Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/spip.php?page=imprimer_rubrique&id_rubrique=22

Actua



“Wij staan ten dienste van het Lijden, de Dood en de Verrijzenis van de Heer en van het Mysterie van Zijn Kerk”

 

25 mei 2021 door LdS

De leden van de Ridderorde van het Heilig Graf wensen beter geïnformeerd te zijn over de nieuwe richting die onze pontificale instelling onder de bezieling van Kardinaal Grootmeester Fernando Filoni inslaat. Mgr. Filoni werd ruim een jaar geleden door Paus Franciscus tot Grootmeester benoemd. Als antwoord op de vraag van onze leden publiceren wij hieronder de wezenlijke punten die de Grootmeester in de besluiten van de vergadering van het Grootmeesterschap kort heeft vermeld. Deze bijeenkomst heeft op 15 april plaats gevonden.

Goede vrienden, Excellenties, leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Ik wou u van harte danken voor de dienstbaarheid en de grote vrijgevigheid waarmee u aan onze Orde uw bijdragen levert. In werkelijkheid is dit vóór alles een bijdrage aan de Kerk en aan het geloof in de Verrezen Christus. Onze meest oprechte en betekenisvolle waardering putten wij uit het Evangelie, daar waar de Heer aan zijn leerlingen vraagt om zich nederig en zonder enige pretentie zich dienstbaar op te stellen. Dat doet Hij in de korte parabel van de trouwe dienaar (Lc 17, 7-10). Deze eindigt als volgt: “Wij zijn slechts eenvoudige dienaars, wij hebben enkel onze plicht gedaan.” In deze houding schuilt een innerlijke vrijheid en een voldoening omwille van de dankbaarheid omdat wij mogen werken in de wijngaard van de Heer. Het is alleen zo dat wij de allergrootste beloning kunnen verwerven, dit wil zeggen “door dienstbaar te zijn aan de Heer.’ Wij staan ten dienste van het mysterie van het Lijden, de Dood en de Verrijzenis van de Heer. Wij staan ten dienste van het mysterie van de Kerk, of dit nu is onder de vorm van onze medewerking aan onze lokale kerken of ten dienste van de Kerk in het Land van Jezus waaraan wij onze bijzondere bijdrage leveren.

Ik heb de verschillende relaties en de prachtige vitaliteit van onze landscommanderijen en vice-gouvernementen ontdekt. Wij moeten datzelfde engagement verderzetten en steeds op zoek gaan naar nieuwe manieren om de participatie van onze Dames en Ridders aan het leven van de Orde aan te moedigen.

In deze optiek hebben wij ons, samen met de voorzitter en het Grootmeesterschap, tot het leveren van onze bijdrage geëngageerd. Hieronder wil ik toch nog even aan enkele van onze belangrijkste initiatieven herinneren:

-  De vrijgevige reactie op de speciale collecte vorig jaar ter ondersteuning van het Heilig Land tijdens de COVID-pandemie. Deze heeft onze stoutste verwachtingen overtroffen. Daarom ook hier nogmaals onze bijzondere dank.
-  De goedkeuring van onze statuten door de Heilige Stoel. De voorbereiding nam veel tijd in beslag en veronderstelde een sterke participatie vanwege de verschillende geledingen. De Commissie heeft goed werk geleverd om tot een tekst te komen die mij doeltreffend en modern lijkt te zijn. Onze Orde is een Centraal Organisme van de Kerk, in de zin dat ze door de Paus, opperste Autoriteit van de Kerk, werd gesticht. Hij heeft de Orde erkend als een openbare instelling, met het doel om op een stabiele en doeltreffende manier een antwoord te bieden op de noden van de Kerk in het Heilig Land. Dit gebeurt in samenwerking met het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem ten einde dit zo in de mogelijkheid te stellen de nodige materiële handelingen te verrichten om haar objectieven te realiseren. De teksten van de statuten, met bijhorende vertalingen, werden reeds aan alle landscommanderijen toegestuurd. Het is dan ook belangrijk dat deze statuten door iedereen zouden gekend zijn.
-  De publicatie van een tekst over de spiritualiteit, geïnspireerd vanuit een tegelijk Bijbelse als Kerkelijke visie. Van bij mijn aantreden in de schoot van de Orde heeft men mij de vraag gesteld of onze Orde een eigen spiritualiteit heeft. Deze vraag heeft mij ertoe aangezet deze tekst te schrijven, die in onze verschillende talen werd gepubliceerd. Het is een eerder korte tekst, zoals dit voor elk evoluerend instrument het geval moet zijn. Maar het is tegelijk voldoende geschikt om aan de spirituele eisen van de Orde te voldoen. Ik denk dat deze tekst niet enkel voor onze Dames en Ridders heel nuttig zal zijn, maar tevens dienstbaar kan zijn in de vorming van onze kandidaat-leden. Zo kan het ook een instrument zijn dat ons behulpzaam zal zijn in onze zoektocht naar nieuwe leden, hetzij jongeren hetzij minder jonge kandidaten. De tekst biedt tevens de mogelijkheid om zich te bezinnen over de grote eer en de bijzondere opdracht die aan onze Orde is verbonden. Het is nodig dat al onze priors, maar evenzeer alle bisschoppen overal waar onze Orde aanwezig is, over een kopie van de tekst beschikken.
-  Met de herziening van het Liturgisch Ritueel wordt alle noodzakelijke aandacht op de vieringen gelegd. De tekst formuleert de fundamentele criteria voor de lofbetuigingen aan de Heer en voor de schoonheid van de liturgie die aan de ridderwake is verbonden. Deze momenten zijn nooit zomaar gebruikelijke of gewoon administratief. Ze hebben de waarachtige dienstbaarheid aan God, aan de Kerk en aan onze Orde tot wezenlijk gevolg. Laat dit aan de landscommanderijen nog enigszins enige autonomie toe om er eventueel nog enkele eigenheden in te verwerken, dan is het geenszins de bedoeling om van de uitgestippelde lijnen af te wijken. Wij zullen de tekst de komende dagen in het Italiaans naar de landscommanderijen toesturen en vragen dat zij zelf voor de vertaling zouden instaan.
-  Ik wil blijvend aandacht geven aan onze vraag aan de religieuzen binnen de Orde dat zij zich rekenschap geven van de specificiteit van hun roeping en van de bijdrage die zij in het bijzonder aan het Heilig Land en aan onze Orde moeten leveren. De integratie van bisschoppen, priesters en religieuzen kan gebeuren hetzij via hun pastorale dienstverlening, hetzij door hun vrijgevige bijdrage aan het leven van de Kerk in het Heilig Land of aan de Orde zelf. Na een laatste controle zullen we ook deze betreffende teksten ter beschikking stellen.
-  De jongeren vertegenwoordigen een belangrijk deel van onze Orde waar we de nodige aandacht moeten aan besteden, zeker na de Bisschoppensynode die aan heel de Kerk de opdracht gaf om hierover na te denken en daar werk van te maken. Er bestaan binnen de Orde terzake reeds enkele mooie ervaringen die navolging verdienen. De jongeren zijn – zeker tot bij hun toetreding – nog geen lid van de Orde. Maar net zoals in een gezin kunnen zij zich op een manier eigen aan hun leeftijd voorbereiden om ooit in de Orde te worden opgenomen, indien zij dit zouden wensen. Men zou hiervoor richtlijnen kunnen uitwerken rekening houdend met de algemene opmerkingen die door hen werden geformuleerd. Iedere landscommanderij zou in een proefperiode kunnen voorzien en hiervoor mogelijks met andere landscommanderijen kunnen samenwerken. Wij vragen dat zij vervolgens hun ervaringen met het Grootmeesterschap zouden willen delen.
-  Het reglement is een van de volgende engagementen waar wij werk willen van maken. Dit vraagt tijd en bezinning. De statuten voorzien dat er een reglement wordt opgesteld ten einde aan de door de Orde bepaalde verwachtingen te voldoen. Ik hoop hiervoor op ieders inbreng te kunnen rekenen.

Met deze korte informatie hoop ik ten zeerste enig zicht te hebben gegeven op hetgeen er volop te gebeuren staat. Tenslotte wil ik hier nog vermelden dat de Heilige Vader de Congregatie voor de Heilig- en Zaligsprekingsprocessen heeft opgedragen om het decreet af te kondigen over de heldhaftige deugden van Gods dienaar Enrique Ernesto Shaw, een Argentijnse gelovige leek en lid van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem (over wie wij het later nog wel eens zullen hebben). Dit is groot nieuws waarin wij ons ten volle kunnen verheugen.

Bron : Site Web Grand Mystère

Foto : ©️ Grand Magistère

Vertaling : Luk De Staercke



 


Overlijden van Giuseppe Dalla Torre, Ere Commandeur-Generaal van de Orde, eminent jurist en universitair

 

26 januari 2021 door LdS

Op 3 december 2020 werd Professor en Graaf Giuseppe Dalle Torre del Tempio di Sanguinetto, Ere Commendeur-Generaal en “Ridder de collier” van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, uit de genegenheid van zijn familie weggenomen, in volle achting van alle verantwoordelijken van de Orde die hem hebben gekend en hem zeer nabij waren.

Hij was zowel inzake intellectuele bekwaamheid, spiritualiteit en moraliteit een man van formaat. In 1991 werd hij tot ridder geslagen en al die tijd heeft hij de Orde met opperste toewijding en generositeit gediend, dit in de verschillende taken die hij op zich heeft genomen. Dit was in de eerste plaats zeker het geval als lid van het Grootmeesterschap en later als Commandeur-Generaal (2011-2017).

Wij vergeten geenszins dat hij ook rector is geweest van de Vrije Universiteit Santa Maria Assunta (1991-2014) en voorzitter van het Staatstribunaal van het Vaticaan (1997-2019). Toen Paus Franciscus in kennis werd gesteld van het heengaan van de geachte professor, heeft hij meteen zijn “spirituele nabijheid” aan zijn echtgenote Nicolette en hun dochter Paola overgemaakt. Hij sprak tevens zijn diepe dankbaarheid uit voor de christelijke en professionele kwaliteiten van de overledene.

Tijdens de uitvaartplechtigheid voegde Kardinaal Pietro Parolin, Staatssecretaris van Zijne Heiligheid, hier ook nog zijn persoonlijke rouwbetuiging aan toe. De plechtigheid werd opgedragen in de Sint-Pietersbasiliek aan het altaar van de Heilige Stoel, in aanwezigheid van de Grootmeester van de Orde, Kardinaal Filoni, van de Commandeur-Generaal van de Orde, Professor Agostino Borromeo, en van de Gouverneur-Generaal, Ambassadeur Leonardo Visconti de Modrone.

In zijn doorleefd en gepassioneerde homilie beschreef Kardinaal Pietro Parolin zijn “vriend Giuseppe” als een goede, nederige en wijze man, een “echte volgeling van Christus”. “Wij betuigen hem alle eer en verzekeren zijn familie onze warme genegenheid en onze nabijheid in het gebed.” Kardinaal Filoni, Grootmeester van de Orde, heeft elke Ridder en elke Dame gevraagd om de zielenrust van Professor Giuseppe Dalla Torre in hun gebedsintenties op te nemen.

Source: Ordre équestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem – Grand Magistère –

vertaling: Luk De Staercke



 


Covid-19: Oproep tot de Ridderorde van het Heilig Graf om het Heilig Land te helpen

 

1 oktober 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Sedert de maand mei verzamelden de zowat 30.000 ridders en dames van de Ridderorde van het Heilig Land (OESSJ) bovenop hun gebruikelijke giften nog eens ruim drie miljoen Euro aan hulp voor het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem. Deze giften waren expliciet bedoeld om mee de crisis op te vangen die de pandemie van het coronavirus onder de christenen in het Heilig Land heeft teweeg gebracht. Zoals in vele landen is ook in het Heilig Land de toestand bijzonder kritiek, zeker nu de Israëlische Regering voor ten minste drie weken een nieuwe lock down heeft ingesteld.

Ten gevolge van de pandemie werden in het voorjaar door de toenmalige lock down alle reizen en bedevaarten naar het Heilig Land onmogelijk gemaakt. Dit bracht meteen de reeds fragile tewerkstelling van duizenden christen gezinnen in deze regio in gevaar. Daarom kondigde Kardinaal Fernando Filioli, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf, in de maand mei de oprichting aan van het steunfonds “Fonds de Soutien Humanitaire Covid-19”. Het Grootmeesterschap had immers beslist om op die wijze fondsen te verzamelen om mee te helpen deze economische catastrofe het hoofd te bieden. Op die manier werd er ongeveer twee miljoen Euro specifiek in dit fonds verzameld. Bovendien werd er nog eens voor humanitaire hulp één miljoen Euro extra vrijgemaakt, dit bovenop het budget dat begin dit jaar hiervoor was voorzien.

Leonardo Visconi di Modrone, Gouverneur-Generaal van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, verklaarde: “Tijdens de periode van afzondering hebben wij de verantwoordelijken van de landscommanderijen gecontacteerd met de vraag om alles in het werk te stellen om – samen met de zorg voor de dringende noodwendigheden inzake gezondheidszorg in hun eigen land – ook hun betrokkenheid bij de noden van onze broeders en zusters in het Heilig Land niet uit te oog te verliezen. Deze worden immers wel heel zwaar getroffen. Wij zijn bijzonder erkentelijk voor het feit dat de specifieke hulp voor het Fonds Covid-19 niet uit de gewone giften van onze leden werd gerecupereerd. Deze zijn immers in de eerste plaats voorbestemd als bijdrage van de gewone dagelijkse noodwendigheden van het aartsbisdom Jeruzalem.”

Concrete hulp voor duizenden gezinnen

De bijdragen die naar het Heilig Land werden gestuurd, hebben het mogelijk gemaakt om op een heel snelle manier aan enkele zeer dringende noden een oplossing te bieden. Sami el-Yousef, Administratief-Directeur van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem, verklaarde: “dank zij de bijdrage voor humanitaire hulp die wij vanwege de Ridderorde mochten ontvangen, was het ons mogelijk om meer dan 240 gezinnen in een dertigtal parochies in de mogelijkheid te stellen om in hun meest dringende behoeften te voorzien. Het betrof het uitreiken van levensmiddelenbonnen, de aankoop van hygiënische producten, van noodwendigheden voor kleine kinderen en van medicijnen en het vereffenen van onbetaalde facturen.”

Deze hulp werd verstrekt via de parochiepriesters en de parochieraden die, samen met de lokale autoriteiten, voor een eerlijke verdeling van de middelen instonden. Verder wist Sami el-Yousef nog mee te delen dat er ook nog eens 1.238 gezinnen in Jordanië en 1.180 gezinnen in Palestina een bijdrage mochten ontvangen om een deel van de schoolkosten van hun kinderen mee te betalen.

Mgr. Pierbattista Pizzaballa, Apostolische Administrator van het Latijns Patriarchaat, sprak bijzondere woorden van dank voor de doeltreffende hulp die het Patriarchaat vanwege de Ridderorde mocht ontvangen. “Dank zij de ondersteuning vanwege de Grootmeester en het Grootmeesterschap werd onze oproep aan de Ridders en de Dames op een bijzonder gulle manier beantwoord. De gift ging onze stoutste verwachtingen te boven en bood ons de noodzakelijke kracht om deze dringende nood in alle discretie op te vangen,” vertelde hij.

In de voorbije tien jaar verleende de Ridderorde van het Heilig Graf voor ruim 120 miljoen Euro aan bijdragen voor het Heilig Land. Daarvan werd alleen al in 2019 voor 14 miljoen aan het Heilig Land doorgestort, hetgeen erop wijst dat de betreffende giften nog steeds in stijgende lijn gaan.

Vatican News

Bron:
CathoBel
Actualité
Eglise Monde
Covid-19

Origineel Artikel: Covid-19: l’Ordre du Saint-Sépulcre mobilisé pour aider la Terre Sainte

vertaling: Luk De Staercke



 


"Hoe dient een lid van de Ridderorde om te gaan met de politieke situatie in het Heilig Land?" – Standpunt van de Grootmeester

 

22 augustus 2020 2020 door LdS

ROME – De politieke ontwikkelingen in het Heilig Land kunnen geen Ridder of Dame van de Ridderorde van het Heilig Land onbewogen laten. Vaak achtervolgt ons de vraag hoe wij daar moeten mee omgaan. Dhr. F. Stocco, ridder in een buitenlandse landscommanderij, stelde deze vraag rechtstreeks aan Kardinaal Filoni, Grootmeester van onze Orde.

“Vanuit een inwendige dwingende noodzaak kwam ik tot het besluit u te schrijven. Ik ben niet de enige die een levendige aandacht voor het Heilig Land koester. Wat daar gebeurt, is telkens opnieuw vrij aangrijpend. Hoe dient een Ridder van onze Orde nu met dit gegeven om te gaan? Waaruit kan mogelijk een betere toekomst voor het Heilig Land bestaan en hoe kan vrede en vreedzame samenleving onder de plaatselijke bevolking worden bewerkstelligd? Ik hoop evenwel u door deze vraag toch niet al te zeer te verontrusten.”

Uw vraag verontrust mij in het geheel niet. Het is de situatie in het Heilig Land zelf die zo verontrustend is. Onze lokale christenen dragen sinds mensenheugenis dit land, dat ook ons zeer dierbaar is, diep in hun hart. Dat is ook het geval bij de joden en de moslims, al hebben allen hiervoor wel hun eigen redenen. Als lid van de Ridderorde van het Heilig Graf moeten wij ons overigens deze vraag stellen. De Orde heeft immers de ijver voor en de steun aan het Heilig Land als centrale doelstelling. Vanuit het standpunt van de Orde moet het bevorderen van de vrede en de vreedzame samenleving in het Heilig Land steeds ons eerste verlangen en onze ultieme betrachting zijn.

De vrede is niet iets dat men voor eens en voor altijd kan tot stand brengen, maar door er dagelijks aan te werken, is het mogelijk om ze door middel van het respect voor de rechten van en voor eenieder steeds meer te bevorderen en te verdedigen. Daartoe engageert onze Orde zich binnen de middelen die in onze mogelijkheden liggen en levert zij een substantiële bijdrage aan de organisatie van de christen gemeenschappen in het Heilig Land. Zo bevordert zij de toegang tot onderwijs en opvoeding voor vele kinderen en jongeren en heeft zij aandacht voor kansarmen, hulpbehoevenden en grote gezinnen.

Wij zijn zeker niet de grote ontwerpers van vrede en van vreedzame samenleving, maar wij hanteren voor onszelf hier liever het evangelische beeld van de ‘kleine werklieden” in de wijngaard van de Heer (cfr. Mt. 20, 1 e.v.). Wij willen ons geenszins arrogant opstellen maar evenmin onze boodschap fluisteren. We willen gewoon ambachtslieden zijn die zich gelukkig weten om vanuit hun opdracht een bijdrage aan de realisatie van dit ideaal te kunnen leveren. Indien het van alle mensen verwacht wordt om zich hiervoor in te zetten, dan geniet dit engagement voor ons, leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, precies de opperste prioriteit en vormt het een wezenlijk bestanddeel van onze roeping. Een Dame en een Ridder "belijden hun geloof in Christus door middel van hun getuigenis en hun vrijgevigheid ten aanzien van elke hulpbehoevende mens, alsook door middel van het bevorderen van het wederzijds begrip voor de rechten van iedereen” (ontleend aan de liturgie van de investituur).

De Heilig Stoel hanteert in het Heilig Land eveneens deze aanpak. De vele provocerende gebeurtenissen die vaak tegenstrijdige reacties uitlokken, mogen ons niet afleiden van de doelstelling die ons heilig is. De diverse vormen van misbruik die vaak in verschrikkelijke gewelddaden en catastrofale vormen van armoede uitmonden, zijn een aanfluiting van het sacrale karakter van het land van onze Heer Jezus Christus en kunnen zeker niet aan God zelf worden toegeschreven. Ze zijn gewoon de vrucht van de menselijke onverdraagzaamheid. Tegelijk mogen we evenmin toegeven aan de bekoring van algemeen pessimisme door te stellen dat er “daar hoe dan ook nooit enige verandering of verbetering zal tot stand komen”. De droom van de vrede voeden en er voor werken, betekent voor ons een uitzonderlijke eer.

Ik heb vele jaren in het Heilig Land en het Midden-Oosten geleefd en ik weet dus behoorlijk goed hoe men daar als bewerkers van de vrede zijn bijdrage kan leveren. Hij die werkt voor de vrede zal zoon van God genoemd worden (cfr. Mt 5, 9). Dit is de deugd die de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem steeds in volle overtuiging moet blijven beoefenen. Was de vredeswens niet de eerste wens die de Verrezen Jezus aan zijn leerlingen heeft uitgesproken?
“Vrede aan u allen!”

Ferdinando Kardinaal Filoni
Grootmeester

vertaling: Luk De Staercke



 


Virtueel gebedsmoment van de jongerengroep van de Ridderorde

 

20 juli 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Om hun Landscommandeur Jean-Pierre Fierens tijdens de laatste dag van zijn mandaat te vergezellen en tegelijk ook voor zijn opvolger Ridder Damien de Lamine de kracht van de Heilige Geest af te smeken, hielden de jongeren van de Belgische Landscommanderij een grote virtuele avondwake. En ook al werd hiervoor van een digitaal platform gebruik gemaakt, de gebeden waren er niet minder écht om.

Net zoals de landscommanderijen van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk heeft ook de Belgische landscommanderij een groep jongeren in haar rangen. Een dertigtal onder hen hielden samen met hun Landscommandeur een avondwake dit naar aanleiding van het beëindigen van zijn mandaat. Enkelen deden dit individueel, anderen als koppel en sommigen hielden er zelfs aan om dit samen met hun kinderen (of hun ouders) in gezinsverband te doen. De meesten beschikten over een videoverbinding, maar enkelen hielden het bij een eenvoudig telefonisch contact.

Liturgisch was de wake gebaseerd op de completen van de vrijdag van de tiende week door het jaar van de pare jaren. De psalmen werden dan weer aan de jaarlijkse ridderwake ontleend.

Als bijzonderheid werd een lang en heel intens persoonlijk gebed vanwege elke deelnemer in de wake ingevoegd. Hiertoe werden de deelnemers vooraf uitgenodigd om een gebedsintentie voor te bereiden.

De wake werd voorgegaan door E.H. Edouard van Maele, kerkelijke ceremoniaris van de Belgische Landscommanderij en aalmoezenier van de Werkgroep Liturgie. Confrater Peter Broos trad op als dirigent bij de gezangen. Dit gebedsmoment had plaats op de dag dat Landscommandeur Jean-Pierre Fierens zijn tweede en tevens laatste mandaat aan het hoofd van de Belgische Landscommanderij heeft beëindigd en op de vooravond van de liturgische installatie van zijn opvolger, Ridder Damien de Lamine.

Drie jonge kandidaat-leden, die in andere omstandigheden op hetzelfde moment de avondwake van hun investituur zouden beleefd hebben, namen eveneens aan deze gebedsviering deel.



 


Liturgische installatie van de nieuwe Belgische Landscommandeur

 

28 juni 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 13 juni 2020 had onder een stralende zon de liturgische installatie plaats van Ridder Damien de Laminne de Bex als nieuwe Belgische Landscommandeur van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. De zegening gebeurde door Mgr. Kockerols, Grootprior van de Belgische Landscommanderij, in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning ten Zavel te Brussel. Dit is de kapittelkerk van de Orde in België.

In de nasleep van de veiligheidsmaatregelen rond de coronapandemie werd de ceremonie heel bescheiden gehouden. Ze had plaats in het koor van de kapittelkerk. Alleen de Raad van de Landscommanderij en de Ere-Landscommandeurs namen eraan deel.

Na de Woorddienst werd de kerkelijke plechtigheid verdergezet met de afkondiging van het benoemingsdecreet van de nieuwe Belgische Landscommandeur. De Grootprior ging vervolgens over tot de zegening van de nieuwe landscommandeur die daarna het gebed van de ridders uitsprak.

Cathobel maakte voor het KTO een opname van deze plechtigheid. Een korte samenvatting hiervan kan u elders op de site (onder “Links en Multimedia”) bekijken.



 


Een nieuwe Landscommandeur voor België

 

28 juni 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Kardinaal Filoni, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem heeft bij decreet van 12 maart 2020, Ridder Damien de Laminne de Bex aangesteld om hem binnen de Belgische Landscommanderij te vertegenwoordigen. Deze aanstelling ging op 13 juni 2020 van kracht.

Ridder Damien de Laminne werd op 28 juni 1957 in Schaarbeek geboren en is Licentiaat in de Rechten en Ere-Commandant Reserve Officier bij de Belgische krijgsmacht. Vanaf 1983 kwam hij beroepsmatig bij de Maatschappij DKV terecht en hij zou daar zowat heel zijn beroepsloopbaan blijven. Hij sloot daar zijn loopbaan af als Secretaris-Generaal.

In 1984 huwde hij Gravin Gwennolée du Parc Locmaria en hun gezin telt vier kinderen: twee dochters en twee zonen tussen de 25 en de 30 jaar. Zij wonen in Bolinne-Harlue (Bisdom Namur).

Hij werd in 2018 in de Orde opgenomen en vervulde er sedert 14 juni 2019 de opdracht van secretaris van de Raad.



 


Zijn wij wel voldoende zichtbaar aanwezig? SPGM 12

 

8 juni 2020 2020 door LdS

ROME – Dame Maria José schreef ons vanuit Spanje (samenvatting): Eminentie, de leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem dragen een engagement ten aanzien van het Heilig Land en hebben de spiritualiteit van de Orde als krachtbron. Toch is onze hulp niet altijd gekend, ze is niet vanzelfsprekend. Soms lijkt ze zelfs eerder theoretisch dan reëel. Moet de Orde haar aanwezigheid niet meer kracht bijzetten? Moet ze haar vrijwillige en onbaatzuchtige inzet en samenwerking met het Latijns Patriarchaat, met de geestelijken en met de religieuzen in het Heilig Land niet duidelijker manifesteren?

Deze vraag houdt ons even sterk bezig als het feit dat Ridders en Dames van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem écht zouden weten dat zij een zending ten aanzien van het Heilig Graf te vervullen hebben. Ik meen dat we deze vraag op drie verschillende niveaus kunnen beantwoorden: de zichtbaarheid van de Orde, de bedevaarten met de bezoeken aan het Heilig Land en het vrijwilligerswerk.

De Ridderorde van het Heilig Graf is een historische instelling die nauw met het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem verbonden is. Deze samenhang staat duidelijk in onze statuten ingeschreven. Anderzijds vormt de Orde niet zomaar een schaduw van het Patriarchaat maar staat zij het Patriarchaat terzijde en zoekt zij mogelijkheden om haar te ondersteunen met alle middelen die de Orde ter beschikking heeft. Aldus biedt zij het Patriarchaat de mogelijkheid om tal van pastorale en educatieve activiteiten te ontplooien. Ons voornaamste doel is dus geen referentie naar onszelf of bedoeld om onszelf op de voorgrond te plaatsen. Wij willen gewoon ervoor zorgen dat de Latijnse Kerk van Jeruzalem, net als tal van andere kerkelijke instellingen hun dagelijkse leven kunnen ontplooien. Op die manier kunnen zij met vrijgevigheid, edelmoedigheid, krachtdadig en vol vitaliteit hun werk in dienst van God en hun broeders vervullen. In 1964 richtte de thans Heilige Paus Paulus VI zich naar aanleiding van zijn historische bedevaart naar de Heilige Plaatsen speciaal tot de leden van onze Orde. In zijn boodschap konden we toen ook reeds deze geest en deze uitnodiging herkennen: “Hou niet op deze Heilige Plaatsen lief te hebben en laat deze voorliefde steeds intenser worden en in toewijding groeien. Blijf het land dat door de voetstappen van de Mensenzoon geheiligd is de nodige eer betuigen. Blijf daar de godsdienstige werken, het onderwijs en de naastenliefde bevorderen. Zij zijn daar de bevestiging van de vastberaden en liefdevolle aanwezigheid van de Katholieke Kerk. Laat, indien dit in je vermogen ligt, uw liefdadige, spirituele en materiële krachten in het voordeel van de bevolking als maar toenemen” (Toespraak van Paus Paulus VI tot de Ridderorde van het Heilig Graf).

Het is echter duidelijk dat dit met een gepaste wijze van informeren en communiceren moet gepaard gaan. Dit kan gebeuren vanuit onze leden en naar onze leden toe, zodat zij in kennis worden gesteld van de initiatieven die door hun gulheid en gebeden worden ondersteund. Met behulp van haar eigen communicatiemiddelen probeert de Orde de afstand te overbruggen en voortdurend een informatiestroom op gang te houden zodat de werkelijke toestand in het Heilig Land voor iedereen zichtbaar en concreet blijft. Wat de verdere “zichtbaarheid” van de Orde betreft, is het aan u, Dames en Ridders, om u in uw bisdom en in uw leefgemeenschap als “ambassadeurs” van het Heilig Land te laten kennen. Laat de harten in uw omgeving met liefde voor het Land van Jezus en voor de “levende stenen” die er nog wonen, ontbranden. Ook dit is een wezenlijk bestanddeel van onze zending. Wees als een prisma dat dank zij het licht van buitenaf, levendige kleuren tot stand brengt. Een prisma ontvangt en geeft.

Wat de bedevaarten betreft, moet men beseffen dat deze voor de Ridders en Dames van de Orde dé gelegenheid zijn die een bijzonder spiritueel, cultureel en sociaal belang in zich dragen. Adem de lucht die eens door Jezus werd ingeademd, wandel over dezelfde paden waarlangs Hij zijn weg zocht, lees het Woord op de plaatsen waar dat alles eens is gebeurd. Dit zal altijd een rijke en mooie ervaring bij elkeen van ons teweeg brengen. Tegelijk is een bedevaart ook het uitgelezen moment om in contact te treden met de vele werken die in het Heilig Land door ons ondersteund worden en die ons zo nauw aan het hart liggen. Het is zinvol om naar aanleiding van een bedevaart ook de nodige tijd te voorzien om meerdere van onze projecten te bezoeken en om er diegenen die er werken of er de voordelen van plukken, te ontmoeten. Deze bezoeken zullen onze oproep en ons engagement nog een betere onderbouw geven. Aarzel dus niet om een échte “missionaris” te zijn en zeker geen proseliet of bekeerling. Moge uw getuigenis over hetgeen je als lid van de Orde in het Heilig Land hebt beleefd, van groot nut zijn, ook op momenten dat je uw riddermantel niet draagt.

Ten slotte vind ik ook de idee om als vrijwilliger een ervaring in het Heilig Land op te doen, als heel waardevol. Dit kan alleen maar positieve resultaten hebben, of dit nu voor onze Ordeleden of voor onze vrienden in het Heilig Land zal zijn. Dit is zeker het geval voor elke dienstverlening aan de jongeren in het Heilig Land. Ervoor kiezen om je tijd ter beschikking te stellen van hen die aan onze ondersteuning behoefte hebben, getuigt niet alleen van een groot verantwoordelijkheidsgevoel maar tevens van een groot besef van de noden van de wereld die ons omringt en van onze relatie met God, onze Schepper. Heel wat ervaringen werden in het Heilig Land beleefd en worden ook vaak op onze website www.oessh.va. met ons gedeeld. Het is mijn wens dat deze initiatieven in de toekomst worden verder gezet en vruchten mogen dragen in het leven van hen die eraan participeren.

Fernando Kardinaal Filoni,
Grootmeester
(Juni 2020)

vertaling: Luk De Staercke



 


Onthou de leerschool – Maak uw keuze – SPGM 09

 

19 mei 2020 2020 door LdS

Al verschilt de besmettingsgraad weliswaar van land tot land, toch is er in wezen geen enkele regio die door de COVID-19 pandemie gespaard is gebleven. Duizenden doden, miljoenen besmette en zieke mensen, miljarden aan economische en financiële schade… Het lijkt wel een pestepidemie die ons allen treft en die de hele wereld – zowel organisaties als individuen – onder een gemeenschappelijke noemer heeft geplaatst, deze van de angst!

De bescherming van de gezondheid werd bekommernis nummer één. Het doorbreken van het dagelijkse leven was hiervan het eerste resultaat en kreeg een crisis in de werkgelegenheid als groot gevolg. Onze kijk op de dingen, op ons gevoel van veiligheid en op onze levensnoodzakelijke perspectieven was aan een grondige revisie toe.

Het Heilig Land, dat in de religieuze bedevaarten en het toerisme het levenssap vindt voor het economisch voortbestaan van duizenden gezinnen, werd eveneens zeer zwaar getroffen.

De Ridderorde van het Heilig Graf heeft de steun aan de moederkerk van Jeruzalem, aan de scholen die onder patriarchaal bestuur vallen en aan de caritatieve en sociale initiatieven als wezenlijk objectief. Daarom trekt ze zich dan ook ten volle de ondersteuning van deze nieuw ontstane noden aan. Daartoe heeft het een nieuw fonds opgericht om bijkomende en buitengewone gelden in te zamelen.

Bovenop dit belangrijk initiatief willen wij aan alle leden van de Orde – en niet enkel aan hen – de bedenking voorleggen even stil te staan bij de vraag welke leerschool valt er uit deze nieuwe onvoorzien en tevens niet te voorziene situatie te trekken? Met deze vraag sluiten wij perfect aan bij de bedenking die ook Paus Franciscus en tal van andere internationale instellingen reeds eerder hebben geformuleerd.

Wij dragen allemaal een verantwoordelijkheid. Zo moet de wereld van de internationale financiën voor zichzelf uitmaken aan welke kant ze wil staan: aan de kant van de mensen of aan de kant van de macht en van haar eigen bastion. Wij van onze kant willen de mensen op de eerste plaats stellen en wij willen ons leven hier zo nodig voor heroriënteren. Het moet prioritair om de mens gaan, om zijn werk, zijn gezondheid, zijn gezin, zijn levenskwaliteit en alles wat zijn toekomst aangaat.

Zorg dragen van mensen is een wezenlijk onderdeel van de gave van het christelijk geloof en dit vormt dus een wezenlijke opdracht die wij moeten vervullen.

Fernando Kardinaal Filoni
Grootmeester

vertaling: Luk De Staercke



 


De zaak van de jongeren in de Orde! SPGM 08

 

19 mei 2020 2020 door LdS

ROME – Bepaalde landscommanderijen genieten reeds het voorrecht van de aanwezigheid van tal van jongeren in hun rangen of in hun onmiddellijke omgeving. Wanneer de onderlinge relaties tussen de jongeren en de overige (wat oudere) leden van een landscommanderij gekenmerkt zijn door een sfeer van wederzijdse welwillendheid, respect en vertrouwen, betekent dit in de regel een bron van rijkdom. De Grootmeester gaat hieromtrent in op de vraag van een jonge Fransman.

“Via uw “Standpunt van de Grootmeester”, waarover ik mij overigens ten zeerste verheug, wil ik u om uw visie vragen betreffende de plaats van de jongeren binnen de Orde en hun samenhang met de organisatie in haar geheel. Wil u met ons uw visie delen over de kwestie van de jongeren binnen de Orde?” (Jérôme, Paris).

Hartelijk dank voor het stellen van deze vraag. Ja, ik moet zeggen dat ik deze gelegenheid aangrijp om over dit belangrijk aspect binnen het leven van onze Orde even van gedachten te wisselen. De Heilige Paus Johannes XXXIII stelde reeds in 1962 dat de Orde zorg moest dragen voor haar vitaliteit en haar voortbestaan. Hij deed dit naar aanleiding van de actualisatie van de statuten van de Orde. Deze pauselijke opdracht beperkte zich niet zozeer tot het engagement van deOrdeten opzichte van het Heilig Land, maar richtte zich in de eerste plaats op haar eigenheid en dit zowel vanuit spiritueel vlak als op het organisatorische aspect en haar participatief bestuur. De vraag is echter: hoe pakken we dit aan?

De recente Synode over de jeugd en de daaropvolgende Apostolische Exhortatie Christus vivit (25.03.2019), moedigen ons aan om over de aanwezigheid van de jongeren in de Orde ernstig na te denken. Dit betreft zowel hun vorming als hun inbreng inzake de spirituele en sociale doelstellingen van de Orde zoals deze ons vanwege de Pontificale oversten zijn toevertrouwd.

U verwijst in de toelichting bij uw vraag naar de situatie in Frankrijk waar men reeds gedurende een twintigtal jaar ervaring heeft met de aanwezigheid van “Schildknapen en Jonkvrouwen”. Deze aanpak heeft aanleiding gegeven tot de aanwezigheid van een dertigtal jonge ordeleden. Dat lijkt mij een heel belangrijk resultaat, zeker in het licht van de uitdrukking dat men “aan de vruchten het belang van een initiatief kan herkennen". Een ander aspect dat zeker niet als ondergeschikt mag worden beschouwd en alle aandacht verdient, is het feit dat nogal wat leden na hun intrede in de Orde nog nauwelijks of zelfs helemaal niet, aan de activiteiten van de Orde participeren. Hoe komt dat? Dit aspect moet ons allen tot nadenken stemmen. Wij weten – en Paus Franciscus heeft daar (16 november 2018) nog aan herinnerd – dat de Ridderode van het Heilig Graf van Jeruzalem geen orde van filantropen is, laat staan een orde van zuivere eretitels.

Ik beschouw de introductie van jongeren als heel heilzaam voor de Orde. Zij kunnen immers het enthousiasme van hun aanwezigheid doorgeven, alsook bieden zij een kans om weer aansluiting te vinden met diegenen die zich van Orde verwijderd hebben.

Wij weten ons nog altijd geraakt door de woorden van de Heilige Vader in zijn boodschap tijdens de Wereld Jongeren Dag die wij nog op 5 april l.l. hebben gevierd. “In een cultuur die streeft naar jongeren die geïsoleerd zijn en die zich gemakkelijk op virtuele werelden terugplooien, moeten wij de cultuur van Christus opnieuw in circulatie brengen: STAAT OP! Staat op en wordt wie je wérkelijk bent!” Dank zij deze boodschap herwinnen de uitgedoofde gezichten van heel wat jongeren hun jeugdige glans. Ze worden zo zoveel mooier dan om het even welke virtuele realiteit. “Want wanneer je uw leven prijsgeeft, dan is er steeds iemand die het verwelkomt. […] en wanneer een jongere zich door een of ander gepassioneerd weet, of beter nog, zich door iémand gepassioneerd weet, dan richt hij zich weer op en kan hij aan grote dingen beginnen; […] hij kan getuige worden van Christus en zelfs voor Hem zijn leven geven.”

De Dames en de Ridders van het Heilig Graf wisten zich ook ooit hiertoe geroepen en traden toe tot onze grote familie. En net als de jongeren weten zij zich gepassioneerd door de schoonheid van de waarden en het christen getuigenis binnen de Orde.

Ik vraag dus dat de verschillende landscommanderijen, in antwoord op de reeds geformuleerde aanvragen in het verleden, het Grootmeesterschap zouden informeren indien zij reeds dergelijke ervaringen met jongeren zouden kennen of indien zij dit zinnens zijn te doen. Wij kijken eveneens uit naar de ervaringen van de jongeren zelf en hoe zij dit alles evalueren. Ik denk hierbij dan vooral aan hun mening betreffende de minimumleeftijd, de benaming, sensibiliserings- en vormingsinitiatieven… Mogelijks kunnen wij gemakkelijker onze gemeenschappelijke krachtlijnen uitzetten indien wij elkaar beluisteren. Dit doen wij in respect voor de vrijheid van de verschillende landscommanderijen in het nemen van bepaalde initiatieven terzake. Van zohaast er ons reacties bereiken, kan hiervoor zeker in de schoot van het Grootmeesterschap een kleine studiegroep ad hoc opgericht worden.

Fernando Kardinaal Filoni
Grootmeester

vertaling: Luk De Staercke



 


Het symbool van een hoogverheven dienstbaarheid! – SPGM 06

 

19 mei 2020 2020 door LdS

ROME – In de loop van de volgende maanden willen wij u enkele overwegingen van onze Grootmeester voorstellen die hij rond bepaalde actualiteitsonderwerpen heeft ontwikkeld. Deze artikels zullen onder een nieuwe noemer verschijnen en zullen als titel dragen: “Standpunt van de Grootmeester” kortweg “SPGM” genaamd. Vandaag heeft hij het over een belangrijke wijziging in het ritueel van onze investituur, met name het afstand doen van het zwaard. Hij gaat hiervoor in op een vraag van Ridder Bellino.

“Ik heb altijd de ridderslag met het zwaard binnen de Orde als een soort oproep binnen de oproep verstaan… het zwaard als instrument voor de groei in heiligheid en als symbool om, vertrekkend vanuit Jeruzalem, de Kerk te dienen. Ik vraag u… Ik heb vernomen dat u een nieuwe formule aanwendt in het verloop van het ritueel van de investituur en verkiest om de bisschopsstaf te gebruiken in de plaats van het zwaard. Kan u me soms verklaren op welke redenen men zich baseert om deze betekenisvolle wijziging door te voeren?” (Rid. Michele Bellino).

Op 15 februari had ik de eer en het genoegen mijn eerste investituur in Rome voor te gaan. Dit was voor de Landscommanderij van Centraal-Italië. Ik had de ritus met tal van medewerkers zorgvuldig voorbereid. Hierbij werd de traditionele symboliek ten volle gerespecteerd en wij wisten dat de investituur met het zwaard een symboliek vertegenwoordigde die ik toch niet meteen meer aangepast zie aan de actuele realiteit van onze Orde en aan de post-conciliaire ecclesiologie. Hierin heeft ook de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem haar plaats en geniet zij de bijzondere welwillende bescherming vanwege de Apostolische Zetel.

Het zwaard geniet in het collectief geheugen en in de historiciteit de reputatie van de gewapende strijd en militaire veroveringen. Mede vanuit de optiek van de oorlogsvoering en de verschrikkelijke situaties die dit met zich meebrengt, staat het zwaard ook in de Schrift vaak als symbool voor bestraffing. Maar is dit symbool in een tijd als de onze, die evenmin van gewelddaden gevrijwaard blijft, niet eerder een anachronisme geworden?

In de Kerk is de bisschopsstaf daarentegen het symbool van een hoogverheven dienstbaarheid in het beschermen en ondersteunen van de christen gemeenschap. Daarom precies wordt de herdersstaf voorbehouden aan de bisschoppen en wordt hen deze bij hun wijding overhandigd. Daarbij wordt volgend gebed geciteerd: “Ontvang deze staf, teken van uw pastoraal ambt. Draag zorg van heel de kudde waarbinnen de H. Geest u als bisschop heeft aangesteld om Gods Kerk te leiden” (uit de liturgie). Vertrekkend vanuit deze betekenisvolle woorden kan men overwegen dat een ridder en een dame tijdens hun investituur door de aanraking van hun schouder met de bisschopsstaf de gave ontvangen om voortaan met al hun talenten te participeren aan de zorg voor de doelstellingen van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem en aan een leven in de Kerk.

Verder worden er zowel voor de ridders als voor de dames ook nog enkele andere kleine aanpassingen doorgevoerd opdat het ritueel van de investituur nog beter zou verlopen. Zo wordt er ook verwezen naar het doopselritueel wanneer zij worden bevraagd omtrent datgene wat zij van Gods Kerk verwachten. Er is immers een duidelijke band tussen het ridderschap en het doopsel. Het lidmaatschap van de Orde is immers de verwezenlijking van ons engagement dat wij aan ons doopsel ontlenen.

Fernando Cardinal Filoni

vertaling: Luk De Staercke



 


Paasboodschap van de Grootmeester – 2020

 

15 april 2020 2020 door LdS

Het lege graf is geen goddeloze ruimte. De stilte betekent niet dat Hij afwezig is

Samen met het dagelijks beluisteren van het Woord van God heeft de vastentijd ons op weg naar Pasen gezet. Maar dit jaar was het wel een uitzonderlijke vastentijd. De besmetting met het Covid-19 virus, en de daaropvolgende pandemie heeft heel de wereld en de wereldorganisatie op zijn kop gezet. Misschien heeft deze bijzondere tijd toch wel een aantal mensen aan het denken gezet. Misschien was dit ook wel eens een aanleiding om zich ook over ons bestaan te bezinnen,(wie is dat nu, de mens???); of over het Godsmysterie (God, waar ben Je eigenlijk???); of over onze relatie tot onze Heer (God, wie ben ik voor u???). En niemand zal wellicht meteen geïnteresseerd zijn om op al deze vragen een filosofisch of antropologisch antwoord te krijgen.

De Heilige Schrift vertelt ons dat de Schepper de levensadem in de neusgaten van de mens heeft geblazen. “Zo werd hij (ādām, la terre) een levend wezen” (Gen 2, 7). Maar door menselijk onbegrip en het zich verwijderen van God, moest “de HEER eertijds vele malen en op velerlei wijzen tot onze vaderen spreken” (Heb 1, 1). Maar dat scheen evenwel niet te volstaan want schrik en pijn zijn de mens doorheen de tijden blijven kwellen en brachten hem niet zelden weer tot geloof. In de stilte van het afwezige antwoord dat we graag wilden horen, manifesteerde zich vaak een afwezige God. Daartegenover staat dat Jezus door zijn Menswording voor eens en voor altijd het meest volledige antwoord van God is geworden. Het Lege Graf, de plaats waar alles wel scheen te verdwijnen, vertegenwoordigt in werkelijkheid niet de leegte die God hier heeft achtergelaten, maar het vormt als het ware de moederschoot waaruit een totaal nieuw leven zou geboren worden, een leven dat helemaal anders is dan alles wat eerder al bestond.

De mensheid is door het lijden en door het kwaad zwaar gewond geraakt. Ze lijkt als het ware onverbiddelijk en compleet overweldigd te zijn. Door hoeveel kwalen, door hoeveel oorlog, door hoeveel persoonlijke gewelddaden wordt de wereld niet getroffen. En precies in die wereld wordt Pasen een nieuwe profetie en wordt de relatie tussen God en de mens, tussen God en Zijn schepping opnieuw tot leven gewekt. “Zal een vrouw haar zuigeling vergeten, een moeder zich niet over het kind van haar schoot erbarmen? En zelfs als die het zou vergeten; Ik vergeet u noot! Kijk, in mijn handpalmen heb Ik u geschreven.” (Js 49, 15-16). Ziehier wat de Pasen van Jezus voor ons betekent!

Dierbare broeders en zusters, in de verwondering en in de verbazing van Maria Magdalena, van de vrouwen, van Petrus en Johannes bij het Lege Graf worden wij mee uitgenodigd om de aankondiging van de engel te beluisteren: “U hoeft niet bang te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt die gekruisigd is. Hij is niet hier; Hij is tot leven gewekt (...) u zal Hem zien” (Mt 28, 5-7).

Ik wil dezelfde boodschap aan iedereen opnieuw verkondigen en ze door elk lid van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem laten beluisteren. Tegelijk wens ik dat het mysterie van de Verrezen Jezus een grote vreugde mag voortbrengen; dat ze vrede en een nieuwe geest mag tot stand brengen. Mogen wij allen, samen met Maria, de Moeder van Jezus, en met alle vrouwen en mannen die Jezus zagen sterven en die Hem begraven hebben, nu van Zijn Verrijzenis getuigen zijn.

vertaling: Luk De Staercke



 


Kruisweg voor de leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem

 

9 april 2020 2020 door LdS

Wij mochten vanwege het Grootmeesterschap in Rome een voorstel tot Kruisweg ontvangen. De teksten en gebeden zijn volkomen aangepast aan de penibele tijd die we nu samen doormaken en richt zich heel in het bijzonder tot alle leden van de Ridderorde van het Heilig Graf in Jeruzalem. Het is de bedoeling dat wij deze op Goede Vrijdag 10 april zouden ter hand nemen, net nu wij niet in de mogelijkheid verkeren om aan de ons zo vertrouwde diensten in de Goede Week te participeren.

Inleiding

In de lente van 2020 heerst over heel de wereld de angst voor een dodelijk virus. Duizenden gezinnen zijn in een diepe rouw gewikkeld. Meer dan ooit staan wij aan de voet van het Kruis van Christus. Als Ridders en Dames van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, willen wij ons op deze Goede Vrijdag in gebed verenigen. Wij zijn ervan overtuigd dat de huidige beproeving tegelijk ook een gelegenheid is om ons geloof te verdiepen en er op een heel concrete wijze getuigenis van af te leggen. Wij voelen ons met de huidige problemen verbonden en vragen God in gebed om de wereld genezing en vrede te brengen.

Eerste statie – Jezus wordt ter dood veroordeeld

“Waar kom je vandaan?” Maar Jezus gaf geen antwoord. “U spreekt niet tegen mij? zei Pilatus. U weet toch dat ik de macht heb om U vrij te laten, maar ook de macht om U te laten kruisigen?” Jezus antwoordde: “U zou over mij geen enkele macht hebben als u dit niet door de hemel vergund was. De zwaarste schuld ligt dan ook bij hem die Mij aan u heeft overgeleverd.” Toen begon Pilatus alles in het werk te stellen om Hem vrij te laten. Maar de Joden schreeuwden: Als je zo iemand vrij laat, verliest u de gunst van de keizer. Wie zichzelf tot koning maakt, komt in verzet tegen de Keizer.” (Joh 19, 9-12)

Bevind ik me niet vaak in de massa die schreeuwt om onderwerping aan de heersende instanties eerder dan om mijn geweten te volgen. Nu de dood overal om ons heen grijpt en ik hem van dichtbij ervaar, belijd ik ten aanzien van mijn broeders en mijn zusters elk verraad ten aanzien van onze Heer waaraan ik mij schuldig heb gemaakt. Verlangend naar macht en eer, en behept met lafheid en hoogmoed heb ook ik Jezus vaak uitgeleverd! Vergeef mij Heer en maak van mij – lid van de Ridderode van het Heilig Graf – een ware volgeling van Uw ongekroond koningschap. Maak van mij een ware getuige van uw Rijk van Liefde en Broederlijkheid.

Onze Vader…

Tweede statie – Jezus neemt het kruis op zijn schouders

“Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is Hij dan – uw koning.’ Maar ze schreeuwden: ‘Weg met Hem! Aan het kruis met Hem!” ‘Zal ik dan uw koning kruisigen?’ vroeg Pilatus. Maar de hogepriesters antwoordden: ‘We hebben geen koning, we hebben de keizer!’ Toen leverde hij Hem aan hen uit om gekruisigd te worden. Ze namen Jezus dus over. Hij droeg zelf het kruis en ging de stad uit, naar het zogeheten Schedelveld, in het Hebreeuws Golgotha.” (Joh 19, 14-17)

Ik kijk naar U Jezus, met het kruis beladen. Jij bent Gods Woord dat vlees is geworden, het levende Woord van de hemelse Vader, die leven geeft aan heel de schepping. U hebt ervoor gekozen om deelgenoot te zijn aan het meest erbarmelijke van de mens en de dood van de veroordeelde te delen. Vandaag, midden in de tragische situatie die heel de wereld doorkruist, ben Jij ons zo nabij. Uw aanwezigheid is zo nabij, nu in de kruisweg van de mensheid. Als lid van de Ridderorde van het Heilig Graf wil ook ik aanvaarden om met moed en volharding het kruis te dragen dat zich heden aandient. Ik wil geenszins naar uitvluchten op zoek gaan om aan deze realiteit te ontsnappen. In de grond van mijn hart weet ik dat U uiteindelijk deze last op uw schouders neemt en dat wij er niet alleen voor staan, dat alle lasten en pijnen zich met die van u verenigen en bron zullen zijn van een heel nieuw leven.

Onze Vader…

Derde statie – Jezus valt voor de eerste keer onder het kruis

“Wij allen zijn als schapen verloren gelopen, en ieder van ons is eigen wegen gegaan.
Maar de Heer heeft de schuld van ons allen op zich laten neerkomen.”
(Jes 53, 6)

Als pelgrim van de Ridderorde van het Heilig Graf ga ik op deze Goede Vrijdag in gedachten de weg van de “Via Dolorosa”. Uw lijden, Heer, is geen verhaal uit vervlogen tijden. Het krijgt in onze wereld steeds een vervolg. Jezus, ik zie u neervallen onder de last van het kruis, Uw lichaam is bebloed door de geseling, Uw hoofd met een doornen kroon doorboord. De kracht ontbreekt U. Hoeveel mensen zijn nu in die vele hospitalen niet aan het einde van hun krachten. Ze voelen zich door de pijn verpletterd, krijgen zuurstof toegediend en worden kunstmatig beademd. Vergeef ons onze zorgeloosheid in het voorkomen van deze verschrikkelijke ziekte. Wij bidden samen met die vele zieken die zo zwaar door het coronavirus getroffen zijn, voor hen bidden wij. Moge door uw lijden, Christus, heel de mensheid van alle kwaad en onderdrukking gevrijwaard worden.

Onze Vader…

Vierde statie – Jezus ontmoet Zijn moeder

“Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jacob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.” (Lc 1, 30-33)

Ook jij gaat de kruisweg, Moeder van Jezus. Je herinnert u nog de woorden van de engel op de ochtend van de Boodschap en ondanks het drama dat zich voor uw ogen afspeelt, hernieuw je uw onvoorwaardelijk jawoord. De blik van de Zoon van de Eeuwige Vader raakt uw ogen die met tranen en tederheid zijn gevuld. Oh Maria, geef ons uw blik, zodat ook wij in uitzichtloze situaties van uw hoop kunnen getuigen. Onze-Lieve-Vrouw van Palestina, patrones van onze Orde, wij vertrouwen onze meest benadeelde broeders en zusters in het Heilig Land aan u toe, en nu zeker in deze benarde tijden tijdens deze pandemie. Ridders en Dames, wij willen steeds meer mannen en vrouwen worden met het jawoord van onze patrones. Wij willen, net als de Heilige Maagd, steeds klaar staan om dienstbaar te zijn en zo het lot van de ongelukkige medemensen verzachten. Zo zullen wij uw Zoon, de lijdende Christus ten volle erkennen.

Onze Vader…

Vijfde statie – Simon van Syrene helpt Jezus het kruis dragen

“Toen ze Hem wegvoerden, hielden ze een zekere Simon uit Sirene aan, die van zijn akker kwam; hem lieten ze het kruis achter Jezus aan dragen. Een grote massa mensen volgde Hem; er waren vrouwen bij, die om Hem rouwden en treurden.” (Lc 23, 26-27)

Leden van de Ridderorde van het Heilig Graf, wij werden niet gekozen om gedecoreerd te worden maar om het kruis van Christus te helpen dragen. Soms vergeten we dit wel eens, maar het Jeruzalemkruis dat onze mantel siert, is daar om ons aan onze roeping te herinneren. Wees een steun voor alle leden van de Orde en voor alle centrale autoriteiten in deze bijzondere zending. Ook Simon was een vreemde in het Heilig Land en net als hij willen wij volharden in onze taak om zorg te dragen van hen die in het land wonen waar U eens hebt geleefd en die zo te lijden hebben. In dat land heeft U uw leven voor ons gegeven. Maar wij bidden evenzeer voor allen in onze omgeving, in onze steden en in onze parochies, voor hen die in onze straten leven en die eveneens te lijden hebben, die evenzeer nood hebben aan de hulp die wij hen kunnen bieden. Wij bidden voor de zieken, de ouderlingen en allen die in deze penibele tijd eenzaam zijn. Open onze ogen en maak dat wij beschikbaar zijn voor elke oproep tot solidariteit. Laten wij elkaars lasten dragen om zo de wet van Christus tot vervulling te brengen. (Gal 6, 2)

Onze Vader…

Zesde statie – Veronica droogt het aanschijn van Jezus

“Alles wat je voor de minste van de broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” (Mt 25, 40)

Heer, ondersteun, net als Veronica, alle leden van de Orde die zich inzetten in de zorgsector. Maak dat deze Ridders en Dames die zich in de medische wereld hebben geëngageerd, ware “iconen” van Gods tederheid mogen zijn. Wij verruimen ons gebed en denken aan alle verpleegkundigen, dokters en het voltallige personeel in hospitalen en verzorgingstehuizen, wij denken aan hen die zich vol moed inzetten om onze zieke broeders en zusters te verzorgen en te beveiligen. Alles wat zij doen, doen zij voor U! Dank voor hun heldhaftig getuigenis dat zij ons elke dag weer opnieuw in deze tijd van corona brengen. Geef dat wij steeds op de diensten van dergelijke mensen mogen kunnen rekenen en dat wij ons werk – wat dit ook moge wezen – als een roeping blijven beschouwen. Geef dat deze crisis aan onze materialistische samenleving weer het besef van het essentiële mag bijbrengen.

Onze Vader…

Zevende statie – Jezus valt voor de tweede maal onder het kruis

“Omdat hij zijn leven gaf om te sterven, en zich tot de opstandigen liet rekenen. Hij had echter de zonde van velen op zich genomen en kwam zo voor de opstandigen op.” (Jes 53, 12)

Elke val van de Heer, is voor ons een uitnodiging om samen met Hem weer op te staan en ons nooit te laten ontmoedigen, en dit zelfs niet in de meest hopeloze situaties. In deze momenten van gezondheidscrisis, na weken van afzondering, zijn tal van mensen over heel de wereld zonder werk en zonder inkomen gevallen. Wij vragen u om ons te helpen op zoek te gaan op welke concrete manier wij deze mensen zouden kunnen helpen. Zoveel mensen dreigen naar aanleiding van deze crisis hun menselijke waardigheid compleet te verliezen. Wees voor hen ook in hun “valpartij” een welwillende metgezel en inspireer alle leden van de Ridderode opdat zij instrumenten zouden zijn in de heropstanding van velen, in het bijzonder van hen die in het Heilig Land leven en uitermate op onze steun zijn aangewezen. Om ons te redden werd U van alles beroofd, oh Jezus. Bemoedig ons opdat ook wij bereid zouden zijn om veel prijs te geven en zo het Heil in deze wereld mee helpen te bewerkstelligen. Alles lijkt hier te veranderen, maar Uw kruis is blijvend. Het is voor ons een symbool van liefde en vrede.

Onze Vader…

Achtste statie – Jezus troost de wenende vrouwen

“Vrouwen van Jeruzalem, huil niet om Mij, huil liever om uzelf en om uw kinderen!” (Lc 23, 28)

In welke wereld moeten onze kinderen opgroeien, oh Heer! Een moment zoals we nu meemaken, leert ons nog beter te begrijpen waarom u alle vrouwen van de wereld en hun kinderen hebt beweend. Wij bidden u heel speciaal voor de moeders en de vaders in het Heilig Land en voor alle ouders van heel de wereld die de moeilijkheden van de toekomstige generaties voor ogen zien. Ridders en Dames van de Ridderorde van het Heilig Graf, wij willen in het bijzonder overal de liefde in het gezin ondersteunen. Dit is immers de bron van alle evenwicht onder de mensen. Laten we in de eerste plaats in onze eigen gezinnen deze universele roeping die ons is toevertrouwd tot stand brengen. Laten wij onze kinderen het respect voor de natuur en voor het leven bijbrengen, laten wij pioniers worden van een nieuwe mensheid die na de universele oorlog tegen dit virus tot ontwikkeling zal komen. In deze uitdaging zijn we allen op een of andere wijze betrokken.

Onze Vader…

Negende statie – Jezus valt voor de derde maal onder het kruis

“Jezus die bestond in de gestalte van God, heeft er zich niet aan willen vastklampen gelijk aan God te zijn. Hij heeft zich ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd. Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis.” (Fil 2, 5-8)

Leer ons U te volgen en steeds meer op U te lijken. Wanneer U voor de derde keer neervalt, dan beleeft U ons menszijn tot op de bodem. Zoveel mensen komen er niet meer toe om de last van het leven te dragen.! Wij danken U, Heer, omdat U elke dag bij ons blijft en “dit tot aan de voleinding van de wereld” (Mt 28, 20). Deze pandemie maait duizenden mensen weg en dit vaak in de meest kwetsbare groepen en onder de verschrikkelijkste omstandigheden. Dit is het moment voor alle Dames en Ridders van het Heilig Graf om in de volheid van de kracht van uw liefde te geloven, om deze te tonen, om licht te brengen waar duisternis heerst. Wij willen de fakkel van het geloof in deze beproefde wereld laten oplichten. Samen willen we onder de mensen van deze wereld nederige dienaars van Uw aanwezigheid zijn.

Onze Vader…

Tiende statie – Jezus wordt van zijn klederen beroofd

“Ze dobbelden om Zijn kleren, zodat in vervulling kon gaan, hetgeen door de profeet werd voorspeld: “Ze verdeelden zijn kleren en dobbelden om Zijn gewaad.” (Mt 27, 35)

Jezus, Uw gewaad zonder naad, werd niet verscheurd, de soldaten lieten het lot beslissen. Dit werd als een teken van de eenheid van de Kerk beschouwd en aan deze eenheid willen wij meewerken. Wanneer het uur van de grote vieringen weer is aangebroken, inspireer ons dan als Ridders en Dames om in onze parochies die daden te stellen die de eenheid dienen. En help ons om in afwachting hiervan ons van onze eigenliefde en onze machtsdrang te ontdoen. Maak dat deze periode van afzondering, waar velen onder ons nu mee te maken krijgen, een tijd wordt waarin wij ons spiritueel kunnen verdiepen en onze onbevlekte ziel weer in relatie met Uw Vader brengen. Maak ons meer bewust van het feit dat we allen samen op een zichtbare wijze Uw mystieke lichaam vormen, de enige Kerk, zowel op aarde als in de hemel. Wij kunnen de communie niet nuttigen en toch zijn wij verenigd, want de Heer zelf leerde ons de Spirituele Communie kennen.

Onze Vader…

Elfde statie – Jezus wordt gekruisigd

“Een van de misdadigers die met Hem gekruisigd waren, zei smalend tegen Hem: ‘Ben jij de Messias? Red dan jezelf en ons erbij!’ Maar de ander wees hem terecht: ‘Heb zelfs jij geen ontzag voor God, nu jij ook deze straf ondergaat? In ons geval is dat terecht, want wij krijgen ons verdiende loon. Maar Hij heeft niets verkeerd gedaan.’ Daarop zei hij: ‘Jezus, vergeet mij niet wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Hij zei tegen hem: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs.” (Lc 23, 39-43)

Wanneer wij als pelgrims aan de voet van Golgotha de Basiliek van het Heilig Graf betreden, herleven wij bij het Lege Graf het lijden dat U voor ons hebt doorstaan. Tijdens de uren van Uw lijden aan het kruis bevinden wij ons bij de vrouwen en de apostel Johannes. Wij kijken naar U en horen Uw laatste woorden. Dames en Ridders, onze zending bestaat erin om deze schat in ons hart te bewaren en deze in onze omgeving uit te stralen. U toont ons dat het niet onze deugdzame daden zijn die ons zullen redden, maar het geloof en de oneindige barmhartigheid, de onvermoeibare vergevingsgezindheid waarvan U getuigde ten aanzien van de Heilige Dismas (de “goede” rover) en van wie wij hopen hem eens te mogen ontmoeten. Wij danken U voor de herders van het Gods volk die ook vandaag uw barmhartigheid blijven tonen. Wij bidden U voor Paus Franciscus die in deze periode blijft oproepen tot meer pastorale creativiteit, nu wij geen toegang meer hebben tot de sacramenten. Bescherm onze grootprior, onze priors en onze priesters en geef hen de bezieling van Uw Heilige Geest om ons door deze duistere tijden heen te leiden.

Onze Vader…

Twaalfde statie – Jezus sterft aan het kruis

“Toen Jezus van de wijn gedronken had, zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest.” (Joh 19, 30)

U gaf de geest. Uit uw doorboorde hart vloeide bloed en water, bron van Leven voor mij, voor ons. Ik draag de insignes op mijn mantel die naar Uw vijf wonden verwijzen en ik herinner mij dat dit insigne mij van Uw lijden bewust maakt. Hoe kan ik getuige zijn van de vruchtbaarheid van Uw wonden? Zijn wij ons als Ridders en Dames voldoende bewust van het engagement dat we hebben aangegaan en leven we wel in volle samenhang met dit grote liefdesmysterie? Terwijl Pasen steeds dichterbij komt, kijken we ernaar uit om Uw Heilige Geest in ons gebed te mogen ontvangen. Deze Geest zet ons aan om niet alleen onze broeders en zusters in het Heilig Land te beminnen en te helpen, maar alle mensen waar dan ook in onze liefde te betrekken. Wij bidden U, Heer Jezus, zend ons uw verlichtende geest zodat wij via onze liefdeswerken vanaf nu kunnen participeren aan het trinitaristische leven met de Vader. In Uw aanwezigheid verliest onze nacht zijn duisternis!

Onze Vader…

Dertiende statie – Jezus wordt van het kruis afgehaald

“Toen het avond was geworden – het was voorbereidingsdag, dit wil zeggen de dag vóór de sabbat – durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. Hij kocht een linnen doek en nam Hem van het kruis af.” (Mc 15, 42-43, 46a)

Het voorbeeld van Jozef van Arimatea, een toenmalige notabel, kan ons inspireren. Wij bewonderen zijn moed en zijn edelmoedigheid. Hij was het die het kwaliteitsvol linnen kocht, de heilige lijkwade, die tot op onze dagen van Jezus’ Passie getuigt. Bidden wij dat wij, net als Jozef, vandaag nog de durf hebben om bij te dragen tot de verering van Uw Lichaam. Wij kunnen dat doen ten aanzien van alle mensen die in het Heilig Land en in het ambtsgebied van het Latijns Patriarchaat nu tijdens deze pandemie nog méér te lijden hebben dan anders. Wij denken heel in het bijzonder ook aan de oudere mensen, overal ter wereld, die in alle eenzaamheid moeten sterven en ten gevolge van de coronacrisis een christen uitvaart moeten ontberen. Wij vertrouwen u hun ziel toe en vragen U, oh Jezus, om hen in het Paradijs te verwelkomen. Wij bidden U ook voor de families van de slachtoffers, die hen in hun laatste ogenblikken niet konden terzijde staan. Wij danken U Heer, dat U het goddelijk vaderschap en Uw oneindige Liefde voor elk van ons hebt geopenbaard. Wij zijn samen, zowel de levenden als de doden, lid van de gemeenschap van de heiligen.

Onze Vader…

Veertiende statie – Jezus wordt in het graf gelegd

“Het was voorbereidingsdag en de sabbat zou aanbreken. De vrouwen die met Hem uit Galilea waren meegekomen, waren Jozef gevolgd. Ze zagen het graf en hoe zijn lichaam erin werd gelegd. Toen gingen ze naar huis en maakten kruiden en balsem klaar. Op de sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.” (Lc 23, 54-56)

Heer, het lijkt alsof de tijd bleef stilstaan vanaf het moment dat U in het graf werd gelegd. De tijd werd opgeschort, er was niets meer van tel. Wij ervaren dit ook een beetje tijdens deze vastentijd, nu wij voor het grootste deel bij onszelf geïsoleerd zitten en van alle mogelijkheden tot nieuwe projecten verstoken blijven. Maar wanneer we naar de daden kijken van de vrouwen die u volgden, beseffen wij dat er nog tal van solidaire acties mogelijk blijven. Zij maakten de kruiden en de balsems klaar. En wij… welke voorbereidingen treffen wij? Ridders en Dames van de Ridderorde van het Heilig Graf, wij willen tijdens dit menselijk drama niet zomaar de armen laten hangen. Laten wij allen, waar wij ons ook bevinden, daden van hoop stellen, laten wij het geloof verspreiden dat er steeds een nieuwe morgen komt. Tijdens de ridderwake, toen wij in de Ridderorde werden opgenomen, hebben wij symbolisch het zwaard ontvangen. Wij mogen niet vergeten dat het hier om het zwaard van de Heilige Geest gaat, dit wil zeggen om het Woord van God (Ef 6, 17). Help ons Heer, Uw Evangelie, Uw levend Woord, in praktijk te brengen.

Onze Vader…



 


Vastenboodschap van de Grootmeester! SPGM5

 

27 mei 2020 2020 door LdS

ROME – Hier volgt de vastenboodschap van Kardinaal Filoni, Grootmeester van onze ridderorde

Vastenboodschap - 2020

De vasten is een speciaal moment voor alle leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Het is de periode die ons dag na dag meevoert naar het Mysterie van het Kruis, van het Graf naar de Verrijzenis van Christus. Het Graf staat symbool voor het einde van het leven van Jezus, maar de ontdekking van het Lege Graf staat symbool voor het feit dat Christus is teruggekeerd naar het glorievolle leven, waar, mannen en vrouwen, volgelingen van de Heer, Hem verrezen en leven zullen ontmoeten.

Deze periode is ons dan ook bijzonder dierbaar. Het is mijn wens dat elkeen onder ons hiervan zou profiteren om over de betekenis van ons lidmaatschap van de Ridderorde van het Heilig Graf na te denken.

De oprichting van de Orde beantwoordt aan het verlangen om bekwamen mannen en vrouwen aan te trekken die willen meewerken aan een nobel doel dat alle christenen van alle tijden nauw aan het hart ligt: hulp verlenen aan het Heilig Land en zijn culturele, spirituele en sociale instellingen, dienst verlenen aan de Kerk en de christen gemeenschappen die daar leven in respect voor de fundamentele rechten van de mens en zo de dialoog in de verscheidenheid willen bevorderen en zich voor de vrede willen engageren. Jezus herinnert er ons aan dat zij die werken aan de vrede kinderen van God zullen genoemd worden (cfr. Mt 5, 9). Deze deugd die de weerspiegeling is van ons ideaal gaat ons allen aan en wil ons in alle ernst engageren. Ze vormt tegelijk onze criteria om te vergelijken en te oordelen.

Wat ons lidmaatschap van de Orde betreft, gaat het niet zomaar om ons verlangen erbij te horen. Dat volstaat niet. Het is noodzakelijk dat elk lid waardigheid vertoont en de juiste attitude aan de dag legt om er deel vanuit te maken. In de grond moet men stellen dat – eerder dan onze beschikbaarheid – er vooral een roeping tot dit lidmaatschap moet aanwezig zijn. De aanstelling van een dame of ridder komt immers effectief vanuit de autoriteit van de Kerk. Ze is niet het gevolg van enig sociaal statuut of uit een of ander familiaal geslacht. Ze ontstaat vanuit de maturiteit van meelevende christenen die hun bijdrage willen leveren voor het welzijn van het Heilig Land. Dit is het land van Jezus onze Verlosser die Zijn aanwezigheid, Zijn woord en Zijn offer is geheiligd.

Daarom wens ik bij deze gelegenheid dat ieder van ons zou nadenken over de wijze waarop hij of zij kan bijdragen om van onze Orde een instelling te maken die in staat is om haar doelstellingen te bereiken.

Ieder van ons moet voelen of wij dat laatste ter harte nemen. Men moet voelen – en dit wars van elke verlangen naar perfectionisme – of de Orde weldegelijk “mijn orde” is en wel in die mate waarin men de gulheid, de vriendschap en de achting in zich draagt. Ik zou zelfs stellen dat het lidmaatschap van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem in ieder van ons een soortgelijke verbijstering in zich draagt zoals eens Maria Magdalena en de leerlingen voor het lege graf en daarna bij de ontmoeting met de verrezen Heer beleefden. Dit bezorgde hen immers een immense vreugde.

Ik dring erop aan dat het gebed altijd een voorname plaats in het leven van de Dames en Ridders mag innemen. Dit brengt ons, net als de naastenliefde, immers steeds dichter bij Christus. Dit is immers de ware roeping van elke christen. De vrijgevigheid ontspruit immers uit de overtuiging om zorg te dragen van zichzelf om tevens ook de anderen te helpen. Ik hoop dat deze overwegingen ons tijdens deze vasten mogen begeleiden naar een Zalig Paasfeest. Het is de weg die door de Kerk ten bate van onze heiliging werd ingesteld.

Een goede vastentijd.

Fernando Cardinal Filon

vertaling: Luk De Staercke



 


De jongerengroep van de Landscommanderij in Brugge

 

10 december 2019 2019 door LdS

BRUGGE – De jongerengroep van de Belgische Landscommanderij trok op zaterdag 30 november 2019 voor haar tweede studiedag over de sacramenten naar Brugge. Deze studiedag was gewijd aan het Sacrament van de Eucharistie. Hier volgen enkele korte echo’s van deze prachtige dag.

De eerste spreker van de dag was Mgr. Lode Aerts, Bisschop van Brugge. Hij koos ervoor om een technisch punt uit de liturgie te behandelen, met name de offergave van brood en wijn bij het begin van de eigenlijke Eucharistische liturgie. Hij beschouwde dit zowel vanuit een doorgrond theologisch als vanuit pastoraal standpunt en slaagde erin om dankzij zijn enthousiasme en zijn gedrevenheid dit toch wel vrij moeilijke thema voor iedereen zeer toegankelijk en begrijpelijk te maken.

De H. Mis in de Basiliek van het Heilig Bloed werd voorgegaan door Mgr. Aerts, in concelebratie met de rector van de basiliek. Tijdens deze eucharistieviering waarin de H. Andreas plechtig werd herdacht, kregen de jongeren het gezelschap van de edelen van de Broederschap van het Heilig Bloed. Aan het einde van de H. Mis mochten de jonge ridders en dames, samen met hun vrienden de kostbare reliek van het Heilig Bloed vereren.

De tweede spreker, Baron Jean-Pierre van Zuylen van Nyevelt koos ervoor zijn prachtige stad aan de deelnemers voor te stellen. Hierbij werd zowel aandacht aan de architectuur als aan het historisch kader geschonken en dit heel particulier vanuit het oogpunt van de Eucharistie. Hij trok met de jongeren langs de belangrijkste plaatsen van Brugge (basilieken, kathedralen, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, straten en beeldhouwwerken …). Deze aangename wandeling onder een deugddoende zon, voerde de deelnemers gedurende een drietal uur door het historische hart van Brugge en bracht hen zo tot aan het begijnhof. Samen met de religieuzen zongen zij de vespers in de kapel van het begijnhof en maakten zo de symbolische intrede in het nieuw kerkelijk jaar.

Dhr. Jacques Galloy bracht als derde spreker een presentatie van de Eucharistische Aanbidding en dit zowel in de historische als de actuele context. Hij belichtte dit vanaf de visioenen van de Heilige Juliana van Cornillon tot de huidige Wereld Sacramentsdagen. Vanuit een zeer persoonlijk getuigenis maakte hij de deelnemers deelgenoot aan het groot belang van de Eucharistische Aanbidding in zijn eigen leven. Een lange gedachtewisseling met de deelnemers vormde een mooie afsluiting van de prachtige dag.

Wij spreken dan ook onze oprechte dank uit aan het adres van E.H. Edouard van Maele en dhr. Peter Broos die de organisatie van deze studiedag op zich hadden genomen.

vertaling: Luk De Staercke



 


Een nieuwe Grootmeester voor de Ridderorde

 

10 december 2019 2019 door LdS

ROME – Paus Franciscus heeft op zondag 8 december 2019 Kardinaal Fernando Filoni tot Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem benoemd. Wij wensen de kardinaal met zijn benoeming van harte te feliciteren.

Fernando Filoni werd op 15 april 1946 in Manduria geboren. Hij is een Italiaanse kardinaal van de Rooms Katholieke Kerk en was voorheen eerst Apostolische Nuntius voor Irak en Jordanië, later werd hij Nuntius op de Filippijnen. Vanaf mei 2011 was hij Prefect van de Congregatie voor de Evangelisatie van de volkeren.

Als aartsbisschop in dienst van de diplomatie van het Vaticaan

Op 15 april 1946 werd Fernando Filoni in de regio Apulië geboren, meer bepaald in Manduria in de provincie Tarente. Hij trad in het seminarie en behaalde in 1978 onder Professor in het diocees Nardo Tarisco Bertone een doctoraat in de Filosofie en het Kerkelijk Recht. Op 3 juli 1970 werd hij tot priester aangesteld.

Later werd hij lid van de diplomatische diensten van het Vaticaan. Op 17 januari 2001 werd hij Apostolische Nuntius voor Irak en Jordanië en kreeg hij de titel van Aartsbisschop-Titularis van Volturno. Op 19 maart van datzelfde jaar werd hij door Paus Johannes-Paulus II zelf tot bisschop gewijd.

Mgr. Filoni bekleedde deze delicate functie gedurende de Irak-oorlog en was zelfs gedurende enige tijd de enige overblijvende diplomaat in Bagdad. Op 25 februari 2006 werd hij naar de nuntiatuur op de Filippijnen overgeplaatst.

Een korte tijd later – op 9 juni 2007 – riep Paus Benedictus XVI hem naar de Curie terug en stelde hem aan tot Substituut voor Algemene Zaken op het Staatssecretariaat. Op 30 oktober van datzelfde jaar werd hij voor vijf jaar benoemd tot consultant bij de Congregatie voor de Geloofsleer en op 27 november werd hij lid van de Pauselijke Raad voor de Pastoraal bij Migranten en Ontheemden. Op 10 mei 2011 werd hij als opvolger van Kardinaal Ivan Dias, die met pensioen ging, Prefect van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren.

Curiekardinaal

Op 18 februari 2012 verleende Paus Benedictus XVI hem de titel van kardinaal en werd hij Kardinaal Diaken van de Nostra Signora di Coromoto in San Giovanni di Dio. Op 27 oktober werd hij door de paus tot lid van de pontificale Raad voor de Interreligieuze Dialoog benoemd.

Op 8 december 2019 volgde Mgr. Filoni Kardinaal Edwin O’Brien op als Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Bron: Wikipedia

vertaling: Luk De Staercke



 


Wensen aan een honderdjarige

 

20 november 2019 2019 door LdS

WOLUWE – Barones Donald Fallon, ouderdomsdeken van onze Landscommanderij, vierde haar honderdste verjaardag.

Mevrouw Ghislaine PIERPONT werd op 2 oktober 1919 in Luik geboren. Zij huwde in 1941 met Baron Donald Fallon en werd in 1978 in de Ridderorde van het Heiig Graf van Jeruzalem opgenomen. Zij promoveerde in 1985 tot commanderijdame en in 1987 tot Commanderijdame met ster.

Op initiatief van Kanselier Sibille trok een afvaardiging van de Raad samen met de penningmeester naar de jarige om haar de felicitaties vanwege de leden van de Landscommanderij over te maken en haar een icoon van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, van de hand van Mevr. Yolande Denneulin te overhandigen.

Zo mochten wij dit jaar voor de tweede maal in onze landscommanderij een honderdjarige vieren. In februari viel deze eer immers aan dhr. Luc Gaillard te beurt.

Ook de WEB-ploeg houdt eraan om aan de jarige onze welgemeende en hartelijke gelukwensen over te maken en wensen haar nog “ad multos annos” toe!



 


Jordanië 5 – België 1…

 

20 november 2019 2019 door LdS

WASSIEH – Het voetbalteam van onze Landscommanderij moest in de voetbalploeg van het College van Wassieh te Jerak (Jordanië) zijn meerdere erkennen, zij het dat dit toch met de nodige verve en elegantie is gebeurd.

Ons voetbalteam onder leiding van confrater Constantin le Fevere de ten Hove, leverde een onverhoopte prestatie tegenover de beste spelers van de “Latin Patriarchate High School” van Wassieh. Het is vanzelfsprekend dat dit team, wiens spelers een perfecte kennis hebben van het terrein en het best met de klimatologische omstandigheden vertrouwd zijn, met de beste kaarten aan de aftrap verschenen…

Het enige Belgische doelpunt werd net voor het rustsignaal door Aymeric le Fevere de ten Hove gescoord. De bijzonder knappe prestatie van onze doelman, Charles-Antoine Uyttenhove, werd ook door de spelers van het Jordaanse team als heel knap beschouwd.

Een honderdtal jonge Jordaanse supporters aan de kant van het veld begon zelfs spontaan de ploeg van de Belgische Landscommanderij met de strijdkreet “Belgica” “Belgica” aan te moedigen terwijl ze wild met de Belgische vlag zwaaiden.

Alle spelers (en speelsters) vonden heel wat genoegen in deze wedstrijd die in een geest van fairplay en kameraadschap werd betwist. Het terrein waarop de match werd gespeeld, werd overigens door de Ridderorde van het Heilig Graf gefinancierd.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Oproep om Jezus te volgen – Zomerboodschap van de Grootmeester

 

26 juli 2019 2019 door LdS

Nadat wij gedurende de Paastijd en met Pinksteren innerlijk door een overvloed van genade werden vernieuwd, brengt de liturgie ons weer terug naar “het gewone” van de tijd door het jaar. Zo voert ze ons vanuit Jeruzalem terug naar Galilea om er te luisteren naar de oproep om volgeling van Jezus te worden.

In de Bergrede nodigt Jezus ons uit te leven zoals hijzelf heeft geleefd. Bij Matheus vinden wij van hoofdstuk 5 tot 7 een portret van Jezus. Hij wil dit portret via de genade ook in ons leggen. Beginnende bij de Bergrede, die eigenlijk het DNA van de christen beschrijft, worden ons via onderrichtingen en aanwijzingen die in feite enkel door heiligen door middel van Gods dagdagelijkse gave van de genade kunnen volbracht worden.

De vieringen van de investituren en de regionale ontmoetingen met de landscommandeurs hebben mij het geruststellend bewijs geleverd van de diepe verering binnen de Orde ten aanzien van God en van het engagement voor de goede werken ten gunste van de christenen in het Heilig Land.

Laten wij hopen dat tijdens deze zomerdagen, wanneer ons dagelijks ritme wat vertraagt, wij wat meer tijd voor enige spirituele vernieuwing kunnen vrijmaken. Misschien kunnen wij via ons lijstje van zomerlectuur ook wel dagelijks enige minuutjes voor het lezen van het Nieuwe Testament reserveren of voor een bezinnend moment over de Bergrede die enige inspiratie kan bieden voor ons gebed?

Edwin Cardinal O’Brien
Zomer 2019

Vertaling: Luk De Staercke



 


Investituur 2019

 

26 juli 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Kardinaal Edwin O’Brien, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, ging op 15 juni l.l. voor in de investituur van zeven dames en ridders voor de Belgische Landscommanderij.

Het ritueel van de Investituur

Na een lange processie tijdens dewelke de hymne “Lauda Jerusalem” werd gezongen, begroette de Kardinaal de aanwezigen in de kerk waarna het Veni Creator werd aangeheven. Vervolgens verleende hij de ridderslag aan vier ridders en werden drie dames in de ridderorde opgenomen.

Dokter Paul BEX
Maître Géry Jörgen LEFEBVRE
Professor Jörgen VIJGEN
De Heer Frank Foulon
Madame Diana COSEANO
Madame Véronique MIHAIL
Professor Anne DE PAEPE

Nadien begaven de geestelijken zich opnieuw naar de sacristie om er hun koormantels af te leggen en zich met de liturgische gewaden voor het vieren van de Eucharistie te bekleden.

H. Mis ter ere van de Heilige Geest

De Votiefmis ter ere van de Heilige Geest werd voorgegaan door Kardinaal O’Brien in concelebratie met Mgr. Jean Kockerols, Grootprior, van de Belgische Landscommanderij en nog veertien andere priesters waaronder Mgr. Fabrice Rivet, vertegenwoordiger van de Apostolische Nuntius in België, Mgr. Hrvoje Skrlec, vertegenwoordiger van de Apostolische Nuntius bij de Europese Gemeenschap, en Mgr. Roberto Lucchini, Staatsecretaris van het Vaticaan.

Bij de voorbeden werd er in het bijzonder gebeden voor de vrede in het Heilig Land, alsook voor het herstel van onze Landscommandeur.

Het koor onder leiding van dhr. Laurent Fobelets wist op een meesterlijke wijze deze mooie viering op te luisteren.

Feestelijk middagmaal

Na de viering had in de Cercle Royal Gaulois in het Koninklijk Park te Brussel het feestmaal plaats. Een van de nieuwe ridders sprak bij deze gelegenheid in naam van zijn nieuwe confraters en medezusters een woord van dank uit ten aanzien van de Landscommanderij en van alle aanwezigen. Hij dankte in het bijzonder Grootmeester Kardinaal Edwin O’Brien voor zijn komst naar Brussel.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Ridderwake 2019

 

26 juli 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – In overeenstemming met de oude traditie had op de vooravond van de plechtige investituur in de kapittelkerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning aan de Zavel een ridderwake plaats. Deze werd voorgegaan door Mgr. Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik.

De ridderwake was in opeenvolgende delen opgesplitst.

Liturgie van het Woord

De ridderwake begon met een intense liturgie van het Woord. De betekenis hiervan is het engagement van de kandidaat-ridders en dames in het Woord van God te verankeren. De drie lezingen (Isaïs 54, 1-5; Efeziërs 6, 10-18 en Korinthiërs 8, 1-14) werden afgewisseld met psalmen die in dialoog tussen de kerkgemeenschap en cantor Peter Broos werden gezongen. Confrater Broos had voor de gelegenheid enkele prachtige melodieën gecomponeerd. Dit eerste deel werd afgesloten met een prachtig homilie van Mgr. Delville dat zich op twee delen van het evangelie toespitste (Mc 15, 33-47 en 16, 1-8), enerzijds de dood van Jezus en anderzijds de aankondiging van Zijn Verrijzenis.

Zegening van de eretekens en de mantels

Na het zingen van de litanie van alle heiligen (Gélineau) sprak Mgr. Delville over de eretekens en de mantels die door de ridders en de dames zullen worden gedragen de zegen uit.

Ondertekenen van de geloften

Conform de rituelen legden de kandidaat-ridders en dames vervolgens hun geloften af. Deze betreffen het engagement dat zij aangaan alvorens tot de Orde toe te treden. Elke kandidaat beloofde in het bijzonder “met alle krachten de christenen in het Heilig Land en het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem door middel van gebed, persoonlijk engagement en de nodige materiële en financiële middelen te ondersteunen…”

Daarna begaf de een na de ander zich naar het altaar om er de tekst van hun geloften te ondertekenen. Het koor onder leiding van dhr. Laurent Fobelets zong ondertussen a capella het lied van de geloften. Een gratievol moment.

Bevorderingen

De Landscommanderij sprak vervolgens haar dank en waardering uit voor enkele leden die zich op een of andere wijze maar steeds heel discreet door hun dienstbaarheid voor de Orde en de christenen in het Heilig Land wisten te onderscheiden. Het betrof:
Monsieur Baudouin DERRIKS (Chevalier Grand-Croix)
Baron Jean-Pierre van ZUYLEN van NYEVELT (Grootofficier)
Docteur Bernard ARS (Commandeur)
Maître Olivier de CLIPPELE (Commandeur)
Monsieur Michel de LANTSHEERE (Commandeur)
Madame Sabine de CLIPPELE (Dame de commanderie)

Aanbidding van het Heilig Sacrament

Deze ingetogen ridderwake werd met de Aanbidding van het Heilig Sacrament besloten.

Vertaling: Luk De Staercke



 


E.H. Edouard van Maele tot kerkelijke ceremoniarius aangesteld

 

1 juli 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Kardinaal O’Brien, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, heeft E.H. Edouard van Maele aangesteld tot kerkelijke ceremoniarius van de Belgische Landscommanderij. E.H. van Maele wordt aldus de opvolger van Kanunnik Felix Rijcken.

Pastoor Edouard van Maele werd op 29 februari 1972 geboren te Knokke. In 1996 werd hij tot priester gewijd en aangesteld tot onderpastoor in Brugge (Sint-Pieters-op-den-Dijk). Later werd hij pastoor in Ruddervoorde en momenteel is hij pastoor te Beernem waar hij de verantwoordelijkheid draagt voor vijf parochies. In 2015 werd hij lid van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Hij is een getalenteerd orgelist en pianist.

Wij wensen onze nieuwe kerkelijke ceremoniarius bij deze een vruchtbaar mandaat toe en danken hem van harte voor de bereidwilligheid waarmee hij deze mooie en belangrijke zending heeft aanvaard.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Israël/Palestina: de katholieke hoogwaardigheidsbekleders van het Heilig Land presenteren “een nieuwe weg”

 

1 juli 2019 2019 door LdS

JERUZALEM – De katholieke hoogwaardigheidsbekleders van het Heilig Land betreuren de impasse die de Israëlisch/Palestijnse situatie kenmerkt. Om een rechtvaardige en duurzame vrede te bewerkstelligen is een nieuwe kijk op dit land noodzakelijk.

In een uitgebreid communiqué betreuren de katholieke hoogwaardigheidsbekleders van het Heilig Land de impasse die de Israëlisch/Palestijnse situatie kenmerkt. Er dringt zich dan ook een fundamentele visie op om een rechtvaardige en duurzame vrede mogelijk te maken.

Deze vaststelling smaakt eens te meer heel bitter. “De recente ontwikkelingen in de Israëlisch/Palestijnse situatie”, “het permanent verlies aan mensenlevens”, “de onbekwaamheid van de internationale gemeenschap om het internationaal recht te laten naleven” dat alles leidt steeds meer tot een groter extremisme en tot een groeiende discriminatie. Dit stelt de Raad vast die de katholieke bisschoppen groepeert die de jurisdictie in het Heilig Land uitoefenen. “Zelfs zij die zich vroeger als behoeders van de democratie en promotoren van de vrede presenteerden, zijn stilaan op een actieve manier aan het conflict gaan participeren,” vervolgen zij in hun communiqué.

Deze vaststelling doet ons logischer wijze de vraag stellen of het vredesproces ooit wel vanuit enige zin voor rechtvaardigheid en goede wil was geïnspireerd. Vanaf het begin stelden velen in Israël en Palestina vast dat hun leven ondraaglijk was geworden. De ballingschap, de toevlucht tot geweld en het onafwendbaar verlies aan alle hoop, zijn dan ook de directe gevolgen van een situatie die steeds meer onhoudbaar is geworden.

Gelijkheid als voetstuk van een rechtvaardige vrede

Zo werd de belofte op vrede niet gehouden. Zo groeide de voorbije jaren de verdrukking, de corruptie en het demagogisch discours. Daarom voelden de katholieke hoogwaardigheidsbekleders de plicht om “een nieuw geluid” te laten horen, om voor dit land en de twee volkeren die er leven “een nieuwe visie” te ontwikkelen. En bovenal willen zij de nadruk leggen op het feit dat Israëli’s en Palestijnen broeders en zusters in de grote mensheid zijn. Ze zijn broeders en zusters die in staat moeten zijn om in gelijkheid van rechten en plichten samen te leven. “Dit is niet zomaar een droom, maar een krachtige grondslag voor een visie die onze voorouders en onze profeten hebben geïnspireerd,” stellen de auteurs van dit communiqué.

De kerkleiders verzekeren dat zij zich aan de zijde van de bewoners van dit versnipperd en verscheurd land scharen. Zij zien dat de twee-staten-oplossing eigenlijk geen oplossing heeft gebracht. Om uit de impasse te raken die enkel maar tot haat en oorlog heeft geleid, willen zij op zoek gaan naar een weg naar een nieuw leven in dit land, een weg die gebaseerd is op de principes van liefde en gelijkheid. “Gelijkheid draagt inderdaad de fundamentele voorwaarden in zich om tot een duurzame en rechtvaardige vrede te komen,” stelt het communiqué heel uitdrukkelijk.

Bruggen van Liefde bouwen

Het communiqué wordt besloten met een plechtige oproep aan alle christenen in Israël en Palestina om zich bij de Joden, moslims en druzen aan te sluiten die deze idee delen om samen “bruggen van respect en van Liefde” te bouwen.

Het communiqué van de katholieke hoogwaardigheidsbekleders in het Heilig Land kwam er enkele dagen vóór de voorstelling van een nieuw vredesplan voor de regio die onder de regie van Jared Kushner, de schoonzoon van de Amerikaanse president, tot stand kwam. Dit vredesplan dat de verwarring nog verder zal stimuleren, werd bij het einde van de Ramadam eind juni, ontplooid.

