de militaire veiligheidsdiensten, de politiek en de economie, ten einde de financiële middelen van de terroristische groeperingen te blokkeren.”

Desalniettemin onderstreepte de kardinaal hoe onderwijs en opvoeding de grootste uitdaging terzake vormen: “Op dit vlak ligt er een grote verantwoordelijkheid bij de religieuze leiders die opgeroepen worden hun troepen op te leiden tot dialoog, vrede en tot een cultuur van de ontmoeting”. Hij merkte verder op dat “wij, indien nodig, de moed moeten opbrengen om zowel de methodes als de inhoud van onze programma’s te herdenken. Zo kunnen we samen wegen uittekenen om de fundamentele waarden te ontwikkelen, zonder dewelke er geen kans is op vrede noch op dialoog. Wij moeten vechten tegen een mentaliteit die er op gericht is de anderen uit te sluiten en een “monochrome” cultuur te vestigen die de diversiteit vernietigt. Wij moeten in het bijzonder elke manipulatie van de religie bevechten die geweld en terrorisme wil verrechtvaardigen.” Ten aanzien van de radicale Islam legde de kardinaal tevens de nadruk op het feit dat “alle moslims persoonlijk verantwoordelijkheid dragen om deze tendensen te bestrijden.”

Bron: : Lisa Palmieri-Billig voor Vatican Insider
Vertaling : LDS



 


Patriarch Twal erkent het verdrag tussen de Heilige Stoel en de Palestijnse Staat

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

ROME – De Latijnse Patriarch Twal heeft vanuit de eeuwige stad, waar hij deelnam aan de festiviteiten ter ere van de heiligverklaring, de inhoud erkend van het verdrag tussen de Heilige Stoel en de Palestijnse Staat. Daarbij drukt hij de hoop uit op vrede en rechtvaardigheid in de regio.

Zoals we reeds eerder aangaven, heeft de bilaterale commissie van de Heilige Stoel en van de Palestijnse Staat hun werkzaamheden rond een plenair akkoord op woensdag 13 mei 2015 beëindigd. Het resultaat van hun werk onder leiding van Mgr. Camilleri, Vice-Secretaris voor de verhoudingen met de staten, en de Palestijnse ambassadeur Rawan Sulaman, Adjunct-Minister voor Buitenlandse Zaken, zal eerlang aan de betrokken autoriteiten voorgelegd worden. Daarna zal een datum voor de ondertekening van het verdrag worden vastgelegd.

Sedert november 2012, datum van de toekenning van het statuut van waarnemende staat, niet-lid van de Organisatie van de Verenigde Naties, gebruikt het Vaticaan in al zijn officiële documenten, in zijn communiqués over het land (zoals bijvoorbeeld in het officieel programma van de reis van de paus naar het Heilig Land in mei 2014), steevast de titulatuur van “Palestijnse Staat”. Mahmoud Abbas begaf zich sedert de erkenning in de UNO reeds tweemaal naar het Vaticaan. Hij werd er telkens ontvangen en officieel als “President van de Palestijnse Staat” aangesproken. Het was ook met deze titel dat hij op zaterdag 16 mei door Paus Franciscus warm werd onthaald. De dag daarop woonde hij de heiligverklaring van de Palestijnse heiligen Mariam Bawardy en Marie-Alphonsine bij.

Mgr. Fouad Twal, Latijns Patriarch van Jeruzalem, heeft op zijn beurt de “bereikte vooruitgang in het leven en het werk van de Kerk in Palestina” met veel sympathie en warmte begroet. “Dit akkoord,” onderlijnde de patriarch, “is tevens een nieuw teken van hoop en vertroosting voor het Palestijnse volk, een bijkomende vooruitgang op de weg van de rechtvaardigheid en dus ook voor de vrede.

Ondanks de grote moeilijkheden die in de regio ons deel zijn, staan we op de internationale scene niet alleen. De Heilige Stoel, maar ook de hele wereld, begint steeds meer aan onze zijde te staan. Deze aankondiging op de vooravond van de heiligverklaring van twee van onze Palestijnse dochters, moedigt ons aan om te volharden en te blijven geloven in een haalbare vrede voor iedereen, dit ondanks alle moeilijke omstandigheden waar we nu mee te kampen hebben. Want de vrede betreft nooit één enkel volk.”

