Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/spip.php?page=imprimer_rubrique&id_rubrique=82

België

in redactie



Kardinaal Danneels is overleden

 

21 maart 2019 2019 door Luk de Staercke

MECHELEN – Op 14 maart 2019 is Kardinaal Godfried Danneels overleden. Hij was ere-Grootprior van onze landscommanderij en Ridder Groot Kruis. Een levensschets.

Op 17 augustus 1957 werd Godfried Danneels voor het bisdom Brugge tot priester gewijd. Dit was korte tijd voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en hij heeft dan ook zijn bijdrage geleverd om de grote veranderingen als gevolg van dit concilie ten uitvoer te brengen. Eerst als professor aan het Groot Seminarie te Brugge, daarna als professor aan de Faculteit Theologie van de Katholieke Universiteit te Leuven en tenslotte als redactiesecretaris van het tijdschrift “Collationes” , een publicatie die in Vlaanderen een grote autoriteit genoot inzake theologie.

Godfried Danneels zou ook zijn stempel drukken op het bisdom Antwerpen. Op 4 november 1977 werd hij daar tot bisschop benoemd, op 18 december werd hij tot bisschop gewijd. Amper twee jaar later werd hij reeds aangesteld tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel en primaat van België. Zo werd hij de 19de aartsbisschop van Mechelen en de 2de aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Op 15 december werd hij tevens aangesteld tot bisschop van het Belgische leger. Toen hij de leeftijdsgrens had bereikt bood hij zijn ontslag aan en op 18 januari 2010 werd dit door Paus Benedictus XVI aanvaard.

Aan het hoofd van een zoekende Kerk

Als bisschop van Antwerpen, als aartsbisschop van Mechelen-Brussel maar ook als Voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie was Godfried Danneels op nationaal vlak de pleitbezorger van de spirit en de beslissingen van Vaticanum II. Zo pleitte hij bijvoorbeeld voor een meer collegiaal en synodaal beleid binnen de Kerk, voor de vernieuwing van de liturgie en voor de oecumenische en interreligieuze dialoog.

In de periode dat hij aan het hoofd stond van de Belgische Kerk kende deze een van de grootste veranderingen in haar geschiedenis, dit in een samenleving die zeker op zedelijk gebied in volle hervorming was. Vanuit een situatie waarin de Kerk ooit de meerderheid van de bevolking aansprak en door de gemeenschap als evident werd beschouwd, evolueerde de Kerk steeds meer naar een minderheidskerk en kreeg ze al maar meer met vragen af te rekenen omtrent haar toekomst en omtrent haar plaats in de Belgische samenleving. Het was dus een hele uitdaging om op zoek te gaan naar de wijze waarop zij zich in deze nieuwe tijd zou positioneren. Dank zij zijn beeldrijke taal en zijn gewaardeerde aanwezigheid in de media werd Kardinaal Dannneels voor de publieke opinie steeds meer het boegbeeld van de Belgische Kerk.

Een God die de mens liefheeft

“Gods Liefde is aan de mens geopenbaard,” dit was het bisschoppelijk devies dat Godfried Danneel koos toen hij tot bisschop werd gewijd. Deze leuze komt uit de brief van de Heilige Paulus aan Titus (3, 4). De kardinaal zag hierin voor zichzelf een oproep om de wereld menselijker te maken. Hij verkoos Kerstmis boven Pasen, de incarnatie boven het lijden, zoals hij dit zelf zo vaak heeft verwoord. Wat van God kwam, was voor hem tegelijk ook fundamenteel menselijk. Hiervan getuigen de talrijke Kerst- en Paasbrochures. Deze brochures werden heel sterk gewaardeerd, waren alom verspreid en werden in heel wat talen vertaald.

Kardinaal Danneels was tevens een man van de dialoog en steeds bezorgd om bruggen te bouwen. “De hardste stellingname is niet altijd de meest intelligente,” verklaarde hij tijdens een interview in het opinieweekblad Tertio naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag. Hij was bij de eeuwwisseling een van de initiatiefnemers voor de oprichting van dit weekblad en nam hierbij vooral de centrale missie van het blad ter harte: “een stem zijn voor de katholieke intelligentsia die in de snel seculariserende wereld – vooral dan in de media – duidelijk zou weerklinken” .

De kardinaal sprak zich niet enkel uit over thema’s die intern aan de Kerk gelieerd zijn, maar mengde zich evenzeer in het algemeen maatschappelijk debat. Zo was hij een van de eersten om geregeld zijn afkeuring uit te drukken ten aanzien van het nationalisme, het antisemitisme en de islamofobie, hij vroeg tevens meer aandacht voor het migrantenprobleem en de vluchtelingenproblematiek en hij onderlijnde reeds zeer vroeg het belang van de interreligieuze dialoog voor de vrede in de wereld.

Zijn zachte stem weerklonk op heel wat internationale forums. Zo nam hij aan talrijke bisschopsynodes deel, was lid van verschillende Vaticaanse instanties, van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties (CCEE), van Pax Christi International, van de World Council on Relegions for Peace (WCRP) en van de Europese Raad van Kerkleiders (ECRL).

Vreugde en pijn

De twee bezoeken van Paus Johannes Paulus II aan ons land (1985 en 1995), het Congres van de Evangelisatie van de Steden “Brussel – Allerheiligen 2006” , de ontmoeting in Taizé in 2008 en de pausverkiezingen in 2005 (Benedictus XVI) en 2013 (Franciscus) vormen ongetwijfeld de hoogtepunten in zijn lang episcopaat.