Voor de Franstalige tekst van het communiqué: klik HIER

Bron: Vaticannews.va

Vertaling: Luk De Staercke



 


Bezinningsweekend voor de kandidaat-ridders en dames in Maredsous

 

1 juli 2019 2019 door LdS

MAREDSOUS – Zeven kandidaat-leden voor de Belgische Landscommanderij van de Ridderode van het Heilig Graf van Jeruzalem trokken zich tijdens het Pinksterweekend in de benedictijnerabdij van Maredsous terug om er samen de retraite te beleven als voorbereiding op hun intrede in de Ridderode op zaterdag 15 juni l.l.

De retraite van de kandidaat-ridders en dames is niet zomaar een statutaire verplichting. Het betekent in de eerste plaats een bijzondere vreugde en een unieke gelegenheid om samen met diegene met wie men in de Orde op pad zal gaan in een ingetogen en tegelijk heel vriendschappelijke sfeer het bijzonder kader van de Landscommanderij te leren kennen.

De organisatie was in handen van Kommandant o.r. Benoît Sibille, kanselier van de Landscommanderij. Voor de spirituele inhoud stond E.H. Jean-Pierre Claeys Bouuaert in. Hij is medewerker aan de palliatieve afdeling van het Algemeen Ziekenhuis Sint-Lucas te Gent.

In een uitstekende sfeer bestudeerden de kandidaten onder meer de teksten die tijdens de ridderwake op vrijdag en tijdens de investituur op zaterdag aan bod zouden komen. De kandidaten kregen tevens de kans om de H. Mis van Pinksterzondag samen met de monniken in de Sint-Benedictusbasiliek van de abdij te vieren. Deze eucharistie werd voorgegaan door Dom Lorent osb, de vader abt van de abdij.

Laten wij samen bidden dat Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina de nieuwe ridders en dames onder haar bijzondere bescherming mag nemen!

Vertaling: Luk De Staercke



 


Gaudet Mater Ecclesia: zeven nieuw leden voor de Belgische Landscommanderij

 

19 juni 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 15 juni mocht de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem zeven nieuwe leden in haar rangen verwelkomen.

Zij komen allen uit andere horizonten, zijn sterk verschillend van leeftijd en kunnen op heel verscheiden ervaringen en expertises terugvallen. Maar zij vinden elkaar perfect in hun liefde voor het Heilig Land en in hun dienstbaarheid aan de christen broeders en zusters die in dit moorddadig gebied leven.

Laten wij ons gebed tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina richten. Dat zij zou waken over de nieuwe Ordeleden en over hun plechtig engagement dat zij op 15 juni 2019 uitspraken. De nieuwe ridders en dames wisten zich tijdens de H. Mis omringd en gesteund door de warme aanwezigheid van zoveel leden van de Belgische Landscommanderij. Deze viering werd voorgegaan door Kardinaal O’Brien, Grootmeester van de Orde.

Eerlang zullen reportages, video’s en foto’s op de bladzijden van onze website verschijnen.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Echo’s van de bijeenkomst van de Europese landscommandeurs te Rome

 

19 juni 2019 2019 door LdS

ROME – Op 11 en 12 juni kwamen de Europese landscommandeurs samen in het Palazzo della Rovere te Rome. Daar is de zetel van de Ridderode van het Heilig Graf van Jeruzalem gevestigd. Deze vergadering had plaats in aanwezigheid van Kardinaal Edwin O’Brien, Grootmeester van de Orde.

Ten uitzonderlijke titel bleef de Gouverneur-Generaal, LeonardoVisconti di Modrone, afwezig tengevolge van zijn hospitalisatie na een kwalijke val. Daardoor werden de werkzaamheden van deze jaarlijkse ontmoeting voorgezeten door de Vice-Gouverneur-Generaal voor Europa, Z.E. Jean-Pierre de Gluts. De tweedaagse verliep in een broederlijke sfeer.

Tijdens deze samenkomst gaf Sami El-Yousef, Directeur van de Administratie van het Latijns Patriarchaat in Jeruzalem, een voorstelling van de algemene situatie in het Heilig Land en van de lopende projecten in de prioritaire domeinen onderwijs en opvoeding, humanitaire hulp en pastoraal.

Buiten de vergadersessies en de algemene vergadering hebben de landscommandeurs onderling nog heel wat informatie uitgewisseld in het kader van geografisch georganiseerde ontmoetingen.

Uit hun verslagen bleek het belang dat zij hechten aan de nauwe banden met het Grootmeesterschap om de coördinatie van de giften ten voordele van het Heilig Land te optimaliseren, alsook om het verlangen van tal van jongeren om tot de Orde toe te treden te vereenvoudigen. De spirituele zending van de jongeren werd hierbij sterk onderlijnd.

Ook werd de aanstelling van de Vice-Gouverneur voor Latijns-Amerika aangekondigd. Het betreft Z.E. Enric Mas die eerlang zijn mandaat als Landscommandeur van Oost-Spanje zal beëindigen.

De landscommandeurs dankten ook hartelijk Père John Bateman, secretaris van de Grootmeester, wiens functies ten einde lopen en zij verwelkomden zijn opvolger Père Maxim Baz die op het einde van de maand juli deze taken zal overnemen.

Bij zijn begroeting op het einde van de ontmoeting drukte de Grootmeester de wens uit dat de Gouverneur-Generaal snel volledig zou mogen genezen zijn.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Een nieuwe secretaris voor de Raad van de Belgische Landscommanderij

 

19 juni 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Het Grootmeesterschap heeft aan de Belgische Landscommanderij het “nihil obstat” overgemaakt en haar waardering uitgesproken bij de aanstelling van Ridder Damien de Laminne de Bex als secretaris van de Raad van de Landscommanderij.

Dhr. Damien de Laminne de Bex is op 28 juni 1957 in Schaarbeek geboren. Hij is Licentiaat in de Rechten en Ere Reserve-Commandant. Vanaf 1983 versterkte hij de rangen van DKV Belgium waar hij zowat zijn volledige professionele loopbaan heeft volgemaakt. Hij beëindigde zijn carrière als Secretaris-Generaal. Hij vervulde tal van belangrijke functies bij de organisaties ASSURALIA, FAMU en ACAM. Hij is tevens uittredend voorzitter 2018-2019 van de Rotary Club Namur Citadelle die destijds heel actief onze bedevaarders heeft gesteund die met de fiets naar het Heilig Land zijn getrokken om op die manier fondsen te verzamelen voor de kindercrèche de Heilige Familie in Bethlehem. Momenteel is hij voorzitter van het Rode Kruis voor de Provincie Namen.

In 1984 trad hij in het huwelijk met Gravin Gwennolée du Parc Locmaria. Zij hebben vier kinderen en wonen in Bolinne-Harlue, bisdom Namen.

In juni 2018 trad hij toe tot de Orde.

Hij vervangt vanaf 14 juni 2019 dhr. Christophe DEFOSSA als secretaris van de Raad die gevraagd heeft omwille van persoonlijke redenen van zijn functie ontheven te worden.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Een nieuw Raadslid voor de Belgische Landscommanderij

 

19 juni 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Het Grootmeesterschap heeft aan de Belgische Landscommanderij het “nihil obstat” overgemaakt en haar waardering uitgesproken bij de aanstelling van dhr. Peter Nédée als lid van de Raad van de Landscommanderij.

Dhr. Peter Nédée werd op 20 april 1949 in Mortsel geboren en is wisselagent. Hij is Gedelegeerd Bestuurder en Voorzitter van het Directiecomité van “Nédée & Co” en van “Nédée & Co Luxemburg”. In 1974 trad hij in het huwelijk met Mvr. Rita Deckers, Dame bij de Ridderorde. Zij hebben twee kinderen en wonen in Antwerpen.

Peter is Kapelmeester van de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw-Lof bij de kathedraal van Antwerpen en hij is bovendien secretaris van de Gilde van Onze-Lieve-Vrouw-Lof. Hij is ook heel werkzaam in tal van sociale werken binnen zijn parochie, bij AMADE ANTWERPEN en AMADE BELGIE. Hij is tevens “Patron of Arts in the Vatican Museums”.

In juni 2015 trad hij toe tot de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Peter heeft zich reeds een tiental keer ten dienste gesteld als vertegenwoordiger van de Landscommanderij bij de plechtige investituren in het buitenland. Hij houdt hierbij de beste herinneringen over aan zijn ontmoetingen met gepassioneerde en boeiende Ordeleden in Europa en aan het ontdekken van diverse interpretaties van de fundamentele waarden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

In de Raad van de Belgische Landscommanderij volgt hij vanaf 14 juni dhr. Dominique EEMAN op die omwille van persoonlijke redenen gevraagd heeft om van zijn functie als lid van de Raad ontheven te worden.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Gelukkige verjaardag Zijne Emminentie

 

12 april 2019 2019 door LdS

ROME – Kardinaal O’Brien vierde zijn tachtigste verjaardag.

Om de video te bekijken
Klik HIER

Edwin O’Brien werd op 29 mei 1965 tot priester gewijd voor het aartsbisdom New York.

Van 1990 tot 1994 was hij rector van het Noord-Amerikaans Pauselijk College in Rome.

Op 6 februari 1996 stelde Paus Johannes Paulus II hem aan tot titulair bisschop van Thizica en tot hulpbisschop van New York. Zijn wijding ontving hij op 25 maart van datzelfde jaar van Kardinaal John Joseph O’Connor, de toenmalige aartsbisschop van New York. Amper een jaar later, op 7 april 1997, werd hij tot aartsbisschop coadjutor benoemd en op 12 augustus 1997 werd hij aartsbisschop van het Amerikaanse leger. Op 12 juli 2007 kreeg hij zijn overplaatsing naar de primaatzetel in Baltimore.

Paus Benedictus XVI riep hem op 29 augustus 2011 naar Rome waar hij tot Pro-Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem werd aangesteld. Paus Benedictus zou hem op 18 februari 2012 de kardinaalshoed verlenen met als kardinaalskerk San Sebastiano al Palatino.

Op 15 maart 2012, enkele weken na zijn aanstelling tot kardinaal, werd hij Grootmeester van de Ridderorde.

Naar aanleiding van de verjaardag van de Kardinaal Grootmeester maakte de Belgische Landscommandeur Jean-Pierre Fierens hem in naam van alle leden van de Belgische Landscommanderij zijn oprechte gelukwensen over. Hij stuurde hem tevens bijzondere woorden van dank, dit niet enkel omwille van zijn toewijding aan de Orde en aan het Heilig Land, maar tevens voor zijn voorbeeld als diepgelovig christen en als bron van inspiratie voor alle ridders en dames van de Orde.

vertaling: Luk De Staercke



 


Vastenoverweging van Kardinaal O’Brien

 

26 maart 2019 2019 door LdS

ROME – Hieronder kan je de vastenoverwegingen lezen van Kardinaal Edwin O’Brien, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem

Wij staan opnieuw voor onze jaarlijkse uitdaging: Hoe zal ik dit jaar zin geven aan de vastenperiode? Het is de psalmist die ons raad geeft: “Hou u met geen al te grote zaken onledig, zaken die onze draagkracht overstijgen.” Paus Franciscus herinnert er ons aan dat Jezus aan zijn leerlingen vroeg om op de kleinigheden, om op de kleine details te letten.
• dat de wijn op was op het feest
• dat er een schaap ontbrak
• dat de arme weduwe slechts een schamele penning kon gegeven
• dat men moest over reserve-olie beschikken om de lampen bij te vullen mocht de bruid te laat komen
• dat de leerlingen moesten nagaan hoeveel broden er voor handen waren

Wij worden niet opgeroepen om dagelijks wereldschokkende daden te stellen maar om gewone simpele dingen te doen, maar dan wel steeds in de Geest van Jezus. Ik wil graag enkele voorbeelden aanreiken:
• elke dag tien minuten stilte in acht nemen: “Wees stil en weet dat ik God ben”
• het Heilig Sacrament bezoeken, al is het misschien slechts kortstondig
• tijdens het gebed besef hebben van Gods schoonheid in de natuur
• het Nieuw Testament eens “afstoffen”
• thuis nog eens de lezingen uit de zondagsmis hernemen of wat vroeger naar de kerk gaan
• zich op een of andere manier inlaten met iemand die arm of eenzaam is
• aandacht geven aan het sacramentele in huis en in het gebed
• een dagelijks gebed met de echtgenoot en met het gezin (een hoekje als “huiskapel?”)
• proberen verstoorde relaties te herstellen, of het nu om deze van zichzelf of om die van anderen gaat
• een dagelijks gebed voor de leden van de Ridderorde die het moeilijk hebben

Je kan dat alles niet elke dag doen, kies er dan ook een paar uit en gaat stap voor stap verder. Je zal er bovendien zelf ook nog wel andere vinden, die beter bij uw levenswijze passen.

De raad van de Heilige Anselmus:
“Onbetekenende mens, neem even afstand van je dagelijkse bezigheden, laat even je drukke gedachten los. Stop met je door je zorgen en problemen in beslag te laten nemen en wees wat minder bezeten door je drukke taken en je vele werk. Maak eens wat tijd voor God en vertoef even dicht bij Hem.”

Ik wens u allen een mooie pelgrimstocht doorheen de vastentijd.

Kardinaal Edwin O’Brien, 6 maart 2019

Bron: oessh.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Een nieuwe geestelijke ceremoniemeester

 

21 maart 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Kardinaal O’Brien, Grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, heeft E.H. Edouard van MAELE benoemd tot geestelijke ceremoniemeester van de Belgische Landscommanderij. Hij volgt Kanunnik Felix Rijcken op.

E.H. Edouard van Maele

E.H. Edouard van Maele is op 29 februari 1972 in Knokke geboren. In 1996 is hij tot priester gewijd. Hij werd eerst onderpastoor in Brugge (Sint-Pieters-op-den-Dijk) en vervolgens pastoor te Ruddervoorde. Heden is hij pastoor in Beernem waar hij de verantwoordelijkheid heeft over vijf parochies. In 2015 trad hij toe tot de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Hij speelt orgel en piano.

Wij wensen onze ceremoniemeester een vruchtbaar mandaat toe en danken hem van harte omdat hij deze mooie en belangrijke zending in de landscommanderij heeft aanvaard.

Kanunnik Felix Rijcken

Kanunnik Felix Rijcken werd op 4 oktober 1929 in Hamont geboren. Hij werd priester gewijd in 1957en was van 1958 tot 1966 prefect en leraar aan het Technisch Instituut te Waremme (Borgworm). Daarna werd hij prefect van het Technisch Instituut Heilig Hart in Maasmechelen waar hij tot 1973 bleef. Daarna werd hij aangesteld tot coördinator van de pastoraal in het secundair onderwijs van het bisdom Hasselt, een opdracht die hij tot 1995 zorgvuldig en met succes heeft vervuld.

Sedert 1992 was E.H. Rijcken titulair kanunnik aan de kathedraal van Hasselt en in 1995 werd hij aangesteld tot secretaris van het Vicariaat voor het Onderwijs van het gelijknamig bisdom. Hij was onder meer ook secretaris van de Commissie voor Oecumene en sinds 1970 trachtte hij als diocesane aalmoezenier de gezinsgroepen/END te bezielen.

Hij werd benoemd tot archimandriet van de Grieks-Katholieke, Melkitische Kerk van Galilea (Israël) en in deze hoedanigheid werd hij in 2001 in Haïfa gezegend. In 2002 werd E.H. Rijcken lid van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem en is ondertussen tot Grootofficier in de Orde gepromoveerd.

Hij is de verantwoordelijke uitgever van het driemaandelijks tijdschrift “Heilig Land”, uitgegeven door de vereniging “Vrienden van Galilea en het Heilig Land”, waarvan hij sinds 1992 voorzitter is. Ondertussen zijn reeds 220 nummers van dit tijdschrift verschenen.

Bij deze danken wij zeer hartelijk E.H. Kanunnik Rijcken om de bijzondere toewijding aan de landscommanderij en in het bijzonder voor zijn onbaatzuchtige inzet ten bate van het Heilig Land. Door middel van bezinningsweekends gaf hij aan de kandidaat-ridders en dames een sterk gewaardeerde vorming. Iets meer dan een derde van de huidige ridders en dames volgenden zijn boeiende referaten.

vertaling: Luk De Staercke



 


In Memoriam

 

19 maart 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 16 maart 2019 bad de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem tijdens een zeer stemmige eucharistieviering voor de in het voorbije jaar overleden leden van de landscommanderij. Deze viering werd voorgegaan door Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de landscommanderij.

De overleden leden wie in de gebedsintenties werden herdacht:

Monsieur Philippe Robin – Commandeur

Baron Henri Beyens – Chevalier

Monsieur André de Buck van Overstraeten – Chevalier

Monsieur Thierry van der Vaeren – Chevalier

Madame Didier Helleputte née Marie-Françoise Eeckhout – Dame de Commanderie

Madame François t’Serstevens née Claude du Bois d’Aische – Dame de Commanderie avec Plaque

Monsieur Philippe van der Vaeren – Chevalier

Monsieur (Yves) de Potter d’Indoye – Commandeur

Madame Arlette de Marneffe – Dame de Commanderie

Baron Verstraete (Marc) – Commandeur

Vicomte (Guy) van Zeeland – Chevalier

Graaf Paul le Grelle – Commandeur

Baron (Humbert) Pecsteen – Grand Officier

Princesse de Ligne, née Princesse Alix de Luxembourg – Dame de Commanderie

Kardinaal Godfried Danneels - Grand-Croix ; Ere Grootprior

Laten wij God om onze dierbare overleden bidden. Moge zij rusten in vrede.



 


Ter ere van een honderdjarige

 

20 februari 2019 2019 door LdS

BUSSEL – De heer Luc Gaillard, ouderdomsdeken van onze Landscommanderij, mocht zijn honderdste verjaardag vieren.

De heer Luc Gaillard mocht recent zijn honderdste verjaardag vieren. In 1989 werd hij samen met zijn echtgenote Marguerite de Foere in de orde opgenomen. Ondertussen nam hij ook het peterschap op zich van E.H. Michel Gaillard.

Op initiatief van onze kanselier Benoît Sibille bracht een delegatie van de Raad onder leiding van de landscommandeur aan de jarige de felicitaties over vanwege alle leden van de Landscommanderij. Bij deze gelegenheid werd hem vanwege de Landscommanderij een icoon overhandigd van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, ondertekend door Mw. Yolande Denneulin.

Met vreugde vertelde de Landscommandeur aan de honderdjarige, dat hij de ouderdomsdeken van de Landscommanderij is, terwijl de jongste onder de leden, dhr. Adrien Penna, net de leeftijd van 26 jaar heeft bereikt. Beide ordeleden weten zich evenwel, onafhankelijk van het leeftijdsverschil, rond ten minste één essentieel punt verenigd, met name hun passie voor het Heilig Land en de steun aan haar bewoners.

De ploeg van de Belgische Landscommanderij maakte aan dhr. Gaillard dan ook zijn oprechte felicitaties over en zegde hem: “ad multos annos”!

vertaling: Luk De Staercke



 


Afsluiting van de vormingscyclus van de jonge ridders en dames van de Belgische Landscommanderij

 

14 november 2018 2018 door LdS

Gent – Het was in Gent dat een groep jongeren binnen de landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem in schoonheid een punt zette achter hun vormingscyclus 2018 met als thema “het zinvol vieren van de Eucharistie”.

We schrijven zaterdag 10 november wanneer de “bruis in het water” van de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem op het Sint-Pietersplein te Gent neerstrijkt. De jongere leden (-45 jaar) van de orde verzamelden zich in de International Club of Flanders voor het laatste deel van de studiereeks over de eucharistieviering. Het is immers zo dat de ridders en dames van de ridderorde een veelvoudig engagement aangaan. Daar is vooreerst natuurlijk de materiële en geestelijke steun die zij aan de christenen in het Heilig Land (Israël, Palestina en Jordanië) verlenen. Zij engageren zich eveneens tot bijstand en ondersteuning van hun lokale parochies en hun eigen diocees. Maar het behoort eveneens tot hun engagement om in het kader van de verdieping van hun geloof en hun geloofsleven hun kennis over het geloof, religie en liturgie te verruimen.

In dat kader hebben de jonge ridders en dames in 2018 een cyclus rond het thema “Eucharistie vieren” opgezet. De studiedagen hadden telkens in een ander diocees plaats en op zaterdag 10 november was het de beurt aan het bisdom Gent om als laatste gastheer te fungeren. Mgr. Jean-Kockerols, hulpbisschop van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel, vicariaat Brussel, en Grootprior van de Belgische Landscommanderij, zou deze laatste studiedag in de reeks leiden. Hij ging dieper in op het tweede deel van de eucharistieviering, met name de bereiding van het altaar, de offergaven, de prefatie en het eucharistisch gebed. Hij legde daarbij grote nadruk op de houding van de gelovige, iets wat naar zijn mening toch wel vaak wordt verwaarloosd. “Verheft uw hart – wij zijn met ons hart bij de Heer” maar vaak blijft iedereen gewoon zitten. Hoe kan iemand nu zijn hart verheffen wanneer het lichaam niet de minste opwaartse beweging maakt? Samen met alle engelen en heiligen zingen we het “sanctus”. Maar velen mompelen gewoon wat binnensmonds: “heilig, heilig, heilig”... Maar als er iets is wat we in de eucharistieviering uitbundig moeten zingen dan is het toch wel het “alleluja” en het “sanctus” .

Na het gezongen middaggebed in de O.L.V.-Sint-Pieterskerk en de lunch in de club, sloten we na het post-communio, dit is de manier waarop we de communie ontvangen, het studiegedeelte af met de zegen en de wegzending met als toevoeging nog een Marialied.

Gent is een stad aan en van het water. Het zou dan ook zonde geweest zijn om van de samenvloeiing van de Schelde en de Leie geen gebruik te maken. Dus namen we de taxiboot van aan de Blandijnberg richting Korenlei. We wandelden naar de Sint-Baafskathedraal voor een bezoek aan de bovenkerk, de crypte en het Lam Gods. Om 17 uur werden we ten huize van de bisschop van Gent; door monseigneur Luc Van Looy himself ontvangen met een kopje koffie en een heerlijk stuk (door de huishoudster) zelfgebakken appelcake. Nog even snel de eretrap op voor een glimp van de neogotische huiskapel en dan traditiegetrouw nog even tijd nemen voor een foto met monseigneur Van Looy.

Hierna vierden we samen feestelijk en plechtig de Eucharistie in de Sint-Jacobskerk. Mgr. Van Looy, Mgr. Kockerols en onze pastoor-deken Jürgen François concelebreerden samen de Mis en men zag dat het goed was. We zijn E.H. Deken in het bijzonder dankbaar voor zijn gastvrijheid in drie van zijn parochiekerken op één dag tijd.

Geestelijk gevoed door het Woord en het Lichaam van Christus, mocht ik als gastheer iedereen van harte uitnodigen voor een kaas- en wijnavond bij mij thuis in het Hotel Erasmus aan de Poel, in hartje Gent. Het is kenmerkend voor de ordeleden om samen te leren, te bidden, te geven, te eten en te drinken en ons zo over alle grenzen heen in vriendschap als broeders en zusters met elkaar verbonden te weten.

Peter Broos

(n.v.d.r.: het was ons bijzonder aangenaam om de afsluitende Eucharistieviering mee te kunnen beleven. Dit was voor ons evenzeer een moment van verdieping waarin we als “minder jonge” ridder en dame van de Orde mee konden genieten van dit inspiratievol moment. Alleen moest ik toch even aan het evangelisch verhaal van “de onwillige bruiloftsgasten denken”. Zovelen zijn uitgenodigd, zo weinig zijn er gekomen. En ik boog stilletjes het hoofd, bij de gedachte hoe vaak ikzelf als “onwillige bruiloftsgast niet op het appel aanwezig was!



 


Een jonge vrouw aan het hoofd van de Zwitserse Landscommanderij

 

28 december 2018 2018 door LdS

Luzern – De Zwitserse Landscommanderij heeft op 12 mei 2018 tijdens prachtige ceremonieën in Luzern aan enkele nieuwe leden de investituur verleend. Tegelijk trad Dr. Donata Maria Krethlow Benziger in functie als Zwitserse landscommandeur. Ze is een universitair en in de derde generatie lid van de ridderode. Voorheen was zij reeds gedurende acht jaar kanselier. Een interview.

Heeft u een of andere vorm van roeping ervaren die u naar de Orde toe dreef? Welke waren de voornaamste beweegredenen om tot de Orde toe te treden?

Mijn intrede in de Orde lag in de lijn van een authentieke familiale traditie. Ik vertegenwoordig hier de derde generatie binnen de Orde en mijn echtgenoot is ook ridder. Het ware vuur van mijn passie is pas echt losgebarsten naar aanleiding van mijn eerste bedevaart naar het Heilig Land, vooral dan in de loop van de onderlinge gesprekken met de mensen die ik daar heb ontmoet.

Welk antwoord geeft u op de vraag: “Ik vind uw engagement in dienst van noodlijdende christenen volkomens lovenswaardig, maar waarom dat uniform? Gaat het hier niet om enig elitair gedrag?”

De Ridderorde van het Heilig Graf steunt op drie pijlers: geloof, naastenliefde en traditie. De mantel en de eretekens staan symbool voor een seculiere traditie. De ridders vormen de eerste klasse in de Westerse samenleving. De grondslag van de filosofie van het ridderschap ligt in de vier kardinale deugden zoals deze in de Griekse filosofie werden ontwikkeld en die later in de ethische doctrine van het christendom werden overgenomen. Het betreft de voorzichtigheid, de rechtschapenheid, de kracht en de matigheid. Daar zal ook in de toekomst wel niets wezenlijk aan veranderen. De hedendaagse ridders en dames moeten zich inspannen om deze idealen te belichamen. De mantel en de insignes zijn de uiterlijke tekens van deze innerlijke overtuiging die het ons mogelijk maakt om dagelijks via onze trouw aan de Kerk en de Heilige Vader ons geloof te bevestigen.

Is het oordeel van de eigen kinderen niet altijd meteen dwingend, het kan alvast toch een nuttige aanwijzing zijn. Wat denken uw kinderen van uw belangrijk engagement ten voordele van de Orde en de Kerk?

Ik citeer mijn zoon Emmanuel (19 jaar): “…Eigenlijk is dit niets nieuws…, wij kennen dit reeds van bij onze geboorte. Als baby namen onze ouders ons reeds mee naar de investituur. Overigens ik bracht de voorbije zes jaar door in de Abdij van Einsiedeln (als collegestudent), ik ben dus met de kerkelijke tradities vertrouwd.” Mijn dochter Sophia (16 jaar): “geniaal, ik kan je vergezellen naar het Grootmeesterschap in Rome en de nacht in Domus Sanctae Matthae?”

Indien u iets in de Orde blijvend zou willen bewaren/verdedigen, of indien u iets voor altijd zou willen veranderen, wat zou dit wel zijn?

De geestelijke ondersteuning die ons door onze priors wordt aangeboden moet op alle niveaus gevrijwaard blijven. Onze ridderorde onderscheidt zich in het bijzonder in het feit dat zij is opgericht vanuit een parallelle eigenschap tussen het lekendom en het priesterschap. De waardering van de spiritualiteit van elkeen in de schoot van onze uitgebreide communauteit is een wezenlijke taak, bovenop de steun aan de bedreigde christenen in het Heilig Land. Momenteel voel ik niet meteen enige noodzaak om belangrijke wijzigingen door te voeren. De Consulta zal wel aantonen wat voor veranderingen er zich mogelijks zouden kunnen opdringen, van welke aard dan ook.

De Zwitserse Landscommandeur heeft duidelijk de wind in de zeilen.

Interview door Benedikt Lüthi voor UNITAS 2017

vertaling: Luk De Staercke



 


Onze jongeren vieren Sint-Niklaas in Lotharingen

 

11 december 2018 2018 door LdS

LOTHARINGEN – Een afvaardiging van een vijftiental jonge leden van de Belgische Landscommanderij nam voor de achtste opeenvolgende keer met heel veel enthousiasme deel aan het Sint-Niklaasfeest in Saint-Nicolas de Port. In deze voorstad van Nancy had in de Sint-Niklaasbasiliek voor de 773ste keer de legendarische processie plaats. Onze vrolijke groep begon zijn dag in Toul om daar onder meer de rijkdom van de prachtige kathedraal te ontdekken.

Op uitnodiging van kolonel Philippe Pasteau, verantwoordelijke voor de Commanderij van Lotharingen, en zijn coadjutor Alain Oury nam een groep jongeren van onze Landscommanderij voor de achtste opeenvolgende keer deel aan de aloude processie ter ere van Sint-Niklaas. Sint-Niklaas is niet alleen de patroonheilige van de brave kinderen maar tevens van Lotharingen en van de basiliek van Saint-Nicolas de Port op zowat 14km van Nancy.

Toul, gotische parel van Lotharingen

Om de video te bekijken: klik HIER

De dag begon in Toul, bisschopsstad met een rijk verleden, met een typisch Lotharische maaltijd die pastoor Detré, aartspriester aan de kathedraal, voor ons en zijn pastoors had bereid. De gedachtewisselingen tijdens de zeer gemoedelijke maaltijd maakten het ons mogelijk de uitdagingen te ontdekken waar deze charismatische pastoor inzake de bescherming van kwetsbare en veeleisende monumenten (de kathedraal en collegiale kerk) mee wordt geconfronteerd. Ook kregen we zicht op de problemen die door de christen gemeenschap worden beleefd met betrekking tot de nieuwe evangelisatie in dit deel van Lotharingen.

Na een ommetje langs de kapittelzaal leidde de aartspriester ons naar de kathedraal van de Heilige Stefanus die hij ons in alle hoeken liet bewonderen. Wij bleven er zowat twee uur. De kathedraal is een gotisch bouwwerk dat vooral omwille van zijn westgevel bekend is. Het is een meesterwerk in de flamboyante gotiek. Ook het gotisch klooster geniet grote bekendheid en is het tweede grootste in deze stijl in Frankrijk. Verder is een van de twee renaissancekapellen de kapel van de bisschoppen. De torens aan de voorgevel hebben een hoogte van 65m, het schip van de kerk is 100m lang en de gewelven zijn 30m hoog. De dwarsbeuk is 56m lang. In de XIIIde eeuw werd met de bouw van een romaans bouwwerk aangevangen. Op deze plaats stond eerder reeds een Romeinse tempel.

Saint-Nicolas de Port

Om de video te bekijken, klik HIER

Na de maaltijd met de ridders uit Lotharingen en hun gasten in Varangéville keerde de groep terug naar de basiliek van Saint-Nicolas de Port om er aan de 773ste processie ter ere van de patroonheilige van Lotharingen deel te nemen. Deze processie heeft elk jaar plaats op de meest nabije zaterdag bij 6 december, en sedert 6 december 1245 gaat de processie steeds weer integraal binnen de ruimte van deze immense gotische kerk door. Het gevolg ervan is dat het aantal deelnemers, ongelukkig genoeg voor heel veel geïnteresseerden, tot 3.000 wordt beperkt.

Dit jaar werd Mgr. Blanchet, bisschop van Belfort-Montbéliard, uitgenodigd om in de viering voor te gaan. Met een knipoog naar de actualiteit maakte hij in zijn homilie nog een subtiele maar niet mis te verstane allusie op de gele hesjes.

De organisatie van deze mooie viering waaraan ook honderden gidsen en scouts hebben deelgenomen, was het werk van pastoor Alexander Thomassin, 38 jaar oud en nieuwe rector van de basiliek. De Belgische Landscommanderij is hem nog maar bijzonder erkentelijk voor zijn broederlijk onthaal.

Sint-Niklaasprocessie
Om de video te bekijken, klik HIER

vertaling: Luk De Staercke



 


De Belgische Landscommanderij vierde het feest van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina

 

7 december 2018 2018 door LdS

BRUSSEL – Onder leiding van Mgr. Marcuzzo vierde de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem het feest van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina. Een talrijke vergadering maakte zijn opwachting in de kapittelkerk Onze-Lieve-Vrouw van de Zavel te Brussel.

Gebed tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina

O Maria, reine maagd,
Koningin van hemel en aarde,
wij komen u om bescherming vragen
voor het land waar u bent geboren
en waar u ons Jezus hebt geschonken,
de Redder van de wereld.
Het was ook in dit land
dat u uw zoon bent gevolgd
tot aan zijn dood aan het kruis.
U hebt in zijn Verrijzenis geloofd,
de belofte van het eeuwig leven
voor heel de mensheid.
Bescherm allen die heden
het Heilig Land bewonen,
en in het bijzonder de mannen ende vrouwen
die in uw Zoon Jezus geloven.
Help hen dagen van rechtvaardigheid en vrede te vinden,
help ons om ons geloof sterker te beleven
en onze solidariteit te betuigen
met onze broeders en zusters in het Heilig Land,
in overeenstemming met onze geloften
als leden van de Ridderorde
van het heilig Graf van Jeruzalem.
In navolging van uw Zoon Jezus,
de Goede Herder,
en met uw moederlijke bescherming
vormen wij een enige groep
op weg naar het Hemelse Jeruzalem.

Amen

vertaling: Luk De Staercke



 


De Paus vraagt aan de leden van de Ridderorde om overal over Gods Goedheid te getuigen

 

28 november 2018 2018 door LdS

ROME – “Het uiteindelijk streefdoel van alle werken van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem is “de evangelische Liefde tot de naaste’. Het gaat niet zomaar om het brengen van materiële vooruitgang.” Dat verklaarde Paus Franciscus aan de leden van de Consulta die op 16 november 2018 in het Vaticaan in audiëntie werden ontvangen.

Beste broeders en zusters,

Bij het slot van de Consulta van de leden van het Grootmeesterschap en de landscommandeurs van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem heet ik u allen hier op het Vaticaan van harte welkom. Ik begroet en dank in het bijzonder Kardinaal O’Brien, Grootmeester, alsook de Pro-Grootprior, Mgr. Pierbattista Pizzaballa. Ik begroet de leden van het Grootmeesterschap alsook de landscommandeurs van de landen en regio’s waar de Orde present is. En samen met u allen groet ik heel de familie van ridders en dames van over de hele wereld. Ik betuig u mijn bijzondere dank omwille van de talrijke spirituele en caritatieve activiteiten die u ten voordele van de volkeren in het Heilig Land organiseert.

U bent samen gekomen om in de Consulta aan de slag te gaan. Dit is de algemene vergadering die om de vijf jaar bij de zetel van de Heilige Petrus plaats vindt. Hier in het Vaticaan bent u als het ware thuis, want de Orde is een oude pauselijke instelling die onder de bijzondere bescherming staat van de Heilige Stoel.

Sedert de laatste Consulta in 2013 is de orde stevig in ledenaantal gestegen en door de creatie van nieuwe perifere vestigingen geografisch ook steeds meer uitgebouwd, dit alles in het belang van de materiële ondersteuning van de Kerk in het Heilig Land en van de talrijke bedevaarten naar de Heilige Plaatsen. Ik dank u voor uw steun aan de zinrijke pastorale programma’s en ik moedig u aan om deze zij aan zij met het Latijns Patriarchaat te bestendigen. Uw engagement slaagt erin de vluchtelingencrisis, die de voorbije vijf jaar de hele regio teistert, het hoofd te bieden. Deze crisis zet de Kerk ertoe aan om hiertegenover een betekenisvol humanitair antwoord te formuleren.

Het is een goed teken dat uw initiatieven inzake onderwijs en ziekenzorg voor iedereen open staan, wat ook de afkomst of de religie mag zijn. Op die wijze levert u een bijdrage tot het openen van de weg naar de kennismaking met de christelijke waarden, naar de interreligieuze dialoog en naar wederzijds respect en begrip. Anders gezegd: met uw meer dan verdienstelijk engagement levert u een wezenlijke bijdrage tot de bouw van de weg die naar vrede in de regio moet leiden. Dat hopen wij allen vurig.

Ik weet dat de voorbije week uw aandacht vooral gevestigd was op de rol en de functie van de lokale verantwoordelijken of de landscommandeurs in meer dan dertig landen en zones zowat overal ter wereld waarin uw Orde actief is. De voortdurende groei van de Orde is ongetwijfeld sterk afhankelijk van uw niet aflatende en steeds hernieuwde inzet. Maar doorheen deze opbloei mag men evenwel onder geen enkel opzicht uit het oog verliezen dat de ultieme doelstelling van de Orde erin bestaat de geestelijke uitbouw van haar leden te bevorderen. Bijgevolg kan het succes van de initiatieven van de Orde nooit worden losgekoppeld van doeltreffende religieuze vormingsprogramma’s die zich tot elke ridder en dame moeten richten. Zo krijgen zij de kans om via gebed en meditatie over de Heilige Schrift hun kennis van de kerkelijke doctrine te vergroten en hun persoonlijke relatie met de Heer Jezus te verdiepen. Deze relatie valt door niets te vervangen. Het is een opdracht voor elkeen binnen de Orde, en voor haar leiders in het bijzonder, om een voorbeeldig geestelijk leven te leiden in ware navolging van de Heer. Op die manier stelt u zich op een waarachtige gezagsvolle wijze in dienst van allen die op u zijn aangewezen.

Vergeet vervolgens niet om in functie van uw zending in deze wereld dat de orde niet een of andere filantropische instelling is die er zich toe engageert het materieel welzijn en de sociale status van haar doelgroep te verbeteren. U bent ertoe geroepen om in al uw werken in de eerste plaats de Evangelische Liefde voor de naaste gestalte te geven, om overal van Gods goedheid en van de zorg waarmee God de hele wereld liefheeft, te getuigen. Het opnemen van bisschoppen, priesters en diakens in de Orde is zeker geen vorm van eerbetoon. Het vormt een onderdeel van hun taak als pastorale dienstverleners om diegene onder u die verantwoordelijkheid dragen, bij te staan. Zo moeten zij op alle niveaus gemeenschappelijke gebedsmomenten en liturgische vieringen organiseren en via godsdienstonderricht instaan voor de permanente vorming en de geloofsverdieping van alle leden.

Tegenover de hele wereld, die maar al te vaak het hoofd afwendt, staat de dramatische situatie van de christenen die in steeds groter aantal vervolgd en vermoord worden. Maar meer nog dan dit fysiek martelaarschap is er nog het “blank martelaarschap” dat zich in de democratische staten voltrekt waar de godsdienstvrijheid steeds meer wordt ingeperkt. Dat is het dagdagelijks blank martelaarschap van de Kerk in deze gebieden. Ik nodig u uit om uw materiële hulp aan diegenen die zo zwaar beproefd worden, steeds met uw gebed te ondersteunen, om zonder ophouden de voorspraak van de Madonna in te roepen, die u met de titel van “Onze-Lieve-Vrouw van Palestina” vereert. Zij is de waakzame moeder en de hulp van alle christenen.

Moge de icoon van Onze-Lieve-Vrouw van de vervolgde christenen, die ik meteen zal zegenen en die u allen in ontvangst zal mogen nemen om deze naar uw landscommanderij te brengen, u op uw tocht vergezellen. Laten we samen de zorg van Maria inroepen voor de Kerk en voor het Heilig Land en bij uitbreiding voor heel het Midden-Oosten, in het bijzonder voor hen die in hun leven en hun vrijheid worden bedreigd. Ik zegen uw kostbare en onvermoeibare inspanningen en vraag u, wil alsjeblief voor mij bidden. Ik dank u!

Franciscus PP

Vertaling van de bewerking door de webmaster: Luk De Staercke



 


De Consulta: Eerste indrukken van de Belgische Landscommandeur

 

28 november 2018 2018 door LdS

Interview – Pas terug uit Rome vertrouwde Z.E. Jean-Pierre Fierens, Belgische Landscommandeur, aan onze webmaster exclusief zijn eerste indrukken over de Consulta toe. Deze mocht hij persoonlijk mee beleven.

Excellentie, U bent pas terug uit Rome waar u aan de Consulta hebt deelgenomen. Kan u ons dit initiatief van het Grootmeesterschap even toelichten?

Het houden van een Consulta is in de statuten van de Ridderorde voorzien. Zij brengt om de vijf jaar alle landscommandeurs van over heel de wereld samen om over een door de Kardinaal Grootmeester bepaald thema na te denken en te overleggen. In 2013 boog de Consulta zich over de aanpassing van de statuten van de Orde aan de veranderende tijdsgeest.

Het is toch wel belangrijk om even aan te geven dat het hier om een statutair adviesorgaan – vandaar de naam – gaat in dienst van de Grootmeester. Op die manier weet deze zich goed geïnformeerd om adequate beslissingen te nemen om deze vervolgens ter goedkeuring aan de Heilige Vader voor te leggen. Dit gebeurt via tussenkomst van de Staatssecretaris van de Paus.

Is de Consulta de énige vergadering van landscommandeurs?

Neen, jaarlijks komen de landscommandeurs per continent samen en overleggen zij ook over een vooraf afgesproken thema. Dat zijn heel belangrijke vergadermomenten omdat er op die manier hechte banden tussen de landscommandeurs onderling, alsook met de Grootmeester worden gesmeed. De vergaderingen maken het ook mogelijk om even poolshoogte te nemen van hetgeen er zich zoal in de verschillende landscommanderijen afspeelt.

Wat was deze keer het thema van de Consulta?

Het thema was “de plichten van de landscommandeurs binnen hun landscommanderij” . Zeer ruim gesproken was het dus de bedoeling om samen na te denken en te overleggen over een breed scala van onderwerpen betreffende de opdracht van de landscommandeurs. Het ging over hun samenwerking met de Grootmeester, de aanstelling van landscommandeurs, de zo noodzakelijke samenwerking met de Grootprior binnen de landscommanderij, de relaties met de leden – en heel in het bijzonder met hen die het niet meer zo nauw nemen met hun engagement, hun aanwezigheid en hun giften – alsook over de rol van de landscommandeur bij het organiseren van activiteiten en bij de rekrutering van nieuwe leden…

Hoe zijn jullie tewerk gegaan?

Nog vóór ons vertrek naar Rome ontvingen wij een “instrumentum laboris”, een lijvige syllabus die het ons moest mogelijk maken om onze werkzaamheden voor te bereiden.

In Rome namen wij aan plenaire zittingen deel, maar het grote werk verliep in de schoot van kleine werkgroepen die op taalkundige basis werden samengesteld. Zo zaten in mijn werkgroep bijvoorbeeld de landscommandeurs van Zwitserland, Italië, Duitsland… Wij werden evenwel bijzonder goed door tolken bijgestaan. Vrij snel kwamen wij tot het besef dat de particuliere situaties in de landscommanderijen zeer verscheiden waren. Zo bleken bijvoorbeeld de verschillen tussen de situatie in Australië en in Oostenrijk bijzonder groot te zijn.

Wat blijft u in het bijzonder bij voor wat uw aanpak in de Belgische landscommanderij betreft?

Ik stel bijvoorbeeld vast dat er in België toch heel wat goed verloopt (lacht). Toch moeten wij samen met de Raad eens nadenken over een betere vertegenwoordiging in de schoot van onze bisdommen. We moeten de zeer goede banden met de voorzitters van onze diocesane afdelingen nog verstevigen… Ik onthou evengoed dat de richtlijnen van het Grootmeesterschap aan elke particuliere lokale situatie moeten worden aangepast zonder evenwel de geest van de richtlijnen geweld aan te doen. Tenslotte werd ook herinnerd aan de onvermijdelijke voorbereiding van de overgang van leden van de ene landscommanderij naar de andere.

U hebt de eer en het genoegen gesmaakt om de Heilige Vader te ontmoeten. Wat is er u van de toespraak die de Paus voor de leden van de Consulta heeft gehouden, bij gebleven?

Onze ontmoeting met Paus Franciscus verliep bijzonder hartelijk. Hij moedigde ons aan om ons ondersteuningswerk aan de christen aanwezigheid in het Heilig Land via het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem verder te zetten. Hij herinnerde ons eraan hoe nadrukkelijk wij in het recent verleden daar wel aanwezig waren. Dit is bijzonder belangrijk in de lokale context die door de vluchtelingencrisis wordt gekenmerkt en die de Kerk ertoe heeft aangezet te investeren in humanitaire hulp aan de bevolking. De Paus bracht eer aan de vele initiatieven van de Ridderorde van het Heilig Graf in Jeruzalem op het vlak van onderwijs en zorgverlening die voor iedereen, onafgezien de religieuze overtuiging, open staan.

De Heilige Vader verheugde zich over de ontwikkeling van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem die de laatste jaren heel wat nieuwe leden in zijn rangen heeft mogen opnemen. Hij nodigde ons uit om deel te nemen aan een “spirituele kruistocht” en de uitbouw van de persoonlijke relatie van elke ridder en elke dame met de Heer Jezus, dit in gebed, meditatie over de Heilig Schrift en persoonlijke verdieping in de leer van de Kerk.

De Paus zegende tenslotte nog een icoon van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, die hij als de “Moeder en de Bijstand van de christenen” betitelde. Elke landscommandeur mocht een kopie van deze icoon in ontvangst nemen. Het is evident dat het exemplaar dat ik mee kreeg een prominente plaats zal krijgen in onze kapittelkerk aan de Zavel te Brussel.

Interview door de webmaster
vertaling: Luk De Staercke



 


Boodschap van Grootmeester Kardinaal O’Brien omtrent de actuele situatie in de Kerk

 

11 september 2018 2018 door LdS

Aan alle leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem

Velen onder ons zullen zich nog de film of het boek “The Perfect Storm” herinneren. Verschillende meteorologische omstandigheden doen zich op hetzelfde moment voor en komen met elkaar in botsing. Dit resulteert in de meest verschrikkelijke rampspoed en in een niet te beschrijven verwoesting.

Onze katholieke Kerk bevindt zich eveneens in volle storm, in een echte demonische storm. Chili, Ierland, Nederland, Australië, de Verenigde Staten… en wat staat er ons nog al niet te wachten? Het dubbelleven van een kardinaal is weerzinwekkend. Het rapport van The Grand Jury van Pennsylvania bevat maar liefst 900 pagina’s met een bijna pornografische inhoud. Het gaat om onzegbare perversiteiten vanwege priesters tegenover jongeren en kwetsbare personen. En daar zijn ook nog de beschuldigingen vanwege een gewezen nuntius tegen de hoogste autoriteiten van de Kerk.

Men noemt dit alles “een duivels meesterwerk”!

De satanische krachten die aan het werk zijn, proberen de fundamenten van de ene heilige katholieke en apostolische Kerk te ondergraven, en dan nog wel van binnenuit! Wij bevinden ons in een zware crisis, wellicht zelfs de zwaarste crisis waarmee onze Kerk sedert eeuwen werd geconfronteerd.

Vandaag worden de gelovigen meer dan ooit voor de keuze geplaatst. Er is enerzijds de verleiding om op de vlucht te slaan, om de Kerk te verlaten. Satan heeft dan zijn slag thuis gehaald. Maar we kunnen ons ook bezinnen en ons geloof verdiepen. Ons geloof vindt zijn wortels niet zozeer in menselijke wezens, maar in Jezus Christus zelf. Ridders en Dames van het Heilig Graf geven zich nooit gewonnen, zij deserteren nooit. Zij waren in tijden van crisis zelfs de verdedigers van de Kerk.

Ik zou al onze leden willen aansporen om zich spiritueel te verdiepen, om terug te keren naar de bron van ons geloof dat ons door God zelf werd geschonken. Het gebed, de H. Mis, de eucharistische devotie, boetedoening en vasten… zoveel middelen staan ter onzer beschikking.

  • Deelnemen aan liturgische vieringen en gebedsbijeenkomsten in de parochies en de bisdommen tot herstel van de betreurenswaardige heiligschennissen die tegen weerloze en onschuldige slachtoffers werden begaan. Tot herstel van het schandalig verraad en schending van vertrouwen door diegenen van wie geacht werd dat het héél andere christenen waren.
  • Steun aan die grote meerderheid van goede priesters, aan uw priesters die elke dag de strijd aangaan om een Christus in uw midden te zijn. Zij hebben veel te lijden.
  • Ik was aanwezig op de Conferentie van de katholieke Bisschoppen van de Verenigde Staten om een door het Vaticaan ondersteund onderzoek te vragen en hierbij ook specifiek competente leken te betrekken. Dit onderzoek zou de verantwoordelijkheid van Mgr. McCarrick moeten bepalen in de bevorderingen die in de schoot van de kerkelijke hiërarchie zijn gebeurd.

Doorheen de geschiedenis heeft God steeds getoond hoe Hij uit het slechte telkens weer het goede wist naar boven te halen. Het volstaat immers om hiervoor gewoon naar het kruisbeeld te kijken. Bid opdat deze nachtmerrie mag leiden tot de zuivering van onze Kerk en tot het herstel van het vertrouwen in haar leiderschap. Erken dat Jezus de Heer is van de Verrijzenis die de verschrikking van een schandelijke dood tot een heilsmoment weet om te buigen. En laten we samen met onze Heilige Vader, Paus Franciscus, bidden dat de Madonna, die eens het gekruisigde Lichaam van haar Zoon in haar armen hield, dit ook nu weer mag doen. Dat zij het lijdend, geslagen en bloedend lichaam – Zijn Lichaam, de Heilige Kerk – mag blijven vasthouden. Dat zij dit lichaam tegen haar hart gedrukt houdt en voor zijn genezing bidt.

Ik wil u allen waarachtig danken voor uw trouw, voor uw niet aflatende trouw.

Verenigd in de Heer,

Edwin Cardinal O’Brien
(8 september 2018)

Vertaling: Luk De Staercke



 


Het Latijns Patriarchaat organiseerde samen met Deloitte een workshop over haar herstructurering

 

11 augustus 2018 2018 door LdS

JERUZALEM – Op donderdag 26 juli 2018 organiseerde het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem in samenwerking met het adviesbureau Deloitte een workshop om de herstructurering van de financiële en administratieve structuren van het Latijns Patriarchaat op gang te brengen. Met achtentwintig namen ze hieraan deel. Het merendeel waren kaderleden van het patriarchaat, zowel geestelijken als leken, met inbegrip van de verantwoordelijken voor het opstellen van de operationele procedures voor de vernieuwing.

Mgr. Pierbatista Pizzaballa, Apostolisch Administrator van het Latijns Patriarchaat, opende vanuit Italië via Skype de bijeenkomst, gevolgd door M. Sami El-Yousef, Administrateur-Generaal van het patriarchaat. Deze laatste is tevens belast met de herstructurering. Er was ook een vertegenwoordiger aanwezig van het adviesbureau Deloitte, alsook vertegenwoordigers van Deloitte Italië, die verantwoordelijk waren voor het contract.

Drie patriarchale vicarissen woonden de workshop bij: Mgr. Boulos Marcuzzo, Patriarchaal Vicaris voor Jeruzalem en Palestina, Mgr. William Shomali, Patriarchaal Vicaris voor Jordanië en P. Hanna Kildani, Patriarchaal Vicaris voor Israël, alsook de vertegenwoordigers van het financieel bureau van Jordanië, van het seminarie van Beit Jala en van de administratie voor de scholen in Palestina, Jordanië en Israël.

Twee belangrijke werkgroepen gingen aan de slag. De eerste boog zich over het veranderingsproces in de administratie binnen de instellingen alsook over de introductie van een nieuwe organisatie van de algemene administratie, van nieuwe vacatures en de nieuwe aanpak van machtigingen bij de bank. De tweede werkgroep hield zich bezig met nieuwe operationele procedures voor zes domeinen: de schatkist, de financies, de giften, human resource, fundraising en het centraal beheer. Deze procedures zouden in de toekomst de leidende principes worden voor de financiële en administratie aanpak binnen het patriarchaat. De nieuwe procedures brachten heel wat verheldering omtrent de relaties tussen de verschillende bureaus en introduceerden ook de principes betreffende de taakverdelingen en de interne controles.

Het is belangrijk te melden dat enkele van de te nemen stappen reeds geïmplementeerd zijn. Zo bijvoorbeeld de invoering van de nieuwe aanpak inzake machtigingen bij de banken, alsook de opsplitsing van de opdrachten binnen het domein van de betalingen. Bijkomende etappes moeten dan weer in de komende weken en maanden van start gaan, zodat de hele herstructurering met begeleidende maatregelen dan voltooid zal worden. Deze workshop betekende een belangrijke stap in heel de herstructurering, maar tegelijk waren alle participanten het erover eens dat de échte uitdaging er precies zou in bestaan om zowel de nodige verandering in de cultuur als alle genomen beslissingen in praktijk te brengen om zo volop de vruchten van deze vernieuwing te smaken. Alle deelnemers waren ten zeerste enthousiast over het feit dat dit hervormingsproces in het patriarchaat aanleiding zal geven tot een beter management, met tegelijk ook nog in het achterhoofd de idee dat alle medewerkers in dienst van de Kerk staan. En daar mag men nooit uit het oog verliezen dat de dienstverlening de belangrijkste doelstelling moet blijven.

Sami El-Yousef voor www.lpj.org

Vertaling: Luk De Staercke



 


“Wij willen de Orde verder uitbreiden” Kardinaal O’Brien

 

11 augustus 2018 2018 door LdS

ROME – Naar aanleiding van de bijeenkomst van de landscommandeurs uit Amerika en Europa had Grootmeester Kardinaal O’Brien het over de gelijk gerichtheid die hij bij zijn bezoek aan verschillende landscommanderijen heeft kunnen vaststellen.

In de maand juni was u in Toronto waar u hebt deelgenomen aan de bijeenkomst van de landscommandeurs uit Noord-Amerika. Deze hebben de leiding over meer dan de helft van de Ordeleden. Enkele dagen later was u in Buenos Aires voor de bijeenkomst van de landscommandeurs uit Zuid-Amerika. Deze vertegenwoordigen een eerder bescheiden deel van onze Orde. Wat is uw kijk op de Orde in dit deel van de wereld?

De gebruiken die binnen de onderscheiden landscommanderijen leven, zijn heel verschillend en wij hopen dat Zuid-Amerika op termijn een eigen Vice-Gouverneur Generaal zal krijgen. Er heerst immers een andere cultuur, niet enkel tussen Noord- en Zuid-Amerika, maar ook binnen de regio’s zelf. Wij willen er de Orde ten volle tot ontwikkeling brengen en ons recent bezoek is heel nuttig gebleken voor de planning van deze ontwikkeling. De aanwezigheid van de Orde in hun bisdom oefent op sommige bisschoppen (zeker in Zuid-Amerika) een zekere aantrekkingskracht uit en wij moeten dit stimuleren.

Ziet u ook na de bijeenkomst van de landscommandeurs uit Europa, punten van overeenkomst in de ervaringen die u bij de landscommandeurs uit de drie regio’s wereldwijd hebt opgedaan?

Onze bezorgdheid ging vooral uit naar de samenhang onder de leden en naar hun permanente vorming. In dat verband koesteren wij grote verwachtingen ten aanzien van de geestelijkheid. Wij tellen inderdaad heel wat aalmoezenier-ridders in onze rangen en in feite maken wij nog te weinig gebruik van hun aanwezigheid. Tegelijk beschikken wij ook over een rijke expertise onder onze leden. Wij stellen ten zeerste de landscommandeurs en hun leiderschap op prijs, maar zij moeten tevens hun inzet en hun capaciteiten op steeds meer leden overdragen.
Wanneer een mandaat van een landscommandeur ten einde loopt, is het niet steeds eenvoudig een vervanger te vinden. Dit geeft aan dat wij binnen de landscommanderijen niet mogen aarzelen om naar de leidinggevende capaciteiten in ons midden op zoek te gaan, deze te ontwikkelen en ze aan te moedigen. Sommige landscommandeurs hebben het verlangen om hun mandaat te verlengen of te hernieuwen. Dit is volkomen begrijpelijk, zeker omdat velen uitstekend werk verrichten. Maar dat op zich is nog geen voldoende reden om aan te blijven. Er is voor elke post een zekere afwisseling nodig. Er zijn immers in de schoot van de landscommanderij zeker ook nog andere leden aanwezig die omwille van hun competenties en hun christelijk engagement hun bijdrage kunnen leveren.

U hebt ook nog een bezoek aan de Landscommanderij van Australië gepland.

Dit bezoek kan mogelijks een aanmoediging betekenen voor een grotere aanwezigheid in de Consulta. Dit is de vergadering binnen de Orde die om de vijf jaar telkens in november in Rome plaats vindt. De reis naar Australië kan deze ontwikkeling bevorderen en de Australiërs aanmoedigen om naar de Consulta te komen. Misschien is dat niet evident en vormt de afstand een hindernis. Maar ik meen dat naarmate wijzelf meer op reis gaan, wij tegelijk ook de idee voeden dat afstand in werkelijkheid geen hinderpaal zou mogen zijn.

Wij hebben gepraat over items die de landscommanderijen wereldwijd verenigen. Hebt u in de verschillende bijeenkomsten ook kennis gemaakt met lokale ervaringen die de Orde in haar geheel kunnen inspireren?

Het is precies op dit vlak dat de bijeenkomsten van de landscommandeurs zeer nuttig kunnen zijn. Tijdens de vergaderingen nemen zij voortdurend notities en de hoofdreden waarom we samen zijn, ligt precies in de uitwisseling van ideeën. Dergelijke zaken zijn niet meteen voorspelbaar, maar het doel van de bijeenkomsten ligt hem in het feit dat de ontmoetingen onder landscommandeurs vaak precies waardevolle elementen en ideeën aan de oppervlakte brengen, hetgeen anders voor het merendeel van de landscommanderijen compleet onbekend zou blijven. De bijeenkomsten zijn een uitdaging en een aanmoediging tot het ontwikkelen van nieuwe uitgangspunten en ze houden de dialoog open. En het is natuurlijk ook dé gelegenheid bij uitstek om elkaar te ontmoeten, om persoonlijke banden te smeden, om samen te bidden en de grote items binnen de Orde in de schijnwerpers te plaatsen.

De aanwezigheid van de jongeren in de landscommanderij houdt de Orde steeds meer bezig. Welke boodschap wilt u hieromtrent meegeven?

Ik denk dat dit een uitdaging is waar de hele Kerk mee geconfronteerd wordt. Het individualisme doordringt de hele westerse cultuur. Dat raakt alle organisaties en wij moeten er ons daar bewust van zijn. Wij moeten dan ook een oproep richten aan allen die jongeren via kameraadschap of sociaal engagement verenigen om hen opnieuw de aandacht bij te brengen voor de problemen in de wereld en deze te analyseren. We moeten de jongeren ook beter leren kennen en hen beluisteren alvorens we tot handelen overgaan en we moeten door hun aanwezigheid verder bouwen aan de toekomst van de Orde. De Orde uitbouwen en het aantrekken van jongeren is geen exclusieve verantwoordelijkheid van de landscommandeur. Het is een opdracht voor álle ridders en dames van elke landscommanderij.

Interview: Elena Dini

Vertaling: Luk De Staercke



 


Een nieuwe kanselier voor de Belgische Landscommanderij

 

27 juni 2018 2018 door LdS

BRUSSEL – Het Grootmeesterschap heeft de benoeming bevestigd van Commandant b.d. Benoît Sibille tot kanselier van de Belgische Landscommanderij.

Naar aanleiding van het laatste kapittel deelde de Landscommandeur Z.E. Jean-Pierre Fierens reeds mee dat Admiraal b.d. Charles Thibaut de Maisières te kennen had gegeven dat hij zijn mandaat van kanselier ter beschikking wenste te stellen. Hij heeft dit mandaat met veel talent en met een grote nauwgezetheid gedurende 14 jaar uitgeoefend.

De naam van zijn opvolger kon toen evenwel nog niet worden meegedeeld omdat de benoeming door Rome nog niet was uitgesproken.

Commandant Benoît Sibille

Het Grootmeesterschap heeft de voorbije week de benoeming van Commandant b.d. Benoît Sibille tot kanselier van de Belgische Landscommanderij bekrachtigd.

Benoît Sibille is momenteel gedelegeerd bestuurder van een onderneming die onder meer actief is in de sector van de dienstencheques en die meer dan 2.600 werknemers telt.

Hij kreeg zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire School in het Koninklijk Hoger Instituut van Defensie en in het ICHEC.

Gedurende meer dan zeven jaar stond hij aan het hoofd van de Protocoldienst van Defensie en in deze hoedanigheid heeft hij zijn militaire loopbaan beëindigd. Daarvóór vervulde hij de functie van militair adviseur voor het Midden-Oosten. In deze periode nam hij deel aan twee opdrachten van de blauwhelmen in Zuid-Libanon. Hij was ook tweede commandant van de 2de Jagers te Paard en in deze hoedanigheid nam hij deel aan missies in Kongo en in Kosovo. Een tijdlang was hij ook nog instructeur in Leopoldsburg.

In 2015 werd hij in de kapittelkerk van de Zavel opgenomen in de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf in Jeruzalem en een jaar later nam hij met de Orde deel aan de bedevaart naar het Heilig Land.

vertaling: Luk De Staercke



 


Retraite van de kandidaat ridders en dames te Maredsous

 

17 juni 2018 2018 door LdS

MAREDSOUS – Veertien nieuwkomers van de Orde verbleven in de Abdij van Maredsous om er samen de retraite te beleven als voorbereiding op hun toetreding in de Belgischze Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem op zaterdag 9 juni 2018. Laten wij ons met hen in gebed verenigen.

De retraite van de kandidaten is niet enkel een statutaire verplichting maar is in de eerste plaats een bijzondere vreugde en de gelegenheid om kennis te maken met diegenen die tot de Orde willen toetreden en met leidinggevenden binnen de Orde, dat alles in een sfeer van warme gastvrijheid en samenhorigheid.

De organisatie van de retraite was in handen van de kanselier, Admiraal (bd) Charles Thibaut de Maisière en werd spiritueel geleid door Kanunnik Felix Rijcken, geestelijke ceremoniemeester van de Orde.

De kandidaat-ridders en dames bestudeerden er onder meer de teksten van de ridderwake en van de misvering van de investituur. Dit jaar viel de kandidaten ook een uitgebreide overweging te beurt over het gebed, alsook over de figuur Jezus.

Laten wij samen bidden tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, om over de nieuwe ridders en dames te waken en hen bijzondere bescherming te verlenen.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Gaudet Mater Ecclesia: Veertien nieuwe leden voor de Belgische Landscommanderij

 

17 juni 2018 2018 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 9 juni 2018 mocht de Belgische Landscommanderij veertien nieuwe leden in haar midden verwelkomen. Twee dames en twaalf ridders vullen de rangen voortaan aan.

Al hebben ze een zeer uiteenlopende horizon, kunnen ze op heel diverse ervaringen terugblikken en vertegenwoordigen zij verschillende leeftijdscategorieën, toch hebben allen één belangrijk kenmerk gemeen: zij weten zich verenigd in hun liefde voor het Heilig Land en in de dienstbaarheid ten aanzien van hun christen broeders en zusters die in dit zwaar geteisterd land leven.

Zij werden in de Belgische Landscommanderij opgenomen tijdens een schitterende viering die in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning aan de Zavel te Brussel heeft plaats gehad en die door Kardinaal Edwin O’Brien, Grootmeester van de Orde, werd voorgegaan.

Laten wij ons samen verenigen in het gebed aan Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, alsook aan de heiligen Marie-Alphonsine en Marie de Jésus. Dat zij over onze nieuwe leden en hun plechtig engagement dat zij op 9 juni hebben uitgesproken, mogen waken. Dat de nieuwe ridders en dames zich mogen gesteund weten door de warme aanwezigheid en de samenhorigheid vanwege alle ridders en dames die hen tijdens de plechtigheid omringden.

Eerstdaags vindt u de reportage, video en foto’s van de plechtigheid op onze website.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Meer dan een half miljoen gelezen artikels, dank u wel

 

14 november 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Met Kerstmis 2013 werd de bescheiden website van de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf opgestart. Ze bevat ondertussen ruim 1.130 artikels die door meer dan 513.000 geïnteresseerde of trouwe bezoekers werden geraadpleegd. Wij houden eraan hen zeer hartelijk te danken.

Tegelijk danken wij de internetsites van de officiële instanties in het Heilig Land, in Rome en overal elders ter wereld die ons zowel inspiratie als informatie bezorgen, die ons aanmoedigen de informatie over het Heilig Land en de Ridderorde verder kenbaar te maken.

Het betreft overwegend:

Maar het betreft eveneens:

De hoofdwebsite http://ordredusaintsepulcre.be wordt beheerd door M. Thibault Denotte, hij verzamelt en selecteert de informatie en artikels. De verwante website http://ordevanhetheiliggraf.be bevat de Nederlandse vertalingen van de Franstalige artikels en wordt door M. Luk De Staercke beheerd. Het is de enige Nederlandstalige site die de informatie over en de actualiteit in het Heilig Land en de Ridderorde presenteert.

Met dank voor uw trouw en interesse,
De Webmaster



 


1847-2017: 170 jaar Latijns Patriarchaat in Jeruzalem

 

19 oktober 2017 2017 door LdS

ROME/JERUZALEM – Op 10 oktober 1847 werd Mgr. Joseph Valerga tot patriarch van Jeruzalem gewijd. Deze wijding volgde op de afkondiging van de wederoprichting van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem door Paus Pius IX in Nulla Celebrior van 23 juli 1847. Naar aanleiding van dit jubileum richt William Simpson nog even de schijnwerpers op de oorsprong en de geschiedenis van de heroprichting. Dhr. Simpson is een jonge ridder van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Hij ontving in België de investituur. In een interview verklaart hij ons zijn passie voor deze historische periode in Jeruzalem.

Uw professionele bezigheden als jurist in de banksector zullen wellicht niet de aanleiding vormen om u tot dergelijke historische opzoekingen te inspireren. Hoe bent u ertoe gekomen om zoveel tijd te investeren in de geschiedenis van het Latijns Patriarchaat?

Mijn studies aan het Institut d’Etude Politiques in Aix-en-Provence hebben mij de zin voor de geschiedenis bijgebracht en dan heel specifiek voor de periode van de Krimoorlog. Zo kwam ik tot de ontdekking dat in dit conflict Jeruzalem en de bescherming van de Heilige Plaatsen zwaar op het spel stonden en zo werd mijn interesse voor de geschiedenis van het Heilig Land in de XIXde eeuw gewekt. Bijgevolg zocht ik toenadering tot de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem waarvan ik vrij recent lid ben geworden. Zo ben ik ook op zoek gegaan naar de oorsprong en de geschiedenis van de Orde. Op dat moment kwam ik tot de ontdekking dat de wederoprichting van het Latijns Patriarchaat er mee heeft voor gezorgd dat ook deze ridderorde opnieuw werd opgericht. Ik wou meteen de politieke en religieuze gebeurtenissen doorgronden die aanleiding hebben gegeven tot deze dubbele heroprichting en ik wou de resultaten van mijn opzoekingswerk ook voor een breder publiek toegankelijk maken.

Dit werk moet heel wat van je vrije tijd hebben gekost. Wat heeft dit u bijgebracht?

In de eerste plaats de vreugde om de ontdekking van een eeuw die me zo boeit, maar tegelijk ook de ontdekking van zoveel bijzondere en uitzonderlijke mensen. Zo is het leven van de Zalige Paus Pius IX bijzonder interessant om te bestuderen. Deze paus, wiens pontificaat tot op heden nog steeds het langstdurende is uit de geschiedenis, was een ware staatsman en tegelijk een man van de Kerk die ook los van de heroprichting van het Patriarchaat van Jeruzalem, onnoemlijk veel sporen heeft achter gelaten. Hij riep Vaticanum I samen die de onfeilbaarheid van de paus bevestigde. Hij heeft het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis afgekondigd en heeft de devotie voor het Heilig Hart van Jezus bevorderd. Aanbeden door de ene, verfoeid door de andere liet hij niemand onverschillig en ikzelf werd ten zeerste door deze persoonlijkheid geraakt.

Mgr. Valerga, de eerste Latijnse patriarch van Jeruzalem, was al evenmin een gewoon man. Als jonge briljante geestelijke werd hij vrij snel in pauselijke delegaties naar het Midden-Oosten opgenomen en reeds op 34-jarige leeftijd werd hij tot Latijns Patriarch in Jeruzalem aangesteld. Reeds na zeer korte tijd slaagde hij erin om in Beit Jala een seminarie op te richten, de wederoprichting van de Ridderorde van het Heilig Graf in te leiden en de bouw van de co-kathedraal op te starten.

Ik heb tenslotte ook het geluk gehad om in contact te komen met bekende specialisten op het vlak van de geschiedenis van Jeruzalem en het Patriarchaat. Zo onder meer met P. Hanna Kildani die een thesis heeft gepubliceerd over het moderne christendom in Jordanië en Palestina en die nu Patriarchaal Vicaris is voor Israël. Ik kon eveneens van gedachten wisselen met de universitair Paolo Pieraccini die tal van werken over deze boeiende periode heeft gepubliceerd.

Is dit voor u ook een manier om uw roeping tot Ridder van het Heilig Graf gestalte te geven?

Natuurlijk. Bij gebrek aan de mogelijkheid om er geregeld op bezoek te gaan – met vier nog heel jonge kinderen is een dergelijke reis ondernemen geen evidentie – reis ik als het ware door Jeruzalem door middel van mijn opzoekingswerk en hoop ik tevens aan de toehoorders van mijn voordrachten de smaak mee te geven om deze unieke plaats te gaan ontdekken. Ik neem natuurlijk deze oproep ook op in mijn eigen dagelijkse leven, in mijn engagement voor de landscommanderij en in de Conférence Saint-Yves(1) waarvan ik momenteel het voorzitterschap in Luxemburg bekleedt. Christus is in Jeruzalem verrezen, maar Hij roept ons op om waar dan ook van Zijn Liefde voor ons te getuigen!

Interview door Cécile Klos voor www.lpj.org

(1) De Conférence Saint-Yves is een Luxemburgse vereniging van katholieke advocaten en juristen

Vertaling: Luk De Staercke



 


Jaarlijkse ontmoeting van de Europese Landscommandeurs 2017

 

6 september 2017 2017 door LdS

ROME – Op 27 en 28 juni 2017 kwamen de Europese landscommandeurs in Rome bijeen om enkele actuele thema’s te bespreken. Er was tevens aandacht voor de uitdagingen van morgen.

Tijdens de bijeenkomst van de Europese landscommandeurs verleende Kardinaal Pietro Parolin, Staatssecretaris van de Heilige Stoel, in naam van Paus Franciscus aan de Gouverneur-Generaal Agostino Borromeo het Grootkruis van de Orde van Sint-Gregorius, dit naar aanleiding van het beëindigen van zijn tweede en laatste vierjarig mandaat.

Kardinaal Edwin O’Brien, Grootmeester van de Orde, sprak oprechte en warme woorden van dankbaarheid ten aanzien van Professor Borromeo. Deze werden met een langdurig applaus vanwege de deelnemers aan deze internationale ontmoeting beantwoord. Nadien werd Ambassadeur Leonardo Visconti di Modrone als nieuwe Gouverneur-Generaal voorgesteld. Deze prees zijn voorganger die als Gouverneur-Generaal een uitzonderlijke staat van verdienste kan voorleggen en beloofde om in dezelfde lijn verder te werken en evenzeer een luisterend oor te zijn voor alle leden van de Orde.

Consulteur Pier Carlo Visconti en Professor Pierre Blanchard, lid van het Grootmeesterschap, stelden vervolgens de financiële resultaten voor. Deze reveleerden een onvergelijkbare stijging van de giften voor het Heilig Land met maar liefst meer dan 16 miljoen euro. Deze stijging werd mee mogelijk gemaakt door het dynamisch optreden van de Grootmeester die systematisch de landscommanderijen over heel de wereld bezoekt, de lokale initiatieven steeds nieuw leven weet in te blazen en de internationale communicatie binnen de Orde stimuleert. “Zo is een klimaat van vertrouwen en van ware broederschap ontwikkeld, die het centrum en de periferie steeds dichter bij elkaar brengt,” verklaarde Professor Borromeo.

De Orde ziet voortdurend over de hele wereld nieuwe gemeenschappen van ridders en dames ontstaan. Zo kijken we onder meer uit naar nieuwe Delegaties van het Grootmeesterschap in Chili en Peru. Kanselier Alfredo Bastianelli wist deze constante positieve ontwikkeling met enkele sprekende statistieken te verduidelijken. Over alle continenten heen telt de Orde meer dan 30.000 leden, waarvan een derde dames zijn. Dit illustreert duidelijk de nieuwe aantrekkingskracht van de Orde. Deze positieve evolutie doet zich manifest voor in Azië en in de Pacifiek.

Mgr. Antonio Franco gaf verder uitleg over de ondersteuning aan de Kerk in het Heilig Land. Hij toonde aan hoe de Vaticaanse Stichting Johannes de Doper, die door de Paus zelf in het leven is geroepen, erin is geslaagd de situatie in de Universiteit van Madaba te saneren. Het beheer van deze instelling werd geoptimaliseerd en ontwikkelt zich verder naar meer autonomie en een grotere transparantie. De roeping van de Stichting is heel wat ruimer dan het bevorderen van de cultuur en de vorming in het Midden-Oosten.

Bij monde van haar President Professor Thomas McKiernan werd enig inzicht gegeven in de werkzaamheden van de "Commissie Heilig Land". Deze commissie is ermee belast de projecten van het Grootmeesterschap in het Latijns Patriarchaat op te volgen en te beheren. Hij gaf toelichting bij de verschillende actuele dossiers betreffende de kerk in Jubeiha, de school in Naour en de verhoging van de salarissen van de leerkrachten in de scholen van het uitgestrekte patriarchaal aartsbisdom van Jeruzalem. Dit omvat immers zowel Cyprus, Israël, Palestina en Jordanië. Deze scholen, die ook heel wat moslims tellen, hebben een essentieel belang als plaatsen waar bruggen van vriendschap en wederzijds begrip ontstaan. Deze scholen vormen de basis voor en tegelijk de sleutel tot een toekomstige vrede.

De landscommandeurs spraken de wens uit dat er steeds meer activiteiten in Palestina zouden worden ontplooid. Daar is de situatie immers volkomen wanhopig geworden. Daartegenover staat dat het merendeel van de projecten zich op vraag van het Latijns Patriarchaat naar Jordanië richten. Het is evenwel zo – en dit werd door Professor Borromeo beaamd – dat het aandeel van de katholieken in Palestina beduidend laag ligt (slechts 2% is christen). Er zou dan ook met Mgr. Pizzaballa, de Apostolische Administrator, over dit onderwerp verder overleg moeten worden gepleegd.

Patrick Powers, Vice-Gouverneur voor Noord-Amerika, bracht in herinnering dat over heel het gebied van het Latijns Patriarchaat twee derden van de uitgaven door de Orde worden gedekt. Voor de priesteropleiding aan het seminarie van Beit Jala nabij Behtlehem in Palestina, bedraagt dit zelfs 100%.

De Verenigde Staten nemen samen met Duitsland de leiding inzake het storten van giften. Ze verwerven bijzonder hoge giften onder meer via een informatiecampagne die vooral in de omgeving van de leden sterk wordt gevoerd (in het voorbije jaar alleen reeds bedroeg dit meer dan 2 miljoen dollar aan giften).

Vervolgens stelde zich de vraag van de geplande Consulta van 12 tot 16 november 2018. De zittingen zullen gekenmerkt worden door het goedkeuren van nieuwe statuten en de deelnemers zullen zich ook over de functie van de Landscommandeur buigen. Ook de plaats van de geestelijken in de landscommanderijen zullen voorwerp van overleg vormen. De Grootmeester sprak de wens uit dat het aantal geestelijken de 10% van de effectieve leden niet zou overschrijden en dat deze priesters en religieuzen in de Orde een duidelijk afgelijnde spirituele opdracht zouden toegewezen krijgen. In tegenstelling tot de Orde van Malta is onze Ridderorde in de eerste plaats een Orde van leken. De specifieke rol van de geestelijken binnen onze Orde zal dus beter moeten worden gedefinieerd.

De vergadering werd afgesloten met de verwelkoming van de nieuwe Gouverneur-Generaal. Hij vroeg alle aanwezigen om hun gebed om zijn opdracht tot coördinatie van het geheel van de landscommanderijen in een open en rechtschapen dialoog te kunnen vervullen.

FV

Vertaling: Luk De Staercke



 


Gaudet Mater Ecclesia: Twaalf nieuwe leden voor onze Landscommanderij

 

23 september 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 10 juni 2017 mocht de Belgische Landscommanderij twaalf nieuwe leden verwelkomen.

Tijdens de H. Mis ter ere van de Heilig Geest werden vier dames en acht mannen (waaronder twee priesters) door Mgr. Fouad Twal, Latijns Patriarch Emeritus van Jeruzalem ingekleed in de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. De plechtige investituur had plaats in de kapittelkerk Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning aan de Zavel te Brussel.

Een week eerder namen de kandidaten in de abdij van Maredsous deel aan een bezinningsweekend onder de spirituele leiding van Kanunnik Rijcken, geestelijke ceremoniemeester van de Orde. Op de vooravond van de inkleding bereidden de kandidaten zich tijdens de Ridderwake in gebed op de eigenlijke investituur voor. Tijdens deze gebedsviering in de kapittelkerk spraken zij in de handen van Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de Landscommanderij, hun plechtig engagement uit. De wake werd doorheen de intense gebedsmomenten zowel door de kandidaten als door heel wat aanwezigen als zeer intens en ingrijpend beleefd.

Kunnen we de kandidaten inzake hun horizon, leeftijd, ervaring en deskundigheid als zeer verscheiden omschrijven, dan hebben zij in ieder geval allen de liefde voor het Heilig Land en de dienstbaarheid voor hun broeders en zusters in dit verscheurde land gemeen.

Laten wij ons gebed richten tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, maar eveneens tot de Heilige Marie-Alfonsine en de Heilige Maria van Jezus. Dat zij over de nieuwe leden en hun nieuw aangegaan engagement zouden waken en dat deze zich hierin ondersteund zouden weten door de warme aanwezigheid van alle leden van de Belgische Landscommanderij.

Verslag, video’s en foto’s elders op de website!

Vertaling: Luk De Staercke



 


Lentebijeenkomst 2017 van het Grootmeesterschap

 

7 juni 2017 2017 door LdS

ROME – De leden van het Grootmeesterschap verzamelden zich op 3 en 4 mei in Rome rond Grootmeester Kardinaal Edwin O’Brien voor de lentebijeenkomst 2017. Ook Mgr. Pierbattista Pizzaballa, Apostolisch Administrator van het Latijns Patriarchaat, was aanwezig.

Deze zitting van gebed en arbeid was voor de Grootmeester de bijzondere gelegenheid om de Gouverneur-Generaal, Mgr. Agostino Borromeo uitvoerig te danken. Mgr. Borromeo legt immers eind juni zijn mandaat neer. De Grootmeester verwelkomde meteen ook officieel zijn opvolger, met name Ambassadeur Leonardo Visconti di Modrone, lid van het Grootmeesterschap, die op 29 juni 2017 zijn nieuwe taak zal opnemen. De deelnemers aan de zitting waren door deze aankondiging bijzonder aangedaan en bezorgden Mgr. Borromeo een lange staande ovatie. De Grootmeester loofde uitvoerig zijn integriteit en zijn geloof en vroeg hem om met welwillendheid het Grootmeesterschap vanuit zijn rijke ervaring te blijven ondersteunen, in het bijzonder voor wat de volgende bijeenkomst van de “Consulta” betreft, dit is de vijfjarige vergadering van de verantwoordelijken van de Orde wereldwijd.

De werkzaamheden van deze lentevergadering begonnen met een samenvattende presentatie van de balans van het voorbije jaar. Dit kende een buitengewoon hoog gunstig resultaat van 16,3 miljoen euro. Dit getuigt van de bijzondere vrijgevigheid van de leden van de Orde zoals men die doorheen de geschiedenis van de instelling nooit eerder heeft gekend, en dit na reeds drie opeenvolgende jaren van groeiende giften ten gunste van het Heilig Land vanwege de verschillende landscommanderijen.

Het enthousiasme en de dynamiek vanwege de ridders en de dames wereldwijd weet zich zonder twijfel vertienvoudigd, enerzijds als gevolg van de pastorale inspanningen vanwege de Grootmeester zelf, die op tal van uitnodigingen vanwege de verschillende landscommanderijen ingaat, maar evenzeer als gevolg van de dringende noden van het diocees Jeruzalem, zoals deze door Mgr. Pizzaballa werden verwoord. Deze stelde een rapport voor over de situatie in het Patriarchaat, dat zowel Jordanië, Cyprus, Palestina en Israël bestrijkt. Hij legde daarbij de nadruk op het belang van de oecumenische toenadering, zoals deze vooral in de renovatie van het Heilig Graf gestalte kreeg. Het tweede deel van de restauratiewerken zal een verdieping mogelijk maken van de banden tussen de verschillende christen Kerken, tussen de katholieke en de Orthodoxe Kerk in het bijzonder.

De Pauselijke Administrator raakte ook nog tal van andere actuele onderwerpen aan en kreeg gelukwensen vanwege de aanwezigen die het project van het bilateraal akkoord tussen Israël en de Heilige Stoel verder vooruit willen helpen. Dat moet Israël en de Heilige Stoel in staat stellen hun relaties te bestendigen. Daarbij gaat de hoofdaandacht naar het respect voor de status quo inzake de heilige plaatsen van de christenen. Ook vertrouwde hij de aanwezigen zijn prioritaire zorg toe omtrent de christen identiteit van Jeruzalem. In de Heilige Stad der christenen wonen er nog amper een tienduizendtal christenen, waarvan er nog slechts 5.000 tot de katholieken kunnen worden gerekend. Wat de interne organisatie van het patriarchaat betreft, zal de Apostolische Administrator eind juni enkele belangrijke beslissingen nemen. Hiervoor zal hij volop rekening houden met hetgeen hij tijdens zijn gesprekken met de priesters van het patriarchaat heeft vernomen, alsook met de resultaten van een audit die door een adviserend orgaan werd gehouden.

P. Imad Twal, de verantwoordelijke voor de administratie en de boekhouding van het patriarchaat, zette vervolgens de begroting van het patriarchaal diocees uiteen. Daarbij legde hij sterk de nadruk op de uitgaven in functie van de vluchtelingen aan wie de katholieke Kerk probeert werk te verschaffen, zoals bijvoorbeeld in het vervaardigen van handgemaakte rozenkransen die aan de pelgrims worden verkocht. De hulpverlening aan vluchtelingen via de parochies kost ruim 550.000 dollars. Het is duidelijk dat het jaar 2016 in het algemeen gekenmerkt wordt door een overschot in het budget voor de instituten en het seminarie, hetgeen het groot gezamenlijk deficit dat op vijf miljoen dollar wordt geschat, deels kon compenseren. In het deficit zit dan evenwel nog niet de schuldenlast van de Universiteit van Madaba vervat. Een commissie die door Mgr. Pizzaballa werd aangesteld, heeft de leiding over een vijfjarenplan dat het opvolgen van het beheer der scholen danig moet bevorderen. Het onderwijs is een wezenlijke en strategische opdracht voor de Kerk in het Heilig Land maar het beheer ervan mist nog wel de nodige coördinatie.

De voorzitter van de Commissie Heilig Land, Thomas McKiernan besteedde in zijn tussenkomst volop aandacht aan de projecten voor 2017 van het Grootmeesterschap dat naar jaarlijkse gewoonte instaat voor de financiële ondersteuning voor de salarissen van de leerkrachten (ruim 500.000 dollar), voor de bouw van de kerk van Jubeiha (ongeveer een miljoen dollar) en voor de bouw van de school van Naour (circa 200.000 dollar).

De rekeningen van het Grootmeesterschap stonden eveneens op de agenda. Ir. Pier Carlo Visconti en Prof. Pierre Blanchard mochten zich ten volle over het resultaat van 2019 verheugen, dat met inbegrip van de bankintresten en de huuropbrengsten de 17 miljoen overschreed. Dit is zowat 4 miljoen meer dan het voorgaande jaar. De uitgaven waren op hun beurt behoorlijk gedaald, hetgeen een nog doeltreffender hulp aan het door de crisis in het Midden-Oosten zwaar geteisterde Heilig Land mogelijk maakte.

Kanselier Alfredo Bastianelli nam op zijn beurt eveneens het woord en wees op de grote stabiliteit in de statistieken binnen de Orde. Op basis van de beschikbare gegevens telt de Orde ongeveer 15.000 ridders, 9.000 dames en 4.000 geestelijken. Zij zijn over vijf continenten verspreid, maar de helft leeft in Amerika. Aan de hand van een geografische kaart schetste hij de eenheid in het alomvattend beeld van de Orde.

Hij heeft tevens als opdracht om over de communicatie te waken. Dank zij de nieuwe website is deze in volle ontwikkeling, en dit in maar liefst vijf verschillende talen. Maar ook het jaarlijks magazine en het trimestrieel informatief rapport (Newsletter) leveren een positieve bijdrage. Beide laatste publicaties dragen voortaan een nieuwe naam “Het Kruis van Jeruzalem” . De Dienst Communicatie van het Grootmeesterschap ontwikkelde in samenwerking met de Ceremoniemeester Mgr. Fortunato Frezza een spirituele katern die de leden van de Orde kan behulpzaam zijn bij het volbrengen van een uur Gedurige Aanbidding op de Via Dolorosa, met daarbij de intenties van het Patriarchaat en het gebed om vrede in het Heilig Land als bijzonder aandachtspunt.

De zitting werd besloten met enige algemene berichtgeving vanuit Australië, Brazilië en de Scandinavische landen, alsook met een debat over het thema van de volgende Consulta die in november 2018 in Rome zal plaats vinden.

Bron: www.oessh.va

Vertaling: Luk De Staercke



 


Delegatie van het Grootmeesterschap in Kroatië

 

28 mei 2017 2017 door LdS

ZAGREB – Midden de maand mei mocht de nieuw opgerichte delegatie van het Grootmeesterschap in Kroatie haar negen eerste leden verwelkomen.

De Grootmeester en de Gouverneur-Generaal maakten de verplaatsing naar Zagreb voor de start van de pas opgerichte Delegatie van het Grootmeesterschap in Kroatië. Tegelijk werden negen leken en twee Franciscanen die in het Heilig Land leven, in de orde opgenomen.

De Gedelegeerde van het Grootmeesterschap, Claude Grebsa, is voor ons geen onbekende. Tijdens zijn mandaat als Kroatisch diplomaat bij de Europese Unie was hij gedurende meerdere jaren een trouwe deelnemer aan de activiteiten van de Belgische Landscommanderij.

Opvallend gegeven is wel dat de liturgische ploeg van onze landscommanderij de plechtigheden in Zagreb hebben georganiseerd en opgeluisterd. Zij werden hierin bijgestaan door hun Zwitserse en Franse confraters. De vieringen werden bijzonder getekend door de grote geloofsijver van het Kroatische volk en de schitterende locatie waarin de avondwake en de H. Mis ter ere van de H. Geest plaats vond.

Lang leve de Delegatie van het Grootmeesterschap in Kroatië!

Om de video te bekijken, klik https://youtu.be/0qIMHBRRiHE



 


Beste wensen voor het nieuwe jaar

 

10 januari 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – De landscommandeur, dhr. Jean-Pierre Fierens, en alle leden van de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem bieden u allen voor 2017 hun beste wensen aan. Meer dan ooit is het onze wens dat de vrede en de eendracht in het Heilig Land mag aanwezig zijn.



 


Gaudet Mater Ecclesia: Twintig nieuwe leden voor onze Landscommanderij

 

29 juni 2016 2016 door LdS

BRUSSEL – Op zaterdag 11 juni 2016 kwamen twintig nieuwe ridders en dames de rangen van onze Landscommanderij versterken. Qua achtergrond, leeftijd (de jongste is 24 jaar) ervaring en deskundigheid vormen ze een zeer gevarieerde groep. Maar één zaak hebben ze gemeen: in hun hart dragen ze allen een bijzonder grote toewijding voor het Heilig Land. Ze willen zich dan ook met al hun krachten en mogelijkheden inzetten in dienst van hun zusters en broeders die in dit dodelijk gekwetst land leven.

Laten wij onze gebeden tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, richten, alsook tot de Heilige Marie-Alphonsine en Maria van Jezus, dat zij over deze nieuwe ordebroeders en zusters en hun plechtige geloften mogen waken. Dat zij hen en alle leden van de Belgische Landscommanderij mogen ondersteunen en hen allen met hun warme aanwezigheid mogen omringen.
Videoreportages volgen binnen enkele dagen.
Om de foto’s van de voorbije plechtigheden te raadplegen, klik HIiER (fotografie: Pascal Wuillaume)

Vertaling l.d.s.



 


Zalig Paasfeest aan allen !

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Zalig Paasfeest aan allen !

Christus is verrezen.

Zijn verrijzenis heeft zin gegeven aan ons aards bestaan. Bidden we voor de slachtoffers van de recente barbarijen in ons land, voor degenen die deze daden hebben gepleegd en voor alle slachtoffers van geweld in de wereld, meer in het bijzonder in het land waar Christus is verrezen.

Jean-Pierre Fierens



 


De Koning en de Koningin zijn Ridder en Dame met Ordeketen geworden

 

23 november 2015 2015 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - Op dinsdag 17 november 2015 is de Grootmeester van de Orde, Kardinaal Edwin O’Brien, naar het Koninklijk Paleis te Laken gekomen, vergezeld van de Gouverneur-generaal, graaf Agostino Borromeo, om aan hunne Majesteiten de Koning en de Koningin de kentekenen van Ridder en Dame met Ordeketen, de hoogste onderscheiding van onze Orde, te overhandigen.

De Koning en de Koningin waren al lid van onze Orde sinds meerdere jaren. Waren eveneens op deze plechtigheid aanwezig de Apostolische Nun-tius Monseigneur Giacinto Berloco, onze Grootprior Monseigneur Jean Kockerols, alsook François t’Kint de Roodenbeke, lid van het Grootmeesterschap, onze Landscommandeur Jean-Pierre Fierens en onze kanselier.

©Koninklijk Paleis -Palais Royal.



 


Retraite voor de jonge leden van de Landscommanderij

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

WAVREUMONT – In het weekend van 17-18 oktober waren bijna alle jonge leden van onze Landscommanderij met hun echtgenoten in het benedictijnerklooster Saint-Remacle te Wavreumont verzameld. Mgr. Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik, leidde daar de retraite over het pastoraal jaarthema “de apostolische exhortatie Evangelii Gaudium”. Op een tegelijk leerrijke en spirituele wijze ging Mgr. Delville in op vragen als: wat heeft deze exhortatie aan jongeren te vertellen, welke boodschap bevat ze voor een ridder of voor een dame…?

Deze bezinning vormde een prachtige gelegenheid om kandidaat ridders en dames, maar evengoed ook anderen die zich door de werken van onze Orde geboeid weten, te verwelkomen. Het was tevens een kans om hen in het licht van een nakende beslissing tot een kandidaatstelling geleidelijk aan in onze activiteiten te integreren. Meerdere deelnemers waren immers ook op het Feest van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina aanwezig en zouden tevens samen met ons in het begin van de maand december aan de bedevaart in Lotharingen deelnemen. Hier kan elkeen binnen de Landscommanderij zich alleen maar om verheugen.

Zowel de predikant als de deelnemers hadden de intentie om in volle overtuiging vormmatig nieuwe wegen te gaan en zich niet zomaar met ex cathedra uiteenzettingen over de apostolische exhortatie tevreden te stellen. Het was eerder de bedoeling om samen op een interactieve wijze en in dialoog de diepere betekenis ervan te ontdekken en zo ook te achterhalen welke consequenties de inhoud heeft voor een dame of ridder van het Heilig Graf van de 21ste eeuw. De eerste doelstelling bestond er weliswaar in concrete wegen te ontdekken die ons kunnen helpen ons engagement waarachtiger te maken zodat dit onze manier van christen-zijn verder uitdiept. Dit alles werd in het licht van onze zorg voor de armen beschouwd. Daartoe worden wij immers door onze Heilige Vader van bij het prille begin van zijn pontificaat met klem opgeroepen.