En de patriarch voegde er aan toe: “Wij hopen dat, eens het akkoord zal ondertekend zijn, ook de Arabische Liga present zal zijn en dat het als model voor veel andere landen zal dienstig zijn.”

Het Vaticaan moedigt reeds gedurende decennia de twee-staten-oplossing aan. Hiervan getuigen heel wat toespraken en officiële documenten van de pausen. Dit verdrag sluit bovendien perfect aan bij vele kwesties die nauw met het dagelijkse leven van de christenen in het Heilig Land verbonden zijn. Het blijft evenwel afwachten of het aangekondigde akkoord met Palestina enig impact zal hebben op de beginnende bilaterale onderhandelingen tussen de Heilige Stoel en de Israëlische Staat die slechts moeizaam vooruitgaan.

Is de herkenning van de Palestijnse Staat door het Vaticaan niet meteen een nieuw gegeven, dan bevat de aankondiging van woensdag 13 mei op zijn minst enkele nieuwe elementen. Het diplomatiek akkoord en de spoedige ondertekening ervan vertegenwoordigen een belangrijke bijkomende stap, al was het maar omwille van het gebruik van de term “Palestijnse Staat” in dit sleuteldocument, dat van levensbelang is voor de relaties tussen de Heilige Stoel en de Palestijnen. Het betreft bovendien een document dat zoveel concrete aspecten van het leven van de Katholieke Kerk in Palestina regelt. “Zoals alle verdragen van de Heilige Stoel met andere staten, wil ook dit akkoord het leven, de activiteiten en de juridische erkenning van de Katholieke Kerk bevorderen, teneinde haar dienst aan de gemeenschap doeltreffender te laten verlopen?” preciseerde Mgr. Antoine Camilleri in de Osservatore Romano.

Zonder de eigenlijke inhoud van het akkoord, die nog niet publiek werd gemaakt, te onthullen, heeft Mgr. Camilleri toch reeds de belangrijkste aspecten voorgesteld. De inleiding en het eerste hoofdstuk behandelen de fundamentele principes en normen die een kader voor samenwerking tussen beide partijen moeten waarborgen. “Daar wordt bijvoorbeeld onze wens uitgedrukt om uitzicht op een oplossing te krijgen betreffende de Palestijnse kwestie alsook in het conflict tussen Israël en de Palestijnen, dit in het kader van een twee-staten-oplossing en de resoluties van de internationale gemeenschap.”
Volgt dan een tweede hoofdstuk, dat heel grondig en gedetailleerd is uitgewerkt. Dit behandelt de godsdienst- en gewetensvrijheid. Dit bevat ook enkele delen over de verschillende aspecten van het leven en de werkzaamheid van de Kerk in de Palestijnse gebieden: haar vrijheid van handelen, de personele kwesties, haar jurisdictie, het statuut van de cultusplaatsen, de bescherming van haar sociale en caritatieve activiteiten en het recht om haar communicatiemiddelen te ontwikkelen.
Een volgend hoofdstuk behandelt de fiscale kwesties en de regeling rond haar eigendommen. Tenslotte herinnerde de Vice-Secretaris van de betrekkingen van de Heilige Stoel met de andere Staten nog even aan de unieke waarde van dit akkoord dat de aanwezigheid van de Kerk regelt in het land waarin het christendom is ontstaan.

Bronnen: Osservatore Romano & www.lpj.org

Vertaling: l.d.s.



 


Paus schrijft brief aan Christenen in het Midden-Oosten

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

ROME - Paus Franciscus doet in een brief aan de christenen van het Midden-Oosten een oproep voor de vrede in de regio en de versterking van de humanitaire hulp. Daarbij moet het respect voor de menselijke persoon en de identiteit en plaatselijke cultuur van het land op de eerste plaats komen.

Paus Franciscus benadrukt in zijn schrijven dat de recente dramatische gebeurtenissen christenen en de hele wereldgemeenschap bewust hebben gemaakt van het belang van de christelijke aanwezigheid in deze regio. Tegelijk beklemtoont hij dat de terreur een omvang heeft aangenomen, die wij tot voor kort nog onmogelijk hielden. Zo werden burgers op brutale wijze van hun gronden verdreven.