Maar anderzijds wogen de schandalen van het seksueel misbruik door enkele priesters van zijn bisdom hem zeer zwaar. Eind jaren ’90 stichtte hij een contactpunt en richtte hij een onafhankelijke commissie op waarbij slachtoffers van misbruik terecht konden. In 2010, amper twee maand na zijn aftreden, erkende Roger Van Gheluwe, de toenmalige bisschop van Brugge en lange tijd collega van Mgr. Danneels, dat ook hij zich aan deze wandaden schuldig had gemaakt. Dit vormde voor de kardinaal het begin van een tijd vol sombere en pijnlijke dagen. Er wordt beweerd dat de kardinaal zich bijzonder aangedaan wist door het onderzoek van onderzoeksrechter Wim De Troy in het kader van de “Operatie Kelk”. Deze had een huiszoeking bevolen op de zetel van het aartsbisdom te Mechelen op het moment zelf waarop daar een vergadering van de Bisschoppenconferentie plaats vond. In de Sint-Romboutskathedraal werden zelfs graftombes geopend en het onderzoek werd ook nog in de privéwoning van de kardinaal verdergezet. De kardinaal zelf zou overigens een volledige dag aan een zwaar verhoor worden onderworpen.

De pausverkiezing van Franciscus op 13 maart 2013 zou dan weer op een vrij onverwachte wijze een gelukkiger episode aan zijn lang en rijk gevuld bestaan toevoegen. Hij was toen zichtbaar enthousiast bij de keuze van het conclaaf waaraan hij nog enkele maanden voor zijn tachtigste verjaardag had geparticipeerd. Hij verscheen zelfs aan de zijde van de nieuwe paus op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek bij de presentatie van Franciscus aan de verzamelde menigte op het Sint-Pietersplein. Het betekende voor hem dan ook een grote vreugde vast te stellen dat Paus Franciscus zijn pontificaat in het teken stelde van de conciliaire instituties van Vaticanum II, waarin de collegialiteit in het bestuur van de Kerk centraal staat. Ook de uitgestoken hand van de Paus naar allen die zich ver van de Kerk verwijderd weten, stemde hem gelukkig.

Dankbaarheid

Zijn gezondheid ging evenwel beetje bij beetje achteruit en het werd rustig rond hem die toch zoveel jaar in het vuur van de actie had gestaan. Deze rust maakte hem gelukkig want de mens Godfried Danneels was van nature uit heel discreet. “Ik ben eerder een monnik dan een priester,” stelde hij eens. Wie hem nog mocht ontmoeten, ontdekte in hem een eenvoudig man, vol van dankbaarheid, een diepgelovig man die zich intens voorbereidde op zijn ontmoeting met de Heer in wiens dienst hij heel zijn leven had gesteld.

In naam van de hele Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, en zeker vanwege al zijn vrienden binnen de Orde biedt Landscommandeur Jean-Pierre Fierens zijn christelijk medeleven aan ten aanzien van de familie van de kardinaal, aan zijn vrienden, aan zijn gewezen confraters in het episcopaat of het priesterambt, aan zijn collega’s en aan al zijn medewerkers.

De Belgische Landscommanderij zal voor de kardinaal bidden en heeft hem op 13 maart 2019 in de Kerk aan de Zavel te Brussel in haar gebedsintenties opgenomen tijdens de eucharistieviering ter herdenking van de overleden leden van de landscommanderij.

Dat hij in vrede moge rusten.

TD met Cathobel/Kerknet/VaticanNews/LaLibre

vertaling: Luk De Staercke



 


Conferentie over het Heilig Land - Brussel, 7 februari 2018

 

17 januari 2018 2018 door Luk de Staercke

CONFERENTIE – Op woensdag 7 februari 2018 houdt Mvr. Marie-Armelle Beaulieu om 20u30 in de Franciscanerparochie van Notre Dame des Grâces aan de Vogelzanglaan 2 te Brussel een conferentie over het thema “Hoop, tegen alle wanhoop in – een katholiek journalist in het Heilig Land van vandaag!” Mvr. Beaulieu is journalist en hoofdredacteur van Terre Sainte Magazine en we kunnen met een regelmaat van een klok ook op onze website van (de vertaling van) haar artikels genieten.

Beste vrienden van het Heilig Land,

Vooreerst mijn beste wensen bij dit nieuwe jaar!

Op woensdag 7 februari 2018 houdt Mvr. Marie-Armelle Beaulieu om 20u30 in de Franciscanerparochie van Notre Dame des Grâces aan de Vogelzanglaan 2 te Brussel een conferentie over het thema “Hoop, tegen alle wanhoop in – een katholiek journalist in het Heilig Land van vandaag!” Mvr. Beaulieu is journalist en hoofdredacteur van Terre Sainte Magazine en we kunnen met een regelmaat van een klok ook op onze website van (de vertaling van) haar artikels genieten. De voordracht is voor iedereen toegankelijk.

Mocht u dus zin hebben om u in voorbereiding op de vastentijd even in het Heilig Land onder te dompelen, noteer dan met stip 7 februari in uw agenda. Vertel het gerust verder, de toegang is gratis. Voor meer informatie kan je ook op onze facebookpagina terecht bij het evenement “Conférence sur la Terre Sainte par M.-A. Beaulieu à Bruxelles”.