Wanneer men evenwel het geluk heeft een predikant van dergelijk hoog niveau in z’n midden te hebben, kan men toch niet nalaten om hem ook te beluisteren. Zodoende presenteerde Mgr. Delville gedurende het verloop van de retraite vier uitgebreide uiteenzettingen over de vier eerste hoofdstukken van de apostolische exhortatie. Door er op te wijzen dat de woordkeuze of de keuze van uitdrukkingen in de exhortatie zelden toevallig of onschuldig is, slaagde hij erin om ons het ideeëngoed van de paus te laten ontdekken. Tevens wist hij de diepere theologische en sociale cultuur van Paus Franciscus te onthullen. Hiervoor gaf hij een veelheid van verklaringen die met een toets van historische kennis waren doorspekt (wie weet nog dat de notie “algemeen welzijn” zoals deze door de paus in hoofdstuk 2 wordt aangehaald, van typisch katholiek origine is en pas later door anderen werd gerecupereerd). De aangereikte verklaringen bevatten tevens heel wat exegetische kennis (zo gaf hij bijvoorbeeld een sprekende verklaring van het Latijnse woord “misericordia” dat zo vaak in het discour van de paus voorkomt en zo veelvuldig in de Latijnse Bijbelvertaling wordt gebruikt. Het woord bestaat als dusdanig noch in het Hebreeuws noch in het Grieks, maar is in feite de vertaling van drie verschillende Hebreeuwse en zes Griekse woorden).

Dit waren stuk voor stuk heel sterke “onderwijsmomenten”, maar zoals hierboven reeds werd gesteld, vormden deze slechts het voorspel voor tal van uitgebreide momenten van dialoog tussen de deelnemers en de predikant. Op die wijze kon men verder in reflectie de onderwerpen dieper overwegen. Via workshops in kleinere groepen werd dieper ingegaan op de onderstaande vragen die door Mgr. Delville werden geformuleerd. Deze waren op een of andere manier met de drie eerste hoofdstukken van de exhortatie verbonden. De vragen werden benaderd zowel vanuit ons standpunt als lid van Gods volk, als christen en als lid van de Orde :

  • Hoe zie ik mezelf in een werkzame Kerk? Wat verwacht ik van de Kerk en van de Orde opdat ze naar buiten zou treden?
  • De Paus zegt “neen” tegen een economie van uitsluiting en tegen een economie die door het geld wordt gedomineerd: hoe raakt me dit persoonlijk en hoe verlang ik daaromtrent dat de Kerk, de Orde en de wereld verder evolueert?
  • Gods volk wordt uitgenodigd het evangelie te verkondigen. Hoe vat ik deze vraag persoonlijk op en wat verwacht ik van de Kerk en van de Orde in dit kader?

De denksporen die voor onze Orde uit onze gesprekken voortvloeiden, waren de volgende:
1. De Paus roept alle katholieken op tot betrokkenheid bij de zending om het evangelie te verkondigen. Daarom is het van vitaal belang voor onze Orde, net als voor de hele Kerk, dat al haar leden actief zouden zijn en zich zonder enige reserve zouden engageren in deze bijzondere zending die ons is toevertrouwd.
2. In België, en evenzeer binnen de Kerk, heeft de Orde vaak het imago van een exclusieve privé-club of van een zonderlinge confrérie waar men met veel nostalgie op de tijd van de kruistochten terugblikt. Dit is evident een foute perceptie. Heel vaak hebben de Belgische katholieken, en zelfs de geestelijkheid, niet de minste notie van de bijzondere zending en de inzet van de Orde voor het Heilig Land. Het zou dus beter zijn indien de Orde zich wat meer buiten haar eigen kring zou manifesteren, beginnend bij de priesters en in de parochies, al was het maar gewoon om haar mooie zending voor te stellen en de katholieken in België voor de situatie in het Heilig Land te sensibiliseren.
3. Om de Orde en vooral de situatie van onze broeders in het Heilig Land beter bekend te maken, zouden de dames en ridders van het Heilig Graf, samen met de bisdommen of parochies evenementen kunnen opzetten. Wij denken hierbij aan avondwaken voor het Heilig Land, desgevallend zelfs met geldinzamelingen, of voordrachten en studiedagen voor jongeren die voor iedereen toegankelijk zijn.
4. Onze giften en bijdragen zijn onvoldoende om de christenen in het Heilig Land te helpen. Daarom zouden wij tevens pogingen moeten ondernemen om ook gerichte hulp te bieden. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door middel van micro kredieten of – afhankelijk van de mogelijkheden en talenten binnen de Orde – door het verlenen van directies consultaties ten voordele van kleine ondernemingen of startups van lokale christenen. Op die wijze zouden wij hen kunnen bijstaan in het veroveren van hun rechtmatige plaats binnen de Israëlisch/Palestijnse/Jordaanse samenleving en zouden zij zich niet langer gedwongen weten om hun land te verlaten om elders hun dromen te gaan realiseren.

Op zaterdagavond kregen wij het gewaardeerde bezoek van onze landscommandeur en dhr. Philippe Petit, voorzitter van de werkgroep voor de hulp aan de vluchtelingen. Zij zouden ons, en in het bijzonder onze gasten, de Orde voorstellen. Dit was tevens voor diegene die reeds ridder of dame zijn, een kleine speldenprik om de geschiedenis van de Orde en de kennis van haar zending alsook van de projecten die onze Landscommanderij ondersteunt, nog eens op te frissen.

Op zondagmorgen trokken de deelnemers tijdens een tien kilometerlange tocht rond het klooster op ontdekkingstocht in de schitterende vallei van de Amblève. Deze tocht bood de kans om op een heel andere wijze over het thema van de apostolische exhortatie van gedachten te wisselen.

De retraite bood zodoende aan de jongeren van de Landscommanderij twee zeer intense dagen om zich in Wavreumont in gebed en bezinning rond de apostolische exhortatie terug te trekken. Ze betekende tevens de aanzet om in het verlengde ervan de specifieke impact van de exhortatie op de Kerk en op de Orde in België te overdenken.

Wij spreken dan ook onze welgemeende dank uit aan Mgr. Delville omwille van de buitengewone coaching die hij gedurende heel de retraite met gulle hand heeft aangereikt, alsook aan de monniken van Wavreumont voor hun warm onthaal.

Jean-Bernard Demoulin

Vertaling l.d.s.



 


Gaudet Mater Ecclesia: vijftien nieuwe leden voor de Belgische Landscommanderij

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - De Belgische Landscommanderij heeft op zaterdag 13 juni 2015 vijftien nieuwe leden in zijn rangen verwelkomd.

De vijftien nieuwe leden hebben een zeer verschillende horizon, uiteenlopende ervaringen, kunnen op een grote verscheidenheid aan deskundigheden bogen en variëren in leeftijd. Maar ze weten zich allen verenigd in hun liefde voor het Heilig Land en hun dienstbaarheid aan hun christen broeders en zusters in dit gekwetste land.

Laten wij onze gebeden richten tot Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina, maar evenzeer tot de Heilige Marie-Alphonsine en de Heilige Maria van de Gekruisigde Jezus ter intentie van deze nieuwe ordeleden en hun plechtig engagement dat zij op 13 juni hebben uitgesproken. Zij wisten zich hierbij omringd en ondersteund door de ordeleden van de Belgische Landscommanderij.
Een reportage, video en foto’s volgen de komende dagen.

Vertaling: l.d.s.



 


Kardinaal Danneels is overleden

 

21 maart 2019 2019 door LdS

MECHELEN – Op 14 maart 2019 is Kardinaal Godfried Danneels overleden. Hij was ere-Grootprior van onze landscommanderij en Ridder Groot Kruis. Een levensschets.

Op 17 augustus 1957 werd Godfried Danneels voor het bisdom Brugge tot priester gewijd. Dit was korte tijd voor het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en hij heeft dan ook zijn bijdrage geleverd om de grote veranderingen als gevolg van dit concilie ten uitvoer te brengen. Eerst als professor aan het Groot Seminarie te Brugge, daarna als professor aan de Faculteit Theologie van de Katholieke Universiteit te Leuven en tenslotte als redactiesecretaris van het tijdschrift “Collationes” , een publicatie die in Vlaanderen een grote autoriteit genoot inzake theologie.

Godfried Danneels zou ook zijn stempel drukken op het bisdom Antwerpen. Op 4 november 1977 werd hij daar tot bisschop benoemd, op 18 december werd hij tot bisschop gewijd. Amper twee jaar later werd hij reeds aangesteld tot aartsbisschop van Mechelen-Brussel en primaat van België. Zo werd hij de 19de aartsbisschop van Mechelen en de 2de aartsbisschop van Mechelen-Brussel. Op 15 december werd hij tevens aangesteld tot bisschop van het Belgische leger. Toen hij de leeftijdsgrens had bereikt bood hij zijn ontslag aan en op 18 januari 2010 werd dit door Paus Benedictus XVI aanvaard.

Aan het hoofd van een zoekende Kerk

Als bisschop van Antwerpen, als aartsbisschop van Mechelen-Brussel maar ook als Voorzitter van de Belgische Bisschoppenconferentie was Godfried Danneels op nationaal vlak de pleitbezorger van de spirit en de beslissingen van Vaticanum II. Zo pleitte hij bijvoorbeeld voor een meer collegiaal en synodaal beleid binnen de Kerk, voor de vernieuwing van de liturgie en voor de oecumenische en interreligieuze dialoog.

In de periode dat hij aan het hoofd stond van de Belgische Kerk kende deze een van de grootste veranderingen in haar geschiedenis, dit in een samenleving die zeker op zedelijk gebied in volle hervorming was. Vanuit een situatie waarin de Kerk ooit de meerderheid van de bevolking aansprak en door de gemeenschap als evident werd beschouwd, evolueerde de Kerk steeds meer naar een minderheidskerk en kreeg ze al maar meer met vragen af te rekenen omtrent haar toekomst en omtrent haar plaats in de Belgische samenleving. Het was dus een hele uitdaging om op zoek te gaan naar de wijze waarop zij zich in deze nieuwe tijd zou positioneren. Dank zij zijn beeldrijke taal en zijn gewaardeerde aanwezigheid in de media werd Kardinaal Dannneels voor de publieke opinie steeds meer het boegbeeld van de Belgische Kerk.

Een God die de mens liefheeft

“Gods Liefde is aan de mens geopenbaard,” dit was het bisschoppelijk devies dat Godfried Danneel koos toen hij tot bisschop werd gewijd. Deze leuze komt uit de brief van de Heilige Paulus aan Titus (3, 4). De kardinaal zag hierin voor zichzelf een oproep om de wereld menselijker te maken. Hij verkoos Kerstmis boven Pasen, de incarnatie boven het lijden, zoals hij dit zelf zo vaak heeft verwoord. Wat van God kwam, was voor hem tegelijk ook fundamenteel menselijk. Hiervan getuigen de talrijke Kerst- en Paasbrochures. Deze brochures werden heel sterk gewaardeerd, waren alom verspreid en werden in heel wat talen vertaald.

Kardinaal Danneels was tevens een man van de dialoog en steeds bezorgd om bruggen te bouwen. “De hardste stellingname is niet altijd de meest intelligente,” verklaarde hij tijdens een interview in het opinieweekblad Tertio naar aanleiding van zijn 75ste verjaardag. Hij was bij de eeuwwisseling een van de initiatiefnemers voor de oprichting van dit weekblad en nam hierbij vooral de centrale missie van het blad ter harte: “een stem zijn voor de katholieke intelligentsia die in de snel seculariserende wereld – vooral dan in de media – duidelijk zou weerklinken” .

De kardinaal sprak zich niet enkel uit over thema’s die intern aan de Kerk gelieerd zijn, maar mengde zich evenzeer in het algemeen maatschappelijk debat. Zo was hij een van de eersten om geregeld zijn afkeuring uit te drukken ten aanzien van het nationalisme, het antisemitisme en de islamofobie, hij vroeg tevens meer aandacht voor het migrantenprobleem en de vluchtelingenproblematiek en hij onderlijnde reeds zeer vroeg het belang van de interreligieuze dialoog voor de vrede in de wereld.

Zijn zachte stem weerklonk op heel wat internationale forums. Zo nam hij aan talrijke bisschopsynodes deel, was lid van verschillende Vaticaanse instanties, van de Raad van Europese Bisschoppenconferenties (CCEE), van Pax Christi International, van de World Council on Relegions for Peace (WCRP) en van de Europese Raad van Kerkleiders (ECRL).

Vreugde en pijn

De twee bezoeken van Paus Johannes Paulus II aan ons land (1985 en 1995), het Congres van de Evangelisatie van de Steden “Brussel – Allerheiligen 2006” , de ontmoeting in Taizé in 2008 en de pausverkiezingen in 2005 (Benedictus XVI) en 2013 (Franciscus) vormen ongetwijfeld de hoogtepunten in zijn lang episcopaat.

Maar anderzijds wogen de schandalen van het seksueel misbruik door enkele priesters van zijn bisdom hem zeer zwaar. Eind jaren ’90 stichtte hij een contactpunt en richtte hij een onafhankelijke commissie op waarbij slachtoffers van misbruik terecht konden. In 2010, amper twee maand na zijn aftreden, erkende Roger Van Gheluwe, de toenmalige bisschop van Brugge en lange tijd collega van Mgr. Danneels, dat ook hij zich aan deze wandaden schuldig had gemaakt. Dit vormde voor de kardinaal het begin van een tijd vol sombere en pijnlijke dagen. Er wordt beweerd dat de kardinaal zich bijzonder aangedaan wist door het onderzoek van onderzoeksrechter Wim De Troy in het kader van de “Operatie Kelk”. Deze had een huiszoeking bevolen op de zetel van het aartsbisdom te Mechelen op het moment zelf waarop daar een vergadering van de Bisschoppenconferentie plaats vond. In de Sint-Romboutskathedraal werden zelfs graftombes geopend en het onderzoek werd ook nog in de privéwoning van de kardinaal verdergezet. De kardinaal zelf zou overigens een volledige dag aan een zwaar verhoor worden onderworpen.

De pausverkiezing van Franciscus op 13 maart 2013 zou dan weer op een vrij onverwachte wijze een gelukkiger episode aan zijn lang en rijk gevuld bestaan toevoegen. Hij was toen zichtbaar enthousiast bij de keuze van het conclaaf waaraan hij nog enkele maanden voor zijn tachtigste verjaardag had geparticipeerd. Hij verscheen zelfs aan de zijde van de nieuwe paus op het balkon van de Sint-Pietersbasiliek bij de presentatie van Franciscus aan de verzamelde menigte op het Sint-Pietersplein. Het betekende voor hem dan ook een grote vreugde vast te stellen dat Paus Franciscus zijn pontificaat in het teken stelde van de conciliaire instituties van Vaticanum II, waarin de collegialiteit in het bestuur van de Kerk centraal staat. Ook de uitgestoken hand van de Paus naar allen die zich ver van de Kerk verwijderd weten, stemde hem gelukkig.

Dankbaarheid

Zijn gezondheid ging evenwel beetje bij beetje achteruit en het werd rustig rond hem die toch zoveel jaar in het vuur van de actie had gestaan. Deze rust maakte hem gelukkig want de mens Godfried Danneels was van nature uit heel discreet. “Ik ben eerder een monnik dan een priester,” stelde hij eens. Wie hem nog mocht ontmoeten, ontdekte in hem een eenvoudig man, vol van dankbaarheid, een diepgelovig man die zich intens voorbereidde op zijn ontmoeting met de Heer in wiens dienst hij heel zijn leven had gesteld.

In naam van de hele Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem, en zeker vanwege al zijn vrienden binnen de Orde biedt Landscommandeur Jean-Pierre Fierens zijn christelijk medeleven aan ten aanzien van de familie van de kardinaal, aan zijn vrienden, aan zijn gewezen confraters in het episcopaat of het priesterambt, aan zijn collega’s en aan al zijn medewerkers.

De Belgische Landscommanderij zal voor de kardinaal bidden en heeft hem op 13 maart 2019 in de Kerk aan de Zavel te Brussel in haar gebedsintenties opgenomen tijdens de eucharistieviering ter herdenking van de overleden leden van de landscommanderij.

Dat hij in vrede moge rusten.

TD met Cathobel/Kerknet/VaticanNews/LaLibre

vertaling: Luk De Staercke



 


Conferentie over het Heilig Land - Brussel, 7 februari 2018

 

17 januari 2018 2018 door LdS

CONFERENTIE – Op woensdag 7 februari 2018 houdt Mvr. Marie-Armelle Beaulieu om 20u30 in de Franciscanerparochie van Notre Dame des Grâces aan de Vogelzanglaan 2 te Brussel een conferentie over het thema “Hoop, tegen alle wanhoop in – een katholiek journalist in het Heilig Land van vandaag!” Mvr. Beaulieu is journalist en hoofdredacteur van Terre Sainte Magazine en we kunnen met een regelmaat van een klok ook op onze website van (de vertaling van) haar artikels genieten.

Beste vrienden van het Heilig Land,

Vooreerst mijn beste wensen bij dit nieuwe jaar!

Op woensdag 7 februari 2018 houdt Mvr. Marie-Armelle Beaulieu om 20u30 in de Franciscanerparochie van Notre Dame des Grâces aan de Vogelzanglaan 2 te Brussel een conferentie over het thema “Hoop, tegen alle wanhoop in – een katholiek journalist in het Heilig Land van vandaag!” Mvr. Beaulieu is journalist en hoofdredacteur van Terre Sainte Magazine en we kunnen met een regelmaat van een klok ook op onze website van (de vertaling van) haar artikels genieten. De voordracht is voor iedereen toegankelijk.

Mocht u dus zin hebben om u in voorbereiding op de vastentijd even in het Heilig Land onder te dompelen, noteer dan met stip 7 februari in uw agenda. Vertel het gerust verder, de toegang is gratis. Voor meer informatie kan je ook op onze facebookpagina terecht bij het evenement “Conférence sur la Terre Sainte par M.-A. Beaulieu à Bruxelles”.

Toch nog een klein woordje over de spreekster, voor diegenen die haar nog niet zouden kennen. Aan het einde van haar studies Klassieke Letteren trad Marie-Armelle toe tot de Benedictinessen van de Olijfberg te Jeruzalem. Na zes jaar van contemplatief leven besloot zij net vóór haar plechtige professie tot een ommekeer in haar leven en werd ze journaliste. Zij vond steeds dat deze twee roepingen zowat de beide kanten van eenzelfde medaille vormen, precies “omdat God de wereld zo heeft liefgehad”.

Na een tiental jaar beroepservaring in Frankrijk stelde zij aan de Franciscanen van het Heilig Land voor om haar competenties ten dienst te stellen van hun Franstalig tijdschrift. Sedert 2005 is zij hoofdredacteur van het “Terre Sainte Magazine”. Dit is het enige Franstalige christen tijdschrift dat volledig vanuit Jeruzalem wordt bedacht en geschreven. Door middel van haar editoriaal word je deelgenoot aan de actualiteit in de Heilige Plaatsen en bij de Oosterse Kerken, en word je meegenomen in de ontdekking van het Judaïsme en de Islam.

Emilie Rey
communicatieverantwoordelijke
terresainte.net

Vertaling: Luk De Staercke



 


De uitdagingen van de geloofsverkondiging

 

23 september 2017 2017 door LdS

LUIK – Mgr. Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik en Prior van de Luikse sectie van de Belgische Landscommanderij van de Orde van het Heilig Graf van Jeruzalem, heeft op 4 februari de leden van zijn sectie ontvangen. Hij liet hen bij deze gelegenheid kennis maken met zijn overwegingen over de uitdagingen waarmee de geloofsverkondiging heden wordt geconfronteerd. Na zijn stevig, doorgrond en stimulerend betoog droeg hij in zijn mooie privékapel de H. Mis op voor de intenties van de leden en als dankbetuiging voor de overleden bisschop Mgr. Paul Lanneau.

Voor Mgr. Delville is geloofsverkondiging doorheen de tijden nooit een gemakkelijke zaak geweest. Gedurende de twee eeuwen christendom betekende de geloofsverkondiging in elke periode en in elke culturele situatie een ware uitdaging. Om dit duidelijk te maken deelde hij in het eerste deel van zijn betoog de twee eeuwen evangelisatie op in 14 perioden. Hij wist deze indeling met tal van voorbeelden te duiden. In een tweede deel belichtte hij de uitdagingen waarvoor de actuele geloofsverkondiging zich geplaatst weet. Hij baseerde zich hiervoor uitvoerig op Evangelii Gaudium (EG)

1. Historische uitdaging voor de geloofsverkondiging

De boodschap waarbij het christendom wordt doorgegeven, kent doorgaans twee types van tegengestelde reacties: een reactie van deelname of een reactie van verwerping. De boodschap wordt vaak verworpen omdat ze noch vanzelfsprekend of voor de hand liggend is en omdat ze indruist tegen onze eerste betrachtingen die nauw met overleven, veiligheid, bezit… te maken hebben. In zeker opzicht is het evangelie verontrustend. De verkondiging gaat geenszins vanzelf.

De eerste volgelingen werden ermee belast de Boodschap als het ware te weerspiegelen. Zij waren geen pedagogen en waren zelf niet eens ten volle in de inhoud onderwezen. Zij gaven door wat ze er zelf van begrepen hadden en dit zonder enige systematiek. De overdracht was dus onvolledig en onvolkomen.

Na hun Pinksteren trokken de leerlingen naar de grote steden van het keizerrijk en getuigden daar van hetgeen ze zelf hadden gezien. Alle aandacht was op Christus gericht. De rol van de éénmaker en verzoener moest binnen de verkondiging nog ontdekt worden. De verkondiging gebeurde bovendien in een veelheid aan religieuze, etnische, sociologische en taalkundige culturen die ook hun tijd rijk was.

De eerste christen gemeenschappen bevonden zich in een grondige wanverhouding met de heersende samenleving die doorgaans door gewelddadigheid, slavernij en gebrek aan openbare moraal werd gekenmerkt. De christen gemeenschappen waren daarentegen plaatsen van uitwisseling, mededeelzaamheid, ondersteuning en naastenliefde. Het waren plaatsen waar Joden en heidenen elkaar ontmoetten. Het doorgeven van het geloof was als het ware een logische overdracht door levendige en dynamische gemeenschappen. Deze gemeenschappen konden doorbreken omdat ze aan de macht van de vergoddelijkte keizers wisten te weerstaan en ondanks het feit dat ze door de overheden als bedreigend werden aanzien.

De wederzijdse verrijking tussen het geloof en de ontvangende cultuur brachten problemen met zich mee die inherent aan de diversiteit verbonden waren. Van dan af aan was het geloof niet langer een monolithisch blok. Er ontstonden nuances en verschillen. De vier evangelies getuigen zelf reeds van deze afwijkingen: het Lucasevangelie is hellenistisch geïnspireerd, terwijl dat van Marcus van de Romeinse cultuur is doordrongen. Het Evangelie van Mattheus draagt de Joodse stempel en het Johannesevangelie, dat pas veel later verscheen, poogt bepaalde beperkingen van de drie vorige op te vangen. De uitdaging die zich hier stelde, was deze van de verscheidenheid.

Beetje bij beetje vormden de christenen de meerderheid in het keizerrijk. Het christendom werd in 313 erkend en aanvaard en Keizer Theodosius maakte er in 380 zelfs de verplichte staatsgodsdienst van. Parallel hiermee dienden de ketterijen te worden bestreden die het geloof deden ontaarden. De sociologische verkondiging voltrok zich bij monde van de heersende meerderheid. Dat bracht weer nieuwe tot dan toe ongekende uitdagingen met zich mee.

De Germaanse invallen betekenden een totale ommekeer van de samenleving. Hun eigen cultuur verschilde immers gevoelig van de christen en Latijnse cultuur. Deze verschillende culturen zouden zich echter vrij snel wederzijds aanpassen. Mgr. Delville ontwikkelde een uitvoerig betoog over de cultuur van de aanpassing: de Germanen praktiseerden een cultus rond natuurverschijnselen en dito voorwerpen (bomen, bronnen, pelgrimstochten, offers…) en hingen de magie en talismannen aan. De reliekencultus van heiligen en de pelgrimstochten naar de heilige plaatsen zouden dan ook op progressieve wijze een ontwikkeling kennen.

Ook het platteland werd in deze interculturele beweging en in samenhang met de opkomende kloosters geleidelijk aan gekerstend. De kloostergemeenschappen stonden model voor een perfecte samenleving en vormden een alternatief voor de gewelddadige cultuur van de Germanen. Zo werd het christelijk geloof de bouwheer van de samenleving en de beschaving.

Met de ontwikkeling van de steden ontstond een nieuwe vorm van evangelisatie die door de pauselijke orden zoals de Franciscanen en de Dominicanen werd uitgedragen. Deze zouden zich aan de stedelijke cultuur aanpassen en de rijken bestrijden. Zij keerden naar de bronnen van het Evangelie van Christus terug. Ze vonden als het ware de catechese uit en hadden een bijzondere aandacht voor de zending. Het Thomisme promootte een nieuw evenwicht tussen natuur en geloof.

Samen met de Reformatie verscheen in de 16de het individu. Men redeneerde niet langer meer prioritair als lid van een gemeenschap of een groep, maar als individu. Parallel hiermee, als reactie op bepaalde misbruiken (relieken, aflaten…) verkondigde Luther de terugkeer naar de bron, met name naar de Schrift. Maar deze heroriëntering gebeurde op een bijzonder onverdraagzame manier en steunde op een Augustijnse theologie die de genade laat gelden boven de menselijke vrijheid. Luther ontwikkelde wel een pedagogie van het geloof en bracht in deze context voor het eerst een catechismus met vraag en antwoord tot stand. Hij verwierp het Thomisme en de theologie van de natuur. Alles stond in het teken van het geloof.

De Franse Revolutie en de Verlichting legde alle gewicht op de vrijheid en de ethiek en stelde dit boven elke andere overweging. Dit stond haaks op het katholicisme waar de sociale dimensie als fundamenteel werd beschouwd. Als reactie hierop bracht de Kerk een uitgebreid netwerk van scholen tot stand om zo in de vorming van het vrije geweten van de kinderen te voorzien. Geloofsverkondiging kreeg op die manier zelfs een (ongewilde) stimulans.

Als gevolg van de wetenschappelijke en de industriële revolutie van de 19de eeuw met de daarbij horende ontkenning van de fundamenten van het geloof betreffende natuur en schepping werd de verkondiging met nieuwe uitdagingen geconfronteerd. Maar er ontstonden tegelijk nieuwe wetenschappen (zoals de archeologie) die een dialoog tussen het geloof en de wetenschap mogelijk maakten.

Het Tweede Vaticaans Concilie herdefinieerde de plaats van de Kerk in de samenleving. Het benadrukte de rol van de catechese en van het inkapselen ervan in het leven. Het bracht tevens een opwaardering van de dialoog van de Kerk en het geloof met de maatschappij en met andere spirituele stromingen.

De 21ste eeuw wordt dan weer gekenmerkt door een crisis van de instellingen en door een groeiende spanning tussen gemeenschapszin en individualisme. Wij bevinden ons in een wereld die door netwerken en informatiestromen wordt overspoeld. Maar deze beschadigen tegelijk de goede communicatie en bemoeilijken de verkondiging.

Verder is de geloofsoverdracht in de schoot van het gezin en in de schoolse situatie verre van evident. De religieuze praktijk vermindert zienderogen en in hetzelfde tempo neemt ook de catechisatie af. De klassieke tussenpersonen in de waarden- en geloofsoverdracht zoals bijvoorbeeld de jeugdbewegingen, vervullen niet langer nog hun betreffende rol of ze doen het op een heel andere wijze.

2. De hedendaagse uitdagingen van de geloofsverkondiging

Mgr. Delville stelde de Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium (EG) voor en contextualiseerde deze belangrijke tekst in functie van de geloofsverkondiging. Hij beperkte zich hierbij bewust tot twee belangrijke vragen: Wie moet het geloof verkondigen en hoe moet dit gebeuren.

WIE?

Wij zijn met zijn alle geroepen om het geloof te verkondigen:

• In de Kerk: de Kerk heeft een missionerende taak en moet naar buiten treden. De “open Kerk” is de gemeenschap van missionerende volgelingen die initiatief neemt, die zich betrokken weet, die begeleidt, die vruchten draagt en feestelijk onthaalt. Een evangeliserende gemeenschap ervaart dat de Heer het initiatief neemt, dat Hij haar tot de Liefde heeft voorbestemd (1 Joh 4, 10). En omwille hiervan kan deze gemeenschap vooruitgaan, kan zij onbevreesd het initiatief nemen, kan zij op weg gaan om te ontmoeten, kan zij diegenen zoeken die veraf zijn en op het kruispunt der wegen diegenen uitnodigen die zich uitgesloten weten.

• Invloed van ouders en familie: deze belangrijke dimensie vindt men reeds in het Evangelie terug. Ook grootouders hebben in dat verband (zelfs meer en meer) een fundamentele rol.

• De rol van de samenleving, de gemeenschap, school, vrienden en kameraden. De rol van de landscommanderij in de verdieping van het geloof wordt hierbij in herinnering gebracht.

• Individuele spirituele begeleiding die zich, in het licht van de continuïteit, specifiek op elke leeftijd wordt afgestemd.

HOE?

In navolging van de Paus presenteerde Mgr. Delvigne vier invalshoeken voor de catechese die grotendeels complementair werken:

a) De kerygmatische of verkondigende catechese
Dit betreft de eerste verkondiging, deze over de kern van het geloof (EG 163). Mgr. Delville stelt voor dat elkeen zich zou bijscholen en de geloofsbelijdenis opnieuw zou worden opgewaardeerd.

b) De Bijbelse catechese
De Paus dringt aan op de noodzakelijkheid om op school een grotere notie van de Bijbelse context aan te leren (EG 175). Evangelisatie vraagt om voldoende vertrouwdheid met het Woord van God en dat veronderstelt dat de bisdommen, parochies en alle katholieke verenigingen een ernstige en volgehouden Bijbelstudie zouden organiseren. Tevens zou het lezen van de Bijbel, zowel individueel als in groep, moeten aangemoedigd worden. De Paus heeft immers een nieuw liturgisch feest ingesteld, namelijk dit van het Woord Gods.

c) De mystagogische catechese of de leer van de mysteries
Een ander kenmerk van de catechese die zich de laatste jaren heeft ontwikkeld is deze van de mystagogische initiatie, dit wil zeggen, de inwijding in de mysteries van het geloof en in het gebed. Hierbij worden essentieel twee elementen veronderstelt: de noodzakelijke vooruitgang in vorming waarbij de hele gemeenschap tussenkomt en een heropwaardering van de liturgische tekens van de christelijke initiatie.

d) De ethische catechese
Dit betreft het engagement ten aanzien van de armen en de vrede (EG 48): “Vandaag, zoals in heel de geschiedenis, zijn de armen de bevoorrechte doelgroep van het Evangelie en de evangelisatie. Deze wordt hen belangeloos aangereikt en staat symbool voor het Koninkrijk dat Jezus onder de mensen heeft gevestigd…”

Verder heeft Mgr. Delville de nuttigheidsdimensie van het geloof uitgediept, in het bijzonder in verband met ons engagement ten aanzien van het Heilig Land.

Na zijn betoog ging Mgr. Delville nog in dialoog met de aanwezigen, in het bijzonder over de vier voorgaande punten.

Vertaling l.d.s.



 


Didier Reynders: België is een van de vier beschermlanden van de christen gemeenschappen in het Heilig Land

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BETHLEHEM – Op 8 mei 2016 bracht Didier Renders, Belgisch Minister van Buitenlandse Zaken, een bezoek aan de Basiliek van de Geboorte en aan de kerk van de Heilige Catharina. Hij nam deze de gelegenheid te baat om eraan te herinneren dat België zijn status als een van de vier Latijnse beschermnaties van de christen gemeenschappen blijft aanhouden.

Bij de gelegenheid van het bezoek van Minister Reynders aan Palestina stond tevens een bezoek aan Bethlehem in zijn agenda genoteerd. Hij bezocht zowel de Basiliek van de Geboorte als de aangrenzende kerk van de Heilige Catharina. Daar onderstreepte hij het feit dat België zijn status als een van de vier beschermnaties van de christen gemeenschappen zal aanhouden. Hij wou deze rol tevens bekrachtigen door naar het verleden te verwijzen, een verleden dat nauw verbonden is met de Custode van het Heilig Land. Daarom had dit bezoek nu precies plaats, een bezoek waar Broeder Dobromoir Jazstal, Vicaris van de Custode, en Broeder Sergio Galdi, Secretaris van de Custode, zich bij aansloten.

De Franstalige Broeder Stéphane Milovitch zou de honneurs waarnemen. Nu de basiliek toch in een werf is herschapen, kreeg Minister Reynders het voorrecht de stellingen te beklimmen, waar hij de uitleg over de restauratie beluisterde en hij zijn bewondering voor de prachtige resultaten te kennen gaf. Hij nam deze gelegenheid te baat om mee te delen dat de Belgische regering, die reeds in de kosten van de restauratie participeert, zijn bijdrage verder zou continueren. De Palestijnse Kerken en de Palestijnse Autoriteit blijven inderdaad verder giften verzamelen want hoe meer geld er beschikbaar is, des te meer kan men in dit project realiseren.

Na een kort bezoek aan de grot nam de minister de tijd om een groep christenen uit de stad te ontmoeten. Het waren mensen die in het toerisme, het onderwijs, de politiek en sociale werken investeren. Diegenen die het wensten konden in enkele zinnen duidelijk hun verwachtingen ten aanzien van de Belgische en Europese politiek uitdrukken.
Daarna begaf Minister Reynders zich naar de kerk van de Heilige Catherina. De eerste gelovigen hadden ondertussen reeds in de kerk plaats genomen om er de zondagsmis bij te wonen. Deze werd door een groep jongeren opgeluisterd. Vergezeld door de Franciscanen begaf het gevolg zich naar het koorgestoelte. Daar mocht de minister een gedenkplaat onthullen voor een Belgische gift uit 1926 van glasramen voor de kerk.

Destijds vertoonde de kerk van de Heilige Catharina, die een paar jaar eerder was gebouwd, ten volle haar eigentijds karakter. Ze was wel mooi maar kon zeker nog verder worden opgesmukt. Het was precies de Belgische regering die voorstelde om dit op zich te nemen door het schenken van drie glasramen die nog steeds het koor van de kerk sieren.

In 2004 zou de Belgische regering ook de restauratiewerken bekostigen die als gevolg van de tand des tijds alsook door de vernielingen bij de tweede Intifada en de belegering van de Geboortekerk noodzakelijk waren geworden.
Indien deze gedenkplaat nu pas werd aangebracht, is dit het gevolg van het feit dat het geheel van deze glasramen in december van vorig jaar met de “Prijs voor het Belgisch Patrimonium in het Buitenland” werd bekroond.
Het grootste glasraam in de apsis van het schip van de kerk is een voorstelling van de Geboorte van Christus en draagt het wapenschild van België alsook een medaillon van Kardinaal Mercier. De restauratie ervan in 2004 gebeurde door meester-glazeniers uit Gent.

Er had een kleine ceremonie plaats voor de inhuldiging van de gedenkplaat en de minister zou vervolgens in de Casa Nova van de Franciscanen nog enkele andere opeenvolgende ontmoetingen hebben.

Vertaling l.d.s.



 


Gaudet Mater Ecclesia: Albert Evrard SJ tot priester gewijd

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL – Onze confrater Albert Evrard, broeder bij de Jezuïeten, werd op 2 april door de aartsbisschop van Mechelen Brussel, Mr. Jozef De Kesel, tot priester gewijd.

Albert Evrard werd in 1967 in Doornik geboren. In 2006 trad hij toe tot de Jezuïetenorde. Na zijn studies in de Rechten fungeerde hij als advocaat en deed hij onderzoekswerk op het vlak van de rechten van bejaarden.

Na twee jaar noviciaat in Lyon startte hij zijn opleiding Filosofie in Namen om vervolgens drie jaar Theologie te studeren aan de Faculteit van de Jezuïeten te Parijs. Deze opleiding zou hij tenslotte met twee opleidingsjaren in Toronto vervolledigen.
Momenteel zet E.H. Evrard aan de Universiteit van Namen zijn onderzoekswerk omtrent veroudering verder en is hij actief in de opvang van vluchtelingen. “Priester worden betekent voor mij een middel om mannen en vrouwen die de Voorzienigheid op mijn weg zendt, steeds beter van dienst te zijn. Een religieus leven is niet een vlucht vooruit, het is integendeel de wereld omarmen en er zich volledig aan toewijden,” vertrouwde Albert Evrard ons net voor zijn wijding nog toe.

Albert Evrard trad in 2002 toe tot de Ridderorde van het Heilig Graf. Nadat hij in de Orde reeds eerder diverse taken op zich heeft genomen, is hij momenteel in nauwe samenwerking met dhr. Philippe Petit vooral actief in de opvang van vluchtelingen.

Vertaling l.d.s.



 


België in diepe rouw

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

De Belgische Landscommanderij en al haar leden drukken hun diepe afkeer uit en geven uiting aan hun emotie na de verschrikkelijke terroristische aanslagen die dinsdagmorgen in België en heel in het bijzonder in Brussel hebben plaats gehad.

In deze Goede Week waarin de Ridders en de Dames zich op de dood en de verrijzenis van Christus voorbereiden, vertrouwen zij alle slachtoffers aan Gods oneindige barmhartigheid toe. Zij nodigen alle mannen en vrouwen van goede wil uit om al diegenen die zich getroffen weten in hun gebed op te nemen. In het bijzonder vragen wij om een gebed voor de mensen die bij deze aanslagen onschuldig het leven lieten, alsook voor de gewonden, hun familie en vrienden en voor hen die zich van dichtbij of veraf door deze gruwel geraakt weten.

Zij spreken hun grote dank uit voor elkeen die blijken van solidariteit hebben betuigd en die zich in gebed met de Belgische bevolking en de Belgische, Luxemburgse en Spaanse Landscommanderijen hebben verenigd.



 


Annuncio vobis gaudium magnum : habemus archiepiscopum !

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - De Brugse bisschop Jozef De Kesel werd tijdens een persconferentie vandaag officieel voorgesteld als de nieuwe aartsbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel.

Mgr Jozef De Kesel is in Gent geboren op 17 juni 1947. Hij is de zoon van Albert en Gabriëlle Boels, vijfde uit een gezin van 9 kinderen. Zijn ouders zijn allebei gestorven. Zijn oom Leo De Kesel (1903-2001) was hulpbisschop van Gent van 1961 tot 1990.

Na het secundair onderwijs aan het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo trok hij in september 1965 naar het seminarie. Hij volgde een jaar filosofie aan het Sint-Paulusseminarie in Gent- Mariakerke. Daarna volgde hij de kandidaturen Wijsbegeerte en Letteren (afdeling geschiedenis) aan de Katholieke Universiteit van Leuven.

Van 1968 tot 1972 behaalde hij het baccalaureaat en de licentie aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome. Hij verdedigde zijn doctoraatsthesis in 1977 over de kwestie van de historische Jezus in de theologie van Rudolf Bultmann. Op 26 augustus 1972 werd hij tot priester gewijd in de parochiekerk van Adegem.

Van 1974 tot 1980 was hij godsdienstleraar aan het Sint-Vincentiuscollege en het SintLeoinstituut in Eeklo en was er ook verantwoordelijk voor de schoolpastoraal. Van 1977 tot 1980 was hij docent aan de Sociale Hogeschool in Gent. Hij gaf er de cursussen godsdienst, wijsgerige antropologie en actuele stromingen.
Van 1980 tot 1996 was hij prefect en professor aan het Groot Seminarie in Gent. Hij gaf er de lessen van dogmatische en fundamentele theologie. Tezelfdertijd gaf hij ook de theologische vakken aan het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut in Gent, waarvan hij in 1992 voorzitter werd.

Van 1989 tot 1992 doceerde hij christologie aan de Faculteit Godgeleerdheid van de KULeuven.

Sinds 1983 was hij verantwoordelijk voor de opleiding van de pastorale medewerkers in het bisdom Gent. Op 1 maart 1992 werd hij door mgr. Arthur Luysterman benoemd tot bisschoppelijk vicaris,
verantwoordelijk voor het geheel van de theologische en pastorale opleiding en vorming in het bisdom, voor priesters, diakens, religieuzen en leken.

Op 20 maart 2002 werd hij door paus Joannes Paulus II benoemd tot hulpbisschop van Mechelen-Brussel. Hij was hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Brussel tot hij op woensdag 17 maart 2010 door mgr. André-Joseph Léonard benoemd tot hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen.

Op 25 juni 2010 werd mgr. Jozef De Kesel benoemd tot bisschop van Brugge. Binnen de bisschoppenconferentie was mgr. De Kesel tot nu verantwoordelijk voor de Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg (ICLZ), het godgewijde leven (de
mannelijke en vrouwelijke religieuzen), de diakens en de parochieassistenten.



 


Sacramentsdag in Luik

 

23 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

LUIK – Naar aanleiding van de 751ste verjaardag van Sacramentsdag in Luik ging Mgr. Jean-Pierre Delville, bisschop van Luik, voor in de pontificale mis in de Basiliek Saint-Martin. Hij wist zich omringd door vijf bisschoppen, waarvan er drie lid zijn van de Orde. In een blijmoedige processie (waarin leden van de Ridderorde van het Heilig Graf van het Bisdom Luik het baldakijn droegen) trok een talrijke groep gelovigen biddend naar de Sint-Pauluskathedraal. Hieronder volgt de tekst van de inspirerende homilie van de bisschop.

Homilie van Sacramentsdag 2015 in de Basiliek Saint-Martin te Luik
4 juni 2015 – Jean-Pierre Delville.

Dierbare broeders en zusters !

Een bijzonder toeval wil dat dit jaar Sacramentsdag samenvalt met de liturgische viering van de heilige Ève (Eva) de Saint-Martin. Deze leefde als kluizenaar in een klein huisje dat aan de linkerzijde van deze Sint-Maartenskerk paalde. Zoals u wel weet, was Eva een hechte vriendin van Saint Julienne de Cornillon (1193-1258), die aan de basis lag van de instelling van Sacramentsdag, het feest van het Lichaam en Bloed van Christus. Eva had ervoor gekozen een leven van gebed te leiden in de schaduw van de collegiale kerk. Daartoe beschikte zij over een kluis. Dit was een klein huisje met een kamertje op de verdieping, waar Julienne van tijd tot tijd kon logeren. Eva kon de kerk vrij binnenlopen om er bidden en mee te helpen aan het onderhoud ervan.

Zij stond in nauw contact met de kanunniken met wie zij regelmatig in gesprek ging. Dit was in het bijzonder het geval met Jean de Lausanne, die vrij snel voor de idee van het vieren van dit nieuw kerkelijk feest gewonnen was. Dank zij Eva kon de heilige Julienne immers belangrijke mensen over dit onderwerp aanspreken. Zo ontmoette zij Jacques Pantaléon de Troyes, de archediaken van Campine en de toekomstige Paus Urbanus IV, vervolgens Hugo de Saint Cher, provinciale overste van de Dominicanen, toekomstige kardinaal en pauselijk legaat, en tenslotte ook nog Bisschop Robert de Thourotte die het feest van Sacramentsdag in het Bisdom Luik in 1246 officieel zou bekrachtigen. Het is dus aan Eva te danken dat Julienne enige bekendheid verwierf en haar vraag ernstig werd genomen.

Eva had een duidelijk spiritueel inzicht. Zij vernam vanaf het begin de openbaring die Julienne te beurt viel: de maan waaraan een stuk ontbreekt, staat symbool voor de hostie, het gebroken brood. Het is ter ere van deze hostie dat Julienne doomde dat er een nieuw kerkelijk feest zou worden ingesteld. Dit zou jaarlijks plaatsvinden op de eerste donderdag na de zondag van de Heilige Drievuldigheid, wat in de praktijk overeenkomt met enkele dagen na de derde volle maan van de lente. Het is precies daarom dat u vanavond een maan kan bewonderen waarvan precies een klein stukje ontbreekt. Eva heeft de spirituele ontwikkeling van Julienne gevolgd. Zij kende alle beslommeringen die Julienne meemaakte en verleende haar zelfs onderdak in haar kluis toen zij uit de Cornillon (Luikse wijk) werd verjaagd.

Eva heeft deze gebeurtenissen nauwkeurig onthouden en opgeschreven. De kroniek die zij in oud Frans schreef, vormt de basis van de Latijnse Vita (levensbeschrijving van een heilige) van de Heilige Julienne. Dit werd eveneens door de anonieme auteur vermeld. Zij was dus een geletterde en gecultiveerde vrouw en was voor Julienne een ware spirituele leermeesteres.

Na de dood van Julienne in 1258 was het ook Eva die samen met de kanunniken van Saint-Martin de strijd voor de bevordering van het Feest van Sacramentsdag heeft verder gezet. Toen Paus Urbanus IV in 1264 het feest over de hele universele Kerk liet verspreiden, stuurde hij Eva een persoonlijk schrijven om haar de bul van de installatie van Sacramentsdag voor te stellen. Voor de Middeleeuwen was dit een bijzonder uitzonderlijk gegeven dat de paus openlijk een schrijven aan een eenvoudige vrouw richtte.

“Wij weten, oh dochter, dat uw geest vervuld is van een groot verlangen dat Gods Kerk een plechtig feest zou instellen ter ere van het Heilig Lichaam van onze Heer Jezus Christus. (…) Verheug u, omdat de Almachtige God het groot verlangen van uw hart heeft ingewilligd en de volheid van de hemelse glorie niet heeft weerstaan aan het grote verlangen dat uw lippen hebben uitgedrukt.”

Deze brief vormt het bewijs van de grote vermaardheid die Eva in de Kerk heeft verworven. Zij stierf op 14 maart 1265 in de kluis van deze kerk en werd achteraan in de kerk begraven. Wij vieren aldus de 750ste verjaardag van haar sterfdag. Heel dit verhaal verheldert ons de rol van de vrouw in de Kerk, mede omwille van hun gevoeligheid voor de aanwezigheid van Christus in hun leven. Want het is de communio met Christus die Julienne door middel van de instelling van een feest ter ere van de H. Eucharistie wou bevorderen. Dit is de concrete en actuele verbondenheid met Jezus.

Jezus wou inderdaad dat wij na Zijn dood en verrijzenis met Hem zouden verbonden blijven. Het is daarom dat Hij, op de vooravond van zijn dood, de maaltijd met zijn volgelingen deelde. De evangelist Marcus heeft, zoals wij daarnet hoorden, in detail de voorbereiding van deze maaltijd beschreven, alsook de bijzondere zorg die Jezus aan de bereiding van de spijzen besteedde (Mc 14, 12-26).

Tijdens de maaltijd nam Jezus het brood, Hij brak het en sprak deze verrassende zin: “Neem, dit is mijn lichaam.” Hij heeft aldus zijn lichaam, dit wil zeggen heel zijn leven, gedeeld, zoals men ook het brood deelt. Zo zouden we in Hem verenigd blijven en zou ons leven zich aan het zijne kunnen voeden. Nadat Jezus de beker met wijn liet rondgaan, verwees Hij naar zijn bloed: “Dit is mijn bloed, het bloed van het Verbond, dat voor allen wordt vergoten.” Jezus zou inderdaad zijn bloed vergieten, zijn leven geven, doorheen het lijden en de dood, die Hij de volgende dag zou ondergaan.

Dit doet ons denken aan allen die heden hun bloed vergieten, aan allen die geweld moeten doorstaan, aan allen die ziek zijn of stervende. Elke dag, wanneer ik op Radio of TV hoor: “een dode in deze of gene aanslag, zoveel doden in een of ander bombardement, talrijke doden als gevolg van het zinken van een boot vol migranten in de Middellandse Zee,” dan zeg ik bij mezelf: “zoveel anonieme doden, zoveel slachtoffers van geweld die voor altijd onbekend zullen blijven. Door aan te kondigen dat Hij zijn bloed voor allen zou vergieten, heeft Jezus al deze mensen op een of andere manier in Zijn dood vertegenwoordigd. Jezus wil hen die eenzaam en verlaten sterven, uit de vergetelheid halen en wil ons de ogen openen opdat wij hen zouden zien, zoals Hij ons ook de ogen opent voor de diepere zin van de dood.

Op deze Sacramentsdag worden wij dus verzocht om solidair te zijn met hen die vandaag op een onrechtmatige manier zullen sterven, zoals ook Jezus een onrechtvaardige dood stierf. Wij worden tevens verzocht om van ons leven een instrument te maken om mee te werken aan een betere wereld. Want Jezus laat ons in het aanschijn van de dood niet in de steek. Hij voegt er aan toe: “Ik zal niet eerder de vruchten van de wijngaard drinken alvorens ik deze in het Koninkrijk Gods zal genoten hebben.” Jezus belooft ons de nieuwe wijn in het Koninkrijk van God. Inderdaad, zijn boodschap en zijn leven zijn zo volkomen, dat zij niet in de vergetelheid kunnen verdwijnen. Ze zijn een gunst voor ons allen. Dit voedt ons ook nog vandaag.

Zoals de Brief aan de Hebreeën verhaalt: “Dit wegschenken van zichzelf zuivert onze gedachten van moorddadige handelingen opdat wij de cultus van de levende God zouden kunnen vieren.” Ja, wij zullen in deze eucharistie met vreugde de eredienst van de levende God vieren en wij zullen als gezegend volk door de stad trekken om er als een volk op weg en mensen vol vreugde te leven.
Amen, Alleluia.

Link naar Flickr-album met 112 foto’s, klik HIER.



 


Een gebed speciaal voor de vrede in het Heilig Land

 

25 mei 2021 door LdS

In het licht van het drama dat de inwoners van het Heilig Land momenteel beleven, stelt de Grootmeester van de Orde een speciaal gebed voor, dat hijzelf heeft opgesteld en dat we hier publiceren.

De leden van de Ridderorde en al hun vrienden worden bij deze uitgenodigd om dit gebed van Kardinaal Fernando Filoni elke dag opnieuw te bidden en om dit in een geest van gemeenschap en hoop op ruime schaal te verspreiden.

Koningin van Palestina,

Uitverkoren dochter van een land
dat heden nog steeds door oorlog, haat en geweld wordt verwoest,
wij, Ridders en Dames van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem,
richten vol vertrouwen ons gebed tot u.
Maak dat de tranen van Jezus,
bij het zien van de Heilige Stad die ook destijds het geschenk van de vrede niet had begrepen,
niet nog maar eens op de harde onverschilligheid en op politieke berekeningen neervallen.
Aanschouw de diepe smart van de vaders, moeders, broers, zusters en kinderen,
allen slachtoffer van blinde, uitzichtloze en destructieve krachten.
Inspireer de wegen van de dialoog en geef ieder een sterke wil
om voor de problemen een oplossing te vinden
en vanuit een vaste hoop samen te werken.

Maak dat wij nooit aan enige vorm van onderdrukking zullen wennen,
dat wij de strijd en de “collateral damage” die deze met zich meebrengt,
nooit als onvermijdelijk zouden gaan beschouwen.

Maak dat de logica van de agressie nooit deze van de goede wil zal overheersen
en dat de oplossing voor zoveel problemen
nooit als onbereikbaar zal worden beschouwd.

Zoals eens bij uw gebed onder de leerlingen op Pinksteren,
maak het ook nu mogelijk om van de Almachtige Vader te verkrijgen
dat situaties die nu in het Heilig Land als niet te overwinnen lijken,
ook deze keer de weg naar een gelukkige uitweg zouden vinden.

Amen

Fernando Cardinal Filoni

Bon : Site Web Grand Mystère

Foto : ©️ Grand Magistère

Vertaling: Luk De Staercke



 


Mgr. Pizzaballa : Het heil zit in de persoonlijke ontmoeting met God

 

8 april 2021 door LdS

Naar aanleiding van het feest van Maria Boodschap droeg de Latijnse Patriarch op 25 maart in Nazareth de Heilige Mis op. In zijn homilie kwam hij nog eens uitgebreid op het mysterie van de Incarnatie terug en wees hij op hetgeen dit voor de gelovigen betekent, zeker in deze pandemische tijden.

“De Incarnatie getuigt hoezeer God de mensheid bemint,” vertelde Mgr. Pizzaballa tijdens de H. Mis die hij naar aanleiding van het Feest van Maria Boodschap in de Basiliek van de Annunciatie in Nazareth heeft opgedragen. “De wereld is nooit een gelukzalig eiland geweest. Problemen van allerlei aard, ongerechtigheid, verdeeldheid, oorlogen en ziekten waren er altijd in het verleden, ze zijn er vandaag en ze zullen er altijd zijn. Maar dat alles heeft nooit de verwezenlijking van Gods project in deze wereld belet.” Dit preciseerde de Italiaanse Aartsbisschop.

Het komt erop aan om vandaag in deze wereld te leven, hoe gekwetst die ook mag zijn. Het komt erop aan om ook dan de zekerheid te bewaren dat dit nog steeds de plaats is waar God zich manifesteert, waar God ons ontmoet en waar wij Hem nog ontmoeten.” Gedurende de voorbije maanden waren als gevolg van de beperkende maatregelen de virtuele ontmoetingen echter talrijker dan de echte. Maar ook al maakte de techniek het ons mogelijk om een minimum aan sociaal contact te onderhouden, “het is niet bepaald langs deze weg dat we God kunnen ontmoeten,” liet Mgr Pizzaballa opmerken. “Het zijn niet de virtuele eucharistievieringen en evenmin de sociale media die ons zullen redden, maar de persoonlijke ontmoeting met Hem, die onze Vader is,” voegde hij hieraan toe.

Het mysterie van de Incarnatie is tevens een uitnodiging om in het eigen leven, hetzij individueel hetzij in gemeenschap, de tekens van Gods aanwezigheid te ontdekken en te zien waar men Hem kan ontmoeten. Voor de Latijnse Patriarch is het noodzakelijk om opnieuw een positieve kijk op de Kerk en de wereld te ontdekken, “die nog steeds Gods aanwezigheid in zich dragen.” Het is belangrijk dat het kwaad, de ongerechtigheid en de eenzaamheid niet de enige stemmen zijn die ons bereiken.

“In deze wereld, in deze samenleving, in deze Kerk worden wij uitgenodigd om ons ’ja-woord’ aan God uit te spreken. Hij roept ons op om mee zijn heilsplan te realiseren. Ons ‘ja-woord’ moet zich meteen in een concreet en positief actieplan vertalen ter bevordering van het welzijn en de rechtvaardigheid,” ging Mgr. Pizzaballa verder. Hij vindt dat er dringend behoefte is aan “getuigen die ons met hoop en vertrouwen helpen de gebeurtenissen in het leven het hoofd te bieden.” Er is dringend behoefde aan “een gemeenschap van gelovigen met een vrije, serene en onbevreesde blik op het leven, een gemeenschap die verlangend mee wil bouwen aan het welzijn en de rechtvaardigheid in deze wereld. Al te vaak sluiten wij ons op in onze eigen problemen die wij in de beslotenheid van onze horizon ontdekken. We worden voortdurend door al de futiliteiten van het dagelijkse leven in beslag genomen, door alles wat we zogezegd nog moeten doen, ja soms ook wel door tal van grote projecten. Maar dat alles dreigt ons voortdurend het essentiële uit het oog te doen verliezen. Ons bestaan heeft slechts zin in de mate dat het voor ons de liefde opent.”

De Latijnse Patriarch besloot zijn homilie met de vraag aan de Heilige Maagd van Nazareth om ons te vergezellen en om de Kerk van het Heilig Land te ondersteunen zodat deze Kerk vruchtbaar mag zijn voor het tot stand komen van een nieuw en vreugdevol leven en voor het welzijn van ons allen.

Bron : Vatican News

Foto : Fotoarchief Luk De Staercke

Vertaling: Luk De Staercke



 


Paashomilie 2020 van Patriarch Pierbatista Pizzaballa

 

7 april 2021 door LdS

Op zondag 4 april sprak Mgr. Pierbattista Pizzaballa naar aanleiding van de Paasviering in de Basiliek van het Heilig Graf te Jeruzalem onderstaande homilie uit.

“Wij zijn hier weer bijeen om deze week van vieringen en gebed af te sluiten. Eens temeer zijn wij hier bij het Graf samengekomen om met kracht en vreugde te verkondigen dat Christus waarlijk is opgestaan, dat de dood niet langer macht heeft over Hem en over ons.”

Waarde zusters en broeders,

De Heer is waarlijk opgestaan, halleluja!

De viering begon met het zingen van de antifoon: “Ik ben verrezen en ik zal altijd bij u zijn, halleluja.” Dat is de vreugdekreet van de Kerk na de dagen van pijn en lijden tijdens de voorbije passie, de pijn en het lijden bij de dood van Jezus, de pijn en het lijden bij het Graf van de Heer. Deze woorden uit Psalm 139 werden op de lippen van Jezus gelegd die glorievol het Graf heeft verlaten nadat de Vader Hem uit de dood heeft opgewekt. Maar het zijn woorden die evengoed door ieder van ons hier op deze heilige plaats kunnen worden herhaald. Want in de Verrezen Christus kunnen wij dank zij de genade en het Leven uit de zonde en uit de dood herboren worden. Wij weten immers dat Christus uit de dood is opgestaan en nooit ofte nimmer meer zal sterven. De dood heeft niet langer macht over Hem (Rom 6, 9). Op deze dag waarop de Heer zich laat gelden (Ps 118, 24), de eerste dag van de week, komen we samen om van de Verrijzenis te getuigen en om luidop te verkondigen dat Christus is verrezen en voor altijd bij ons zal blijven.

Het Paasevangelie zit vol van betekenisvolle werkwoorden, maar één werkwoord overstijgt alle andere in betekenis: het werkwoord “zien”. Met Pasen komt het erop aan om te zien. “Maria zag de steen die was weggerold” (Joh 20, 1); “Petrus zag dat de linnen doeken er nog lagen” Joh 20, 5); “Johannes zag het lege Graf” (Joh 20, 4). Ze vonden Jezus’ lichaam niet, maar ze zagen… En hun zicht zou als maar duidelijker worden tot op het moment waarop ze schreeuwden: “Wij hebben de Heer gezien” (Joh 20, 25).

“En hij zag en kwam tot geloof” (Joh 20, 8). Hij geloofde: geloven is een manier van zien, een manier van grondig kijken. Het is het erkennen dat de afwezigheid van het lichaam van Jezus niets met een diefstal te maken heeft, maar alles zegt over een nieuw leven dat is ontstaan. Hij zag een leegte en hij geloofde dat deze leegte in feite de volledige volheid betekende.

En dat is precies waartoe elkeen onder ons vandaag geroepen wordt: treedt binnen in de ruimte van de dood, sta aan de rand van het graf om er te zien en te geloven dat, mocht de dood ons angst blijven aanjagen, deze in werkelijkheid niet langer macht over ons heeft.

Wij zijn mensen die geroepen zijn om op de drempel van de dood achter te blijven om zo de grens open te houden, de doorgang vrij te houden om zonder ophouden de overgang van de dood naar het leven te vrijwaren.

Wij zien dat de tekens van dood zowel in ons als buiten ons nog steeds aanwezig zijn, maar wij geloven in deze grote en absolute nieuwigheid. Het is een krachtiger binnentreden in de wereld om de vijand te verslaan die de mens op zichzelf nooit had kunnen overwinnen.

Ik denk dat Pasen precies dát is. Het gaat er niet om het lichaam terug te vinden, het gaat erom de ogen te openen en te zien. Bij Pasen komt het er eerder op aan van te kijken dan van te ontdekken. Het gaat om een nieuwe kijk in de toekomst, eerder dan om te (her)ontdekken wat vroeger reeds aanwezig was, wat altijd reeds ons zo vertrouwd leek.

In het voorbije jaar heeft men in zowat de hele wereld vooral de plagen, de zieken en de doden geteld… en misschien zijn we allemaal wel een beetje als Maria Magdalena die geneigd was om terug te keren, om het lichaam te vinden dat we verloren waren, om de vele feesten die we het voorbije jaar hebben moeten missen, weer te kunnen beleven, om het leven terug te vinden dat ons dreigde te ontsnappen. Dromen we allen niet te gemakkelijk van een terugkeer naar het normale. Maar misschien lijkt dit steeds meer op een zoektocht naar een lijk, naar een zieke wereld, naar een ziek leven dat gebrandmerkt is door de dood.

Hier op deze plaats weerklinkt echter de mysterieuze stem van de Verrezen Heer. Deze stem leidt onze zoektocht en opent ons opnieuw de ogen. Deze stem maakt het mogelijk dat onze ogen in de leegte kunnen kijken en zien. Deze stem maakt het ons mogelijk om de grote nieuwigheid van Pasen te zien. Indien we ten minste maar naar deze stem luisteren. Het is de stem die ons over een onbekende maar haalbare toekomst spreekt, de stem die ons niet terug naar het verleden stuurt, maar die tot onze Vader en tot onze broeders spreekt (cfr. Mt 28, 10). Het is de stem die ons stimuleert om te vertrekken en niet om terug te keren.

Pasen is inzetten op hetgeen bij God onmogelijk lijkt, eerder dan op datgene wat zo mogelijk is bij de mensen. Pasen is de leegte zien, is kijken naar de tekens van de passie en daarin de voortekenen en de belofte van een nieuw en bijzonder Leven te ontdekken, niet alleen omdat we dromers zijn, maar omdat we het geloof in God in ons dragen. Hij is de Heer van het onmogelijke.

De mens leeft vandaag in een vermoeide en gekwetste wereld, in een wereld die door de pandemie en door zoveel angstsituaties, door dood en lijden geteisterd wordt, in een wereld waarin zo vaak tevergeefs naar oplossingen wordt gezocht en waarin men steeds moeilijker vindt wat men zoekt. Ik geloof dat de mens precies in deze wereld steeds meer nood heeft aan een Kerk die de ogen wijd op het Paasgebeuren gericht houdt, een Kerk die de tekens van het échte Leven van de tekens van de dood weet te onderscheiden. Hier kan de Kerk, samen met Christus zich weer oprichten, de Kerk die zich door de Heer bij haar naam geroepen weet, de Kerk die met vreugde verkondigt dat zij de Heer in talloze gezichten en verhalen vol goedheid, schoonheid en heiligheid heeft gezien. Dit alles heeft ons immers getroost en bemoedigd.

Beginnend bij Pasen kan en moet de Kerk zich in nederige trots om de overwinning van haar Heer en Meester vernieuwen. Zij moet met moed de vreugde van het Evangelie verkondigen om zo een wereld te herontwerpen die vol is van rechtvaardige en broederlijke relaties. Christus is geen lijk, geen stoffelijk overschot. Zijn Woord is geen dode letter. Zijn koninkrijk is geen uiteengespatte droom. Zijn gebod is niet hopeloos verouderd. Hij ís het Leven, óns leven, het leven van de Kerk en van de hele wereld. Hij is de Waarheid, onze waarheid, de waarheid van de Kerk die zo vaak door de machtigen der aarde wordt afgewezen. Hij is de hoeksteen van elk gebouw dat het geweld van elke storm kan doorstaan. Hij is de Weg, onze weg, de weg van de Kerk, een weg die ongetwijfeld langs een Calvarie voert, maar die onherroepelijk in de volheid van de vreugde uitmondt. Met heel de Kerk willen wij dit leven leiden, willen wij de waarheid verkondigen, willen wij deze weg bewandelen. Wij moeten de moed hebben volgelingen van het onmogelijke te zijn, die in staat zijn om de wereld met een blik te bekijken die zijn wortels heeft in de ontmoeting met de Verrezen Heer. Ons geloof haalt zijn sterkte uit de ontmoeting met het ware Leven. Voor wie gelooft, is niets onmogelijk.

Dat is hetgeen ik aan de Kerk wil zeggen, de Kerk die de onze is: Hou moed! Niets is onmogelijk. Laten we stoppen met ons over onze wonden te beklagen. Laten we stoppen met de levenden onder de doden te zoeken. Laten we stoppen met op ons verleden, op wie we waren en op wat we verloren hebben, terug te blikken. Dáár zullen we de Verrezen Heer niet vinden, daar ligt onze Pasen niet!

In onze straten weerklinkt de typische begroeting van deze dagen: “Christus is verrezen, Hij is waarlijk opgestaan!”

Moge het hier niet enkel om een formele begroeting gaan, maar om een ware aankondiging vanwege een volk, vanwege een Kerk, die met overtuiging en met zekerheid getuigt dat elke dood, elk lijden, alle labeur en elke traan zich kan vertalen in waarachtig leven. Want er is hoop. Er is altijd hoop!

Daarom wens ik aan ieder van ons, aan onze Kerk en aan onze stad dat allen steeds in het Licht van de Verrezen Heer mogen leven. Hij is het immers die aan iedereen die het Licht wil ontvangen de vreugde en het leven schenkt.

Zalig Paasfeest!

†Pierbattista Pizzaballa
Latijns Patriarch van Jeruzalem

Bron: Website van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem

Foto : Persoonlijk fotoarchief Luk De Staercke

Vertaling: Luk De Staercke



 


Mgr. Pizzaballa : Inspireer u aan de Heilige Vrouwen om de hoop op de Verrijzenis te verkondigen

 

7 april 2021 door LdS

In de Basiliek van het Heilig Graf weerklonk op Stille Zaterdag reeds de aankondiging van de Verrijzenis. In zijn homilie van de Paaswake, die reeds in de ochtend van Paaszaterdag werd gevierd, had de Latijnse Patriarch in het bijzonder aandacht voor de figuur van de Heilige Vrouwen bij het Lege Graf. Zij waren immers de eerste verkondigers van de Verrijzenis van Jezus.

Ten gevolge van het Status Quo dat nog steeds in de Heilige Plaats van kracht is, wordt het Vigilie van Pasen jaar na jaar op de ochtend van Paaszaterdag gevierd. De viering had dit jaar dus plaats in de ochtend van 3 april 2021 en kon in tegenstelling tot vorig jaar nu ook door de gelovigen mee beleefd worden. Anderzijds werden er omwille van de anti-Covidbeperkingen nog steeds geen bedevaarders toegelaten, noch gelovigen uit Cisjordanië of uit Gaza.

In zijn homilie gaf de Latijnse Patriarch, die de viering voorging, enige beschouwingen bij de betekenis van de Heilige Vrouwen die met mirre en welriekende kruiden op de ochtend van Pasen naar het Graf van Christus trokken. Zij wilden immers naar het aloude Joods gebruik het dode lichaam van Jezus zalven en met geurige kruiden balsemen. “Zij waren in staat hun diepe pijn te dragen (…) en aarzelden niet om geld te besteden aan de aankoop van datgene wat zij nodig achtten om Jezus de nodige eer te bewijzen. Jezus was voor hen immers niet die grote ontgoocheling, maar hun teerbeminde Meester,” vertelde de aartsbisschop. “De Liefde die zij voor Hem in hun hart droegen, ging met Zijn dood niet verloren. Hun band met hun Meester oversteeg alle menselijke dromen en verwachtingen omtrent het nieuwe koninkrijk. Ware Liefde is belangeloos, ze wordt niet door de omstandigheden bepaald en sterft nooit.”

Van deze vrouwen en van hun handelswijze kunnen we veel leren. Zij haastten zich naar het Graf om Christus te eren. Van hen kunnen wij leren “om ons leven écht aan de Liefde van Jezus te wijden, om het Kruis te zien als de maatstaf van deze Liefde die ons Verlost heeft. Van hen kunnen we leren om het Lege Graf als de aankondiging van het eeuwig leven te beschouwen dat voor iedereen is voorbehouden.”

“De Verrijzenis is geen theorie maar een echte levenservaring,” zo merkte de Latijnse Patriarch op. “Meer dan ooit is er nu onder ons nood aan getuigen die de tekens van de Verrezen Heer in zich dragen en die op een geloofwaardige manier verkondigen dat de wereld niet langer in de greep van de dood gevangen zit.” “De getuigen van vandaag zijn diegene die ondanks tegenstand, pijn, eenzaamheid, ziekte en ongerechtigheid hun leven wijden aan het scheppen van kansen tot rechtvaardigheid, tot liefde en gastvrijheid. Het zijn zij die in staat zijn om te vergeven omdat zijzelf reeds vergiffenis hebben ontvangen. Het zijn zij die in de stilte van elke dag hun leven geven aan hun kinderen en aan de kinderen van hun naasten (…) Het zijn zij die die zich met gedrevenheid en liefde voor dit alles inzetten, zonder zich hierbij om zichzelf te bekommeren.” En de Kerk moet de eerste getuige zijn want “zij is de plaats waar de Verrezen Heer via de sacramenten en de verkondiging van het Woord tot iedereen spreekt.” Bij de verkondiging van de Verrijzenis moet zij evenmin de eenzaamheid of het onbegrip vrezen. “Zij moet de verkondiging met vastberadenheid doen, ze moet duidelijk zijn in haar boodschap en steeds de sereniteit bewaren. De Kerk moet in alle vrijheid gepassioneerd getuigen.”

De Patriarch voegde hier nog aan toe dat de ontmoeting met de Verrezen Christus zich niet in de beslotenheid van het Cenakel afspeelt maar dat deze gebeurt op weg naar het Graf. Men dient zich ten volle bewust te zijn van het feit dat de meest noodzakelijke getuigenis deze is van de hoop. “Laten we niet op onszelf terugplooien en ons in onze angst begraven. Laten we niet bevreesd zijn door de dood en zijn trawanten (…) De Verrijzenis is de aankondiging van een nieuwe vreugde die in de wereld losbarst. Deze vreugde kan dus niet hier op deze plaats opgesloten blijven maar moet iedereen bereiken,” zo besloot Mgr. Pizzaballa zijn homilie.

Bron: Vatican News

Foto: Fotoarchief van de Landscommanderij

Vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie voor de H. Mis ter nagedachtenis van de overledenen van de OESSJ – 13 maart 2021

 

30 maart 2021 door LdS

Lezingen: Romeinen 5, 2b-5; Psalmen 129 (130) en Lucas 12, 35-38, 40

“De hoop wordt niet teleurgesteld,” schrijft Paulus aan de Romeinen (Rom 5, 5). Wij kunnen erop rekenen. Ongeacht de beroering aan de oppervlakte van ons bestaan is de hoop er altijd als een anker dat ervoor zorgt dat we niet afdrijven. Het anker is dan ook het symbool dat de Kerk aan de hoop heeft gegeven. Het is geïnspireerd aan de Brief aan de Hebreeën (Heb. 6, 19).

U kent wellicht de prachtige tekst van Charles Péguy waarvan hieronder een uittreksel wordt geciteerd:
Hetgeen me zo verbaast, zegt God, dat is de hoop. Ik kan het niet geloven. De kleine hoop die wel op een niemendalletje lijkt. Het kleine meisje hoopt […] op de hobbelige weg naar het heil, op die eindeloze weg, op de weg tussen haar twee zussen (het geloof en de naastenliefde); de kleine hoop gaat vooruit. […]. Het christen volk ziet slechts de twee grote zussen en heeft alleen voor [hen] aandacht. Het ziet nauwelijks de weg die in het midden ligt […], en toch is het deze, de kleine weg, die alles aandrijft.”

Maar wat is “hoop”? Wat onderscheidt haar van een verwachtend uitkijken. Dit laatste is ook een heel belangrijk gevoel dat we met alle mensen delen. In zijn brief reikt Paulus twee ontegensprekelijke elementen aan die de hoop laten ontluiken. Het eerste aspect ligt hem in het feit dat God in de kern van onze ontreddering op ons doorzettingsvermogen en onze trouw blijft rekenen. Het tweede aspect is het gegeven dat “Gods Liefde door de kracht van de Heilige Geest in het hart van de mensen is uitgestort. De Geest werd ons als een mild geschenk gegeven" (Rom 5, 5). Duidelijker gesteld: indien men gewoon de verwachting koestert dat alles weer goed zal gaan, dat het onheil voorbij zal trekken, dat men naar de vroegere toestand kan terugkeren, dan moet men vaststellen dat de échte hoop veel krachtiger is. De hoop draagt de overtuiging dat Gods Liefde alles overwint, ja zelfs de ergste werkelijkheid. Het kwade, het lijden, ja zelfs de dood zullen nooit het laatste woord hebben. Ziedaar de ware betekenis van dit kleine anker in ons leven. Het zit misschien diep onder het wateroppervlak verborgen, maar het is zó belangrijk.

Deze hoop is ons in Christus geschonken, in Hem die in Zijn Paasmysterie de dood wist te overstijgen en verrezen is. Hij heeft de Geest aan de Kerk geschonken, aan elkeen die zijn volgeling willen zijn. Daarom precies is de herdenking van de overledenen nooit zomaar een profane viering van de vele herinneringen. Natuurlijk is het dit ook. “We shall never forget them” horen we elke avond onder de Menenpoort te Ieper. Maar ook zij die wij vergeten zijn, blijven in de christelijke hoop ingeschreven. Wij hebben immers de zekerheid dat “noch de dood, noch het leven [… ], noch het heden, noch de toekomst […], noch macht in de hoge of in de diepte, geen enkel ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer aanwezig is” (Rom 8, 38-39).

Het Evangelie van de waker (Lc 12, 35-40) verduidelijkt de eigenlijke betekenis van onze waakzaamheid, onze standvastigheid en onze trouw op de “hobbelige weg naar het heil” (Ch. Pégue). 1. Het is een voortdurend verlangen om de Heer die aan de deur van ons hart aanklopt, in ons leven te ontvangen. 2. Deze oplettendheid gaat over in een wezenlijke attitude van dienstbaarheid en keert zich aldus naar de andere. 3. Het is een radicaal vertrouwen: Ja Hij komt, want Hij is “de God die was, die is en die komt” (Apk 22, 20). “maran tha”, hetgeen zowel begrepen kan worden als Kom Heer Jezus” als “de Heer komt!

In gemeenschap met de Kerk van de Hemel, in gemeenschap met die ons zijn voorgegaan, gekend of ongekend, in gemeenschap met de Kerk zwervend op deze aarde, leven wij verankerd in de hoop “die niet wordt teleurgesteld”. Diep in ons hart is er dat zacht en zoet gefluister; “Kom, Heer Jezus!”

+Jean Kockerols



 


Een virtuele kruisweg voor de vasten in Jeruzalem

 

6 maart 2021 door LdS

“Hic – Sur le chemin de la Croix » is de naam van een project dat door de Custode van het Heilig Land in deze bijzondere tijd die door de gezondheidscrisis en de daaruit volgende beperkingen wordt gekenmerkt, is opgestart.

Vanwege de strenge beperkingen die aan de pandemie verbonden zijn, is het Heilig Land voor pelgrims zo goed als onbereikbaar geworden. Dankzij dit nieuwe initiatief zullen zij tijdens de vastenperiode op een virtuele wijze de Via Dolorosa in Jeruzalem kunnen gaan en zo, stap na stap de weg kunnen afleggen die Christus van bij zijn geseling tot aan de plaats van de kruisiging heeft afgelegd. Dat leren wij uit een nota die door de Custode werd gepubliceerd.

Aan elke statie wordt een korte videomontage gepresenteerd met beelden van de Heilige Stad waar zich de episoden die in de evangelies worden verteld, hebben afgespeeld. De geestelijken van de Custode verzorgen vervolgens ook een bezinningsmoment, elkeen in zijn moedertaal en in relatie met de verschillende heiligdommen in de regio. In totaal zullen er dertien video’s beschikbaar zijn, een voor elke statie van de kruisweg. Deze zullen in evenveel talen van commentaar worden voorzien. Zo vormen zij als het ware ook een “getuigenis van het feit dat de Franciscanen van de Custode van het Heilig Land een internationale fraterniteit vormen.”

De video’s zullen elke woensdag en elke vrijdag van de vasten via Facebook, Twitter en Instagram door de Custode worden verspreid. De virtuele kruisweg eindigt op 30 maart en zal dan plaats ruimen voor de plechtige vieringen van de Paasdriedaagse en van het Paasfeest zelf.

Bron: Vatican News - IP

Foto & vertaling: Luk De Staercke



 


Zegeningsgebed voor de nieuwe Landscommandeur

 

28 juni 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Hieronder volgt het zegeningsgebed dat de Grootprior van de Landscommanderij heeft uitgesproken naar aanleiding van de liturgische aanstelling van de nieuwe Landscommandeur van de Belgische Landscommanderij van het Heilig Graf van Jeruzalem. Deze had plaats op 13 juni 2020 in de kapittelkerk te Brussel.

Heer, wij vragen U Uw dienaar Damien, onze nieuwe Landscommandeur, te zegenen. Wij zeggen dank voor de gaven die U hem hebt geschonken en wij vragen U om deze vruchten te laten dragen, dit tot Uw glorie en tot het welzijn van velen.

Laat door de gave van Uw Heilige Geest zijn hart vervuld worden van Uw vrede, van Uw vreugde, Uw welwillendheid en Uw rust. Kom en zegen zijn zending, maak ze sterk en volhardend.

Omring hem met de medewerkers waar hij nood aan heeft en dit in eenheid met heel de Kerk. Moge hij voor onze Landscommanderij een goede herder zijn en zo Christus zelf navolgen in de geest van Zijn Evangelie.

Moge hij een hulp zijn voor alle leden van onze Landscommanderij in de verdieping van hun geloof en in hun liefde en toewijding voor het Heilig Land. Moge hij zich steeds toevertrouwen aan het gebed van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina.

Ja Heer, zegen onze nieuwe Landscommandeur, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.



 


Homilie bij de installatieplechtigheid van de nieuwe Belgische Landscommandeur

 

28 juni 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Hieronder volgt de tekst van de homilie die Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de Belgische Landscommanderij van het Heilig Graf van Jeruzalem op 13 juni 2020 hield naar aanleiding van de liturgische installatie van de nieuwe Landscommandeur.

Wanneer wij een nieuwe landscommandeur installeren, is Gods Woord de formele leidraad, niet zozeer administratief, als wel liturgisch en dus kerkelijk. Er wordt hier geen decoratie uitgereikt, geen ereteken of insigne. Dit alles zijn slechts uiterlijke tekenen. Maar wat telt en dus ook fundamenteel is, is het feit dat de Kerk een charisma erkent en dat ze hieraan een zending toevertrouwt.

Hoofdstuk 12 uit de Brief aan de Korintiërs maakt ons dit heel goed duidelijk. Een charisma is een gave van de Heilige Geest. Hetgeen God aan een mens schenkt, dient niet tot de eer en de glorie van de ontvanger, maar tot “welzijn van de hele gemeenschap”. Men kan fier zijn deze gave ontvangen te hebben, maar boven alles dient men hier erkentelijk om te zijn. Men moet dankbaar zijn omwille van het charisma maar bovenal dankbaar zijn om haar oorsprong.

Maar eigenlijk bevindt men zich vanuit dit geschenk ook in een bemiddelingspositie. Een geschenk van God wordt immers veronderstelt vruchten op te brengen. Wij bidden dan ook dat deze zending die aan de nieuwe Landscommandeur wordt toevertrouwd, bijzonder vruchtbaar mag zijn. Van hem wordt verwacht dat hij met de hulp van zijn Raad het bijzonder charisma van elkeen beschikt weet te onderscheiden. Het komt erop aan deze te ontdekken en te bevestigen. In feite gaat het er in zekere zin om de Heilige Geest in de mogelijkheid te stellen zich te uiten. Wat voor een prachtige zending wordt hier meegegeven: de zending om de dienaar van de Geest te zijn.

Het Evangelie van de Heilige Johannes leert ons net als de Psalm Jezus kennen als de Goede Herder. Hij kent zijn schapen bij hun naam en Zijn stem klinkt hen vertrouwd in de oren. In Hem stellen zij hun vertrouwen om hen naar de goede weiden te leiden. Hij is de Herder, maar Hij is tegelijk ook de toegangspoort langs waar men het ware leven kan betreden. Hij is het die ons leven vruchten laat dragen.

Daarom moet elke pastorale zending zijn wortels hebben in de zending van de Goede Herder. En de zending van een landscommandeur ís een pastorale zending. Het is een zending van begeleiden en vergezellen, een zending die de weg baant. Maar indien hij zich vandaag geroepen weet door deze herderlijke zending, dan is dit omdat hij zichzelf telkens weer ten aanzien van de Meester, ten aanzien van Jezus wegcijfert. Hij richt immers de aandacht naar boven, naar de verte. En vaak stelt hij zichzelf dan de vraag: “Wat zou Jezus nu gedaan hebben? Wat zou Hij nu hebben gezegd?”

Laten we dus dankbaar zijn voor het charisma van ieder van ons en in het bijzonder voor deze van diegene die wij heden zegenen. Laten wij de zending die de Landscommandeur vandaag toegewezen krijgt een vaste plaats in onze gebeden toekennen. Moge zijn zending zich ontplooien in de voetsporen van Christus, moge het beeld van de Goede Herder hem voortdurend inspireren.

+ Jean Kockerols, 13 juni 2020



 


Het Trinitaristisch geloof

 

8 juni 2020 2020 door LdS

Wanneer we het over ons verblijf hebben, dan denken we niet zozeer aan ons huis en aan de vier muren waartussen wij ons bevinden. We denken evenmin aan diegenen die er wonen: ons vader, ons moeder, onze broers en zussen. Was je al ooit eens in een plaats waar niemand op je wacht? Heeft een leven in de leegte tussen vier muren wel enige zin? Welnu, heeft leven in een leegte zonder geloof dan wel zin? Het Trinitaristisch geloof, het geloof vanuit de Drie-Eenheid, hebben wij via het Sacrament van het Doopsel ontvangen. Dit voert ons binnen in de grote familie. Ik geloof in God de Vader, in onze Heer Jezus Christus en in de Heilige Geest, de Vertrooster. We hebben het hier niet over een theorie, maar over Personen. Maar dit is inderdaad niet gemakkelijk te bevatten.

Het gebaar van het kruisteken wordt zo vaak heel onbewust gesteld, soms zelfs vanuit een bijgelovige reflex, maar soms evengoed vanuit een diepe overtuiging. Maar waarvan is men dan overtuigd? Het antwoord op die vraag voert ons naar de kern van het doopselgeloof. Dit is inderdaad de eerste vraag die een gedoopte wordt gesteld: “Wat richt je nu precies in de Kerk van God allemaal uit? Wat zoek je daar?”

Wie de kern van een vraag raakt, treedt meteen binnen in de elementaire vraag naar het waarom. En onze vragen zijn talrijk. Maar hier betreft het niet zomaar een louter menselijke vraag, maar gaat het eerder om een “bovennatuurlijke” kwestie. En toch weet ze ons te raken. Wanneer ik mezelf tevreden stel met hetgeen men mij over het geloof vertelt, dan is de zaak meteen gesloten. Maar wanneer men een gebouw met een “sprekend” uiterlijk bekijkt, houdt dit dan ook in dat men de schoonheid van het interieur kent? Aanvaarden dat er een God bestaat, betekent dit ook dat men die God kent? De deur naar het antwoord op zo’n wijze openen dat wij maar eventjes een glimp krijgen van het Godsmysterie zal ons niet veel verder helpen, zeker niet wanneer men in gezelschap verkeert en nog veel minder wanneer ons gezelschap in dit huis thuis hoort en ons alleen maar op de zo gekende en geëigende manier toespreekt. Men kan natuurlijk wel over God schrijven, maar dat is toch nog iets anders dan Hem kennen en Hem ontmoeten.

Onze gids op weg naar deze mysterieuze ontmoeting, is Jezus zelf. Hij laat ons toe om tegelijk de kennis omtrent God en de ontmoeting met de Vader te kunnen ervaren. Wellicht hadden we nooit durven dromen om op dergelijke manier geïntroduceerd te worden. Zoveel mensen hebben ons immers van alles over de Heilige Drievuldigheid te vertellen. Het is een leerboek in de studie van de theologie en in de theologische universiteiten is het een verplicht kennisonderdeel. Ook de kerkvaders en de theologen hebben hierover boeken vol geschreven en ook deze worden bestudeerd. Wat ik hierover dus wil zeggen of meedelen, betekent wellicht niet zóveel of is misschien zelfs onhandig geformuleerd. Maar toch geniet de bron waaraan dit alles is ontleend de opperste autoriteit, met name Christus zelf.

Het is inderdaad Christus die ons de innerlijke en waarachtige natuur van God onthult, waar wij, menselijke wezens mee te maken krijgen: God is Liefde, God is Leven. God is een Gemeenschap van Personen. Het leven van God is niet dat van een eenzaam wezen dat in zichzelf besloten leeft. Zijn wezen is drievoudig, het is de Drievuldigheid. Zijn wezen is gemeenschap en het staat open naar buiten toe. Het is – om het zo te zeggen – de woonplaats van de Vader (de term is ontleend naar analogie met de menselijke natuur), van de Zoon die de gezegende naam Jezus draagt, en van de Verlosser, dit wil zeggen de Heilige Geest, Hij die het leven geeft.

Reflecteren over de Heilige Drievuldigheid is geen spreken in termen van rekenkundige formules of algoritmen, evenmin over een postulaat uit het christelijk geloof, het is een verwijzen naar ons leven in God die zich laat kennen. God liet zich kennen als een stem over het water van de Jordaan. Het was de stem van de Vader die weerklonk wanneer Jezus in onze wereld werd opgenomen en die Hij als Zijn Zoon kenbaar maakte. God vraagt ons in Zijn Zoon te geloven: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.” (Mt 3, 17). Op Zijn beurt roept Jezus tot de Vader: “Abba, Vader” (Mc 14, 36). Dit is de uitdrukking van een familieband in een “natuurlijk” relatie. Deze mededeling vinden we eveneens terug in het geweldige gebed: “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde” (Mt 11, 25), een aanroeping waarin Jezus verklaart dat niemand anders de Vader kan kennen dan de Zoon die de Vader openbaart.

Maar gaat het hier enkel om een openbaring? Filippus, de nieuwsgierige en attente leerling, vriend van Nathaneël, vraagt met aandrang aan de Meester de betekenis van de band met Zijn Vader: “Waarom spreek Je zo vaak over de Vader,” zegt hij, “laat ons de Vader zien, dan zijn wij tevreden” (Joh 14, 8).Gaat het hier om ongeduld of om de behoefte om te begrijpen?

Wie in twijfel verkeert, is iemand die in de mist ronddwaalt en poogt eruit te geraken. Maar het getuigt van stoutmoedigheid om zoals Mozes de Shekinà, de heilige tent, binnen te gaan. Daar bevond hij zich in de aanwezigheid van de Allerhoogste die tussen Mozes en het volk een wolk liet nederdalen. Daar sprak de Heer tot hem (cfr. Ex 33, 7-11). Mozes voelde zich zodoende beschermd, zoals in de holte van een rots, of nog beter, in de palm van een liefdevolle hand (cfr. Ex 33, 21-23).

Jezus gaf Filippus als antwoord: “Ik ben al zolang bij jullie, Filippus, en je hebt Me nog niet leren kennen?. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan nog zeggen: ‘Laat ons de Vader zien?’ Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij? (Joh 14, 9-10). Geloof je niet dat Ik u uit Liefde heb gekozen, dat uw leven mij dierbaar is, dat de melaatse die bijna genezen is zich in het hart van Gods Barmhartigheid bevindt, dat God niet onverschillig blijft bij de tranen van een vader en een moeder? “Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij” (Joh 14, 11); de werken die ik verricht, zijn ook die van Hem.

Op dat moment, indien we ons nog wat dieper in het goddelijke leven laten begeleiden, horen wij hoe Jezus ons ook spreekt over een “gift”, of beter nog, over diegene die Hij naar ons zal sturen: “voor jullie eigen bestwil moet Ik weggaan; doe Ik dit niet, dan zal de helper niet tot jullie komen” (Joh 16, 7). Deze Persoon heeft dus een naam, de Vertrooster, die Jezus naar de ontluikende Kerk stuurt. De apostelen leerden Hem goed kennen, want Hij zou de dag van Pinksteren komen. Hij kwam als een vuur en Hij ontstak in hen het vuur van de waarheid. Hij zou voor hen een metgezel zijn, een actieve en heiligende kracht die hen zou bezielen. Zo konden zij demonen bevechten, zieken genezen, het Woord van Jezus verkondigen, de vervolgden ondersteunen. Zij konden van dan af aan zonden vergeven, onderwijzen en bidden. Ze droegen in zich dezelfde kracht als de Verrezen Heer. Zij vormden de eerste Gemeenschap van gelovigen, de Kerk, om het Rijk Gods te verkondigen en zij voelden voortdurend de eenheid vormende aanwezigheid van de Vertrooster. Zij handelden in de kracht van de Geest die de passen van de Kerk zou leiden en bezielen. Dit besef gaf hen de zekerheid dat zij door een goddelijk aanwezigheid vergezeld werden. De Apostel Paulus stelde duidelijk dat in het geloof “de Geest zelf het getuigenis van onze geest bevestigt dat wij kinderen van God zijn… erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus” (Rom 8, 16-17). God vergezelt eveneens de geschiedenis en blijft nooit onverschillig voor menselijke fouten zoals oorlogen, haat, discriminatie, egoïsme, uitsluiting of het plunderen van de schepping.

De Kerk is dus in de Drie-Eenheid ontstaan, als Volk van de Vader, het Lichaam van Christus en de Tempel van de Heilige Geest. De Vader is hiervan de architect, Jezus als nederige Zoon is de arbeider van de Vader en de Heilige Geest is de waarborg dat de Kerk voor altijd in de Waarheid zal bestaan die door Christus wordt gedragen.

Op een keer vertelde mij een kind tijdens de catechese dat het niet begreep wat de Drievuldigheid betekende. Ik nam drie afzonderlijke kaarsen, stak die aan en bracht ze samen. De drie kleine vlammetjes werden één onverdeelde vlam. Daarna nam ik hen weer uit mekaar en we kregen opnieuw drie aparte vlammen met elk eenzelfde licht, een zelfde warmte en eenzelfde energie. Eenmaal opnieuw verenigd, vormden ze weer die éne vlam, dat éne licht, die éne warmte. En de jongen zei me dat hij het begrepen had. Dit voorbeeld volstond dus blijkbaar.

God overstijgt als in een wervelwind alle menselijke rede en laat ons binnetreden in Zijn leven. Uit dit leven zijn wij voortgekomen, naar dit leven zullen wij ook terugkeren. De Drie-Eenheid is een énige God die ons toebehoort want hij is onze goddelijke familie, ons gastvrij en eeuwige huis.

Fernando Kardinaal Filoni,
Grootmeester

vertaling: Luk De Staercke



 


Lezingen voor het Feest van de Heilige Drie-Eenheid – Liturgisch jaar A

 

8 juni 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Ex 34, 4b-6; 8-9)

“De Heer! De Heer is een barmhartige en medelijdende God”

Lezing uit het Boek Exodus

In die dagen besteeg Mozes ’s morgens vroeg de Sinaï,
zoals de Heer hem bevolen had.
De twee stenen platen nam hij mee.
De Heer daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan
en riep de naam van de Heer uit.
De Heer ging hem voorbij en riep:
“De Heer! De Heer is een barmhartige en medelijdende God,
groot in liefde en trouw”.

Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
Toen sprak hij: “Och Heer,
wees zo goed en trek met ons mee.
Dit volk is wel halsstarrig
maar vergeet toch onze misdaden en zonden,
en beschouw ons als uw eigen bezit.”

Woord van de Heer

Tussenzang (Da 3, 52, 53, 54, 54, 56)

R/ U komt de lof toe in alle eeuwen

Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer Vaderen,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen uw heilige roemrijke Naam,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in het huis van uw glorie,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij, op de troon van uw koninkrijk,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij, die de diepten doorschouwt,
tronend op kerubs, in alle eeuwen.

Geprezen zijt Gij in de koepel des hemels,
U komt de lof toe in alle eeuwen.