Franciscus heeft nog een speciaal woord van bemoediging voor de jongeren in het Midden-Oosten, opdat zij zowel als mens en als christen zouden groeien. "Wees nooit bang om christen te zijn. Uw relatie met Christus stelt U in staat om met iedereen samen te werken, ongeacht de geloofsovertuiging."

(Kerknet)



 


Maronitische Patriarch verwerpt kritiek op bezoek aan Jeruzalem

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Kardinaal Béchara Boutros Raï, de patriarch van Antiochië (Libanon), heeft tijdens zijn bezoek aan Frankrijk de kritiek verworpen op zijn bezoek aan Jeruzalem en Bethlehem, als lid van de delegatie van paus Franciscus.

Twee pro-Hezbollah en pro-Syrische kranten hadden in hun weekendeditie zware kritiek geleverd omdat de patriarch Jeruzalem bezoekt, ook al ontmoet hij geen Israëlische politieke leiders.

De Libanese krant ’As-Safir’ bestempelt het eerste bezoek van een Maronitische patriarch sinds de oprichting van de staat Israël als een ’historische’ vergissing en een ’gevaarlijk precedent’. Volgens de krant ’ Al-Akhbar’ gaat een groep Libanese politici de patriarch alsnog proberen overtuigen om het bezoek aan Jeruzalem af te zeggen.

Kardinaal Béchara Boutros Raï betreurde in Lourdes dat sommigen olie op het vuur proberen te gieten en problemen maken waar er geen zijn. Zijn vicaris Boulos Sayah zegt het ondenkbaar is dat de Maronitische patriarch de pauselijke uitnodiging voor de historische oecumenische ontmoeting in Jeruzalem zou hebben geweigerd. "Hij reist al evenmin via een Israëlische luchthaven. Vanuit Amman, waar het pauselijk bezoek start, reist hij daarna per bus naar Bethlehem en Jeruzalem. Aansluitend bezoekt hij onze Maronitische gemeenschappen in Nazareth en Haifa." Paus Franciscus vliegt vanuit Amman per vliegtuig naar Jeruzalem.



 


Paus bezoekt Yad Vashem

 

4 februari 2014 2014 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Paus Franciscus brengt tijdens zijn bezoek van eind mei aan het Heilige Land ook een bezoek aan joodse Holocaustmonument en -museum Yad Yashem in Jeruzalem.

Dat maakt de pauselijke afgevaardigde Mgr. Giuseppe Lazzarotto bekend. Ook zijn voorgangers, de pausen Joannes Paulus II (2000) en paus Benedictus XVI (2009), bezochten eerder al Yad Vashem. De Poolse paus Joannes Paulus II nam destijds tijdens zijn bezoek ook deel aan een herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de Shoah.

Aartsbisschop Lazzarotto: “De paus zal zich tijdens zijn reis naar Israël aan het gebruikelijke protocol houden. Een bezoek aan het Holocaustmonument Yad Yashem is daarvan een vast onderdeel. Hij bezoekt ook de Tempelberg en de Klaagmuur. Het officiële programma voor zijn bezoek van 24 tot 26 mei aan Amman, Bethlehem en Jeruzalem werd pas in april bekendgemaakt. Tot dan kunnen nog veel veranderingen worden aangebracht.”

Kerknet



 


Paus vooral bezorgd over conflict in Syrie

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

In zijn eerste toespraak tot de ambassadeurs geaccrediteerd bij de H. Stoel sneed paus Franciscus maandagmorgen in het apostolisch paleis in het Vaticaan de belangrijkste thema’s aan die de internationale politiek beroerden of beroeren. Hij sprak onder meer over het Nabije Oosten, Afrika, Azië en de migrantenproblematiek.

De Paus verheelde niet dat de toestand in Syrië hem het meest zorgen baart. “Er is nood aan een vernieuwde gemeenschappelijke politieke wil om een einde te maken aan het conflict. De Syrië-conferentie in Genève moet tot pacificatie leiden”, aldus de paus, die ook bezorgd zei te zijn over het hele Nabije Oosten, met name in Libanon “waar een vernieuwde samenwerking nodig is om te vermijden dat de verschillen verder uiteenlopen die de stabiliteit van het land in gevaar kunnen brengen”.