Toch nog een klein woordje over de spreekster, voor diegenen die haar nog niet zouden kennen. Aan het einde van haar studies Klassieke Letteren trad Marie-Armelle toe tot de Benedictinessen van de Olijfberg te Jeruzalem. Na zes jaar van contemplatief leven besloot zij net vóór haar plechtige professie tot een ommekeer in haar leven en werd ze journaliste. Zij vond steeds dat deze twee roepingen zowat de beide kanten van eenzelfde medaille vormen, precies “omdat God de wereld zo heeft liefgehad”.

Na een tiental jaar beroepservaring in Frankrijk stelde zij aan de Franciscanen van het Heilig Land voor om haar competenties ten dienst te stellen van hun Franstalig tijdschrift. Sedert 2005 is zij hoofdredacteur van het “Terre Sainte Magazine”. Dit is het enige Franstalige christen tijdschrift dat volledig vanuit Jeruzalem wordt bedacht en geschreven. Door middel van haar editoriaal word je deelgenoot aan de actualiteit in de Heilige Plaatsen en bij de Oosterse Kerken, en word je meegenomen in de ontdekking van het Judaïsme en de Islam.

Emilie Rey
communicatieverantwoordelijke
terresainte.net

Vertaling: Luk De Staercke



 


De uitdagingen van de geloofsverkondiging

 

23 september 2017 2017 door Luk de Staercke

LUIK – Mgr. Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik en Prior van de Luikse sectie van de Belgische Landscommanderij van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, heeft op 4 februari de leden van zijn sectie ontvangen. Hij liet hen bij deze gelegenheid kennis maken met zijn overwegingen over de uitdagingen waarmee de geloofsverkondiging heden wordt geconfronteerd. Na zijn stevig, doorgrond en stimulerend betoog droeg hij in zijn mooie privékapel de H. Mis op voor de intenties van de leden en als dankbetuiging voor de overleden bisschop Mgr. Paul Lanneau.

Voor Mgr. Delville is geloofsverkondiging doorheen de tijden nooit een gemakkelijke zaak geweest. Gedurende de twee eeuwen christendom betekende de geloofsverkondiging in elke periode en in elke culturele situatie een ware uitdaging. Om dit duidelijk te maken deelde hij in het eerste deel van zijn betoog de twee eeuwen evangelisatie op in 14 perioden. Hij wist deze indeling met tal van voorbeelden te duiden. In een tweede deel belichtte hij de uitdagingen waarvoor de actuele geloofsverkondiging zich geplaatst weet. Hij baseerde zich hiervoor uitvoerig op Evangelii Gaudium (EG)

1. Historische uitdaging voor de geloofsverkondiging

De boodschap waarbij het christendom wordt doorgegeven, kent doorgaans twee types van tegengestelde reacties: een reactie van deelname of een reactie van verwerping. De boodschap wordt vaak verworpen omdat ze noch vanzelfsprekend of voor de hand liggend is en omdat ze indruist tegen onze eerste betrachtingen die nauw met overleven, veiligheid, bezit… te maken hebben. In zeker opzicht is het evangelie verontrustend. De verkondiging gaat geenszins vanzelf.

De eerste volgelingen werden ermee belast de Boodschap als het ware te weerspiegelen. Zij waren geen pedagogen en waren zelf niet eens ten volle in de inhoud onderwezen. Zij gaven door wat ze er zelf van begrepen hadden en dit zonder enige systematiek. De overdracht was dus onvolledig en onvolkomen.

Na hun Pinksteren trokken de leerlingen naar de grote steden van het keizerrijk en getuigden daar van hetgeen ze zelf hadden gezien. Alle aandacht was op Christus gericht. De rol van de éénmaker en verzoener moest binnen de verkondiging nog ontdekt worden. De verkondiging gebeurde bovendien in een veelheid aan religieuze, etnische, sociologische en taalkundige culturen die ook hun tijd rijk was.

De eerste christen gemeenschappen bevonden zich in een grondige wanverhouding met de heersende samenleving die doorgaans door gewelddadigheid, slavernij en gebrek aan openbare moraal werd gekenmerkt. De christen gemeenschappen waren daarentegen plaatsen van uitwisseling, mededeelzaamheid, ondersteuning en naastenliefde. Het waren plaatsen waar Joden en heidenen elkaar ontmoetten. Het doorgeven van het geloof was als het ware een logische overdracht door levendige en dynamische gemeenschappen. Deze gemeenschappen konden doorbreken omdat ze aan de macht van de vergoddelijkte keizers wisten te weerstaan en ondanks het feit dat ze door de overheden als bedreigend werden aanzien.

De wederzijdse verrijking tussen het geloof en de ontvangende cultuur brachten problemen met zich mee die inherent aan de diversiteit verbonden waren. Van dan af aan was het geloof niet langer een monolithisch blok. Er ontstonden nuances en verschillen. De vier evangelies getuigen zelf reeds van deze afwijkingen: het Lucasevangelie is hellenistisch geïnspireerd, terwijl dat van Marcus van de Romeinse cultuur is doordrongen. Het Evangelie van Mattheus draagt de Joodse stempel en het Johannesevangelie, dat pas veel later verscheen, poogt bepaalde beperkingen van de drie vorige op te vangen. De uitdaging die zich hier stelde, was deze van de verscheidenheid.

Beetje bij beetje vormden de christenen de meerderheid in het keizerrijk. Het christendom werd in 313 erkend en aanvaard en Keizer Theodosius maakte er in 380 zelfs de verplichte staatsgodsdienst van. Parallel hiermee dienden de ketterijen te worden bestreden die het geloof deden ontaarden. De sociologische verkondiging voltrok zich bij monde van de heersende meerderheid. Dat bracht weer nieuwe tot dan toe ongekende uitdagingen met zich mee.