Tweede lezing (2 Kor 13, 11-13)

“De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest”

Lezing uit de tweede Brief van de Heilig Apostel Paulus aan de christenen van Korinthe

Broeders en zusters,

Laat alles weer goed komen,
neemt mijn vermaning ter harte,
wees eensgezind, bewaart de vrede,
en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
Groet elkander met de heilige kus.
U groeten alle heiligen.
De genade van de Heer Jezus Christus
de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest
zij met u allen.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 3, 16-18)

“God heeft Zijn Zoon gezonden, opdat door Hem, heel de wereld zal gered worden”

Halleluja. Halleluja.
Eer aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest,
God die is, en die was en die komt.
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd zei Jezus tot Nikodeus:
“Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven,
opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan,
maar eeuwig leven zal hebben.
God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gezonden
om de wereld te oordelen,
maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.
Wie in Hem gelooft, wordt niet geoordeeld?
maar wie niet gelooft, is al veroordeeld
omdat hij niet heeft geloofd
in de Naam van de enig geborenen Zoon van God.”

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Gemeenschapsmissaal 1992)



 


De Hemelvaart van de Heer

 

3 juni 2020 2020 door LdS

Even bezinnen in het gezelschap van Kardinaal Fernando Filoni

Wat wil dit eigenlijk zeggen: de Hemelvaart van de Heer? Wij hebben deze gebeurtenis via de Handelingen van de Apostelen leren kennen (Hnd 1, 9-11). Maar ook Marcus heeft het er op het einde van zijn evangelie even over (Mc 16, 19) en vervolgens ook nog Lucas (Lc 24, 50), die het verhaal in de Handelingen nog even precies zou hernemen om de tijd van Jezus nog eens duidelijk met de tijd van Kerk te verbinden. De twee evangelisten die het hadden over het leven van de Heer, over Zijn dood en Verrijzenis, brengen ook nog enige informatie betreffende het heengaan van de Heer. Veertig dagen na de Verrijzenis schoof de Verrezen Heer duidelijk alle verwachtingen opzij van diegene die nog op de politieke restauratie van Israël zaten te wachten. Jezus begeleidde zijn volgelingen naar Bethanië en Hij herinnerde hen eraan dat zij Zijn getuigen in Jeruzalem, in Judea en in Samaria, ja zelfs tot in alle uithoeken van de wereld, zouden zijn. En toen zagen ze Hem opstijgen tot een wolk Hem aan hun blik onttrok (Hnd 1, 11).

Met deze laatste suggestieve woorden kwam er een einde aan de historische periode van Jezus die in ons midden heeft geleefd. Waren de leerlingen bedroefd of gewoon met verstomming geslagen? Binnendringen in het hart van de mensen, is niet altijd eenvoudig. In werkelijkheid zien wij een laatste geruststellende zegening vanwege de Heer, die, net voor Hij zich aan hun blik onttrok, hen nog troost en sterkte had gegeven. Nu kunnen zij “in grote vreugde naar Jeruzalem terugkeren” (Lc 24, 52) om er met hun getuigenis over Jezus te beginnen. Zoals Paus Benedictus XVI in zijn “Jezus van Nazareth” neerschreef, is met de Hemelvaart van Jezus de aanwezigheid van de Heer niet langer ruimtelijk maar wordt ze goddelijk. Jezus gaat niet zomaar “ergens” heen, maar Hij treedt in de Drie-éénheid binnen. Dit maakt het Hem mogelijk om nog in dezelfde tijd te vertoeven, maar dan wel op een andere wijze. Hij is bij ons aanwezig, Hij staat ons terzijde, maar zijn manier om “terug te keren” voltrekt zich op een totaal nieuwe wijze. Inderdaad, zegt de Heilige Paulus, wij herkennen Hem niet langer in het lichaam (cfr 2 Ko 5, 16), maar in het geloof en in de genade van het doopsel.

Nadat de Kerk de hele weg van de incarnatie tot de dood en Verrijzenis heeft doorlopen, besluit zij met dit liturgisch feest ook de cyclus van de gebeurtenissen die met het leven van Jezus verbonden zijn. De liturgische tijd die hierop volgt zal aan de reflectie over de werken en de prediking van Jezus gewijd worden. Dan gaat het over het ontstaan van de Kerk (Pinksteren), de grote mysteries van het geloof (de Heilige Drievuldigheid, Sacramentsdag en Christus Koning), over de nagedachtenis van Maria en de heiligen tot de gebeurtenissen die met de kracht van de Heilige Geest de Kerk tot groei brachten (Missiezondag, roepingenzondag en de dag van het Godgewijde leven).

Met Hemelvaart keert Jezus dus terug naar de Vader en naar de vereniging in de Drievuldigheid. Hij neemt hierbij als waarachtig mens heel zijn menselijke ervaring met zich mee. Het gaat hier niet zomaar om een aspect van bijkomstig belang. Alhoewel Hij sindsdien van een glorieus bestaan geniet, betekent het feit dat Hij heel zijn eigen menselijkheid met zich meedraagt, dat hij niets van hetgeen Hij beleeft heeft, verwerpt. Neen werkelijk niets! Analoog hiermee kunnen we gerust stellen dat Hij God met deze ervaringen heeft “verrijkt”. Jezus draagt heel dit beeld met zich mee naar de Vader: Zijn incarnatie in het lichaam, Zijn menselijke en religieuze opvoeding, Zijn bewuste belevenissen in een familie, Zijn geloof zoals Hij dit in de Hebreeuws traditie heeft beleefd, alle vormen van een rijke variatie aan menselijke relaties, Zijn gevoelens ten aanzien van zijn Moeder en zijn vader, zijn medeburgers, de vrouwen, zijn vijanden, de Romeinen, zijn aanklagers, zijn weldoeners, de farizeeërs, de priesters in de tempel, de apostelen… Hij droeg evenzeer de ervaringen met zich mee die Hij overhield aan zijn participatie aan het dagelijkse leven van de mensen, zijn emoties bij de dood van zijn vriend Lazarus en van de zoon van de weduwe van Naïm, zijn solidariteit met de melaatsen, zijn strijd om de bezetenen van hun demon te bevrijden, maar evengoed het besef van de honger en zijn gevoel bij de bekoring, bij het verraad, bij de (doods)angst en bij de harten en de geesten die zich voor Hem afsloten. Evengoed droeg Hij voor altijd de vreugde met zich mee die Hij bij het gebed mocht ervaren en waarmee Hij zijn leerlingen op die wijze wist te boeien, de diepe vreugde van zij die vergiffenis hadden gekregen, de vurigheid van hen die zich door het brood verzadigd wisten, het niet te onderdrukken geluk van diegenen die zich van ziekten genezen wisten en zo hun verstoten zijn uit de samenleving beëindigd zagen, de dankbaarheid van de armen en de bewondering voor de natuur: “kijk naar de vogels in de lucht, naar de lelies in het veld” (cfr. Mt 6, 26-28)… samengevat, alle aspecten van heel zijn bestaan in ons midden. Maar Hij droeg in zijn geest evengoed zijn ervaring mee van de pijn die Hij in zijn eigen lichaam had ervaren: zijn onrechtvaardige veroordeling, de diepste vernederingen, de verlatenheid en fysieke martelingen en de vele wonden die nooit zouden genezen. Hiermee zou Hij voorgoed het begrip van de Vader voor ons, lijdende mensen, afsmeken. En tenslotte ook nog de ervaring van de dood. Ons liet Hij het onderricht als een leermeester met gezag: “bemin uw vijanden en bid voor uw vervolgers” (cfr. Mat 5, 44).

Jezus, met de Hemelvaart neemt Zijn historische ervaring een einde, maar ze luidt tegelijk een nieuwe relatie met ons in. “En Ik, Ik zal voor altijd bij u zijn, tot het einde der tijden” (Mt 28, 20) en Hij beloofde ons tegelijk “de kracht van de Geest die over ons zou nederdalen” (Hnd 1, 8). Vertrouwen hebben of niet??? Hier komt het geloof in het spel. De Kerk leeft nu in het licht van deze belofte en van het geloof in haar zending om in alle naties volgelingen te maken, ze te dopen om hen in het leven van de goddelijke Drie-eenheid binnen te voeren. Dit is voor ieder een onvergelijkbare openbaring, een uniek geschenk.

Wanneer wij belijden dat Jezus ten hemel is opgestegen, dan weten wij vandaag dat wij ons voor een vooruitzicht op een ander bestaan bevinden. In dat leven is de Verrezen Heer ons voorgegaan. Het gaat niet om een ingebeelde leegte, integendeel, Jezus zegt: “Het is beter voor u dat Ik wegga, want mocht ik niet weggaan, dan zou de Helper nooit tot u komen, maar als ik heenga, dan zal ik Hem naar u zenden” (Jh 16, 7).

Met de Heilige Geest begint voor de Kerk een nieuwe tijd en een nieuwe zending. Zoals voor Maria zal de Heilige Geest van de Kerk in de vreugde van het moederschap een vruchtbare moeder maken. Maar ze zal evengoed, zoals elke moeder, om elk verloren kind moeten lijden.

Maria en de Kerk… ze hebben dezelfde opdracht om Jezus te dragen.

Fernado Kardinaal Filoni in het plechtig gebeuren van de Hemelvaart van de Heer 2020

vertaling: Luk De Staercke



 


Lezingen voor de zevende zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

 

27 mei 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Hnd 1, 12-14)

“Zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen,
keerden de apostelen van de Olijfberg naar Jeruzalem terug.
Deze berg ligt dicht bij Jeruzalem op sabbatsafstand.
Daar aangekomen gingen ze naar de bovenzaal waar ze verblijf hielden:
Petrus en Johannes, Jacobus en Andreas
Filippus en Thomas, Barthelomeüs en Mattheüs,
Jacobus, zoon van Alfaeüs,
Simon de ijveraar en Judas, de broer van Jacobus,
zij allen bleven eensgezind volharden in het gebed
samen met de vrouwen, met Maria, de moeder van Jezus,
en met zijn broeders.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 26 [27], 1, 4, 7-8)

R/ Ik reken erop nog tijdens mijn leven
de weldaden van de Heer te ervaren.

De Heer is mijn licht en mijn leidsman,
wie zou ik vrezen;

De Heer is de schuts van mijn leven,
voor wie zou ik bang zijn

Eén ding vraag ik slechts de Heer,
meer zal ik niet wensen:
dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef.

Dat ik de beminnelijkheid van de Heer mag ervaren,
zijn tempel weer met eigen ogen mag zien.

Wil luisteren, Heer, naar mijn roepende stem,
heb medelijden en wil mij verhoren.

Tot U spreekt mijn hart, naar U zie ik op,
uw aanschijn, Heer, tracht k te zien.

Tweede lezing (1 P 4, 13-16)

“Prijs u gelukkig, wanneer men u hoont om de naam van Christus”

Lezing uit de eerste Brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Verheug u in de mate dat gij deel hebt aan het lijden van Christus;
dan zult gij juichen van blijdschap,
wanneer Zijn heerlijkheid zich openbaart.
Prijst u gelukkig, als men u hoont om de naam van Christus:
het is het teken dat de Geest der heerlijkheid,
die de Geest van God is, op u rust.
Zorgt dat niemand van u te lijden heeft
als moordenaar of dief of als boosdoener of aanbrenger.
Maar wie als christen lijdt, moet zich niet schamen,
maar God eren met de naam.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 17, 1b-11a)

“Vader, verheerlijkt Uw Zoon”

Halleluja. Halleluja.
Ik zal u niet verweesd achterlaten
Ik ga, en Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verblijden.
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen op ten hemel en zei:
“Vader, het uur is gekomen.
Verheerlijkt uw Zoon, opdat de Zoon U verheerlijke:
Gij hebt Hem immers macht gegeven
over alle mensen om eeuwig leven te schenken
aan allen die Gij Hem gegeven hebt.
En dit is het eeuwig leven, dat zij U kennen, de enige ware God
en Hem die Gij gezonden hebt: Jezus Christus.
Ik heb U op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen
dat Gij Mij hebt opgedragen te doen.
Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf
en geef Mij de heerlijkheid,
die Ik bij U had eer de wereld bestond.
Ik heb Uw naam geopenbaard aan de mensen
die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
U behoorden ze toe;
Mij hebt Gij ze gegeven
en zij hebben uw woord onderhouden.
Nu weten zij dat al wat Gij Mij gegeven hebt van U komt.
Want de boodschap die Gij Mij hebt meegedeeld,
heb ik hun meegedeeld, en zij hebben ze aangenomen
en naar waarheid erkend dat Ik van U ben uitgegaan,
en zij hebben geloofd dat Gij Mij hebt gezonden.
Ik bid U voor hen.
Niet voor de wereld bid Ik,
maar voor hen die Gij Mij gegeven hebt,
omdat zij U toebehoren.
Al het mijne is van U en het uwe is van Mij.
Zo ben ik in hen verheerlijkt.
Ik blijf niet langer in de wereld,
zij echter blijven in de wereld,
terwijl Ik naar U toe kom.”

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Gemeenschapsmissaal 1992)



 


Lezingen voor de zesde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

 

19 mei 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Hnd 8, 5-8; 14-17)

“Petrus en Johannes legden hen de handen op en zij ontvingen de Heilig Geest”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen, kwam Filippus, een van de zeven,
in Samaria aan en predikte hen de Messias.
Als ze hem hoorden spreken en de tekenen zagen die hij verrichtte,
was iedereen in de ban van Filippus’ woorden.
Want velen van hen die onreine geesten hadden
– onder luid geschreeuw gingen zij eruit –
en vele verlamden en kreupelen werden genezen.
Daar ontstond grote vreugde in die stad.

Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden
dat Samaria het woord van God had aanvaard,
stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe.
Ze gingen daarheen en baden voor hen
dat ze de heilige Geest mochten ontvangen,
want die was nog op niemand van hen neergedaald.
Ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus.
Daarop legden ze hen de handen op
en zij ontvingen de Heilige Geest.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 65 [66], 1-3a; 4-5; 6-7a; 16-20)

R/ Heel de aarde, juich voor God,
zing een lied op zijn heerlijke naam.

Heel de aarde, juich voor God,
zing een lied op zijn heerlijke naam
een loflied dat zijn glorie erkent;
en het luidt: “Hoe ontzagwekkend zijn uw daden”;

Heel de aarde moet buigen voor U,
zingen voor U, een lied zingen op uw naam.
Kom en zie de werken van God,
bij de mensen gevreesd door zijn daden

Hij heeft de zee begaanbaar gemaakt,
en te voet vertrokken ze door de stroom:
laten wij ons om Hem verheugen.
In zijn almacht heerst Hij over de wereld.

Kom dan en luister naar mijn verhaal,
iedereen die ontzag kent voor God,
luister naar wat Hij gedaan heeft voor mij.

God is gezegend:
mijn gebed heeft Hij niet afgewezen
en zijn liefde heeft Hij mij niet ontzegd.

Tweede lezing (1 P 3, 15-18)

“Hij is gedood naar het lichaam, maar tot leven gewekt door de Geest”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Heilig in uw hart Christus als de Heer
altijd bereid tot verantwoording
aan ieder die rekenschap vraagt
van de hoop die in u leeft.
Maar doe het met zachtmoedigheid en respect,
en vanuit een zuiver geweten.
Dan zullen die honers van uw goede christelijke levenswandel
beschaamd staan met hun laster.
Het is beter te lijden voor het goede dat men doet,
zo God dat wil, dan voor het kwaad dat men bedrijft.

Ook Christus heeft eens en voorgoed geleden voor de zonden,
de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen,
om u tot God te brengen.
Hij is gedood naar het lichaam,
maar tot leven gewekt door de Geest.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 14, 15-21)

“Ik zal de Vader vragen u een andere helper te geven”

Halleluja. Halleluja.
Wie Mij liefheeft, zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft
en wij zullen naar Hem toegaan.
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen :
“Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag.
En Ik zal de Vader vragen jullie een andere helper te geven,
die voor altijd met jullie zal zijn, de Geest van de waarheid.
De wereld kan Hem niet ontvangen,
omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent;
jullie kennen Hem wel,
want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.

Ik laat jullie dus niet verweesd achter;
Ik kom bij jullie terug.
Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer,
terwijl jullie Mij wel zullen zien?
want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven.
Op die dag zul je inzien dat Ik in mijn Vader ben,
en dat jullie in Mij zijn zoals Ik in jullie ben.
Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter harte neemt,
die is het die Mij liefheeft,
en wie Mij liefheeft, zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft,
en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.”

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)



 


Lezingen voor de vijfde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

 

10 mei 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Hnd 6, 1-7)

“Zij kozen zeven mannen die vervuld waren van de Heilige Geest”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

In die dagen, toen het aantal leerlingen steeds groter werd,
begonnen de hellenisten te mopperen op de Hebreeën;
ze vonden dat hun vrouwen bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.

De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden:
“Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen
om te kunnen zorgen voor de ondersteuning.
Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden,
die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid.
Hen zullen wij dan met deze zaak belasten,
terwijl wij ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.”

De hele groep stemde met dit voorstel in.

Zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige Geest,
en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs,
een proseliet uit Antiochië.
Ze droegen hen voor aan de apostelen,
en die legden hun na gebed de handen op.

Het woord van God bleef zich verbreiden;
het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog groter,
en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 32 [33], 1-2; 4; 5; 18-19)

R/ Moge uw Liefde, Heer bij ons zijn,
zoals onze hoop in U is!

Rechtvaardigen, juich om de Heer;
wie oprecht is, moet Hem eren.
Speel op de citer een danklied voor de Heer,
maak muziek voor Hem op de harp.

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet getuigt van trouw.
Hij staat voor een rechtvaardig en vast bestel;
de aarde is vervuld van de liefde van de Heer.

Het oog van de Heer rust op degenen die Hem vrezen
en die op zijn liefde vertrouwen.
Hij zal hen vrijwaren van de dood,
hen bij hongersnood in leven houden.

Tweede lezing (1 P 2, 4-9)

“U bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Treedt toe tot Hem, de levende steen,
door de mensen verworpen maar uitverkoren door God
en kostbaar in zijn ogen.
Laat u als levende stenen opbouwen tot een geestelijke tempel,
tot een heilig priesterschap dat geestelijke offers opdraagt,
die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.

Daarom staat er in de Schrift:
“Zie, Ik leg in Sion een kostbare hoeksteen,
die door Mij is uitverkoren.
En degene die op Hem vertrouwt, zal niet worden teleurgesteld.”

Kostbaar, dat geldt voor u die gelooft.
Maar voor de ongelovigen geldt:
De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd,
die is de hoeksteen geworden,
maar ook een steen waaraan men zich stoot,
een rots waarover men struikelt.
Zij stoten zich omdat zij het woord weigeren te gehoorzamen,
en daartoe waren zij ook bestemd.

Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap,
een heilige natie, een volk dat zijn bijzonder eigendom werd
om de roemruchte daden te verkondigen
van Hem die uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderlijk licht.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 14, 1-12)

“Ik ben de weg, de waarheid en het leven”

Halleluja. Halleluja.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven, zegt de Heer,
alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader (Joh 14, 6).
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd vertelde Jezus:
“Jullie moeten je niet zo laten verontrusten.
Jullie geloven in God: geloof zo ook in Mij!
In het huis van mijn Vader kunnen velen hun verblijf houden.
Zou Ik anders gezegd hebben dat Ik wegga
om voor jullie een plaats gereed te maken?
Ja, Ik moet weggaan en voor jullie een plaats gereed maken,
maar Ik kom terug, en dan neem ik jullie bij Me op,
zodat daar waar Ik ben, ook jullie zullen zijn.
En waar Ik heen ga – de weg daarheen is jullie bekend.”

“Maar Heer,” zei Thomas, “we weten niet eens waar U heen gaat;
hoe zou de weg ons dan bekend kunnen zijn?”

Jezus antwoordde: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Alleen door Mij heeft men toegang tot de Vader.
Als jullie Mij hebben leren kennen,
zul je ook mijn Vader leren kennen.
Sterker, nu al kennen jullie Hem en heb je Hem al gezien.”

Hierop zei Filippus: “Laat ons de Vader zien, Heer,
dan zijn wij tevreden!”

En Jezus weer: “Ik ben al zo lang bij jullie, Filippus,
en je hebt Mij nog niet leren kennen?
Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Hoe kun je dan nog zeggen: Laat ons de Vader zien?
Geloof je niet dat ik in de Vader ben en de Vader is in Mij;
De woorden die Ik tot jullie spreek, spreek ik niet uit Mijzelf:
het zijn daden van de Vader die in Mij blijft.
Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij;
of geloof het anders op grond van de daden.
Waarachtig, Ik verzeker jullie: Wie in Mij gelooft,
zal de daden die Ik verricht, ook zelf verrichten;
ja nog grotere zal hij verrichten, want zelf ga ik naar de Vader.”

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)



 


Lezingen voor de vierde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

 

10 mei 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Hnd 2, 14a; 36-41)

“God heeft Hem tot Heer en Messias aangesteld”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

De dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren,
verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe:
“Heel het huis Israël moet zeker weten
dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld,
deze Jezus, die u hebt gekruisigd.”

Toen zij dit hoorden, kromp hun hart ineen
en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen:
“Wat moeten wij doen, broeders?”

Petrus zei tegen hen: “Bekeer u!
Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus
tot vergeving van uw zonden.
Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.
De belofte geldt immers voor u en uw kinderen,
en voor allen ver weg,
die de Heer onze God erbij zal roepen.”

Met nog vele andere woorden getuigde hij,
en hij spoorde hen aan met de woorden:
“Laat u redden uit dit ontaarde geslacht”.

Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen;
en op die dag sloten ongeveer drieduizend mensen aan.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 22 [23], 1-2ab; 2c; 3; 4; 5; 6)

R/ De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige weiden rusten,
Hij voert mij naar vredig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht.

Hij leidt mij op het recht spoor,
omwille van zijn naam.
Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang,
want U bent bij mij:
uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.

Voor mijn ogen dekt U de tafel,
zodat ook mijn belagers het zien;
met olie zalft U mijn hoofd,
mijn beker is tot de rand gevuld.
Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen.

Tweede lezing (1 P 2, 20b-25)

“U bent bekeerd tot de herder en de behoeder van uw zielen”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Indien u geduldig hebt verdragen
wat u te lijden kreeg omwille van uw goede daden,
dan is het dát wat God behaagt.
En het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
u moet in zijn voetstappen treden.

Hij heeft geen zonde gedaan
en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij uitgescholden werd, schold hij niet terug.
Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen.
Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen,
opdat wij afsterven aan de zonden en gaan leven voor gerechtigheid.
Door zijn striemen bent u genezen.
Want u was verdwaald als schapen
maar nu bent u bekeerd
tot de herder en behoeder van uw zielen.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 10, 1-10)

“Ik ben de deur voor de schapen”

Halleluja. Halleluja.
Ik ben de Goede Herder, zegt de Heer
Ik ken mijn schapen
en mijn schapen kennen Mij (Joh 10, 14).
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd vertelde Jezus:
“Waarachtig: Ik verzeker u:
wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt,
maar naar binnen klimt op een andere plaats,
kan alleen maar een dief zijn en een bandiet.
Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem.
Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten.
En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit en zijn schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen ze nooit volgen;
integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.

In deze versluierde taal sprak Jezus de farizeeërs toe,
maar ze begrepen niet wat Hij hen te zeggen had.

Jezus ging dus verder: “Waarachtig, ik verzeker u,
Ik ben de deur voor de schapen.
Al diegene die vóór mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten,
naar hen hebben de schapen niet geluisterd.
Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt, zal gered worden:
die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden.
Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten,
en om verloren te laten gaan;
Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten,
en wel in overvloed.

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)



 


Lezingen voor de derde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

 

28 april 2020 2020 door LdS

Eerste lezing (Hnd 2, 14; 22b-33)

“Het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

De dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren,
verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe:
“Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten,
luister aandachtig naar mijn woorden!
Jezus de Nazareeër is u van Godswege aangewezen
door machtige daden, wonderen en tekenen,
die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis
is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen
aan het kruis geslagen en omgebracht.
Maar God heeft Hem laten opstaan
door een eind te maken aan de weeën van de dood,
want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
David zegt immers over Hem:
‘Steeds hield ik mij de Heer voor ogen
want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong,
ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen.
Want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk
en U zal uw heilige geen bederf laten zien.
U hebt mij wegen ten leven gewezen
en zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.’

Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen
dat hij gestorven en begraven is;
tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.
Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had
dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op de troon,
sprak Hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias:
dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten
en zijn lichaam geen bederf zou zien.
God heeft deze Jezus laten opstaan,
daarvan zijn wij allen de getuigen.
Verhoogd aan Gods rechterhand heeft Hij
de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten;
en dat is wat u ziet en hoort.”

Woord van de Heer

Psalm (Ps 15 [16], 1-2a.5, 7-8, 9-10, 11)

R/ U maakt mij vertrouwd met de weg naar het leven.

Bescherm mij, o God,
Ik neem mijn toevlucht tot U.
Van de Heer zeg ik nu: “U bent mijn Heer.”
De Heer is mijn erfdeel, mijn levensbeker,
mijn lotsbestemming ligt in uw handen.
Ik prijs de Heer die mijn leidsman is;
zelfs ’s nachts spoort mijn hart mij daartoe aan.
Ik hou de Heer voor ogen, de Heer altijd,
Hij staat mij terzijde en ik wankel niet.
Mijn hart is dan ook verheugd,
mijn innerlijk jubelt, mijn lichaam kent geen zorgen,
want U geeft mijn leven niet aan het dodenrijk prijs,
U laat uw vrome het graf niet zien.
U maakt mij vertrouwd met de weg naar het leven?
met overvloedige vreugde bij U,
met groot geluk aan uw rechterzijde, voorgoed.

Tweede lezing (1 P 1, 17-21)

“U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het Lam zonder vlek of gebrek”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Degene die u als Vader aanroept,
is ook de onpartijdige rechter over al onze daden,
heb daarom ontzag voor Hem,
zolang u hier in ballingschap leeft.
U weet dat u niet door vergankelijke dingen, zoals goud en zilver,
bent verlost uit het zinloze bestaan
dat u van uw vaderen hebt geërfd.
U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het lam zonder vlek of gebrek,
dat uitverkoren was vóór de grondlegging van de wereld,
maar pas op het einde van de tijden is verschenen,
omwille van u.
Door Hem gelooft u in God
die Hem uit de doden heeft opgewekt
en Hem de heerlijkheid gegeven heeft.
Daarom is uw geloof in God
tevens hoop op God.

Woord van de Heer

Evangelie (Lc 24, 13-35)

“Zij herkenden Hem aan het breken van het brood”

Halleluja. Halleluja.
Heer Jezus, open voor ons de Schrift!
Moge ons hart in ons branden
terwijl U tot ons spreekt.
Halleluja.

Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs,
dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt.
Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was.

Terwijl zij met elkaar in discussie waren,
voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee.
Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen.
Hij sprak tot hen: “Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?”
Met sombere gezichten bleven ze staan.
Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord:
“Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem
die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?”

“Wat dan?” vroeg Hij. Ze zeiden Hem:
“Wat er gebeurd is met Jezus van Nazareth.
Hij was een profeet, machtig in woord en daad
in de ogen van God en van heel het volk.
Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd
om Hem ter dood te laten veroordelen,
en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.
En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen,
maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is.
Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan.
Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan
en toen ze Zijn lichaam daar niet aantroffen,
kwamen ze terug met het verhaal
dat ze ook nog een verschijning hadden gehad
van engelen die zeiden dat Hij leeft.
Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan
en het bleek zo te zijn al de vrouwen gezegd hadden,
maar Hem hebben ze niet gezien.”

Toen zei Hij tot hen:
“Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip
als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd!
Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnen gaan?”

En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had,
te beginnen bij Mozes en alle Profeten.
Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn,
deed Hij alsof Hij verder wilde gaan.
Met aandrang vroegen ze: “Blijf bij ons,
want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.”

Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.
Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.
Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem,
maar meteen was Hij uit hun zicht verdwenen.
Ze zeiden tegen elkaar:
“Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak
en de Schriften voor ons opende?”

Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem;
Daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen.
Die zeiden: “Waarachtig, de Heer is opgewekt,
aan Simon is Hij verschenen.”

Toen vertelden ze wat er onderweg was gebeurd
en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)



 


Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Pasen 2020

 

26 mei 2020 2020 door LdS

JERUZALEM – Hier volgt de homilie van Mgr. Pierbattista Pizzaballa die hij uitsprak naar aanleiding van het Paasfeest 2020.

Pasen 2020 – Homilie

Heilig Graf – 12 april 2020

Dierbare broeders en zusters

Vandaag zijn wij bij het einde van deze Goede Week gekomen. Deze week is de belangrijkste van alle weken maar dit jaar hebben wij toch wel de meest vreemde Heilig Week beleefd die men zich kan inbeelden.

We kregen zeker niet het plechtige dat wij ons gewenst hadden. De beperkingen als gevolg van de pandemie hebben ons er in ieder geval toe aangezet om even na te denken over datgene wat voor ons echt van belang is. Deze dagen hebben wij op een totaal nieuwe manier het ontbreken van de normale onderlinge relaties binnen onze leefgemeenschap ervaren. Opgesloten in ons huis en in onze bewegingsvrijheid, beperkt tot de ons toegewezen limieten, hebben we het belang leren kennen van datgene wat ons nu allemaal is verboden en vroeger zo vanzelfsprekend leek: vrijheid van beweging, naar school gaan, ons werk, deelname aan groepsactiviteiten, vriendenbezoek…Het is waar: het gebeurt wel vaker dat we pas de dingen leren op prijs stellen, wanneer ze ons worden afgenomen. En aan dat alles ontbreekt het ons in deze dagen. Maar er is nog een andere afwezigheid die we in deze dagen hebben leren kennen en deze is niet minder belangrijk. Zo kregen we niet eens de kans om de diensten van het Heil te vieren. Zo was het ons niet veroorloofd om in de context van angst en onzekerheid tijdens de gewijde driedaagse samen de liturgie van onze heilsbestemming te vieren. Het heeft ons nog bewuster gemaakt van onze broosheid en van onze limieten.

De laatste dagen is het ons inderdaad duidelijk geworden waar onze kwetsbaarheid ligt en op welke punten onze sociale en institutionele structuren dreigen te falen. Geraakt in datgene wat ons het dierbaarst is, hebben we moeten vaststellen dat de menselijke vindingrijkheid, hoe accuraat en ontwikkeld die ook moge zijn, helemaal niet garant staat voor ons welzijn. Eens te meer rijzen in ons hart de grote vragen op omtrent leven en dood, omtrent wie of wat wij als mens precies wel zijn. Wij hebben begrepen dat het woord “welzijn” niet enkel is verbonden met de wetenschappelijke mogelijkheid om de grote problemen van het ogenblik op te lossen. Ons heil is in essentie verbonden met het mysterie dat in de menselijke natuur huist en dat we nooit helemaal zullen beheersen. Daarom viel de onmogelijkheid om in deze dagen de mysteries van ons heil te vieren, ons nog veel zwaarder. Voor ons is dit mysterie immers niet zomaar een onoplosbaar enigma. Ons welzijn, het heil is niet zomaar een vage hersenschim. Het mysterie van het heil heeft bij ons een naam, « Christus, uit de dood verrezen” die “niet meer zal sterven en over wie de dood geen macht meer heeft” (Rom 6, 9). Hij die nu “zit aan de rechterhand van God” (Col 3, 1). Tijdens deze Heilige Dagen vieren wij nu precies dit mysterie en mogen wij dit persoonlijk ervaren. Op Pasen dringt Christus binnen in ons armzalig bestaan en Hij verlicht dit met een totaal nieuw licht. Op dit moment voelen we een sterke drang om ons verlangen naar het gemeenschappelijk heil uit te schreeuwen. En nu worden we hier precies in verhinderd. Op die manier realiseren wij ons heel sterk het gemis om de christelijke Liefde die elke dood overstijgt, te vieren. Natuurlijk weten wij dat Hij de Verrijzenis en het Leven is en dat al wie in Hem gelooft toch zal leven, ook al is hij gestorven. Wij weten dat al wie leeft en in Hem gelooft, in eeuwigheid niet zal sterven (cfr. Joh 11, 25-26). En toch, in deze tijd van grote eenzaamheid en enorme moeilijkheden maken wij de woorden die Marta tot Jezus spreekt, steeds meer tot de onze: “Heer, indien U hier was geweest, dan zou mijn broer niet gestorven zijn” (Joh 11, 21). Hoe zwaar weegt ons deze eenzaamheid niet. Hoe moeilijk valt het ons niet om ons door Hem langs onbekende wegen te laten leiden!

Welnu, hier, vlak voor het Lege Graf, willen wij het uitschreeuwen: “Heer, U hebt ons niet aan de dood overgeleverd.” Het graf is leeg. U bent niet langer in dit graf opgesloten, want wij weten dat U, Heer, leeft en hier bij ons bent. Uw Liefde is onze steun en verlicht ons bestaan. Uw Liefde versterkt onze hoop.

Dat is hetgeen wij heden vieren. Wij vieren niet enkel de triomf van het leven op de dood, maar wij gedenken vooral de Liefde van God. Hij niet wil enkel samen met ons sterven maar gaat de weg tot de dood omwille van ons. Dit offer zal ons ook over de dood heen met Hem meevoeren. God de Vader laat de mens Jezus in de dood niet in de steek, maar Hij redt Hem en geeft Hem het eeuwig leven. Tegelijk roept Hij ook ons op om van dit eeuwig leven deel uit te maken.

De evangelist Johannes begint de verhalen over de verrijzenis met een tijdsaanduiding: “De eerste dag van de week” (Joh 20, 1). Het is de eerste dag, het is een nieuwe start, het begin van een nieuwe schepping.

Op deze eerste dag van de nieuwe schepping begeven Maria Magdalena, Petrus en Johannes zich naar het graf. Maria had Petrus en Johannes hiertoe aangezet. Het waren mensen die iemand van hun naasten aan de dood hadden moeten prijs geven, die de dood hadden ontmoet. Zij dachten dat deze dood voor hen het einde van de tijden betekende, dat er voor hen nooit meer een nieuwe dag zou komen. Alle drie deden ze dezelfde dingen: ze gingen (vers 1), ze liepen (vers 4) en ze keken (verzen 6 en 8). Dit zijn werkwoorden voor mensen die ondanks alles toch zoekende zijn. Alleen beseffen ze nog niet goed waar ze nog op zoek naar zijn, want één zaak is voor hen hoe dan ook duidelijk: Jezus is dood en zij zouden Hem nooit meer terug zien.

Zij zien de doeken waarin Jezus begraven werd, maar zonder het lichaam dat daarin gewikkeld was. Jezus had deze daar achtergelaten. Hij was daar niet langer gevangen. De doeken waren de tekens van de macht van de dood en deze lagen daar opgeplooid. Zo waren ze een teken dat “de dood niet langer macht had over Hem”. En dank zij deze tekens kwamen zij tot begrip en tot geloof. “Tot dan hadden de leerlingen inderdaad niet beseft dat – volgens de Schriften – Jezus uit de doden moest opstaan” (Joh 20, 9). Dit werkwoord, deze aanduiding “Hij moest”, “Hij was verplicht” had Jezus gebruikt om de noodzaak van zijn lijden aan te duiden opdat de Schriften zouden vervuld worden. De evangelist gebruikt deze termen nu om over de verrijzenis te spreken.

De Schrift vertelt over Gods plan en over zijn Liefde voor de mens. De Schrift begint bij “de eerste dag van de week”, de week waarin God de wereld heeft geschapen. De Schrift getuigt dat Gods werk, dat Zijn Glorie, via een zachte vernauwing – net als bij de geboorte – tot vervulling moest komen. Dit alles brengt een nieuw leven tot stand. Het lijdensverhaal toont dus dat niets Gods Liefde kan weerhouden. De Schrift vertelt ons dat de dood, die ons vandaag zo nabij en zo pijnlijk lijkt, deel uitmaakt van datzelfde mysterie en geenszins het einde der tijden inluidt.

Er is iets dat echt veel sterker is dan de dood. In ons geloof is dit de plaats waar God tot de mens komt, de plaats waar Hij ons bezoekt en van waar Hij ons naar onze bestemming meevoert. Paradoxaal genoeg is dit precies ook de plaats waar we meer dan waar ook de kracht van Gods Liefde kunnen leren kennen, de plaats waar we Zijn trouw kunnen ervaren.

Maar net als de leerlingen hebben ook wij nood aan tekens die het Heil aankondigen, hebben we nood om het heil te kunnen aanraken. Wij moeten het kunnen ervaren. En wat kunnen heden de tekens zijn die van de verrijzenis getuigen? Wij staan hier voor het Lege Graf. Dit is ongetwijfeld een sterk teken. Maar waar zijn de opgeplooide linnen doeken? Wat vertelt het ons echt, net als de doeken tweeduizend jaar geleden, wat maakt het ons mogelijk te zien en te geloven dat Christus werkelijk is verrezen, dat Hij zich levend tussen ons bevindt? Waar zijn de tekens die ons hoop geven?

Vooreerst moeten handelen zoals beide leerlingen in het evangelie. We moeten hollen om degene die verrezen is, te zoeken. Wij zullen geen tekens vinden indien we die zelf niet gaan zoeken en we zullen diegene die verrezen is niet ontmoeten indien we onze kleine cenakels waarin we ons opsluiten niet willen verlaten. We moeten bereid zijn om onze menselijke zekerheden, onze aanmatigingen die voor onze redding in feite overbodig zijn, los te laten. Wij moeten gewoon snel rennen om Hem te vinden en Hem te ontmoeten. Alle andere inspanningen zullen tevergeefs zijn.

Waar kunnen we Hem ontmoeten? Welnu, overal waar een mens in alle vrijheid iets van zichzelf met een ander deelt, daar openbaart zich het heil. Overal waar iemand zich neerbuigt en een balsem legt op de wonden van een ander, herdenkt men de aanwezigheid van de levende Christus. Daar waar onze gemeenschap, waar de Kerk tussenkomt om een woord van troost en van hoop te spreken, daar voltrekt zich het wonder van de nieuwe schepping dat de verrezen Christus heeft ingezet. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is telkens wanneer wij met onze liefdeswerken en onze bereidheid tot geven aan ons leven zin en perspectief geven. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is telkens wanneer wij door concrete daden en acties getuigen dat het leven zin en betekenis heeft. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is indien wij ons voor genegenheid en liefde open stellen en wanneer onze daden en onze werken aan Zijn Liefde worden opgedragen en niet aan onze eigen hoogmoed ontspruiten.

Wij laten ons te veel door onze angsten bepalen en zijn te bevreesd door alles wat nu gebeurt. Maar eigenlijk is het onze plicht om luidop te schreeuwen dat noch enige nood, noch de angst, noch vervolging, noch de honger, noch de armoede, of welk gevaar dan ook ons van de Liefde van Christus kan verwijderen. Al deze zaken kunnen we aan, we kunnen dit alles, ja zelfs de dood, gerust overwinnen en niets van dat alles zal ons ooit van Hem kunnen vervreemden (Rom 8, 35-37).

Wanneer we er echt zullen naar zoeken, zullen we de tekens van Zijn aanwezigheid ontdekken. Want overal in de wereld verlaten ook vandaag nog mannen en vrouwen hun cenakel, breken uit hun besloten wereldje om hun brood in liefde met iedereen te delen. Laten we dit brood ook voor onze gemeenschap, ja ook voor onszelf vragen, omdat ook wij ons te vaak op onszelf terugplooien en ons in ons eigen cenakel opsluiten. Laten we bidden om genade en om kracht zodat wij onze ogen kunnen opslaan en de tekens van de Verrezen Heer herkennen.

Zijn wij in staat om dit alles zelf te geloven? Zijn wij ervan overtuigd dat de verrezen Christus in ons en in onze gemeenschap leeft? Zijn wij ervan overtuigd dat zijn vergevingsgezindheid en zijn barmhartigheid weet door te dringen tot in de diepste plooien van onze zondigheid? Geloven wij dat Zijn grenzeloze Liefde zelfs onze persoonlijke en collectieve ontrouw en ons verraad zal overstijgen? Ervaren wij dit alles wel voldoende?

Het geloof veegt geenszins het dramatisch karakter van het bestaan onder de mat, maar het opent wel onze ogen en ons hart voor enig perspectief op het heil, op het eeuwig leven, op fundamenteel geluk. Dat is precies wat wij bij het Paasfeest vieren. Dat het wijd open graf van Christus bijgevolg ook ons eigen graf mag openbreken!

Dat is hetgeen wij voor heel de Kerk en voor elke mens in het bijzonder vragen.

+Pierbattista Pizzaballa
Apostolische Administrator

vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Paaswake 2020

 

15 april 2020 2020 door LdS

JERUZALEM – Hier volgt de homilie van Mgr. Pierbattista Pizzaballa die hij uitsprak bij de Paaswake 2020.

Homilie Paaswake

Heilig Graf – 11 april 2020

Dierbare broeders en zusters

Hoe vreemd dit ook mag lijken, maar hetgeen we heden meemaken, benadert wellicht het best het Paasgebeuren en zijn symboliek hier bij het Heilig Graf van Christus, de plaats waar we nu vertoeven.

Heden maken we dagen mee die door een grote leegte worden gekenmerkt: geen rituelen, geen bekende gezichten, geen aanwezigheid, geen contacten. Een algemene en verschrikkelijke pandemie heeft ons het gevoel van veiligheid ontnomen. Wij zijn onze gewoonten, onze feesten en onze ontmoetingen kwijt. En angst en een vloed van vertwijfeling en verbijstering maakt zich van ons meester. Wij voelen ons verloren, gedesoriënteerd en blind. Wij komen er niet toe om datgene wat nu gebeurt ook maar enigszins te begrijpen. We komen er niet toe om ook maar enigszins te vermoeden wat er te gebeuren staat en hoe we er ooit zullen in slagen om ons vertrouwde leven weer op te nemen.

En was dat nu ook niet precies het gevoel dat de vrouwen op die eerste Paasdag hebben ervaren? Was dat ook niet het gevoel van de leerlingen na de pijn van die Goede Vrijdag en de ontreddering van die Stille Zaterdag? Hun drama was dit niet vergelijkbaar met datgene wat wij nu meemaken? Aan tafel bleef de plaats van de Meester leeg, het centrum waar zij zich als gemeenschap rond verzamelden, waren ze verloren. De Heilige Stad was leeg en leek hen volkomen vreemd, om niet te zeggen “vijandig”. Hun onderlinge vriendschap werd zwaar op de proef gesteld als gevolg van het feit dat iemand uit hun midden Christus ontrouw was geworden en verraad had gepleegd. En op het moment dat er een sprankeltje hoop was ontstaan, stonden ze voor… een ledig Graf.

We moeten dus niet zo maar meteen voor dit gevoel op de vlucht willen slaan. Gevormd door Goede Vrijdag en Stille Zaterdag moeten wij als christenen in staat zijn om de dood het hoofd te bieden, om met het graf te worden geconfronteerd, om de stilte van God en de mensen aan te kunnen. De vreugde van Pasen is immers niet zomaar een banaal happy end aan de geschiedenis van Jezus of de mooie afsluiting van het Evangelie die het mogelijk maakt dat elkeen voortaan voor altijd gelukkig zal zijn. Het is evenmin het wegvegen van alle pijn in de wereld, laat staan de simpele negatie van alle bloedige kwetsuren uit de geschiedenis.

De échte vreugde van Pasen ontstaat nu eenmaal in het vermogen om op een vernieuwde manier in “de leegte” te kijken. Ze brengt ons in een dialoog met de pijn, met de smarten (“Vrouwen, waarom wenen jullie?” – Joh 20, 15) en leren ons de tekens van de dood en van het Kruis te herkennen.
Hier, en overigens alleen hier, leefde en geloofde de leerling die Jezus liefhad. Hij had de doorboorde zijde gezien maar hield de ogen op Hem gericht, wiens lichaam reeds was verscheurd.

Precies hier wil ik voor mezelf, voor u allen, voor ons bisdom, voor heel de Kerk en de hele wereld de Heer vragen mij te leren met de blik van Pasen te kijken, met een blik die mij beter leert te antwoorden op de vraag die Hij onafgebroken blijft herhalen: “Kom en zie!”

Ik ben ervan overtuigd dat de leegte die ons in deze dagen overvalt en die we misschien nog geruime tijd zullen moeten meedragen, niet zomaar een gemis van mensen, van dingen of gewoonten zal betekenen, maar veeleer gelijkenis zal vertonen met het Lege Graf van de Heer. Zoals op die eerste Paasmorgen waar de leerlingen leerden begrijpen dat het helemaal niet om een “afwezigheid” ging, maar om een nieuw levensmysterie, met name de Paasboodschap die ons ertoe brengt dat er zich ook vóór onze ogen een mysterie voltrekt, dat er uit deze stilte een nieuwe boodschap geboren wordt.

Ik denk daarom dat iedereen in de komende dagen en maanden wel nood zal hebben aan het vermogen om zich op een vernieuwde manier te bezinnen, dat iedereen nood zal hebben aan een vernieuwde kijk. Het zal misschien zelfs niet eens heel veel moed vragen om de onvermijdelijke moeilijkheden en de menselijke, sociale en economische crisis die deze tragedie teweeg brengt, in ogenschouw te nemen. Moed ontspruit aan visie en aan perspectief, want wie enkel op fysieke kracht rekent, raakt snel vermoeid.

Een visie, dat is hetgeen wat wij vragen, dat is wat we willen. Weten hoe men door pijn, lijden en dood heen moet kijken. De nieuwe dingen zien die God schept en steeds opnieuw schept.

Samen met Maria Magdalena moeten wij de tranen en het gejammer om hetgeen wij dachten kwijt te zijn, overstijgen en moeten wij ons moedig voor alle nieuwe relaties open stellen. We moeten luisterbereid aan de dag leggen voor het wonder van de anderen en het leven van de anderen, zeker wanneer die ander zwak en broos is. Daarvoor moeten wij aan ons eigenbelang, aan onze vooroordelen en onze eigen profijten durven voorbij gaan.

Samen met de vrouwen moeten wij de verrezen Jezus weten te herkennen en Hem aanbidden (Mt 28, 9). Dit wil zeggen dat wij op onze stappen moeten terugkeren om in Hem God te zien. Hij is onze oorsprong en onze bestemming, in Hem herkennen wij onze broeders en zusters als leden van een mensheid die meer nederig, meer broederlijk en meer solidair zal zijn. Onze zwakheid kan niet langer verborgen blijven achter politieke en economische strategieën die bulken van hoogmoed en verwaandheid. Wij moeten ons eigen tekort aan vertrouwen op de Heer en aan vertrouwen in onze medemensen eerst aanvaarden en vervolgens overwinnen.

Wij hebben nood aan een andere kijk op zowel de burgerlijke als de kerkelijke samenleving. Deze moeten gekenmerkt zijn door een wederzijds aanvaarden van de medemens, van een gedeelde verantwoordelijkheid, van een concrete en vernieuwde wederzijdse genegenheid. Een nieuwe mensheid zal pas mogelijk zijn indien een nieuwe samenleving er de bron en de leerschool zal van zijn. Geen enkele virtuele wereld, geen enkel sociaal netwerk, hoe nuttig deze voor tal van buitengewone gebeurtenissen en toestanden ook mogen zijn, kan het concrete karakter en de diepzinnigheid van de aanblik van en de ontmoeting met onze medemens vervangen. “Niemand kan zichzelf redden,” is niet enkel het refrein dat we elke dag zingen, het is de realiteit van ons bestaan. En indien het op bepaalde momenten goed en aangewezen is om in “zijn huis te blijven”, dan is dit enkel opdat wij ook weer zouden kunnen naar buiten treden, en dit als een gelegenheid zouden beschouwen om te ontvangen en zelf te geven.

Samen met Petrus en Johannes moeten we steeds opnieuw tegen diegenen die wantrouwig en sceptisch zijn – en die zijn heel talrijk – kunnen zeggen: "Wij hebben de Heer gezien" (Joh 20, 25). Tegenover het lijden en de dood die ook vandaag de mensheid bedreigen, zijn wij ons bewust van de Paasboodschap van de Verrijzenis van Christus en van onze eigen verrijzenis. Wij, christenen, hebben deze boodschap al te vaak in stilte laten voorbijgaan. Het is immers pas op basis van de rotsvaste zekerheid van een Liefde die de dood heeft overwonnen, dat wij onze hoop kunnen vestigen. Pas vanuit deze hoop kunnen wij met vertrouwen zeggen dat “alles weer zal terecht komen”. Zonder het geloof in Pasen zal alle vertroosting, alle inzet voor rechtvaardigheid en vrede voor het menselijk hart weinig blijvends tot stand brengen.

Broeders en zusters,
Van bij het Lege Graf en vanuit de leegte die elkeen op zijn eigen manier ervaart, verkondig ik u eens te meer dat Christus leeft en dat hij Zijn Levensgeest zendt over ons en over heel de Kerk. Moge dit Paasgebeuren een nieuwe schepping zijn en dat de chaos in de wereld weer tot zekerheid en schoonheid mag komen. Moge God ons Zijn ogen geven opdat wij in staat zouden zijn de mooie dingen te zien die Hij voor allen die in Zijn Liefde geloven en erop hopen steeds weer tot stand brengt. Amen!

+Pierbattista Pizzaballa
Apostolische Administrator

vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Witte Donderdag 2020

 

15 april 2020 2020 door LdS

JERUZALEM – Hier volgt de homilie van Mgr. Pierbattista Pizzaballa die hij uitsprak op Witte Donderdag 2020.

Het Laatste Avondmaal van de Heer - Homilie

Heilig Graf – 9 april 2020

Dierbare broeders en zusters
Moge de Heer u vrede schenken!

Wij zijn hier samen aan het begin van een wat vreemde driedaagse van Pasen. Wij willen hier op de meest heilige plaats de belangrijkste gebeurtenissen uit onze heilsgeschiedenis herdenken, maar de omstandigheden zijn bedroevend. Er valt hier uiterlijk weinig feestelijks te beleven. Hoe vaak hebben wij het de voorbije dagen al niet herhaald dat het zo bevreemdend is om op zo’n wijze onze feesten te vieren. Zonder de gebruikelijke triomfantelijke intrede lijken de vieringen wel semi-clandestien. Maar misschien kunnen we precies hieruit wel enige nieuwe dingen leren. Los van de gebruikelijke plechtige en drukke vieringen zijn we misschien beter in staat om ergens een woord, een reflectie of een aanwijzing in ons op te nemen, waar we in normale omstandigheden nooit zouden zijn toe gekomen.

Laten wij ons leiden door het Woord dat de liturgie ons aanreikt en laten wij de Geest vragen om onze weg naar Pasen toe te verlichten.

In de lezing van Exodus zien wij hoe het bloed van het lam dat de huizen markeert een teken wordt voor het heil van de Joden die in deze huizen wonen. Dit slavenvolk dat menselijker wijze niet in staat is de strijd aan te gaan met de onvergelijkbare macht van de farao, werd door een goddelijke tussenkomst uit haar slavernij verlost. Het was geen engel, geen gezondene, maar de Heer zelf die onder hen verscheen. “Ik zal deze nacht door het land van Egypte trekken… Ik ben de Heer!” De doortocht van de Heer laat niets zoals het voorheen was en wil dat men beslist: je zal die beslissing aanvaarden of afwijzen.

Vandaag komt de Heer ook in ons midden en ook vandaag vraagt Hij ons deze stelling te aanvaarden of ze af te wijzen. Het is aan ons om te beslissen of wij ons al dan niet met hen die door het bloed van het Lam getekend zijn, willen verenigen. Het is aan ons om te beslissen of wij Egypte zullen verlaten en willen mee optrekken naar het doel, naar het heil. Of willen wij misschien gewoon eerder bij “de vleespotten van Egypte” blijven zitten (Ex 16, 3).

En het Evangelie toont ons duidelijk wat nu het eigenlijk doel wel is. Het is Jezus zelf die het ons toont en het is Hij die het als eerste zal bereiken om er voor ons een plaats te bereiden (Joh 14, 2). Heel het evangelie van Johannes is van deze vraag doordrongen: van waar komt die man en waar gaat Hij heen. Dat is het thema van de identiteit van Jezus.

Bij Johannes stelt elkeen die Jezus ontmoet zich niet enkel de vraag vanwaar Hij komt, maar ook wat Hij doet en wat Hij bezit. Men vraagt zich af waar hij woont (1, 38), vanwaar de nieuwe wijn komt tijdens de bruiloft in Kana (2, 9). Op de zondagen van de vasten hoorden wij reeds in de dialoog met de Samaritaanse vrouw de vraag naar de oorsprong van Zijn levend water (4, 11). De blinde die genezen werd, zegt dat dat het vreemd is dat de schriftgeleerden niet weten waar Hij vandaan komt en dat die man hem nochtans de ogen heeft geopend (9, 30). En tenslotte vroeg ook Pilatus: “Waar kom Jij vandaan?” (19, 9).

De enige die écht wist waar Hij vandaan kwam en waar Hij naartoe ging, was Jezus zelf en Hij bleef dit zonder ophouden herhalen (7, 28; 8, 14; 13, 3). Hij zei eveneens dat niemand Hem zou kunnen volgen naar de plaats waar Hij heen ging (8, 21-22; 13, 33; 13, 36) zolang Hij de weg niet had bereid (14, 4) en een plaats voor hen had voorbehouden (14, 2). Er is wel één absolute zekerheid: "Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou ik graag bij Mij hebben waar Ik ben.” (17, 24)

Welnu, dit mysterie wordt ons precies in het evangelie van vandaag geopenbaard: “Het Paasfeest was op handen. Jezus wist dat Zijn uur gekomen was: nu zou Hij de wereld verlaten om naar de Vader te gaan… Jezus die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God gekomen was en naar God zou teruggaan.” (13, 1-3). Het doel waarheen Jezus zich begaf en dat Hij ook voor ons zou klaar maken, wordt ons zo in alle volheid geopenbaard. Hij komt van de Vader en keert naar Hem terug. Daarom wou Hij ook dat dit voor ons zou gebeuren. Hoe kunnen wij nu dit objectief bereiken? “Hij richtte zich op van de tafel, legde zijn bovenkleed af en nam een doek die Hij om Zijn middel bond. Toen goot Hij water in een kom en begon de voeten van Zijn leerlingen te wassen. Hij droogde ze af met het linnen waarmee Hij zich had omgord.” (13, 4-5)

De daad die Jezus toen stelde was het symbool van Zijn doortocht van de aarde naar de hemel, van de wereld naar de Vader, van het tijdelijke naar de eeuwigheid. Om de weg naar de Vader te tonen, waste Jezus de voeten van Zijn leerlingen.

Elke daad van Liefde, die in de geest van de voetwassing wordt gesteld, die vanuit waarachtig dienstbetoon wordt gedaan, die vanuit de liefde en vanuit de zelfgave wordt verricht, is een daad van waarachtig leven en kent dus nooit een einde. “Voorheen hield Hij van degenen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn Liefde betonen tot het uiterste toe” (13, 1). Tot aan het einde, tot aan de voltooiing, zou Jezus zonder enige limiet en onvoorwaardelijk, zichzelf prijsgeven. Jezus verliet de tafel om zijn leerlingen de voeten te wassen, ook al wist Hij dat “de duivel inmiddels iemand ertoe had aangezet Hem over te leveren: Judas, de zoon van Simon Iskariot” (13, 2). Maar Hij wou eveneens de verrader de voeten wassen.

Petrus voelde zich door deze daad geschandaliseerd en trok zich terug (13, 6). Dit geeft aan hoe groot de afstand is tussen Gods denken en het onze. Wij denken in termen van eeuwigheid en eergevoel dat verbonden is aan macht en wij denken dat dienstbaarheid iets is dat beneden onze waardigheid moet worden beschouwd. Maar voor Jezus is dit niet het geval. Hij is eeuwig, Hij gaat als een nederige dienaar van de wereld naar de Vader toe, als diegene die zich aan de voeten van de andere plaatst, die zichzelf van alles ontdoet. Hij geeft alles prijs: Zijn autonomie, Zijn zelfgenoegzaamheid en Zijn trots. Hij erkent en eert de gave die de ander is, door zeer gewone, nederige en dagdagelijkse daden te stellen. De dienstbaarheid brengt gemeenschap tot stand en laat de mens uit de slavernij van het egoïsme treden. Ze laat ons herboren worden in een leven dat nooit zal sterven. Deze vorm van verbondenheid is een voorafspiegeling van de stijl die God hanteert. Alles wat zo reeds in ons aanwezig is, maakt eigenlijk deel uit van ons eeuwig leven, een leven in de Drie-eenheid.

Petrus toont ons dat het alles behalve vanzelfsprekend is om zich op deze manier te laten beminnen, dat het moeilijk is om te aanvaarden dat wij nood hebben om op zo’n manier bemind te worden. Dat is slechts mogelijk indien men in alle nederigheid de eigen zondigheid erkent. Wie niet beseft dat zijn voeten vuil zijn, zal ook niet aanvaarden dat ze gewassen worden. “Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: je moet doen zoals Ik jullie heb gedaan” (13, 15). Jezus nodigt ons vandaag uit om Hem te volgen, om onze gewaden van zelfgenoegzaamheid af te leggen, om ons niet langer verzekerd te weten dat wij het allemaal zelf wel kunnen klaren. Jezus nodigt ons uit om ons als zondaars te bekennen die nood aan vergeving hebben. Jezus vraagt ons de schort van de nederige dienstverlening aan te trekken en onszelf te geven. Laten wij ons door Jezus tot de Vader voeren en zo erkennen dat ook wij nood hebben om de voeten gewassen te worden, om gezuiverd en gereinigd te worden.

Men stijgt slechts tot de Vader met een gezuiverd en onverdeeld hart. Wij dragen in ons alles mee wat tot onze geschiedenis behoort. Niets kan onze menselijke banden en onze menselijke relaties ongedaan maken. Maar zelfs verraad, indien we het zelf erkennen en aanvaarden, zal nooit een beletsel zijn op de weg naar ons heil.

Deze dagen worden wij getroffen in datgene wat ons bijzonder dierbaar is, met name in onze menselijke relaties. Het lijkt wel alsof de Heer ze van ons heeft afgesneden om ze vervolgens opnieuw te herstellen.

Misschien wil de Heer ze vooral zuiveren van alles wat in ons hebberig en gewelddadig is. Hij wil ons zeggen dat wij ervoor kunnen kiezen om elkaar te steunen of om egoïst te blijven en alleen aan onszelf te denken. Het isolement en de eenzaamheid in deze dagen kan ons leren dat het mogelijk is om een nieuwe weg te kiezen, om de weg van de bekering te gaan en terug te keren naar het beluisteren van het Woord van de Heer. De meesten onder ons zijn verplicht om in hun huis opgesloten te blijven en missen de mogelijkheid om een Eucharistieviering bij te wonen. Toch vormt deze de kern van de Kerk en van het Sacrament van de genezing. In dit vreemde en pijnlijke moment van de vasten kunnen wij misschien een oproep zien om ons te bezinnen over onze familiale relaties, een oproep om onze moederkerk te herbronnen in het licht van het evangelie van deze dag. Dit toont ons in het symbool van de voetwassing de weg om onze relaties te zuiveren en tot de weg naar de Vader te komen.

In de Eucharistie is de relatie een sacrament geworden, heeft Christus zich overgeleverd en, nadat Hij de dood heeft overwonnen, ons een nieuw leven aangeboden. In het Eucharistisch Brood werd het begin van een nieuwe aanwezigheid van Christus onder ons ingeluid. En vandaag nodigt het Gods Woord de Kerk – dit wil zeggen ons allemaal – uit om de eenheid in de Eucharistie te hervinden. Dit is de kern van het leven en van de hoop, ja zelfs van het wezenlijk engagement van onze Moeder de Heilige Kerk. Ze draagt in haar DNA de oproep om “Eucharistie” te zijn, om zichzelf belangeloos weg te schenken. Op dit moment kunnen we dit fysisch niet samen of als een aanwezige gemeenschap beleven. Laten we dit dan als huiskerk doen, gewoon als familie, om vervolgens met passie en vastberadenheid onze kerkelijke tocht vanuit een vernieuwde geest verder te zetten.

Het evangelisch verhaal dat vandaag verkondigd wordt, nodigt ons uit om vol moed datgene te overdenken wat wij heden in onze persoonlijke, familiale, kerkelijke en sociale relaties tot stand brengen. Wij zijn niet aan het einde van de wereld gekomen. Wij bevinden ons veeleer bij een passage in de geschiedenis die nog een lange weg heeft te gaan. Wat er morgen zal zijn, zal grotendeels afhangen van het nieuwe in onze relaties waaraan we nu reeds moeten beginnen te bouwen. De dood, élke dood wordt niet door het leven overwonnen, maar door de Liefde. Het zou al te bekrompen zijn om deze veldslag, om de huidige beperkende maatregelen om onze levens te redden, als een soort beproeving te beschouwen. Dit zou een veldslag zijn die we vroeg of laat zouden verliezen. Wij worden eerder opgeroepen om ons ertoe te verbinden een nieuwe wereld tot stand te brengen, die in de Verrezen Heer het onoverwinnelijk begin in zich draagt en in de belangeloze liefde zijn model vindt. Met andere woorden, wij kunnen een nieuwe wereld tot stand brengen waaraan de Eucharistie aan onze gemeenschap werkelijk inhoud geeft. Dit wordt een gemeenschap waarin wij eerst en vooral voor elkaar het brood willen breken, een gemeenschap waarin stevige relaties tot stand komen met zorg voor de medemens en respect voor de rechtvaardigheid, een gemeenschap met een sociaal leven dat mensen opneemt en niet uitsluit, een gemeenschap met grote zin voor evenwichten en met aandacht voor het gemeenschappelijk belang.

Wij weten niet wie of wat we op deze weg zullen ontmoeten en wij beseffen geenszins waar wij op onze levensweg aanduidingen zullen krijgen over waar Jezus ons naartoe voert. Maar we kunnen er zeker van zijn dat, waarheen de weg ons ook zal leiden, wij niet ver van God zullen verwijderd zijn, als wij maar trouw blijven aan de onderrichtingen die Jezus ons vandaag heeft gegeven: “Ook jullie behoren elkaar de voeten te wassen” (13, 14) … “dit draag Ik jullie op, dat je elkaar liefhebt” (15, 17). Alles, elke ervaring die we aldus beleven, voert ons naar de Vader.

Vóór de voetwassing zei Jezus dat niemand Hem zou kunnen volgen. Maar nadat ons geleerd werd hoe we elkaar moeten beminnen, kon Jezus zeggen: “En waar ik heen ga – de weg is jullie bekend” (14, 4).

Ook wij hernemen vandaag onze weg en van deze weg kennen wij vandaag het te volgen spoor.

+Pierbattista Pizzaballa
Apostolische Administrator

vertaling: Luk De Staercke



 


Lezingen voor de zesde zondag van de vasten (Palmenzondag) – Liturgisch jaar A

 

6 april 2020 2020 door LdS

Hierna volgen de lezingen voor Palmzondag - Liturgisch jaar A

Blijde Intocht in Jeruzalem (Mt 21, 1-11)

Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheüs
Jezus en zijn leerlingen naderden Jeruzalem en kwamen in Betfage op de Olijfberg.
Daar stuurde Jezus twee leerlingen eropuit met de opdracht:
“Ga naar het dorp daar vlak voor je.
Jullie zullen er meteen een ezelin vinden, die vastgebonden staat
en een veulen bij zich heeft.
Maak ze los en breng ze bij Me.
En als iemand jullie iets zegt, zeg dan:
‘De Heer heeft ze nodig. Maar Hij stuurt ze meteen terug.”

Dit is gebeurd opdat vervuld zou worden
wat bij monde van de profeet gezegd is:
“Zeg tegen de dochter Sion:
zie, uw koning komt naar u toe,
zachtmoedig en zittend op een ezel,
op een veulen, het jong van een lastdier.”

De leerlingen gingen en deden wat Jezus hun opgedragen had.
Ze brachten de ezelin en het veulen, legden er kleren overheen,
en Hij ging erop zitten.
Zeer veel mensen spreidden hun kleren uit op de weg,
anderen sneden takken van de bomen en legde die op de weg.
Zowel de menigte die voor Hem uit ging
als die welke Hem volgde, schreeuwde;
“Hosanna, de Zoon van David.
Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna, in de hoogste hemel.”

Toen Hij Jeruzalem binnengetrokken was,
kwam de hele stad in beweging en ze vroegen:
“Wie is dat?
En de mensen zeiden:
“Dat is de profeet, Jezus van Nazareth in Galilea.”
Jezus ging de tempel binnen.

Verkondigen wij het Woord van de Heer.

Eerste lezing (Js 50, 4-7)

“Mijn gezicht heb ik niet onttrokken aan beschimpingen en bespuwing
Ik weet dat ik niet beschaamd zal worden”

Lezing uit de Profeet Jesaja

“De Heer God heeft mij als een leerling leren spreken,
om uitgeputte mensen te kunnen bijstaan.
Met een woord wekt Hij mij in de ochtend,
in de ochtend wekt Hij mijn oor om als een leerlinge toe te horen.
De Heer God heeft mijn oor geopend,
en ik heb mij niet verweerd,
ik ben niet teruggedeinsd.
Mijn rug heb ik prijsgegeven aan hen die mij wilden slaan,
en mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten;
mijn gezicht heb ik niet onttrokken
aan beschimping en bespuwing
De Heer God staat mij bij,
daarom maak ik mijn gezicht hard als een steen,
omdat ik weet dat ik niet beschaamd zal worden.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 21 [22], 8-9, 17-18a, 19-20, 22c-24a)

R/ Mijn God, mijn God,
Waarom heb je me in de steek gelaten (Ps 21, 2a)

Iedereen die mij ziet, lacht en spot met mij,
gaat grijnzen en schudt zijn hoofd:
Hij bouwt op de Heer, die zal hem redden,
die zal hem bevrijden, Hij houdt toch van hem.

Ja, de honden staan al om mij heen,
een meute boosdoeners heeft mij omsingeld,
zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
Mijn beenderen kan ik tellen, één voor één.

Ze verdelen mijn klederen onder elkaar
en dobbelen om wat ik aan heb.
HEER, houd u niet ver van mij;
mijn kracht, haast u en help mij!

U antwoord mij!
Ik zal uw naam verkondigen bij mijn broeders en zusters,
en U prijzen in de gemeenschap.
Wie de HEER vreest, prijst Hem.

Tweede lezing (Fil 2, 6-11) “Hij heeft zichzelf vernederd en daarom ook heeft God Hem hoog verheven”

Lezing uit de brief van de Heilig Apostel Paulus aan de Filippenzen

Broeders en zusters,
Hij die bestond in de gestalte van God
heeft er zich niet aan willen vastklampen
gelijk aan God te zijn.
Hij heeft zichzelf ontledigd
en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
heeft Hij zich vernederd;
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
de dood aan het kruis

Daarom ook heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen staat,
opdat in de naam van Jezus
iedere knie zich zou buigen,
in de hemel, op aarde en onder de aarde,
en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader
de Heer, dat is Jezus Christus.

Woord van God

***Evangelie (Mt 26, 14-27, 66

Eer en lof zij u, HEER Jezus,
voor ons is Christus gehoorzaam geworden
tot de dood aan het kruis
Daarom heeft God Hem hoog verheven
en heeft Hij Hem een naam gegeven
die boven alle namen staat
Eer en lof zij U, HEER,
eer zij U. (cfr. Fil 2, 8-9)

Het lijdensverhaal van onze Heer Jezus Christus volgens Mattheüs.

Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette naar de hogepriesters en zei:
"Wat wilt u mij geven, als ik Hem aan u overlever?”
Ze telden dertig zilverstukken voor hem uit.
Vanaf toen zocht hij een gunstig moment om Hem over te leveren.

Op de eerste dag van het feest van de ongedesemde broden
kwamen de leerlingen Jezus vragen:
“Waar wilt U dat wij het paasmaal voor U voorbereiden?”
Hij zei: “Ga naar de stad, naar die en die, en zeg hem:
‘De meester laat weten: Mijn tijd is nabij.
Bij u wil ik met mijn leerlingen het paasmaal houden.”

De leerlingen deden wat Jezus hun opgedragen had,
en ze maakten het paasmaal klaar.

Toen de avond gevallen was, was Hij met de twaalf aan tafel.
Tijdens de maaltijd zei Hij: “Ik verzeker jullie, een van jullie zal Mij overleveren.”
Buitengewoon bedroefd als ze waren, begonnen ze Hem één voor één te vragen:
“Ik ben het toch niet, Heer?” Hij gaf hun ten antwoord:
“Wie met Mij zijn hand in de schaal doopt, die zal Mij overleveren.
De Mensenzoon gaat wel heen zoals over Hem geschreven staat,
maar wee die mens door wie de Mensenzoon overgeleverd wordt.
Het zou beter zijn voor die mens, als hij niet geboren was.”

Judas, die Hem wilde overleveren, reageerde: “Ik ben het toch niet , rabbi?”
Hij zei tegen hem: “Jij hebt het gezegd.”
Tijdens de maaltijd nam Jezus een brood en sprak de zegenbede uit,
brak het, gaf het aan zijn leerlingen en zei:
"Neem en eet, dit is mijn lichaam.”
Ook nam Hij de beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun die met de woorden:
“Drink er allen uit, want dit is mijn bloed van het verbond
dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.
Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van deze vrucht van de wijnstok,
tot de dag waarop Ik met jullie de nieuwe oogst zal drinken
in het koninkrijk van mijn Vader.”

Na het zingen van de psalmen gingen ze de stad uit, naar de Olijfberg.

Toen zij Jezus tegen hen: “deze nacht nog zullen jullie allemaal ten val komen vanwege Mij,
want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder treffen,
en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden
Maar na mijn opwekking zal Ik jullie voorgaan naar Galilea.”

Petrus reageerde daarop en zei: “Al komen ze allemaal ten val vanwege U,
ik zal nooit ten val komen.”

Jezus zei hem: “Ik verzeker je, in deze nacht, nog voordat de haan kraait,
zul je Me drie keer verloochenen.”

Petrus zei Hem: “Ook al moet ik samen met U sterven, ik zal U niet verloochenen.”
In deze trant spraken alle leerlingen.

Toen ging Jezus met hen naar een plek die Getsemane genoemd wordt
en Hij zei tegen zijn leerlingen: “Ga hier zitten, terwijl ik daar ga bidden.”
Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeüs met zich mee
en begon bedrukt en onrustig te worden
Toen zei Hij tegen hen: “Ik ben dodelijk bedroefd. Blijf hier en blijf wakker met Mij.”
Hij ging een eindje verder, wierp zich voorover en bad:
“Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan.
Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.”

Hij ging terug naar de leerlingen en vond hen in slaap, en Hij zei tegen Petrus:
“Konden jullie dan niet één uur wakker blijven met Mij?
Blijf wakker en bid dat jullie in de beproeving niet bezwijken.
De geest is wel van goede wil, maar het vlees is zwak.”

En weer, voor de tweede maal, ging Hij bidden:
“Mijn Vader, als het niet mogelijk is dat deze beker voorbijgaat zonder dat Ik hem drink,
laat uw wil dan geschieden.”

Toen Hij terugkwam, vond Hij hen wederom in slaap, want hun ogen waren zwaar.
Hij liet hen achter en ging opnieuw bidden, voor de derde keer, met dezelfde woorden.
Toen kwam Hij naar de leerlingen en zei tegen hen: “Slaap nu maar rustig verder.
Nu is het uur nabij dat de Mensenzoon wordt overgeleverd in de handen van zondaars.
Sta op, laten we gaan. Kijk, hij die Mij overlevert, komt eraan.”

Hij was nog niet uitgesproken of Judas kwam eraan, een van de twaalf,
en hij had een grote bende bij zich met zwaarden en knuppels,
gestuurd door de hogepriesters en oudsten van het volk.
Hij die Hem overleverde, had een “teken” met hen afgesproken:
“Degene die ik ga kussen, die is het. Grijp Hem.”
Hij ging recht op Jezus af en zei: “Gegroet, rabbi!” en hij kuste Hem.
Jezus zei tegen hem: “Vriend, ben je daarvoor hier!”
Toen kwamen ze dichterbij, grepen Jezus en overmeesterden Hem.
En kijk, een van de volgelingen van Jezus greep naar het zwaard, trok het,
sloeg in op de knecht van de hogepriester en hakte hem zijn oor af.
Toen zei Jezus tegen hem: “Steek je zwaard weer op zijn plaats.
Want allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen.
Of denk je dat ik mijn Vader niet ter hulp kan roepen?
Dan zal Hij Me dadelijk bijstaan met meer dan twaalf legioenen engelen.
Hoe zullen dan de Schriften vervuld worden, die zeggen dat het zo moet gebeuren?”

Op dat ogenblik zei Jezus tegen de bende: “Alsof ik een bandiet ben,
zo bent u met zwaarden en stokken op Mij afgekomen om Mij in handen te krijgen.
Dag in dag uit zat Ik in de tempel onderricht te geven en u hebt Mij niet opgepakt.
Maar dit alles is gebeurd, opdat de geschriften van de profeten vervuld zouden worden.”

Toen lieten de leerlingen Hem allemaal in de steek en vluchtten weg.

Maar zij die Jezus gegrepen hadden, brachten Hem naar de hogepriester Kajafas,
waar de schriftgeleerden en de oudsten bij elkaar gekomen waren.
Petrus volgde Hem op een afstand tot de binnenplaats van het paleis van de hogepriester,
en eenmaal binnen ging hij bij de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen.
De hogepriesters en heel het Sanhedrin zochten valse getuigenissen tegen Jezus
om Hem ter dood te kunnen brengen. Maar ze vonden niets,
hoewel er veel valse getuigen naar voor traden.
Ten slotte kwamen er twee naar voren die verklaarden:
“Die man heeft gezegd: ‘Ik kan de tempel van God afbreken en in drie dagen opbouwen.”
De hogepriester ging staan en zei tegen Hem: “U antwoordt niets?
Wat brengen ze wel niet tegen U in?”
Maar Jezus bleef zwijgen.
De hogepriester zei tegen Hem: “Ik bezweer U bij de levende God dat U ons zegt
of U de Messias bent, de Zoon van God.”
Jezus zei tegen hem:
“U hebt het gezegd. Maar Ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien,
gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.”

Toen scheurde de hogepriester zijn kleren en zei: “Hij heeft God gelasterd.
Waarvoor hebben wij nog getuigen nodig?
U hebt nu toch de godslastering gehoord. Wat vind u?”

Ze gaven ten antwoord: “Hij verdient de doodstraf.”
Toen spuwden ze Hem in het gezicht en sloegen Hem.
Anderen sloegen Hem met een stok en zeiden:
"Profeteer nu eens voor ons, Messias. Wie was het die je heeft geslagen?”

Petrus zat buiten op de binnenplaats.
Er kwam een slavin naar hem toe die zei: “Jij was ook bij die Jezus van Galilea.”
Maar hij ontkende het waar iedereen bij was: “Ik weet niet waar je het over hebt.”
Hij ging naar het portaal en een andere slavin zag hem daar
en zei tegen wie daar stonden: “Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër.”
Opnieuw ontkende hij onder ede: “Ik ken die man niet.”
Na een tijdje kwamen de omstanders dichterbij en zeiden tegen Petrus/
“Inderdaad, jij hoort ook bij hen; jouw spraak verraadt je.”
Toen begon hij te vloeken en te zweren: “Ik ken die man niet.”
En meteen kraaide er een haan. Petrus herinnerende zich wat Jezus gezegd had:
“Voordat de haan kraait, zul je Me drie keer verloochenen.”
Hij ging naar buiten en huilde bittere tranen.

’s Morgens vroeg namen alle hogepriesters en oudsten het besluit om Jezus te doden.
Ze boeiden Hem, voerden Hem weg en leverden Hem over aan Pilatus, de gouverneur.
Toen Judas, die Hem overleverde, zag dat Hij veroordeeld was,
kreeg hij spijt en bracht de dertig zilverstukken terug naar de hogepriesters en de oudsten,
met de woorden: “Ik heb een misdaad begaan door onschuldig bloed over te leveren.”
Maar ze zeiden: “Wat gaat ons dat aan? Dat moet u zelf maar zien.”
En hij gooide de zilverstukken in de tempel en ging zich ophangen.
De hogepriesters namen de zilverstukken en zeiden:
"We mogen ze niet bij de offergave doen, omdat het bloedgeld is.”
Ze besloten er het land van de pottenbakker van te kopen,
om er de vreemdelingen te begraven.
Daarom wordt dat land Bloedakker genoemd, tot op de dag van vandaag.
Toen werd het woord vervuld dat bij monde van de profeet Jeremia gesproken is.
En ze namen de dertig zilverstukken,
de fraaie prijs waarop de zonen van Israël Hem geschat hadden,
en ze gaven die voor het land van de pottenbakker,
zoals de Heer mij had opgedragen.

Jezus werd voor de gouverneur geleid. De gouverneur stelde Hem de vraag:
“Bent U de koning van de Joden?” Jezus zei: “U zegt het zelf!”
Op de beschuldigingen die door de hogepriesters en oudsten tegen Hem ingebracht werden,
antwoordde Hij niets. Toen zei Pilatus tegen Hem:
“Hoort U niet waar ze U allemaal van beschuldigen?”
Hij gaf nergens antwoord op, zodat de gouverneur zeer verbaasd stond.
Het was de gewoonte van de gouverneur om bij een feest één gevangene vrij te laten,
en wel diegene die het volk wilde.
Ze hadden toen een beruchte gevangene die Barabbas heette.
Omdat ze nu toch bij elkaar waren, zei Pilatus hun: “
“Wie wilt u dat ik vrijlaat, Jezus Barabbas of Jezus die Messias genoemd wordt?”
Want hij wist dat ze hem uit afgunst overgeleverd hadden.
Terwijl hij rechtszitting hield, stuurde zijn vrouw hem het bericht:
“Laat je niet in met die rechtvaardige man,
want ik heb vandaag in een droom veel om Hem moeten verduren."

De hogepriesters en oudsten haalden de menigte over
om Barabbas te vragen en Jezus te laten doden.
De gouverneur vroeg hen opnieuw: “Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?”
“Barabbas,” zeiden ze. Pilatus zei tegen hen:
“Wat moet ik dan met Jezus doen, die Messias wordt genoemd?”
Ze riepen allemaal: “Kruisig Hem.”
Maar hij zei: “wat voor kwaad heeft Hij dan eigenlijk gedaan?”
Ze schreeuwden nog harder: “Kruisig Hem.”
Toen Pilatus zag dat niets hielp, maar dat de onrust steeds groter werd,
nam hij water en waste zijn handen voor de ogen van het volk. Hij zei:
“Ik ben onschuldig aan dit bloed. U moet zelf maar zien.”
Heel het volk riep als antwoord: “Zijn bloed komt over ons en onze kinderen!”
Toen liet hij Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen
en leverde hij over om gekruisigd te worden.

Toen namen de soldaten van de gouverneur Jezus mee naar het pretorium
en haalden er heel de cohort bij.
Ze trokken Hem zijn kleren uit en hingen Hem een rode mantel om;
ze vlochten een krans van doorns, zetten die op zijn hoofd,
gaven Hem een rietstok in de rechterhand, vielen voor Hem op de knieën
en dreven de spot met Hem door te zeggen: “Gegroet, koning van de Joden.”
En ze spuwden Hem in het gezicht, pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.
Toen ze zo de spot met Hem gedreven hadden, namen ze Hem de mantel af
en deden Hem zijn eigen kleren weer aan. Ze leidden Hem weg om Hem te kruisigen.
Toen ze de stad uitgingen, kwamen ze een man uit Cyrene tegen die Simon heette.
Hem dwongen ze zijn kruis te dragen.
Ze kwamen bij een plaats die Golgota heet, wat Schedelveld betekent,
en daar gaven ze Hem een mengsel te drinken van wijn en gal.
Toen Hij geproefd had, wilde Hij niet drinken.
Ze kruisigden Hem en verdobbelden zijn kleren.
Daar hielden ze zittend de wacht bij Hem.
Boven Zijn hoofd hadden ze geschreven waaraan Hij schuldig bevonden was.
“Dit is de koning van de Joden.”
Tegelijk met Hem werden er twee bandieten gekruisigd, een rechts en een links van Hem.
De voorbijgangers lasterden Hem en zeiden hoofdschuddend:
“Jij die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
red jezelf als je de Zoon van God bent, en kom van het kruis af.”

In diezelfde trant dreven ook de hogepriesters samen met de schriftgeleerden en de oudsten
de spot met Hem: “Anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden.
Hij is de Koning van Israël, laat Hij dan nu van het kruis afkomen
en wij zullen Hem geloven. Hij heeft zijn vertrouwen op God gesteld,
laat die Hem redden, als Hij Hem mag.
Hij heeft toch gezegd: Ik ben de Zoon van God.”

Op die manier maakten ook de bandieten die samen met Hem gekruisigd waren
beledigende opmerkingen tegen Hem.

Vanaf het zesde uur viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur.
Rond het negende uur riep Jezus met luide stem uit “Eli, Eli, lema sabachtani?”
Dat betekent: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij in de steek gelaten?”
Sommigen die daar stonden, hoorden dat en zeiden: “Hij roept op Elia.”
Meteen rende een van hen weg om een spons te halen, doopte die in wijn,
stak hem op een rietstok en wilde Hem te drinken geven.
Maar de anderen zeiden: “Niet doen! Laten we eens kijken of Elia Hem komt redden.”
Maar Jezus schreeuwde opnieuw luidkeels en gaf de geest.
Op dat ogenblik scheurde het voorhangsel in de tempel van boven tot beneden in tweeën.
De aarde beefde, de rotsen spleten uit elkaar, de graven gingen open
en de lichamen van veel heiligen die ontslapen waren, werden tot leven gewekt.
Toen Jezus zelf tot leven was gewekt, kwamen ze uit de graven
en gingen ze naar de heilige stad, waar ze aan velen verschenen.
Toen de centurio en zijn mannen, die bij Jezus de wacht hielden,
de aardbeving zagen en wat er allemaal gebeurde, werden ze vreselijk bang.
Ze zeiden: “Werkelijk, Hij was de Zoon van God.”

Op een afstand stonden daar ook veel vrouwen te kijken.
Zij waren Jezus gevolgd uit Galilea en hadden Hem onderhouden.
Daar waren ook Maria Magdala bij, bij Maria de moeder van Jakobus en Jozef,
en de moeder van de zonen van Zebedeüs.
Toen het avond geworden was, kwam een rijke man uit Arimatea, die Jozef heette;
ook hij was een leerling van Jezus geworden. Hij vervoegde zich bij Pilatus
om het lichaam van Jezus te vragen.
Pilatus gaf toen het bevel om het aan hem af te staan.
Jozef nam het lichaam, wikkelde het in zuiver linnen,
en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had laten uithouwen.
Hij rolde een grote steen voor de ingang van het graf en ging weg.
Maria van Magdala en de andere Maria waren daar tegenover het graf gaan zitten.

De volgende dag, dat wil zeggen na de voorbereidingsdag,
gingen de hogepriesters en de farizeeërs samen naar Pilatus en zeiden:
“Heer, wij moesten eraan denken dat die misleider tijdens zijn leven gezegd heeft:
‘Na drie dagen zal ik tot leven gewekt worden.’
Geef dus het bevel om het graf te beveiligen tot de derde dag.
Want anders komen zijn leerlingen Hem stelen en zeggen ze tegen het volk:
‘Hij is opgewekt uit de doden.’
Die laatste misleiding zou nog erger zijn dan de eerste.”
Pilatus zei tegen hen: “U krijgt een wacht.
Ga veiligheidsmaatregelen treffen zoals jullie het nodig acht.”

Ze gingen weg en na de steen verzegeld te hebben,
beveiligden ze het graf met de wacht.

(Willibrordvertaling – 1999)



 


Homilie van Mgr. Kockerols voor de vijfde vastenzondag – 29 maart 2020

 

30 maart 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Hier volgt de homilie van onze Grootprior, Mgr. Jean Kockerols, bij de lezingen van de vijfde zondag van de vasten (liturgisch jaar A). De lezingen zijn elders op deze websites terug te vinden.

“Homilie voor de vijfde zondag van de vasten – 29 maart 2020 (Rom. 8, 8-11; Joh 11, 1-45)

De lezingen van deze zondag krijgen een sterke echo in alles wat we heden beleven. Dit is zeker het geval met het toch wel vrij lange evangelieverhaal volgens Johannes. In dit verhaal weerklinkt een weinig opgewekte sfeer, de stemming kan zelfs bepaald “doods” genoemd worden. Er heerst aarzeling en verwarring, zelfs bij Jezus. “ik ga… ik ga niet…” Over zijn vriend Lazarus doen tegenstrijdige geruchten de ronde: is hij dood? Ja! Neen! Hij slaapt… Het is een komen en gaan van de ene kant van de Jordaan naar de andere, vanuit de woning van Lazarus naar zijn graf. Het verhaal lijkt wel alle richtingen uit te gaan en tegelijk krijgen we de indruk dat men niet weet waarheen men gaan zal. Er zijn de verwijten van Marta en Maria: “ah, Jezus, indien Je hier maar was geweest…” Daar is de dood en de stank van de dood. Men is bang, net zoals nu de angst in onze wereld regeert. Worden wij nu in ons leven met het absurde geconfronteerd? Eerlijk gezegd, er zijn tal van vergelijkingen te trekken tussen het evangelieverhaal en hetgeen we nu beleven. Maar misschien worden ook wij vandaag opgeroepen, moeten wij als christenen, nu we amper enkele dagen van de Goede Week verwijderd zijn, ook keuzes maken.

Het evangelie van vandaag, hoofdstuk 11 bij Johannes, speelt zich eveneens af net vóór het begin van de Passie van Jezus. En in de daarna volgende verzen lezen we in hetzelfde evangelie de beslissing van de farizeeën en van de Hogepriester Kajafas om Jezus ter dood te brengen. En nog een beetje verder volgt de Blijde Inkomst van Jezus in Jeruzalem. Het verhaal dat hier vandaag is voorgelezen, geeft dus reeds als het ware een aanzet naar de overgang naar hetgeen aanstaande zondag zal aangekondigd worden: het Lijdensverhaal van Jezus. Ik wil hierbij toch graag een drietal puntjes aanstippen.

Eerst is er de dialoog tussen Jezus en Marta en de bevestiging van hetgeen in de rots zal gegrifd worden: “Ik ben de Verrijzenis en het Leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.” Het is een belofte die ons naar de adem grijpt! Deze belofte verklaart het bevel dat Jezus aan Lazarus geeft: “Kom naar buiten!” Je kent wellicht de Byzantijnse icoon van Anastasia, het is een voorstelling van de Verrijzenis, of liever, van het opstijgen van Christus uit de hel. Men ziet Christus die Adam bijna letterlijk bij de polsen vastgrijpt. Adam staat daar symbool voor de mens, voor de mensen die wij zijn, en die Jezus aan de dood wil onttrekken, om ons voor eens en voor altijd te bevrijden. Dit is de eerste troost, hier zeker in de meest sterke betekenis van het woord. Het is de bevestiging van de aanblik van Hem die ons zelfs in het absurde niet in de steek zal laten. Indien de Geest van Hem, die Jezus uit de dood heeft doen verrijzen, maar in u woont. Ja Jezus, U bent het Leven. U blijft het leven uit de stank van de dood destilleren.

Daar is ook de emotie van Jezus op het moment dat Hij de tranen van Maria ziet en van allen die haar omringen. Hij is overrompeld en begint eveneens te wenen. Bij het graf komt de emotie opnieuw naar boven. Jezus weent, Hij snikt. Zijn eerste manier om dienstbaar te zijn, is zo menselijk. Hij sluit zich aan bij het lijden en het verdriet van de mensen. Hij beleeft dit mee, ook Hij is kwetsbaar. Hij vertoeft niet aan de zijlijn en blijft niet onverschillig. Het treft mij bijvoorbeeld, hoe vaak Paus Franciscus de mensen tot tranen toe beweegt. Wij staan hulpeloos bij zoveel ontreddering. Wij kunnen zo weinig doen, hebben zo weinig in te brengen, zo weinig te vertellen. Maar we wenen, samen met Jezus in zijn immense menselijkheid. Dat is de tweede vertroosting die wij kunnen aanbieden. Wenen met hen die verdriet hebben, met Maria, met Jezus.

En dan zijn er tenslotte de antwoorden van Marta aan Jezus. Tot tweemaal toe herhaalt zij: “Ik weet, ik weet.” En wanneer Jezus haar uitnodigt te geloven, besluit zij “Ja” te zeggen: “Ja Heer, ik geloof.” Dat is alles wat we weten, en alles wat we graag zouden weten en begrijpen. Zo staat boven dit alles de derde vertroosting die we kunnen aanbieden: de daad van geloof, die tegelijk ook een daad van Liefde ten aanzien van Christus is. Hij is de Zoon van God, die voor ons op de wereld is gekomen.

Hetgeen we nu beleven, is ongetwijfeld een vastentijd buiten alle proporties. Maar in feite staan we reeds met beide voeten midden in de Passie. Wij hebben een weg ingeslagen die in feite een kruisweg is. Het is de weg die Jezus is gegaan. Hij droeg het kruis van de mensheid die heden zo te lijden heeft. Ook wij kunnen nu de mensheid niet aan zijn lot overlaten? Ook wij horen vertroosting te brengen. Laten wij ons daartoe doordringen door Hem die ons aan de krachten van de duisternis en aan de schimmige dood wil ontrukken. Laten we aan de voet van het kruis blijven staan, zonder te spreken, zonder woorden, maar we willen wel de tranen delen van zij die wenen. Laten wij onze wereld opnieuw uitnodigen tot geloof en vertrouwen. Moge de Geest van de Vertrooster ons daarbij helpen. Amen.

+Jean Kockerols

vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van de vierde vastenzondag (Laetare) – Liturgisch jaar A

 

24 maart 2020 2020 door LdS

Hier volgt de homilie van Kardinaal André Vingt-Trois, destijds aartsbisschop van Parijs. Hij sprak deze enkele jaren geleden uit in zijn kathedraal.

Broeders en zusters. Met het hoofdstuk 9 van het Evangelie volgens Johannes zet de liturgie ons een stap verder op onze catechetische tocht richting Pasen. Voor de catechumenen betekent dit een stap op de weg naar hun doopsel, een weg waarop wij hen week na week vergezellen. Zo helpen wij hen in hun ontdekkingstocht zodat zij de essentie van het christelijk geloof steeds beter zouden verstaan en het inwendig in zich zouden kunnen opnemen. Christus is het levend water, het licht van de wereld, de Verrijzenis en het Leven. Mee genietend van de zoektocht van de catechumenen worden ook wij, “oude” vertrouwde christenen die reeds jaren geleden zijn gedoopt, elk jaar weer uitgenodigd om op een vernieuwde manier te ontdekken hoe wij ons Paasfeest ten volle kunnen doen slagen, en dit vanuit dezelfde geloofsovertuiging als deze van diegenen die nu om het doopsel verzoeken. Wij zijn als de Samaritaanse vrouw en moeten luisteren hoe Jezus tot ons zegt: ‘Ga naar uw man toe”. Zo legt Hij de volle nadruk op de essentie van ons leven. Voor ieder van ons kan het Woord van Christus een teer punt in ons leven raken. Voor ieder van ons is het dus een uitnodiging om in ieder geval de weg van de bekering in te slaan. Met het verhaal van de genezing van de blindgeborene worden we met de lezing van een verhaal geconfronteerd dat in al zijn eenvoud toch behoorlijk ingewikkeld is. Daarom wil ik u aanmoedigen om in de komende week uw tijd te nemen om dit evangelieverhaal nog eens langzaam opnieuw te lezen (je vindt het hier op de website, n.v.d.r.) en de verschillende etappes nog eens te overschouwen. Wij kunnen dit verhaal als een betrouwbaar relaas van gebeurtenissen beluisteren, maar in werkelijkheid is het een bijzonder goed overwogen structureel geheel. Daarom wil ik gewoon enkele bijzondere aandachtspunten aanstippen.