“Overal is de diplomatieke weg dé weg om de problemen op te lossen”, zei de kerkleider. Paus Franciscus riep de internationale gemeenschap op om het geweld in de Centraal Afrikaanse Republiek te doen ophouden, er de rechtsstaat te herstellen en humanitaire hulp te garanderen. De kerkleider betreurde tenslotte de ‘algemene onverschilligheid’ tegenover de migrantenproblematiek zoals bij tragedies als Lampedusa.

Theo Borgermans (Kerknet)



 


Paus van 24 tot 26 mei naar het Heilig Land

 

4 februari 2014 2014 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Paus Franciscus heeft vandaag zondag op het einde van het Angelusgebed bevestigd dat hij van 24 tot 26 mei een pelgrimsreis onderneemt naar het Heilige Land.

Paus Franciscus heeft vandaag zondag op het einde van het Angelusgebed bevestigd dat hij van 24 tot 26 mei een pelgrimsreis onderneemt naar het Heilige Land. De steden Amman, Betlehem en Jeruzalem staan op het programma.

"In de Heilig Grafkerk zal ik samen met patriarch Bartholomeüs van Constantinopel een oecumenische ontmoeting organiseren met vertegenwoordigers van alle christelijke Kerken in Jeruzalem", zei de paus.

De verwachtingen van de christenen in het Heilige Land voor het pausbezoek van eind mei zijn bijzonder hooggespannen. Dat vertelt Mgr. William Shomali, de hulpbisschop van het Latijnse patriarchaat van Jeruzalem aan ‘Radio Vaticaan’. “Niet alleen christenen, maar ook joden en moslims verwachten dat dit pausbezoek kan bijdragen tot een versterking van de oecumenische en interreligieuze relaties.”

“De reis zal ook een belangrijke impuls geven aan de relaties met de orthodoxe Kerk”, zegt mgr. Shomali. Daarbij verwijst hij naar de ontmoeting van de paus en de oecumenische patriarch Bartholomeüs met de bisschoppen en patriarchen van alle christelijke Kerken in Jeruzalem. De bisschop erkent dat katholieken en orthodoxen van mening blijven verschillen over de invulling van het primaatschap van de paus. “Maar ik ben ervan overtuigd dat zowel de paus als de orthodoxen zich willen inspannen opdat de bilaterale dialoog vooruitgang zou maken. Wij bidden opdat de heilige Geest de paus zou inspireren om van dit bezoek een succes te maken. Wij hebben niet alleen menselijke inspanningen, maar evenzeer de zegen van de Heer nodig.”

(Kerknet)



 


Paus reist in mei 2014 naar het Heilige Land

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Het al eerder aangekondigde bezoek van paus Franciscus aan het Heilige Land zal op 25 en 26 mei 2014 plaatsvinden.

Dat heeft een Israëlische verantwoordelijke vrijdag aan de Amerikaanse tv-zender ‘CNN’ bevestigd. De paus bezoekt Jeruzalem en zal Israëlische en Palestijnse verantwoordelijken ontmoeten. Nadere details van het pausbezoek worden pas later bekendgemaakt. Het Vaticaan heeft de data nog niet officieel bevestigd.

Paus Franciscus kondigde al eerder aan dat hij, op vraag van de oecumenische patriarch, volgend jaar het Heilige Land wil bezoeken. Met hun reis naar het Midden-Oosten willen beide kerkleiders het historische bezoek uit 1964 van paus Paulus VI en de toenmalige oecumenische patriarch Athenagoras I van Constantinopel aan Jeruzalem herdenken. Met dat bezoek werd destijds een nieuwe fase in de samenwerking van de katholieke en de orthodoxe Kerk ingeluid.

(Kerknet)



 


“Jérusalem, où nous sommes tous nés spirituellement”

 

24 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - Lieutenance de Belgique

CITE DU VATICAN – Le Saint Père a reçu jeudi 21 novembre pour la première fois tous les Patriarches et les Archevêques Majeurs des Eglises orientales catholiques. Voici la traduction intégrale de ce discours prononcé en italien.