De Germaanse invallen betekenden een totale ommekeer van de samenleving. Hun eigen cultuur verschilde immers gevoelig van de christen en Latijnse cultuur. Deze verschillende culturen zouden zich echter vrij snel wederzijds aanpassen. Mgr. Delville ontwikkelde een uitvoerig betoog over de cultuur van de aanpassing: de Germanen praktiseerden een cultus rond natuurverschijnselen en dito voorwerpen (bomen, bronnen, pelgrimstochten, offers…) en hingen de magie en talismannen aan. De reliekencultus van heiligen en de pelgrimstochten naar de heilige plaatsen zouden dan ook op progressieve wijze een ontwikkeling kennen.

Ook het platteland werd in deze interculturele beweging en in samenhang met de opkomende kloosters geleidelijk aan gekerstend. De kloostergemeenschappen stonden model voor een perfecte samenleving en vormden een alternatief voor de gewelddadige cultuur van de Germanen. Zo werd het christelijk geloof de bouwheer van de samenleving en de beschaving.

Met de ontwikkeling van de steden ontstond een nieuwe vorm van evangelisatie die door de pauselijke orden zoals de Franciscanen en de Dominicanen werd uitgedragen. Deze zouden zich aan de stedelijke cultuur aanpassen en de rijken bestrijden. Zij keerden naar de bronnen van het Evangelie van Christus terug. Ze vonden als het ware de catechese uit en hadden een bijzondere aandacht voor de zending. Het Thomisme promootte een nieuw evenwicht tussen natuur en geloof.

Samen met de Reformatie verscheen in de 16de het individu. Men redeneerde niet langer meer prioritair als lid van een gemeenschap of een groep, maar als individu. Parallel hiermee, als reactie op bepaalde misbruiken (relieken, aflaten…) verkondigde Luther de terugkeer naar de bron, met name naar de Schrift. Maar deze heroriëntering gebeurde op een bijzonder onverdraagzame manier en steunde op een Augustijnse theologie die de genade laat gelden boven de menselijke vrijheid. Luther ontwikkelde wel een pedagogie van het geloof en bracht in deze context voor het eerst een catechismus met vraag en antwoord tot stand. Hij verwierp het Thomisme en de theologie van de natuur. Alles stond in het teken van het geloof.

De Franse Revolutie en de Verlichting legde alle gewicht op de vrijheid en de ethiek en stelde dit boven elke andere overweging. Dit stond haaks op het katholicisme waar de sociale dimensie als fundamenteel werd beschouwd. Als reactie hierop bracht de Kerk een uitgebreid netwerk van scholen tot stand om zo in de vorming van het vrije geweten van de kinderen te voorzien. Geloofsverkondiging kreeg op die manier zelfs een (ongewilde) stimulans.

Als gevolg van de wetenschappelijke en de industriële revolutie van de 19de eeuw met de daarbij horende ontkenning van de fundamenten van het geloof betreffende natuur en schepping werd de verkondiging met nieuwe uitdagingen geconfronteerd. Maar er ontstonden tegelijk nieuwe wetenschappen (zoals de archeologie) die een dialoog tussen het geloof en de wetenschap mogelijk maakten.

Het Tweede Vaticaans Concilie herdefinieerde de plaats van de Kerk in de samenleving. Het benadrukte de rol van de catechese en van het inkapselen ervan in het leven. Het bracht tevens een opwaardering van de dialoog van de Kerk en het geloof met de maatschappij en met andere spirituele stromingen.

De 21ste eeuw wordt dan weer gekenmerkt door een crisis van de instellingen en door een groeiende spanning tussen gemeenschapszin en individualisme. Wij bevinden ons in een wereld die door netwerken en informatiestromen wordt overspoeld. Maar deze beschadigen tegelijk de goede communicatie en bemoeilijken de verkondiging.

Verder is de geloofsoverdracht in de schoot van het gezin en in de schoolse situatie verre van evident. De religieuze praktijk vermindert zienderogen en in hetzelfde tempo neemt ook de catechisatie af. De klassieke tussenpersonen in de waarden- en geloofsoverdracht zoals bijvoorbeeld de jeugdbewegingen, vervullen niet langer nog hun betreffende rol of ze doen het op een heel andere wijze.

2. De hedendaagse uitdagingen van de geloofsverkondiging

Mgr. Delville stelde de Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium (EG) voor en contextualiseerde deze belangrijke tekst in functie van de geloofsverkondiging. Hij beperkte zich hierbij bewust tot twee belangrijke vragen: Wie moet het geloof verkondigen en hoe moet dit gebeuren.

WIE?

Wij zijn met zijn alle geroepen om het geloof te verkondigen:

• In de Kerk: de Kerk heeft een missionerende taak en moet naar buiten treden. De “open Kerk” is de gemeenschap van missionerende volgelingen die initiatief neemt, die zich betrokken weet, die begeleidt, die vruchten draagt en feestelijk onthaalt. Een evangeliserende gemeenschap ervaart dat de Heer het initiatief neemt, dat Hij haar tot de Liefde heeft voorbestemd (1 Joh 4, 10). En omwille hiervan kan deze gemeenschap vooruitgaan, kan zij onbevreesd het initiatief nemen, kan zij op weg gaan om te ontmoeten, kan zij diegenen zoeken die veraf zijn en op het kruispunt der wegen diegenen uitnodigen die zich uitgesloten weten.