Het eerste is de toch wel wat choquerende vraag bij het begin. Jezus staat voor de blindgeborene en zijn leerlingen vragen hem: “Rabbi, waarom is die man blind geboren? Is hij het die gezondigd heeft, of waren het zijn ouders?” We geven dit niet graag toe, maar vaak is men gemakkelijk geneigd om een of ander ongeluk aan een begane fout toe te schrijven. Het lijkt wel of een ziekte, een gebrek, een zwakte de bestraffing is van foute daden die men heeft gesteld! In het geval van de blindgeborene stelt deze vraag zich dubbel vermits de kwaal van bij de geboorte aanwezig is en zodoende moeilijk aan een daad van het kind kan worden toegewezen. Wat kan dan wel de schuld zijn van deze blindheid? Ligt die bij de ouders??? Natuurlijk voelen wij ons bij het stellen van deze vraag geschokt. Wij vinden het zelfs onheus om dergelijke bedenkingen in overweging te nemen. Maar wanneer we even nadenken, komen we toch gemakkelijk tot de opmerking die veel mensen in onze omgeving al eens maken: “Hoe is het mogelijk dat hem dit of dat is overkomen. Hij heeft toch nooit iemand kwaad berokkend!” Dergelijke bewering includeert echter ook dat in het omgekeerde geval hem dit onheil volkomen terecht zou overkomen zijn! Wij vernemen toch ook al eens dat ouders wiens kind een ernstig gebrek vertoont, nood hebben om een weg naar “bevrijding” af te leggen, om van het schuldbesef verlost te raken van de idee dat zij op een of andere manier verantwoordelijk zouden zijn voor het ongeluk dat hen en hun gezin is overkomen. Welnu, indien het nu noch om de schuld van de blindgeborene, noch om de schuld van zijn ouders gaat – en dit is een denkbeeld dat zich doorheen verschillende culturen en verschillende religies manifesteert – waar is het dan wel aan gelegen???

Jezus geeft geen antwoord op deze vraag. Hij zegt: “het betreft niet hem, noch zijn ouders,” maar Hij geeft evenmin een alternatieve verklaring. Misschien zou men vandaag in staat zijn om vanuit de wetenschap een of andere genetische oorzaak aan te wijzen. Maar Jezus zoekt naar geen verklaring, hij zoekt naar geen middel om het onrechtmatige te verrechtvaardigen. Wie zou immers een verantwoording kunnen vinden voor het feit dat een kind blind geboren wordt? Het antwoord van Christus is dan ook niet: “ziehier waarom dit kind blind geboren is,” maar “ziehier wat wij er kunnen aan doen, ziehier hoe wij geroepen zijn om van deze situatie deelgenoot te zijn en hoe dit als het ware een symbolische betekenis kan krijgen.” Wij kunnen ons heel veel soorten handicaps of ziekten inbeelden, maar de blindheid waar het over gaat, is hier in zekere zin betekenisvol.

Indien hij blind is geboren, dan is dit omdat Gods werk zich in hem zal openbaren. Jezus geeft dus geen verklaring, maar Hij kondigt een doel, een betekenis aan. Hoe zal Gods werk zich in de blinde kunnen openbaren? Gewoon door de tussenkomst van Zijn Zoon. “Terwijl het nog dag is, moet er gehandeld worden. Eenmaal de nacht nadert, kan niemand er nog iets aan doen. Nu ik in de wereld ben, ben ik het licht van de wereld” Misschien komt men tot geen verklaring waarom die man blindgeboren is, maar men zal wel tot de ontdekking komen hoe zijn blindheid in de ogen van elkeen zal uitmonden in een uitbarsting van de zending van Christus, die het licht van de wereld is. Dat Hij het licht van de wereld is, wil zeggen dat iedereen dit zal kunnen zien en dat Hij er dus zal voor zorgen dat die blinde weer kan zien.

In het vervolg van de discussie zal het debat verder gaan over de identiteit van de enen en de identiteit van de anderen: Gaat het wel om dezelfde man of is het gewoon iemand die erop gelijkt? Wat de blinde betreft, betwist men ook het feit of hij wel echt genezen is. Maar men ondervraagt hem ook over diegene die hem genezen heeft. Is het een profeet of is het een zondaar? Is het misschien een ketter? Deze discussie omtrent de identiteit zal ons in onze overwegingen beetje bij beetje verder helpen. Het gaat in ieder geval heel duidelijk over het feit dat de man weer ziet. En ook al wordt dit betwist, toch kan het niet weerlegd worden. Desondanks weigeren sommigen die niet blind zijn toch te erkennen dat de blinde weer ziet. Maar men wil gewoon diegene die het licht van de wereld is, niet erkennen. Doorheen de discussie, die er uiteindelijk toe zal leiden dat de genezen blinde uit de synagoge wordt gezet, zien wij hoe hier wordt vooruitgelopen op het proces dat Jezus in Jeruzalem zal moeten ondergaan. “Wij weten toch allemaal dat het een zondaar is.” Wij weten toch dat Hij onbetrouwbaar is en dat Hij de wet niet naleeft. Wij weten toch dat Hij slecht is. Zoals ze hier de genezen blinde uitsluiten, zo zullen zo ook Hem uitsluiten die de blinde genezen heeft.

Het debat dat zich ontspint tussen diegenen die van zichzelf denken dat zij kunnen zien maar in feite blind zijn, en diegene die blind was, en nu weer ziet, beantwoordt de vraag waarmee dit hoofdstuk afsluit: “Geloof jij in de Mensenzoon?” Er was daar heel wat discussie en iedereen schoof de hete aardappel door. Op de duur wist niemand nog wie wíe was en Jezus vroeg precies dan aan diegene die Hij genezen had: “Geloof jij in de Mensenzoon?” Het antwoord was: "wie is het Heer, opdat ik Hem zou geloven?” Hij die ziet, stelt zich nog vragen en zij die niet zien, stellen zich niet de minste vraag. Zij gaan er van uit dat zij weten. “Je ziet Hem, het is Hij die met je spreekt.” En de genezen blinde zegt: “Heer, ik geloof” en hij valt op zijn knieën voor Hem neer.

Ik stel voor, broeders en zusters, dat we deze lezing en de daarbij horende overwegingen in de loop van de week verderzetten. Niet enkel om zomaar hoofdstuk 9 uit het Evangelie van Johannes opnieuw te herlezen, maar vooral om in onze meditatie en in ons gebed diep in ons hart deze ultieme dialoog tussen de genezen blinde en Hij die hem genezen heeft, verder te zetten. Hij is diegene die door God is gezonden om – terwijl het nog dag is – zijn werk verder te zetten, Hij is het licht der wereld. Moge deze tijd het ons mogelijk maken om in onszelf de vraag op te nemen die Jezus aan de genezen blinde heeft gesteld : “Geloof je in de Mensenzoon?” en het antwoord te beluistern dat de Heer zelf gaf: “Je ziet Hem, Hij is het die tot u spreekt.” Mogen wij dan – geïnspireerd door de Heilige Geest en doordrongen van Zijn kracht net als de genezen blinde antwoorden: “Heer, ik geloof” en deemoedig voor Hem neerknielen.

Amen.

+André Vingt-Trois.

vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van de mis voor de overledenen van de Landscommanderij

 

15 maart 2020 2020 door LdS

Zavel – Overeenkomstig de richtlijnen van de Belgische Bisschoppenconferentie werd de H. Mis ter herdenking van de overledenen van de Landscommanderij uitgesteld. Onze grootprior heeft ons gemachtigd om zijn homilie te publiceren die hij voor deze gelegenheid had voorbereid.

De lezingen die voor deze viering waren voorzien.
1 Kor 15, 1-5.11
Broeders en zusters, ik wijs u nog eens op het evangelie dat ik u heb verkondigd, dat u hebt aanvaard, waarop u gegrondvest bent en waardoor u ook gered wordt, tenminste als u zich houdt aan de bewoordingen waarin ik het u verkondigd heb; anders zou u het geloof zonder nadenken hebben aanvaard. In de eerste plaats heb ik u doorgegeven wat ik zelf als overlevering heb ontvangen, namelijk dat Christus gestorven is voor onze zonden, volgens de Schriften, en dat Hij begraven is, en opgestaan op de derde dag, volgens de Schriften; en dat Hij is verschenen aan Kefas en daarna aan de twaalf. Maar zij of ik, wat maakt het uit? Dit verkondigen wij, en dit hebt u geloofd.

Mt 5, 1-12a
Bij het zien van deze menigte ging Hij de berg op, en toen Hij was gaan zitten, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak: Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het koninkrijk der hemelen. Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden. Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven. Gelukkig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Gelukkig die barmhartig zijn, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Gelukkig die vervolgd worden vanwege de gerechtigheid, want hun behoort het koninkrijk der hemelen. Gelukkig zijn jullie, als ze jullie uitschelden en vervolgen en je van allerlei kwaad betichten vanwege Mij. Wees blij en juich, want in de hemel wacht jullie een rijke beloning.

Homilie H. Mis voor de overledenen van de Ridderode van het Heilig Graf – 14 maart 2020.

Deze viering werd verdaagd, maar ik bezorg u ter meditatie de homilie die ik wou brengen. Indien u deze wil lezen, dan verzoek ik u om vooraf rustig kennis te nemen van de twee teksten uit de Schrift die voor deze gelegenheid werden gekozen.

Er bestaat in ons land een wet die boven alle wetten staat, dat is de grondwet. Deze kan men niet zo gemakkelijk wijzigen dan dit bij een gewone wet het geval is. Hij is immers beschermd en dit om een goede reden. Hij bevat de fundamentele principes van het land, van haar werking en van haar bestaan. Welnu, hetzelfde geldt binnen het christelijk geloof. Er zijn tal van zaken die aan het geloof zijn ontleend. Er zijn wel nuances of variaties, maar in de grond gaat het om een unieke boodschap, het evangelie, de Blijde Boodschap. Bij een eerste lezing lijkt deze boodschap vrij eenvoudig: “Christus is voor ons gestorven en verrezen” .

Dit evangelie houdt echter voor de christenen een levenswijze in. Dit is hetgeen Jezus in het begin van een lange rede beschrijft, een rede die door de evangelist Matteüs wordt herhaald en die gemeenzaam de Bergrede wordt genoemd. Daarin verkondigt Jezus de Zaligheden. “Zalig de armen van geest, de zachtmoedigen, de barmhartigen, zij die treuren, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid... ” Zalig! Gelukkig! Ziehier de uitnodiging die door Jezus wordt geformuleerd aan hen die bereid zijn om Hem te volgen om de weg naar het geluk te ontdekken. Hij tekent het portret van een waarachtig gelukkig mens. Niet de voldane mens die zich met enkele vluchtige genoegens, pleziertjes of enige wispelturige trots tevreden stelt. Neen, het betreft het wáre geluk dat heel ons leven rijker maakt. Paus Franciscus houdt ervan om in dit verband van een soort identiteitskaart voor de christen te spreken. Dat is zowat ónze Grondwet…

Achter dit portret, deze identiteitskaart, onze Grondwet, kan men in filigraan het portret van Jezus zelf herkennen. De Zaligspreking, dat ís Christus. Hij geeft ons hier zijn zelfportret en tegelijk vormt dit een uitnodiging om Hem op de weg naar het geluk, naar de zaligheid te volgen. Dat is tevens het pad van de heiliging. Deze uitnodiging kan niet meteen heel modern genoemd worden, dat wil ik graag bekennen, maar ze is essentieel. Want deze heiliging is geroepen om te stralen en om in onze wereld een evangelisch teken te zijn.

Is het een weg naar de heiliging, dan is het tevens een weg vol contradicties met hele strenge vereisten. Ja, de Zaligheden gaan in tegen datgene wat in de wereld op prijs wordt gesteld: kracht, rijkdom, de macht van de sterkste…Het charter van de christen, zijn grondwet, vereist in tegendeel eenvoud van hart, zachtheid, barmhartigheid, dorst naar gerechtigheid, de zoektocht naar de vrede… dit alles geeft zin aan het leven, het brengt vreugde en draagt uiteindelijk bij tot het waarachtig geluk. De barmhartigheid, dat is “het hart dat klopt volgens het Evangelie” zegt Paus Franciscus.

Wij herdenken de overledenen van de Landscommanderij. Wij zeggen dank voor hun voltooide leven en we vertrouwen hen toe aan de tederheid van de Heer. Het komt ons niet toe om te oordelen over de wijze waarop zij een antwoord hebben willen geven aan de oproep tot heiliging. Het komt ons evenmin toe om te oordelen over de manier waarop zij de Zaligheden in hun leven hebben willen gestalte geven. Als lid van de Orde hebben zij de oproep van de Heer beluisterd en ze hebben die gehoord. En ik veronderstel dat ze in hun ziel de diepe aspiratie hebben gehad – zo mooi – om zacht en nederig van hart te zijn, om te streven naar de barmhartigheid, om geraakt te worden door de honger en de dorst naar gerechtigheid, om zich op het voorplan in te zetten voor de vrede. Zij kenden alles wat, zoals Jezus het zelf stelde, in de Zaligspreking vervat zit: tranen, pijn, onbegrip, mislukkingen, onterechte kritiek… Onze overledenen hadden het verlangen naar heiliging. En ook wij beginnen precies daar. Laten wij ons doordringen door het verlangen naar heiliging en moge de Heilige Geest ons helpen om deze te ontplooien, om ze gestalte te geven.

De overledenen van onze Landscommanderij hebben uitdrukking gegeven – ieder op zijn of haar eigen manier – aan deze zoektocht naar geluk, naar het ware geluk. Zij deden dit met hun charisma evengoed als met hun beperkingen. Zij deden dit vanuit een diep verlangen naar dit geluk, het ware geluk, het geluk van de Zaligspreking. Moge in het Rijk der hemelen hun beloning groot zijn. Amen.

+Jean Kockerols

Men kan deze meditatie uiteindelijk vervolledigen door de mooie bladzijden te lezen die Paus Franciscus in zijn exhortatie "Gaudete et exsultate” over de heiliging heeft geschreven.



 


Homilie bij de Ridderwake 2019

 

26 juli 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Hier volgt de homilie die Mgr. Jean-Pierre Delville heeft uitgesproken naar aanleiding van de ridderwake 2019

Homilie bij de Ridderwake van het Heilig Graf
14 juni 2019
(Mc 15,33-47 - 16,1-8)
Jean-Pierre Delville, Bisschop van Luik

Beste broeders en zusters,

In het besluit van het evangelie van Marcus dat we zonet mochten beluisteren werden er twee elementen ons ter overweging meegegeven. Enerzijds de dood van Jezus en anderzijds de aankondiging van zijn Verrijzenis (Mc 15, 33-47 en 16, 1-8). Volgen we eens stap per stap het verhaal van de evangelist.

De onrechtvaardige dood

Eerst zien we hoe Jezus stierf op de Calvarie nadat hij door de voorbijgangers zonder enig medelijden werd bespot en beledigd. Wij ontdekken de afgrond van de dood, in het bijzonder van de onrechtvaardige dood van Jezus. En zo gaan onze gedachten naar allen die dicht bij de dood staan. Midden in het lijden en met de onafwendbare dood voor ogen, zegt Jezus iets zeer onverwachts: “Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?” Eindigt hier het geloof in God? Begint hier de totale wanhoop? In werkelijkheid citeert Jezus hier psalm 21 die met deze woorden van wanhoop begint, maar die eindigt met woorden vol hoop en geloof: “De Heer heeft de ongelukkige in zijn ellende niet verstoten […] De Heer zal worden aangekondigd aan alle komende generaties. Men zal zijn rechtvaardigheid verkondigen aan alle volkeren die nog zullen geboren worden.” Ps 21 [22], 25.31-32]

Tegenover de dood van Jezus, denken we aan de zovelen die sterven in het Midden-Oosten, en in het Heilig Land. Velen zijn het slachtoffer van oorlog en onrechtvaardigheid, net zoals Jezus. Voor al deze mensen willen wij bidden. Als ridders en dames van het Heilig Graf vragen wij dat ons leven tot aan onze dood toe zou gewijd worden in dienst van deze mensen. Zo zal de dood niet langer het laatste woord hebben in het bestaan, maar wordt deze een deur naar de ware Liefde, die reeds hier op aarde een aanvang heeft genomen.

De menigte voor het Kruis

Maria stond aan de voet van het Kruis, samen met nog andere vrouwen: Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jacobus en van Josse en Salomé. Zij waren Jezus op Zijn lijdensweg gevolgd, net zoals ook wij ons hier vandaag in de Kerk van de Zavel verzameld weten. Zij volgden Jezus reeds van in Galilea, gedurende heel zijn openbaar leven. Ook wij volgen Jezus in ons dagelijks leven. Zij hadden de moed en de overtuiging. Dit gold evenzeer voor het raadslid Jozef van Arimatea die in de verwachting leefde van Gods Rijk dat via Jezus op aarde zou komen. Hij had de moed om bij Pilatus het lichaam van Jezus te vragen. Zo wordt hij als de eerste ridder van het Heilig Graf beschouwd. Al deze mensen waren moedig, en trouw. Zij lieten de moed niet zakken, en gaven niet op. Zij hebben het lichaam van Jezus opgebaard en hem in een graf gelegd. Daarna bleven ze dicht bij Jezus, ze keken toe en waakten.

In dezelfde lijn schreven de Belgische bisschoppen een herderlijk schrijven met als titel "Ik neem je bij de hand, doorheen ziekte en lijden tot aan de dood.” Hierin nodigen zij alle ziekenhuisaalmoezeniers en alle die zieken bezoeken of begeleiden uit, om geen schrik te hebben elke zieke te vergezellen, in welke situatie dan ook, zelfs in het aanschijn van de dood. Heel wat ziekenhuisdirecties zijn ons hiervoor erkentelijk, zodanig dat de internationale rankings steeds meer nadruk leggen op de noodzaak van de nodige spirituele begeleiding en op de kwaliteit van de christelijke boodschap in de stervensbegeleiding, zeker in contrast met de geringe aandacht die in de moderne samenleving aan dit onderwerp wordt besteed.

De visionaire gemeenschap bij het Graf

De vrouwen bleven kijken, zij bleven waakzaam en stonden op de uitkijk. Het is daarom dat de evangelist Marcus ons zegt: “Maria Magdalena en Maria, de moeder van Josse, hielden de omgeving in het oog waar ze Hem hadden neergelegd” (Mc 15, 47) Hun blik leidt tot de verschijning, tot de openbaring. Zij die Jezus tot het einde toe zijn gevolgd, zullen de eersten zijn om Zijn opstanding, Zijn Verrijzenis te beleven. Die blik gaat het geloof vooraf. Terwijl men kijkt, opent men het hart voor het onverwachte en voor de genade.

Wij kennen deze vrouwen en deze mannen bij hun naam. Zij zijn de eerste christenen, de eersten die geloofden dat Jezus verrezen was, dat hij leefde. Zij belichamen het medelijden, het “mee lijden met…”. Zij belichamen de sympathie, en zij belichamen de barmhartigheid, dit grote hart, dit begrip waar de paus zoveel belang aan hecht. Maria gaat ons voor, als eerste van de christen gemeenschap. Zij zijn de eerste christenen, de eersten die in de verrezen en levende Jezus geloven. Zij incarneren het medelijden, dit wil zeggen “het lijden samen met de ander.” Zij incarneren de sympathie, hetgeen eveneens betekent “lijden met…” zij incarneren de barmhartigheid, dit wil zeggen “het grote hart” de deugd waarvan Paus Franciscus de waarde onophoudelijk blijft beklemtonen. Maria gaat ons dus voor als eerste van de christen gemeenschap.

Het Heilig Graf: van het Kruis over het Graf naar de Verrijzenis

Als leden van de Orde van het Heilig Graf zijn wij als Maria en als de vrouwen die aan de voet van het Kruis aanwezig bleven. Zij hebben hun post niet verlaten. Zij bleven trouw ondanks de dreiging van de soldaten, ondanks de angst en ondanks de schijnbare mislukking van de zending van Jezus. In deze trouw heeft de hoop op de verrijzenis zich ontwikkeld. In het bezoek aan het graf ontwikkelde zich een nieuwe kijk op de dingen. Jezus wacht op ons op een heel andere plaats dan waar wij hem verwachten. Hij wacht op ons in Galilea, dit wil zeggen in het hart van ons dagelijks bestaan, opdat wij zijn getuigen zouden zijn in de wereld. Hij wacht ons op in het Heilig Land, waar onze Orde belast is met de zorg voor de christenen in het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem. Dit strekt zich uit over een enorm gebied in Israël en Jordanië en telt katholieke gelovigen van over de hele wereld, van alle rassen en culturen. Laten wij hen ten dienste zijn en laten wij durven te geloven in de Paasboodschap van het Evangelie die voor de hele mensheid is bestemd.

Vertaling: Luk De Staercke



 


Paashomilie 2019 van Mgr. Pierbattista Pizzaballa

 

26 mei 2020 2020 door LdS

Dierbare broeders en zusters.

Ook dit jaar zijn wij aan het eind gekomen van een zeer bijzondere Goede Week die, zoals steeds in Jeruzalem, behoorlijk intens, rijk, mysterieus en vruchtbaar was.

De dagen van de Goede Week waren dagen waarin de openbaring van de Liefde van God zijn hoogtepunt heeft bereikt. Op Palmzondag zagen we nog hoe Gods Liefde zich in de Blijde Intrede van Jezus in Jeruzalem heeft gemanifesteerd. Het was een milde en tegelijk vorstelijke Liefde, een vreedzame Liefde die geen geweld gebruikte en geen affiniteiten met de logica van de macht vertoonde.

De Mis van het Laatste Avondmaal van de Heer en de ritus van de voetwassing toonden ons dan weer een Liefde die zich neerbuigt, een Liefde die tegelijk opoffering en gemeenschap inhoudt.

Daarna op vrijdag mochten wij de Liefde beschouwen die zich door niets laat tegenhouden en die in volle vergevingsgezindheid bereid is om alles te offeren, met inbegrip van het leven. Maar wij weten tevens dat dank zij deze totale zelfgave wij vandaag deelgenoot kunnen zijn aan het goddelijk leven, het eeuwig leven.

En vandaag staan we weer voor dat lege Graf. Wij zijn hier nog maar eens naartoe gekomen, net zoals Maria Magdalena, Petrus en Johannes, als volgelingen van het Evangelie dat wij zopas hebben beluisterd.

Maria begaf zich naar het graf omdat zij geen enkele andere bestemming meer overhield dan de plek waar nog iets overbleef van de man die haar het ware leven had teruggegeven. Petrus en Johannes snelden erheen omdat zij geen geloof konden hechten aan de woorden van Maria. Maar ook zij vonden er niet wat ze er verwachtten, met name de dood. Het graf was leeg en de doeken die op de steen lagen, getuigden wel van de dood maar bevatten niets van de grootheid van de Heer en van zijn macht. Hij had de dood achter zich gelaten.

Maria, en daarna Petrus en Johannes begaven zich naar het graf met in hun hart de eigen verwachtingen die ze met zich meedroegen.

En wij dan! Wat is onze gemoedstoestand op deze dag? Wat dragen wij in ons hart mee? Welke verwachtingen hebben wij nog wel? Elkeen van ons draagt zijn eigen paaservaringen in zich, gedachten aan dood en verrijzenis.

Zoals elk jaar vragen wij ons ook nu af welke betekenis deze Pasen voor ons meebrengt. Wat heeft de dode en verrezen Christus ons vandaag nog te vertellen.

Wij hebben er echt nood aan om naar hier terug te komen, om onze levensverwachtingen en onze verlangens hier naar deze plaats mee te brengen. Hier weet ons geloof zich in het onvoorwaardelijke en definitieve ja-woord van God ten aanzien van de mens bevestigd. Ons geloof wordt zo vaak door doodservaringen, hetzij diep in ons maar ook buiten ons, beproefd. Maar hier laat ons geloof zich opnieuw overtuigen zodat het zonder ophouden aan elke uitdaging en aan elke bedreiging kan weerstaan. Wij willen hier zijn om op deze plaats aan onze Hoop een concreet gezicht te geven. Hier op deze plaats waar ons geloof zijn wortels heeft.

In de tragische situaties die we heden beleven, is het precies deze hoop die ons geloof ter hulp snelt. Want ons geloof stoot dagelijks op zo’n zware gewelddaden dat wij menen dat het Kwaad de eindoverwinning zal halen. Welnu, het is deze hoop die ons dag na dag voortstuwt om in de naastenliefde te volharden, zelfs wanneer wij van mening zijn dat wij niet veel méér bijbrengen dan die éne druppel water in die immense dorheid van de woestijn. Het is tevens de Hoop die ons in deze wereld vooruit helpt naar een voor ons onzichtbare en onbekende toekomst. Deze Hoop heeft inderdaad niets te maken met het uitkijken naar een onwaarschijnlijke toekomstverwachting, maar het is eerder een vastberaden besef van een geschenk dat vandaag reeds nadrukkelijk aanwezig is. Dat is de goede aarde waarin het geloof kan wortel schieten, de grond waarop de naastenliefde getuigenis wordt. Zonder deze hoop sterft elk geloof en verliest de naastenliefde haar laatste beetje levenskracht.

Om dit mysterie te doorgronden is het noodzakelijk om eerst het Graf te betreden. Petrus en Johannes traden er binnen, elk volgens hun eigen tempo, want het betrof immers een persoonlijke ervaring. Niemand kan het in een ander zijn plaats doen. Elkeen onder ons moet het met zijn eigen ogen aanschouwen dat Hij niet meer in het Graf ligt. De dood regeert hier niet langer.

En vóór dit lege graf dragen wij niet enkel onze persoonlijke ervaringen van dood en verrijzenis of onze eigen verwachtingen met ons mee. Wij dragen tegelijk diep in ons de verwachtingen van onze Kerk, van ons volk en van alle pelgrims van waar ook ter wereld met ons mee.

Laten wij dus naar binnen gaan en vragen wat ons vandaag naar deze plek voert. Welke ervaringen van dood en angst hebben heden eens te meer nood aan zekerheid en zoeken om verlichting door een waarachtig getuigenis van Leven dat deze plaats in zich draagt!

Misschien dragen wij in ons de kwelling van opeenvolgende frustraties van niet ingevulde verwachtingen die kost wat kost tot een goed eindresultaat hadden moeten leiden. Maar vaak zijn deze verwachtingen meer op enig succes in onze pastorale, sociale en economische initiatieven gericht dan op het waarachtige levensheil. Niet zelden is onze horizon te strak uitgetekend. Maar in onze verwachtingen gaat het ook vaak om onze eigen kansen op zelfontplooiing, om onze moeilijkheid om aan de anderen en hun noden de nodige ruimte te geven. We leven vaak ook met de angst dat het doen en laten van de anderen wel eens ons eigen welzijn zou kunnen in de weg staan. Wij hanteren dan een verlangen naar macht en hanteren daarbij de passende logica. Vaak worden wij door de idee beheerst dat er eigenlijk niets nieuws voor ons is weggelegd, dat er voor ons niets mooier meer kan tot stand komen. Wij staan twijfelachtig tegenover mogelijke veranderingen zowel voor onszelf, voor ons volk als voor de Kerk.

We dromen van de vrijheid maar laten het na ervoor te strijden. Ik heb het dan wel over onze innerlijke vrijheid, los van welke uiterlijke levensomstandigheden dan ook. Het is de vrijheid om elke dag weer opnieuw “ja” tegen God te zeggen, om elke dag weer van nul af te beginnen en dit met een telkens vernieuwd enthousiasme, vrij van de tegenslagen van de dag voordien. De ontgoocheling van gisteren is het nieuwe startpunt van vandaag, van het engagement van elke dag. Het is ook de vrijheid om elke dag de keuze te maken aan welke kant wij zullen staan, of wij naar het verlangen van onze Heer ook weer vandaag het goede willen doen.

Wij dragen de vermoeiende opdracht met ons mee om steeds anders te doen, om absoluut uitzonderlijk te zijn: “… wat doe je dan zo bijzonder? Doen de heidenen niet hetzelfde?” (Mt 5, 47)

In de politiek is dit vanzelfsprekend en voor iedereen zichtbaar. Maar wij zouden moeten stoppen met steeds weer de schuld buiten ons te zoeken, om zonder ophouden de anderen te viseren! Wij moeten erkennen dat wij uiteindelijk ook niet zo verschillend of vreemd zijn ten aanzien van de schaduw van de dood. Net als alle anderen moeten wij zwoegen om met elkaar samen te werken, om met mekaar te delen en om elkaar met open armen te ontvangen.

Door naar hier te komen dragen wij al deze lasten in ons, de lasten van onszelf en deze van de Kerk. En wij vragen, wij bidden en wij smeken dat het mirakel opnieuw mag gebeuren. Wij hopen dat de gebeurtenis die het leven van Maria Magdalena, van Petrus en Johannes en van alle leerlingen eens een volkopen nieuwe wending gaf, zich ook aan ons mag herhalen. Dit nieuwe leven heeft ook ná hen, doorheen de tijden, nog tal van nieuwe heiligen en profeten voortgebracht. Wij eren hen en zij zijn ons in het nieuwe grootse leven voorgegaan. Dit leven draagt de christelijke vreugde in zich en begeleid ons steeds bij tegenspoed en pijn.

Laat ons bidden dat wij deze vreugde mogen kennen, dat onze angsten door het getuigenis van de verrezen Heer mogen gedoofd worden. Eens temeer zegt Hij ons: “Wees niet bang! Zoeken jullie Jezus van Nazareth, de gekruisigde? Hij is verrezen” (Mc 16,6). Laat ons hier de genade vragen en de gave van een hart dat in staat is om van de tekens van de verrezen Heer te getuigen, te getuigen van Hem die midden onder ons leeft en vol troost en tederheid steeds aanwezig is. Alleen de Liefde is in staat om de dood te overwinnen en de beperkingen van tijd en ruimte te overstijgen. Bidden wij dus om in onze gemeenschap de Liefde te beleven die wij in de liturgie van de voorbije Goede Week hebben beleefd. Maar wij weten dat deze Liefde zich dagelijks in het gewone leven binnen de gezinnen manifesteert, in onze bezinningscentra, in onze dienstverlening aan armen en zwakken, in onze scholen, in onze hospitalen en gevangenissen en in de vreugde van zovele mensen die midden onder ons zonder ophouden hun leven ter beschikking stellen van de anderen. Daar waar iemand een deel van zichzelf offert, wordt de Levende telkens weer herdacht. Dáár waar de twijfel wordt overwonnen, daar overwint de verrezen Heer. Maar wij verlangen niet dat dit mirakel zich enkel bij de anderen voltrekt, dat de anderen altijd weer klaar staan. Wij hopen dat de blik van de verrezen Heer ook de onze kruist, dat Hij ook ons hart mag zegenen en onze gevoelloosheid eens te meer mag slopen.

Zo willen wij in de Geest van de verrezen Heer de zuurdesem zijn die heel het deeg laat rijzen (1 Ko 5, 6), die nooit zijn kracht verliest, maar die met moed en enthousiasme alle angsten overwint en overstijgt. Wij willen naar Galilea gaan, naar onze huis, naar onze kerken, overal waar mensen eenzaam zijn en zich verlaten voelen, naar allen die in vreugde of pijn verkeren, daar willen wij vertellen dat de Heer ons opnieuw heeft bezocht en dat wij Hem hebben gezien. De verrezen Heer is ook vandaag nog onder ons. Hij gaat ons overal voor en wacht ons daar op (Mc 16, 7).

Zalig Paasfeest,

+Pierbattista Pizzaballa

Vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van de H. Mis van 16 maart 2019

 

21 maart 2019 2019 door LdS

BRUSSEL – Hier volgt de tekst van de homilie die Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de Belgische landscommanderij, op 16 maart l.l. hield in de H. Mis ter herdenking van de overleden leden van de landscommanderij.

Lezingen: Rom 8, 31b-35, 37-39 en Joh 11, 17-27.

Enkele maanden geleden bezochten wij naar aanleiding van het eeuwfeest van de wapenstilstand van 1918 samen met zoveel anderen de talrijke militaire kerkhoven in de omgeving van Ieper. Deze kerkhoven die zo goed zijn onderhouden, met hun groen tapijt en deugddoende rust, hebben iets moois, iets rustgevend. Men zou er als het ware de tragedie, de gruwel en de ontmenselijking bij vergeten. Maar wanneer men even voorover buigt in een poging de namen van de gesneuvelden te lezen, leest men vaak: “Known unto God”. Alleen door God gekend. Wij mensen, wij weten niet wie daar begraven ligt. Zijn naam is onbekend en zo kunnen wij hem geen identiteit meer toewijzen. Neen, niemand kent de geschiedenis van deze dode, niemand weet wat die heeft gedaan, wat zijn karakter was, zijn idealen, zijn vreugdes en zijn verdriet. Men weet er gewoon niets van. En toch: God weet het. Voor God, en voor niemand anders, is en blijft die gesneuvelde een uniek wezen, Voor God is hij niet te vervangen. God kent de waarde van dit leven, zijn grootheid, zijn schoonheid. Known unto God.

Over meerdere van de overledenen die wij vandaag gedenken, kunnen we heel wat vertellen. Herinneringen aan de ene of aan de andere leiden ons tot de belangrijkste gebeurtenissen, tot gedenkwaardige daden of verrassende uitspraken die niet kunnen verborgen blijven. En toch… er blijven nog zoveel zaken waar we niets vanaf weten of waar we ons niets meer van herinneren. Wij hebben immers een selectief geheugen. De tijd en een falend geheugen laten de herinneringen verwateren. Is de rest dan voor altijd verloren? Is dat allemaal tot stof vergaan? Neen, het christelijk geloof zegt het klaar en duidelijk: so many things are known unto God. Voor God blijft die uniek. Voor God is iedereen van ons uniek en onvervangbaar.

Ook zij die wij vandaag gedenken, hebben hun proef doorstaan. De ervaring leert dat slechts weinigen van enige levensstrijd worden vrijgesteld, van de vrees en de angsten waar men de ene of de andere dag toch mee geconfronteerd wordt. Neen, zij die wij heden gedenken, hebben beproevingen gekend, maakten momenten van eenzaamheid door, momenten zo eenzaam, zo armzalig en verloren, zo betekenisloos. Maar de verrezen Christus is diegene die ons dat alles laat overstijgen. “Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem die ons heeft liefgehad.” (Rom 8, 37).

Maar men kan zich afvragen: wat wil God per slot van rekening wel weten? Wat wil Hij zich over ons herinneren? Wanneer God Liefde is, wanneer Hij “de Verrijzenis en het Leven” (Joh 11, 25) is, dan is zijn herinnering de herinnering van het hart. Gods geheugen is eveneens selectief, maar dan wel op een andere manier. Wat zal samen met Hem over ons de eeuwigheid binnengaan. Wat blijft voor God gekend, what remains known unto God? Welnu, hetgeen geroepen is om te blijven, hetgeen ons leven overstijgt, dat is de Liefde. De Liefde vergaat nimmer. Al het overige vergaat tot stof, zelfs ons geloof en onze hoop, zoals de Heilige Paulus schreef: “Alles vergaat, behalve de Liefde” (1 Kor 13). Alles wat wordt gezegd, gedaan of gedacht omwille van de Liefde, alle keuzes die omwille van de Liefde zijn gemaakt, dat alles vergaat nooit, zelfs van diegenen van wie elke herinnering is vervaagd.

“Niets kan ons van de Liefde van Christus scheiden” (Rom 8, 35). Niets wat omwille van de Liefde is gedaan, gaat verloren. “Hoe is dit mogelijk?” zal je me dan vragen. God alleen, de bron van alle Liefde, weet hiervan het hoe? Wij weten zo weinig en wij vergeten zoveel. Maar niets dat vanuit de Liefde is verricht zal verloren gaan. Het is voldoende om dat te weten en dat te geloven. Dat is voldoende om van te leven. This and only this will be known unto God . Vandaag. Amen.

+ Jean Kockerols, Grootprior van de Belgische Landscommanderij.

vertaling: Luk De Staercke



 


Viering van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina te Brussel

 

14 november 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Op 21 oktober vierde de Belgische Landscommanderij in Brussel het feest van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina. Wij presenteren u hieronder de tekst van de homilie die bij die gelegenheid door Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de landscommanderij werd uitgesproken. Voor de aanwezigen mag dit een bijzonder waardevolle herinnering zijn, voor diegene die er niet konden bijzijn misschien een uitnodiging naar volgend jaar toe.

Homilie bij het Feest van Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van Palestina.

Gn 12, 1-4 en Joh 2, 1-11

Maria was een vrouw van haar land en van haar tijd. Een vrouw dus van de cultuur die daar toen heerste. In die tijd namen alleen de mannen deel aan de feestdis, de vrouwen bleven in de keuken en de dienstvertrekken. In Kana was ook dit de plaats van Maria, de plaats waar alles in gereedheid werd gebracht. Daar had men het ook door dat er te weinig wijn zou zijn en dat diegene die het feestmaal hadden georganiseerd in paniek raakten. Maria zat niet aan de eretafel, zij was daar gewoon om zich dienstbaar te maken.

Maar in het geloof is Maria onze moeder, zij is de moeder van alle gelovigen, moeder van de Kerk. Wat toont zij ons dan wel op dat moment? Eerst en vooral haar waakzaamheid en haar medeleven. Zij ziet dat er een tekort dreigt en zij beseft welke vernedering dit voor de familie die al de mensen voor dit feest heeft uitgenodigd, wel zou betekenen. Maria is waakzaam en weet zich geraakt. Zij weet zich door medelijden bewogen.

Daarop gaat ze naar haar Zoon en zegt Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” Zij vertrouwt hem deze onrust toe. Zij weet niet hoe Christus hier zou kunnen tussenkomen, maar zij heeft vertrouwen in Hem. Ziehier: ze heeft het gezegd en zijzelf kan dit probleem nu loslaten…

Jezus antwoordt hierop: “Mijn uur is nog niet gekomen.” Wat bedoelt Hij hiermee, over welk uur heeft Hij het hier? Het gaat om het uur van het Kruis, het uur van Zijn verheerlijking. En toch… al is het ultieme uur nog niet gekomen, toch zal Jezus aanvaarden om op de bruiloft van Kana een teken te geven, het teken dat reeds een voorbode is van de glorie die zich op het Kruis ten volle zal manifesteren. Het Kruis is het symbool van de eeuwige bruiloft, de eeuwige (huwelijks)band tussen God en de mensheid. Wanneer in Kana omwille van die nieuwe wijn, die zoveel beter is dan de vorige, het feest heropleeft dan is dit een voorafbeelding van de Paasvreugde van Christus.

Maria voelde zich op de bruiloft geenszins afgesnauwd, zij verloor geenszins haar vertrouwen, integendeel, zij vroeg aan de dienaars om haar vertrouwen te delen: “Doe maar alles wat Hij u zeggen zal”. Het klinkt als een echo van haar antwoord aan de Engel Gabriël dat ons door de evangelist Lucas is overgeleverd: “Mij geschiede naar Zijn Woord.” Dit vertrouwen was zo groot dat de dienaars niet protesteerden en de grote kruiken, die dienden voor de reiniging vóór de maaltijd, vulden tot ze overliepen. Het teken dat Jezus gaf, was een teken van volheid, van overvloed, en dat alles onder het waakzaam oog van Maria. En het waren de dienaars, de kleine gewone mensen, die getuigen waren van het mysterie dat zich daar voltrok. De zaalmeester en alle belangrijke lieden hebben hier niets van opgemerkt.

Op de bruiloft van Kana is Maria de moeder van de Kerk, is zij de moeder van alle gelovigen omdat zij waakzaam is, attentvol en vervuld van medeleven, omdat zij zwijgzaam blijft, precies zoals bij het Kruis. Zij is de moeder van alle gelovigen omdat zij het volle vertrouwen in zich draagt. Net zoals bij de Boodschap door de Engel geeft zij zich over aan het Woord. Zij bemiddelt aan Jezus’ zijde, zonder ook maar enigszins te beseffen waarheen dit zal leiden. Zij is de moeder van de gelovigen omdat zij dit vertrouwen weet over te dragen naar de kleine en eenvoudige mensen, naar allen die bereid zijn te dienen, net zoals op het Pinkstermoment.

Maria hoort thuis in de lijn, in de stamboom van Israël. Zij is dochter van Abraham, diegene die wij “vader van de gelovigen” noemen. Hij had alles: een vrouw, een rijke kudde, talrijke slaven. Maar er ontbrak hem de vreugde van een eigen land en een nakomeling. Daarop zegt God tot hem: “verlaat deze grond en al uw relaties en ga naar een land dat ik u tonen zal.” En Abraham vertrok, vertrouwend op dit Woord, vertrouwend op Gods belofte. Hij legde alles in de weegschaal op basis van Gods gegeven Woord. Hij had de moed van het geloof.

De moed van het geloof, Maria wist zich hieraan te houden. Zowel Abraham als Maria zijn onze gidsen. Zij tonen de ware weg, de enige weg die ons naar God leidt.

Maria, als eerste op de weg langs de zalige oevers gaat u de hele mensheid voor. U bent een kostbare steen in het volmaakte zonovergoten Koninkrijk. Ga met ons mee, Maria, ga met ons onze levensweg, ga met ons op weg naar God.

+ Jean Kockerols, 21-10-2017

Vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van de Ridderwake 2017 – Mgr. Kockerols

 

23 september 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Hier volgt de tekst van de indringende homilie die Mgr. Jean Kockerols op 9 juni 2017 in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning aan de Zavel te Brussel heeft gehouden. Dit gebeurde naar aanleiding van de Ridderwake van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Mgr. Kockerols is Grootprior van de Belgische Landscommanderij.

Ik kom graag even terug op enkele passages uit het Woord Gods die we deze avond mochten beluisteren alsook op enkele elementen van het plechtig engagement dat u morgen gaat opnemen.

Jesaja vraagt: “breek de ruimte van de tent open”. Wat een prachtige uitspraak. In ons leven maken wij keuzes, wij engageren ons. Maar het is nodig om onszelf te overstijgen en heel de wereld te omhelzen. Christenen moeten een open geest hebben, een uitgestrekte horizon, een beetje zoals de horizon van de Mensenzoon.

Het gaat inderdaad in de eerste plaats om een engagement, om een belofte. Maar vandaag lijken engagementen en beloften voor velen soms heel holle woorden. Ze worden zo inhoudsloos en vluchtig dat beloften vaak zelfs niet gehouden worden, dat men zijn engagement niet gestand blijft. Maar laten we niet te snel zijn om een ander de les te lezen. Beleven wij onze eigen engagementen ook altijd wel even trouw?

En toch, engagement, belofte, trouw… het zijn voor ons, christenen, essentiële zaken. Staan wij niet borg voor God zelf? Hij is het immers die zich in de allereerste plaats ten aanzien van ons engageert. Wij geloven in een God die zich met ons inlaat, die zich engageert, die een verbond aangaat. Ten aanzien van die geëngageerde God nemen wij het risico van het “Amen”. Deze instemming is ook een engagement, het is een antwoord. Ja, ik durf zelfs te stellen dat dit een verantwoordelijkheid inhoudt. Wij geloven in Zijn Zoon die in Zijn Paasmysterie ons het eeuwig leven heeft beloofd. Wij geloven in een God die trouw is. Eigenlijk kunnen we stellen dat we morgen ons engagement en onze belofte in harmonie met het christen mysterie zullen uitspreken.

U zal eraan herinnerd worden dat het engagement van een ridder of dame van de Orde als een levensideaal wordt voorgesteld. Maar is een ideaal nog van onze tijd? Al te vaak wordt een ideaal als iets onnatuurlijks voorgesteld, het wordt van zijn waarden ontdaan en lijkt helemaal niet meer van deze tijd te zijn. “Wees geen dromer, wees eens realistisch!” krijgt men vaak te horen. Eigenlijk zou men dus kunnen zeggen dat u idealistische dromers bent. Maar neen, het ideaal staat niet haaks op de realiteit, het behoort niet tot een andere wereld. Het ideaal is er om de werkelijkheid te doordringen, om de realiteit hoger op te tillen, om het leven naar het schone, naar het ware te brengen. Veel te weinig mensen hebben vandaag nog idealen, zeker wanneer men wat ouder is. Maar ons leven in een ideaal inpassen, getuigt niet van naïviteit of van “kinderlijke zuiverheid”. Het getuigt eerder van moed, van een overtuiging. De idealist blijft jong, op zijn minst toch van geest.

Maar wat is dat dan, ons ideaal? Ridder of dame van de Orde worden, betekent “zowel vechten voor het Rijk van Christus, als voor de uitbreiding van de Kerk en het beoefenen van de naastenliefde, en dit vanuit de diepe overtuiging van het geloof en de liefde.” De formule oogt traditioneel, misschien wat aftands. Maar zij moet helemaal worden ontbolsterd, helemaal worden doorgrond om haar ware intensiteit te kunnen smaken. “Strijden voor het Rijk van Christus,” doen we dit wel? Strijden: het woord heeft een militante, ja zelfs militaire connotatie. Maar het gaat inderdáád om een strijd, om een duur bevochten realiteit die er niet zomaar vanzelf komt maar die krachten en aandacht vergt.

Om welke strijd gaat het nu precies? Het gaat zowel om een innerlijke als om een uitwendige strijd. Het dient tot niets om te verlangen dat de medemensen christenen zijn indien men zelf geen deelgenoot wordt aan de strijd die Christus in duizenden dingen, en dus in de eerste plaats ook in mij, voert. Christus heeft gezegd dat Hij ons voor zou gaan, dat Hij onze gids zou wezen, onze inspirator. In mijn omgeving betekent “strijden voor het Rijk van Christus” dus in de eerste plaats die strijd in mezelf voeren. De brief aan de Efeziërs beschrijft deze spirituele strijd. Het is een strijd voor Christus, het is een strijd met Christus.

“Strijden voor de uitbreiding van de Kerk”. Voor een organisatie of voor een club zal men niet lang vechten. Strijden doet men voor een “zaak”, voor een doelstelling, voor een ideaal. Tenzij men een huurling is vecht men alleen voor diegenen van wie men houdt. Wij vechten voor en met de Kerk die we liefhebben. En we hebben ze lief omdat zij het Lichaam van Christus is. De Kerk is geen club, het is geen vrome genootschap. De Kerk is de gemeenschap van diegenen die geroepen zijn, van diegenen die gered zijn. Deze zijn net zoals diegenen die met Pinksteren in Jeruzalem de Geest ontvingen en die zich plots alom verstaanbaar konden maken. Ik strijd voor en met de Kerk omdat deze Kerk de mijne is en ik er een levende steen van uitmaak. Ik strijd voor de Kerk omdat ik haar liefheb, omdat ik weet dat dit Lichaam een zending heeft, een unieke roeping in de heilsgeschiedenis. Zij is de gemeenschap van God met alle mensen.

Op Golgotha en in het Heilig Graf weten het Lichaam van Christus en de Kerk zich verenigd en het is precies daar waar alles tot stand is gekomen. Het zaad van de Kerk werd in Jeruzalem in de aarde uitgestrooid. Het is dus die Kerk daar die alle steun moet krijgen. Dit was zo al van bij het begin het geval toen Paulus in zijn Brief aan de Korinthiërs reeds een oproep deed om solidair te zijn. Het Heilig Graf, Jeruzalem, het Heilig Land, het zijn de plaatsen die wij willen beschermen omdat precies daar diegene geboren is die we over de hele wereld willen verkondigen.

Ridder of dame worden van het Heilig Graf wil tegelijk zeggen dat men de strijd wil aangaan voor het Rijk van Christus, voor de bevordering van de Kerk. En vanuit dezelfde geest en vanuit dezelfde liefde willen we de naastenliefde beoefenen. Ben je bereid om dit ideaal in jullie leven te aanvaarden? Jullie zullen morgen antwoorden hiertoe bereid te zijn. Maar dan begint het pas, dan komt het erop aan dit ideaal vorm te geven en werkelijkheid te laten worden.

Dit doet men door met moed en overtuiging idealist te blijven, door te strijden opdat Christus elkeen van ons in liefde zou leiden tot de Kerk met dewelke wij via ons doopsel zijn verbonden. Vanuit het geloof en de naastenliefde willen wij een Liefde ontplooien waar we zelf deelgenoot van zijn. Amen.

+ Jean Kockerols
9.6.2017

Vertaling: Luk De Staercke



 


Investituur 2017 – Homilie Mgr. Fouad Twal

 

23 juni 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Op de pagina’s voor de leden van de website vindt men een uitvoerige reeks (circa 1300) foto’s van de Plechtige investituur.

Hieronder volgt de prachtige en inspirerende homilie die Mgr. Fouad Twal, Latijns Patriarch Emeritus van Jeruzalem, naar aanleiding van de investituur in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Overwinning aan de Zavel in Brussel uitsprak.{{}}

Investituur in Brussel

10 juni 2017

Waarde broeders van het episcopaat,
Zijne Excellentie, dhr. Jean-Pierre Fierens
Geachte leden van de Belgische Landscommanderij,
Waarde vertegenwoordigers van de landscommanderijen uit Frankrijk, Nederland, Oost-Spanje en het Groot-Hertogdom Luxemburg,
Waarde kandidaat-leden,
Beste vrienden,

Ik ben mij terdege bewust van uw toewijding voor het Heilig Land en daarom heb ik niet geaarzeld om met vreugde op uw uitnodiging te antwoorden om voor te gaan in deze schitterende viering van uw investituur. Van harte dank voor uw bijzonder warm onthaal.

Van de leden van de Ridderorde van het Heilig Graf wordt verondersteld dat zij beter dan wie ook op de hoogte zijn van de situatie in het Heilig Land, van alle complicaties en van de toestand waarin de christenen daar moeten leven.

1. Jeruzalem

Tot op het einde van Jezus’ leven waren zijn volgelingen nog niet ten volle van de evangelische geest doordrongen. De twee leerlingen op weg naar Emmaüs kunnen hiervoor best als voorbeeld dienen. En toch had Christus hen gewaarschuwd: de volgeling wacht geen betere behandeling dan zijn meester en het kruis is de niet te ontwijken voorwaarde om Hem te volgen.

Later, na de dood en de Verrijzenis, na Zijn verschijningen wisten de leerlingen steeds beter tot de volheid van de geest van Christus door te dringen en zouden zij aan de kritiek, de vervolging en het martelaarschap weten te weerstaan. Paulus schreef: “Om Uwentwil bedreigt ons de dood de gehele dag; wij worden als slachtvee behandeld.”

En de doodsangst van Jezus en zijn leerlingen leeft verder tot in onze dagen. Doodsangst van honderdduizenden gezinnen in hun regio, hun kerken en hun geboorteland. Doodsangst die door een wereldwijde onrechtvaardigheid en door onethische politieke belangen wordt veroorzaakt. Doodsangst als gevolg van een steeds aanwezige wreedheid en een medeplichtige mondiale onverschilligheid. Doodsangst omwille van de aanslagen tegen de Kopten in Egypte of het terrorisme in Europa dat de dood van zoveel onschuldigen veroorzaakt.

De leerlingen hielden zich uit schrik voor de Joden in het Cenakel schuil. Maar wellicht hebben wij, die de mond vol hebben over medemenselijkheid, misschien nu nog meer schrik dan de apostelen destijds in Jeruzalem. Indien wij, christenen, erin slagen om toch in het Heilig Land te blijven, daar te blijven werken en er te evangeliseren, dan is dit misschien wel een beetje dank zij jullie vriendschap. Maar het is vooral dankzij die Iemand die ooit zei: “Ik ben jullie nabij, wees niet bang.”

Net als de leerlingen verwachten wij het nederdalen van de Heilige Geest, met Zijn gaven, vooral dan met de gave om te volharden en in het onmogelijke te blijven hopen, de gave om tegen alle hoop in toch te hopen op de vrede.

2. Ridder zijn van het Heilig Graf

Het Heilig Graf is de plaats van de Verrijzenis van Christus. Het is het universeel symbool van het geloof en de hoop die ons begeestert.

Ridder zijn is antwoorden op de roeping om het Latijns Patriarchaat lief te hebben. De Orde en het Patriarchaat werden beide op hetzelfde moment en in dezelfde omstandigheden door Paus Pius IX in het leven geroepen. Wij zijn er ons van bewust dat er vanuit het Midden-Oosten in vele opzichten beroep gedaan wordt op de solidariteit van de Orde. Maar hulp aan de christenen in de ruime regio van het Midden-Oosten behoort tot de opdracht van de Congregatie voor de Oosterse Kerken en is niet uw eerste taak. De dag dat de Orde erin slaagt om alle noden van het Patriarchaat te leningen, hebben we er niet het minste probleem mee dat de Orde haar werkterrein over heel het Midden-Oosten verder uitbreidt.

Ridder zijn is een zending van gebed vervullen, Het is het beoefenen van de solidariteit voor het Heilig Land en voor hen die er wonen. Ridder zijn is zich met een groot gemoed door middel van concrete daden welwillend ten dienste stellen. De christenen in het Heilig Land hebben nood aan ondersteuning voor hun scholen, voor hun gezondheidszorg en voor de huisvesting van de ontelbare christen vluchtelingen uit Irak en Syrië. Deze laatsten worden in onze parochies opgevangen en zijn zo een deel van ons dagelijks leven en van ons pastoraal actieplan geworden. Sedert het begin van het conflict ving Jordanië maar liefst 1.400.000 vluchtelingen op, hetgeen overeenkomt met 20% van de Jordaanse bevolking.

Het aantal Iraakse christen vluchtelingen voor wie de Kerk de zorg opneemt, bedraagt ongeveer 8.000 mensen. Zij zijn zowel een last als een zegen, maar ze zijn hoe dan ook een mooie getuigenis van geloof, trouw en geduld. Onze Kerk in Jordanië, onze parochies met hun parochianen en de Caritas worden volop ingezet teneinde de vluchtelingen in zo menswaardig mogelijke omstandigheden een opvang te bieden. Zo konden Irakese families dank zij uw concrete steun in het project “Living Mosaics” in Madaba van een morele, spirituele en materiële steun genieten en werden ze zo opgeroepen om zich verder te ontwikkelen en zich duurzaam te vestigen.

Ten aanzien van een cultuur van de dood die ons omsluit, mogen wij met vreugde vaststellen dat er zich onder de jongeren een ommekeer richting Kerk aftekent. In tal van parochies dient men een uur op voorhand in de kerk aanwezig te zijn om nog een plaatsje voor de mis te kunnen bemachtigen. Uw spirituele nabijheid en uw materiële steun wordt dan ook meer dan ooit op prijs gesteld.

Weet tevens dat het grote project in het Centre Notre-Dame du Mont te Anjara dankzij de vrijgevigheid van de familie Ferrier kan worden verder gezet. Ook de bouw van de kelderverdieping van het Centre Notre-Dame de la Paix is op de goede weg. Daar worden reeds groepen jongeren en families opgevangen.

Zoals u wel weet is de hoofddoelstelling van het Centre Notre-Dame de la Paix de kosteloze zorgverlening aan jonge mindervaliden, in hoofdzaak moslims. Maar het is tevens een oord dat regelmatig bedevaarders, religieuze gemeenschappen en groepen jongeren ontvangt om er bezinnings- of vormingsdagen te houden.

Caritas Jordanië dankt u dan ook heel bijzonder voor de financiële hulp die het tussen 2012 en 2014 van u heeft mogen ontvangen. Ik dank u voor uw geregelde bezoeken, voor het opvolgen van de projecten alsook voor de zeer kostbare raad die we telkens bij uw bezoeken mochten ontvangen.

Ridder zijn is een broederdienst aanbieden die de geest van de broederlijkheid en van de oecumene met de christenen in het Oosten versterkt. Het is de verdeeldheid teniet doen en de zo begeerde eenheid bewerkstelligen. Misschien zijn jullie wel, zonder het zelf te beseffen, de pioniers van de vrede en de verzoening.

In de beproevingen die jullie landen momenteel zwaar treffen en bij de recente aanslagen die de samenleving zo sterk tekenen, mag u op mijn gebed en op mijn medeleven rekenen. Ik denk hierbij in het bijzonder aan de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016, de drama’s in Manchester en Londen... Ik druk de wens uit dat de Europese Unie, die nu evenwel meer dan ooit verdeeld is, de huidige uitdagingen weet te overwinnen. Daar zijn niet enkel de grote werkloosheid en de buitensporige consumptiementaliteit. Tevens vermeld ik nog:

  •  De Brexit en de gevolgen ervan voor de diegenen die voor de Europese Unie in het Verenigd Koninkrijk leven en werken.
  •  De stroom van vluchtelingen uit de landen in oorlog, hun integratie, alsook de moeilijkheden en de onverwachte gevolgen die dat alles met zich meebrengt. We begrijpen uw angsten volkomen en de recente gewelddaden zijn hiervan het levend bewijs.
  •  Deze angst wordt nog in de hand gewerkt door de leegte die is ontstaan als gevolg van het verval van het gezinsleven en de geringe plaats die nog aan de waarde van het leven en aan het geloof wordt toegekend. De hierdoor ontstane leegte wordt dan weer door een overdosis fanatieke en geradicaliseerde Islam ingevuld. Op de vraag van een vriend die me vroeg of ik schrik had voor de Islam in Europa, heb ik “ja” geantwoord. Maar ik heb er meteen bij gezegd dat mijn schrik voor de “onware” christenen nog veel groter is.
  •  Laten wij proberen de vluchtelingen niet alleen voedsel en kledij te bezorgen want wij hebben méér te bieden. Laten wij hen ook delen in ons geloof in Christus door hen het evangelie en onze levensvreugde aan te bieden.

Indien Europa écht een einde wil stellen aan de toevloed van vluchtelingen en aan al het menselijk lijden dat hiermee gepaard gaat, dan is een van de oplossingen dat ze ophouden met de verkoop van wapens aan landen die in oorlog zijn. Men kan beter helpen aan de opbouw van een rechtvaardige samenleving zodat de mensen in hun land kunnen blijven, daar kunnen werken en er in vrede kunnen leven.

Europa lijkt op een grootmoeder die in het verleden zoveel heeft gegeven maar die er vandaag nog alleen in slaagt materiële, technische of financiële hulp aan te bieden, daar waar ze ooit zoveel missionarissen en zendelingen aan heel de wereld heeft aangeboden. Indien de financiële gulheid die u eigen is en die u mild toepast, de belangrijkste pijler van uw zending is, dan zal dit niet volstaan. Door u aan de Ridderorde van het Heilig Graf te verbinden, krijg je tegelijk ook in je eigen land een missionaire verantwoordelijkheid. Deze kan je gestalte geven door een toegewijde dienstbaarheid en getuigenis in uw parochies, op het werk en in de schoot van jullie gezin.

Ik wil God danken voor de nieuwe kandidaten die ik van harte feliciteer. Mijn gelukwensen gaan evenzeer naar hun familie. Ik dank allen die hen hebben begeleid en hen op dit gelukzalige moment hebben voorbereid. Het Latijns Patriarchaat deelt in de vreugde van deze investituur en zal u van harte in het Heilig Land verwelkomen.

Op het einde van de maand treedt binnen de Orde een nieuwe Gouverneur-Generaal in functie. Bij deze gelegenheid dank ik, mede in uw naam, Zijn Excellentie Professor Agostino Borromeo voor alle diensten die hij tijdens zijn mandaat heeft verricht en ik geef zijn opvolger Zijne Excellentie Graaf Leonardo Visconti de verzekering van onze aanmoedigingen en ons permanent gebed bij de uitoefening van de belangrijke zending waarvoor hij zich geplaatst weet.

Moge de Koningin van Palestina u allen beschermen.

+ Patriarch Fouad Twal

Vertaling: Luk De Staercke



 


De zeven gaven van de Heilige Geest

 

7 juni 2017 2017 door LdS

ONDERRICHTING – Volgens de christelijke tradities zijn er zeven gaven aan de werking van de Heilige Geest verbonden. Deze opvatting staat stevig in de Schrift gefundeerd. P. David Neuhaus, Patriarchaal Vicaris voor de Hebreeuws sprekende katholieken, geeft enige uitleg over deze gaven van de Geest waarvoor we de Heer bidden opdat Hij deze in ons zou opwekken.

De catechismus van de katholieke Kerk leert ons: “de zeven gaven van de Heilige Geest zijn de wijsheid, het verstand, de raad, de sterkte, de wetenschap, de godsvrucht en de vreze Gods. Ze behoren in hun volheid toe aan Christus, de zoon van David. Zij brengen de deugden van hen die de gaven ontvangen tot volkomenheid. Ze maken de gelovigen volgzaam om in alle bereidheid aan de goddelijke inspiratie te gehoorzamen.” (§1831).

De Bijbelse grondslag van deze lijst vinden we bij Jesaja terug (Jes 11, 1-3): “Een tak ontspruit aan de stronk van Isaï, een twijg ontbloeit aan zijn wortels. De geest van de Heer rust op hem, een geest van wijsheid en inzicht, een geest van beleid en sterkte, een geest van kennis en ontzag voor de Heer? (Hij ademt ontzag voor de Heer).” In het Hebreeuws wordt de term “ontzag voor de Heer” tweemaal herhaald, maar in de latere Griekse (septuagint) en Latijnse (vulgaat) vertaling is er een onderscheid gemaakt tussen “godsvrucht” en de “vreze Gods”.

De christenen lezen in deze verzen een beschrijving van de Messias. De gaven van de Geest zijn in Hem perfect identificeerbaar. Deze gaven worden door het werk van de Geest ook aan elke christen aangeboden. Dit begint bij het doopsel, wordt versterkt bij het Vormsel en wordt bij elk Pinksterfeest in het bijzonder hernieuwd.

Deze zeven gaven kunnen als volgt worden onderscheiden:
-  Wijsheid: Het vermogen om de schepping als Gods werk te erkennen, dit zowel in ons leven als in de wijde wereld. Deze gave is belangrijk om God in zowat alles terug te vinden, in het bijzonder in alles wat ons overkomt en in ieder die we ontmoeten.
-  Verstand: Het vermogen om te analyseren, om te redeneren, om problemen op te lossen en te beslissen om Christus in ons leven van elke dag na te volgen.
-  Raad: Het vermogen om het ware van het valse te onderscheiden, om eerder voor het goede dan voor het kwade te kiezen en daar ook naar te handelen.
-  Kracht: Het vermogen om zijn angsten te overwinnen, om te aanvaarden samen met Christus op pad te gaan, om aan de verleidingen te weerstaan en niet de massa te volgen daar waar deze zich vergist. Daarin volgen we de eerste christen gemeenschappen in hun moed om volgens Christus leer te leven en deze ondanks alle doodsbedreigingen te blijven verkondigen.
-  Wetenschap: Het vermogen om God te kennen en van Hem te houden.
-  Godsvrucht: Het vermogen om onderdanig te leven en samen met God op pad te gaan in totaal respect voor alle kinderen Gods. De godsvrucht voert ons tot het gebed en tot de lofbetuiging.
-  De vreze Gods: Het vermogen om te beseffen dat wij ons zonder ophouden in Gods aanwezigheid bevinden. In het Boek der Spreuken lezen we: “De vrees voor de Heer is het begin van de kennis” (Spr 1, 7). Hij die de Heer vreest, kent zijn plaats als kind dat door zijn Vader wordt bemind.

Laten wij bidden dat wij de gaven van de Geest mogen deelachtig worden.

P. David Neuhaus sj

Vertaling: Luk De Staercke



 


“Kies het Leven”

 

23 september 2017 2017 door LdS

OVERWEGING – Hieronder volgt een overweging van P. David Neuhaus over de betekenis van Pasen in ons leven.

“Kies het leven” (Deuteronomium 30, 19)

De Cambridge Dictionary definieert het woord “horizon” als “de verst verwijderde lijn die men kan zien, waar de hemel de aarde en de zee lijken te raken.” Bij dit Paasfeest wordt ik door het woord “horizon” getroffen want dit begrip lijkt me wel bijzonder geschikt om de verandering te beschrijven die de Verrijzenis van Jezus in mijn leven en in de wereld heeft teweeg gebracht.

Christus’ overwinning op de dood wordt voor het eerst gesuggereerd op het moment dat de vrouwen zich vroeg in de ochtend naar het graf begeven. Ze waren gekomen om het lichaam van Christus, dat drie dagen eerder haastig in het graf was gelegd, met zalf te bestrijken. Een zware steen was voor de toegang tot het graf gelegd, een courante praktijk, en de Joden, zowel volgelingen als vijanden, hielden het graf tijdens de sabbat in het oog. In de stilte van de sabbat vormde zich op mysterieuze wijze een nieuwe wereld waarvan het zaad reeds in het lichaam van de gekruisigde Jezus was gezaaid. Deze nieuwe wereld zou die eerste dag van de week volop losbarsten. Dit was de eerste dag van een nieuwe schepping. Het is in het hart van deze wereld dat wij, volgelingen van Christus, worden uitgenodigd. Het is tot deze nieuwe wereld dat wij, volgelingen van Christus, ons getuigenis richten.

Toen de vrouwen het graf naderden en zich nog niet bewust waren van de nieuwe wereld die op hen wachtte, vroegen ze zich af: “Wie zal de steen voor ons van de ingang van het graf wegrollen?” (Mc 16, 3) Zij voelden zich nog ten zeerste ontworteld door alles wat hen was overkomen en heel hun angst, hun droefheid en al hun gevoelens zaten in die vraag vervat. Jezus had hen alleen achtergelaten en ze beleefden dit met een gevoel van diepe smart. Het deed hen perplex staan en bracht hen compleet in verwarring. Maar het vervulde hen ook volledig met angst toen zij het graf aanschouwden. Het was helemaal open en de zware steen was opzij gerold. Het evangelie van Marcus besluit deze scene met de verontrustende woorden: "De vrouwen gingen naar buiten en vluchtten weg van het graf, want schrik en ontsteltenis hadden hen overweldigd. En uit vrees zeiden ze er niemand iets van.” (Mc 16, 8) En precies dit zou een verrukking, een blijdschap en een dankbetuiging worden op het moment dat de vrouwen als eerste getuigen van de Verrijzenis, de Verrezen Jezus zouden ontmoeten.

Wat onderscheidt de nieuwe wereld van de oude? Deze vraag valt zeer moeilijk te beantwoorden zolang men nog in de oude wereld vertoeft. Van bij het Laatste Avondmaal bad Jezus tot Zijn Vader voor zijn leerlingen: “Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad. Zij zijn niet van de wereld, zoals ik niet van de wereld ben”(Joh 17, 15-16). Jezus heeft ons tot de nieuwe wereld uitgenodigd. Maar wij vertoeven nog gemakkelijk in de oude wereld die nog niet is opgeheven en het spreekt vanzelf dat dit onze trouw aan het nieuwe nog kwetsbaar en wankelbaar maakt. De nieuwe wereld verliest soms zijn specifiek karakter. Zijn nog wazige contouren en zijn onmiskenbaar karakter worden overschaduwd wanneer onze verankering in de oude wereld het licht van de nieuwe wereld verduistert.

Het is nu precies het woord “horizon” dat de nieuwe wereld van de oude onderscheidt. Wanneer de oude wereld verstikkend werkt, somber en vaak uitzichtloos is, angst en droefheid veroorzaakt, dan is de nieuwe wereld deze met open horizonten, die badend in licht en blijdschap hoop aanreiken. De dood is de werkelijkheid van de oude wereld, een werkelijkheid waar de weg naar de horizon versperd ligt. De verrijzenis is de realiteit van de nieuwe wereld waar de horizon tot aan de hemel reikt, tot de plaats waar de hemel en de aarde elkaar raken.

Een lichaam zonder het leven van Jezus komt in een graf terecht. Het is er somber, duister, vochtig en dat graf blijft gesloten. Jezus was waarachtig dood. Hij is zo maar niet langs de dood voorbij gegaan of Hij heeft niet zomaar gedaan alsof. Hij is helemaal gestorven, zoals elk menselijk wezen sterft. Zijn dood, zijn begrafenis en zijn neerdalen onder de doden bevat de wezenlijke elementen van geboorte, van dood en van zijn verrijzenis. In de geloofsbelijdenis verhalen we duidelijk het “Triduum Pascale”: "die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven, die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden”. Talrijk zijn diegenen die er mee gestreden hebben om te begrijpen wat dit wel kon betekenen “de nederdaling ter helle” na de dood op het kruis. Dit is een verwijzing naar een passage in het Nieuwe Testament die in feite refereert naar het afdalen naar het dodenrijk na de dood van Christus. 1 Pe 3, 18-19 vermeldt dit heel expliciet; “Ook Christus heeft eens voor al geleden voor de zonden, de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om u tot God te brengen. Gedood naar het vlees, werd Hij ten leven gewekt naar de Geest. Zo ging Hij heen en predikte voor de geesten in de kerker.” In het Hebreeuws verwijst de term “Shéol” zowel naar de “hel” als naar “kerker” of “gevangenis”. Het was hoe dan ook de plaats waar de dood verbleef.

Het “Shéol” wordt in het Oude Testament beschreven als een obscure en verstikkende plaats onderin de aarde. In de verschrikkelijke historie van Korach, Datan en Abiram die de autoriteit van Mozes betwistten, werden deze door de aarde verzwolgen. De aarde opende zich als een muil, verslond hen en sleurde hen levend mee naar “Shéol”, het dodenrijk (Nu 16, 30-33). Het Boek Job beschrijft het als een plaats achter de tralies (Job 17, 16) en in het Boek der Psalmen is het als door touwen en vangnetten omstrengeld (Ps 18, 5). Elders heeft Jesaia het dan weer over een plaats in het duister, een wereld waarvan geen herinneringen overblijven (Js 14, 9), net als het Boek der Psalmen dat het als duisternis en vergeten land bestempelt (Ps 88, 12). Salomon beschrijft “Shéol” als een plaats waar noch werken, noch denken, noch weten, noch wijsheid is. Het is de plaats waar de stilte heerst (Ps 115, 17). Heel karakteristiek voor “Shéol” is de plaats waar Gods lof ontbreekt, “want wie sterft, ontbeert alle herinnering aan God. Wie zal u lof betuigen in het verblijf der doden?” (Ps 6, 5-6). “Het dodenrijk brengt U geen lof, de doden prijzen U niet. Wie in het graf is afgedaald, hoopt niet meer op Uw trouw” (Js 38, 18).

Jezus heeft de realiteit van het graf en van “Shéol” ervaren als wezenlijk onderdeel van Zijn incarnatie waardoor hij volop in het leven van de mens kwam te staan. De realiteit van het graf is een menselijke realiteit die wij ten volle vanuit de dood kennen. Ondertussen verkiezen wij nog vóór het moment van onze fysische dood vaak de dood boven het leven. We zijn onderworpen aan de gevolgen van onze slechte keuzes. In de slechte keuzes is het graf tastbaar, het is een duistere werkelijkheid, het is een realiteit van zonde en angst. Het is deze bevrijding uit gevangenschap en slavernij die het Joodse volk bij het Paasfeest viert. Hun uittocht uit Egypte is hun bevrijding uit de gevangenis van de slavernij. Het Hebreeuwse woord voor Egypte is “Mitzrayim” en verwijst naar het begrip “opsluiten” (Tzar). Het feit dat Jezus, een Jood, Pessah uitkiest als moment waarin Hij door de dood naar het leven gaat, ligt hiermee volledig in lijn. Met Pasen worden wij uitgenodigd om ons engagement ten aanzien van de nieuwe wereld te hernieuwen. Deze nieuwe wereld is uit het graf ontstaan. Wij worden opgeroepen om het graf te verlaten en naar het leven toe te stappen. We laten het graf achter ons liggen, het blijft leeg.

De realiteit van het graf is deze van muren die het licht tegenhouden. Het is een totaal gemis aan gezichtsvermogen, aan openbaring. Het graf is de realiteit van een omgeving zonder horizon. De Heilige Theresia van Avila beschreef een visioen van de hel als volgt: “Alle hoop op vertroosting is in dit stinkend verblijf gedoofd. Men kan er zich niet zetten of zich te slapen leggen want deze plek mist elke mogelijkheid om van tussen die muren de ontsnappen en deze muren zelf zijn een verschrikking om aan te zien. Ze verpletteren u door hun gewicht. Alles is daar verstikkend en alle licht ontbreekt. Niet de minste klaarte schittert en men ziet alleen datgene wat verschrikkelijk is om naar te kijken.”

De Schrift en de heiligen leren ons dat het “Shéol” niet enkel een zaak is van menselijke bestemming. Achter het gegeven dat men er in een omgeving verblijft waar elke horizon ontbreekt of door dikke muren gesloten blijft, zit een keuze die zich voorafgaandelijk heeft gesteld.

De wereld waarvoor we gekozen hebben om in te leven, vertoont vaak veel gelijkenis met het “Shéol”. Die wereld wordt omgeven door muren die we zelf hebben opgetrokken om ons te beschermen en om de anderen ver van ons weg te houden. De taal die we daar in de mond nemen, is erop gericht om “het onze” van “dat van de anderen” te onderscheiden. We spenderen er onze middelen om uit te maken wie wij zijn en wie de anderen wel mogen wezen. Dat alles draagt bij tot het ontwikkelen van onze eigen “tombe”, van een verblijf voor doden, van een hel die een gevoel van angst, achterdocht en wanhoop voortbrengt, een gevoel dat ons te vaak vergezelt. Deze “Shéol”, die we onze thuis noemen, is zo taai dat een door afkeer doordrongen discours in onze centra weerklinkt, dat de angst verder aanwakkert.

De oude wereld is ook vaak onze wereld. Een wereld die de apathie ten aanzien van de ellende die mede door onze inhaligheid wordt veroorzaakt, aanmoedigt. We sluiten onze ogen en onze deuren voor de aanblik van onze broeders en zusters die ons om solidariteit en onze bijstand vragen maar we storten ons in de afgrond van het graf. Wij blijven onverschillig voor die duizenden mensen die ten gevolge van honger en oorlogsgeweld hun huis ontvluchten, wij verharden ons hart met wantrouwen en afwijzing, wij aanvaarden de grondwet van de oude wereld die Jezus heeft gekruisigd. Wij ontwikkelen met alle gemak een taal die de wereld in tweeën opsplitst, in “vrienden” en “vijanden” en wij verraden het evangelie die de liefde en de vergeving predikt. Wij verglijden in de afgrond van de wanhoop die ons door de zelf gebouwde muren rondom onszelf wordt gevoed. Het zijn muren van steen en muren van woorden die perfect aansluiten bij het geweld en de afwijzing. Maar met de Verrijzenis wordt de hoop opnieuw geboren. De muren storten in. In een van zijn boodschappen op twitter heeft Paus Franciscus op 9 februari l.l. het volgende verkondigd: “De hoop opent een nieuwe horizon en maakt het weer mogelijk om te dromen zelfs over datgene wat ondenkbaar lijkt”. De hoop maakt het ons mogelijk om op de ochtend van Pasen de oude wereld achter ons te laten!

Paus Franciscus, een groot apostel van de nieuwe wereld, heeft zich in zijn eerste homilie als paus, klaar en duidelijk in het voordeel van de nieuwe wereld uitgesproken: “de Apostel Paulus sprak over Abraham: ‘Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt en geloofd’ (Rom 4, 18). Hopen tegen alle hoop in! Ook vandaag nog, tegen al die aanduidingen in een grijze hemel in, hebben we er nood aan het licht van de hoop te zien en moeten we onszelf aan de hoop overleveren. Elke man en elke vrouw dient zorg te dragen van de schepping en dit met een blik vol tederheid en liefde. Dit betekent dat we de horizon op de hoop wijd open zetten en een lichtkier brengen doorheen een wereld vol wolken. Het betekent dat we de warmte van de hoop in ons dragen! En voor de gelovige, voor de christen is de hoop die wij, net als Abraham en de heilige Jozef in ons dragen, gegrondvest op de rots die God zelf is.”

Enkele maanden later heeft de paus, naar aanleiding van zijn bezoek aan het Heilig Graf in mei 2014, de werkelijkheid van de nieuwe wereld onder woorden gebracht. Hij deed dit in de context van zijn ontmoeting met de Patriarch van de Orthodoxe Kerk van Constantinopel. Zijn woorden overstegen toen duidelijk de specifieke context waarin ze werden uitgesproken. “Wij moeten geloven dat, net zoals eens de steen voor het Heilig Graf was weggerold, op dezelfde wijze alle obstakels die de volle eenheid onder ons in de weg staan, zullen kunnen verwijderd worden. Dat zal de genade van de Verrijzenis zijn, die wij hier nu al bij voorbaat kunnen smaken. Elke keer dat wij voor de zonden die wij tegenover elkaar bedreven hebben aan elkaar vergiffenis vragen en elke keer dat wij de moed hebben deze vergiffenis te schenken en te aanvaarden, zijn we deelachtig aan de Verrijzenis! Elke keer wanneer we de oude vooroordelen kunnen overstijgen en de moed hebben nieuwe broederlijke relaties met elkaar te bevorderen, belijden we dat Christus waarlijk is opgestaan.”

Wanneer Jezus het graf verlaat, leidt Hij ons naar die nieuwe wereld, een wereld met open horizonten. Jesaja stelt deze nieuwe wereld tegenover deze van het “Shéol”. Het is een wereld van vrolijke lofzangen. “Alleen levende mensen kunnen U loven, zoals ik vandaag doe. Alleen een vader maakt zijn zonen bekend met uw trouw” (Js 38, 19). Door het graf leeg achter te laten, heeft Christus de muren gesloopt, heeft Hij de deuren geopend en ons de wijdste horizonten laten zien. Nu de muren zijn gesloopt en de deuren wijd zijn geopend, kunnen wij de vrije lucht inademen en met opgeheven hoofd verder wandelen. Wij zijn voortaan van alle slavernij verlost. Zo kwam de belofte in vervulling die God in het midden van de afkondiging van de Wet aan Mozes heeft gedaan: “Midden onder u plaats ik mijn verblijfplaats; ik keer mij nooit van u af. Overal ga Ik met u mee: Ik zal uw God zijn en u zult mijn volk zijn. Ik ben de Heer uw God die u uit Egypte heeft geleid, zodat u geen slaaf meer hoeft te zijn. Ik heb de stangen van uw juk gebroken en u rechtop laten lopen.” Lv 26, 11-13).

P. David Neuhaus, sj
Latijns Patriarchaal Vicaris voor de katholieken van de Hebreeuwse taal

Vertaling: Luk De Staercke



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de vijfde zondag van de Vasten

 

23 september 2017 2017 door LdS

Vasten – In de vastentijd presenteren wij u de bezinning van de priesters van het Latijns Patriarchaat in verband met het evangelie van de dag.

2 april 2017 Vijfde zondag van de Vasten – Liturgisch Jaar A

We kunnen stellen dat heel onze reis doorheen de vasten niets anders is dan een stelselmatige ontdekkingstocht naar een God die tot ons spreekt. Het is een steeds dieper gaande ontmoeting met de Heer die Zijn Woord aan de mens openbaart. Dit Woord maakt het ons mogelijk om in alle intimiteit opnieuw bij Hem aansluiting te vinden.

Toen Jezus in de woestijn door de duivel werd bekoord, bleef Hij naar het Woord van Zijn Vader luisteren om niet in de bedrieglijke schijn van de vijand te vervallen. Deze stelde Hem immers een fout beeld voor van de Vader, van hemzelf en van de mens.

De tweede zondag waren we samen met Hem op de Berg Tabor en ook daar weerklonk de stem van de Vader die ons zei: “Luister naar Hem” (Mt 17, 5).

Vervolgens bevonden we ons in Samaria waar Jezus aan de vrouw die Hem als Messias ondervroeg het volgende antwoord gaf: “Ik ben het, Ik die tot u spreek” (Joh 4, 26). En dezelfde mededeling hoorden wij ook tijdens de zondag daarop, wanneer we ons hier in Jeruzalem bevonden: “Gij ziet Hem, het is Degene die met u spreekt” (Joh 9, 37).

Het evangelie van vandaag vormt het hoogtepunt van de openbaring van een God die spreekt, want zoals we zullen zien, spreekt Jezus ook tot Lazarus die reeds vier dagen in het graf lag. En terwijl Hij tot hem sprak, terwijl Hij zijn naam uitsprak, gaf hij hem het leven terug.

Zoals bij de aanvang van de schepping, beginnende bij nul, bracht God door zijn woord, door alles bij naam te noemen, het heelal tot leven. Op zowat dezelfde wijze, door middel van een woord, gaf Jezus zijn dode vriend het leven terug. Hij riep hem en hij kwam opnieuw tot leven.

Deze passus uit het evangelie begint met een lange inleiding. Pas na zestien verzen gaat Jezus op weg naar Bethanië, ook al was Hij zich van het dodelijk karakter van de ziekte van zijn vriend bewust. Het lijkt wel alsof hij er niet het minste belang in stelde om te vermijden dat zijn vriend zou overlijden. “Toen Hij dan ook hoorde dat hij ziek was, bleef Hij weliswaar nog twee dagen ter plaatse” (Joh 11, 6). Pas daarna ging Hij met zijn leerlingen op weg.

Deze vertraging, die als oorzaak van de dood van Lazarus wordt beschouwd, wordt bij herhaling in de rest van de passage beklemtoond. Marta (Joh 11, 21) en vervolgens Maria (Joh 11, 32) maken Hem dit verwijt: “Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer nooit gestorven zijn” (Joh 11, 32). Vervolgens berispten ook de Joden Hem op dezelfde wijze: “Had Hij dan niet kunnen zorgen dat hij niet doodging? Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?” (Joh 11, 37).

Dat was immers de hoop van de naasten van Lazarus, dat Hij zou kunnen voorkomen hebben dat Lazarus zou sterven. Maar Jezus had hem laten sterven, tot grote verontwaardiging van allen.

Maar omdat Jezus van hem hield, ging Hij in de dood naar hem toe.

“Vriendschap” en “Liefde” zijn de twee woorden die kenmerkend zijn voor de relatie van Jezus met Lazarus (Joh 11, 3 en 36).

Maar wat betekent precies deze liefde van Jezus voor Lazarus? Hoe had Jezus hem lief?

Jezus belette niet dat Lazarus stierf, maar hij betrad samen met hem de dood. Hij trad binnen in zijn graftombe. Daar liet Hij hem geenszins in de steek en kon Hij met de kracht van zijn stem tot hem doordringen, hem als het ware ontmoeten. Zo wist Jezus de dood zelf weer tot leven te wekken.

De Vader bemint Jezus op dezelfde wijze. Hij zal evenmin beletten dat Jezus sterft, maar Hij zal Hem evenmin in het graf achterlaten. Wij ook zijn gemaakt tot gemeenschap met God, om met Hem in gesprek te treden. En de dood is niets anders dan van Hem gescheiden worden. De dood is de plaats waar we het Woord Gods, dat ons laat bestaan, niet langer horen.

Maar voor wie in de vriendschap van de Zoon leeft, bestaat die plaats niet. In het evangelie van Johannes herhaalt Jezus meermaals, dat al diegenen die in Hem geloven, de klip van de dood reeds hebben overwonnen en over de dood heen zullen blijven leven: “Waarachtig, Ik verzeker u: wie naar mijn woord luistert, wie Hem gelooft die Mij gezonden heeft, bezit eeuwig leven. Voor hem is er geen oordeel meer: hij is overgegaan van de dood naar het leven” (Joh 5, 24; cfr. 8, 51).

God berust niet in onze dood. Maar om Lazarus niet alleen in de dood achter te laten, besliste Jezus om eveneens in de dood treden. En vermits Hij deze stap uit liefde heeft gezet, ging het niet om sterven, maar om het leven terug te geven, weer tot leven te komen.

Het is geen toeval dat de weg die bij vers 16 van deze episode begint, niet bij het graf van Lazarus eindigt, maar bij dat van Christus. Het is op dezelfde weg waar Lazarus van de dood werd bevrijd, dat Jezus verder trekt tot Pasen. Het is precies door uit liefde zijn leven te geven en voor ons te sterven, dat onze dood wordt overwonnen.

Het is daarom dat Jezus zei dat hij blij was dat Hij niet aanwezig was bij de ziekte van Lazarus (Joh 11, 15), zodat zijn volgelingen konden zien en geloven dat zijn liefde sterker is dan de dood.

Het geloof is het enige echte tegengif tegen de dood, het geloof van diegene die gelooft dat ons leven steeds in de handen van de Vader is beveiligd en dit tot bij de dood. Het is het geloof van diegene die luistert.

Met deze zekerheid betreedt Jezus de dood van Lazarus en met diezelfde zekerheid zal Hij ook Zijn eigen dood ingaan.

Lazarus is bijgevolg het beeld van de mens, de mens die door zonde is verwondt, die tot de dood is gedoemd, die de gevangene is van de dood. Daar komt Jezus tot bij hem en Lazarus komt terug tot leven.

Het leven dat door de ontmoeting met Jezus in het graf is ontstaan, is een totaal nieuw, een totaal verschillend leven. Het is een verrezen leven die niet langer angsten kent.

Dit reeds verrezen leven hebben wij tijdens ons doopsel ontvangen en het is blijvend. Ons leven zal opnieuw langs de dood voorbij gaan, het zal zoveel keer langs de dood gaan en soms zal het lijken alsof de dood het met zich meeneemt. Maar in werkelijkheid zal het Leven nooit door de dood worden opgeslorpt.

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de derde zondag van de Vasten

 

23 september 2017 2017 door LdS

Vasten – In de vastentijd presenteren wij u de bezinning van de priesters van het Latijns Patriarchaat in verband met het evangelie van de dag.

19 maart 2017 Derde zondag van de Vasten – Liturgisch Jaar A

Het evangelie van Johannes bevat heel intense dialogen. Deze gesprekken tussen Jezus en een verscheidenheid aan mensen zijn vaak lang en moeilijk te begrijpen. Nicodemus is de eerste en we ontmoeten hem in hoofdstuk 3. Vervolgens leren we de Samaritaanse vrouw en de blind geborene kennen om tenslotte bij Marta en Maria aan te komen op het moment dat hun broer Lazarus overleden was.

In deze dialogen openbaart Jezus in zijn gesprek met een van deze personages vaak zichzelf. Hij verklapt iets over zichzelf. De passage van vandaag, net als deze van de volgende twee zondagen, maakt deel uit van de doopselcatechese. Jezus laat ons stap na stap kennis maken met Hemzelf als rabbijn, als profeet, als Messias…

Behalve in de passage die aan deze van de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw voorafgaat, haalt hij steeds de laatste woorden van Johannes de Doper aan. Deze zegt dat de bruidegom is aangekomen en dat de bruid aan de bruidegom toekomt. Daarna verdwijnt de Doper helemaal uit beeld. In dit hoofdstuk zien we de bruidegom die op zoek gaat naar zijn bruid. Hij zoekt haar bij de put, de plaats die in de Bijbel van oudsher de plaats van ontmoeting en van de bruiloft is (Gn 29, 10 e.v.).

Wij kunnen niet op elke soortgelijke episode in de Bijbel ingaan, want deze zijn daarvoor veel te talrijk, daarom willen we slechts bij enkel ervan enig commentaar geven en een meer aandachtige lezing ervan uitlokken.

De Openbaring van de Heer voltrekt zich niet volgens een theoretisch of abstract plan. Ze komt niet op een steriele wijze ergens van boven naar beneden. Ze heeft eerder plaats in het kader van een persoonlijke ontmoeting. Jezus openbaart zich in de ontmoeting met concrete mensen, door in hun geschiedenis binnen te treden en met hen in gesprek te gaan. Voor Hem was er geen andere methode, vermits onze God precies “ontmoeting” is. Hij is relatie en kan niets over zichzelf meedelen zonder met iemand te praten.

En op een of andere manier past de Heer zich aan aan diegene die Hij voor zich heeft: Nicodemus die de hele Wet kent en die hem bij nacht bezoekt. Jezus beschrijft zichzelf als de ongedwongen en eindeloze liefde die u daarheen brengt waar je niets van af weet. Tegen de Samaritaanse vrouw, die een onmetelijke dorst naar liefde heeft en die daar aankomt met heel de bagage van haar gekwetst verleden, praat Hij over het levend water. Aan de blinde openbaart Hij zich als het Licht en aan beide zusters die om de dood van hun broer wenen, stelt Hij zich voor als de verrijzenis en het leven.

Derhalve past Jezus zich in elk menselijk verhaal in. Hij wordt solidair met elkeen in zijn eigen menszijn. Zo openbaart Hij zichzelf.

En telkens wanneer Hij zich openbaart, gebeurt er iets bij de gesprekspartner. Deze raakt in de dialoog betrokken hetgeen maakt dat aan het einde van het gesprek niemand nog dezelfde is dan diegene die hij was bij het begin van de ontmoeting. Het leven kent een ommekeer en zo komt ook het heil in het verhaal van elke mens.

Vandaag zien we dit alles gebeuren in de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw.

Er zijn op zijn minst drie redenen aan te halen waarom deze ontmoeting nooit had moeten plaatsvinden. Vooreerst al eenvoudig weg omdat het om een vrouw gaat en omdat het voor een rabbijn ongepast is in alle openheid met een vrouw in gesprek te gaan. En inderdaad, wanneer de volgelingen van de stad terugkeren, zijn deze stomverbaasd dat Jezus met haar aan het praten is (Joh 4, 27).

Ten tweede ging het om een Samaritaanse vrouw die dus op een of andere manier als afgescheurd of ketters werd beschouwd. De vrouw was de eerste om verrast te zijn dat Jezus haar aansprak en antwoordde meteen: “Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?” (Joh 4, 9). En de evangelist voegt hier als commentaar aan toe: “Joden onderhouden namelijk geen betrekkingen met de Samaritanen”.

Tenslotte, hetgeen nog erger was dan het feit dat ze een vrouw was en Samaritaanse, leidde zij een ongeregeld leven, vermits zij eerder reeds vijf mannen had gekend en nu met een zesde samen leefde, met wie ze niet eens gehuwd was. Kortom, meer dan redenen genoeg om een goede Jood in verlegenheid te brengen.

Maar Jezus kijkt naar niets van dat alles. Hij ziet enkel een vrouw die net als Hijzelf dorst heeft en die net als Hij snakt naar waarachtige woorden, naar een waarachtige ontmoeting, naar ware liefde. Hij begint met haar een gesprek en Hij doet dit niet alsof Hij iemand is die haar iets te bieden heeft. Integendeel. Hij speelt de vragende partij.

“Vragen” is een van de mooiste manieren om voor iemand goed te doen, om hem te beminnen. Het biedt de ander de mogelijkheid om iets aan te bieden. Het is de ander erkennen in zijn waardigheid, in zijn rijkdom, in zijn waarde.

Het is precies hierdoor dat de vrouw bijzonder verrast wordt en zij onmiddellijk de gebruikelijke objecties formuleert die op onderscheid zijn gebaseerd en die mensen verdelen en van elkaar verwijderen. Zij is het helemaal niet gewoon om op dergelijke wijze benaderd en behandeld te worden en moet zich dus wel langzaamaan voor iets nieuws gaan openstellen.

Jezus benadert haar precies op dat niveau waar het onderscheid reeds gedurende eeuwen voor vijandschap heeft gezorgd en Hij doet eigenlijk niet veel meer dan de dialoog herstellen waar die eens werd afgebroken. Van dit gesprek, dat handelt over bronnen, eeuwig leven, de geest en de waarheid, zal de vrouw wellicht weinig begrepen hebben. Jezus voert met haar een diepgaand gesprek, maar dat blijkt geen probleem te zijn. De vrouw komt ertoe om het essentiële te begrijpen, om te beseffen dat deze man, deze rabbijn, deze profeet, deze Messias tot haar in het bijzonder het woord richt. Hij kent haar en kent zowat heel haar verhaal en toch praat Hij met haar. “Dat ben Ik, die met u spreek” (Joh 4, 25) en ik spreek nu. De Messias die jij verwacht omdat Hij u alles zal onthullen (Joh 4, 25), is hier en hij spreekt tot u. Het is deze openbaring die in het leven van de Samaritaanse ingrijpt.

Hier is de gave Gods (Joh 4, 10) die je moet ontdekken en ontvangen. Heel eenvoudig, de Messias die jij verwacht is hier en Hij zegt je: “Geef mij te drinken.”

Dit verandert haar leven compleet. Vooreerst al omdat deze vrouw gewoon een vrouw was, een Samaritaanse die dan nog wel die in zonde leefde. En dan is zij de vrouw tot wie de Messias spreekt. Niets kan nog langer zijn zoals voorheen. Zonder dat men er zich rekenschap van geeft, graaft Gods Woord in jou een kuil, maakt het in jou een bron vrij.