Chers frères et sœurs,

« Le Christ est la lumière des peuples » : c’est ainsi que commence la Constitution dogmatique sur l’Église du concile œcuménique Vatican II. De l’Orient à l’Occident, toute l’Église rend ce témoignage au Fils de Dieu ; cette Église qui, comme l’exprime ensuite le même texte conciliaire, « est présent[e] à tous les peuples de la terre […] Tous les fidèles, en effet, dispersés à travers le monde, sont, dans l’Esprit Saint » (n. 13). « De la sorte, poursuit le texte en citant Jean Chrysostome, celui qui réside à Rome sait que ceux des Indes sont pour lui un membre » (Homélie sur Jean 65, 1 : PG 59, 361).

Les mémorables assises de Vatican II eurent aussi le mérite de rappeler explicitement que, dans les liturgies anciennes des Églises orientales, dans leur théologie, leur spiritualité et leur discipline canonique, « resplendit en elles la tradition qui vient des Apôtres par les Pères et qui fait partie du patrimoine indivis de toute l’Eglise et révélé par Dieu » (Décret Orientalium Ecclesiarum, 1).

Aujourd’hui, je suis vraiment heureux d’accueillir les patriarches et les archevêques majeurs, ainsi que les cardinaux, les métropolites et les évêques membres de la Congrégation pour les Églises orientales. Je remercie le cardinal Leonardo Sandri pour les salutations qu’il m’a adressées et je lui suis reconnaissant de la collaboration que je reçois de la part du dicastère et de chacun de vous.

Cette session plénière vise à se réapproprier la grâce du concile Vatican II et du magistère qui a suivi sur l’Orient chrétien. C’est en examinant le chemin parcouru qu’émergeront des orientations propres à soutenir la mission confiée par le Concile à nos frères et sœurs d’Orient, celle de « promouvoir l’unité de tous les chrétiens, notamment des chrétiens orientaux » (ibid., 24). L’Esprit-Saint les a guidés dans cette tâche sur les sentiers difficiles de l’histoire, nourrissant leur fidélité au Christ, à l’Église universelle et au Successeur de Pierre, parfois à un prix élevé, souvent jusqu’au martyre. Toute l’Eglise vous en est vraiment reconnaissante !

Inscrivant mes pas dans ceux de mes prédécesseurs, je veux réaffirmer ici qu’« il existe légitimement, au sein de la communion de l’Eglise, des Eglises particulières jouissant de leurs traditions propres – sans préjudice du primat de la Chaire de Pierre qui préside à l’assemblée universelle de la charité, garantit les légitimes diversités et veille à ce que, loin de porter préjudice à l’unité, les particularités, au contraire, lui soient profitables » (Lumen gentium, 13). Oui, la diversité authentique, la diversité légitime, celle qui est inspirée par l’Esprit, ne cause pas de tort à l’unité mais la sert ; le Concile nous dit que cette diversité est nécessaire à l’unité !

Ce matin, j’ai pu apprendre de la bouche même des patriarches et des archevêques majeurs la situation des différentes Eglises orientales : la nouvelle vitalité de celles qui ont longtemps été opprimées sous les régimes communistes ; le dynamisme missionnaire de celle qui se réfèrent à la prédication de l’apôtre Thomas ; la persévérance de celles qui vivent au Moyen-Orient, assez souvent dans la condition de « petit troupeau », dans des environnements marqués par l’hostilité, les conflits et même les persécutions cachées.

Au cours de votre réunion, vous abordez différentes problématiques concernant la vie interne des Églises orientales et la dimension de la diaspora, qui a considérablement augmenté sur tous les continents. Il faut faire tout ce qui est possible pour que les chances de conciliation puissent se réaliser, en facilitant la sollicitude pastorale dans les territoires mêmes et là où les communautés orientales se sont établies depuis longtemps, promouvant en même temps la communion et la fraternité avec les communautés de rite latin. Pour cela il pourra être bon d’imprimer une nouvelle vitalité aux organismes de consultation déjà existants entre les différentes Eglises et avec le Saint-Siège.