• Invloed van ouders en familie: deze belangrijke dimensie vindt men reeds in het Evangelie terug. Ook grootouders hebben in dat verband (zelfs meer en meer) een fundamentele rol.

• De rol van de samenleving, de gemeenschap, school, vrienden en kameraden. De rol van de landscommanderij in de verdieping van het geloof wordt hierbij in herinnering gebracht.

• Individuele spirituele begeleiding die zich, in het licht van de continuïteit, specifiek op elke leeftijd wordt afgestemd.

HOE?

In navolging van de Paus presenteerde Mgr. Delvigne vier invalshoeken voor de catechese die grotendeels complementair werken:

a) De kerygmatische of verkondigende catechese
Dit betreft de eerste verkondiging, deze over de kern van het geloof (EG 163). Mgr. Delville stelt voor dat elkeen zich zou bijscholen en de geloofsbelijdenis opnieuw zou worden opgewaardeerd.

b) De Bijbelse catechese
De Paus dringt aan op de noodzakelijkheid om op school een grotere notie van de Bijbelse context aan te leren (EG 175). Evangelisatie vraagt om voldoende vertrouwdheid met het Woord van God en dat veronderstelt dat de bisdommen, parochies en alle katholieke verenigingen een ernstige en volgehouden Bijbelstudie zouden organiseren. Tevens zou het lezen van de Bijbel, zowel individueel als in groep, moeten aangemoedigd worden. De Paus heeft immers een nieuw liturgisch feest ingesteld, namelijk dit van het Woord Gods.

c) De mystagogische catechese of de leer van de mysteries
Een ander kenmerk van de catechese die zich de laatste jaren heeft ontwikkeld is deze van de mystagogische initiatie, dit wil zeggen, de inwijding in de mysteries van het geloof en in het gebed. Hierbij worden essentieel twee elementen veronderstelt: de noodzakelijke vooruitgang in vorming waarbij de hele gemeenschap tussenkomt en een heropwaardering van de liturgische tekens van de christelijke initiatie.

d) De ethische catechese
Dit betreft het engagement ten aanzien van de armen en de vrede (EG 48): “Vandaag, zoals in heel de geschiedenis, zijn de armen de bevoorrechte doelgroep van het Evangelie en de evangelisatie. Deze wordt hen belangeloos aangereikt en staat symbool voor het Koninkrijk dat Jezus onder de mensen heeft gevestigd…”

Verder heeft Mgr. Delville de nuttigheidsdimensie van het geloof uitgediept, in het bijzonder in verband met ons engagement ten aanzien van het Heilig Land.

Na zijn betoog ging Mgr. Delville nog in dialoog met de aanwezigen, in het bijzonder over de vier voorgaande punten.

Vertaling l.d.s.



 


Didier Reynders: België is een van de vier beschermlanden van de christen gemeenschappen in het Heilig Land

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BETHLEHEM – Op 8 mei 2016 bracht Didier Renders, Belgisch Minister van Buitenlandse Zaken, een bezoek aan de Basiliek van de Geboorte en aan de kerk van de Heilige Catharina. Hij nam deze de gelegenheid te baat om eraan te herinneren dat België zijn status als een van de vier Latijnse beschermnaties van de christen gemeenschappen blijft aanhouden.

Bij de gelegenheid van het bezoek van Minister Reynders aan Palestina stond tevens een bezoek aan Bethlehem in zijn agenda genoteerd. Hij bezocht zowel de Basiliek van de Geboorte als de aangrenzende kerk van de Heilige Catharina. Daar onderstreepte hij het feit dat België zijn status als een van de vier beschermnaties van de christen gemeenschappen zal aanhouden. Hij wou deze rol tevens bekrachtigen door naar het verleden te verwijzen, een verleden dat nauw verbonden is met de Custode van het Heilig Land. Daarom had dit bezoek nu precies plaats, een bezoek waar Broeder Dobromoir Jazstal, Vicaris van de Custode, en Broeder Sergio Galdi, Secretaris van de Custode, zich bij aansloten.

De Franstalige Broeder Stéphane Milovitch zou de honneurs waarnemen. Nu de basiliek toch in een werf is herschapen, kreeg Minister Reynders het voorrecht de stellingen te beklimmen, waar hij de uitleg over de restauratie beluisterde en hij zijn bewondering voor de prachtige resultaten te kennen gaf. Hij nam deze gelegenheid te baat om mee te delen dat de Belgische regering, die reeds in de kosten van de restauratie participeert, zijn bijdrage verder zou continueren. De Palestijnse Kerken en de Palestijnse Autoriteit blijven inderdaad verder giften verzamelen want hoe meer geld er beschikbaar is, des te meer kan men in dit project realiseren.

Na een kort bezoek aan de grot nam de minister de tijd om een groep christenen uit de stad te ontmoeten. Het waren mensen die in het toerisme, het onderwijs, de politiek en sociale werken investeren. Diegenen die het wensten konden in enkele zinnen duidelijk hun verwachtingen ten aanzien van de Belgische en Europese politiek uitdrukken.
Daarna begaf Minister Reynders zich naar de kerk van de Heilige Catherina. De eerste gelovigen hadden ondertussen reeds in de kerk plaats genomen om er de zondagsmis bij te wonen. Deze werd door een groep jongeren opgeluisterd. Vergezeld door de Franciscanen begaf het gevolg zich naar het koorgestoelte. Daar mocht de minister een gedenkplaat onthullen voor een Belgische gift uit 1926 van glasramen voor de kerk.