Het bewijs hiervan is de kruik die de vrouw bij haar vertrek in de steek laat (Joh 4, 28). Wie de bron heeft gevonden en heeft ontdekt dat deze in zijn eigen leven ligt, heeft niet langer een kruik nodig.

Wat gaat zij verkondigen? Zij vertelt dat een man haar heeft aangesproken en haar alles heeft verteld wat zij reeds gedaan had. Anders gezegd: haar verhaal dat er een was van schaamte en oneer wordt de bron van verkondiging, niet omdat er in tussentijd iets is veranderd, niet omdat deze vrouw in tussentijd “geregulariseerd” werd. Neen! Deze vrouw kan in al haar eenvoud waarachtig zijn omdat de Heer haar hoop en vertrouwen heeft gegeven.

Deze hoop waaruit iedereen leeft, is niets anders dan een week of een dag waarin men met geduld ziet hoe de oogst tot wasdom komt (Joh 4, 34-36) en iedereen kan er van genieten, zowel hij die zaait als diegene die oogst.

Niets blijft voor eeuwig gesloten, alles kan opnieuw worden geopend wanneer de Heer nabij is en met ons praat.

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van Mgr. Pizzaballa bij de plechtigheid van Maria Boodschap

 

23 september 2017 2017 door LdS

NAZARETH – Naar aanleiding van het feest van Mariaboodschap op zaterdag 25 maart ging Mgr. Pizzaballa, Apostolische Administrator van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem voor in de plechtige mis in de Basiliek van Nazareth. Hier volgt de tekst van zijn inspirerende homilie.

Homilie van Mgr. Pizzaballa bij de plechtigheid van Maria Boodschap in Nazareth

25 maart 2017 – De Aankondiging van de Heer

Dierbare broeders en zusters,
Moge de Heer u vrede schenken!

Dit jaar houden we midden de vastentijd even halt om ons te bezinnen over de figuur van Mara, de Moeder van Jezus. De voorbije weken kregen we de kans om Jezus te ontmoeten die, nadat Hij het Doopsel uit de handen van Johannes de Doper had ontvangen, aan de bekoringen in de woestijn wist te weerstaan. Vervolgens trokken we verder naar de Berg Tabor waar we even stil stonden bij de Gedaanteverwisseling van Jezus, waar Hij door God zelf als Zijn welbeminde Zoon werd voorgesteld. Binnenkort zullen wij Hem op een andere berg ontmoeten, de Calvarie, waar de welbeminde Zoon uit liefde voor ons allen zal overgeleverd worden.

Maar we kunnen ons over de Zoon niet écht bezinnen, we zijn niet in staat om Hem écht te volgen, zonder ook Zijn Moeder te ontmoeten. Daarom moeten we nu even stilhouden, om naar Maria te kijken. Zij is diegene die, zoals alle moeders overigens, ons de weg toont om haar Zoon te leren kennen. Zij is het, Maria van Nazareth, die precies hier in Nazareth ons Jezus heeft geschonken. Zij is het die op de Calvarieberg ook onze moeder zal worden. Alleen moeders kunnen echt weten hoe zij zich in de nabijheid van het Kruis moet hebben gevoeld. Het zijn ook alleen de moeders die door liefde bewogen kunnen “ja” zeggen tegen het leven.

In het evangelie van de dag toont Maria ons de weg die het ons mogelijk maakt om Jezus te ontmoeten. “Ja” zeggen tegen de wil van de Vader, tegen zijn plannen die ons steeds zullen overstijgen.

Om te pogen binnen te dringen in het mysterie van de Aankondiging van de Heer, kunnen we misschien even reflecteren over de wijze waarop wij vandaag ons geloof beleven.

Doorgaans pogen wij zelf ons leven in de hand te nemen en proberen wij als goede christenen volgens de wil van de Vader door het leven te gaan. Wanneer zich grote of zelfs kleine keuzes in ons leven aandienen zullen wij wellicht als goede christenen bidden. Daarna bladeren we misschien zelfs even door het Gods Woord ten einde de wil van de Heer wat beter te leren kennen en te begrijpen. We vragen wijze mensen om raad en hulp, dan beslissen we, en tenslotte streven wij ernaar om trouw te blijven aan ons geloof. We doen dus tal van dingen en vragen tenslotte aan de Heer om ons op een of andere wijze zijn instemming te betuigen.

Het evangelie van vandaag (Lc 1, 26-27) vertelt ons echter dat het er in de ware geloofservaring heel anders aan toe gaat. De Maagd Maria staat hiervoor model en het is volgens het voorbeeld van Mariaboodschap dat het leven van de ware gelovige zich dient te ontplooien.

Maria ontvangt de Boodschap van de engel en meteen ontstaat in haar nieuw leven, Jezus. Zijzelf weet niet eens hoe het gebeurt, zij is helemaal onthutst en begrijpt er totaal niets van. Maar tegelijk aanvaardt zij om dit nieuwe leven in haar te ontvangen, een nieuw leven dat een nieuwe zin en een compleet andere richting aan heel haar bestaan zal geven.

Dat overkomt ons ook als gelovigen. Gods leven dat in ons woont is ook voor ons een nieuw leven. We dragen het diep in ons mee zonder dat we het al evenmin goed beseffen op welke wijze dit gebeurt. En toch weten we dat er in ons een aanwezigheid is, die ons ondersteunt en die ons vergezelt indien wij ook maar even aanvaarden om Hem in ons te dragen en naar Hem te luisteren en wij Hem niet zullen verwerpen. Zijn aanwezigheid maakt ons tot nieuwe schepsels, ze geeft ons een nieuw leven dat ons compleet anders maakt.

Het leven van God in ons is volgens menselijke criteria niet te begrijpen (Lc 1, 34). Maria had het heel goed door dat dit nieuwe zich op een gewoon menselijke natuurlijke wijze niet in haar kon voltrekken. Dat is niet de vrucht van onze inspanningen, van onze talenten, van onze mogelijkheden. Het is iets helemaal anders, het komt van buiten ons.

In wezen kan dit slechts bij middel van de genade (Lc 1, 28), omdat de Heer in alle vrijheid ervoor kiest de afstand tussen hemel en aarde op te heffen, omdat Hij ons heel nabij wil zijn en zich met ons leven wil verenigen. Genade staat hier synoniem voor de Liefde en op die wijze komt Hij ons nabij. Het is Zijn manier om elkeen persoonlijk te beminnen.

“Genade” en “Liefde” zijn nu ook twee termen die in de Bijbel als attributen van de Heilige Geest worden naar voor geschoven. Dit leven is pas mogelijk indien we de Heilige Geest zelf in ons laten leven.

Gods aanwezigheid, Zijn leven in ons, gebeurt in het gewone van elke dag. Het evangelie vertelt ons over Maria als over een jonge vrouw die op het punt staat te trouwen, een gezin te stichten en een normaal leven te leiden. En het is precies in die situatie dat de Boodschap zich voltrekt (Lc 1, 27).

Gods aanwezigheid in ons houdt in dat we ons oor bij Hem te luisteren leggen. Met Maria opent zich een nieuwe dialoog tussen God en de mens. In dialoog treden, betekent niet dat men alleen maar luistert. Het veronderstelt een voortdurende basishouding om de ander als gave te aanvaarden. “Luisteren” betekent dat men een leven leidt dat niet zomaar door onszelf wordt bepaald, het is leven vanuit een relatie.

Maria was ontzet (Lc 1, 29) en Gods aanwezigheid brengt ook ons abrupt in de war. Gods handelen is immers meestal niet in overeenstemming met onze plannen, met onze manier van denken. Wanneer iets in conform met onze gedachten en onze plannen verloopt, is het vaak niet volgens Gods plan. “Want uw gedachten zijn niet mijn gedachten, en mijn wegen zijn niet uw wegen” (Js 55, 8). Gods handelen neemt ons bij verrassing en leidt ons vaak daarheen waar we eigenlijk niet willen gaan. Hij vraagt ons om risico’s te nemen en doorgaans lost Hij onze problemen niet op. Soms stelt Hij ons zelfs voor nieuwe… En toch is Hij ons heil, onze redding, zelfs al achterhalen we dit soms maar langzaam. We moeten dus de sprong wagen, de sprong in het geloof.

De Heer vraagt aan Maria niet om aan haar persoonlijkheid te verzaken of om afstand te doen van wat zij denkt. Hij wil wel dat zij ten volle de bruid wordt van dit nieuwe leven. En in werkelijkheid komt het er niet op aan om alles te begrijpen. Gods aanwezigheid in ons, hoe Hij in ons groeit, hangt niet af van hetgeen we er al dan niet van begrijpen, maar wel van de manier waarop wij vertrouwen hebben en de wijze waarop wij datgene wat groter is dan onszelf diep in ons een plaats voorbehouden.

Het is een vruchtbaar leven, met een vruchtbaarheid die nooit vergaat. De werken die we op ons eentje bedrijven, zijn dood en dienen tot niets, maar wie de Geest van de Heer in zich draagt, bevat het eeuwig leven. Hij beheert datgene dat nooit voorbij gaat. Het is daarom dat “aan Zijn koningschap nooit een einde zal komen” (Lc 1, 33).

De geloofservaring is dat alles en is zelfs nog veel meer. Het is heel het nieuwe, het is datgene wat onszelf werkelijk nieuw maakt. Maria die deze ervaring met een eenvoudig en nederig hart heeft beleefd, ontvangt Jezus. En haar eenvoudig “ja” maakt het God mogelijk om ook tot ons te komen en de geschiedenis om te keren. Maria is de allereerste die in het Rijk der Hemelen gelooft. En wat haar is overkomen, heeft nooit opgehouden zich te voltrekken, het voltrekt zich ook vandaag in ieder van ons.

Vaak worden wij door onze angsten verlamd. We hebben schrik om te huwen omdat we niet over de middelen beschikken die wij wensen of omdat we ons leven niet aan iemand anders willen overdragen. We hebben angst om een ander te vertrouwen. We proberen belangrijk en machtig te zijn om invloed op anderen uit te oefenen en we beweren onze macht uit onszelf en met eigen middelen te hebben verworven. Wij willen zelf meester zijn over ons leven en alles wat we zijn en doen zelf onder controle houden. Eigenlijk willen we vooral geen “losers” zijn, want wie niet krachtig is, dient tot niets. Maar indien dit alles zonder de Heer tot stand komt, of erger nog, zelfs tegen Hem ingaan, dan zal dit nooit tot iets leiden. Het zal niets opbouwen en binnen de kortste keren weer verdwijnen. Ziekte, moeilijkheden, onbegrip… dat alles kan de schijnbare vrijheid die we onszelf hebben toegemeten terstond vernietigen.

Maria van Nazareth leert ons vanuit haar nederige gehoorzaamheid dat onze vrijheid geen eigen verworvenheid maar eerder een geschenk is. Onze vrijheid is eerder het resultaat van onze mogelijkheid om vanuit het hart met liefde “ja” te zeggen, om ons leven in alle gemoedsrust toe te vertrouwen aan diegene die ons in onze gezinnen, in de Kerk en in heel ons leven beminnen. We moeten de arrogantie dat we alles onder controle hebben en meester zijn van onszelf afleggen. Maria leert ons dat er meer vreugde en vrijheid ligt in het overdragen van ons hart aan diegene die van ons houdt en zijn leven voor ons heeft geofferd.

Op onze weg naar de ontmoeting met Christus gedurende deze veertigdagentijd willen wij samen met Maria hier vandaag ons ja-woord krachtig hernieuwen, ons ja-woord aan de Heer en aan Zijn wil. Wij willen ons net als Maria bewust en in alle vertrouwen op Hem verlaten en gaan zo een nieuw leven tegemoet.

+ Pierbattista
Apostolische Administrator

Vertaling: Luk De Staercke



 


Christus is waarlijk opgestaan! Alleluja

 

21 april 2017 2017 door LdS

JERUZALEM – Hier volgt de tekst van de homilie die Apostolisch Administrator Mgr. Pizzaballa op Pasen in de Basiliek van het Heilig Graf heeft uitgesproken.

Pasen 2017

Het Heilig Graf, 16 april 2017

Dierbare broeders en zusters,
Moge de Heer u allen de vrede schenken.

Wij mogen heden de lang verwachte dag mee beleven. De Paasbelevenis van de Heer is ook ons Paasfeest! Ook wij zijn vandaag net als Maria Magdalena en net als de apostelen Petrus en Johannes bij het Graf van Christus aanbeland. Ook wij willen in alle nederigheid het hoofd buigen voor het mysterie van Zijn Verrijzenis en willen de bijzondere gave van Zijn Leven in ons opnemen.

Gedurende de hele week hebben wij oude en mooie liturgische momenten gevierd die het ons hebben mogelijk gemaakt om opnieuw Christus’ Menszijn zelfs fysisch op de authentieke locaties te beleven. Dit was in het bijzonder het geval voor deze plaats hier, waar eens de Heer werd begraven.

Op dit moment, nu de prachtige liturgie stilaan op zijn einde loopt, rest ons nog de vraag te stellen wat we hier nu allemaal wel van hebben begrepen. Wat zullen we van al die mooie rituelen en sprekende gebaren, die we de voorbije dagen hebben beleefd, verder met ons meedragen? Voor vele aanwezigen die hier met deze jaarlijks terugkerende liturgische plechtigheden vertrouwd zijn, zijn deze vieringen misschien al tot ietwat onbeduidende momenten verworden. Maar voor tal van pelgrims was dit alles daarentegen een aangrijpende nieuwigheid, een kostbare herinnering die men zorgvuldig met zich zal meedragen om ze met de familie te delen en in het hart te bewaren. De blijde en tegelijk ook afmattende emotie van de voorbije dagen bracht zonder enige twijfel een heel uitzonderlijke feestelijke sfeer tot stand. Hier vierden immers alle christen gemeenschappen op hetzelfde moment, op dezelfde plaats en volgens hun eigen tradities hun Paasfeest. Uiteindelijk getuigt alles hier van blijheid. Het Paasfeest in Jeruzalem is dat ook, dat is zeker.

Maar net zoals op om het eender welke plaats ter wereld klopt dit bijzonder mysterie ook hier in Jeruzalem aan de deur van ons geweten. Het mysterie van de Verrijzenis is immers de kern van ons geloof.

De Apostel Paulus stelt het duidelijk: “En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg” (1 Kor 15, 14). Vandaag stelt Jezus ons dezelfde vraag die Hij eens aan Marta heeft gesteld, dezelfde vraag ook die we een paar dagen geleden hebben gehoord: “Ik ben de opstanding en het leven… Geloof je dat?” (Joh 11, 25-26).

Dit is het mysterie. En wij, wat hebben wij met dit mysterie aangevangen? Hoe heeft het besef dat Christus is verrezen en in ons verder leeft ons bestaan wezenlijk veranderd? Van bij de gerestaureerde luifel boven het Heilig Graf verkondigen wij toch zo zelden het evangelie van de Verrijzenis. Slechts viermaal en vier keer vanuit een ander gezichtspunt wordt dit feit aan de hele wereld verkondigd. Maar hoe kan datgene wat van hieruit wordt verkondigd, in volle bewustzijn worden beleefd?

Misschien zijn we wel te veel aan de idee van de Verrijzenis gewoon geraakt zodat wij niet meer beseffen hoe ontstellend de eigenlijke betekenis van het Lege Graf wel is. Maar het volstaat om hierover tegen mensen te praten die ons geloof niet delen om ons te volle te realiseren hoe gek het wel is om vanuit menselijk standpunt te geloven dat er zoiets als “verrijzenis” bestaat.

En ook vandaag ontbreekt het ons niet aan moderne “areopagieten” (Hnd 17, 32): talrijk zijn de plaatsen waar wij, christenen, verwelkomd worden, waar men ons aanhoort en opzoekt, waar men naar onze werken en onze dienstverlening uitkijkt en deze weet te waarderen. Daar vormen onze werken een bron van verlichting. Daar wordt onze oproep tot solidariteit met ieder mens en ons verlangen naar vrede beluisterd en gedeeld. Maar er zijn evengoed plaatsen waar de Verrezen Christus noch begrepen, noch beluisterd wordt, waar voor de Verrijzenis geen belangstelling bestaat en dan is dit moeilijk om dit te verkondigen. En toch is dit de kern van ons geloof, is dit onze verkondiging: “Hij is niet hier: Hij is tot leven gewekt, zoals Hij gezegd heeft. Kom, kijk naar de plaats waar Hij gelegen heeft” (Mt 28, 6). “Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazareth, die gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier. Kijk, hier is de plaats waar ze Hem hebben neergelegd” (Mc 16, 6).

Daarin zit een mysterie dat ons geloof noch kan begrijpen, noch kan uitleggen. Het is een mysterie dat enkel in het hart kan wonen en daar met vertrouwen en liefde kan bewaard worden. Het gaat eigenlijk niet om weten, het gaat om een ervaring. “Toen pas ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf was aangekomen, naar binnen. Hij zag en kwam tot geloof” (Joh 20, 8). “Zien” betekent in het evangelie van Johannes, ervaring opdoen. Het gaat niet enkel om kijken maar het is een idee dat alle zintuigen betreft. Zo kan men ook met het hart kijken. Daarom knielen we met een hart vol vertrouwen voor het mysterie van dit Lege Graf en samen met de Evangelist Marcus zeggen we: “Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen ter hulp” (Mc 9, 24). Dat willen wij ondanks onze beperktheden en onze twijfels beamen: Ja, wij geloven!

Wij geloven dat Pasen de laatste en meteen ultieme tussenkomst is van God in de geschiedenis van de mensen. Het is de minst verwachte en de meest verrassende. Wij geloven dat God na onze redding uit de nietigheid, uit de slavernij, uit de ballingschap ons nog van die éne ultieme vijand moest bevrijden, de bevrijding van de dood, dit wil zeggen de zondigheid. Wij geloven, en vandaag verkondigen wij, dat de dood slechts aanwezig is in een leven en op die plaatsen waar God afwezig is, waar de mens geen relatie met God onderhoudt. Daar loopt het leven helemaal vast. Niet daar waar het nog ons nog aan een of ander ontbreekt, waar we enige pijn of vermoeidheid voelen, loopt het leven vast. Maar wanneer we de Heer moeten missen, wanneer we zonder Hem eenzaam achterblijven, dan is het leven uitzichtloos. De dood is daar waar God niet onze Vader is, daar waar Hij niet onze levensbron is, daar waar we Hem niet de eerste plaats aanbieden.

En vandaag geloven en verkondigen we dat God de Vader voor altijd in het leven van elkeen is teruggekeerd. De Verrijzenis is het binnendringen van Gods leven in het onze. Wij geloven niet langer dat er een plaats is waar God afwezig blijft. Zelfs in de dood is hij present. De dood kon Christus niet tegenhouden, want Hij behoort aan de Vader. Zijn Vader-Zoon-relatie is sterker dan wat dan ook en wist zelfs de dood te overwinnen.

De windels en de lijkwade omwikkelden niet langer Jezus maar lagen opgevouwen, want Jezus was niet door de dood omzwachteld. Hij is daarentegen door het leven omhuld, dat Hem door de Vader is gegeven. Precies daarom vinden de gelovigen die zich vandaag in het graf begeven niets anders dan enkele nutteloze zwachtels (Joh 20, 6-7). Bij Johannes vinden wij in zijn evangelie geen aankondiging van het lijden en de verrijzenis zoals dit bij de andere synoptische evangelisten wel het geval is. Maar Jezus stelde wel bij herhaling dat de ware “plaats” van zijn leven eigenlijk Zijn Vader was, dat Hij van bij Hem kwam en dat Hij naar Hem zou terugkeren. Daarom kon het graf niet zijn laatste statie zijn, maar wel het leven bij Zijn Vader. Met deze zekerheid is Christus de dood binnen getreden. Hij betrad die vol vertrouwen. Het was een vertrouwen vol drama, want zowel in Getsemane als op het kruis konden we merken dat dit vertrouwen slechts het resultaat was van een bijzonder harde strijd. Maar Jezus heeft nooit nagelaten zich tot de Vader te richten, Zijn relatie tot Zijn Vader blijft sterk en houdt stand, zelfs op die momenten dat Hij zich verraden wist en helemaal verlaten was, zelfs wanneer het leven zelf hem leek te ontsnappen. Ook toen de Vader niet langer aanwezig leek, behield Jezus zijn vertrouwen en ging Hij tot het einde in het offer van Zijn leven. Hij zou ten volle de wil van Zijn Vader volbrengen in de overtuiging dat deze met Zijn eigen wil en met Zijn eigen levensbestemming zou samenvallen.

Daar waar een mens normaal zou gezondigd hebben, waar hij normaal zou gedacht hebben dat God hem de dood en niet het leven had gegeven, bleef Jezus wel geloven dat de Vader Hem het leven en niet de dood zou schenken.

De dood bestond er voor Jezus in om Zijn leven aan de Vader toe te vertrouwen. Dit betekende niet zich aan de leegte overgeven noch het leven ver van zich afschudden. Het betekende evenmin een misprijzen voor het leven. Het betekent gewoon dat men het leven teruggeeft aan diegene die het geschonken heeft, aan diegene die er de oneindige bron van is, die er zorg voor draagt en die het bij slot van rekening terug schenkt.

Vandaag bevestigen wij dat we dit alles geloven.

Maar wat houdt dit geloof voor ons, arme gelovigen van vandaag, precies in? Wat roept Pasen bij ons op?

Pasen verhaalt ons dat de volheid van de relatie die tussen de Vader en de Zoon bestond, ook de onze is. Tot op dat moment was dit onmogelijk vermits de dood de plaats bleef waar het vertrouwen in de Vader nog niet was binnengetreden en waar de mens nog verlaten achterbleef. Heden voelen wij ons eveneens door het leven van de Vader omhuld omdat Jezus de Geest heeft laten over ons komen en ons zo deelachtig heeft gemaakt aan de relatie tussen Hemzelf en de Vader.

Daarom is er in ons bestaan, in onze geschiedenis, geen enkele plaats meer die voor God geen mogelijke woonplaats zou zijn. Daarom is in elke plaats een ontmoeting met God mogelijk. Er blijft in het leven van elkeen van ons niet de minste ruimte over waar Hij niet aanwezig zou kunnen zijn. Want deze relatie is precies onze bestemming, onze hoedanigheid als kind van God.

Dit besef behoedt ons evenwel niet voor tal van beproevingen, voor pijn en duisternis. Dat alles blijft bestaan maar het is geen vorm van verdoemenis. In elk van dergelijke situaties, kunnen we erop vertrouwen dat God ons nabij is, dat Hij ook dan ons het leven en niet de dood zal brengen.

Denken we maar even aan al die dodende situaties die ons omringen. Het volstaat even om zich heen te kijken om zich door onrust bevangen te weten en zich door de dood, door de overwinning van de dood en door zijn angel (1 Kor 15, 55) bedreigd te voelen. We moeten niet eens ver lopen. Denken we maar even aan de verschrikkelijke situaties waarin de ons omringende volkeren moeten leven: Syrië, Irak, Jemen… Het leven dat we heden hier vandaag zo verheerlijken, wordt daar dagelijks op een cynische en arrogante wijze misprezen en ontmenselijkt.

Sta me tevens toe om even onze koptische broeders in Egypte in herinnering te brengen. Heel wat onder hen werden eens te meer de voorbije week op een gruwelijke wijze afgeslacht. Daar gaat het om een dodelijke situatie. Ja daar leeft zelfs een doodsverlangen waarnaar heden ook tal van mensen in ons land uitkijken. In deze omstandigheden lijkt het wel alsof de minachting en de haat in de sociale en religieuze relaties al de rest overstijgen. Daar lijkt het alsof het menselijk respect en elke burgerzin en religieus beleven lege begrippen zijn geworden. De “ander” wordt herleid tot de te vernietigen vijand. Voor hem is er niet langer plaats. Nog vóór er sprake is van de fysieke dood, heerst al de morele en de psychische moord. Het wordt voor ons evenzeer een ramp wanneer deze mentaliteit zich ook van ons meester maakt! Maar zelfs in deze omstandigheden zien we met dankbaarheid de kracht van het leven naar boven komen. Het feit dat onze christen broeders een soortgelijk doodsverlangen niet hebben overgenomen en met een sereen vertrouwen de openheid voor elke vorm van samenwerking hebben bewaard, mag als een hoopvol signaal worden beschouwd. Geen gewelddaden maar alleen een vastberaden vraag om recht en rechtvaardigheid waren het antwoord. De dood van deze martelaars heeft de levenskracht van deze gemeenschap niet vernietigd. Palmzondag was reeds hun Pasen!

Maar ook hier, in het Heilig Land, waart de schaduw van de dood rond. De littekens in het geografisch landschap en in het leven van onze bevolking zijn ontelbaar. “Vrede” en “rechtvaardigheid” zijn tot slogans verworden die alle geloofwaardigheid verloren hebben. Gezinnen zijn uit mekaar gerukt. Over hoop spreken, lijkt wel volslagen nonsens en van alle realiteitsbesef ontdaan. Tussen leden van verschillende geloofsovertuigingen, ja zelfs binnen onze eigen communauteiten, families en gezinnen…overal heerst angst en misprijzen. Omwille van de angst om ook maar iets te verliezen, uit schrik om te sterven of gedood te worden… werken we mee aan de verdeeldheid en hebben we schrik voor de ander. En aldus leveren wij ons eveneens over aan de dood en aan zijn macht.

Maar indien we écht in de Verrijzenis geloven, indien we écht geloven in de kracht van de Geest en in de kracht van het Woord, indien we Hem alle situaties toevertrouwen, indien uitzichtloze toestanden deze tot smeekbeden zouden omvormen, dan zouden deze opnieuw een weg vol leven worden.

De Verrijzeniservaring kan pas begrepen worden indien ze gedeeld wordt, indien ze aangekondigd, uitgeprobeerd en doorleefd wordt.

Laten wij dus niet op onszelf terugvallen, laten we ons niet in onze angsten opsluiten. Laten wij ons noch door de dood noch door zijn trawanten vrees aanjagen. Dat zou pas een afwijzing van het leven en de Verrijzenis zijn!

We stellen er ons dan ook niet zomaar mee tevreden het Lege Graf te vereren. De Verrijzenis is de aankondiging van een nieuwe vreugde die niet in deze plaats kan opgesloten blijven maar die het hele volk moet doordringen. Ze moet van hieruit naar buiten treden en onder elk van ons komen.

“Maar ga tegen Zijn leerlingen en Petrus zeggen dat Hij u voorgaat…” (Mc 16, 7).

“Waarheen? Overal. In Galilea en in de bergen, in het Cenakel en gedurende heel de weg naar Emmaüs, op het meer en in de woestijn, overal waar de mens zijn tenten opslaat, zijn brood deelt en steden bouwt, overal waar geweend en gezongen wordt, waar gezucht en gezworen wordt… Daar gaat Hij u voor.” (Don Primo Mazzolari)

Dit is mijn waarachtige wens voor u allen. Dat het Paasfeest dat we heden in deze Eucharistie samen vieren, ons mag geschonken worden om elke dag van ons leven opnieuw gevierd te worden.

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Ter herdenking van de overledenen van de Landsscommanderij

 

23 september 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Op 18 maart herdacht de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem haar leden die in de loop van het voorbije jaar zijn overleden. Dit gebeurde in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Zavel tijdens de eucharistieviering die werd voorgegaan door Mgr. Kockerols, Grootprior van de Landscommanderij. Hieronder volgt de tekst van zijn homilie.

In de evangelietekst die wij zonet beluisterden, wordt verwezen naar het laatste oordeel. Dit stukje evangelie wordt vaak slecht begrepen. Een God die de goeden van de slechten scheidt: voor de mensen uit de Middeleeuwen was dit een schrikbarende realiteit. Op de timpanen van de kathedralen zien we afbeeldingen van monsters en hellevuur. In de kathedraal van Brussel vinden we het thema terug op het grote glasraam aan de achterzijde. Aan de rechterzijde van Christus (en dus links op het raam), zien we de goeden. Aan de andere kant, de slechten. Twee kampen dus, en het komt erop aan in het goede kamp terecht te komen, indien je niet wil verschroeid worden door de eeuwige vlammen. Laat we op deze dag dat we de overledenen van onze Landscommanderij herdenken, dus proberen beter te begrijpen wat dit evangelie precies betekent.

Er zijn veel mogelijkheden om de overledenen herdenken. De vaak voor de hand liggende manier is het ophalen van de herinneringen uit de Geschiedenis, herinneringen van historici en van de maatschappij. We herinneren ons de krachttoeren, we beoordelen de grote daden, we wegen af of iets buitengewoon was of niet. Dat is het gewicht van de roem, dat zijn de standbeelden die we optrekken. Het is een manier van doen en ze heeft haar nut.

Maar we kunnen de overledenen ook op een andere manier herdenken. Bijvoorbeeld via de nagedachtenis van de naasten, de familie, de intimi. We herinneren ons de manier van in het leven staan, het karakter, het gedrag. We roepen hun woorden op, hun blik. Dit is de meer intieme vorm van herdenken. Het is een andere manier van doen en deze is noodzakelijk.

Er is echter nog een andere manier om de doden te herdenken. Dat is de nagedachtenis zoals God ze ziet. Hij herinnert zich wat zich in ons leven anoniem voordeed, verborgen en zelfs mysterieus. Hij herinnert zich de ontmoeting met anderen. God gedenkt hoe we de anderen benaderen: diegene die honger heeft, die geen papieren of geen woonst heeft, die verdrietig, verloren en eenzaam is of in de gevangenis verblijft. Dat is wat in Gods ogen het ware oordeel over ons leven vertegenwoordigt en wat hij in herinnering neemt.

Het evangelie wijst er ons op dat we, als de dag daar is, waarschijnlijk verbaasd zullen staan wanneer we zullen ontdekken wat in ons aardse bestaan écht betekenis had, wat ons leven écht waarde en consistentie gaf. We zullen verbaasd zijn over dit oordeel dat met totaal andere criteria rekening zal houden dan deze die we gewend zijn. Het hart van God oordeelt anders, met een totaal verschillende logica. Dat wat met liefde gedaan werd, heeft eeuwige waarde en gaat nooit verloren voor onze God die liefde is. Dat wat zonder liefde voor de andere gebeurde, heeft geen inhoud en is gedoemd om te verdwijnen. Als wij ons de overledenen herinneren, zouden we dat niet uit het oog mogen verliezen.

Vervolgens toont het evangelie ons dat onze inzet, onze verantwoordelijkheid voor de anderen, echte zin geeft aan ons bestaan, en echt leven geeft. De andere is diegene die ons roept vanaf de kant van de weg en die ik benader, zonder terug te treden. Het evangelie roept op tot verantwoordelijkheid, hier en nu. Het evangelie van het laatste oordeel is geen glazen bol van een profeet of een goed geïnspireerde toekomstvoorspeller. Het laatste oordeel is het oordeel ten gronde, over de kern van wat vandaag beleefd wordt. Het laatste oordeel is de richtingaanwijzer voor de echte prioriteiten van vandaag.

Tenslotte is er dat geheim dat door het evangelie geopenbaard wordt, het mysterie van de ontmoeting met de aanwezige God zelf in diegene die honger heeft, die door iedereen in de steek wordt gelaten of die in de gevangenis zit. God is verborgen, zo verborgen dat we zullen moeten wachten tot Hij het ons zelf op een dag kenbaar maakt, wanneer wij opnieuw verenigd zullen zijn met onze overledenen en met allen die ons naar God zijn voorgegaan: “dat wat jullie gedaan hebben aan één van de minsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan”. Dát is de nagedachtenis van God. Het is aan deze nagedachtenis dat wij de overledenen van onze Landscommanderij vandaag toevertrouwen.

Amen.



 


Golgotha op Goede Vrijdag

 

23 september 2017 2017 door LdS

JERUZALEM – Op vrijdag 14 april herdacht de Kerk de veroordeling, de kruisiging en de ter graflegging van Jezus. In de Basiliek van het Heilig Graf werden de gelovigen op de Calvarie verwelkomd. Dit is de meest nabije plaats bij de voet van het Heilig Kruis. Hat was een orgelpunt in de kern van de driedaagse voorbereiding op Pasen.

De Calvarie, bakermat van de Wereld…
“Dierbare broeders en zusters. Op de plaats Calvarie geheten, of in het Hebreeuws Golgotha, op de plaats die eens getuige was van het lijden en de dood van onze Verlosser, vereren wij het Kruis. Bewust willen wij hier, in het centrum van de wereld, Christus in zijn lijden vergezellen. Hier heeft de mensheid haar herstel gekregen. En vanaf deze plaats onderging de wereld dank zij het vergieten van het bloed van Christus zijn transformatie tot een nieuwe schepping.”

Dit waren de woorden die de Apostolische Administrator, Mgr. Pizzaballa uitsprak als inleiding op de Kruisverering. Gelovigen van zowat alle nationaliteiten verdrongen zich in de bovenkapel van het Heilig Graf, dit is de plaats van de Calvarie, om er de Goede Vrijda-viering mee te maken en het Lijdensverhaal mee te herbeleven,. Het Evangelie volgens de Heilige Johannes werd in het Latijn gezongen en weerklonk plechtig in deze kleine ruimte. Het werd een behoorlijk aangrijpend ritueel, hier in Jeruzalem, de plaats waar de wereld zijn redding vond.

…tot aan het graf
Het verloop van Goede Vrijdag kreeg daarna om 12u. met de kruisweg in de oude stad zijn vervolg, in de voetsporen van Jezus. In de namiddag hielden de Franciscanen het Officie van de Duisternis. Als slot konden de christenen aansluiten bij de graflegging van Christus, een typisch officie eigen aan Jeruzalem. Aansluitend bij een Middeleeuwse liturgische traditie werd de beeltenis van Christus in processie naar Golgotha meegedragen en vervolgens in een lijkwade gewikkeld en in het graf neergelegd.

Dit heeft totaal niets met enige vorm van folklore te maken, maar vormt een liturgisch gebeuren dat door de Custode van het Heilig Land wordt geleid en dat de pelgrims toelaat elk moment van het Lijdensverhaal opnieuw intens mee te beleven en zich aldus ten volle bewust op de Verrijzenis voor te bereiden.

Claire Guigou voor www.lpj.org
Foto’s: © Latijns Patriarchaat van Jeruzalem

Vertaling: l.d.s.



 


Paaswake 2017

 

23 september 2017 2017 door LdS

JERUZALEM – Op zaterdag 15 april ging de Apostolische Administrator in de Basiliek van het Heilig Graf voor in de Paaswake. Hier volgt de tekst van zijn homilie.

Paaswake

Basiliek van het Heilig Graf Jeruzalem, 15 april 2017

Dierbare broeders en zusters,

Moge de Heer u vrede brengen.

Wij zijn hier samen voor de Grote Viering van het Liturgische Jaar. Eigenlijk moeten we zeggen “in de Nacht der Nachten” of “in de Grote Wake”, zelfs al zijn we nog maar in de prille uren van de zaterdag. Op deze dag viert de liturgie in de rest van de wereld de stilte en de verwachting. Gedurende de hele dag hebben nergens liturgische plechtigheden plaats. Overal ter wereld “bewaakt” men tijdens een bovennatuurlijke stilte het graf van Christus en het mysterie van zijn dood. Dit doet men niet zoals de bewakers uit het evangelie die we binnen enige ogenblikken zullen beluisteren. In ons heerst geen angst of enige siddering (Mt 28, 4) want in ons hart weten we al wat we kunnen verwachten. Het is een verwachting van de glorierijke dag van de Verrijzenis die heel de Kerk met zekerheid vervult. Het is een verwachting die een serene hoop in zich draagt. In Jeruzalem hebben we dit moment van stilte en verwachting niet. We lijken wel vol ongeduld om vooruit te hollen naar de vreugde van de opstanding. De voorbije dagen leek de hele Goede Week wel een wedren. Van de Olijfberg naar de Heilige Stad, van het Cenakel naar Getsemane en van Getsemane via de Calvarie naar het Graf. De liturgie in de Heilige Stad liet ons heel Jeruzalem doorkruisen, net als destijds de volgelingen en de vrouwen van het Graf deden. Het leek alsof wij op al die heilige stenen onze passage wilden markeren. Het leek alsof wij in de regelmaat van door eeuwenoude georkestreerde en ingewikkelde liturgische diensten onze aanwezigheid koppig wilden bewijzen. Het was alsof wij ons in de pasvorm van de vieringen van de andere christen kerken wilden wringen, die op dezelfde plaatsen hetzelfde herdachten. Het leek zelfs alsof wij aansluiting zochten bij niet-christen gemeenschappen in Jeruzalem die dezelfde locaties eveneens als oorden van gebed gebruiken en samen baden wij met hen voor alle volkeren waarover de profeet Jesaja sprak (56,7).

Deze wedren wordt deels door ons ongeduld gerechtvaardigd alsof het wel niet anders kon. Net als tweeduizend jaar geleden kan men vandaag nergens ter wereld al het Paasfeest vieren, zolang het niet eerst in Jeruzalem is gevierd. Daarom vieren wij dit ook vandaag tijdens deze ochtendwake.

Wij herdenken vier paasgebeurtenissen: de uittocht uit Egypte en uit onze slavernij, het is de doortocht van de Heer midden zijn volk als teken van bevrijding. We vieren het Paasmaal, de herdenking van de Redding van de Ziel die tot op heden ook nog door het Joodse volk wordt gevierd: “de lendenen omgord, sandalen aan de voeten en de staf in de hand. Haastig moet men het eten want het is Pasen voor de Heer” (Ex 12, 11. We vieren de Pasen van Christus, dit is Zijn terugkeer vanuit deze wereld naar de Vader (Joh 13, 1). En tenslotte vieren we ook in het sacrament van de Eucharistie de Pasen van de Kerk.

Gods Woord, samen met de tekens en symbolen die we hebben aanschouwd en die ons ook nog in deze viering raken, geven gestalte aan de Heilsgeschiedenis. Vuur en licht, water en brood worden omkaderd door de reflectie over Gods werken, van de Schepping tot Christus’ Verrijzenis, tot en met de stichting van de Kerk, in de Brief aan de Romeinen.

Het vuur is het teken van Gods aanwezigheid. Het brandt hardnekkig in de doornstruik die tot Mozes sprak (Ex 3, 4). De Heer is de vuurzuil die het volk vergezelde doorheen de woestijn (Ex 13, 21). Hij is de eeuwig brandende vlam in de tempel van Jeruzalem en het Licht van de Verrezen Christus die God voor altijd bij ons aanwezig houdt.

Over het water zweeft Gods Geest en dit reeds van in den beginne (Gn 1, 2). Het overspoelde, als symbool voor het wassen en het reinigen, bij de zondvloed de zondige wereld en gaf zo uitdrukking aan het verlangen van God om onze ontrouw te vergeten en om van ons nieuwe schepselen te maken: “Ik zal u met zuiver water besprenkelen en u zult rein worden van al uw oneerlijkheid en van al uw afgoderij zal ik u reinigen… Ik zal u een nieuw hart geven” (Ez 36,25). Water en vuur zijn tevens de tekens van de Geest die als Gods gave door de Verrezen Zoon over de apostelen wordt uitgestort en die ook heden door het doopsel in ons woont en ons tot een levende aanwezigheid van Christus in de wereld maakt.

Straks zal inderdaad tijdens de liturgie van het doopsel, de zonde en de eenzaamheid door het teken van het water weggeveegd worden. We worden met het water besprenkeld en we aanschouwen het teken van de paaskaars, symbool van het Licht. Het water en het licht duiden op onze staat als vernieuwde schepselen, de hernieuwde aanwezigheid van God in deze wereld.

En in het brood dat we breken, herdenken we de blijvende verbondenheid, het Eeuwig Verbond, het offer van onze Verlossing, de herdenking van de dood en de Verrijzenis.

Wat een rijkdom! Het is te groots om gewoon verteld te worden. Het kan slechts met gezang gevierd worden, zoals in het aloude Exultet: de verkondiging die krachtig de weldaden van de Heer bejubelt, die in onze geschiedenis zijn voltooiing krijgen.

Deze liturgie brengt alles met mekaar in verband. Het betreft hier niet zomaar een theologisch en liturgisch verhaaltje. Het is een gebeurtenis die ons ook vandaag nog aanspreekt. Wat heeft het ons dan precies te vertellen?

Laten we deze geschiedenis zoals elk jaar opnieuw even doornemen, en laten we onszelf bevragen wat ze ons vandaag nog te vertellen heeft, wat ze mij nog te vertellen heeft.

We moesten de liturgie vandaag in alle duisternis beginnen. Heden kunnen we ons het echte donker nog nauwelijks voorstellen. Het is veelbetekenend dat we nu precies hiermee beginnen, want het gaat immers om het duister in ons hart. Het betreft de duisternis van het drama van ons bestaan, de donkerte die schuilt in de vragen die ons het diepst doordringen en waarop we zelf geen antwoord kunnen formuleren. Wat is de zin van het sterven? Waarom bestaat er kwaad? Welke waarachtige hoop is er voor ons bestaan? Wie kan ons het heil bezorgen? Wat betekent het om verlost te worden?

Een woord van de Profeet Ezechiël dat we meermaals tijdens de liturgie van de vasten mochten aanhoren, kan misschien al deze vragen, al die duisternis het best samenvatten: “Wij gaan gebukt onder onze misdaden en zonden en verrotten daardoor; voor ons is er geen sprake van leven” (Ez 33, 10). Hoe kunnen wij nog verder leven?

De Paaswake is boven alles het moment van de authentieke vraagstelling, het moment bij uitstek om de levensvragen te durven stellen. Ook in het Hebreeuws ritueel was Pasen reeds het moment om zich te bevragen, waar zelfs de geringste in het huis in alle eenvoud vroeg: “Waarom dit feest? Waarom…?”

We moeten het niet verhullen, wij kennen het antwoord niet bij voorbaat. Het is niet voor eens en altijd en voor elke vraag geformuleerd. Wij hebben nood aan een antwoord dat ons in ons leven raakt, dat ons waarlijk laat begrijpen dat het feest dat wij hier vieren, verband houdt met ons bestaan. Het is precies daarom dat we hier zijn.

Tijdens het lange luisteren naar het Woord Gods dat we slechts met moeite konden verkondigen, hebben we misschien snel een antwoord gevonden. Maar eigenlijk hebben we eerder een verhaal beluisterd dat reeds heel lang geleden is begonnen, een ingewikkeld verhaal met hoogten en laagten, met zeer afwisselende episoden. Maar breng nu al die gebeurtenissen eens samen? Wat is precies de ultieme bedoeling van dat alles?

Deze gebeurtenissen hebben een rode draad, met name dat het om niets anders gaat dan om het verhaal tussen God en de mensen. Wij hebben in de eerste lezing het scheppingsverhaal beluisterd waar alles eens begon, waar God om te kunnen liefhebben een weg heeft geopend in ruimte en tijd. Het Zaad van het Woord en alles was geschapen.

Er is slechts één weg om deze geschiedenis binnen te kunnen te treden, de weg van de luisterbereidheid en van het totale vertrouwen (tweede lezing). En wanneer we langs deze deur naar binnen gaan, zullen we alles opnieuw in honderdvoud terugvinden waarvan we dachten het definitief verloren te zijn. De liefde mikt hoog, zeer hoog.

De weg van de liefde doorkruist het onmogelijke (derde lezing): Er is slechts één zaak die God niet van zijn volk aanvaardt, dat is dat het in slavernij moet leven. Daarom daalt Hij tot hen af, gaat Hij met hen op pad en vanaf dat moment is het precies alsof alles wat onmogelijk lijkt, precies uitkomst biedt.

Elk liefdesverhaal kent zijn crisistijd. Israël verglijdt meermaals tot ontrouw (vierde lezing). Maar God geeft niet op, Hij verlaat hen nooit voorgoed. En wanneer de mens zichzelf verwijderd heeft, spreekt Hij precies zijn mooiste liefdesverklaringen uit: “Al wijken de bergen en wankelen de heuvels, mijn gunst wijkt niet van u, en mijn vredesverbond wankelt nooit, zegt de Heer, uw Ontfermer” (Js 54, 10).

De Liefde bewandelt andere wegen dan diegene die wij verwachten. Haar gedachten zijn niet onze gedachten (vijfde lezing). En precies hierdoor gaat de Liefde ver, zover dat ze ook de vreemdeling roept, diegene die anders is, die ver verwijderd leeft. De Liefde betreft iedereen.

De Liefde wil ook haar verlangens en haar wensen delen, daartoe heeft God zijn wet aan Israël overgeleverd. Hij opende Zijn schatkamer zodat Israël kennis kreeg van wat in Zijn hart leefde (zesde lezing).

En tenslotte was het voor God niet voldoende om zijn Wet door te geven. De profeet kondigt de dagen aan waarop de Heer ons werkelijk alles zou geven, waar Hij Zijn Geest over ons zou zenden (zevende lezing).

Ziehier waarheen de weg van de Liefde ons voert, tot het verscheurend verlangen erbij te horen. Ziehier waarheen het Oude Testament ons leidt, tot het erkennen dat wij deze Geest nodig hebben om in gemeenschap met God te kunnen leven. Het brengt ons tot het besef dat een leven in eenzaamheid onmogelijk te dragen valt.

We hebben dit verhaal wel beluisterd, maar we hebben eigenlijk onze antwoorden nog niet gevonden.

Wij hebben begrepen dat God ons niet in de steek laat, dat Hij trouw blijft. Hij opent steeds een weg, maar dat volstaat niet. Het feit blijft immers dat de mens niet in staat is om op eigen kracht deze immense gave te bereiken en ervan te genieten.

Hoe kunnen we leven?

Deze geschiedenis lijkt het mysterie dat we de voorbije dagen hebben herdacht, te doorbreken. De geschiedenis waarin de mens precies op het moment waarop God een nieuw en definitief liefdesoffer presenteert, een bijkomende afwijzing formuleert en Gods welbeminde Zoon en erfgenaam aan het kruis nagelt. Dit had wel de allerlaatste episode in dit dramatisch verhaal kunnen zijn. Dan zou de duisternis totaal en blijvend zijn geweest.

Welnu, de Paaswake laat ons een volkomen onverwachte afwikkeling zien.

De voltooiing, het einde van het verhaal, is de Eucharistie die we nu bezig zijn te vieren.

Waarom dan wel?

Opdat precies in de Eucharistie ons het leven van de Verrezen Heer wordt aangeboden. Wij mogen ons aan een nieuw leven voeden, een leven dat de dood is overstegen en dat precies niet langer angst heeft om te sterven.

De Heer is de dood binnengegaan. Hij heeft onze afwijzing, ons “neen” en onze zondigheid betreden. Maar Hij deed dit vol van Liefde en bleef er dus niet in gevangen. Hij kon dit alles levend verlaten. Maar daar stopt het niet. Dit nieuwe leven betreft niet enkel Hemzelf. In werkelijkheid worden wij doorheen het geloof deelgenoot aan dit leven in de Geest. Wij worden er in ondergedompeld en het is precies alsof we samen met Hem gestorven en verrezen zijn.

Precies daarom hadden de eerste dopen in de eerste eeuwen enkel tijdens de Paaswake plaats. Precies daarom is het dat we in deze nacht ons eigen doopsel herdenken. Ons doopsel is de centrale gebeurtenis in ons leven die ons door middel van het geloof laat binnentreden in het Leven van God zelf en die het ons mogelijk maakt de Eucharistie te vieren. De Eucharistie is de permanente toegang tot een nieuw leven, het leven van God in ons. Het is een voortdurende paasbelevenis.

Daarom kan het enige antwoord op al onze vragen slechts dat nieuwe leven zijn, een leven dat alle kwaad, alle pijn en alle zondigheid die ondanks alles blijft bestaan, op zich neemt. Eenmaal ondergedompeld in Christus verliest alles zijn dodende kracht omdat niets ons nog van God kan verwijderen. Voortaan kunnen we verder gaan met Hem als levensbron.

Zo kunnen we ons de belofte van de Profeet Ezechiël in de zevende lezing beter realiseren: “Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in u uitstorten…” (Ez 36, 26-27).

Dat alles kreeg in Christus zijn vervulling. Het werd ons geschonken om ervan te leven en het te vieren.

Moge het ons gegeven zijn om het in ons leven te vieren!

Christus is verrezen. Waarlijk, Hij is verrezen. Alleluja!

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Homilie van Mgr. Pizzaballa op Witte Donderdag

 

23 september 2017 2017 door LdS

JERUZALEM – Op donderdag 13 april ging de Apostolische Administrator, Mgr. Pizzaballa, in de Basiliek van het Heilig Graf voor in de viering van het Chrisma en het Laatste Avondmaal. Hieronder volgt de vertaling van de tekst in de video.

Chrisma-Viering en Coena Domini

Jeruzalem, 13 april 2017

https://ordredusaintsepulcre.be/Hom...

Dierbare broeders en zusters, we zijn hier op deze heilige plaats verenigd om de Heilige driedaagse van de Goede Week in voorbereiding op Pasen in te zetten. Drie dagen van intens gebed, processies en oude rituelen die evenwel tot op vandaag nog bijzonder rijk aan zin en betekenis zijn gebleven en die ons zullen helpen om opnieuw de ontmoeting met de Verrezen Heer aan te gaan.

Wij beginnen deze drie dagen met een toch wel heel bijzondere viering, die zeker hier in Jeruzalem vanwege bepaalde historische omstandigheden als uniek mag worden bestempeld. Deze viering verenigt hetgeen de rest van de wereld als twee afzonderlijke vieringen beleeft. Hier dragen wij tegelijk de mis van het chrisma op, samen met de mis van het Avondmaal van de Heer (Coena Domini). Zo herdenken wij in één plechtigheid meerdere mysteries die voor eeuwig een ongelooflijke rijkdom aan betekenis in zich zullen blijven dragen: de consecratie, de zalving, de eucharistie, de gave van het nieuwe gebod en de dienst. Wij willen hierover toch enkele overwegingen formuleren.

Wij bevinden ons op de plaats van het Paasgebeuren zelf, dat dank zij de restauratie door experten weer in zijn volle glorie is hersteld. Deze plaats brengt de transformerende krachten tot leven, deze plaats is in staat om verstrooide gemeenschappen weer te verenigen, om de tegenstellingen weer te verzoenen, om opnieuw eenheid te brengen in de kern van onze verdeeldheid.

Wij zijn hier om de Paasvreugde opnieuw te verwelkomen en deze te vieren. Dit is een volwassen vreugde, ze is sterk, ja ik zou zelfs durven zeggen “manhaftig”. Niemand kan ze van ons afnemen want het is een vreugde die de uitdagingen of kwetsuren niet uit de weg gaat of wegmoffelt, maar die ze daarentegen aanvaardt, ze in de ogen kijkt en overstijgt. De vreugde om het Lege Graf wordt hier geboren en komt hier tot volle wasdom. En het is hier, in de schaduw van de Calvarie, dat wij dit alles zelfs fysisch kunnen in ogenschouw nemen. De olie die we binnen enkele ogenblikken zullen wijden, is het zinnebeeld en de verkondiging van de vertroosting die ontspruit uit de mogelijkheid om zich – net als de olijven – te laten persen om opnieuw vrucht te kunnen dragen.

We zijn hier als Kerk van Jeruzalem. En ik zeg dit met een geheel nieuwe emotie op deze dag die mijn eerste Witte Donderdag is als bisschop: Ik ben een volgeling midden onder u, maar ik ben tevens een bisschop voor u en wil van dit diocees een welriekende bruid maken in afwachting van de terugkeer van de Bruidegom. U allen die hier met mij samen zijn, hulpbisschoppen en priesters, diakens en seminaristen, religieuzen, gelovigen en pelgrims, moge de Heer ons de voeten wassen, ons leven zuiveren en zijn geur van heiligheid weer onder de mensen verspreiden.

Laten wij ons dus allen door drie tekens aangesproken weten, drie elementen die te krachtig zijn om ze veronachtzamen: de Heilige Plaats waar we samen vieren; de liturgie die we vieren en de stad en de wereld waarvoor wij vieren. Laten wij ons allen verbonden weten door het Paasgebeuren van Christus die aan ons allen zin en samenhang verleent.

Op deze plaats waar zich eens en voor altijd het Paasmysterie heeft voltrokken worden we opgeroepen om diegene te zoeken, te ontmoeten en te herkennen die de ware reden – en dus niet het voorwendsel –van onze aanwezigheid is. Hij is de ware reden van wat we hier doen en van wat we hier vieren. Hier getuigt alles van Hem, van de gekruisigde en de verrezen Christus, van Zijn onverstoorbaar geloof in Zijn Vader. Hier getuigt alles van Zijn hoop die zelfs in het aanschijn van de tegenstellingen en de zondigheid stand hield. Hier getuigt alles van Zijn ontwapenende liefde en Zijn kracht tot de zelfgave en de ultieme vergiffenis toe. Hier getuigt alles van Zijn Overwinning, de Overwinning op het Kruis, die veel meer was dan een simplistische overwinning van het leven op de dood. Het was de overwinning van Christus op de dood en op alle strategieën van macht en eigenbelang die de mens naar de dood voert. Hier worden macht, succes, geld, eigenbelang, ideologie en geweld, ondanks hun schijnbare triomf, tot niets herleid (cfr. 1 Kor 1, 27-28). Al deze dingen worden als werken van de duivel en zijn trawanten ontmaskerd. In tegenstelling hiermee verzinnebeelden de liefde, de zelfgave en de vergiffenis Gods kracht. Binnen enkele ogenblikken zal in de voetwassing op een tastbare manier het beeld van een God verschijnen die neerknielt aan de voeten van de mens! Dit symboliseert Christus’ droom voor ons, voor Zijn Kerk. Ook vandaag zegt Hij dit in het moment van opperste intimiteit met Zijn leerlingen tijdens de laatste avond van Zijn leven: “De koningen van de volkeren oefenen heerschappij over hen uit en hun machthebbers laten zich weldoeners noemen. Zo moet gij niet doen! Integendeel, wie onder u de voornaamste is, moet als de kleinste wezen, en wie bevelen geeft, moet zijn als iemand die dient.”

“Wie is immers de grootste: hij die aanligt of hij die dient? Niet hij die aanligt? Welnu, ik ben onder u diegene die dient” (Lc 22, 25-27). In dit opzicht is de Kerk de alternatieve, nieuwe en profetische gemeenschap die de logica van Gods Rijk in zich draagt. Zij is bestemd om deze logica in de wereld uit te dragen.

Dit is de ware revolutie die de wereld redding brengt. Dit is de ware strategie voor eenheid en vrede: knielen voor de voeten van zijn broeders, volgelingen van God, die zichzelf aan onze voeten heeft neergevlijd. Hij is als water dat zuivert en vernieuwt, als olie die wonden verzacht en geneest.

Het is precies de olie die samen met het water de liturgie die we hier vandaag samen met de hele Kerk vieren, laat stralen. Het is de olie die onze zwakheden verzacht, die ons getuigenis kracht bijzet en die, vermengd met geurende kruiden, de Kerk in al haar schoonheid laat leven. Het is Gods gave, het parfum van Christus, het is de olie van de Geest die ons wordt gegeven. En net als het water is de olie bestemd om over de wonden te worden uitgegoten, over de ellende van de mensheid, net zoals bij de barmhartige Samaritaan, zoals in Bethanië en zoals het hier nu het geval is, bij het Heilig Graf van Christus. Zo werd het water dat over de voeten van de apostelen werd uitgegoten de olie van het getuigenis en van de dienst aan de wereld. Het doopsel en het vormsel, het doopsel en de priesterwijding, het water en de Geest, het geloof en de Liefde ze gaan alle hand in hand. Zo is het ook met de liturgie van vandaag, die mogelijks wat vreemd overkomt, maar die ons oproept tot de diepere waarheid en ons de ware manier van christelijk leven bijbrengt. Het volstaat niet om samen met Christus in het Cenakel te zijn, indien je daar niet tegelijk ook bent voor alle mensen over heel de wereld. Zo is het evenmin mogelijk om zich op een authentieke manier als gave aan de medemensen aan te bieden, indien we dit buiten Christus of God om doen. De olie die we hier meteen zullen zegenen, is ons van over de hele wereld toegestuurd, opdat ze als zalving van de Heilige Geest zou dienen en de hele mensheid zou wijden als permanente offergave die God aangenaam zal zijn en heel het heil van de wereld zal dienen.

Daarom moet het woord “offergave” u niet beangstigen. Wij bevinden ons in Jeruzalem waar we zijn samengekomen om het Paasfeest te vieren. Het is hier dat Christus tijdens het Avondmaal en op de Calvarie, als waarachtig paaslam, het unieke en perfecte offer heeft voltrokken. Het offer van zijn eigen leven. We zijn hier samen om zijn laatste nacht in herinnering te brengen, om ons te herinneren aan zijn laatste goddelijke woorden waardoor de Liefde vlees en bloed is geworden. Het is zo dat de mens Christus zowel offer als priester is geworden. Liefde die geen offer inhoudt, zal de wereld niet veranderen, maar herleidt zichzelf tot een sentiment of tot grootspraak. Eucharistie die niet tot zelfgave komt, verschraalt in z’n ritueel en wordt even leeg als ijdel.

Laat me dan ook toe om mij op deze Witte Donderdag even tot de priesters te richten die me zijn toevertrouwd. Vandaag herdenken we ook de dag van onze geboorte en hernieuwen we de geloften van onze wijding. Laten we niet vergeten dat wij precies in het Cenakel zijn geboren, dat we met het heilig chrisma werden gezalfd en dat de eucharistie ons werd toevertrouwd. Wij zijn de dienaars van een knielende God. Wij zijn gezonden om te dienen en te genezen. Wij zijn priesters die niet alleen geven, maar die in de eerst plaats zichzelf als offergave aan heel de wereld aanbieden. De betekenis en de waarde van onze roeping en van onze zending ligt precies in ons vermogen om onszelf te geven, zodat zij die ons ontmoeten, tegelijk iets van de gestorven en verrezen Christus zouden ervaren. Wij vestigen er hier en nu meer dan ooit de aandacht op dat een priesterlijk ambt dat uit is op voorrechten, eigenbelang en persoonlijk voordeel haaks staat op een ambt in navolging van Christus, een ambt vol zelfgave, een ambt dat zichzelf wil geven voor het welzijn van de Kerk en zijn broeders en zusters. Wij zijn terecht fier op onze waardigheid, als christen en als priester. “Vicem Gerentes Christi”. Maar wij gebruiken deze woorden niet in de betekenis zoals de wereld deze doorgaans gebruikt. De wereld denkt hierbij al te gemakkelijk aan blijken van eerbetoon, aan de belangrijkste plaats en aan macht over de anderen. Wij hebben het hierbij eenvoudig over de waarheid van ons bestaan als christen en als priester die in staat zijn om “’in persona Christi” te handelen, dit wil zeggen “volgens de maatstaven van Christus,” Hij die niet aarzelde zichzelf uit Liefde te offeren. De Geest die Christus ertoe bracht zichzelf aan het kruis te offeren is dezelfde Geest als deze die werkzaam is in het chrisma en die ons allen stimuleert om ons samen met Christus aan de mensheid te offeren. Priester zijn, een kerkelijk ambt bekleden, betekent dat we vertrouwen op de Liefde en niet op de macht. Het is inzetten op de zelfgave en niet op bevoorrechting. Het is zich openstellen voor de wereld en zich niet achter barricades verschansen. Het is voor Jezus kiezen en niet voor Barabbas. Binnen enkele ogenblikken zullen we onze belofte opnieuw afleggen. Hiermee willen we ons innig met de Heer Jezus verenigen. Hij staat model voor ons priesterschap waarin wij onszelf prijsgeven omwille van Christus’ Liefde en waarin wij ons niet door menselijke overwegingen laten leiden, maar door de liefde die wij onze broeders willen aanreiken.

Het water en de olie, het brood en de wijn kunnen lege symbolen lijken van aloude riten en achterhaalde tradities, maar ze kunnen evengoed door Gods genade en onze bekering symbool en belofte zijn van een leven dat geschenk en dienstbaarheid is, en dit ondanks de vele kwetsuren die we hebben opgelopen. Ze kunnen symbool en belofte zijn van een leven vol nederigheid dat de hoop van het Paasgebeuren aanmoedigt, in de zekerheid dat de Liefde steeds sterker zal zijn dan de dood.

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de tweede zondag van de Vasten

 

13 maart 2017 2017 door LdS

Vasten – In deze vastentijd presenteren wij u de bezinning van de priesters van het Latijns Patriarchaat in verband met het evangelie van de dag.

12 maart 2017

Tweede zondag van de Vasten – Liturgisch Jaar A

Vorige week hebben we Jezus in de woestijn verlaten. Daar werd Hij met de hersenschimmen en beproevingen geconfronteerd, die elke mens in zijn leven doormaakt en die Hij meesterlijk wist te overwinnen.

Van daar begon Hij aan zijn Zending, een zending waarin Hij er zich eenvoudigweg toe verbond Zijn leven als een gift weg te schenken als getuigenis van de onmetelijke Liefde van Zijn Vader.

Het evangelie van vandaag leert ons dat dergelijk leven een buitengewone schoonheid uitstraalt. De mens die toegeeft aan de bekoring van het egoïsme, de mens die zichzelf tot een god maakt, verminkt zichzelf en gaat paradoxaal genoeg verloren. Wij vinden deze mens terug in de Tuin van Eden, naakt en van schaamte vervuld (Gen 3).

De mens die in het spoor van de vertrouwensvolle gehoorzaamheid treedt, straalt licht uit. Het evangelie van vandaag beschrijft hoe zelfs Jezus’ kleren glansden van het licht. Maar Hij was er zich evenwel terdege van bewust dat Zijn gedaanteverwisseling in feite niet Hem betrof.

Het evangelie stelt duidelijk dat deze episode in het leven van Jezus, dat deze glorievolle ervaring, niet omwille van Hemzelf plaatsvond, maar omwille van zijn leerlingen. In werkelijkheid ging het om hen.

Volgens Mattheus nam Jezus Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee naar een plaats waar ze alleen waren (Mt 17, 1). De evangelist stelt dat Hij voor hun ogen van gedaante verwisselde (Mt 17, 2), dat Mozes en Elia hen verscheen (Mt 17, 3) en dat een stem zich tot hen richtte (Mt 17, 5). Deze vroeg hen om naar Hem, Zijn welbeminde Zoon, te luisteren. Jezus zou vervolgens de leerlingen aanraken opdat zij niet bevreesd zouden zijn (Mt 17, 7). En het waren ook zij die op het einde Jezus opnieuw konden zien en merkten dat hij alleen was (Mt 17, 8).

Waarom moesten zijn volgelingen die ervaring beleven? Wat moest hen duidelijk worden gemaakt? Hiervoor krijgen we reeds in de context enige aanwijzingen. Het evangelie vertelt ons dat deze episode zes dagen later gebeurde (Mt 17, 1). Maar wat gebeurde er precies zes dagen eerder? In de voorafgaande verzen bevindt Jezus zich met zijn volgelingen in Ceasarea Filipi (Mt 16, 13-28). Hij praat daar met hen over zijn identiteit en kondigt aan dat Zijn zending zich weldra zou voltrekken maar dan door middel van een mislukking, een nederlaag, een verwerping, ja zelfs door middel van een gewelddadige dood. Het is precies dan dat Petrus Jezus terzijde neemt om Hem te overtuigen dat dergelijk einde onmogelijk, ja zelfs gewoon ondenkbaar is. “Moge God u hiervan behoeden, Heer” (Mt 16, 22). Petrus had er blijkbaar niets van begrepen.

Dan neemt Jezus Petrus even afzonderlijk. Hij wou geenszins weerleggen hetgeen zijn leerling gezegd had, maar wou zijn volgelingen aantonen dat de stem van het lijden en de dood in werkelijkheid een glorievolle stem is. Hij wou zijn meest nabije vrienden duidelijk maken dat beide zaken niet van mekaar kunnen losgemaakt worden en dat elk liefdesmysterie volhardt, ja zelfs tot en met de totale overgave van zichzelf en zelfgave tot in de dood. Dáárom toonde Hij hen dat in Hem reeds een niet te vatten licht en het ware Leven aanwezig was.

Maar ook na de gedaanteverwisseling begrepen ze nog niet alles. Zes dagen eerder zag Petrus enkel het mysterie van het lijden en hij voelde zich hierbij gechoqueerd. Op de Berg Tabor dreigde hij enkel het mysterie van de verheerlijking te zien en wou hij hierbij halt houden. Daarom wou hij daar drie tenten bouwen en niet meer van de berg afdalen (Mt 17, 4).

De moeilijkheid voor Petrus, voor Jezus’ volgelingen en dus ook voor ons bestaat erin om beide kanten van het mysterie samen te houden. Het komt erop aan om in volle overtuiging te geloven dat deze unieke gebeurtenis met zijn twee onafscheidelijke zijden, het mysterie van Jezus zelf betreft. In de totale vernedering opent zich tegelijk de deur naar de ware verheffing. Het mysterie van Jezus zelf is evengoed het mysterie van de diepe waarachtigheid van de mens.

De apostelen begrepen er inderdaad nog niet alles van, maar ze zouden het zich kunnen herinneren zohaast de Heer verrezen was. Ze zouden zich herinneren hoe zij reeds de ware schoonheid van hét leven hadden kunnen aanschouwen.

Het Lijden zal hun pover geloof ten volle bloot leggen en de kwetsbaarheid van hun vriendschap met de Heer helemaal aan het licht brengen.

Het is daarom dat de Stem van de Vader hen slechts één zaak meedeelt: “Luister naar Hem” (Mt 17, 5). Beluister Hem in de dialoog met Mozes en Elia (Mt 17, 3) of beschouw heel de Wet en de Profeten in het licht van Mijn welbeminde Zoon in wiens geschiedenis het hele verhaal van het Verbond ligt vervat en wordt samengevat.

Luister naar Hem wanneer u zich van uw kwetsbaarheid en uw ontrouw bewust wordt. Dan zal je begrijpen dat deze Zoon zijn leven voor u heeft gegeven. Hij deed dit alleen maar opdat u zou kunnen deelgenoot worden aan dezelfde glorievolle bestemming, aan hetzelfde licht, aan dezelfde volheid van leven.

De gedaanteverwisseling is niets anders dan een venster dat gedurende een korte tijd voor de ogen van de leerlingen de weg naar Jeruzalem heeft geopenbaard. Het was een venster dat het hun mogelijk maakte het Paasgebeuren in zijn volledigheid te beschouwen.

Wat ons betreft verwijst dit venster naar het geloof in al zijn diepte. Zonder dit geloof blijft het mysterie van God en dat van de Mens helemaal verborgen. Indien we het mysterie doorheen dit venster bekijken, zullen wij de voltooiing van de bestemming van de mens ten volle kunnen aanschouwen.

+Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de eerste zondag van de Vasten

 

9 maart 2017 2017 door LdS

Vasten – In deze vastentijd presenteren wij u de bezinning van de priesters van het Latijns Patriarchaat in verband met het evangelie van de dag.

5 maart 2017

Eerste zondag van de Vasten – Liturgisch Jaar A

De eerste zondag van de vasten voert ons naar de woestijn waarheen Jezus door de Geest werd geleid om er door de duivel op de proef te worden gesteld (Mt 4, 1-11).

Alle synoptische evangelies zijn het erover eens om de episode van de bekoringen onmiddellijk na de passus van het Doopsel van Jezus te plaatsen. Daar heeft Jezus voor een eigen stijl, een eigen wel omschreven imago gekozen. Hij koos voor het beeld van de nederige en gehoorzame mens die van de Wil van de Vader zijn levensweg zou maken. En de Vader was gelukkig met deze keuze en Hij heiligde Jezus door de Geest over Hem te laten nederdalen.

Hierna begon Jezus niet meteen aan zijn heilszending, aan de verkondiging van het Rijk Gods, maar Hij liet zich in alle nederigheid naar een eenzame plek vol stilte voeren. De Barmhartigheid van Jezus begon in de woestijn. Waarom precies daar? Misschien omdat Jezus bij zijn Doopsel de Vader had leren kennen, Zijn stem had gehoord en zo bewust werd van Zijn Liefde.

In de woestijn ontmoet Jezus de mens, de mens die hij zelf was, met zijn zwakheden, zijn broosheid en zijn droombeelden. Het was niet toevallig dat Hij naar de woestijn werd geleid, het was eerder een genade. Het was bovendien de Geest die zijn schreden richtte (Mt, 1).

In de woestijn trok Jezus door de meest verlaten streken en de meest sombere domeinen van de menselijke ziel, het terrein dat het verst van God verwijderd leek. Indien Hij ons wou redden, dan moest Hij noodzakelijkerwijze daar beginnen.

Soms pogen wij ons leven lang de ervaring van een ontmoeting met onszelf te vermijden, proberen wij aan de woestijn te ontsnappen en het oord te ontwijken dat ons zelfbedrog kan ontmaskeren en waar onze illusies en valse godsvoorstellingen worden doorprikt.

Jezus begon zijn weg precies daar omdat elke zending start bij de nederige herkenning van zichzelf en bij het persoonlijk besef van de noodzaak om zelf gered te worden. Alleen op deze wijze leert men ongedwongen vertrouwen te hebben in de Vader. In de woestijn werd Jezus dus ook op de proef gesteld.

Maar wat voor een beproeving?

Om dit beter te begrijpen, moeten we een stap terugzetten en terugkeren naar de eerste beproeving waarvan in de Bijbel sprake is. Het is de beproeving die in de Tuin van Eden heeft plaats gehad, met Adam en Eva als de twee hoofdrolspelers (Gen 3).

In die tuin beschikten de mensen over alles, behalve over datgene dat hun dood kon veroorzaken. Maar de verleider wist hen te overtuigen dat deze beperking voor hen een gemis betekende, dat God in werkelijkheid afgunstig was op datgene wat van Hem was en dat we van Hem niet het leven in al zijn volheid konden verwachten. Zo bleef er niets ander over dan het zelf maar te bemachtigen. Het is precies hetzelfde dat Jezus in de woestijn overkwam.

De duivel stelde Hem voor om alles te bezitten: rijkdom, macht, succes. Dit alles hoeft op zich niet eens een slechte zaak te zijn. Het probleem bestaat erin dat men dit alles, volgens de duivel, enkel door eigen toedoen kon bemachtigen, zonder dat het van de Vader kwam. Alles bezitten, zonder het te vragen, zonder het te verwachten, zonder het te moeten krijgen.

Een herhaling van deze bekoring vinden we in de parabel van de misdadige wijnbouwers (Mt 21, 33 e.v.). Deze dachten dat zij de erfenis in de wacht konden slepen, door simpelweg de wettige erfgenaam uit te schakelen. Maar de misrekening lag precies in het feit dat zij niet eens begrepen dat de erfgenaam gekomen was om zijn erfenis met hen te delen, dat Hij gekomen was om ons alles te schenken.

Zo wordt het duidelijk dat alle bekoringen in feite God betreffen. Het gaat om het beeld dat we van Hem hebben, om de relatie die we met Hem onderhouden. De beproeving doet zich precies dáár voor, waar we geroepen worden om vertrouwen te hebben en ons op Hem te verlaten. Dan hoeven wij niet te vervallen in het bedrog van de nutteloze en overbodige bezorgdheden, waarvan in het evangelie van vorige zondag sprake was (Mt 6, 24-34). Dan moeten wij ons niet in autonome onafhankelijkheid isoleren, die pretendeert dat wij onszelf kunnen redden. Jezus trapt niet in deze val. De duivel belooft Hem van alles, maar Jezus kiest voor de zoon-vader relatie en voor gehoorzaamheid.

En in deze relatie vindt Hij alles, krijgt Hij alles: “Alles is Mij door mijn Vader gegeven” zoals dit verder ook geschreven staat (Mt 11, 27).

Alles wat Jezus, volgens zijn verleider maar te grijpen had, wil Jezus van Zijn Vader ontvangen en zo zal hij daar in alle volheid kunnen over beschikken. Door alles te verkrijgen zal Hij het leven bezitten, de glorie en de heerschappij over alle dingen. De Vader zal de Zoon het leven geven, maar hij zou dit slechts schenken omdat Jezus dit als geschenk wil ontvangen, in volle gehoorzaamheid en vertrouwen. Het is zeker dat de Vader oneindig veel meer zal geven dan Hij kon hopen en verlangen.

Wij willen met twee bemerkingen besluiten.

De eerste is dat de duivel Jezus wou bekoren door het Woord Gods te citeren. Dit wil zeggen dat de duivel in de mogelijkheid verkeerde om het Woord Gods te horen en dit te gebruiken, maar dit deed buiten God om, ja zelfs tegen God in. Hij gebruikte het Woord zonder Gods stem te beluisteren, zonder God te gehoorzamen. De bekoring bestaat er precies in om zich helemaal van God los te maken, in het bijzonder ligt de bekoring in het feit dat ik de zaken die precies van Hem komen, die door Hem worden geschonken, op eigen houtje wil veroveren.

De tweede bemerking bestaat erin zich af te vragen waaróm de duivel dit nu precies doet. Misschien omdat Jezus, indien Hij instructies van de duivel zou hebben opgevolgd, meer succes zou kennen. Maar dan zou Hij ook niemand gered hebben. Hij zou zich op de weg van het triomfalistisch messianisme begeven hebben, die hem wellicht in de mogelijkheid zou gesteld hebben om tal van problemen op te lossen, maar die hem om het grootste probleem van de mensheid heen zou hebben geleid, het probleem om opnieuw te geloven en opnieuw vertrouwen in God te hebben, dit zonder enig voorbehoud en zonder enige beperking in de tijd.

Jezus in de woestijn toont ons de te volgen weg.

+ Pierbattista

Illustratie: “De Bekoring van Christus” mozaïek in de San Marcobasiliek (Venetië) - XIIde eeuw.

Vertaling l.d.s.



 


Bidden voor de eenheid onder de christenen in het Heilig Land

 

24 januari 2017 2017 door LdS

JERUZALEM – van 21 tot 29 januari heeft in het Heilig Land de internationale gebedsweek voor de Eenheid onder de christenen plaats. Patriarchaal Vicaris Pater David Neuhaus, sj, wil met ons een bezinning delen over dit voor de Kerk belangrijk thema. Zeker voor het Heilig Land kan het belang van dit thema nauwelijks worden overschat.

“De Liefde van Christus laat ons geen rust, sinds wij hebben ingezien, dat Eén is gestorven voor allen. Maar dan zijn allen gestorven! En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die ter wille van hen is gestorven en verrezen.” (2 Kor 5: 14-15)

De oecumene is het geheel van initiatieven die tot doel hebben de eenheid onder de christenen te bevorderen en de kwetsuren te genezen die de scheuring in de wereld van de christenen heeft veroorzaakt. In het Heilig Land bestaan er heel veel vormen van verdeeldheid onder de christenen. Het meest zichtbaar is de verscheidenheid van benamingen: Oosterse, Orthodoxe, Katholieke, protestantse en evangelische christenen. En toch situeert de grootste kloof zich ongetwijfeld onder de christenen die zich met een van de partijen binnen het heersende conflict in het Heilig Land identificeren. De uitdaging van de eenheidsgedachte bestaat er niet zozeer in om de verschillende benamingen weer tot eenheid te brengen, maar om het bewustzijn te bevorderen dat de christenen een unieke rol hebben, omdat men ze eigenlijk in elk kamp aantreft.

Heden bestaan er in het Heilig Land verschillende soorten oecumene:

De oecumene van de solidariteit. Het feit dat de christenen in het Heilig Land zich allemaal in een zowat vergelijkbare situatie bevinden, vormt een sterke drijfveer in hun oecumenische relaties. Terwijl de oorzaken van de theologische, religieuze en historische verdeeldheid vaak eerder abstract en veraf liggen, maakt hun gemeenschappelijke strijd om te overleven de nood aan eenheid cruciaal. Oecumenische ontmoetingen hebben vaak meer met bezetting, discriminatie en religieus fundamentalisme te maken dan met de inhoudelijke oorzaken die aan de basis van de verdeeldheid onder de christenen liggen. Dit soort oecumene heeft ertoe geleid dat er almaar meer en sterkere banden onder de christenen worden gesmeed. Het groeiend besef dat hetgeen wat hen verenigd sterker is dan hetgeen hen scheidt, speelt hierin een bepalende rol.

De oecumene van de vroomheid. Een zeer specifiek genre van oecumene vindt zijn inspiratie in het focussen op specifiek christelijke thema’s. Sommigen zien hun geloof als een soort toevluchtoord om zich tegen de buitenwereld te beschermen. Christenen trekken zich in hun religieuze ruimte terug om zo aan het conflict te ontsnappen. Ze willen zich onderdompelen in een geheel van religieuze taal en religieuze gebruiken teneinde een afstand tot stand te brengen tussen hen en hun omgeving. Deze tendens vindt men vaak onder de traditionalistische christen gemeenschappen die de wereld als het rijk van de duisternis ervaren, terwijl zij hun christen gemeenschap als een bron van licht en vertroosting beschouwen.

De profetische oecumene. Sommige volgelingen van Christus engageren zich binnen een nieuwe vorm van oecumene, die men gemeenzaam een “profetische oecumene” zou kunnen noemen. “Want Hij is onze Vrede, Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidingsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, de wet der geboden met haar verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit de twee één nieuwe mens te scheppen en die beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij alle vijandschap heeft gedood” (Ef 2, 14-16). Wij beginnen na te denken over het feit dat God het zaad van het geloof via Christus in de grond van de Joodse en Palestijnse gemeenschap heeft gezaaid. Is dit niet veelbetekenend voor de roeping van de volgelingen van Christus. Voelen zij zich eigenlijk niet meer en meer verenigd in hun geloof in Christus die onze vrede is, ook al weten zij zich door een muur van vijandschap vanwege het heersend conflict gescheiden?

Als besluit wil ik een man citeren die zonder ophouden zijn broeders en zusters in Christus blijft oproepen om het schandaal van de verdeeldheid onder de christenen onder ogen te zien. Paus Franciscus verklaarde op 25 mei 2014, tijdens zijn ontmoeting met de Grieks Orthodoxe Patriarch Bartelomeus voor de graftombe van Christus in de Basiliek van het Heilig Graf: “Telkens wanneer we elkaar om vergeving vragen voor de zonden die we ten aanzien van andere christenen hebben bedreven, en telkens wanneer we de moed hebben om deze vergiffenis te schenken en te ontvangen, worden wij deelgenoot aan de Verrijzenis! Telkens wanneer wij de oude vooroordelen kunnen overstijgen en de moed hebben nieuwe broederlijke relaties te bevorderen, belijden wij het geloof dat Christus waarlijk is verrezen! Telkens wanneer wij menen dat de toekomst van de Kerk start bij haar oproep tot eenheid, schittert het licht van de Paasmorgen!” De volgelingen van Christus worden opgeroepen om te getuigen van deze zonsopgang over zijn geliefde land, dat ook het onze is en dat reeds al te lang door dit conflict verscheurd wordt.

Père David Neuhaus, sj

Bron: site du Grand Magistère

Vertaling l.d.s.



 


Kerstbezinning van Mgr. Pizzaballa

 

23 september 2017 2017 door LdS

BETHLEHEM – Hieronder volgt de bezinningstekst van Mgr. Pizzaballa naar aanleiding van Kerstmis.

Wij zijn de Advent begonnen met het beluisteren van het Woord Gods dat ons uitnodigde om waakzaam te zijn.

Wij hebben deze tijd vol verwachting beleefd, in eenheid met allen die de hoop en de verwachting koesterden om op deze dag het Heilige te mogen aanschouwen. Zo hebben we het beslissend moment in de geschiedenis bereikt. Dit was het moment waarop God zijn belofte heeft toevertrouwd aan het geloof in een vrouw uit Galilea en in dat van haar man, die bekend was om zijn gerechtigheid en zijn gehoorzaamheid aan de wil van de Heer.

Deze nacht bevinden wij ons opnieuw in het gezelschap van mensen die aan het dromen zijn: “Er waren daar in de buurt herders, die in het veld overnachtten om de wacht te houden bij hun kudde” (Lc 2, 8) Het is aan hen dat de grote vreugde werd verkondigd.
Misschien zou alles ons kunnen laten vermoeden dat wij op onze bestemming zijn aangekomen, dat wij aan het einde van onze zoektocht zijn gekomen. Maar zo is het niet. Samen met de aankondiging van de grote vreugde wordt meteen de uitnodiging geformuleerd om ons verder op weg te begeven, om op zoek te gaan naar de plaats waar deze grote vreugde is neergedaald. Vandaag wordt de verwachting dus omgevormd in een op weg gaan. Wij moeten het Kerstekind zelf vinden.

Het Kind is geboren, het Koninkrijk komt tot stand, maar niet op een vanzelfsprekende of grandioze wijze. Het gebeuren trekt geenszins de aandacht. Het neemt ons bij de hand maar het is niet te voorspellen. Het is geen winkelwaar dat ergens uitgestald ligt. Het is tegelijk zichtbaar en verborgen…

Om het te vinden, moeten we op zoek gaan. We moeten uit onszelf treden en op weg gaan. Het is alleen op onze levensweg te vinden. En in werkelijkheid zijn we precies om die reden geschapen: om op zoek te gaan naar de liefde, de vreugde, het leven, de waarheid. “U zal een kind vinden” (Lc 2, 12).

Maar waar moeten wij zoeken? Mooie dingen zijn alleen in de onbeduidendheid te vinden, op plaatsen waar het leven zich tot het essentiële beperkt, waar niets méér dan het noodzakelijke te vinden valt, waar niets ons kan afleiden. Een stal, een voederbak en verder niet veel meer.

Daar bevindt zich het allermooiste. Men moet het niet eens ver zoeken. Wat we daar zullen aantreffen, heeft iets ongedwongen, ongedwongen zoals een stal voor herders kan zijn. Het gegeven teken zal ons niet versteld doen staan, het zal ons niet van de sokken blazen, het zal ons gewoon op onze bestemming brengen, wij zullen thuis komen.

Eigenlijk zouden we uit eigen beweging nooit naar zoiets op zoek gaan. Wellicht zouden we eerder geneigd zijn om in paleizen of tempels te gaan kijken, maar toch zeker niet in een stal. Precies om die reden zal Hijzelf onze gids zijn, zal Hijzelf ons een teken geven.

“Dit is een teken voor u” (Lc 2, 12): een kind, doeken, een kribbe. Het is een teken van eenvoud, van armoede zodat niemand zich uitgesloten weet, zodat het voor ieder bereikbaar is. En wat zullen we vinden? “Vrede op aarde onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft” (Lc 2, 14). Wanneer wij op weg gaan, wanneer wij het Kerstekind zoeken, wanneer we aandacht hebben voor de tekenen, dan zullen we de vrede vinden.

Zo vinden wij het grootst mogelijke geschenk. We kunnen het heil, de redding misschien nog wel ietwat inperken, zoeken naar heil en redding voor onszelf, gewoon voor mezelf. Maar de vrede wordt het heil zohaast beide begrippen met mekaar in relatie gaan, wanneer beide ons leven, ons dagelijks bestaan gaan beheersen.

Wanneer het heil een waarachtige ontmoeting wordt, ontdaan van alle geweld, van alle verdrukking, van alle zelfgenoegzaamheid. Het is een ontmoeting die zich enkel in de eenvoud van een stal kan voltrekken. Daarom trekken we naar Bethlehem “om te zien wat er is gebeurd en wat ons door de Heer is geopenbaard” (Lc 2, 15).

De Heer heeft ons een gebeurtenis geopenbaard, maar bovenal heeft de Heer zichzelf kenbaar gemaakt. Zo zond God zijn Zoon, God met ons. Zo is Hij mens geworden. Zo gaf Hij tevens aan wat er van de mens is geworden wanneer deze zich van Hem verwijdert.

Moge dit onze Kerst zijn. Laten we beginnen met de zoektocht naar de Heer om ons uiteindelijk zelf door Hem te laten vinden. Het is het begin van een nieuwe manier om zich met God te verenigen en op die wijze ook elkaar te ontmoeten.

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Homilie van Mgr. Pizzaballa op de vooravond van Kerstmis 2016

 

23 september 2017 2017 door LdS

BETHLEHEM – Hieronder volgt de homilie die Mgr. Pizaballa hield op de vooravond van Kerstmis 2016

“Denk eraan: de rechter staat al voor de deur!” (Jak 5, 9)

Kerstmis is de komst van Gods Zoon op aarde: Christus treedt binnen in de wereld, Hij komt onder zijn volk. En rondom Hem gaan deuren open en deuren dicht. Op de drempel van het Jubileum van de Barmhartigheid kunnen wij in Kerstmis het symbool zien van de deur die door God wordt open gehouden om zo tot bij de mens te komen en allen uit te nodigen om met Hem in gemeenschap te treden.

Met Kerstmis opent zich eerst en vooral Gods deur waarlangs de Zoon verschijnt, Emmanuel, God met ons. Ook de hemel gaat open. Vanaf de geboorte tot aan het doopsel van de Heer staan de poorten van de hemel wagenwijd open. Hierlangs gaan engelen op en af om de komst van de Geest aan te kondigen en voor te bereiden. Maar bovenal opent zich het goddelijk en tegelijk menselijk hart van de Zoon: “Daarom zegt Hij dan ook als Hij in de wereld komt: slachtoffers en gaven hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt voor mij een lichaam bereid. Brandoffers en zoenoffers konden U niet behagen. Toen zei ik: Hier ben ik: Zoals er in de boekrol over mij geschreven staat. Ik ben gekomen, o God, om uw wil te doen” (Heb 10, 5-7). Christus opent voor ons ten volle de poort door te zeggen: “Ik ben de deur. Als iemand via Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden” (Joh 10, 9). Hij is zelf “de poort van de Heer, hier mag binnen wie rechtvaardig blijkt” (Ps 118, 20).

De open poort van God komt overeen met de open deur van zoveel mannen en vrouwen die verlangend uitkijken om Hem binnen te laten. Het is het hart van Maria en Jozef die zonder aarzeling hun ja-woord uitpreken. Het is de deur van het huis van Elisabeth en Zacharias, de offervaardige weg van de herders en de wijzen, van Simeon en Anna…

Maar er blijven ook deuren gesloten. “In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen” (Joh 1, 11). Zo bleef het hart van Herodes voor Hem gesloten, alsook de huizen van hen die geen plaats boden om Hem te ontvangen. Zo houden ook zij hun leven voor Hem gesloten die te zeer bezig zijn hun goederen te beheren, hun projecten te realiseren of fanatiek hun ideeën te verkondigen.

Ik hou van het beeld van de deur: het is een oproep, een uitnodiging om het risico te nemen om in alle vrijheid zijn deur te openen of dicht te houden, om de lang verwachte vrede mogelijk of onmogelijk te maken. De geboorte van Christus en hiermee ook het ontstaan van het christendom, is in werkelijkheid geen schitterend feest vol sentiment dat wij in alle beslotenheid van de eigen woning kunnen vieren of dat zich afspeelt binnen de veilige sfeer van onze familiale of sociale omgeving. Het is geen feest vol persoonlijke geneugten dat moet dienen om even aan de harde werkelijkheid van het dagelijkse leven te ontsnappen. Het is niet dat kort kleurrijk moment dat de grijze vaalheid van het leven even moet doorbreken.

Kerstmis is de aankondiging van de verlossing die klaar staat om werkelijkheid te worden. En ook wij worden uitgenodigd, net als Maria na de Boodschap van de Engel, als Jozef na zijn hemelse droom, als de herders na het gezang van de engelen, als de wijzen na het aanschouwen van de ster. Ook wij worden uitgenodigd om ons op weg te begeven, om ons te engageren, om onze laksheid en uitvluchten op te geven. Wij worden uitgenodigd om ons eveneens naar Bethlehem te begeven. Wij worden uitgenodigd om een nieuwe levensruimte te betreden, om de vrede te beleven en binnen te gaan in het Koninkrijk dat Christus zal tot stand brengen. De deur staat open, wij worden uitgenodigd om in alle vrijheid naar binnen te gaan.

Ik besef goed dat wij allen ten prooi vallen aan een groeiend gevoel van onzekerheid en wantrouwen. De hoop op vrede is al te vaak in teleurstelling uitgemond. Het onophoudelijk geweld en de retorische betogen brengen ons in verleiding om terug te krabbelen, om onze deuren te vergrendelen, om veiligheidssystemen op te zetten. We zijn eerder geneigd om op de vlucht te slaan, dan om de hoop en het vertrouwen te bewaren.

We hebben angst voor de vreemdeling die aanklopt aan de deur van ons huis of aan de grenzen van ons land. De gesloten deuren en beveiligde grenzen zijn een metafoor voor de onmetelijke angst die door het hedendaags geweld wordt veroorzaakt. We hebben schrik voor alles wat zich in de wereld afspeelt. Zowel hier als op zoveel andere plaatsen in de wereld zien wij onze hoop ten onder gaan als gevolg van de onophoudelijke corruptie, de macht van het geld, het sectaristisch geweld of de angst in Syrië, Irak, Egypte en Jordanië. Ook in het Heilig Land groeit de honger naar gerechtigheid, naar menselijke waardigheid, naar de waarheid en de ware liefde. We gaan er mee door om de anderen te negeren, om enkel voor onszelf te leven en aan onszelf te denken. Er wordt helemaal geen rekening meer gehouden met de anderen. “… omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf” (Lc 2, 7).

De angst beheerst onze keuzes en ons oriëntatievermogen. Wij zijn moe en verward door alles wat rondom ons gebeurt en wij zijn elk gevoel voor richting kwijt. Wij vinden niet langer de ster die ons kan leiden. En deze ontreddering is niet langer een simpel maatschappelijk verschijnsel, ze is wezenlijk, ze is existentieel. De “psychologie van de vijand” is een ideologie geworden en is in een agressieve levenswijze uitgemond. We kunnen ons alleen nog vanuit een conflictmodel tot de anderen richten. Alle hoop op een toekomst lijkt verdwenen. De deuren van ons huis en de grenzen van ons land blijven uit vrees en achterdocht gesloten. We voelen ons allen uitgestoten, geblokkeerd en afgezonderd.

In tegenstelling tot dit alles spreekt Kerstmis over een vreugde en een vrede die komt zodra wij vol goede wil de deuren openen, indien we maar de goede wil van God delen die openingen creëert in de plaats van alles gesloten te houden, een God die geeft in plaats van te nemen, die vergeeft in plaats van zich te wreken. We moeten de ideologie van de vijand overstijgen en overschakelen op de logica van de broederlijkheid, we moeten ons bewogen weten door een God die vertrouwen heeft in de mens, zelfs lang vooraleer wij vertrouwen hebben in Hem. “Non horruisti Verginis uterum” “U had geen schrik om mens te worden,” weerklinkt in een oude kerkelijke hymne. Indien God nu niet de minste vrees of het minste misprijzen heeft voor de mens, dan kunnen ook wij leren om vol moed vertrouwen te hebben om ons voor de anderen open te stellen, om de poorten van de dialoog en de ontmoeting te openen. Het heil en de vrede, de ontmoeting en de eendracht, het zijn vormen van genade waarvoor wij tot Hem in deze Kerstnacht bidden. Hij is immers de Koning van de Vrede. Maar deze genade wordt pas authentiek en echt wanneer ze met uitgestrekte handen en een geopend hart wordt aanvaard en tot stand wordt gebracht, wanneer wij ons een nieuwe mentaliteit en een ander gedrag aanmeten, wanneer wij moedig en royaal nieuwe projecten op stapel zetten, zoals eens ook Christus moedig en vol overgave op de wereld is gekomen om ons bestaan te delen en ons Zijn leven aan te bieden.

In ons land en in de wereld hebben zovelen de mond vol van vrede en van het ware leven. Maar slechts weinigen hebben de moed om de drempel te overschrijden en ervoor aan de slag te gaan. En precies nu wordt met de Geboorte van Jezus de uitnodiging hernieuwd om de deuren naar de anderen en naar Christus terug te openen. Hij wil zich opnieuw kenbaar maken. Doorheen de ritus en de gebeden van deze heilige nacht wil de Vader in Christus, Zijn Zoon, de mens opnieuw ontmoeten om hem net zoals eens aan Adam te vragen: “Waar ben jij” (Gn 3, 9) en hem uit te nodigen om het huis van de broederlijkheid te betreden.