Ma pensée se tourne tout particulièrement vers la terre bénie sur laquelle le Christ a vécu, est mort et ressuscité. Sur elle, je l’ai senti aujourd’hui en écoutant les patriarches ici présents, la lumière de la foi ne s’est pas éteinte, elle resplendit au contraire, bien vivante. Elle est « la lumière de l’Orient » qui « a illuminé l’Église universelle, depuis qu’est apparu sur nous l’Astre d’en-haut (Lc 1,78), Jésus-Christ, notre Seigneur » (Lett. Ap. Orientale Lumen, 1). Tout catholique a donc une dette de reconnaissance envers les Eglises qui vivent dans cette région. Nous pouvons apprendre d’elles, entre autres, la patience et la persévérance de l’exercice quotidien, parfois laborieux, de l’esprit œcuménique et du dialogue interreligieux. Le contexte géographique, historique et culturel dans lequel elles vivent depuis des siècles, en effet, en a fait des interlocuteurs naturels de nombreuses autres confessions chrétiennes et d’autres religions.

Les conditions de vie des chrétiens qui, dans de nombreuses parties du Moyen-Orient, subissent de manière particulièrement pesante les conséquences des tensions et des conflits ouverts, sont source d’une grande préoccupation. La Syrie, l’Irak, l’Égypte et d’autres régions de Terre Sainte, versent parfois des larmes. L’évêque de Rome n’en prendra pas son parti tant qu’il y aura des hommes et des femmes qui, quelle que soit leur religion, seront atteints dans leur dignité, privés du nécessaire pour survivre et à qui on vole leur avenir en les réduisant à une vie de réfugiés. Aujourd’hui, avec les pasteurs des Eglises d’Orient, nous lançons un appel pour que soit respecté le droit de chacun à mener une vie digne et à professer librement sa foi. Nous ne nous résignons pas à imaginer un Moyen-Orient sans les chrétiens qui, depuis deux mille ans, y confessent le nom de Jésus et sont insérés comme des citoyens à part entière dans la vie sociale, culturelle et religieuse des nations auxquels ils appartiennent.

La douleur des plus petits et des plus faibles, ainsi que le silence des victimes, posent une question lancinante : « Où en est la nuit ? » (Is 21,11). Continuons à veiller, comme la sentinelle de la Bible, sûrs que le Seigneur ne nous privera pas de son aide. Je m’adresse, pour cela, à toute l’Eglise, l’exhortant à la prière qui sait obtenir du cœur miséricordieux de Dieu la réconciliation et la paix. La prière désarme l’ignorance et engendre le dialogue là où le conflit est ouvert. Si elle est sincère et persévérante, elle rendra notre voix douce et ferme, capable de se faire écouter même des responsables des Nations.

Ma pensée va enfin à Jérusalem, lieu où nous sommes tous nés spirituellement (cf. Ps 87, 4). Je lui souhaite toutes sortes de consolations pour qu’elle puisse vraiment être la prophétie de cette convocation définitive, de l’Orient à l’Occident, disposée par Dieu (cf. Is 43,5). Que les bienheureux Jean XXIII et Jean-Paul II, infatigables artisans de paix sur la terre, soient nos intercesseurs au ciel, avec la Très Sainte Mère de Dieu, qui nous a donné le Prince de la paix. J’invoque la bénédiction de Dieu sur chacun de vous et sur les Eglises orientales bien-aimées.

Traduction de Zenit, Hélène Ginabat



 


Le pape François annonce sa « joie de l’Evangile »

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - Lieutenance de Belgique

ROME – Rapidement après son élection, le pape François a émis son désir d’écrire un document sur la nouvelle évangélisation. C’est sous la forme d’une exhortation apostolique que le souverain pontife s’exprime sur ce sujet, dans un texte intitulé Evangelii gaudium (« La joie de l’Evangile »), qui a été présentée officiellement à la messe de clôture de l’Année de la foi du 24 novembre 2013.

Pour donner un caractère solennel à la clôture de l’Année de la foi, le pape François a proposé à l’Eglise universelle un texte sur la nouvelle évangélisation. Il reprend notamment les travaux du synode sur la nouvelle évangélisation qui avait eu lieu en octobre 2013 au Vatican et l’ébauche d’une exhortation apostolique sur ce thème que Benoît XVI avait déjà commencé. Pour Mgr Rino Fisichella, président du Conseil pontifical pour la promotion de la nouvelle évangélisation, cette exhortation arrive à point nommé à la fin de l’Année de la foi puisque « Croire signifie aussi faire participer les autres à la joie de la rencontre avec le Christ ».