Destijds vertoonde de kerk van de Heilige Catharina, die een paar jaar eerder was gebouwd, ten volle haar eigentijds karakter. Ze was wel mooi maar kon zeker nog verder worden opgesmukt. Het was precies de Belgische regering die voorstelde om dit op zich te nemen door het schenken van drie glasramen die nog steeds het koor van de kerk sieren.

In 2004 zou de Belgische regering ook de restauratiewerken bekostigen die als gevolg van de tand des tijds alsook door de vernielingen bij de tweede Intifada en de belegering van de Geboortekerk noodzakelijk waren geworden.
Indien deze gedenkplaat nu pas werd aangebracht, is dit het gevolg van het feit dat het geheel van deze glasramen in december van vorig jaar met de “Prijs voor het Belgisch Patrimonium in het Buitenland” werd bekroond.
Het grootste glasraam in de apsis van het schip van de kerk is een voorstelling van de Geboorte van Christus en draagt het wapenschild van België alsook een medaillon van Kardinaal Mercier. De restauratie ervan in 2004 gebeurde door meester-glazeniers uit Gent.

Er had een kleine ceremonie plaats voor de inhuldiging van de gedenkplaat en de minister zou vervolgens in de Casa Nova van de Franciscanen nog enkele andere opeenvolgende ontmoetingen hebben.

Vertaling l.d.s.



 


Gaudet Mater Ecclesia: Albert Evrard SJ tot priester gewijd

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL – Onze confrater Albert Evrard, broeder bij de Jezuïeten, werd op 2 april door de aartsbisschop van Mechelen Brussel, Mr. Jozef De Kesel, tot priester gewijd.

Albert Evrard werd in 1967 in Doornik geboren. In 2006 trad hij toe tot de Jezuïetenorde. Na zijn studies in de Rechten fungeerde hij als advocaat en deed hij onderzoekswerk op het vlak van de rechten van bejaarden.

Na twee jaar noviciaat in Lyon startte hij zijn opleiding Filosofie in Namen om vervolgens drie jaar Theologie te studeren aan de Faculteit van de Jezuïeten te Parijs. Deze opleiding zou hij tenslotte met twee opleidingsjaren in Toronto vervolledigen.
Momenteel zet E.H. Evrard aan de Universiteit van Namen zijn onderzoekswerk omtrent veroudering verder en is hij actief in de opvang van vluchtelingen. “Priester worden betekent voor mij een middel om mannen en vrouwen die de Voorzienigheid op mijn weg zendt, steeds beter van dienst te zijn. Een religieus leven is niet een vlucht vooruit, het is integendeel de wereld omarmen en er zich volledig aan toewijden,” vertrouwde Albert Evrard ons net voor zijn wijding nog toe.

Albert Evrard trad in 2002 toe tot de Ridderorde van het Heilig Graf. Nadat hij in de Orde reeds eerder diverse taken op zich heeft genomen, is hij momenteel in nauwe samenwerking met dhr. Philippe Petit vooral actief in de opvang van vluchtelingen.

Vertaling l.d.s.



 


België in diepe rouw

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

De Belgische Landscommanderij en al haar leden drukken hun diepe afkeer uit en geven uiting aan hun emotie na de verschrikkelijke terroristische aanslagen die dinsdagmorgen in België en heel in het bijzonder in Brussel hebben plaats gehad.

In deze Goede Week waarin de Ridders en de Dames zich op de dood en de verrijzenis van Christus voorbereiden, vertrouwen zij alle slachtoffers aan Gods oneindige barmhartigheid toe. Zij nodigen alle mannen en vrouwen van goede wil uit om al diegenen die zich getroffen weten in hun gebed op te nemen. In het bijzonder vragen wij om een gebed voor de mensen die bij deze aanslagen onschuldig het leven lieten, alsook voor de gewonden, hun familie en vrienden en voor hen die zich van dichtbij of veraf door deze gruwel geraakt weten.

Zij spreken hun grote dank uit voor elkeen die blijken van solidariteit hebben betuigd en die zich in gebed met de Belgische bevolking en de Belgische, Luxemburgse en Spaanse Landscommanderijen hebben verenigd.



 


Annuncio vobis gaudium magnum : habemus archiepiscopum !

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - De Brugse bisschop Jozef De Kesel werd tijdens een persconferentie vandaag officieel voorgesteld als de nieuwe aartsbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

Mgr Jozef De Kesel is in Gent geboren op 17 juni 1947. Hij is de zoon van Albert en Gabriëlle Boels, vijfde uit een gezin van 9 kinderen. Zijn ouders zijn allebei gestorven. Zijn oom Leo De Kesel (1903-2001) was hulpbisschop van Gent van 1961 tot 1990.

Na het secundair onderwijs aan het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo trok hij in september 1965 naar het seminarie. Hij volgde een jaar filosofie aan het Sint-Paulusseminarie in Gent- Mariakerke. Daarna volgde hij de kandidaturen Wijsbegeerte en Letteren (afdeling geschiedenis) aan de Katholieke Universiteit van Leuven.

Van 1968 tot 1972 behaalde hij het baccalaureaat en de licentie aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome. Hij verdedigde zijn doctoraatsthesis in 1977 over de kwestie van de historische Jezus in de theologie van Rudolf Bultmann. Op 26 augustus 1972 werd hij tot priester gewijd in de parochiekerk van Adegem.