Zullen wij de drempel overwinnen? Een slogan volstaat niet om resultaat te boeken. Het gaat hier om een uitnodiging die zowel naar de individuele mens als naar de hele samenleving is gericht, naar de politiek en de economie, naar de armen en de machtigen van de wereld. Laten wij onze versterkte burchten verlaten, laten wij de deuren van onze oordelen en vooroordelen opengooien, laten wij diegene ontmoeten die ons roept. Zullen wij ons naar Bethlehem begeven om nieuwe paden te betreden of houden wij onszelf in onze paleizen gevangen om onze macht niet te verliezen, om onze belangen hardhandig te verdedigen en blijven wij de anderen uitsluiten teneinde onze eigen posities niet te moeten prijs geven? Zijn wij bereid om – in de aanblik van het Kind – een antwoord te bieden aan de onmetelijke honger naar rechtvaardigheid en menswaardigheid, aan het niet te peilen verlangen naar liefde en broederlijkheid, aan de nood om elkaar weer écht te ontmoeten, of blijven wij halsstarrig zweren bij onze vernietigende en verstikkende militaire en politieke strategieën. Zullen wij de moed hebben om ons door het kind te laten leiden en onze bekrompen belangen opzij te schuiven, om de andere als een broer te erkennen en ons van alle geweld, verdrukking en arrogantie te ontdoen?

Het antwoord staat niet in de sterren geschreven, maar ligt in onze vrije wil en ons gevoel voor verantwoordelijkheid. En wanneer wij onze blik op het kindje Jezus gericht houden, kan geen enkele afwijzing de door God geopende deur nog sluiten. Ons vertrouwen en onze hoop zal weer opleven en wij zullen opnieuw zingen: "U bent onze hoop, U zal ons niet ontgoochelen!”

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij de vierde zondag van de Advent

 

24 december 2016 2016 door LdS

ADVENT – Wij willen u graag in deze adventstijd de bijhorende bezinningsteksten van Mgr. Pizzaballa meegeven.

18 december 2016 Vierde zondag van de Advent - Jaar A (Mt 1, 18-24)

De evangelietekst die we deze zondag te horen krijgen, is meteen ook de aanzet van het Evangelie van Matteüs en volgt onmiddellijk op de geslachtslijst waarmee het verhaal begint (Mt 1, 1-17).

Matteüs wil van meet af aan de identiteit van Jezus duidelijk stellen door naar Zijn voorvaderen te verwijzen. De geslachtslijst stelt duidelijk dat Jezus niet alleen een wezenlijke plaats heeft in de geschiedenis van zijn volk maar er tevens ook het hoogtepunt van uitmaakt. De tekst van vandaag brengt met het verhaal van Zijn geboorte evenwel een totaal nieuw element in deze geschiedenis. In enkele verzen herhaalt Matteüs tot tweemaal toe dat Maria heeft ontvangen “van de Heilige Geest” (Mt 1, 18-20).

Om dit te bevestigen, krijgen we een belangrijke mededeling die de goddelijke tussenkomst in de geschiedenis aangeeft. In vers 18 zegt Matteüs dat Maria, “alvorens ze gingen samenwonen, in verwachting was…” Jezus’ komst, Zijn intrede in de geschiedenis, gebeurde nog vóór een mens het vaderschap kon opeisen. Hij ontsproot aan de eeuwigheid, Hij was het werk van de Vader. Hij is de eerste en gaat alles vooraf.

De goddelijke afkomst van Jezus, die door het evangelie als een vanzelfsprekendheid wordt bestempeld, zal de basis vormen van de autoriteit die de evangelist later meermaals zal aangeven (Mt 7, 29) en die door zijn tegenstanders stelselmatig zal betwist worden (Mt 21, 23). Diezelfde autoriteit zal op de Kerk worden overgedragen op het ogenblik dat de Heer zijn leerlingen achterlaat om naar de Vader terug te keren (Mt 28, 18-20).

Dezelfde passage helpt ons ook te begrijpen wat Jezus ons aanreikt, wat Hij met ons is komen delen, wat Hij aan nieuwigheid in onze generatielange geschiedenis heeft binnen gebracht. Ze getuigt van Zijn afstamming van de Vader en zo heeft hij Zijn eigen goddelijkheid in de geschiedenis geënt.

Nu we stilaan aan het einde van de advent zijn gekomen, presenteert de liturgie ons dit verhaal om ons te leren hoe de eeuwigheid rechtstreeks met het leven van de mensen, met ons eigen leven, in contact treedt. Daarom worden wij in een bijzonder moment in de geschiedenis van de mensheid binnen gevoerd. Aan Jozef wordt gevraagd om het mysterie - dat God in het leven van zijn vrouw vlees is geworden - in zich op te nemen (Mt 1, 20).

Laten wij even op twee elementen van dit verhaal ingaan, met name het rechtvaardigheidsgevoel van Jozef en zijn dromen. Het zijn twee elementen die niet eenvoudig met elkaar in overeenstemming kunnen gebracht worden. Van Jozef wordt gezegd dat hij een rechtschapen man was (Mt 1, 19), maar zijn rechtschapenheid is toch wel enigszins bijzonder. Toen hij met het feit werd geconfronteerd dat zijn aanstaande echtgenote zwanger was, had hij haar moeten aanbrengen en laten stenigen. Dit zou volledig conform de wet van Mozes (Dt. 22, 20-21) zijn geweest. Maar Jozef doet dit niet en dit ondanks het feit dat Jozef, volgens Matteüs, een rechtschapen man was, een man die leefde volgens de wet.

Om te begrijpen wat de evangelist ons wil duidelijk maken, volstaat het even het evangelie van Matteüs verder te doorbladeren. Zo merken wij dat de term “rechtschapen/plichtsbewust” in het evangelie een zeer zorgvuldige betekenis heeft. Het woord komt zelfs twintig maal voor.

De rechtschapenheid volgens Matteüs is de rechtvaardigheid van het Rijk der Hemelen. Het betreft niet zomaar de menselijke zin voor gerechtigheid. Het gaat hier niet om simpele vergelding. Het gaat om een hogere gerechtigheid, de gerechtigheid van de Bergrede en deze van de Vader, die het zowel over rechtvaardigen als over onrechtvaardigen laat regenen (Mt 5, 45). Het is de gerechtigheid die niet de wet maar de mens tot doel heeft. Jozef beantwoordt volkomen aan deze vorm van rechtvaardigheid.

De evangelist Matteüs zal deze eigenschap van Jozef meermaals vermelden. Het lijkt wel alsof hij wil aangeven dat het precies deze vorm van rechtschapenheid is, die het Jozef mogelijk maakt om zich voor de Vader open te stellen. Dit is steeds een heilzame rechtschapenheid die eigen is aan het leven en die vreemd is aan de dood. De rechtschapenheid van Jozef zit vol goedheid en medemenselijkheid en maakt het hem mogelijk om ontvankelijk te zijn voor het bovenmenselijke en verrassende mysterie van God.

Deze ontwikkeling verloopt bij Jozef doorheen een droom. Dromen nemen in het evangelie van Matteüs een belangrijke plaats. Hij vermeldt er vijf: de droom van Jozef die we deze zondag konden beluisteren, de droom waarin de wijzen gewaarschuwd worden om niet naar Herodes terug te keren (Mt 2, 12), de droom die Jozef verwittigt om naar Egypte te vluchten (Mt 2, 13), de droom die hem tot tweemaal toe aanzet om naar Israël terug te keren (Mt, 2, 20 en 22), en tenslotte nog de droom van de vrouw van Pilatus (Mt 27, 19). Deze stuurde haar naar haar man met de boodschap zich niet met deze rechtvaardige in te laten omdat zij hierover een droom had gekregen die haar volkomen van streek had gebracht. Elk van deze dromen moest er voor zorgen dat Jezus uit de greep van de menselijke gerechtigheid en van de dood zou worden gered.

Daar waar de wet ontoereikend is om de meerwaarde van de Liefde of van Gods aanwezigheid in de geschiedenis gestalte te geven, komt de droom tussenbeide. Het is de droom die de mens de ruimte laat om minder rigide te zijn maar die een opening creëert voor een veel diepere wilsbeschikking, voor gewetensvol handelen. Deze ruimte maakt het mogelijk om de aanwezigheid van God in zijn leven toe te laten. Jozef gehoorzaamt de engel en aanvaardt alles. Het is evident dat hij niet alles begreep wat rondom hem gebeurde. De wet geeft aan alles een uitleg, maar de Liefde legt niets uit. Zij brengt gewoon alleen maar klaarheid, een ver-klaring. Pilatus zal aan de droom van zijn vrouw evenwel geen gevolg geven en zal Jezus, dé Rechtvaardige, niet redden.

En tegelijk zit ook hierin een wezenlijke tegenstelling. Het is precies omwille van deze ongehoorzaamheid van Pilatus dat het Heil van de Heer realiteit is geworden. In het offer van de Heer krijgt de Naam en de Zending van Jezus zijn inhoud, de naam die Jozef op vraag van de engel aan het kind gaf, dat niet eens zijn eigen kind was: Jezus, Emmanuel, dit wil zeggen: God brengt redding, God is met ons.

Aan het einde van de advent worden we opgeroepen om ons voor de droom open te stellen, om in ons hart ruimte beschikbaar te houden voor de grote verwachting. Het is een verwachting die buiten alle redelijk rechtsgevoel en rationele rechtvaardigheid tot stand komt. Een louter menselijke rechtvaardigheid, die zich tot de principes en bepalingen van de wet beperkt, mondt uit in onrechtvaardigheid en is niet in staat om het nieuwe van Jezus te vatten en te aanvaarden. God verschijnt niet langs de weg van onze rede of onze controledrang.

In deze openheid voelen we ons wellicht kwetsbaarder en minder zeker van onszelf. Maar tegelijk voelen we ook een grotere vrijheid en onthechting. Zoals we vorige zondag hebben kunnen vaststellen, heeft de Heer Johannes de Doper hier langzaam maar zeker naartoe geleid. Vandaag was het beurt aan Jozef. Maar ook wij worden daar op onze beurt naartoe geleid.

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij de derde zondag van de Advent

 

12 december 2016 2016 door LdS

ADVENT – Wij willen u graag in deze adventstijd de bijhorende bezinningsteksten van Mgr. Pizzaballa meegeven. Hier volgt deze van de derde zondag van de Advent.

11 december 2016

Derde zondag van de Advent - Jaar A (Mt 11, 2-11)

Vorige zondag zijn wij geëindigd bij Johannes de doper in de woestijn. Die heeft het goede nieuws van de komst van het Rijk der Hemelen aangekondigd en riep iedereen op zich te bekeren.
Vandaag treffen wij hem opnieuw, maar ditmaal niet in het verblindende licht van de woestijn, maar in de duisternis van de gevangenis. Hij is een heel stuk minder zeker van zichzelf als toen hij de komst van een strenge en (ver)oordelende God had aangekondigd. Neen, hij voelt zich in verscheurende twijfel of hij het zich misschien toch niet allemaal fout had voorgesteld. Hij weet zich verward en volkomen verrast door alles wat hij over de Messias heeft gehoord, een Messias die hij zelf eerst heeft voorspeld maar die hij daarna niet meer kon herkennen.
Deze Messias kwam niet overeen met het beeld dat hij er zichzelf van had gevormd en die hij zelfs had aangekondigd. Deze Jezus was er niet in geslaagd het kwaad met wortel en stok uit te roeien. Hij strafte de slechten niet, hij wist de onrechtvaardigheid niet uit te schakelen en had zeker geen politieke revolte veroorzaakt. Bovendien had hij zijn volgelingen onder alle soorten mensen gezocht, ging hij met zondaars om en had zelfs de neiging deze te begunstigen.
Het leek wel dat hij meer door zachtheid en geduld was doordrongen, dan door woede en berechting. Hij was inderdaad helemaal anders dan hetgeen Johannes van diegene wiens weg hij had voorbereid, had verwacht. Het was niet de eerste keer dat Jezus met zijn houding het beeld van Johannes de Doper van de Messias had verstoord. Meteen na de verzen die wij vorige zondag hebben gelezen, vertelde Matteüs de episode van het doopsel van Jezus (Mt 3, 13-17). De lang verwachte Messias verklaarde zich één met alle mensen en betrad in alle nederigheid de geschiedenis door zich te laten dopen.
Zo klonk de eerste vraag van Johannes: “Ik heb úw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” (Mt 3, 14). Hier plaatste Jezus zich van meet af aan in een omgekeerde wereld, in een paradox die door de zelfverzekerde Johannes de Doper vanuit zijn geloof niet te begrijpen viel.
Het lijkt wel alsof Jezus bij Johannes een veelheid aan vragen heeft losgeweekt...Vandaag worden wij met een nieuwe vraag van Johannes geconfronteerd.
Het was namelijk zo dat Johannes zich in de gevangenis bevond, nadat hij door Herodes Antipas was opgepakt (Mt 11, 3). Hij had boodschappers naar Jezus uitgestuurd met de vraag: “zijt Gij de Komende, of hebben wij een ander te verwachten?” (Mt 11, 3) Deze vraag verraadt heel zijn verrassing en heel zijn gevoel van onrust.
Jezus geeft geen antwoord en stuurt de boodschappers naar Johannes terug. Hij neemt de twijfel niet weg, hij wil hem niet gerust stellen of overtuigen. Hij vraagt gewoon om eenvoudigweg te kijken naar alles wat hij doet en Hij geeft hiervan een lijstje van voorbeelden, die eigenlijk een echo zijn van wat de Profeet Jesaja over de Messias heeft voorspeld (Js 29, 18-19). Op die wijze geeft Hij Johannes toch enige aanduiding dat Hij het is die men heeft verwacht en brengt hij hem tot besef dat in Hem de profetieën tot vervulling komen.
Jezus doet niets anders dan Johannes met de feitelijkheid confronteren en vertelt hem niets nieuws. Het komt er immers niet op aan om meer te weten te komen, maar wel om zichzelf heel anders op te stellen in de richting van het nieuwe dat door Jezus wordt aangereikt. Johannes wordt opgeroepen om zich te bekeren en zijn bekering verloopt moeizaam. Johannes wordt opgeroepen om in het Evangelie van het Koninkrijk en de nieuwe gerechtigheid binnen te treden en deze is anders dan hetgeen hij zich hiervan had voorgesteld.
Jezus gaf niet direct antwoord op de vraag van Johannes, omdat Johannes deze vraag alleen zelf kan beantwoorden. Hij moet zelf de verantwoordelijkheid nemen om de keuze te maken wie of wat hij verwacht. En het antwoord moet niet eens ver worden gezocht, noch in het verleden noch in de inhoud. Het volstaat om alles te beschouwen vanuit het standpunt van de allerkleinsten die naar de kleine dingen des levens kijken en de eenvoudige en gewone veranderingen zien, die hun levensweg bepalen.
De grootheid van Johannes bestaat erin dat hij op dit scharniermoment tussen oud en nieuw de goede zijde kiest. De twijfel moet hem zonder twijfel diep in zijn hart hebben geraakt. Maar het geloof wordt precies geboren in de afgrond van de twijfel die de komst van de Verlossing ook in ons veroorzaakt.
En aangezien het heil steeds andere paden kiest, kan dit verontwaardiging oproepen. Maar dit is nu eenmaal de prijs die men moet betalen om het geloof tot volwassenheid te laten komen. In het andere geval blijft het geloof uitzien naar een grandioze God en zal het niet in staat zijn om Hem te herkennen wanneer Hij zich in de kleine en nederige zaken van het leven vermomt, wanneer Hij zich in het gewone leven en de geschiedenis van onze broeders en zusters manifesteert.
We zijn de advent met een uitnodiging tot waakzaamheid en verwachtingsvol uitkijken begonnen. Vervolgens hebben we ontdekt dat we, om Hem te verwachten, gewoon ruimte moeten creëren. Deze ruimte kunnen we best in alle nederigheid creëren, door in ons hart onze zondigheid te herkennen en ons terug tot de Heer te richten.
Deze derde zondag leert ons dat wachten ook een verrassing inhoudt. Want diegene die wij verwachten, is steeds anders dan hetgeen wij reeds van Hem menen te weten. En de juiste weg is niet deze van Johannes die dacht dat hij op een andere Messias zat te wachten. Het gaat erom dat wij ons tot een andere vorm van verwachting bekeren.
Dan zal de Heer kunnen voltooien wat we zelfs niet eens durfden te hopen.

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij de tweede zondag van de Advent

 

23 september 2017 2017 door LdS

ADVENT – Wij willen u graag in deze adventstijd de bijhorende bezinningsteksten van Mgr. Pizzaballa meegeven. Hier volgt deze van de tweede zondag van de Advent.

4 december 2016

Tweede zondag van de Advent - Jaar A

Zoals elk jaar stelt de liturgie ons bij de tweede zondag van de advent de figuur van Johannes de Doper voor. Hij is de eerste van de twee figuren die tijdens de advent met ons op weg gaat.
Om ons toch ietwat met de man vertrouwd te maken, beschrijft Matteüs ons eerst zijn kledij: “Johannes droeg een kleed van kameelhaar en een leren gordel om zijn midden” (Mt 3, 4). Het gaat hier niet zomaar om een simpel detail, maar het verwijst regelrecht naar de kledij van de Profeet Elia, zoals deze bij het begin van zijn zending werd beschreven: “iemand met een haren mantel en een leren gordel om zijn middel” (2K 1, 8).
De evangelist lijkt door middel van deze kledij te willen zeggen: zie, Elia is terug gekeerd, dit is het signaal dat sedert eeuwen wordt verwacht. Het is het teken dat ondubbelzinnig aangeeft dat de komst van de Messias is aangebroken. En inderdaad: volgens de profetie van Maleachi (Mal 3, 23) staat er geschreven: “Zie, Ik ga u de profeet Elia zenden voordat de dag van de Heer komt, de grote vreeswekkende dag.” Later (Mt 11, 10 en 17, 10-13) bevestigt Jezus zelf tot tweemaal toe zijn identificatie.
De verschijning van Johannes in de woestijn betekent dus dat heel de Messiaanse verwachting van het Joodse volk tot vervulling zal komen en dat iets groots te gebeuren staat. Dergelijk nieuws wekt beroering, verwachting en hoop. Mensen begeven zich naar de woestijn, de plaats van bekering en van luisterbereidheid, om te zien hoe Elia door de hemel is gezonden. In de woestijn predikte Johannes precies dat het Rijk der Hemelen zeer nabij is.
Hij bevestigt het goede nieuws, het nieuws waar heel de wereld zit op te wachten, het nieuws over een God die naderbij komt, die Zijn beloften houdt en bij zijn volk op bezoek komt. “Hij die na mij komt...” zegt Johannes (Mt 3, 11).
Het is waar dat het koninkrijk nabij is, dus moeten wij ons klaar maken om dit te verwelkomen. En dit is nu precies de opdracht van Johannes de Doper. De evangelist Matteüs zorgt er voor hier naar de Profeet Jesaja te verwijzen (Js 40, 3) waar een mysterieuze en onbekende stem het volk vraagt de rechte baan voor God te bereiden. Welnu, deze stem laat zich nu opnieuw horen. Het is de stem van Johannes de Doper die weerklinkt. Alles gaat in de richting van een vervulling die op het punt staat plaats te vinden.
Het is tijd dat wij ons klaar maken. Maar hoe?
Johannes geeft hiervoor enkele fundamentele en tegelijk eenvoudige aanwijzingen. Eerst waarschuwt hij voor een groot gevaar, met name te denken dat men reeds klaar is. Dat is het geval bij de Farizeeërs en de Sadduceeën (Mt 3, 7 e.v.) die hier voor het eerst in het evangelie ter sprake komen. Johannes leest hun gedachten. Zij menen dat het volstaat om tot een bepaald volk of tot een bepaalde traditie te behoren, om gered te worden en zich op zijn gemak te weten. “zeg niet tot uzelf: wij hebben Abraham tot vader” (Mt 3, 9). Het is overbodig om ons aan dat alles te herinneren.
Het tegenstrijdige zit hem hierin dat niet zozeer de zonde de grootste hindernis is om de Heer te verwachten als wel de zelfgenoegzame houding van diegene die menen dat ze rechtvaardig zijn. Johannes vraagt dan ook niet om heel speciale dingen te doen. Hij vraagt niet om te vasten, hij vraagt geen onthechting of de rituelen strikt na te leven. Vóór alles is het nodig om zich te bekeren.
“Bekering” is het sleutelwoord in het evangelie van vandaag. Het wordt maar liefst driemaal herhaald. Maar wat betekent dit nu? Het is datgene wat de mensen doen die naar Johannes trekken: “zij lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl zij hun zonden beleden” (Mt 3, 6). Zich bekeren betekent binnentreden in de nederige gewoonte van diegene die zijn eigen onwaardigheid erkent, die erkent dat het kwade in hem woont, die de nood aan redding ervaart, die de houding in zich draagt die hem openstelt voor Gods Barmhartigheid. Volgens de evangelist Mattëus is dit alles precies het énige middel om de weg van God te bereiden. Het lijkt wel eenvoudig, maar we weten allen dat dit niet het geval is...
De Messias die door Johannes wordt verwacht is in de eerste plaats een rechter en we leren dit uit de beelden die Johannes ons voorhoudt: de bijl ligt al aan de wortel van de boom die geen vruchten draagt (v. 10), er is de wan om het koren te slaan, het kaf zal in onblusbaar vuur verbrand worden (v. 12). Deze uitdrukkingen verraden een oordeel zonder mededogen en wijzen naar een oplossing voor het probleem van het kwaad en de zonde, zoals elkeen dit verwacht en zoals elke mens dit bij zichzelf in gedachten heeft: schakel de zondaar en de zonde uit. Dit zijn woorden die de kracht van het geweld in zich dragen...
Maar zo zal het niet gaan en de eerste die door de échte boodschap zal verrast worden, is precies Johannes de Doper (Mt 11, 3).
Dat was inderdaad de bekering van Johannes. En dat moet ook onze bekering worden.

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij de eerste zondag van de Advent

 

12 december 2016 2016 door LdS

ADVENT – Wij willen u graag in deze adventstijd de bijhorende bezinningsteksten van Mgr. Pizzaballa meegeven. Hier volgt deze van de eerste zondag van de Advent

27 november 2016

Eerste zondag van de Advent - Jaar A

Bij de eerste zondag van de advent begint meteen ook een nieuw kerkelijk jaar waarin we vooral door de teksten uit het evangelie van Matteüs zullen worden aangesproken.
De passage die wij op de eerste zondag van de advent mochten beluisteren komt uit hoofdstuk 24 en zit meteen in de kern van de eschatologische boodschap van Christus. Het is tevens de laatste van de vijf toespraken in het evangelie van Matteüs en komt net voor het Lijdensverhaal.
De liturgie presenteert ons precies dit verhaal om ons in de adventstijd binnen te voeren. Het is een tijd die onze aandacht op de komst van de Heer moet richten.
De Heer komt: de Kerk brengt ons in deze adventsperiode en de Kersttijd de eerste komst van de Heer in herinnering en laat ons reeds meteen ook uitkijken naar Zijn tweede komst, de komst die meteen de voltooiing van de tijden en de geschiedenis zal betekenen.
Het is dus een tijd van hoop en verwachting, maar ook van waakzaamheid. Bij herhaling zullen wij de volgende zondagen uitgenodigd worden om waakzaam te blijven.
Deze Woorden blijven ook vandaag nog nazinderen. Ze werden door Jezus zelf uitgesproken: “Wees dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt” (Mt 24, 42). Jezus zal deze zin telkens herhalen wanneer Hij het over zijn terugkeer heeft, telkens wanneer iemand Hem vragen stelt over het einde der tijden. Niemand weet wanneer dit zal plaats vinden. Op een ander moment zal hij zeggen dat zelfs de engelen dit niet weten, en dat Hij het zelf ook niet weet. Alleen de Vader die over de tijd beschikt (Mt 24, 36) heeft hiervan weet.
In feite deelt Jezus ons mee dat wij de eindtijd niet kunnen kennen en dat wij ons daarover ook niet het hoofd moeten breken. Wij moeten deze periode van verwachting evenwel op een rechtvaardige wijze beleven. Vanuit dit opzicht lijken de eindverzen (Mt 42, 44) in onze passage wel paradoxaal te klinken. Jezus zegt dat indien de heer des huizes het uur niet kent waarop de dief zal toeslaan, hij waakzaam zal blijven. Daar voegt hij aan toe dat wij evenmin weten wanneer de Heer zal komen. Hij besluit met te zeggen: “Wees ook gij dus bereid!” (Mt 24, 44) Dit besluit lijkt dus in tegenspraak met wat er aan vooraf gaat, want de waakzaamheid lijkt wel verbonden te worden met het feit dat men dag noch uur kent. Maar zo is het niet. Wij moeten niet waakzaam zijn omdat wij het moment van het einde der tijden niet kennen, maar wel omdat we weten dat Zijn komst even zeker is dan de komst van de dief maar dat - net als bij de dief - dag en uur niet kunnen voorspeld worden.
Waakzaamheid is precies de eigenschap van diegene die het tijdstip niet kent. Indien ik het moment zou kennen waarop mijn gast zal aankomen, dan zou ik niet lang vooraf alert moeten zijn. Het zou niet nodig zijn om er voor te zorgen dat men reeds geruime tijd met alles klaar is. Het zou zelfs volstaan om tot op het laatste moment te wachten om alles klaar te maken en het zou volkomen overbodig zijn om van onze tijd een tijd vol verwachting te maken. Het is precies omdat onze gast elk moment kan aankomen dat wij ten allen tijde moeten klaar staan om hem te ontvangen.
Maar is het wel mogelijk om op die wijze waakzaam te zijn, om altijd op zijn hoede te zijn, om de aandacht nooit te laten verslappen?
Om ons uit te leggen wat waakzaamheid precies betekent, grijpt Jezus naar een Bijbels voorbeeld terug. Vóór de zondvloed, toen Noah zijn ark bouwde, hielden alle anderen zich met hun gewone werkzaamheden bezig en kenden ze niet de minste onrust of twijfel (Mt 24, 37-39). Niemand was waakzaam of was ook maar enigszins onzeker. Zij bleven eten en drinken en dit alles is zeker niet verkeerd! Het evangelie van Matteüs is hierin evenwel zeer voorzichtig en zegt ons: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader” (Mt 7, 21) of nog: “bij het Laatste Oordeel zullen wij niet over onze goede gedachten geoordeeld worden, maar wel om al onze werken die wij uit liefde ten aanzien van onze naasten hebben verricht.” (Mt 25, 31-45)
Wachten betekent dus niet stoppen met iets van je leven te maken, maar wel dat wij waakzaam zijn, dat wij over het leven heen kijken en behoedzaam zijn in ons handelen. Het gaat er niet om te pogen in de tekens des tijd Zijn terugkomst te ontwaren, maar om de tijd waarover wij beschikken voldoende diepzinnig te beleven. Men bereidt zich niet voor op Zijn komst door de tekenen van de tijd te interpreteren, maar wel door een constante waakzaamheid te hanteren.
Het is nodig om de kunst van de waakzaamheid te leren, de kunst om aandachtig te zijn. Wij doen allemaal zowat hetzelfde, maar het verschil ligt erin dat sommigen leven alsof het niet op kan, terwijl anderen de ogen wijd open houden voor alles wat rondom hen gebeurt. Het gaat hem niet om de aard van ons werken of onze levensomstandigheden die het verschil maken, maar het verschil ligt hem in de gewoonte om waakzaam te zijn: “dan zullen er twee op de akker zijn: de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten; twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen, de ander achtergelaten." (Mt 24, 40-41)
De christelijke waakzaamheid bestaat erin de tekens des tijds te kunnen onderscheiden. Dit wil zeggen: de nodige verantwoordelijkheid hanteren om onszelf te leren hoe de geschiedenis van de mensheid samenhang vertoont met Gods heil, met Zijn Koninkrijk. We moeten leren geduld te oefenen, leren vertrouwen in God te hebben, leren oog te hebben voor het goede. Aandacht voor de geschiedenis leert ons hoe pijnlijk die soms is. De geschiedenis biedt ons voldoende mogelijkheden om tegemoet te komen aan ons verlangen om te zegenen, te handelen en weldaden te verrichten. Jezus herinnert er ons aan dat Noah, in tegenstelling tot zijn tijdgenoten, het Heil verwachtte. Hij had begrepen dat ondanks al het kwaad dat hem omringde, de Heer zelf voor hem een levensweg had gebaand.
Samengevat kunnen we stellen dat we moeten leren om waakzaam te zijn, om de geest te bewaren die de Heer ons voorhoudt, om te wachten en te kijken hoe en wanneer alles zich in ons leven en in ons werk voltrekt.
Deze waakzaamheid leert men al doende, via onze werken. Het Evangelie roept ons op om unieke mensen te zijn die aan de slag gaan, mensen uit de tijd van Noah. Maar we moeten tegelijk de twee mensen op het veld en de twee vrouwen bij de molen zijn. Meer nog, we moeten onze eigen huismeester zijn en ons eigen leven bewaken.
Wij moeten dus ons verwachtend opstellen terwijl we gewoon verder doen met wat we bezig zijn. Maar we moeten tegelijk waakzaam zijn voor datgene dat ons reeds een voorsmaak van het Heil aanreikt. Dat al het goede en het heil dat ons nu reeds is toegemeten, mag verwijzen naar het heil dat ons nog te wachten staat. In dit verwachtingspatroon mogen zij die rechtvaardig leven ons als model wezen: zij die hun naasten eten en drinken hebben gegeven, die ze gastvrij bejegend dienen; zij hebben hun naasten gekleed en hebben hen bezocht omdat ze waakzaam waren en aandacht hadden voor alles waar hun medemens nood aan had.
Groot zal dan hun verrassing zijn op het moment dat de Heer in al zijn glorie verschijnt, en zij zullen dan zien waaraan zij hun Heil te danken hebben. Wie waakzaam is, zal zich dan daarvan rekenschap kunnen geven. In deze waakzaamheid en vol barmhartigheid zijn wij - wellicht zonder het zelf te beseffen - klaar voor de komst van de Heer.

+ Pierbattista

Vertaling l.d.s.



 


Homilie bij Onze-Lieve-Vrouw Koningin van Palestina

 

23 september 2017 2017 door LdS

BRUSSEL – Op 15 oktober vierde de Belgische Landscommanderij het feest van Onze-Lieve-Vrouw Koningin van Palestina. Hieronder volgt de homilie die Mgr. Jean Kockerols, Grootprior van de landscommanderij, bij die gelegenheid heeft gehouden.

Homilie bij het feest van O.L.V. van Palestina 2016

Het wapenschild van onze nieuwe aartsbisschop bevat slechts één beeltenis, deze van het hemelse Jeruzalem zoals het op het einde van de Apocalyps (21, 1-5a) wordt voorgesteld. Recentelijk werd hij hierover aangesproken dat deze gestileerde voorstelling geen enkele klokkentoren weergeeft. Maar dit is een dwaze opmerking vermits er in het hemelse Jeruzalem geen kerk meer zal zijn. Daar zal niet langer behoefte aan zijn, vermits alles Kerk zal zijn, de tempel van de levende God. Deze heilige stad zal dan de woonplaats zijn van God onder de mensen. Deze passage uit de Apocalyps getuigt van een ongekende hoop: elke traan zal gedroogd worden, de dood zal niet langer bestaan, de oude wereld is verdwenen. “Zie,” zegt God, “Ik maak alles nieuw”.
Deze lezing past volkomen bij dit feest. Jeruzalem vervult in de Orde van het Heilig Graf en in onze gebeden een belangrijke plaats, en precies deze tekst brengt de stad in correlatie met de hoop van alle mensen: de hoop op de vrede, de hoop op verzoening. Daar zal niet langer rouw heersen, geen schreeuw wordt er nog gehoord. Daar is geen plaats voor lijden. Jeruzalem, waar allen één zullen zijn (Ps 122), is het symbool van de hoop van de christenen. Het is de Kerk die heden deze hoop uitdraagt. Zij treedt hiermee in de voetsporen van Onze-Lieve-Vrouw. De Kerk moet in Gods Naam elke traan drogen. De Kerk is in navolging van Maria de voorbode van het hemelse Jeruzalem. Zij moet dus met ogen vol geloof, met de ogen van Maria, zien hoe God vanaf vandaag alles nieuw maakt. Daar moet zij van getuigen, van alles wat ons werd beloofd, van alles wat ons zal gebeuren: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is datgene wat ons nu reeds overkomt. De hoop is deemoedig, maar heeft ook de kracht van de deemoedigen.
In herinnering van het Tweede Vaticaans Concilie kunnen we stellen: “De vreugde en de hoop, de droefheid en de angst van de hedendaagse mens, vooral dan deze van de armen en de noodlijdenden, is tevens de vreugde en de hoop, de droefheid en de angst van de volgelingen van Christus” (Gaudium et Spes §1).
Het is de houding van de oude Simeon die ons helpt om echt te leren onze hoop te voeden (Lc 2, 27-35). Het is niet voor niets dat monniken en zusters bij elke dagsluiting het loflied van Simeon hernemen. De oude man gaf blijken van geduld en volharding. Hij bleef wachten, want hij had zijn geloof op Gods belofte en op Gods Woord gevestigd. Dit is ook de grondhouding die ons als christen wordt voorgehouden, met name: ons geloof in Gods belofte en in het geduld en de volharing te verankeren. Toen Maria aan de engel antwoordde: “Mij geschiede naar uw woord,” is zij ons deze weg voorgegaan, de weg van het vertrouwen in Gods belofte.
En dan is er nog de blik van Simeon, met vermoeide ogen, bijna blind zoals het schilderij van Rembrandt het ons voorstelt. En toch hebben precies déze ogen gezien. Zij zagen dat het niet zomaar om een klein kind ging, met ouders die amper iets begrepen van wat hen overkwam. Zo’n blik is de tweede basishouding die ons als christenen wordt aangereikt. Het is de doordringende kijk op alles wat klein, nederig, discreet en ogenschijnlijk onbelangrijk lijkt. Maar dat alles is er, ondanks die kleinheid, ook precies om ons de aanwezigheid en de liefde van God voor de mensen duidelijk te maken. Het is de blik om het licht te aanschouwen dat de volkeren der aarde verlicht.
De oude man levert zich tenslotte over aan de goedheid van de Heer. Hij geeft het kind aan zijn moeder terug en zijn handen blijven open en leeg achter. Maar hij weet dat hij alles aan God kan toevertrouwen: “nu kan uw dienaar in vrede heengaan” . Na al hetgeen men gezegd en gedaan heeft, kan men alles aan God toevertrouwen, alle vreugde en droefheid, elk succes en elke ontgoocheling kan men in de handen leggen van Hem die de bron van alle Liefde is.
In navolging van Maria is de Kerk de getuige van de hoop van de mensheid. Zij vertrouwt op alles wat door God werd beloofd. Zij leert te zien, boven het zichtbare heen. Zij vertrouwt ten volle op God, want zij weet dat Hij, de Verlosser van alle mensen, alles nieuw maakt.

+ Jean Kockerols
Grootprior van de Belgische Landscommanderij

Vertaling l.d.s.



 


Gebedswake Investituur op 10 juni 2016

 

29 juni 2016 2016 door LdS

BRUSSEL – Op vrijdag 10 juni, de vooravond van hun plechtige investituur, namen de kandidaat-ridders en dames volgens de aloude traditie deel aan de lange gebedswake. Deze werd voorgegaan en bezield door Z.E. Mgr. Jean-Pierre DELVILLE, Bisschop van Luik en eminent lid van onze Orde. Hieronder volgt de integrale tekst van zijn homilie.

Cher Frères et Sœurs,
Beste broeders en zusters,
Liebe Brüder und Schwester,
Op het einde van het evangelie van Marcus dat we zonet mochten beluisteren, werden ons twee elementen ter overweging aangereikt: de dood van Jezus en de aankondiging van zijn Verrijzenis (Mc 15, 33-46 – 16, 1-8). Laten we het verhaal van de evangelist even stap voor stap beschouwen.
De onrechtmatige dood
Eerst zien wij hoe Jezus op de Calvarie na een onrechtvaardig proces en zonder mededogen van de omstaanders ter dood werd gebracht. Wij ontdekken de afgrond van de dood, in het bijzonder van de onrechtvaardige dood van Jezus. En wij denken dan in het bijzonder aan allen die de dood nabij zijn. In de volheid van Zijn lijden en met de onvermijdelijke dood voor ogen doet Jezus een vreemde uitspraak: “Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?”Eindigt hier het geloof in God? Zou dit de totale wanhoop zijn? In werkelijkheid citeert Jezus hier psalm 21, die met deze wanhoopskreet begint, maar die eindigt met woorden van hoop en geloof. “De Heer heeft het hoofd in al Zijn ellende niet afgewend (…) De Heer wordt aan de toekomstige generaties aangekondigd. Men zal zijn rechtvaardigheid verkondigen aan het volk dat straks wordt geboren” (Ps 21 [22], 25, 31-32).
Tegenover de dood van Jezus, denken we aan de zovelen die sterven in het Midden-Oosten en in het Heilig land. Zovelen zijn het slachtoffer van oorlog en onrechtvaardigheid, net zoals Jezus. Voor al deze mensen willen wij bidden. Als ridders en dames van het Heilig Graf willen wij ons hele leven toewijden in dienst van de mensen. Zo zal de dood niet het laatste woord van ons bestaan zijn, maar de poort naar een oneindige Liefde. Deze liefde wordt hier reeds op aarde aangevat en komt hier tot ontwikkeling.
De menigte bij het Kruis
Maria stond aan de voet van het kruis. Men treft er tevens nog drie andere vrouwen aan: Maria-Magdalena; Maria, de moeder van Jacobus de jongere en Joses; alsook Salomé. Zij waren Jezus op zijn lijdensweg gevolgd, net zoals wij hier vanavond in de kerk van de Zavel rond het kruis verenigd zijn. Zij volgden Jezus tijdens zijn openbaar leven reeds van in Galilea en ook wij volgen Jezus in ons dagelijks leven. Zij droegen de moed en de liefde in zich. Dit is ook het geval met Jozef van Arimatea, lid van de Raad, die door de komst van Jezus in de verwachting van het Gods Rijk leefde. Hij had de moed om aan Pilatus het lichaam van Christus te vragen en kan zodoende als de eerste Ridder van het Heilig Graf worden beschouwd. Al deze mensen waren moedig en trouw. Zij hebben de moed niet laten zakken en wilden niet opgeven. Zij hebben het lichaam van Jezus opgebaard en hem in een graf gelegd. Daarna bleven ze dicht bij Jezus. Ze keken toe en waakten.
De vooruitziende lieden bij het Graf
Zij bleven toekijken, bleven waakzaam en stonden op de uitkijk. Juist daarom vertelt de evangelist Marcus ons: “Maria-Magdalena en Maria, moeder van Joses, bleven de omgeving bewaken waar men Jezus had neergelegd” (Mc 15, 47). De blik (op het Graf) mondt uit in het aanschouwen van de verschijning. Zij die Jezus tot het einde hebben gevolgd, zullen precies de eersten zijn die Hem zullen zien opstaan, die Hem dus zullen zien verrijzen. Het toekijken is het voorspel tot het geloof. Terwijl men toekijkt opent men het hart voor het onverwachte en voor de genade.
Wij kennen de namen van deze mannen en vrouwen. Zij zijn de eerste christenen, de eersten die geloofden dat Jezus verrezen was, dat Hij leefde. Zij belichamen het medelijden, het « mee lijden met… ». Zij belichamen de sympathie en de barmhartigheid, zij belichamen het grote hart en het begrip waar de paus zoveel belang aan hecht. Maria gaat ons voor, als eerste van de christelijke gemeenschap. Zij zijn de eerste christenen, de eersten die in Christus’ Verrijzenis geloofden, die geloofden dat Hij onder hen leefde. Zij belichamen het medelijden, dit wil zeggen “mee lijden met...” Zij belichamen de sympathie, hetgeen evengoed “lijden met…” betekent, zij belichamen de barmhartigheid, dit wil zeggen “het grote hart”, de deugd waarvan Paus Franciscus niet ophoudt om de waarde ervan de onderlijnen. Maria gaat ons dus voor, als eerste van de christen gemeenschap.
Het Heilig Graf: van het kruis naar de graftombe van de Verrijzenis
Als leden van de Ridderorde van het Heilig Graf zijn wij net zoals Maria en de vrouwen die onder het Jezus’ kruis bleven volharden. Zij hebben hun post niet verlaten. Zij bleven trouw, ondanks de dreigementen van de soldaten, ondanks hun angst en ondanks de schijnbaar niet af te wenden mislukking van Jezus’ zending. Vanuit deze loyaliteit en trouw is de Hoop op de wederopstanding ontstaan. Door het bezoek aan het Graf heeft zich een nieuwe kijk op de zaken ontwikkeld. Jezus staat ons ergens anders op te wachten. Hij verwacht ons in Galilea, dit wil zeggen in de kern van ons dagelijks bestaan, van ons gewone leven. Zo zullen wij zijn getuigen in de wereld worden. Laten wij de moed opbrengen om in zijn boodschap te geloven. Deze is aan de hele mensheid gericht.
Amen, Alleluja.
+ Jean-Pierre DELVILE

Vertaling l.d.s.



 


Eucharistie voor de overledenen van de landscommanderij

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - Homilie door Mgr Jean Kockerols, Grootprior, voor de overledenen van de Belgische Landskommanderij van de ROHGJ (Zavel, 12 maart 2016)

De dood, elke dood, betekent een breuk en maakt een radicale scheiding. Zelfs als een persoon zachtjes en sereen overlijdt, vormt de dood een harde werkelijkheid, die pijn doet. De dood is geweldadig en maakt ons triest. De geliefde persoon wordt aan onze ogen onttrokken. De herinneringen blijven, ja, maar ook zij vervagen langzaam. Hooguit enkele blijven, de allerbeste. Afscheid nemen is erkennen dat er inderdaad een scheiding ontstaat door de dood.

Hoe beleven we deze scheiding als we spreken vanuit het geloof? Gelovigen erkennen dat er een diepere werkelijkheid bestaat: de gemeenschap van de heiligen. In één van de artikelen van het credo belijden de christenen dat ze geloven in de gemeenschap van de heiligen. Wat is daarover te zeggen? De heiligheid, waarover gesproken wordt in die uitdrukking is niet de heiligheid die door de kerk of door spontane volksuiting erkend wordt met betrekking tot voorbeeldige figuren, die ons leven kunnen inspireren. Het is goed dat gecanoniseerde heiligen en zaligen zijn, maar de gemeenschap van de heiligen gaat veel en veel verder!

1. De gemeenschap van de heiligen impliceert het geloof dat God al degenen die zich tot Hem richten verbindt - over alle plaatsen en tijden heen. Hij verenigt ons, terwijl er toch vele elementen zijn die afstand maken: wonen aan de andere kant van de wereld, helemaal anders leven of denken, maar ook de dood, die ons van elkaar scheidt. God verenigt en maakt ons solidair.

De heiligheid, waarvan sprake is, is degene die God geeft, die Hij bedeelt aan de gelovigen. Als Paulus aan de Christenen van Rome schrijft, richt hij zich tot hen met de woorden "aan alle geliefden van God die in Rome verblijven, aan allen die tot heiligheid geroepen zijn". Alleen God is heilig, maar Hij deelt uit wat Hij is: zijn heiligheid. Dat is het dat van alle gelovigen "heiligen" maakt. Dat is het ook dat ons verbindt met elkaar: deze heiligheid van God verenigt ons en stemt ons op elkaar af, terwijl er zoveel is dat ons van elkander scheidt.

2. Ja, deze gemeenschap sluit ook de scheiding van de dood in. Ze vormt een soort brug tussen de Kerk in de hemel en de Kerk op aarde. God bewaart ons in een diepe gemeenschap met allen die ons zijn voorgegaan. Dat wil ook zeggen dat wij ons kunnen verzoenen met onze doden, dat wij voor hen bidden - en zij voor ons.

3. Wanneer is het dat deze gemeenschap zich het sterkst manifesteert of dat ze het duidelijkst voelbaar is? Dat gebeurt in de liturgie. Wanneer we in de Kerk de liefde van God vieren, dan zijn we in gemeenschap met allen rondom ons, in gemeenschap met de wereldwijde Kerk en in gemeenschap met de Kerk in de Hemel. In de Eucharistie is het goed om aan God dank te brengen, want "Hij is onze dankbaarheid waardig". De priester geeft in naam van de kerk de redenen om dank te zeggen en eindigt dit gebed met de woorden: "daarom, met alle Engelen en Heiligen, loven en aanbidden wij U". Die "wij", dat is de gemeenschap van de heiligen.
Er moet wel bijgezegd dat we vaak slechts heel bescheiden zingen of soms zelfs wat vals, maar ons gezang voegt zich bij dat van alle heiligen, in de hemel en op aarde.

En wanneer we communiceren van het allerheiligste, dat wil zeggen: van de Eucharistie, het brood dat lichaam van Christus is - dan is deze gemeenschap van de heiligen niet langer een idee, een verlangen, een verborgen hoop of wishful thinking. Maar dan wordt ze werkelijkheid, concreet en tastbaar. Door het communiceren van de Eucharistie, door zijn werkelijke aanwezigheid onder ons, bewaart de Heer ons in gemeenschap met alle heiligen en dus ook met hen, ons door de dood aan ons zicht werden onttrokken.



 


Overwegingen bij de Poerim en de Vasten

 

22 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

REFLECTIE - Weldra vierden de Joden hun traditioneel Poerimfeest. Bij deze gelegenheid formuleerde Lucia de la Kehilla van Jeruzalem enkele overwegingen omtrent gemeenschappelijke thema’s bij de Poerim en de Vasten.

Wat heeft nu het Poerimfeest met ons, christenen, te maken? Men viert er karnaval en de roes, netjes in het midden van de vasten. Wat voor gemeenschappelijks vertonen nu beide perioden?

Alvorens met een onverstoorbare zekerheid te stellen dat beiden eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, stel ik u toch voor dit artikel tot het einde toe te lezen. Mogelijks maakt de inhoud ervan uw menig minder categorisch.

Dit veronderstelt wel om de Poerim niet zomaar met karnaval te identificeren, ook al mag karnaval dan een interessant verschijnsel zijn dat men onder diverse vormen doorheen de tijden bij meerdere culturen aantreft. Het lijkt wel dat er in de menselijke persoon nu eenmaal een psychologische behoefte huist om zich in iemand of in iets anders te vermommen, al was het maar om op deze wijze zichzelf wat meer prijs te geven of om eventuele verborgen aspiraties te ontsluieren. Op die manier kan men - incognito - zich zaken permitteren die men in normale omstandigheden nooit zou durven. Dit betekent niet meteen dat het om handelingen zou gaan die als verwerpelijke zouden worden bestempeld.

In werkelijkheid gaan velen als het ware dagelijks vermomd door het leven. Onze keuze van kledij wordt doorgaans door tal van gewoonten of simpelweg door de mode bepaald. Hetzelfde meisje dat zich het ene jaar als een elegante Engelse dame uitdost, trekt misschien het jaar daarop een gescheurde jeans en een met verf bekladde T-shirt aan. En ondertussen is misschien noch de ene, noch de andere outfit de weerspiegeling van haar persoonlijkheid. Maar we kunnen het evengoed hebben over de vele maskers die we opzetten, dit naar gelang de rol die we in verschillende situaties spelen. Voor sommigen is de maskerade dan zowat het enige middel om zijn eigen imago en zijn eigen kledingstijl te ontdekken, ja zelfs zichzelf te zijn. Op die manier is dit mogelijks het uitgelezen moment van iemand zijn juiste rol en het juiste "masker te ontdekken. Enige scherpzinnige zelfreflectie in de periode van de vasten, of beter gezegd van de Poerim, kan dus geen kwaad.

Maar ondertussen kunnen we het wel even over wat ernstiger zaken hebben. Karnaval kan eerder als een meer recent gebruik bestempeld worden dat uit Europa werd ingevoerd. De Poerim daarentegen heeft zijn eigen verplichtingen.

De eerste verplichting bestaat erin de lectuur van het Boek Esther te beluisteren, waarin de oorsprong van dit feest wordt verteld. "Luisteren" betekent hier het oor spitsen bij élk woord, ondanks het lawaai van de "raashanim" (luidruchtigheid) bij elke vermelding van de naam van de Haman. In de synagoge wordt deze verplichting heel ernstig genomen vermits de verzamelde gemeente meteen na een korte schreeuw een meditatief stiltemoment houdt. Dit is een uitstekende oefening voor elkeen die het Woord wil beluisteren dat hem persoonlijk treft. Het lawaai symboliseert de vervulling van de verplichting om de herinnering aan Amalek (Dt 25: 17-19) uit te wissen. Haman is immers een afstammeling van Amalek. Het gaat hier effect om een symbool vermits het verdrijven van Amalek uit ons innerlijk als allerbelangrijkste opdracht wordt beschouwd. Op spiritueel vlak symboliseert Amalek niet enkel het kwaad, vermits hij in de joodse traditie aanleiding geeft tot meerdere interpretaties.

Volgens een van deze interpretaties vertegenwoordigt Amalek de twijfel inzake de mogelijkheid tot relatievorming met de Schepper. Volgens het systeem van de gematria, die aan elke letter van het alfabet een numerieke waarde toekent, heeft de naam "Amalek" dezelfde numerieke waarde dan het woord "safek", hetgeen "twijfel" betekent. In het Boek Esther (alvast in de Hebreeuwse versie), wordt Gods naam nergens vermeld. Dit geldt overigens evenzeer voor het hedendaagse relaas van feiten in de nieuwsberichten, en dit is eveneens het geval voor de wijze waarop wij de gebeurtenissen in ons eigen dagelijkse leven vertellen. Amalek kan ook nog een verwijzing zijn naar andere omstandigheden, de economische toestand, sociale en politieke gebeurtenissen, atmosferische verschijnselen, enz. Om te weten hoe men Amalek kan verslaan, verwijzen we naar Exodus 17: 8-16.

Indien we er in slagen de Goddelijke Voorzienigheid te herkennen in de schijnbare toevalligheden van het leven, is men klaar om uit het Boek Esther nog een andere les te trekken. God geeft ons de mogelijkheid op het juiste moment de goede bestemming te bereiken, dit voor zover we ons door Hem laten leiden en niet met Hem de strijd aanbinden. Dit hangt af van onze bereidheid om alles wat nodig is precies op het juiste moment en op de juiste plaats te vervullen. Op die wijze kan zich zelfs een omkeer in ons persoonlijk leven en zelfs in het historisch verloop voltrekken. Maar is dit nu ook niet precies onze opdracht tijdens de Vasten?

De drie overige opdrachten van de Poerim leiden ons - na de hierboven beschreven verticale dimensie - eerder naar een horizontale benadering. Het betreft onze relatie tot onze naaste. De eerste bepaling stelt dat wij voor elkaar het voedsel zouden bereiden. Volgens een bepaalde interpretatie betekent dit dat wij als uiting van onze naastenliefde voedsel aan de armen zouden schenken. Normaal is het evenwel te verkiezen om geld te schenken aan diegenen die hulpbehoevend zijn, zodat deze zelf kunnen kiezen wat ze zullen kopen en wanneer zijn dit wensen te doen. Zoniet bestaat de kans dat men hen bijvoorbeeld voedsel verschaft zonder dat zij de mogelijkheid hebben dit te bewaren. Gewoonlijk zijn de armen evenwel niet in de mogelijkheid om andere spijzen te consumeren dan datgene wat onder de noemer "basisvoedsel" valt. De Poerim maakt het echter mogelijk de armen gerechten naar hun keuze aan te bieden, zonder dat dit enige vorm van vernedering zou inhouden, vermits ook de rijken aan mekaar fijne gerechten aanbieden.

De tweede verordening zegt: "geef aan hen die armoede lijden" - de tsedaka (naastenliefde). De Poerim wijkt hier evenwel enigszins af van datgene wat wij gewoonlijk als naastenliefde omschrijven vermits dit gebruik eigenlijk verwacht dat men geeft aan eenieder die de hand uitsteekt, zonder onderscheid of enige (kritische) bevraging. (Het lijkt ons dat we dit ook nog ergens anders hebben gehoord: "geef aan ieder vraagt, wie het ook weze..." Matteus 5: 42). Maar doen we dit ook? Is Pourim misschien dan niet het uitgelezen moment om aan deze opdracht te beginnen?

Aangezien we het nu toch over de naastenliefde hebben (hetgeen zeer eigen is aan de Vasten), is het misschien ook waardevol om aan nog een ander joods gebruik in herinnering te brengen. ("Opdat uw gerechtheid deze van de farizeeërs en de schriftgeleerden zou overstijgen"). In het Judaïsme onderscheidt men voor wat de giften aan de naasten betreft, verschillende niveaus van gerechtigheid (tsedek). Het eerste en tevens laagste niveau betreft de situatie waarbij iemand om hulp vraagt en men dan pas (zonder veel enthousiasme) geeft. Het tweede niveau betreft de goedwillige gift die men met vreugde voltrekt en met liefdevolle woorden laat samengaan. Het derde niveau is de gift die zonder enige vraag wordt verstrekt, vermits men de nood bij de andere had opgemerkt. Op die manier voorkomt men niet alleen de vraag, maar hoeft de noodlijdende zichzelf ook niet te vernederen door de hand vragend uit te strekken.

Het vierde niveau is die vorm van naastenliefde, waarbij de begunstigde weldegelijk weet wie de genereuze schenker is, maar waarbij de schenker niet het minste vermoeden heeft wie ervan zijn gunsten geniet en zodoende ook niet de minste vorm van dankbaarheid of erkentelijkheid verwacht. In het vijfde niveau weet de schenker naar wie zijn gift gaat zonder dat de begunstigde de identiteit van de schenker kent. Dit biedt de begunstigde de kans om - bij onwetendheid omtrent de schenker - zijn dankbaarheid tegenover God te betuigen. Bij het zesde niveau hebben noch de schenker, noch de ontvanger enige weet van elkaar. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de gift via een derde persoon of via een organisatie ter beschikking wordt gesteld. "Wanneer je aalmoezen geeft, zorg dan dat de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet" (Matteus 6: 3). Recentelijk hoorde ik nog een rabbijn in Jeruzalem uitleggen hoe in sommige joodse gemeenschappen de vermomming ook met dit doel wordt aangewend. Hieruit kan men besluiten dat er ook een vorm van naastenliefde bestaat die niet alleen de nood lenigt, maar die de noodlijdende ook nog een zekere zelfstandigheid aanreikt door de vraag om hulp als het ware overbodig te maken.

De meest vermaarde verordening van de Poerim is evenwel de bereiding van een feestmaal met de daarbij horende bijzondere verplichting (Megila 7a): "te drinken tot wanneer men niet meer het onderscheid maakt tussen "gezegend zij Mordechai" en "vervloekt zij Haman". (De numerieke waarde van beide zinnen is vreemd genoeg dezelfde). Sommigen nemen deze opdracht zeer letterlijk: "drinken tot wanneer men alle besef verliest en zich volop inspannen om maximaal aan deze opdracht tot vervulling te brengen". Dit in weerwil van het feit dat de Talmud in diezelfde passage in zeer klare bewoordingen stelt dat elke jood tijden het vervullen van deze verplichting in staat moet blijven om het dankgebed na het eten (birkat hamazon) op te zeggen, dit met toeving van de naam van het feest gebeden van het namiddag- (minha) en het avondgebed (arvit). Hierbij volstaat het aan te tonen dat men niet stomdronken is, zelfs al is het het feest van de Poerim. Hoe dient men dan wel deze bepaling te begrijpen? Eenmogelijke interpretatie is deze: "De wijn verheugt het hart van de man" (Ps 104: 15). De menselijke psyche maakt het immers onmogelijk om tegelijk blij en vol haat ten aanzien van zijn medemens te zijn, zelf al zou dit om zijn ergste vijand gaan. Wie zich in de hoogste staat van vreugde en geluk bevindt, is niet langer in staat het onderscheid te maken tussen vriend en vijand en zal zijn vijand zelfs "broeder" noemen. Dit is des te meer het geval wanneer deze blijheid het resultaat is van een opwelling van de geest, eerder dan van eventuele effecten van de wijn. "Je hebt gehoord wat is gezegd: bemin je naaste en haat je vijand. Maar ik zeg je: bemin je vijanden en bidt voor hen die je vervolgen, teneinde kinderen te zijn van je Vader in de hemel. Want hij laat zij zon opgaan over goeden en kaden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Matteus 5: 43-45).

Moge u uw vasten in die geest besluiten.

Bron: Vicariaat Sint-Jacobus
vertaling: l.d.s.



 


Homilie over de verbintenis van de ridders 13 juni 2015

 

24 september 2017 2017 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

BRUSSEL - Homilie over de verbintenis van de ridders van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem door Mgr Jean Kockerols, Groot-Prior

Ik wens graag terug te komen op enkele elementen van de plechtige verbintenis die u vandaag aangaat.

• U werd eraan herinnerd dat de verbintenis van ridder wordt voorgesteld als een levensideaal. Is dit nog van onze tijd? Te dikwijls wordt het ideaal ontkracht: laten we niet dromen, laten we realist blijven. U bent zachtmoedig dromers. Neen, het ideaal is niet tegengesteld aan de werkelijkheid, aldus zou men teveel toegeven aan Plato. Het ideaal is geroepen om de werkelijkheid te doordrenken, om haar naar het hoge te tillen, naar het schone, naar het ware. Weinig mensen zijn vandaag nog idealistisch. Vooral bij het ouder worden. Een ideaal aanvaarden is niet naïef, niet argeloos, het vraagt moed, het vraagt overtuiging, het is jong blijven, zeker van geest. En zelfs wanneer men ons behandelt als dromers, zullen wij als John Lennon antwoorden: “je mag zeggen dat ik een dromer ben, maar ik ben niet de enige!”

•Wat is dit ideaal? Ridder of Dame van het Heilig Graf worden “betekent zowel vechten voor het rijk van Christus, voor de uitbreiding van de Kerk als werken van liefdadigheid verrichten, met dezelfde vaste en overtuigde geest van geloof en liefde”. De formule is traditioneel; ze verdient opgefrist te worden om de intensiteit ervan te smaken. “vechten voor het rijk van Christus”, doen we dat? Het is zowel een uitwendige als een inwendige strijd. Het baat niet te wensen dat anderen christenen zouden zijn, indien men niet deelneemt aan het gevecht zodat Christus kan heersen in alles, dus ook in mij. Dit wil zeggen dat Hij de eerste is, de gids, de bezieler. “Vechten voor het rijk van Christus” in mijn omgeving, zeer zeker en dus op de eerste en oorspronkelijke plaats: in mij.

•” Vechten voor de uitbreiding van de Kerk”: er wordt niet lang gevochten voor een vereniging. Men vecht voor een zaak, men vecht voor wie men bemint, tenzij men een huurling is. Jezus heeft een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de goede herder en de huurling. Wij vechten voor en met de Kerk die wij lief hebben. En wij hebben haar lief omdat zij het Lichaam van Christus is. Geen club, geen vrome vereniging: de Kerk is de gemeenschap van de geroepenen, van de geredden. Een beetje van alles zoals hen die in Jeruzalem de Geest ontvingen en plotseling begonnen elkaar te begrijpen en dus lichaam werden. “Vechten voor de uitbreiding van de Kerk” omdat het mijn Kerk is en ik daarvan een levende steen ben.

•En tenslotte “”werken van liefdadigheid verrichten”: zich steeds herinneren dat het geloof ijdel is indien het niet gepaard gaat met naastenliefde, wanneer het niet geworteld is in mijn dagelijks leven. Het is door elkaar te beminnen dat zij als christenen zullen erkend worden… Een geweldige uitdaging. Deze liefde is maar mogelijk omdat zij haar oorsprong heeft in de liefde van God voor ons. Zonder deze bron van de goddelijke liefde, is niets mogelijk. “Werken van liefdadigheid verrichten” omdat ik er mij rekenschap van geef, dag na dag, dat ik “een werktuig van liefde” van onze Heer ben.

Op mijn vraag “Ridder van het Heilig Graf worden wil zeggen zowel vechten voor het rijk van Christus, voor de uitbreiding van de Kerk als werken van liefdadigheid verrichten, met de vaste en overtuigde geest van geloof en liefde. Bent u bereid dit ideaal voor uw leven te aanvaarden?” zult u antwoorden: “Ik ben bereid”. Bereid om dit ideaal te aanvaarden. Maar ook bereid en verlangend om het ten uitvoer te brengen, het gestalte te geven, het werkelijk te maken.

Blijft idealisten. Met moed en overtuiging. Vechtend opdat Christus zou heersen in elk van ons. Uit liefde voor de Kerk waarin het doopsel ons heeft opgenomen. Door geloof en liefdadigheid, de liefde verder ontplooien dank zij God die ons eeuwig bemint. Amen

+ Jean Kockerols 13.06.2015



 


Paus Franciscus : "Elke gedoopte is geroepen tot verkondiging van het Evangelie"

 

4 februari 2014 2014 door Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem - TD

Paus Franciscus heeft op 24 november de postsynodale apostolische exhortatie ‘De vreugde van het evangelie’ (‘Evangelii gaudium’) gepubliceerd, waarin de verkondiging van het evangelie centraal staat.

Elke gedoopte wordt permanent voor de opdracht geplaatst om dat goede nieuws te verkondigen. Daarbij moet ook worden gezocht naar nieuwe wegen en nieuwe methodes die de oorspronkelijke frisheid van die blijde boodschap opnieuw onder de aandacht brengen. Tegelijk spreekt de paus zijn bezorgdheid uit over de moeilijkheden waarmee die verkondiging vandaag wordt geconfronteerd. In de exhortatie herneemt hij verschillende onderwerpen en thema’s die eerder al in zijn preken en toespraken aan bod kwamen. In die zin is dit document ook een programmaverklaring van de nieuwe paus.

Tekenen des tijds

Paus Franciscus vestigt in zijn exhortatie de aandacht op de bekoringen waarmee gelovigen worden geconfronteerd, zoals het individualisme, de identiteitscrisis of de dalende geloofsijver. “Wij moeten teken van hoop zijn en mogen niet in een steriel pessimisme vervallen.” Het is noodzakelijk om de verantwoordelijkheid van de leken in de Kerk te versterken. Maar deels door een gebrek aan opleiding, deels door het nog altijd heersende klerikalisme vervullen leken niet de rol die hen toekomt. Daarbij dringt de paus in het bijzonder ook aan op een bezinning over de rol van de vrouwen in de Kerk. Tegelijk benadrukt hij dat het priesterschap, dat is voorbehouden voor mannen, niet ter discussie staat.

Paus Franciscus onderstreept de verscheidenheid binnen de katholieke Kerk en onderstreept het belang van de volksvroomheid, waarin het geloof in een bepaalde cultuur gestalte krijgt en wordt doorgegeven. Hij is kritisch voor het huidige economische systeem, waarin al te vaak het recht van de sterkste overheerst, en voor de wegwerpcultuur waarin de mens nog slechts als consument dreigt beschouwd te worden. De zwaksten worden daarbij niet alleen uitgesloten, maar zelfs als een soort afval behandeld. “De wereld gaat gebukt onder de nieuwe tirannie van een markt die als een nieuwe God wordt beschouwd en waarin financiële speculatie, corruptie en egoïsme overheersen.” Franciscus veroordeelt de schendingen van de godsdienstvrijheid en de vervolging van christenen, die in sommige landen een alarmerend niveau van haat en geweld heeft bereikt.

Opdracht tot verkondiging

De paus benadrukt de nauwe band tussen de verkondiging en de bevordering van de menselijkheid. “Wij kunnen van de Kerk niet verwachten dat zij het geloof naar de privésfeer laat verdringen en geen invloed meer heeft op het maatschappelijke samenleven. Wie zou het wagen om de boodschap van de heilige Franciscus en van de zalige Theresa van Calcutta tot de Kerk te beperken en het zwijgen op te leggen.” De paus herhaalt zijn streven naar een arme Kerk ten dienste van de armen: “Een kerkgemeenschap, die de arme vergeet, dreigt te verdwijnen.” Hij spoort gelovigen aan tot zorg voor de zwaksten en bemoedigt de Kerk tot bijzondere aandacht voor nieuwe vormen van armoede, zoals dakloosheid, drugsverslaving, vluchtelingen en het groeiende aantal bejaarden dat vergeten wordt. Met betrekking tot migranten dringt hij in het bijzonder ook aan op meer gastvrijheid. “Bij die zwaksten behoren ook de ongeboren kinderen, waaraan de waardigheid van het menselijke leven wordt ontzegd. De verdediging van het menselijke leven is nauw verbonden met de verdediging van de mensenrechten.”

Samenwerking en dialoog

Tot slot spoort de paus aan tot dialoog en samenwerking met politieke, sociale, religieuze en culturele instellingen en groepen. Daartoe behoort ook de oecumene, die onlosmakelijk onderdeel is van de verkondiging en die een geloofwaardig getuigenis van christenen bevordert. Hij pleit voor dialoog en vriendschap met de ‘kinderen van Israël’ en voor de versterking van de interreligieuze dialoog, met wederkerigheid op het gebied van de geloofsbeleving. “De heilige Geest verleent de kracht om de nieuwheid van het evangelie met vrijmoedigheid te verkondigen, met luide stem, in alle tijden en op alle plaatsen, ook tegen de stroom in.”

(Kerknet)



 


Oproep van de geestelijken in Assisi tot beëindiging van het geweld in het Heilig Land

 

20 mei 2021 door LdS

Verschillende religieuze en burgerlijke verantwoordelijken van de stad van Sint-Franciscus, onder wie Bisschop Mgr. Domenic Sorrentino en de bewaarder van de Basiliek van de Heilige Franciscus, Broeder Marco Moroni, hebben zich in een brief aan de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, aan de President van de Verenigde Staten en aan de Eerste Minister van Israël, alsook aan de Palestijnse President gericht met de vraag dat in het Land van Christus de vrede zou mogen heersen.

“Broeders, het Heilig Land staat in brand! Wij smeken u, maak een einde aan deze hel,” schrijven Mgr. Domenico Sorrentino, Bisschop van Assisi, Mevr. Stefania Proietti, Burgemeester van Assisi, Broeder Marco Moroni, bewaarder van de Pauselijke Basiliek van de Heilig Franciscus en van het gezegend klooster, alsook Broeder Massimo Travascio, bewaarder van de Cappella della Porziuncola van de Santa Maria degli Angeli.

“Wij smeken u dat u alles zou doen wat in uw macht ligt om hetgeen wat daar gebeurt en wat u ook persoonlijk meemaakt, te beëindigen,” Dat voegen de ondertekenaars hier nog aan toe.

Assisi is met Bethlehem gejumeleerd

In Jeruzalem, in Israël en in Palestina leeft op eenzelfde territorium een mozaïek van mensen. In dit land dat door miljarden mensen over heel de wereld als een Heilig Land wordt beschouwd, kan men niet blijven bloed vergieten, onschuldig bloed van burgers, van vrouwen en van kinderen. Deze oproep komt vanuit Assisi, de stad van de Heilig Clara van de Heilige Franciscus, de stad die steeds heeft gepoogd om de dialoog tussen Israël en Palestina te bevorderen en die sedert 1989 met Bethlehem is gejumeleerd. Het is tevens de stad waar Paus Franciscus op 3 oktober 2020 zijn Encycliek Fratelli Tutti heeft ondertekend. Deze stad herinnert aan de leerstelling die ons door de Heilige Franciscus zijn nagelaten waarin hij stelt “dat wij allen mensen zijn, met zijn allen menselijke wezens zijn, broeders en zusters van mekaar.” “In Israël en in Palestina, in Jeruzalem en in de Gazastrook zijn er alleen maar mensen; mannen, vrouwen en kinderen, en om dié reden hebben ze allen dezelfde rechten.”

“Ze hebben allen hetzelfde recht op leven. Niemand onder hen mag ten gevolge van blind en schandaleus geweld, zoals we dit nu beleven, om het leven komen. (…) Niemand van hen is schuldig aan de oude littekens. U moet de slachting van al die onschuldige mensen stoppen!” zo betogen de religieuzen van Assisi vol verontwaardiging.

Franciscus, de heilige van de vrede en de dialoog

De ondertekenaars van de brief voegen hier nog aan toe dat “de stad van de Heilige Franciscus, de Heilige van de Vrede en de Dialoog, de stad van de boodschap van Paus Franciscus, dié stad kan niet onverschillig blijven tegenover zoveel lijden dat door de oorlog in het Heilig Land wordt teweeg gebracht, een oorlog die het land compleet doet opbranden.” We kunnen het lezen in Fratelli Tutti “indien we een integrale ontwikkeling van alle mensen betrachten, dan moeten we onvermoeibaar doorgaan met onze belofte te realiseren om oorlogen tussen naties en volkeren te vermijden.”

Deze brief vraagt ook aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties “om de onbetwiste rechtsstaat en het niet aflatende gebruik van onderhandelingen, alsook de arbitrage zoals deze in het Handvest van de Verenigde Naties is voorzien, te garanderen.” De brief herinnert eraan dat “de Verenigde Naties ten aanzien van de hele wereld een rol hebben. Dat zij een precieze taak moeten vervullen en een verantwoordelijkheid dragen. Dat is concreet ook het geval ten aanzien van de burgerbevolking en van de onschuldige kinderen die het leven verloren en ten aanzien van hen die dit momenteel dreigen te verliezen.”

Een schreeuw om het Heilig Land te redden

“Als internationale gemeenschap heeft u de meest ernstige plicht om alles wat binnen uw mogelijkheden ligt in het werk te stellen om het vuur tussen Hamas en Israël te stoppen,” zo verklaart Mgr. Sorrentino, samen met de burgemeester van Assisi en de bewaarders van de Franciscaner basilieken. Zij richten zich in hun hoop op dialoog en verzoening in het bijzonder tot de presidenten Reuven Rivlin, en Mahmoud Abbas, alsook tot de Eerste Minister Netanyahu.

“Wij richten deze oproep in alle ernst tot u. Wordt ware vredestichters! Wij smeken u om alles te doen wat in uw macht ligt om het geweld te stoppen! Vandaag verheft zich vanuit Assisi een schreeuw voor de redding van het Heilig Land en heel zijn bevolking, en dit boven elke opdeling volgens godsdienst of cultuur uit. Dat Jeruzalem de Serafijnse stad van dialoog en van vrede mag zijn. Dat is niet zomaar onze aspiratie maar deze van de hele wereld. Geen oorlog meer, alleen nog de vrede is heilig!”

Bron : Vatican News

Foto : Fotoarchief lds

Vertaling: Luk De Staercke



 


De Paus veroordeelt de verschrikkelijke en onaanvaardbare dood van al die onschuldigen

 

20 mei 2021 door LdS

Aan het slot van het Regina Caeli kwam de Heilige Vader vanuit zijn raam in het apostolische paleis nog even terug op het conflict tussen Israël en de Gazastrook. Sedert 10 mei verloren daar reeds 174 Palestijnen het leven, waaronder 47 kinderen. Aan Israëlische zijde vallen er 10 doden te betreuren, waaronder 1 kind.

« Ik kijk met een bijzonder grote bezorgdheid naar hetgeen zich in het Heilig Land afspeelt,” verklaarde de Heilige Vader op grimmige toon. “De gewelddadige gewapende botsingen tussen Israël en de Gazastrook zijn als het ware een certitude geworden. Ze dreigen compleet uit de hand te lopen en in een spiraal van dood en vernieling uit te monden.” De Palestijnse enclave van de Gazastrook, die door de Islamitische Hamasbeweging wordt gecontroleerd, staat reeds gedurende 10 jaar onder een Israëlische blokkade. Het conflict dat er sedert vorige maandag onverminderd doorgaat, veroorzaakte reeds de dood van meer dan 180 mensen, waaronder bijna 60 kinderen, en er vielen ook nog een duizenden gewonden.

“Talrijke mensen raakten gewond en vele onschuldige slachtoffers vonden er de dood,” ging de Paus nog verder. “Onder hen bevinden zich heel wat kinderen, hetgeen op zich al verschrikkelijk en compleet onaanvaardbaar is. Hun dood is een duidelijk teken dat de mensen niet bereid zijn om aan een toekomst te werken, maar enkel maar op vernielingen uit zijn.”

Het conflict deint ook uit naar tal van steden met een gemengde bevolking binnen de Hebreeuwse staat. Daar komen Joodse extremisten, ordestrijdkrachten en jonge Arabieren uit Israël met mekaar in botsing. “De wereld van de haat en geweld, die verschillende Israëlische steden raakt, is een grote wonde voor de broederlijkheid en het vredevol samenleven onder burgers. Deze wonde zal moeilijk te genezen zijn indien we niet onmiddellijk de dialoog opstarten. Ik vraag me af waarheen de haat en de wraak ons zal leiden? Denken we nu echt dat we de vrede kunnen stichten door anderen te vernietigen?” een vraag die luidop door Paus Franciscus wordt gesteld.

Een oproep tot kalmte en gebed voor de kinderen

“In Naam van God, die alle mensen heeft geschapen in gelijkheid van rechten, van plichten en van waardigheid, in Naam van God die allen geroepen heeft om als broeders en zusters samen te leven (cfr. Zijn document over de menselijke broederlijkheid), in Zijn Naam doe ik een oproep tot kalmte, en aan hen die verantwoordelijkheid dragen, vraag ik met aandrang om het wapengekletter te beëindigen en de weg van de vrede in te slaan. Aan de internationale gemeenschap vraag ik om hiervoor een ware hulp te zijn.” Bij deze dwingende uitnodiging voegde hij tevens nog de vraag “om zonder ophouden te bidden opdat Israël en de Palestijnen de weg naar de dialoog en de vergeving zouden vinden, dat ze geduldige bouwers van vrede en rechtvaardigheid zouden worden en zo stap voor stap een gemeenschappelijke hoop op een broederlijk samenleven onder mekaar in zich zouden dragen.”

“Laten wij bidden voor de slachtoffers, en in het bijzonder voor de kinderen,” zo besloot de Heilige Vader.

Op zaterdag 15 mei kwamen bij een Israëlische aanval op een vluchtelingenkamp in Gaza tien Palestijnen, waaronder acht kinderen, om het leven. Een Israëli kwam in de nasleep van een aanval op een buitenwijk van Tel Aviv om het leven bij een ontploffing van een raket die door Hamas was afgevuurd. Wat later diezelfde dag werd door een Israëlische aanval een gebouw van 13 verdiepingen compleet verwoest. Dit gebouw herbergde onder andere een persploeg van het informatienetwerk Al-Jazeera uit Qatar en het Amerikaanse persagentschap Associated Press (AP).

Al deze gewelddaden zijn de dodelijkste sedert de oorlog in de zomer van 2014 en aan dit asymmetrisch conflict lijkt maar geen einde te komen. Op zondagnamiddag was er een vergadering van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties voorzien en de Verenigde Staten stuurden een gezant ter plaatse om te pogen onderlinge gesprekken op gang te trekken. De Europese Gemeenschap heeft van haar kant aangekondigd om dinsdag een vergadering van de Ministers van Buitenlandse Zaken bijeen te roepen.

Op zondag 9 mei deed Paus Franciscus reeds een oproep om de vijandelijkheden en geweldplegingen in Jeruzalem stop te zetten.

Bron: Marine HenriotCité du Vatican

Foto : NRC

Vertaling : Luk De Staercke



 


Oproep van Paus Franciscus om het geweld in Jeruzalem te stoppen

 

11 mei 2021 door LdS

Na het Regina Caeli op zondag 9 mei gaf de Heilige Vader uitdrukking aan zijn grote bezorgdheid over de gewelddadige botsingen die reeds gedurende meerdere dagen in de Heilige Stad Jeruzalem plaats vinden. “Het is nu genoeg geweest met al deze confrontaties,” stelde hij zeer nadrukkelijk.

“Ik volg met bijzondere aandacht en met een groeiende bezorgdheid de gebeurtenissen die zich in Jeruzalem afspelen,” verklaarde de Paus op zondag 9 mei vanuit het venster van zijn apostolisch paleis. “Ik bid dat de stad een plaats van ontmoeting zou mogen zijn en niet een van gewelddadige confrontaties. Dat Jeruzalem een plaats van gebed en vrede zou mogen zijn. Ik nodig iedereen met aandrang uit om naar gemeenschappelijke oplossingen te zoeken zodat de multireligieuze en multiculturele identiteit van de Heilige Stad zou gerespecteerd blijven en dat daar broederlijkheid zou heersen,” zo stelde hij. Hij waarschuwde ervoor dat “geweld slechts met geweld wordt beantwoord en dat het nu genoeg is geweest.”

Een week vol uitbarstingen van geweld

De oproep van de Paus kwam er nadat er op zaterdagavond tussen de Israëlische politie en Palestijnse manifestanten nieuwe botsingen plaats vonden. Het resultaat was dat er in verschillende wijken van Oost-Jeruzalem een 90-tal gewonden vielen. Dit werd door de hulpverleners van het Palestijnse Rode Kruis meegedeeld. Als gevolg van dit geweld kwamen er vanuit de Gazastrook raketaanvallen op Israël, die dan op hun beurt bijna meteen door de Israëli’s met bombardementen op de stellingen van het Islamitische Hamas in de Palestijnse enclave werden beantwoordt. De gewelddadige schermutselingen op vrijdagavond op het voorplein van de moskeeën hadden langs Palestijnse kant dan weer 205 gewonden tot gevolg terwijl er in de rangen van de Israëlische politie 18 gewonden vielen.

In Oost-Jeruzalem, de Palesijnse sector die reeds sedert 1967 door Israël wordt bezet, lopen vooral in de wijk Cheikh Jarrah de spanningen hoog op en hebben reeds de voorbije week gedurende drie avonden op rij manifestaties plaats om te protesteren tegen de mogelijke uitwijzing van Palestijnse gezinnen ten voordele van Israëlische kolonisten.

Het was van augustus 2019 geleden dat er op het voorplein van de moskeeën nog botsingen waren geweest tussen de Israëlische politie en de gelovigen. Toen raakten er op de dag van de belangrijkste Joodse en Islamitische herdenkingen eveneens tientallen Palestijnen gewond.

Bron : Vatican News

Foto : © IPA

Vertaling : Luk De Staercke



 


Het Libanese volk heeft nood aan de aandacht van de Paus

 

7 april 2021 door LdS

De belofte van Paus Franciscus om het Land van de Ceder te bezoeken, heeft de Libanese bevolking emotioneel geraakt en hen moed en hoop gegeven. Dit meldt Père Jad Chlouk, de geestelijke wiens kathedraal Saint-George bij de explosie in de haven van Beiroet in augustus laatstleden werd vernietigd. De Paus deed deze belofte tijdens zijn terugvlucht na zijn bezoek aan Irak. Père Chlouk toont zich bijzonder bezorgd om de vlucht van zoveel jonge christenen: “het is een doodbloeden zonder einde.”

Het nieuws had een indrukwekkende weerklank in de sociale media. Sedert Paus Franciscus aan boord van het vliegtuig, dat hem op maandag 8 maart uit Irak terug naar Rome vloog, zijn intentie bevestigde om een apostolische reis naar het Land van de Ceder te ondernemen, waait er doorheen Libanon een vlaag van hoop. Libanon is een land “dat zwaar te lijden krijgt en een ware levenscrisis doormaakt.” Reeds op 24 december laatstleden sprak de Heilige Vader in een brief aan Kardinaal Béchara Boutros Raï de wens uit om het land te bezoeken. Kardinaal Béchara is de Maronitische Patriarch van Antiochië en de brief was aan de hele Libanese bevolking gericht.

De hoop van heel het volk

Père Jad Chlouk, pastoor van de Maronitische kathedraal Saint-Georges in Beiroet, verklaarde dat reeds de volgende maandag ontelbare mensen meteen op de sociale media meldden dat zij “vol ongeduld” naar de komst van de Paus uitkeken. De kathedraal is momenteel volkomen verwoest. Ze bevindt zich op slechts een zeshonderd meter van de indrukwekkende explosie die op 4 augustus laatstleden de haven van de Libanese hoofdstad met de grond gelijk maakte.

“Deze blijde verwachting betreft niet enkel de hiërarchie van de Kerk, maar is ook deze van de gehele bevolking,” zo stelt de Maronitische priester. “We hebben echt behoefte om de hoop met onze handen te kunnen aanraken, om te kunnen beseffen dat er toch iemand is die ons steunt.”

“Net zoals de Heilige Vader met zijn reis naar Irak de lokale bevolking kracht wou geven en hen de moed op een ware verzoening wou schenken, zo verwacht het Libanese volk dat een soortgelijk bezoek ook hier de onderlinge geschillen met mekaar zou kunnen verzoenen,” zo analyseert de pastoor van de kathedraal de reactie van het Libanese volk.

Een land in levenscrisis

De geestelijke bevestigt het vermoeden dat Paus Franciscus uitsprak dat Libanon zich in “een ware levenscrisis” bevindt, met als gevolg een enorm risico om talrijke christelijke gemeenschappen te zien verdwijnen. Dat is bijvoorbeeld met de Syrische christenen, de Grieks-katholieken, de Grieks-Orthodoxen en de Latijnse christenen het geval.

Père Jad Chlouk bevestigt tevens dat Libanon een sterke aderlating onder de jonge christenen meemaakt. Zij verlaten het land in hun zoektocht naar betere levensomstandigheden die meer stabiliteit en een grotere kans op vrede bieden. “Elke week moet elkeen onder ons van minsten twee van zijn vrienden afscheid nemen. En dat valt ons heel zwaar. Maar ook mensen die ouder zijn dan vijftig slaan op de vlucht om ergens anders weer van nul te moeten herbeginnen. Het is een verlies dat maar geen einde neemt, meer nog, het neemt als maar grotere vormen aan.”

En toch, “diep in hun hart willen ze ondanks de grote economische, sociale en politieke problemen helemaal niet vertrekken,” verzekert ons de Maronitische priester. In de ziel van de Libanese christenen zitten hoop en wanhoop steeds sterk in mekaar vervlochten en daarom zou een bezoek van de Paus hen de kracht kunnen schenken om hier hun zending verder te zetten. “Dat is precies de reden waarom we hier zo naar uitkijken.”

Bron: Vatican News - Federico Piana – Vaticaanstad

Foto: Fotoarchief van de Landscommanderij

Vertaling: Luk De Staercke



 


Het Heilig Land: oproep van Kardinaal Sandri tot solidariteit na een jaar vol beproevingen

 

14 maart 2021 door LdS

In het vooruitzicht van de collecte voor het Heilig Land die ook dit jaar op de dag van de Passie van Jezus Christus wordt gehouden, neemt de Prefect van de Congregatie voor de Oosterse Kerken de pen ter hand om alle gelovigen met aandrang te vragen om “de blik niet af te wenden” maar om net als de Barmhartige Samaritaan de helpende hand te reiken aan al onze broeders en zusters in het Heilig Land die door de pandemie zo onnoemlijk zwaar getroffen zijn.

2020 was voor het Heilig Land en voor de kleine christen gemeenschap in het Midden-Oosten – die licht, zout en zuurdesem wil zijn – een jaar vol beproevingen. De Prefect van de Congregatie voor de Oosterse Kerken schetst in een brief het beeld van de verlaten straten in de omgeving van het Heilig Graf, van de geïsoleerde christenen “die alle zo levensbelangrijke contacten met de vele pelgrims moeten missen”. Dit vertaalt zich in werkloosheid die voor de christen gezinnen niet zonder gevolgen blijft. Kardinaal Sandri wijst op “de grote moeilijkheid om nog een waardig leven te leiden” en de “onmogelijkheid om nog in de dringendste noden van hun gezin te kunnen voorzien”. De prefect verwijst ook naar het lot van de vele hulpbehoevende landen die door zijn Departement en door de Custode worden geholpen. Het gaat om Syrië en Ethiopië waar de oorlog verder woedt, het gaat om landen zoals Iran, waar (economische) sancties “de effecten van de pandemie nog vergroten”. Komt daar nog bij dat de inzamelingen ten voordele van het Heilig Land mede ten gevolge van de gezondheidscrisis vaak moeilijk konden worden georganiseerd en de economische ondersteuning die uit deze gelden voortvloeien hierdoor ook sterk is verminderd.

Omwille van de COVID-19 pandemie kon vorig jaar in de Goede Week de collecte ten voordele van het Heilig Land ook al niet plaats vinden en werd deze naar zondag 13 september, de vooravond van het Feest van de Kruisverheffing, verschoven.

De onverschilligheid overstijgen

In navolging van de Paus leren wij dank zij zijn encycliek “Fratelli tutti“vanuit het principe van de broederlijkheid onze relaties te doorgronden en leren wij de grenzen van ons leven kennen”. Het heeft immers zijn wortels in de Calvarie, “dat is de plaats waar de Heer Jezus met het ultieme geschenk van zijn Liefde de spiraal van alle vijandschap heeft doorbroken”. Kardinaal Sandri nodigt ons dan ook uit om elke vorm van onverschilligheid te overstijgen. Want, zo stelt hij, al wordt er op zoveel niveaus nog zoveel vooruitgang geboekt, dan is hij de mening toegedaan dat “de mens op het vlak van begeleiding, bijstand en ondersteuning van de zwaksten en meest hulpbehoevenden in onze hoogontwikkelde samenleving nog compleet analfabeet is.” Daar tegenover nodigt hij ons uit om de figuur van de Barmhartige Samaritaan na te volgen, zoals die ons door Paus Franciscus wordt aangereikt als “het model van de actieve naastenliefde, de ondernemende liefde en de solidariteit.”

Een kleine daad, een balsem van troost

“Moge de inzameling 2020 voor het Heilig Land voor allen een gelegenheid zijn om de blik niet af te wenden,” vertelt Kardinaal Sandri, want mocht “deze kleine daad van solidariteit en delen” zijn doel missen, dan zou het voor heel wat christenen in deze regio nog “heel wat moeilijker worden om aan de verleiding om het land te verlaten te weerstaan.” Het zou ook nog moeilijker worden om de parochies in hun pastorale zending te blijven ondersteunen en het opvoedend werk van de christen scholen en het sociaal engagement in dienst van de armen en de zieken verder te zetten. Het zou tevens moeilijker worden om bijstand te verlenen aan de ontheemden en de vluchtelingen die “nood hebben aan een uitstrekte hand die met een vertroostende balsem hun wonden wil bestrijken.”

De collecte op Goede Vrijdag werd ooit door de pausen ingesteld en wordt nog steeds door de Heilige Stoel aangemoedigd. Ze dient tot steun aan de levende stenen, zijnde de aanwezige christenen in het Heilig Land, maar ze steunt evenzeer de stenen van de herinnering, zijnde het onderhoud van de Heilige Plaatsen van de Verlossing. “Men kan niet verzaken aan het onderhoud van de Heilige Plaatsen. Deze zijn immers een concreet getuigenis van het Mysterie van de Menswording van Gods Zoon en van het offer van Zijn leven als liefdesoffer voor ons heil,” benadrukt de Prefect van de Congregatie voor de Oosterse Kerken. Hij herinnert iedereen eraan dat voor de christenen de solidariteit niet op filantropische gronden is gebaseerd maar een fundamentele eigenschap van het christendom is.

Een pauselijk initiatief

De pausen van de katholieke Kerk hebben als opvolgers van die visser uit Galilea altijd een bijzondere aandacht gevoed voor de plaatsen die getuigen van het leven, het lijden en de Verrijzenis van Christus, maar evengoed van de geboorte van de eerste christen gemeenschappen.

In zijn Apostolische Exhortatie “Nobis in animo” van 25 maart 1974, preciseerde Paus Paulus VI in het kielzog van zijn voorgangers de voorwaarden van deze collecte en drong hij aan op het belang ervan dat alle christenen zich hiermee zouden te verbinden. “Alleen op die manier zal de reeds tweeduizend jaar oude aanwezigheid van de christenen in Palestina kunnen overleven. Daar leven de christenen reeds vanaf het eerste moment van hun bestaan en daar zijn ze zonder onderbreking gebleven. Alleen met de hulp van alle christenen wijd verspreid zullen zij zich actief weten te handhaven en zullen zij in staat zijn zich in te zetten voor de andere gemeenschappen waarmee ze moeten samenleven. Het is dus noodzakelijk dat alle christenen van over de hele wereld aan de oproep van de Paus gevolg zouden geven en zich vrijgevig zullen opstellen. Dat zij de Kerk van Jeruzalem liefdevol in hun gebeden mogen opnemen, haar in hun warme welwillendheid zouden laten delen en hen een tastbaar teken van hun solidariteit mogen betuigen,” zo schreef hij.

303 projecten in 24 landen

Het geld dat jaarlijks via de collecte wordt ingezameld, wordt verdeeld onder de Custode van het Heilig Land, die 65% van de fondsen verwerft, en de Congregatie voor de Oosterse Kerken, die de overige 35% toegewezen krijgt.

Aangezien de Franciscanen instaan voor het beheer van het onderhoud en behoud van de Heilige Plaatsen, alsook voor de scholen, de zorg- en bejaardeninstellingen, investeert het departement van de Congregatie de bijdragen van de wereldkerk in de vorming van de kandidaat-priesters, hetzij in Rome, hetzij lokaal. Zij draagt tevens bij tot het ondersteunen van de Kerken in het Midden-Oosten of van de katholieke organisaties en zij komt de hulpbehoevende lokale bevolking en ontheemden ter hulp. Dit jaar werden er ook fondsen vrijgemaakt voor de noden die door de pandemie werden veroorzaakt.

Het Departement deelt verder nog mee dat het in 2020, buiten de vormingsprojecten en de steun aan de clerus, in totaal 303 projecten heeft gefinancierd die over 24 landen zijn verspreid. Globaal was dit goed voor een bedrag van ruim 9,5 miljoen dollar.

Bron : Vatican News

Eigen foto en vertaling: luk de staercke



 


Paus Franciscus steunt en zegent de commissarissen van het Heilig Land

 

6 maart 2021 door LdS

Op 14 februari vierden de Commissarissen voor het Heilig land de 600ste verjaardag van hun stichting door Paus Martinus V. Paus Franciscus sprak in een brief de hoop uit dat hun zending als brug tussen de vele landen ter wereld en het land waar Jezus ooit heeft geleefd zijn actualiteitswaarde zou mogen behouden. Hij heeft het in zijn brief over een waardevolle dienstverlening en hij hoopt dat deze als maar meer een graantje van broederschap mag zijn.

600 jaar geleden erkende de Kerk officieel de rol van de Commissarissen van het Heilig Land. De bul His quae pro ecclesiasticarum van Paus Martinus V van 14 februari 1421 wordt dan ook als hun geboorteakte beschouwd.

“Na al die eeuwen is hun zending nog steeds heel actueel gebleven. Hun opdracht bestaat erin om de zending van de Custode van het Heilig Land te steunen, te bevorderen en te versterken, dit door middel van het uitbouwen van een netwerk van kerkelijke, spirituele en caritatieve relaties met de focus op het land waar Jezus eens heeft geleefd.” In een handgeschreven brief aan Fr. Francesco Patton, de Custode van het Heilig Land, bevestigt de Paus zijn steun aan de commissarissen en spreekt hij zijn zegen uit over hun “bijzonder kostbare dienst”. In deze brief die op 12 februari werd gepubliceerd, sprak de Paus tevens de hoop uit dat de commissarissen steeds een groeiend graantje van broederschap zouden mogen zijn.

Na de inname van Akko in 1291 viel het land waar Jezus ooit heeft geleefd, onder de heerschappij van de Ottomanen. In die context werd het Commissariaat opgericht waarbij de Franciscanen van meet af aan deze opdracht aan enkele leken hadden toevertrouwd. Hun verantwoordelijkheid bestond erin om in te staan voor de nodige economische hulp aan het Heilig Land. “Op die manier ontstond de figuur van de Procureur en later deze van het economaat,” zo stelde de Custode van het Heilig Land.