Avant d’être présentée et publiée le mardi 26 novembre 2013, ce texte a été remis à 36 personnes au cours de la messe de clôture de l’Année de la foi. Parmi les destinataires se trouvaient des journalistes et des artistes pour rappeler que les médias et le monde de l’art sont des lieux d’expressions qui peuvent favoriser et permettre l’évangélisation grâce à leur accessibilité pour le plus grand nombre.

La feuille de route du pontificat

Dès le premier paragraphe, le pape François annonce ses ambitions : « Dans cette Exhortation je désire m’adresser aux fidèles chrétiens, pour les inviter à une nouvelle étape évangélisatrice marquée par cette joie et indiquer des voies pour la marche de l’Église dans les prochaines années. » Deux objectifs qu’il essaie de mettre en avant depuis le début de son pontificat et qui se retrouvent désormais clairement énoncés.

Le souverain pontife suit un développement en cinq chapitres en commençant par la nécessité pour l’Eglise de se transformer et de se convertir. « J’espère, écrit-il, que toutes les communautés feront en sorte de mettre en œuvre les moyens nécessaires pour avancer sur le chemin d’une conversion pastorale et missionnaire, qui ne peut laisser les choses comme elles sont. Ce n’est pas d’une “simple administration” dont nous avons besoin. Constituons-nous dans toutes les régions de la terre en un “état permanent de mission” ». Ce travail de transformation a déjà été entrepris par le pape François qui désire une « réforme des structures » ecclésiales pour les rendre plus missionnaires.

Il poursuit en appelant à une conversion de chacun des acteurs de l’évangélisation, notamment des acteurs pastoraux. Une violente charge est lancée contre ce que le pape appelle la « mondanité spirituelle », contre l’idolâtrie de l’argent, le pessimisme ou les conflits au sein même de l’Eglise ou entre chrétiens.

Au cœur de l’Exhortation, le Pape développe sa pensée sur l’évangélisation qui doit être pour tous et pour tous, et doit se faire avec la foi au service de la foi. Il y précise que « la première annonce ou “kérygme” a un rôle fondamental, qui doit être au centre de l’activité évangélisatrice et de tout objectif de renouveau ecclésial ». Dans ce chapitre, le Pape évoque également l’importance des homélies que le pasteur doit préparer et que les fidèles doivent écouter, puisque cela contribue aussi à la croissance spirituelle : « La prédication doit être positive, offrir toujours l’espérance et ne pas laisser les fidèles “prisonniers de la négativité” […]. L’annonce de l’Evangile elle-même doit avoir des connotations positives : “proximité, ouverture au dialogue, patience, accueil cordial qui ne condamne pas” ».

Pour l’Eglise, et pour le monde entier

Partant de cette évangélisation, le Saint Père insiste sur la dimension sociale de l’évangélisation et sur les répercussions que l’annonce de la Parole de Dieu peut avoir sur la société. Il exhorte notamment l’Eglise à avoir constamment le souci des plus pauvres, comme il n’a cessé de le rappeler depuis le début de son pontificat. « Toute communauté de l’Eglise qui oublie les pauvres, avertit-il, court aussi le risque de la dissolution ». Il appelle également à ne jamais délaisser le dialogue avec la société, avec les autres églises et autres religions. Comme son prédécesseur, il désire poursuivre le dialogue entre croyants et non-croyants pour que le monde, nourrit de la Parole de Dieu, puisse cheminer vers davantage de paix et de justice. C’est un chemin qu’il trace depuis son accession à la chair de Saint Pierre et qui montre toute sa détermination à rénover l’Eglise et ses institutions pour témoigner de la « joie de l’évangile ».

Sources : VIS/Pierre Loup de Raucourt/TD

Pour lire l’exhortation, cliquez ici.



 


Conception et développement : bonnenouvelle.fr

https://ordredusaintsepulcre.be/spip.php?page=imprimer_rubrique&id_rubrique=84

Agenda
novembre 2019 :

Rien pour ce mois

octobre 2019 | décembre 2019

newsletter