Van 1974 tot 1980 was hij godsdienstleraar aan het Sint-Vincentiuscollege en het SintLeoinstituut in Eeklo en was er ook verantwoordelijk voor de schoolpastoraal. Van 1977 tot 1980 was hij docent aan de Sociale Hogeschool in Gent. Hij gaf er de cursussen godsdienst, wijsgerige antropologie en actuele stromingen.
Van 1980 tot 1996 was hij prefect en professor aan het Groot Seminarie in Gent. Hij gaf er de lessen van dogmatische en fundamentele theologie. Tezelfdertijd gaf hij ook de theologische vakken aan het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut in Gent, waarvan hij in 1992 voorzitter werd.

Van 1989 tot 1992 doceerde hij christologie aan de Faculteit Godgeleerdheid van de KULeuven.

Sinds 1983 was hij verantwoordelijk voor de opleiding van de pastorale medewerkers in het bisdom Gent. Op 1 maart 1992 werd hij door mgr. Arthur Luysterman benoemd tot bisschoppelijk vicaris,
verantwoordelijk voor het geheel van de theologische en pastorale opleiding en vorming in het bisdom, voor priesters, diakens, religieuzen en leken.

Op 20 maart 2002 werd hij door paus Joannes Paulus II benoemd tot hulpbisschop van Mechelen-Brussel. Hij was hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Brussel tot hij op woensdag 17 maart 2010 door mgr. André-Joseph Léonard benoemd tot hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen.

Op 25 juni 2010 werd mgr. Jozef De Kesel benoemd tot bisschop van Brugge. Binnen de bisschoppenconferentie was mgr. De Kesel tot nu verantwoordelijk voor de Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg (ICLZ), het godgewijde leven (de
mannelijke en vrouwelijke religieuzen), de diakens en de parochieassistenten.



 


Sacramentsdag in Luik

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

LUIK – Naar aanleiding van de 751ste verjaardag van Sacramentsdag in Luik ging Mgr. Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik, voor in de pontificale mis in de Basiliek Saint-Martin. Hij wist zich omringd door vijf bisschoppen, waarvan er drie lid zijn van de Orde. In een blijmoedige processie (waarin leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van het Bisdom Luik het baldakijn droegen) trok een talrijke groep gelovigen biddend naar de Sint-Pauluskathedraal. Hieronder volgt de tekst van de inspirerende homilie van de bisschop.

Homilie van Sacramentsdag 2015 in de Basiliek Saint-Martin te Luik
4 juni 2015 – Jean-Pierre Delville.

Dierbare broeders en zusters !

Een bijzonder toeval wil dat dit jaar Sacramentsdag samenvalt met de liturgische viering van de heilige Ève (Eva) de Saint-Martin. Deze leefde als kluizenaar in een klein huisje dat aan de linkerzijde van deze Sint-Maartenskerk paalde. Zoals u wel weet, was Eva een hechte vriendin van Saint Julienne de Cornillon (1193-1258), die aan de basis lag van de instelling van Sacramentsdag, het feest van het Lichaam en Bloed van Christus. Eva had ervoor gekozen een leven van gebed te leiden in de schaduw van de collegiale kerk. Daartoe beschikte zij over een kluis. Dit was een klein huisje met een kamertje op de verdieping, waar Julienne van tijd tot tijd kon logeren. Eva kon de kerk vrij binnenlopen om er bidden en mee te helpen aan het onderhoud ervan.

Zij stond in nauw contact met de kanunniken met wie zij regelmatig in gesprek ging. Dit was in het bijzonder het geval met Jean de Lausanne, die vrij snel voor de idee van het vieren van dit nieuw kerkelijk feest gewonnen was. Dank zij Eva kon de heilige Julienne immers belangrijke mensen over dit onderwerp aanspreken. Zo ontmoette zij Jacques Pantaléon de Troyes, de archediaken van Campine en de toekomstige Paus Urbanus IV, vervolgens Hugo de Saint Cher, provinciale overste van de Dominicanen, toekomstige kardinaal en pauselijk legaat, en tenslotte ook nog Bisschop Robert de Thourotte die het feest van Sacramentsdag in het Bisdom Luik in 1246 officieel zou bekrachtigen. Het is dus aan Eva te danken dat Julienne enige bekendheid verwierf en haar vraag ernstig werd genomen.

Eva had een duidelijk spiritueel inzicht. Zij vernam vanaf het begin de openbaring die Julienne te beurt viel: de maan waaraan een stuk ontbreekt, staat symbool voor de hostie, het gebroken brood. Het is ter ere van deze hostie dat Julienne doomde dat er een nieuw kerkelijk feest zou worden ingesteld. Dit zou jaarlijks plaatsvinden op de eerste donderdag na de zondag van de Heilige Drievuldigheid, wat in de praktijk overeenkomt met enkele dagen na de derde volle maan van de lente. Het is precies daarom dat u vanavond een maan kan bewonderen waarvan precies een klein stukje ontbreekt. Eva heeft de spirituele ontwikkeling van Julienne gevolgd. Zij kende alle beslommeringen die Julienne meemaakte en verleende haar zelfs onderdak in haar kluis toen zij uit de Cornillon (Luikse wijk) werd verjaagd.

Eva heeft deze gebeurtenissen nauwkeurig onthouden en opgeschreven. De kroniek die zij in oud Frans schreef, vormt de basis van de Latijnse Vita (levensbeschrijving van een heilige) van de Heilige Julienne. Dit werd eveneens door de anonieme auteur vermeld. Zij was dus een geletterde en gecultiveerde vrouw en was voor Julienne een ware spirituele leermeesteres.

Na de dood van Julienne in 1258 was het ook Eva die samen met de kanunniken van Saint-Martin de strijd voor de bevordering van het Feest van Sacramentsdag heeft verder gezet. Toen Paus Urbanus IV in 1264 het feest over de hele universele Kerk liet verspreiden, stuurde hij Eva een persoonlijk schrijven om haar de bul van de installatie van Sacramentsdag voor te stellen. Voor de Middeleeuwen was dit een bijzonder uitzonderlijk gegeven dat de paus openlijk een schrijven aan een eenvoudige vrouw richtte.

“Wij weten, oh dochter, dat uw geest vervuld is van een groot verlangen dat Gods Kerk een plechtig feest zou instellen ter ere van het Heilig Lichaam van onze Heer Jezus Christus. (…) Verheug u, omdat de Almachtige God het groot verlangen van uw hart heeft ingewilligd en de volheid van de hemelse glorie niet heeft weerstaan aan het grote verlangen dat uw lippen hebben uitgedrukt.”

Deze brief vormt het bewijs van de grote vermaardheid die Eva in de Kerk heeft verworven. Zij stierf op 14 maart 1265 in de kluis van deze kerk en werd achteraan in de kerk begraven. Wij vieren aldus de 750ste verjaardag van haar sterfdag. Heel dit verhaal verheldert ons de rol van de vrouw in de Kerk, mede omwille van hun gevoeligheid voor de aanwezigheid van Christus in hun leven. Want het is de communio met Christus die Julienne door middel van de instelling van een feest ter ere van de H. Eucharistie wou bevorderen. Dit is de concrete en actuele verbondenheid met Jezus.

Jezus wou inderdaad dat wij na Zijn dood en verrijzenis met Hem zouden verbonden blijven. Het is daarom dat Hij, op de vooravond van zijn dood, de maaltijd met zijn volgelingen deelde. De evangelist Marcus heeft, zoals wij daarnet hoorden, in detail de voorbereiding van deze maaltijd beschreven, alsook de bijzondere zorg die Jezus aan de bereiding van de spijzen besteedde (Mc 14, 12-26).

Tijdens de maaltijd nam Jezus het brood, Hij brak het en sprak deze verrassende zin: “Neem, dit is mijn lichaam.” Hij heeft aldus zijn lichaam, dit wil zeggen heel zijn leven, gedeeld, zoals men ook het brood deelt. Zo zouden we in Hem verenigd blijven en zou ons leven zich aan het zijne kunnen voeden. Nadat Jezus de beker met wijn liet rondgaan, verwees Hij naar zijn bloed: “Dit is mijn bloed, het bloed van het Verbond, dat voor allen wordt vergoten.” Jezus zou inderdaad zijn bloed vergieten, zijn leven geven, doorheen het lijden en de dood, die Hij de volgende dag zou ondergaan.

Dit doet ons denken aan allen die heden hun bloed vergieten, aan allen die geweld moeten doorstaan, aan allen die ziek zijn of stervende. Elke dag, wanneer ik op Radio of TV hoor: “een dode in deze of gene aanslag, zoveel doden in een of ander bombardement, talrijke doden als gevolg van het zinken van een boot vol migranten in de Middellandse Zee,” dan zeg ik bij mezelf: “zoveel anonieme doden, zoveel slachtoffers van geweld die voor altijd onbekend zullen blijven. Door aan te kondigen dat Hij zijn bloed voor allen zou vergieten, heeft Jezus al deze mensen op een of andere manier in Zijn dood vertegenwoordigd. Jezus wil hen die eenzaam en verlaten sterven, uit de vergetelheid halen en wil ons de ogen openen opdat wij hen zouden zien, zoals Hij ons ook de ogen opent voor de diepere zin van de dood.

Op deze Sacramentsdag worden wij dus verzocht om solidair te zijn met hen die vandaag op een onrechtmatige manier zullen sterven, zoals ook Jezus een onrechtvaardige dood stierf. Wij worden tevens verzocht om van ons leven een instrument te maken om mee te werken aan een betere wereld. Want Jezus laat ons in het aanschijn van de dood niet in de steek. Hij voegt er aan toe: “Ik zal niet eerder de vruchten van de wijngaard drinken alvorens ik deze in het Koninkrijk Gods zal genoten hebben.” Jezus belooft ons de nieuwe wijn in het Koninkrijk van God. Inderdaad, zijn boodschap en zijn leven zijn zo volkomen, dat zij niet in de vergetelheid kunnen verdwijnen. Ze zijn een gunst voor ons allen. Dit voedt ons ook nog vandaag.

Zoals de Brief aan de Hebreeën verhaalt: “Dit wegschenken van zichzelf zuivert onze gedachten van moorddadige handelingen opdat wij de cultus van de levende God zouden kunnen vieren.” Ja, wij zullen in deze eucharistie met vreugde de eredienst van de levende God vieren en wij zullen als gezegend volk door de stad trekken om er als een volk op weg en mensen vol vreugde te leven.
Amen, Alleluia.

Link naar Flickr-album met 112 foto’s, klik HIER.



 


Conception et développement : bonnenouvelle.fr

https://ordredusaintsepulcre.be/spip.php?page=imprimer_rubrique&id_rubrique=82

Agenda
juin 2020 :

Rien pour ce mois

mai 2020 | juillet 2020

newsletter