67 Paters-Commissarissen

“De geschiedenis situeert hun ontstaan in een heel moeilijke periode in het bestaan van de Custode. Daarin was een sterke ondersteuning van hun zending in het Heilig Land levensnoodzakelijk,” verklaarde Frère Ariel Cichinelli, verantwoordelijke van het Bureau voor de Coördinatie van de Commissarissen voor het Heilig Land.

De eerste leek die bij naam is gekend en die vanwege de Franciscanen de opdracht kreeg om zich over de ontvangen aalmoezen te ontfermen, was een Venetiaans koopman uit de XIVde eeuw, met name Ruggero Contarini. Maar met de eeuwen werden de leken steeds meer door Franciscaner broeders vervangen. Heden zijn de 67 commissarissen die over 51 landen zijn verdeeld, allen religieuzen die door hun plaatselijke oversten in akkoord met de Custode zijn aangesteld.

Doorheen de eeuwen raakten de Commissariaten voor het Heilig Land zowat over de hele wereld verspreid. Zo lag bijvoorbeeld de Spaanse kroon op het einde van de XVIde eeuw aan de basis van het ontstaan van de commissariaten in Mexico, Lima, Cartagena, Quito en Buenos Aires, en een weinig later ook nog in Madrid en in het huidige Sint-Jacob van Compostella. Daarna was het aan de Lusitaanse kroon die na de stichting van het Commissariaat van Lissabon de oprichting van de Commissariaten-Generaal van Ouro Preto, van Salvador de Bahia en van Rio de Janeiro (alle in Brazilië) hebben ondersteund. Met de tijd zijn de economaten steeds meer de rol van ambassadeurs van het Heilig Land gaan vervullen en gingen zij stilaan ook bedevaarten organiseren.

De Custode dankt God en de Kerk voor deze instelling

Vandaag de dag vervullen de Commissarissen steeds meer een brugfunctie tussen de zending in het Heilig Land en de lokale kerken. Hun werk wordt dan ook niet enkel door de Orde van de Franciscanen gepromoot, maar evenzeer door de Kerk zelf, die het Heilig Land dank zij de opbrengst van de Collecta pro Locis Sanctis ook daadwerkelijk financieel steunt. Deze collecte werd op 26 december 1887 door Paus Leo XIII ingesteld en wordt jaarlijks op Goede Vrijdag wereldwijd georganiseerd.

Bij de 600ste verjaardag “wil de Custode deze instelling huldigen en tegelijk ook een woord van dank formuleren. Dank aan God en dank aan de Kerk voor de autorisatie van deze instelling,” zo verklaart Fr. Marcello Ariel Cichinelli. “Wij willen heel de wereld laten weten dat het hier niet om een achterhaalde organisatie gaat, maar dat deze instelling onder meer dank zij de congressen van de commissarissen doorheen de tijd steeds is mee geëvolueerd. Het laatste congres dateert van eind 2018 en ondertussen wordt hun opdracht in alle levendigheid verder gezet.”

Op 15 februari vierden de Paters-Commissarissen hun zes eeuwen van bestaan. De Custode van het Heilig Land celebreerde die dag in de onmiddellijke omgeving van de luifel van het Heilig Graf om 6u30 een H. Mis ter herdenking van alle weldoeners en ter ere van het werk van de Commissarissen. Bij die gelegenheid las de Custode ook de handgeschreven brief van de Heilige Vader voor en baden alle broeders in het bijzonder voor de Paus en zijn ambt.

Bron: Vatican News Service - TC

Foto & Vertaling: Luk De Staercke



 


Het Heilig Land: Viering van het feest van de Heilige Stoel aan het Meer van Tiberias

 

6 maart 2021 door LdS

Op zaterdag 20 februari werd in de kerk van de Heilige Petrus aan de oevers van het Meer van Tiberias een plechtige mis gecelebreerd ter ere van de Heilige Stoel. Volgens het Evangelie van Mattheüs legde Petrus hier getuigenis af van zijn geloof en wordt naar aanleiding van dit feit het Feest van de Heilige Stoel gevierd.

Père Francesco Patton, Custode van het Heilig Land, ging op zaterdag 20 februari in de kerk van de Heilige Petrus aan het Meer van Tiberias voor in de plechtige Eucharistieviering ter ere van de Heilig Stoel. In zijn homilie stelde hij dat het “katholieke geloof gefundeerd is op het geloof dat de Heilige Apostel Petrus zowat 2.000 jaar geleden heeft uitgesproken. Precies vanuit deze geloofsbelijdenis werd de Kerk zelf geboren.” Als “woordvoerder” van de leerlingen en “geleid door de genade van de Vader die hem door de Heilige Geest werd aangereikt,” beantwoordde, volgens Père Patton, Petrus zo de vraag van Christus omtrent Zijn identiteit: “U bent de Christus, Zoon van de levende Vader”. Daarop bracht de Custode van het Heilig Land het antwoord van Jezus aan Petrus in herinnering: “U bent Petrus, en op deze steen zal ik mijn Kerk bouwen, en de kracht van de Dood zal deze niet overweldigen. Ik zal u de sleutels tot het hemelse koninkrijk overhandigen. Alles wat jij op aarde zal verbinden, zal ook in de hemel verbonden zijn. En alles wat u op aarde zal ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden blijven” (Mt. 16, 18-19). “Ondanks de vele interne en externe vervolgingen zal de Kerk dit ambt door de tussenkomst van de opvolgers van de Heilige Petrus gedurende eeuwen en eeuwen blijven uitoefenen. Aan hen heeft Christus de sleutels van het koninkrijk der hemel toevertrouwd. Deze sleutels staan symbool voor de verzoenende taak die de Kerk heeft gekregen,” zo ging Fr. Patton verder.

De mis ter ere van de Heilige Stoel werd door de geestelijkheid van de parochianen van Tiberias bijgewoond. De viering werd afgerond met een gebed voor Paus Franciscus aan de voet van het beeld van de Heilig Petrus bij de toegang tot de kerk.

De stad Tiberias ligt aan de westelijke oever van het gelijknamige meer, dat in de evangelies ook wel vaak het Meer van Genesareth wordt genoemd. Vandaag is Tiberias de hoofdstad van Galilea, gelegen in het noorden van Israël. Voor de christenen is dit de regio waar zich een groot deel van het leven van Jezus heeft afgespeeld, waar de eerste leerlingen werden geroepen en waar onder meer ook de wonderbaarlijke visvangst heeft plaats gevonden. Maar de regio telt ook tal van heilige plaatsen voor de Joden.

Herinnering aan de specifieke zending van de Bisschop van Rome

22 februari is het feest van de Heilige Stoel van de Heilig Petrus, de oude houten stoel die van de hand is van Bernini en die in de Sint-Pietersbasiliek te Rome als relikwie wordt bewaard. De Stoel staat symbool voor de autoriteit die door de Bisschop van Rome als opvolger van de Apostel Petrus wordt uitgeoefend. De bijzondere en specifieke opdracht van de Paus werd in het Tweede Vaticaans Concilie nogmaals in herinnering gebracht: “Hieraan ontlenen ook bepaalde kerken met eigen tradities binnen de kerkelijke gemeenschap hun legitimiteit. Dit doet evenwel geen afbreuk aan het primaatschap van de Heilige Stoel die elke vergadering van de naastenliefde voorzit" (cfr. De Heilige Ignatius van Antochië, Ad. Rom., Pref). De Paus beschermt de legitieme verschillen en hij waakt er tevens over dat de legitieme verschillen de eenheid niet schaden, maar deze eerder dienen (Lumen gentium, 13).

Om aan het oppergezag van Petrus en de autoriteit van de Paus te herinneren, viert Rome reeds van in de IVde eeuw het Feest van de Heilig Stoel. Oorspronkelijk viel het feest in Rome op 18 januari en in Antiochië op 22 februari. Naar aanleiding van de hervorming van de liturgische kalender van Paulus VI koos men voor 22 februari als gemeenschappelijke datum voor het feest.

Bron: Vatican News - TC

Foto & vertaling: Luk De Staercke



 


De viering van het feest van de Heilige Franciscus in de naam van "Broederschap en Sociale Vriendschap"

 

17 oktober 2020 2020 door LdS

De viering van het feest van de Heilige Franciscus in de naam van

"Fratelli tutti", de nieuwe encycliek van Paus Franciscus, weerklonk in de viering van het feest van de Heilige Franciscus in Jeruzalem en in Bethlehem, in Tripoli en in Libanon. In de kerk van St. Verlosser in Jeruzalem vierde de Custode van het Heilige Land het feest van de Heilige van Assisi. Dat herinnert er ons aan “hoe men voor iedereen, ja zelfs voor heel de schepping, ook in Libanon een broeder kan worden.”

Zo onderstreepte de Apostolische Vicaris voor de Latijnse Kerk het belang van de broederschap, “aangezien St. Franciscus dit onderwijst en er ons aan herinnert”. “Broederschap” is de belangrijkste boodschap die in de scholen van het Latijns Patriarchaat in het Heilig Land moet weerklinken.

In Bethlehem speelden de leerlingen van de lokale christen school scènes uit het leven van de heilige man van Assisi.

Bron: Christian Media Center

Geredigeerde vertaling: Luk De Staercke



 


De Paus legt de lat voor de christen media heel hoog

 

30 september 2020 2020 door LdS

BRUSSEL – Paus Franciscus ontving op vrijdag 18 september 2020 in de Sala Clementina van het apostolisch paleis een 30-koppige delegatie van het Nederlandstalig christelijk weekblad Tertio en dit ter gelegenheid van het 20-jarige bestaan van het blad. Dit was opnieuw een hoogtepunt in de geschiedenis van Tertio dat reeds op 17 november 2016 de paus mocht interviewen. Na de introducties door Dirk Smet, rector van het Pauselijk Belgisch College in Rome, en dhr. Emmanuel Van Lierde, hoofdredacteur van Tertio, gaf Paus Franciscus een toespraak over de eigenheid en het belang van de christelijke journalistiek. Daarna nam hij uitvoerig de tijd om iedereen persoonlijk te groeten. Voor alle aanwezigen was dit gebeuren een stevig hart onder de riem om de missie van Tertio te blijven waarmaken en de relevantie van het christendom voor onze tijd en cultuur in de verf te blijven zetten. Mgr. Dirk Smet en dhr. Emmanuel Van Lierde zijn beiden lid van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Standpunt van Emmanuel Van Lierde – Hoofdredacteur Tertio

Zelfs nu in coronatijden ontvangt de paus nog voortdurend individuen en groepen, zowel tijdens de algemene woensdagaudiënties als in een privé-audiëntie. Af en toe zijn journalisten te gast, uiteraard meestal die van de eigen communicatiediensten van het Vaticaan, maar evenzeer van andere kerkelijke media uit de hele wereld. Het is trouwens een novum van dit pontificaat dat Paus Franciscus geregeld interviews geeft, zelfs aan kleinere persinitiatieven zoals de daklozenkrant uit Nederland of jawel, u herinnert het zich wellicht nog, ook dit weekblad viel op 17 november 2016 deze eer te beurt. Ook al gaat het om kleinschalige media, de paus weet dat zijn boodschap via de vertalingen toch de wereld rondgaat en dat hij zo die nichespelers een stevige boost bezorgt.

Tertio was op vrijdag 18 september 2020 opnieuw bij Paus Franciscus te gast. Hij ontving de voltallige redactie en een delegatie van bestuurders, oprichters en andere betrokkenen naar aanleiding van ons 20-jarige bestaan. Met dit gebaar bewijst de Paus andermaal zijn liefde voor de Belgische kerk en voor de kleinschalige media in het bijzonder. Die liefde ontstond toen hij in de jaren ’70 als provinciaal van de jezuïeten herhaaldelijk ons land bezocht ten gunste van hun Katholieke Universiteit van Córdoba in Argentinië (zie Tertio nr. 878 van 7/12/’16).

Constructief

Ja, de media gaan Paus Franciscus ter harte. Enerzijds koestert hij een hooggestemd ideaal voor de journalistiek, anderzijds ziet hij de ontsporingen en de risico’s van media die het met de journalistieke deontologie niet al te nauw nemen. Volgens de Paus dragen de media een grote verantwoordelijkheid. “Ze kunnen goede en slechte opinies de wereld insturen. De media bouwen de samenleving op. Het is hun opdracht constructief te zijn, informatie uit te wisselen, te verbroederen, te doen nadenken en op te voeden”, liet hij eerder in het Tertio-interview optekenen. Maar de media kunnen evenzeer schade aanrichten. “Ze kunnen zich laten gebruiken voor kwaadsprekerij en zwartmakerij. En iets wat eigenlijk veel schade kan berokkenen, is desinformatie.” Met de gerichtheid op sensatie en schandalen verzaken journalisten aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daartegenin verdedigt Franciscus een constructieve en geëngageerde journalistiek die de waarheid, de rechtvaardigheid en ieders menselijke waardigheid dient.

Nieuwe levensstijl

Paus Franciscus moedigde Tertio vrijdag opnieuw aan dat ideaal hoog te houden en het te blijven realiseren. “Wees dragers van hoop en van vertrouwen in de toekomst, ook en in het bijzonder vandaag tijdens deze pandemie die de hele wereld treft”, klonk het. Christelijke journalisten dragen volgens hem Christus’ bevrijdende boodschap uit. Hun constructieve reflecties helpen de problemen en de uitdagingen van onze wereld beter te begrijpen, ze dragen bij aan de gewetensvorming en ze bevorderen een cultuur van ontmoeting en dialoog. De paus gaf nog aan dat christelijke journalisten geroepen zijn om, te midden van de verwarrende veelheid aan stemmen en boodschappen die ons omringen, te getuigen van een humaan en humaniserend verhaal, met troostende woorden en vanuit een tedere blik. Zo helpen christelijke mediamensen een nieuwe levensstijl doorbreken, vrij van vooroordelen, uitsluiting, roddel en laster.

Verbindende verhalen

Van christelijk geëngageerde journalisten verwacht Paus Franciscus niet dat ze aan zieltjeswinnerij doen, wel dat ze authentieke getuigen zijn die met een gelovige bril naar de realiteit kijken en de tekenen van de tijd duiden in het licht van het evangelie. Om die originele kijk en de waarheid vlot over te brengen en te delen met anderen, vindt de Paus het belangrijk dat journalisten goede vertellers zijn, dat ze hun boodschap in toegankelijke verhalen weten te gieten die blijven hangen, die ontroeren en aanzetten tot navolging, in levengevende en verbindende verhalen tegen alle polarisatie in. Paus Franciscus’ ideaal moedigt gemeenschapsopbouw aan. Teksten moeten informeren maar ook inspireren, ze moeten tot voorbeeld strekken, bruggen bouwen tussen mensen en helpen positieve visies te vormen. De paus legt warempel de lat hoog, maar waarom zouden we niet ambitieus zijn?

Enkele impressies van de Romereis prijken in Tertio nr. 1.076 van 23 september 2020.

Bron : Facebook – Emmanuel Mta Van Lierde



 


Paus Franciscus: de christen media vormen het geweten

 

30 september 2020 2020 door LdS

ROME – Op vrijdag 18 september ontving Paus Franciscus in de Zaal Clementina van het apostolisch paleis van het Vaticaan de redactie van het Belgisch christelijk weekblad Tertio. In zijn toespraak voor de redactieleden legde de Paus de nadruk op de belangrijke en hoogstaande missie van de christen journalisten in onze geseculariseerde samenleving. Dhr. Emmanuel Van Lierde, hoofdredacteur van Tertio, leidde de delegatie. Hij is lid van de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem.

Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van Tertio, het Vlaams weekblad voor religieuze informatie, organiseerde de redactie van het blad een bedevaart naar Rome. Bij deze gelegenheid werden zij op vrijdag 18 september door Zijne Heiligheid Paus Franciscus in audiëntie ontvangen.

Voor dit gehoor van christen journalisten sprak de Paus zijn lof uit voor ”het groot belang” van het bestaan van media die zich hebben “gespecialiseerd in kwaliteitsinformatie over het wereldwijde leven binnen de Kerk”. Hiermee leveren zij een niet te overschatten bijdrage in “de vorming van het geweten”.

Een verrijking voor het geseculariseerde medialandschap

“Overigens, de naam zelf van uw weekblad, Tertio, verwijst naar de Apostolische Brief van de Heilige Paus Johannes-Paulus II, Tertio millennio adveniente.
Hij schreef die op de vooravond van het Jubileumjaar 2000. Maak uw harten klaar om Christus met Zijn verlossende Boodschap te verwelkomen,”
wist Paus Franciscus nog te verduidelijken. Hij zag in deze vergelijking niet enkel “een oproep om de hoop te bewaren”, maar evenzeer “een kans om de stem van de Kerk en van de christelijke intelligentia te laten horen en dit in een medialandschap dat meer en meer geseculariseerd is. Zo vormt het magazine met zijn diepgaande constructieve overwegingen een verrijking voor de media.”

Het komt er dus voor de christen media op aan om prioritair “een cultuur van ontmoeting te bevorderen” en hiermee “een positieve visie over personen en feiten te promoten en alle vooroordelen naast zich neer te leggen,” aldus Paus Franciscus.

Een christen journalist moet de waarheid niet verdoezelen

“Christenen die zich in de communicatie engageren, zijn geroepen om op een zeer concrete manier de stem van de Heer in de wereld te laten weerklinken en om het Evangelie te verkondigen (cfr. Mc 16, 15),” beklemtoonde de Bisschop van Rome. De christen journalist wordt vanuit zijn professioneel geweten uitgenodigd om “in de wereld van de communicatie een nieuw getuigenis te laten weerklinken, zonder de waarheid te verdoezelen of informatie te manipuleren.”

Het uitdragen van woorden van troost

“Een christen die professioneel met de informatieverspreiding bezig is, moet dus de hoop en het vertrouwen in de toekomst uitdragen. Pas wanneer de toekomst als een positieve en realiseerbare gegevenheid wordt voorgesteld, wordt ook het heden waarachtig leefbaar,” stelde de Paus. Vervolgens verwees de Paus ook nog naar zijn pontificale boodschap naar aanleiding van de 54ste Dag van de Sociale Media op 24 januari 2020.

In de specifieke context van de pandemie sprak de opvolger van Petrus als besluit nog de hoop uit dat de sociale media hun bijdrage zouden leveren om te helpen dat de mensen “niet in hun eenzaamheid zouden opgesloten blijven en via hen ook woorden van vertroosting zouden vinden.”

Het Nederlandstalig katholieke tijdschrift Tertio zag in het jaar 2000 het levenslicht in de Vlaamse context van groeiende libertijnse ideeën in het Belgisch openbaar debat. De toenmalige context was tevens gekenmerkt door een ondervertegenwoordiging van de katholieke stem en een maatschappij waarin de katholieke gemeenschap voortdurend terrein moest prijs geven. Het blad verschijnt wekelijks op circa 6.000 exemplaren en wordt in Vlaanderen en Brussel verdeeld. Het dankt zijn naam effectief aan “Tertio Millennio Adveniente”, de Brief van Paus Johannes-Paulus II.

Bron: Vatican News

Origineel Artikel: Pape François: les médias chrétiens forment les consciences
vertaling: Luk De Staercke

(n.v.d.r.) Tertio weet ons persoonlijk week na week heel sterk te boeien en te inspireren. Het is ook zonder twijfel uw wekelijkse aandacht en leestijd waard.



 


De Zalige Charles de Foucauld wordt weldra heilig verklaard

 

9 juni 2020 2020 door LdS

VATICAAN – Op woensdag 26 mei werd in het Vaticaan de melding gedaan dat de Zalige Charles de Foucauld weldra zal heilig worden verklaard.

Paus Franciscus heeft op woensdag 26 mei 2020 de toestemming gegeven om acht decreten te publiceren die verscheidene mirakels en martelaren erkent. Dit werd op 27 mei door het persbureau van het Vaticaan meegedeeld. Een tweede mirakel wordt aan Charles de Foucauld toegeschreven zodat hij binnenkort dan ook heilig zal worden verklaard.

Chacles de Foucauld is in 1858 in Straatsburg geboren en werd op 18-jarige leeftijd lid van de prestigieuze militaire school van Saint-Cyr. In 1878 trad hij toe tot de school van de cavalerie van Saumur. Tijdens zijn eerste dienstjaren als officier leerde hij Algerije kennen, een land waar hij later zou naar terugkeren om er tal van levensjaren door te brengen.

Toen hij op het leven als militair was uitgekeken, verliet hij in 1882 het leger om zich op een reis naar Marokko voor te bereiden. Hij zou dit land gedurende bijna een heel jaar doorkruisen, hetgeen zijn leven een beslissende wending zou geven. Hij stond versteld van het geloof onder de moslims en dit maakte ook in hem een religieus verlangen wakker. Bij zijn terugkeer in Frankrijk in oktober 1886 had hij in de Heilige Augustinuskerk te Parijs een ontmoeting met pastoor Huvelin. Daar zou zijn leven kantelen en besliste hij om zijn leven volkomen aan God te wijden. “Zohaast ik tot het geloof kwam dat er een God bestond, begreep ik dat ik niets anders meer kon doen dan alleen nog voor Hem te leven: mijn religieuze roeping dateert van hetzelfde moment als mijn geloof. God is zo groot. Er is een immens verschil tussen God en alles wat Hij niet is,” schreef hij.

Een contemplatieve zoektocht van zeven jaar (1890-1897) leidde hem naar het Heilig Land en daarna naar een klooster van trappisten in de Ardèche. Daarna verbleef hij lange tijd bij de clarissen te Nazareth waar hij zijn handenarbeid afwisselde met vele uren van gedurige aanbidding en meditatie over de H. Schrift. Zo kwam zijn roeping in haar volle dimensie tot rijping. In 1901 werd hij op 43-jarige leeftijd in de kapel van het grootseminarie van Viviers tot priester gewijd.

Toen hij de lokroep uit de Magreb weer voelde opkomen, keerde hij in 1905 naar Algerije terug waar hij als kluizenaar ging leven en hij in de Sahara de touaregs wou evangeliseren. Hij bouwde drie kluizen en hij werd een referentiepunt inzake kennis over de nomaden van wie hij de taal leerde en met wie hij bijzonder sterke banden wist op te bouwen.

Hij werd door een groep gewapende touaregs gegijzeld en stierf in 1916 in Tamanrasset in de woestijn van Algerije. Hij werd vermoord door een van zijn ontvoerders toen deze twee Franse soldaten zagen naderen.

Wat kunnen wij uit het toch wel ongewone leven van Charles de Foucaudt leren? Vooreerst ongetwijfeld zijn bekering. Zijn ervaringen met de moslims die hij tot die énige God zag bidden, deden hem zichzelf in vraag stellen en zouden hem uiteindelijk weer aansluiting laten vinden bij het geloof uit zijn kindertijd. Zijn zin om over alle grenzen heen de meest kansarmen te helpen, dreef hem naar Noord-Afrika waar hij een leven zou leiden dat volledig ten dienste stond van zijn naaste.

Respectvol en tegelijk heel nieuwsgierig ten aanzien van zijn omgeving begon hij in alle nederigheid de studie van de cultuur van de anderen, van wie hij de taal wou leren en hetgeen hem er uiteindelijk toe zou brengen om een “Dictionnaire touareg-Français, dialecte de l’Ahaggar” te schrijven. Dit werk geniet overigens ook nu nog een bijzonder grote autoriteit.

Hij zag de Eucharistie als middelpunt van zijn leven, dit zowel als een moment van aanbidding als een moment van viering. Hij zocht Christus in de arme en in de vreemde en hij celebreerde de mis zo vaak hij maar kon.

Hij heeft ons een bijzonder belangrijke spirituele erfenis nagelaten. Overal in de wereld blijft hij religieuze communauteiten, priesters en leken inspireren die in de Geest van Nazareth” gaan leven. Maar ook groepen scouts laten zich vandaag nog naar hem noemen.

vertaling: Luk De Staercke



 


Paasboodschap van paus Franciscus - 12 april 2020

 

12 april 2020 2020 door LdS

Paus Franciscus: "De verkondiging van de Kerk weerklinkt vandaag in de hele wereld: Jezus Christus is verrezen! - Hij is waarlijk verrezen!"

Dierbare broeders en zusters, een zalig Pasen!

Als een nieuwe vlam ontspringt dit Goede Nieuws in de nacht: de nacht van een wereld die al geconfronteerd werd met historische uitdagingen en nu wordt getroffen door een pandemie, die onze hele menselijke familie zwaar op de proef stelt. In deze nacht klinkt de stem van de kerk: ‘Christus, mijn hoop, is verrezen!’
Dit is een andere ‘besmetting’, een boodschap die van hart tot hart wordt overgebracht - want elk menselijk hart wacht dit Goede Nieuws. Het is de besmetting van de hoop: ‘Christus, mijn hoop, is verrezen!’ Dit is geen magische formule die problemen doet verdwijnen. Nee, de verrijzenis van Christus is dat niet. Het is de overwinning van de liefde op de wortel van het kwaad, een overwinning die het lijden en de dood niet ‘omzeilt’, maar erdoorheen gaat, een weg opent in de afgrond, het kwaad in het goede verandert: dit is het unieke kenmerk van de kracht van God.

De Verrezen Heer is ook de Gekruisigde, niet iemand anders. In zijn glorieuze lichaam draagt hij onuitwisbare wonden: wonden die tot vensters van hoop zijn geworden. Laten we onze blik op Hem richten, zodat Hij de wonden van een geteisterde mensheid kan genezen.

Slachtoffers van coronavirus

Mijn gedachten gaan vandaag in de eerste plaats uit naar de velen die rechtstreeks door het coronavirus zijn getroffen: de zieken, de gestorvenen en de familieleden die rouwen om het verlies van hun dierbaren, van wie zij in sommige gevallen zelfs geen definitief afscheid hebben kunnen nemen. Moge de Heer van het leven de overledenen verwelkomen in zijn koninkrijk, en troost en hoop geven aan hen die nog steeds lijden, vooral de ouderen en degenen die alleen zijn. Moge Hij nooit zijn troost en hulp ontnemen aan mensen die bijzonder kwetsbaar zijn, zoals mensen die in verpleeghuizen werken of in kazernes en gevangenissen wonen. Voor velen is dit een Pasen van eenzaamheid, beleefd te midden van het verdriet en de ontberingen die de pandemie veroorzaakt, van lichamelijk leed tot economische moeilijkheden.

Verenigd in gebed

Deze ziekte heeft ons niet alleen de menselijke nabijheid ontnomen, maar ook de mogelijkheid om de vertroosting die voortvloeit uit de sacramenten, met name de eucharistie en de verzoening, persoonlijk te ontvangen. In veel landen is het niet mogelijk geweest daartoe te naderen, maar de Heer heeft ons niet alleen gelaten! Verenigd in ons gebed zijn we ervan overtuigd dat Hij zijn hand op ons heeft gelegd en ons krachtig heeft gerustgesteld: Wees niet bang: ‘Ik ben verrezen en ik ben nog steeds bij jullie!’

Dankbaarheid

Moge Jezus, ons Paaslam, kracht en hoop geven aan artsen en verpleegkundigen, die overal getuigenis afleggen van zorg en liefde voor onze naasten, tot het punt van uitputting en niet zelden ten koste van hun eigen gezondheid. Onze dankbaarheid en genegenheid gaat uit naar hen, naar allen die ijverig werken aan het garanderen van de essentiële diensten die nodig zijn voor de burgermaatschappij, en naar de wetshandhavers en de militairen die in veel landen hebben geholpen de moeilijkheden en het lijden van de mensen te verlichten.

Onzekere toekomst

In deze weken is het leven van miljoenen mensen plotseling veranderd. Voor velen is het thuisblijven een gelegenheid geweest om na te denken, zich terug te trekken uit het hectische levensritme, bij geliefden te blijven en van hun gezelschap te genieten. Voor velen is dit echter ook een tijd van zorgen over een onzekere toekomst, over banen die op de tocht staan en over andere gevolgen van de huidige crisis. Ik moedig politieke leiders aan zich actief in te zetten voor het algemeen belang, om de middelen te verschaffen die nodig zijn om iedereen in staat te stellen een waardig leven te leiden en om, wanneer de omstandigheden het toelaten, hen te helpen bij het hervatten van hun normale dagelijkse activiteiten.

Geen tijd voor onverschilligheid

Dit is geen tijd voor onverschilligheid, want de hele wereld lijdt en moet de pandemie eensgezind tegemoet treden. Moge de verrezen Jezus hoop geven aan alle armen, aan hen die in de periferie leven, aan de vluchtelingen en aan de daklozen. Moge deze mensen, de meest kwetsbare van onze broeders en zusters die in de steden en de periferie van elk deel van de wereld leven, niet in de steek worden gelaten. Laten we ervoor zorgen dat het hun niet ontbreekt aan basisbehoeften (die des te moeilijker te vinden zijn nu veel bedrijven gesloten zijn), zoals medicijnen en vooral de mogelijkheid van adequate gezondheidszorg. Moge de internationale sancties in het licht van de huidige omstandigheden worden versoepeld, aangezien zij het voor de landen waaraan zij zijn opgelegd, moeilijk maken om hun burgers voldoende steun te bieden, en mogen alle landen in staat worden gesteld om in de grootste behoeften van het moment te voorzien door de vermindering, zo niet de kwijtschelding, van de schuldenlast op de balansen van de armste landen.

Geen tijd voor egocentrisme

Dit is geen tijd voor egocentrisme, want de uitdaging waar we voor staan wordt door iedereen gedeeld, zonder onderscheid te maken tussen personen. Van de vele gebieden in de wereld die door het coronavirus worden getroffen, denk ik op een bijzondere manier aan Europa. Na de Tweede Wereldoorlog kon dit geliefde continent weer opstaan, dankzij een concrete geest van solidariteit die het in staat stelde de rivaliteit van het verleden te overwinnen. Het is dringender dan ooit, vooral in de huidige omstandigheden, dat deze rivaliteit niet terugkomt, maar dat iedereen zich herkent als deel van één familie en elkaar steunt. De Europese Unie staat op dit moment voor een grote uitdaging, waarvan niet alleen haar toekomst, maar die van de hele wereld zal afhangen. Laten we de gelegenheid niet onbenut laten om nog meer blijk te geven van solidariteit, ook door ons te richten op innovatieve oplossingen. Het enige alternatief is het egoïsme van bepaalde belangen en de verleiding om terug te keren naar het verleden, met het risico dat het vreedzaam samenleven en de ontwikkeling van toekomstige generaties ernstig worden geschaad.

Geen tijd voor verdeeldheid

Dit is geen tijd voor verdeeldheid. Moge Christus onze vrede iedereen die verantwoordelijkheid heeft in conflicten, verlichten, zodat zij de moed hebben om de oproep tot een onmiddellijk wereldwijd staakt-het-vuren in alle uithoeken van de wereld te ondersteunen. Dit is niet het moment om verder te gaan met de productie van en handel in wapens, om enorme hoeveelheden geld uit te geven die gebruikt zouden moeten worden om voor anderen te zorgen en levens te redden. Misschien is dit wel het moment om eindelijk een einde te maken aan de lange oorlog die zo’n groot bloedvergieten heeft veroorzaakt in Syrië, het conflict in Jemen en de vijandelijkheden in Irak en Libanon. Moge dit het moment zijn waarop Israëli’s en Palestijnen de dialoog hervatten om een stabiele en duurzame oplossing te vinden die beide partijen in staat stelt in vrede te leven. Moge er een einde komen aan het lijden van de mensen die in de oostelijke regio’s van Oekraïne wonen. Moge er een einde komen aan de terroristische aanslagen op zoveel onschuldige mensen in verschillende Afrikaanse landen.

Geen tijd voor vergetelheid

Dit is geen tijd voor vergetelheid. De crisis waar we mee te maken hebben mag ons niet doen vergeten dat er nog vele andere crises zijn, waardoor zoveel mensen te lijden hebben. Moge de Heer van het leven dicht bij alle mensen in Azië en Afrika staan die een ernstige humanitaire crisis doormaken, zoals in de provincie Cabo Delgado in het noorden van Mozambique. Moge Hij de harten verwarmen van de vele vluchtelingen die door oorlogen, droogte en hongersnood ontheemd zijn geraakt. Moge Hij bescherming bieden aan migranten en vluchtelingen, onder wie veel kinderen, die onder ondraaglijke omstandigheden leven, vooral in Libië en aan de grens tussen Griekenland en Turkije. Moge Hij in Venezuela concrete en onmiddellijke oplossingen mogelijk maken waarmee internationale hulp kan worden verleend aan een bevolking die lijdt onder de ernstige politieke, sociaal-economische en gezondheidssituatie.

Dierbare broeders en zusters

Onverschilligheid, egocentrisme, verdeeldheid en vergetelheid zijn geen woorden die we op dit moment willen horen. We willen deze woorden voor altijd uitbannen! Ze lijken te zegevieren wanneer angst en dood ons overweldigen, dat wil zeggen wanneer we de Heer Jezus niet laten zegevieren in ons hart en ons leven. Moge Christus, die de dood al heeft verslagen en voor ons de weg naar het eeuwige heil heeft geopend, de duisternis van onze lijdende mensheid verdrijven en ons naar het licht van zijn glorieuze dag leiden, een dag die geen einde kent.
Ik wens u zalig Pasen toe!

Vertaling: kro-ncrv.nl/katholiek.nieuws



 


De collecte voor het Heilig Land wordt naar september verdaagd

 

1 april 2020 2020 door LdS

JERUZALEM – De Heilige Stoel heeft ten gevolge van de Covid-19 pandemie de jaarlijkse collecte ten voordele van het Heilig Land naar het einde van de zomer verdaagd. De ingezamelde gelden zullen zoals elk jaar dienen als ondersteuning van de christen gemeenschappen in het Heilig Land.

Net zoals tijdens de vastenperiode zullen ook de Paasvieringen van dit jaar door de Covid-19 pandemie sterk beïnvloed worden.

Op vele plaatsen en in heel wat landen zullen de diensten tijdens de driedaagse van Pasen zonder de aanwezigheid van gelovigen moeten doorgaan. Daarom heeft de Congregatie voor de Oosterse Kerken geoordeeld dat het beter is om de jaarlijkse collecte ten voordele van het Heilig Land uit te stellen. In de regel wordt deze elk jaar tijdens de dienst van Goede Vrijdag georganiseerd. Dit uitstel werd op 27 maart aangekondigd door middel van een verklaring van de dicasterie van het Vaticaan en is heden op 31 maart aan het publiek kenbaar gemaakt. De Congregatie stelt dat, met de goedkeuring van Paus Franciscus, de collecte ten voordele van het Heilig Land naar 13 september wordt verplaatst. Deze datum ligt in de buurt van het liturgisch feest van de Kruisverheffing. “Dit feest herinnert aan de ontdekking van de reliek van het Heilig Kruis door Keizerin Helena hetgeen meteen de aanzet betekende van de openbare cultus in Jeruzalem en de bouw van de Basiliek van het Heilig Graf,” zo geeft het Vaticaan nog ter verduidelijking mee.

Een solidariteit die nooit faalt

De collecte wordt dus met vijf maand uitgesteld, maar men rekent er wel op dat de parochies en bisdommen wereldwijd hun broeders en zusters in het Heilig Land niet zullen vergeten. Het Commissariaat voor het Heilig Land stelt een aantal middelen ter beschikking om deze collecte te animeren. De Congregatie voor de Oosterse Kerken herinnert er ons aan dat “de christen gemeenschappen in het Heilig Land, die eveneens door de besmetting met het coronavirus zijn bedreigd en bovendien in zeer penibele omstandigheden moeten leven, jaar na jaar van de gulle solidariteit van de gelovigen wereldwijd kunnen genieten. Dank zij deze steun kunnen zij hun evangelische aanwezigheid in het Heilig Land bestendigen en kunnen zij hun scholen en sociale structuren voor alle burgers overeind houden. Zo leveren zij op hun beurt hun bijdrage tot de algemene opvoeding en tot de vreedzame co-existentie vooral ten voordele van de jongeren en de hulpbehoevenden in de gemeenschap.” Het uitstel van de collecte belet evenwel niet dat elke gelovige individueel nu reeds of bij een of andere gelegenheid enige solidariteit met de moederkerk in Jeruzalem zou aan de dag leggen.

Kerken zonder gelovigen

In Europa is het ondertussen wel al duidelijk dat de van kracht zijnde veiligheidsmaatregelen ten minste tot en met Pasen zullen gehandhaafd blijven. Wij zullen er ons dus moeten toe beperken om de belangrijkste momenten van het liturgisch jaar via de televisie mee te beleven. Maar ook de diensten aan het hoofdaltaar in de Sint-Pietersbasiliek in Rome zullen zonder de aanwezigheid van gelovigen plaats vinden. Paus Franciscus zal zelf in alle diensten voorgaan en dit vanaf Palmzondag tot en met Pasen. De diensten zullen plaats vinden aan het hoofdaltaar in de Sint-Pietersbasiliek. De kalender van de vieringen die door het Vaticaan werd meegedeeld, maakt geen melding van de Mis van het Heilig Chrisma, vermits elke bisschop deze dienst normaal zelf opdraagt, in aanwezigheid van zijn diocesane geestelijkheid.

En ook in Jeruzalem zijn de restricties zeer streng. Het Heilig Graf is al een hele tijd voor het publiek gesloten, al gaat binnenin het liturgische leven van de verschillende kerkgemeenschappen nog steeds op zijn gewone ritme door. Maar ook in vroegere fasen van de geschiedenis van de basiliek waren er periodes waarin het liturgische leven voor de gelovigen sterk beperkt, ja zelfs verboden was, en dit om uiteenlopende redenen. Ook in andere kerken die in deze periode open zijn gebleven, heersen strenge bepalingen op samenkomsten van meerdere personen, zodat de druk bezochte zondagsvieringen ondertussen tot de herinneringen behoren.

De Custode van het Heilig Land heeft ondertussen kennis genomen van het uitstel van de collecte en in een verklaring vestigt zij er de aandacht op dat “het een troost mag zijn dat in de Heilige Plaatsen de Franciscanen met het vieren van de Paasritus blijven doorgaan en speciaal bidden voor een snelle afloop van de pandemie. Zij bidden voor de zieken en hun familie, voor allen die ten gevolge van de besmetting met het virus gestorven zijn en voor alle landen die door de ziekte worden getroffen.”

In het perspectief van de bedreigde Goede Week heeft de Congregatie voor de Oosterse Kerken alle kerkleiders uit het Oosten uitgenodigd om op eigen gezag eigen maatregelen uit te vaardigen die weliswaar in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van de plaatselijke burgerlijke autoriteiten en de instanties die instaan voor de volksgezondheid. Men richt zich hierbij vooral tot de belangrijkste patriarchaten en aartsbisdommen in het Oosten. We brengen hier enkele van de gedane suggesties in herinnering. Het online uitzenden van de erediensten om zo de gelovigen toch enigszins bij het gebeuren te betrekken; geen erediensten buiten de kerken organiseren; de gelovigen aan de grote waarde van het persoonlijk en het gezinsgebed herinneren; catechetische hulp aan volwassenen verstrekken zodat zij aan hun kinderen enige uitleg kunnen geven betreffende de verschillende erediensten; gezinnen aanmoedigen om tijdens de Paasdiensten samen te bidden; alsook het uitstellen van de doopsels die voor Pasen waren voorzien.

vertaling: Luk De Staercke



 


Boodschap van Paus Franciscus voor de vasten 2020

 

10 maart 2020 2020 door LdS

ROME – Hier volgt de vastenboodschap 2020 van Paus Franciscus

“Wij smeken u in Christus’ naam, laat u met God verzoenen(2 Kor 5, 20)

Dierbare broeders en zusters,

Ook dit jaar verleent de Heer ons een geschikte tijd om ons voor te bereiden om met een vernieuwd hart het groot Mysterie van de dood en de verrijzenis van Jezus te vieren. Dit vormt de hoeksteen van ons persoonlijk en gemeenschappelijk christelijk leven. Wij moeten voortdurend met heel onze geest en heel ons hart op dit mysterie terugvallen. Dit Mysterie houdt nooit op te groeien, in die mate dat wij ons door een spiritueel dynamisme laten meevoeren en er op een vrije en weldadige manier willen aan beantwoorden.

1. Het Paasmysterie, fundament van bekering

De christelijke vreugde volgt uit het beluisteren en het ontvangen van de Blijde Boodschap over de dood en de verrijzenis van Jezus: het zogenaamde kerygma. Het is een samenvatting van het Liefdesmysterie “zo écht, zo waarachtig, zo concreet dat het ons een relatie biedt van waarachtige en vruchtbare dialoog” (Exhortatie, in Christus vivit, n. 117). Wie in deze aankondiging gelooft verwerpt de leugen die stelt dat ons leven zijn oorsprong in onszelf vindt en die dus in feite de Liefde van God de Vader verwerpt, de leugen die Zijn wil om Zijn leven in alle overvloed weg te schenken, niet aanvaardt (cfr. Joh 10, 10). Indien we naar de spookstem van de “vader van de leugen” luisteren (cf. Joh 8, 45) dreigen we in de afgrond van de zinloosheid te verzinken, dreigen we nu reeds in de diepte van de aardse hel te leven. Hiervan getuigen ongelukkig genoeg reeds tal van dramatische gebeurtenissen die de mens zowel persoonlijk als collectief moet ervaren.

In deze vastenperiode wil ik dus aan alle christenen meedelen hetgeen ik reeds in de apostolische Exhortatie in Christus vivit aan de jongeren schreef: “kijk naar de open armen van de gekruisigde Christus. Laat u telkens weer opnieuw door Hem redden. En wanneer je Hem benadert om uw zonden te belijden, geloof dan met klem in zijn barmhartigheid die u van de zonde zal bevrijden. Overweeg zijn bloed dat Hij met zoveel liefde heeft vergoten. Zo word je opnieuw geboren.” (n. 123). De Pasen van Jezus is geen gebeurtenis uit het verleden. Door de kracht van de Heilige Geest is dit gebeuren ook nu nog steeds razend actueel en maakt het ons mogelijk om in het lijden van zoveel mensen het Lichaam van Christus in de volheid van het geloof te aanschouwen en aan te raken.

2. De hoogdringendheid van de bekering

Het is heilzaam om vanuit Gods barmhartigheid die ons wordt geschonken het Paasmysterie ten gronde te overwegen. De ervaring van de barmhartigheid is slechts mogelijk wanneer we met de gekruisigde en de verrezen Heer van aangezicht tot aangezicht komen te staan, Hij “die ons heeft bemind en die zich voor ons heeft uitgeleverd” (Gal 2, 20). Het is een dialoog van hart tot hart, van vriend tot vriend. Daarom is in deze vasten het gebed dan ook zo belangrijk. Eerder dat het om een gebod zou gaan, is het een uitdrukking van een nood om Gods Liefde te beantwoorden. Ze gaat ons vooraf en steunt ons voortdurend. De christen bidt inderdaad vanuit het bewustzijn dat hij, ondanks zijn nietigheid, toch wordt bemind. Het gebed kan verschillende vormen aannemen, maar hetgeen in Gods ogen werkelijk van tel is, is het feit dat het gebed in ons groeit tot het erin slaagt de hardheid van ons hart aan te tasten, en wij ons zo tot Hem en Zijn Wil gaan bekeren.

Laten wij dus – net zoals Israël deed in de woestijn (cfr. Ex 2, 16) – ons in deze daartoe gunstige tijd door Hem leiden zodat wij de stem van onze “Echtgenoot” kunnen beluisteren en deze in ons met meer diepgang en bereidwilligheid laten weerklinken. Hoe meer we ons door Zijn Woord laten meevoeren, des te meer zullen we zijn belangeloze barmhartigheid ten aanzien van ons ervaren. Laten we dus deze tijd van genade niet tevergeefs voorbijgaan in de aanmatigende illusie dat wij zelf meester zijn van onze tijd en de wijze waarop wij ons tot Hem zullen bekeren.

3. De vurige wil van God om met zijn kinderen te dialogeren

Het feit dat de Heer ons nog maar eens opnieuw een geschikte tijd voor onze bekering aanreikt, moet nooit als een verworven recht worden beschouwd. Deze nieuwe kans moet in ons een gevoel van dankbaarheid oproepen en ons uit onze verdoving wakker schudden. Ondanks de soms dramatische aanwezigheid van het kwaad, zowel in ons leven, in de Kerk als in de wereld, drukt deze mogelijkheid tot koerswijziging Gods niet aflatende wil uit om de heilsdialoog met ons nooit af te breken. In de gekruisigde Jezus, die “Hij voor ons tot zonde heeft gemaakt” (2 Kor 5, 21), is deze wil op het punt gekomen waarop al onze zonden op Zijn Zoon worden geladen en “God zich tegen zichzelf keerde,” zoals Paus Benedictus XVI heeft gezegd (cfr Enc. Deus caritas est, n. 12). Inderdaad, God bemint ook zijn vijanden (cfr. Mt 5, 43-48).

De dialoog die God via het Paasmysterie van Zijn Zoon met elke mens wil voeren, lijkt niet op deze die aan de bewoners van Athene wordt toegeschreven. “Die hadden geen andere tijdsbesteding dan over de laatste nieuwigheden te praten of ernaar te luisteren” (Ac 17, 21). Dit gebabbel dat door een zekere lege en oppervlakkige nieuwsgierigheid wordt gedicteerd, weerspiegelt het wereldse karakter van onze tijd, van onze dagen en sluipt evenzeer naar binnen in een misleidend gebruik van de communicatiemiddelen.

4. Een rijkdom om te delen en niet om deze alleen voor zichzelf te vermeerderen

Het Paasmysterie in het centrum van uw leven plaatsen, betekent dat men ten volle meeleeft met de wonden van de gekruisigde Christus. Deze wonden treffen we aan bij talloze onschuldige slachtoffers van oorlogsgeweld en aanslagen. Kinderen ondergaan alle vormen van geweld, vallen ten prooi aan milieurampen en hebben te lijden onder de ongelijke verdeling van de aardse goederen, onder allerlei vormen van mensenhandel of dienen als lokmiddel voor onbeperkte winsten die een nieuwe vorm van afgoderij is geworden.

Ook vandaag nog is het belangrijk om op alle mensen een beroep te doen zodat zij als vorm van persoonlijke solidariteit hun middelen delen met hen die er het meest nood aan hebben en zo bij te dragen tot een rechtvaardige wereld. In naastenliefde delen maakt de mens nóg menselijker. Rekening houdend met de structurele dimensies van de economie kunnen en moeten wij nog veel verder gaan. Daarom heb ik in deze vastentijd jonge economisten, ondernemers en hervormers van 26 tot 28 maart naar Assisi uitgenodigd om mee te werken aan de uitbouw van een rechtvaardiger economie. Zoals het Magisterium reeds bij herhaling heeft gesteld, is de politiek een eminente vorm van naastenliefde (cfr. Pius XI, Toespraak voor de Leden van de Italiaanse Katholieke Universitaire Federatie, 18 december 1927). Zo moet het beheer van de economie gebaseerd zijn op dezelfde evangelische geest die tevens de spirit vormt van de acht zaligheden.

Voor deze vastentijd aanroep ik de voorspraak van de Heilige Maagd Maria opdat wij de oproep om ons tot God te bekeren met een open hart zouden ontvangen. Zo kunnen wij ons hart op het Paasmysterie richten en ons omkeren tot een open en waarachtige dialoog met God. Zo kunnen wij beantwoorden aan hetgeen Christus over zijn leerlingen zegt: "het zout der aarde en het licht van de wereld” (Mt 5, 13-14).

Franciscus,
Rome, Sint-Jan van Latheranen, 7 oktober 2019.
Feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozekrans.

vertaling: Luk De Staercke



 


Financiële hulp voor de Palestijnse kinderen vanwege de Heilige Stoel

 

1 juli 2019 2019 door LdS

ROME – De Heilige Stoel stelt 40.000$ ter beschikking als hulp aan Palestijnse kinderen die in de vluchtelingenkampen verblijven.

Het was Mgr. Azuza, Permanent Waarnemer van de Heilig Stoel bij de UNO te New York die de aankondiging deed dat de Heilige Stoel 40.000$ steun aan de Palestijnse kindvluchtelingen zou verlenen. Hij deed dit tijdens de conferentie van donateurs van de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East. Dit agentschap van de UNO houdt zich specifiek bezig met het probleem van de Palestijnse vluchtelingen.

De conferentie van donateurs had plaats op woensdag 26 juni. Tijdens deze bijeenkomst schetste Mgr. Azuza nog maar eens het beeld van het conflict in het Nabije-Oosten. Hij stelde dat de situatie “niet de minste tekens vertoont dat er een snelle oplossing in het verschiet ligt.” De Permanente Waarnemer van de Heilige Stoel onderstreepte “de zorgwekkende afwezigheid van enig hoopvol perspectief, zeker bij de jongeren.” Zoiets moet ongetwijfeld bijdragen tot “een cumulerende aantasting van de veiligheid in de regio.”

In deze context wil de Heilige Stoel “een bescheiden bijdrage van veertigduizend dollar schenken aan de projecten van het agentschap, in het bijzonder ten voordele van de kinderen in de Palestijnse vluchtelingenkampen.” Deze bijdrage is een aanvulling bij de dagdagelijkse hulp die reeds door de Katholieke Kerk in de Palestijnse kampen zelf wordt verleend, dit op het vlak van onderwijs, sanitaire bijstand en sociale dienstverlening.

Concreet gesproken “was het dank zij de gulle giften van de vele donateurs mogelijk om duizenden studiebeurzen te financieren, alsook om in het Hôpital de la Sainte Famille te Bethlehem gesubsidieerd of gratis medische zorgen te verstrekken,” wist Mgr. Azuza verder nog te vertellen.

De vertegenwoordiger van de Heilige Stoel in het Glazen Paleis zou tenslotte ook nog maar eens de uitdrukkelijke wens uitspreken dat er voor het probleem een rechtvaardige en evenwichtige oplossing zou gevonden worden en dit via het hernemen van de onderhandelingen over het uiteindelijk statuut van de twee betrokken partijen. De oplossing van twee staten die “zij aan zij en vreedzaam en in veiligheid zouden samenleven binnen de grenzen die de internationale gemeenschap hen heeft toebedeeld.”

Bron: vaticannews.va

Vertaling: Luk De Staercke



 


Mgr. Shomalie: “De Menselijke Fraterniteit, een document om te bestuderen

 

9 mei 2019 2019 door LdS

AMMAN – Mgr. William Shomali, Patriarchaal Vicaris voor Jordanië, ging voor de website terrasanta.net even dieper in op de tekst die Paus Franciscus samen met de Immam Ahmad Al Tayyeb op 4 februari samen heeft ondertekend, alsook op de initiatieven die de inhoud van deze tekst in Jordanië, maar ook elders, een grotere bekendheid moeten bezorgen. Het interview is van Cristina Uguccioni.

“Het document over de Menselijke Fraterniteit is een belangrijke historische tekst. Hij opent een nieuwe bladzijde in de relaties tussen christenen en moslims. Wij moeten deze dan ook wijd verspreiden.” Met deze woorden begint Mgr. William Shomali zijn commentaar op de tekst die op 4 februari l.l. in Abou Dhabi door Paus Franciscus en Ahmad Al-Tayyeb, Groot-Immam van de Egyptische Universiteit van Al-Azhar, werd ondertekend. Mgr. Shomali (68 jaar) is sedert 2017 hulpbisschop van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem en Patriarchaal Vicaris voor Jordanië.

Welke aspecten in het document hebben u in het bijzonder getroffen?

Vooreerst wist ik mij door de heel positieve toon van de tekst geraakt. Het is geen onderdompeling in het verleden en in de spanningen die er ooit tussen moslims en christenen heersten. De tekst richt zich op het heden en op de toekomst en nodigt christenen en moslims uit om samen aan vrede en rechtvaardigheid te werken, om samen de waardigheid van bepaalde groepen van mensen, en in het bijzonder de kwetsbare mensen, te bevorderen. Het gaat dan om vrouwen, kinderen, bejaarden, zwakken, mensen met een beperking en verdrukten. Ik denk dat de verklaringen over de vrijheid van eredienst bijzonder belangrijk zijn. De gewetensvrijheid wordt niet uitdrukkelijk vermeld maar zit stilzwijgend in de regels vervat. Meer nog, de tekst stelt dat de grondbeginselen van het staatsburgerschap gebaseerd zijn op de gelijkheid van rechten en plichten in het licht van het feit dat allen op rechtvaardigheid zouden moeten kunnen rekenen. Daarom is het nodig dat men zich zou engageren om in onze samenleving het concept van het volle burgerrecht te installeren en het gebruik van de discriminerende term “minderheden” zou verwerpen. Deze term draagt immers de kiemen van het isolement en de minderwaardigheid in zich. De algemene bevestiging van het volle burgerrecht is van ontzettend groot belang, zowel voor de kleine groep christen in het Oosten als voor de moslims die in het Westen verblijven.

Het document geeft aan dat de Naam van God nooit kan gebruikt worden om geweld te rechtvaardigen. Betreft dit hier een verklaring die in globaliteit door het Jordaanse volk wordt gedeeld?

Jawel. De koning en de regering hebben de zogenaamde Islamitische Staat (IS) veroordeeld. In ondubbelzinnige verklaringen veroordeelden zij alle wreedheden, en in het algemeen meteen ook alle gewelddaden die in de Naam van God worden bedreven. Het volk staat achter deze veroordeling en distantieert zich van de terroristen van IS. Zij beschouwen hen als afvalligen omdat zij de teksten van de Koran slecht hebben begrepen en verkeerd uitleggen.

Welke gevolgen zal naar uw mening de tekst in Jordanië met zich meebrengen?

Ik denk dat de tekst slechts kan vruchten dragen indien deze wijd verspreid, bestudeerd en toegepast zal worden. Ondertussen is hij aan de hoogste autoriteiten van het land overhandigd en tijdens vergaderingen is die aan de bevolking reeds voorgesteld. Ik heb zelf aan twee conferenties meegewerkt, de ene in een universiteit, zij het slechts in aanwezigheid van een beperkt aantal studenten. De tweede keer was dit aan het Koninklijk Instituut voor de Interreligieuze Dialoog. Er blijft evenwel nog een hele weg af te leggen. Naar mijn mening zou dit moeten een aangelegenheid zijn die via het onderwijs in de scholen en de universiteiten in de religieuze vorming van kinderen en jongeren, zowel christenen als moslims, wordt aangepakt. Het zou eveneens interessant zijn om de tekst met toevoegingen uit de Heilige Schrift en de Koran voor te stellen. Zo zouden de gelovigen van beide religies nog beter de bronnen met betrekking tot dit onderwerp kunnen begrijpen.

En wat zullen de gevolgen zijn voor het Midden-Oosten?

Ik denk dat dit alles maar positieve gevolgen kan hebben indien de landen in de regio de tekst via scholen en universiteiten zouden kenbaar maken en laten uitleggen. Maar hiervoor is er de wil nodig om daartoe de gepaste initiatieven te nemen. Hierin ligt de uitdaging: men moet de mentaliteit bij dié mensen wijzigen die allen wantrouwen die een andere religie onderwijzen dan de hunne en die helemaal niet geïnteresseerd zijn om dit document en de basisbeginselen ervan te verspreiden. Een eerste stap die wellicht meteen al kan gezet worden, bestaat erin om de tekst tenminste reeds in de commissies van de interreligieuze dialoog te laten bestuderen. Dergelijke commissies zijn in verschillende landen reeds opgericht,.

Gelooft u dat de religies momenteel een beslissende rol zouden kunnen spelen in het tot stand komen van rechtvaardigheid en vrede onder de volkeren?

Jazeker. Het document van Abou Dhabi toont een nieuwe weg die moet ingeslagen worden en wil de “goede graankorrel” in de religies in de schijnwerper plaatsen, het zaad dat een beslissende factor kan zijn om een rechtvaardige en vredevolle samenleving tot stand te brengen. Het komt erop aan om precies dit zaad te verspreiden en tot ontwikkeling te laten komen. Men moet voor ogen houden dat in de moslimwereld de religieuze autoriteiten nu nog maar pas beginnen met de wetenschap van de interpretatie van het gewijde woord te cultiveren. Dit is nog totaal nieuw voor hen. Men komt tot de visie dat het Woord dient gelezen te worden rekening houdend vanuit de historische context waarin het werd geschreven. En dit geldt dan natuurlijk ook voor de koranverzen die oproepen om ten strijde te trekken. Het mag een hoopvol teken zijn dat in Jordanië het Koninklijk Instituut voor de Interreligieuze Dialoog twee encyclieken in het Arabisch heeft gepubliceerd die precies de interpretatie van het Woord tot onderwerp hadden. Het betreft Providentissimus Deus van Paus Leo XIII en Divino Afflante Spiritu van Paus Pius XII. De vertaling van beide encyclieken werd aan een erudiete moslim toevertrouwd waarna ik belast werd met de revisie van beide vertalingen. De toespraak die door de Egyptische President Abdel Fattah Al-Sisi aan de Al-Azhar Universiteit werd uitgesproken, gaf ook al aan dat men de heilige tekst niet kan lezen vanuit een standpunt dat in het verleden thuishoort en ook hij riep op tot een nieuw religieus discours.

Bron: terrasanta.net

Vertaling: Luk De Staercke



 


Custode Patton: Moge de oproep voor Jeruzalem de wil tot vrede inspireren

 

12 april 2019 2019 door LdS

JERUZALEM – Vatican News ontving de reflectie van P. Francesco Patton, Custode van het Heilig Land, naar aanleiding van de oproep voor Jeruzalem die door Paus Franciscus en de Koning van Marokko, Mohammed VI werd gelanceerd.

“Eenheid en sacraliteit vormen de bijzondere roeping van de Stad van de Vrede.” Dit waren de gemeenschappelijke woorden van Paus Franciscus en de koning van Marokko naar aanleiding van het bezoek van de Paus aan Rabat. Deze uitspraak maakte deel uit van een oproep om de Heilige Stad als “gemeenschappelijk patrimonium voor de hele mensheid, en in het bijzonder voor alle gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten, te vrijwaren. Jeruzalem moet als stad de plaats blijven waar Joden, christenen en moslims elkaar kunnen ontmoeten en moet aldus het symbool zijn van een vreedzame samenleving en van wederzijds respect en dialoog.”

De wens die door de kerkvorst en koning Mohammed VI werd uitgesproken, kan de wil daartoe inspireren, dit in een wereld waar politici voortdurend de indruk geven op verkiezingscampagne te zijn. Zeker in een stad als Jeruzalem moet men “de taal vol exclusieve eisen” weten te overstijgen en zou men deze door een taal van “gedeeld beheer” moeten vervangen. Dat is de kern van de reflectie van P. Francesco Patton, Custode van het Heilig Land over de oproep voor Jeruzalem die in het koninklijk paleis van Rabbat werd geformuleerd.

Wat is de waarde van de gemeenschappelijke oproep van de Paus en de koning van Marokko om Jeruzalem als Heilige Stad van ontmoeting te vrijwaren?

Ik zou zeggen dat dit het standpunt bevestigt dat de voorbije jaren herhaaldelijk werd gecommuniceerd en dat erin bestaat om de bijzondere betekenis van Jeruzalem voor de drie religies: het Judaïsme, het christendom en de Islam, in herinnering te brengen. De oproep verwijst naar het feit dat men, telkens men het over Jeruzalem heeft, de simplistische politieke categorieën moet overstijgen en men tot het besef moet komen van de bijzondere waarde die deze stad in zich draagt. De stad staat symbool voor elk van de drie grote monotheïstische godsdiensten en moet op lokaal niveau ook symbool staan voor twee volkeren, zijnde het Joodse volk en het Palestijnse volk. Wanneer men dus aan Jeruzalem raakt, raakt men aan een uiterst delicate realiteit.

Verwijst de oproep naar de drie monotheïstische godsdiensten, en tegelijk ook naar de sociale en politieke repercussies ervan op het terrein?

Dat is zeker het geval en wij weten allen heel goed om welke politieke repercussies het gaat. Van beide zijden gaat het zowat om het opeisen van een exclusiviteitsrecht over de stad. Het komt er dus op neer dat men de taal van de exclusieve eisen gaat verlaten en men de taal gaat aanleren van het gedeeld beheer van de stad die een heel bijzondere en unieke betekenis heeft. Dat is hetgeen wat de Heilige Stoel onophoudelijk blijft verkondigen: een stad die door twee volkeren, Joden en Palestijnen, en door drie godsdiensten, Jodendom, christendom en Islam, wordt gedeeld.

Is het bevorderen van het multireligieuze karakter van de stad vooral belangrijk op een moment van dreigende nieuwe spanningen, zo bijvoorbeeld naar aanleiding van de verhuis van bepaalde ambassades naar Jeruzalem?

Het is evident dat een delicate situatie van onevenwicht mogelijk negatieve gevolgen in zich draagt. We mogen bovendien niet uit het oog verliezen dat de politieke situatie heden in de wereld de indruk geeft dat men zich permanent in verkiezingskoorts beweegt. Dit is in Italië het geval, maar evengoed in tal van andere landen zowat overal ter wereld. Het zou dan ook nuttig zijn dat men soms de diplomatische weg gaat bewandelen en men mogelijke manieren van ontmoeting zou uittekenen, eerder dan situaties van confrontatie te creëren.

De Paus verduidelijkte dat de oproep voor Jeruzalem niet zozeer moet beschouwd worden als een stap van de Marokaanse autoriteit en van het Vaticaan, maar wel als een pas vooruit die twee gelovige broeders samen hebben gezet in het belang van deze stad van de hoop. Het is blijkbaar een stap die nog niet als universeel wordt ervaren, alhoewel velen daarop hopen. Ervaart men deze zorg ook in de Heilige Stad?

In Jeruzalem heerst er altijd een dubbel gevoel. Men ervaart er enerzijds steeds een zekere spanning, maar anderzijds is er toch ook steeds een verlangen naar iets anders. Dat zien we zeker nu op het moment dat er duizenden pelgrims tijdens de vasten naar de stad komen. We zien dat evengoed in de periode van de Ramadan, zeker dan op vrijdag, wanneer duizenden moslim pelgrims in Jeruzalem vertoeven. En dit is evenzeer het geval tijdens de Joodse feestdagen. Dit jaar valt ons beider Paasfeest samen. Er zal dus veel beweging te noteren vallen. Het is dan ook ons verlangen dat elke gelovige van de drie grote godsdiensten, die overigens gemeenschappelijke roots hebben, hier in vrede mogen naartoe komen, en dat zij ook, ik durf dit te zeggen, zouden leren om hun eigen geloof te belijden in fundamenteel respect voor dat van de anderen.

U spreekt over een verlangen, een term die ook de Paus tijdens zijn persconferentie op zijn terugvlucht uit Marokko heeft gebruikt. “De oproep is een verlangen,” zo zei Paus Franciscus, een oproep tot religieuze broederlijkheid. Want alle gelovigen zijn in de grond burgers van de stad Jeruzalem. Welk verlangen, welke wil kan men op het terrein waarnemen?

Het is noodzakelijk om verlangens te koesteren, om wensen te formuleren, om dromen te hebben. Deze oriënteren immers de wil. Wij weten dat de kracht van een intentie, van een verlangen of van een droom die door de Heilige Vader en een autoriteit als de koning van Marokko is uitgesproken, oriënterend kan werken op de wil van velen. Brengen we ook even de vorige ontmoeting in Abu Dhabi in herinnering tussen Paus Franciscus en de grootimam van Al-Azhar, Ahmed Al-Tayyeb. Ook toen werd een verlangen uitgesproken die de wil zou richten. Het ging om de verlangens die door de leiders van twee grote godsdiensten werd uitgesproken, met name het christendom in zijn katholieke vorm en de soennitische Islam. Het zou mooi zijn daar ook nog een derde aan toe te voegen, deze van het Judaïsme. Hoe meer men erin slaagt om dit verlangen uit te spreken, dit verlangen een stem te geven, des te meer bestaat de kans dat dit verlangen de wil beïnvloedt van hen die er concreet werk moeten van maken, dit zowel op politiek als op lokaal niveau.

Van Jeruzalem even naar Gaza. Zowat een jaar geleden begonnen de protestacties bij de grens met Israël. Welke wens, welk verlangen zou u dienaangaande willen uitspreken?

Deze wens wordt reeds sedert zo lange tijd voortdurend herhaald. Dat de taal van het geweld zou stoppen en dat men erin zou slagen om met mekaar in gesprek te gaan, weldegelijk in het besef dat het moeilijk is om een niet-gewelddadige taal te spreken wanneer er honderden doden in het spel zijn. En toch moet men de moed vinden om in deze taal zijn toevlucht te zoeken, zowel van de ene zijde als van de andere (…). Zolang niet iémand de moed heeft om de “oog voor oog”-logica te doorbreken, zelfs al zou dit eenzijdig moeten gebeuren, dan zal het altijd moeilijk blijven om zich samen aan de tafel te zetten om tot een duurzame vrede te komen. Want vrede die door geweld is afgedwongen, is niets méér dan een wapenstilstand die bij de eerste verandering in de machtsverhoudingen opnieuw in geweld losbarst.

Giada Aquilino voor www.vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Paus Franciscus en de Koning van Marokko ondertekenen een oproep voor Jeruzalem

 

2 april 2019 2019 door LdS

RABBAT – Paus Franciscus en Koning Mohammed VI van Marokko hadden op zaterdag 30 maart 2019 een privé-ontmoeting in Rabbat. In het verlengde van dit onderhoud maakten zij een gemeenschappelijke oproep voor Jeruzalem bekend.

Naar aanleiding van het Pausbezoek aan Marokko hebben Paus Franciscus en Koning Mohammed VI een gemeenschappelijke oproep ondertekend. Hierbij beklemtonen zij “de erkenning van de eenheid en het sacraal karakter van de stad Jeruzalem / Al Qods Acharif. Tegelijk zijn zij de spirituele betekenis en de bijzondere roeping van de Stad van de Vrede indachtig”.

“Wij onderkennen het belang om de Heilige Stad Jeruzalem / Al Qod Acharif als collectief erfgoed van de hele mensheid en zeker van de gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten en wij willen dat dit zou gevrijwaard blijven. De stad dient een ontmoetingsplaats te blijven en is tevens het symbool van vreedzame co-existentie. Het is de stad waar zich een wederzijds respect en onderlinge dialoog kan ontwikkelen.
Vanuit deze doelstellingen dienen het multiculturele karakter, de spirituele dimensie en de bijzondere culturele identiteit van Jeruzalem / Al Qod Acharif niet enkel gevrijwaard te blijven maar moeten deze blijvend bevorderd worden.

Daarom spreken wij de nadrukkelijk wens uit dat de Heilige Stad ten volle de garantie blijft genieten van volkomen vrije toegankelijkheid voor alle gelovigen van de drie monotheïstische godsdiensten en dat elkeen onbeperkt de mogelijkheid blijft behouden om er zijn eigen cultus te beoefenen. Op die manier kunnen al deze gelovigen vanuit Jeruzalem / Al Qod Acharif hun gebed tot God, de Schepper van ons allen, richten. Moge dit een smeekbede zijn voor een toekomst vol vrede en broederlijkheid op aarde.

Een engagement van onbeperkte duur om de vrede in Jeruzalem te beveiligen

De kwestie Jeruzalem vormt reeds sedert decennia de kern van de relaties tussen Marokko en de Heilige Stoel. Daarom heeft destijds Paus Johannes Paulus II reeds van bij de aanvang van zijn pontificaat een levendige briefwisseling met de Marokkaanse Koning Hassan II, vader van de huidige Koning Mohammed IV, omtrent dit onderwerp gevoerd. Reeds in 1980 heeft hij Koning Hassam II in zijn hoedanigheid van voorzitter van het Al Qod-Comité op het Vaticaan ontvangen. Johannes Paulus II richtte zich bij die gelegenheid rechtstreeks tot de koning met de woorden: “Zijne Majesteit had het vandaag met mij over een zeer delicate kwestie waar heel wat volkeren op aarde mee begaan zijn. U bent hier de woordvoerder van een groot aantal moslimlanden die hun oordeel over het probleem Jeruzalem willen kenbaar maken.”
“Ik beschouw ons onderhoud dan ook als bijzonder nuttig,” voegde Paus Johannes Paulus II hier nog aan toe. “Het lijkt me dat de Heilige Stad voor alle gelovigen van de drie grote monotheïstische godsdiensten en voor de hele wereld een heilig erfgoed vertegenwoordigt. Dit is heel zeker het geval voor zij die er leven. Het is dus nodig dat men er een nieuw elan kan vinden, dat er een nieuwe benaderingswijze komt die in daden van oprechte en diepe broederlijkheid wordt vertaald, in de plaats van voortdurend de nadruk op de verschillen te vestigen. Dat men God mag bijstaan in het tot stand brengen van een oplossing voor het probleem en dat die snel tot stand zou mogen komen. Dat deze oplossing definitief mag zijn en de rechten van allen zou respecteren. Wij hopen dat wij dit verlangen eindelijk in vervulling mogen zien gaan! Daarom durf ik te wensen dat de gelovigen van de drie godsdiensten er zouden in slagen om samen, in het belang van de toekomst van de wereld die ons allen zo dierbaar is, op hetzelfde moment hun gebed tot de unieke God te richten.”

Deze gedeelde bezorgdheid heeft er deze twee leiders toe gebracht om wederzijdse respectvolle relaties aan te knopen die uiteindelijk mochten uitmonden in het bezoek van Paus Johannes Paulus II in 1985 aan Casablanca.

De aandacht van Paus Franciscus voor de kwestie Jeruzalem

Ook Paus Franciscus heeft bij herhaling meermaals zijn aandacht voor Jeruzalem kenbaar gemaakt. In zijn wensen aan het diplomatiek korps voor het jaar 2019 drukte Paus Franciscus zijn hoop uit dat de dialoog tussen Israël en de Palestijnen zou hervat worden en dat zo uiteindelijk een akkoord tot stand zou komen dat een vreedzaam samenleven zou mogelijk maken.

Op 6 december 2017 reageerde Paus Franciscus ook met felheid op de aankondiging van de Amerikaanse President Donald Trump dat hij de Amerikaanse ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem zou verhuizen. Op die manier zouden de Verenigde Staten te kennen geven dat zij Jeruzalem de facto als hoofdstad van Israël erkennen. “Ik kan mijn diepe bezorgdheid niet verzwijgen voor de situatie die de laatste dagen rond Jeruzalem werd geschapen,” verklaarde de Paus toen tijdens de algemene audiëntie. “Ik doe een felle oproep opdat iedereen zich zou engageren om het Status Quo van de stad te respecteren, dit in overeenstemming met de van toepassing zijnde resoluties van de UNO.”

“Jeruzalem is een unieke stad. Deze stad is heilig zowel voor Joden, christenen als moslims die er de heilige plaatsen van hun respectievelijke religie vereren. De stad heeft bovendien een bijzondere roeping voor de vrede,” verduidelijkte de Heilige Vader verder nog.

Bronnen:
vaticannews.va
lefigaro.fr
AFP
lalibre.be

vertaling: Luk De Staercke



 


De koning van Jodanië ontvangt de Katholieke Nobelprijs

 

2 april 2019 2019 door LdS

Assisi – De koning van Jordanië heeft op 29 maart 2019 de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst mogen nemen. Deze prijs is een beloning voor zijn optreden in dienst van de mensenrechten en de eendracht onder de godsdiensten.

Om de video te bekijken:
Klik HIER
https://youtu.be/Lto1FoMqVjQ

Koning Abdullah II van Jordanië bezocht samen met zijn echtgenote Rania de Italiaanse stad Assisi om er in de Basiliek van de Heilige Franciscus van Assisi de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst te nemen. Deze prijs wordt algemeen beschouwd als de Katholieke Nobelprijs voor de Vrede.

De prijs wordt reeds sedert 1981 door de orde van de Franciscanen te Assisi toegekend aan een persoonlijkheid die zich in de ogen van de franciscanen op het vlak van het bevorderen van de vrede verdienstelijk heeft gemaakt. In 2018 viel deze eer aan de Duitse Kanselier Angela Merkel te beurt. Hiermee werden haar verzoeningsinspanningen ten voordele van de vreedzame samenleving onder de volkeren bekroond.

Dit jaar hebben de Franciscanen de prijs aan de koning van Jordanië toegekend voor “zijn daden en zijn engagement ten voordele van de mensenrechten, de harmonie onder de verschillende godsdiensten en de opvang van vluchtelingen” werd ons door de Franciscanen meegedeeld.

Het kwetsbare Hachemitische koninkrijk weet zich zowat gekneld tussen Israël, Syrië en Irak en desondanks vangt dit reeds sedert decennia miljoenen vluchtelingen van overal in deze turbulente regio op. Eerst waren er in 1967 de Palestijnse vluchtelingen naar aanleiding van de strijd met Israël in Cisjordanië en in Oost-Jeruzalem. Daarna volgden de Irakezen bij de Amerikaanse oorlog die in 2003 de val van Saddam Hoessein teweeg bracht. Tenslotte kwamen vanaf 2011 de Syriërs die omwille van de bloedige strijd in hun land op de vlucht waren geslagen. Telkens zou het “Koninkrijk van de Woestijn” de Cassandravoorspellingen tarten die zich bezorgd over de stabiliteit van het land uitlieten.

Het veronderstelde al de virtuositeit van Koning Hoessein, de vader van Abdullah II, die in 1953 op 17-jarige leeftijd de troon besteeg, om in 1970 zijn land te laten overleven. Toen wilden de Palestijnen zijn land gewapenderhand in hun bezit nemen. Bij de dood van Hoessein in 1999 werd deze door zijn compleet onervaren en soms onhandige zoon Abdallah II opgevolgd. Maar ook hij zou erin slagen de regionale crisissen te overwinnen, met inbegrip van de “Arabische Lente”, die ook hem evengoed fataal had kunnen zijn in een land waar de moslims eveneens een belangrijke bevolkingsgroep uitmaken.

Afstammelingen van de volgelingen van Christus op Jordaans grondgebied

Jordanië is bovendien een van de zeldzame landen in het Midden-Oosten waar een grote moslimmeerderheid en een kleine minderheid van christenen met de nodige dosis gezond verstand best weten samen te leven. Er leven inderdaad tussen Madaba, die de vallei van de Jordaan overschouwt, Kerak in het zuidelijk woestijngebied, Fouheiss in de omgeving van Amman alsook in de verste dorpen van het noorden nog tal van Jordanese christenen die de aanwezigheid van de volgelingen van Christus in dit deel van het Heilig Land verderzetten. Zeker, ook hier zijn er, net als bij hun broeders de Irakese en de Syrische christenen, velen die naar Canada, Zuid-Amerika of naar Australië zijn uitgeweken. Maar dank zij bijvoorbeeld hun goed uitgebouwd netwerk van scholen, die overigens tot de beste van het koninkrijk worden gerekend, kunnen zij hun verknochtheid aan hun land volhouden. Zij konden hierbij steeds op de hachemitische macht rekenen die over hun overleven is blijven waken.

Indien sommige christenen al eens de felle opkomst van het moslimfundamentalisme betreuren, dan blijven hoe dan ook de posten aan de top van de machtspiramide in Jordanië voor deze laatsten ontoegankelijk. En de meerderheid van de christenen blijft van mening dat het voor een christen gemakkelijker is om zijn geloof in Amman te beleven dan in Jeruzalem of in Bagdad.

Het is overigens niet de eerste keer dat Koning Abdullah II voor zijn rol in het belang van de dialoog en de vrede wordt beloond. In 2005 ontving hij omwille van zijn verdraagzaamheid de Prijs van het Simon Wiesenthalcentrum. Jordanië, waar meer dan de helft van de bevolking van Palestijnse afkomst is, is samen met Egypte het enige Arabische land dat in 1994 reeds een vredesverdrag met Israël heeft ondertekend. De hachemitische koning onderhoudt overigens reeds sinds decennia discrete, maar daarom niet minder intense banden met Israël, zo bijvoorbeeld inzake veiligheid.

In 2019, het jaar waarin overigens de 800ste verjaardag van het bezoek van de Heilige Franciscus aan Sultan Mali in 1219 wordt herdacht, mag het feit dat de prijs van de Franciscanen precies aan een moslimvorst wordt uitgereikt als bijzonder betekenisvol worden beschouwd.

Bronnen: http://jordanembassyus.org / lefigaro.fr /vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


De koning van Jordanië ontvangt de “katholieke Nobelprijs voor de vrede”

 

19 maart 2019 2019 door LdS

ASSISI – Op 29 maart komt Koning Abdoullah II naar Assisi om er de “Lamp van Sint-Franciscus” in ontvangst te nemen. Deze prijs wordt algemeen als de katholieke Nobelprijs voor de Vrede beschouwd.

De Franciscanen van Assisi zullen op 29 maart 2019 de “Vredeslamp van Sint-Franciscus” aan Koning Abdoullah II van Jordanië uitreiken. Deze overhandiging zal gebeuren in aanwezigheid van de Italiaanse Premier, Giuseppe Conte, en de vorige laureate Kanselier Angela Merkel.

Op het einde van de maand zal de Jordaanse koning zich samen met zijn echtgenote Rania naar Umbrië begeven, naar de stad van Sint-Franciscus. Tijdens een plechtigheid op het voorplein van de bovenbasiliek zal hem de Lamp van Sint-Franciscus overhandigd worden. Dit werd meegedeeld door Pater Enzo Fortunato, persdirecteur van het klooster in Assisi.

“Heel wat personaliteiten weten zich momenteel op een heel sterke manier te onderscheiden om de mensheid een teken van hoop te geven. De Koning van Jordanië, Abdoullah II, werd precies om deze reden uitverkozen,” deelde Pater Frotunato vorige woensdag tijdens een persconferentie in Rome mee.

Heel specifiek wordt Koning Abdoullah II hiermee beloond voor “zijn engagement tot het bevorderen van de mensenrechten, de eensgezindheid tussen de verschillende godsdiensten en de opvang van vluchtelingen.” Het Hasjemitisch koninkrijk herbergt ongeveer 1,3 miljoen vluchtelingen op zijn grondgebied waarvan het merendeel Syriërs zijn.

“Heden heerst enerzijds de angst voor de andere en anderzijds het vertrouwen in de anderen. Wij hebben voor het vertrouwen gekozen.” Dit werd van zijn kant benadrukt door Fayiz Khouri, ambassadeur van Jordanië te Rome. Volgens hem zijn de inspanningen van de Jordaanse koning “ten voordele van de vrede en de eensgezindheid in de wereld van wezenlijk belang voor de strijd tegen de verspreiding van nefaste ideologieën.”

Op 29 maart zal de koning bij zijn aankomst in Assisi vergezeld zijn door de Italiaanse premier, Guiseppe Conte. Nog voor de aankomst van Angela Merkel is er een gebedsmoment op de tombe van de Heilige Franciscus, de “poverello” van Assisi, gepland. De plechtigheid zelf zal plaats vinden op het voorplein van de bovenbasiliek. Koning Abdoullah II en de Custode van het klooster van Assisi, Pater Mauro Gambetti, zullen er eerst het woord nemen. Daarna volgt ook de Duitse Kanselier die vorig jaar de eer te beurt viel de prijs in ontvangst te mogen nemen dit omwille van haar engagement in dienst van het vreedzaam samenleven onder de volkeren.

De Vredeslamp werd in 1981 voor het eerst uitgereikt. Toen was Lech Walesa de laureaat. Nadien viel onder meer nog Moeder Teresa, Johannes Paulus II en Paus Franciscus deze onderscheiding te beurt. Onder de politieke leiders die de prijs mochten ontvangen, vermelden we nog Michail Gorbatsjov, Shimon Peres, Yasser Arafat, Mahmoud Abbas en de gewezen president van Colombië, Juan Manuel Santos.

Marie Duhamel pour www.vaticannews.va

vertaling: Luk De Staercke



 


Overwegingen van Mgr. Pizzaballa over de bescherming van de kinderjaren en het bezoek van de Paus aan Abu Dhabi

 

20 februari 2019 2019 door LdS

KEULEN – Op 11 februari 2019 hadden onze collega’s van DOMRADIO.DE een interview met Mgr. Pierbattista Pizzaballa, dit naar aanleiding van zijn doorreis door Duitsland. Hij had ondermeer over de geplande top voor de bescherming tegen kindermisbruik. Deze gaat tussen 21 en 24 februari in Rome door. Hij ging tevens ook in op de situatie van de christenen in het Heilig Land en gaf zijn kijk op het recent bezoek van Paus Franciscus aan Abu Dhabi.

In de loop van de volgende week verzamelen alle verantwoordelijken van de bisschoppenconferenties wereldwijd in het Vaticaan waar zij zich zullen buigen over het kindermisbruik dat door religieuzen is gepleegd. U neemt als Vice-Voorzitter van de Conferentie van Latijnse bisschoppen van de Arabische regio’s aan deze ontmoeting deel. Wat verwacht u van deze ontmoeting?

Ik denk dat de verwachtingen te hoog gespannen zijn. Een dergelijke vergadering kan niet in een eindbeslissing resulteren. Meer nog, de problemen en de dynamiek van de westerse landen verschilt in grote mate van deze in het Midden-Oosten, in Afrika of in Azië. Zo kennen wij in het Midden-Oosten in onze Kerken bijvoorbeeld niet echt het specifiek probleem van het kindermisbruik. De burgerlijke wetgeving voorziet immers voor dergelijke misdrijven de doodstraf en de strafwet treedt vaak heel streng op. Het is dus essentieel om steeds de onderscheiden lokale situaties voor ogen te houden.

Welk resultaat verwacht u van deze bijeenkomst?

Ik reken erop duidelijke boodschappen te ontvangen en een klare kijk te krijgen op de vraag hoe de Kerk het probleem zal aanpakken. Nadien is het aan de verschillende bisschoppenconferenties om op een geëigende manier een antwoord te formuleren.

In welke mate bestaat het probleem van kindermisbruik in het Midden-Oosten?

Gedurende twaalf jaar was ik Custode en aldus verantwoordelijk voor de Franciscanen in het Heilig Land. Momenteel ben ik er reeds twee en een half jaar bisschop. In al die tijd werd ik niet één keer met het probleem van kindermisbruik geconfronteerd. Er stellen zich wel problemen inzake seksualiteit, maar dan in een totaal andere context. Het is belangrijk om op dergelijke gevallen voorbereid te zijn. We kennen wellicht niet dit specifiek probleem, maar we hebben wel een behoorlijk aantal scholen en instituten waar we maatregelen moeten nemen om in de toekomst dergelijke problemen te voorkomen. Het feit dat wij er nog niet mee geconfronteerd werden, betekent niet dat dit probleem in ons land niet zou bestaan. Ik ben er zeker van dat het bestaat en wij moeten er ons op voorbereiden en er desgevallend gepast op reageren.

Kan u even ingaan op de situatie van de christenen in het Heilig Land in het algemeen. Hoe zou u deze omschrijven?

Cijfermatig zijn we veruit in de minderheid en in het Midden-Oosten genieten minderheden zelden van alle rechten. Ons verlangen is dan ook om gelijkberechtigde burgers te worden. In werkelijkheid vertegenwoordigen we amper 1% van de bevolking van Israël en de Palestijnse gebieden. In de totaliteit van de regio’s zijn onze problemen zeer uiteenlopend. In Israël betreft het probleem hoofdzakelijk de kwestie van onze rechten als christen gemeenschap. In de Palestijnse gebieden zijn dan weer de economische, sociale en politieke problemen veel groter. Met de overheid hebben wij geen problemen, maar de problemen situeren zich eerder inzake de levensomstandigheden van elke dag. Wij maken geen deel uit van een van de grote leefgemeenschappen zoals de Joden en de moslims en daarom is het ook bijzonder moeilijk om ook voor ons dezelfde rechten en kansen veilig te stellen.

Zijn de christenen in het Heilig Land vrij om hun geloof te belijden? Hebben zij nog met aanvallen of wandaden af te rekenen?

Wij kunnen ons vrij uitdrukken. Er bestaat immers culturele vrijheid wat evenwel niet overeenkomt met godsdienstvrijheid. Onze situatie verschilt bijvoorbeeld van deze van de christenen in Egypte, in Syrië of in Irak. Het aantal christenen vermindert, zij het langzaam maar zeker.

Wat is het grootste probleem van de christenen in het Heilig Land?

Als christenen vormen wij geen derde onafhankelijke etnische groep. De Arabische christenen zijn bijvoorbeeld Palestijnen. De christenen die in Israël leven hebben het, net als de andere Palestijnen, bijvoorbeeld moeilijk om als evenwaardige burgers beschouwd te worden. In de Palestijnse gebieden worden zij als gevolg van het Israëlisch-Palestijns conflict, dan weer met de politieke problemen geconfronteerd. Het ontbreekt hen daar compleet aan kansen en ze hebben met een grote werkloosheid af te rekenen.

Welke rol spelen de katholieken in het Heilig Land?

Zij hebben daar een heel belangrijke rol. Natuurlijk ligt onze geschiedenis als katholieken in het Heilig Land moeilijk. Het is immers een geschiedenis vol conflicten met de andere godsdiensten, net zoals dit in Europa het geval is. Maar in wezen gaat het om machtsconflicten die eigenlijk niets met de godsdienst op zich te maken hebben. De belangrijkste spanningen betreffen vandaag steeds meer de Orthodoxe Kerk en niet zozeer de katholiek Kerk. Als katholieken bestaat onze opdracht er vooral in om met alle geloofsgemeenschappen goede relaties te onderhouden. Wij streven ernaar om de contacten langs beide zijden steeds verder te verbeteren en ik kan zeggen dat dit het voorbije decennium steeds meer is gelukt. Dit is zeker het geval sedert het begin van de oorlog in Syrië. Zowel in Syrië als in Irak werden veel christenen gedood, gewoonweg omdat zij een kruis droegen.

Welke betekenis heeft volgens u het bezoek van de Paus aan Abu Dhabi?

Dit bezoek is héél belangrijk. Voor ons katholieken is dit een van de talrijke bezoeken van de Paus. In het Midden-Oosten daarentegen krijgt dit bezoek een aparte plaats omdat het zich in het hart van de moslimwereld afspeelt. De moslims erkennen dat de Paus een heel speciale plaats bekleedt binnen de wereld van de christenen. Het feit dat hij naar hen toekomt en dat hij over de noodzaak van onderlinge broederschap spreekt, heeft een heel sterke impact op heel de islamitische gemeenschap en op de mentaliteit van de mensen in het Midden-Oosten. Zo is bijvoorbeeld de overeenkomst die hij met Imam d’Al-Azhar heeft ondertekend van bijzonder groot belang want deze laatste wordt binnen de islamwereld als een heel belangrijke autoriteit erkend. Ik denk dat dit bezoek noodzakelijk was en dat dit de relaties tussen christenen en moslims radicaal heeft veranderd.

Heeft er u iets heel bijzonder getroffen?

Ik onderscheid twee belangrijke momenten. Vooreerst was daar de omarming tussen de Paus en Imam d’Al-Azhar. Alle inwoners van het Midden-Oosten zaten aan hun televisietoestel en aan hun telefoontoestel gekluisterd om het moment te beleven dat in feite niemand ook maar had verwacht.
Het tweede moment was de H. Mis in het stadion. Voor het eerst droeg een Paus in de Arabische Emiraten in het openbaar een mis op en dat dan nog voor 14.000 mensen. Dit betekende dus duidelijk een publieke erkenning van de christen aanwezigheid in de kern van het Arabisch schiereiland.
Ik zag mensen van alle ritussen en uit alle taalgroepen verenigd en zij waren vol vreugde hun geloof openlijk te kunnen belijden. Het was aangrijpend te zien hoe moslimmannen en vrouwen voor de mensenmassa water aandroegen en de aanwezigen hielpen om een prachtige viering te beleven.

Bron: DOMRADIO.de

vertaling: Luk De Staercke



 


De Heilige Stoel eist internationale garanties voor Jeruzalem

 

13 februari 2019 2019 door LdS

NEW YORK – Op 22 januari 2019 formuleerde de permanente waarnemer van de Heilige Stoel bij de UNO nog maar eens de oproep om de Israëlisch-Palestijnse gesprekken te hervatten. Tegelijk formuleerde hij de eis tot garanties voor Jeruzalem.

Onder impuls van het voorzitterschap van de Dominicaanse Republiek werd er in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties op dinsdag 22 januari in New York een debat georganiseerd over de situatie in het Midden-Oosten. Er werd in het bijzonder ingegaan op de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Bij deze gelegenheid sprak Mgr. Bernardito Auza, Permanente Waarnemer van de Heilige Stoel bij de UNO te New York, zijn grote teleurstelling uit over het feit dat het vredesproces tussen Israël en Palestina voortdurend door een veelheid aan acties wordt bedreigd. Overdreven retoriek, provocaties en gevaarlijke aanvallen, schendingen van de mensenrechten, eenzijdige acties die de uitvoering van genomen resoluties verhinderen en de dood van ontelbare onschuldige en weerloze burgers… het zijn allemaal redenen om elke voortgang in het vredesproces telkens weer opnieuw te fnuiken. De toespraak van Mgr. Auza wordt onderaan dit artikel in extenso weergegeven.

In het kielzog van de boodschap Urbi et Orbi op Kerstmis 2018 en de nieuwjaarswensen van Paus Franciscus aan het Diplomatiek Korps herhaalde de apostolische nuntius de oproep van de Heilige Stoel ten aanzien van de Israëlische en Palestijnse politiek verantwoordelijken dat zij een “open en eerbare dialoog” zouden hervatten en in volle verantwoordelijkheid al hun autoriteit zouden aanwenden om opnieuw “de weg naar de vrede” in te slaan. Het moet om een duurzame vrede gaan en niet om een illusionaire vrede, die – en hier citeerde Mgr. Auza de Paus – “vaak niets méér is dan een evenwichtsoefening tussen macht en angst”. Het moet om een definitieve vrede gaan die niet enkel een antwoord biedt op de legitieme verwachtingen van beide volkeren maar vooral een vreedzaam samenleven tussen beide staten moet verzekeren. Het moet tevens een vrede zijn die “voor de gehele wereld een groot historische en cultureel belang in zich draagt” en bovendien “aan Joden, christenen en moslims een veilige spirituele thuishaven biedt”.

Vanuit het belang van de religieuze betekenis van de stad Jeruzalem is de Heilige Stoel, volgens Mgr. Auza, vragende partij dat er internationale garanties zouden gegeven worden dat Jeruzalem voor de drie grote monotheïstische religies een heilige stad zou blijven, zoals overigens in Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de UNO is voorzien. Deze resolutie werd op 29 november 1947 aangenomen en had de creatie van twee staten tot doel, een Joodse en een Arabische staat. Jeruzalem en de omliggende lokaliteiten moesten een corpus separatum vormen en zou onder een speciaal regime worden geplaatst dat door de Verenigde Naties zou worden beheerd. Tussen beide staten zou een economische, monetaire en douane-unie bestaan. De resolutie zou evenwel nooit worden uitgevoerd. De afwijzing van dit plan door de Arabische staten alsmede de voortdurende verslechtering van de relaties tussen Joden en Arabieren in de Palestijnse gebieden zou uiteindelijk in de Joods-Arabische oorlog van 1948 uitmonden. Deze begon de dag na de onafhankelijkheid van Israël die op 14 mei 1948 werd uitgeroepen. Dit betekende meteen het einde van het Britse mandaat over Palestina.

Een politiek conflict dat niet in een godsdienstoorlog mag ontaarden.

Zeventig jaar later, “ondanks het fundamenteel belang van de heilige plaatsen” waarschuwt de Permanente Waarnemer van de Heiige Stoel bij de Verenigde Naties voor de zichtbare verleiding om “hetgeen in wezen een duidelijk territoriaal conflict is, in een conflict omtrent religie en identiteit te laten ontaarden.” En Mgr. Auza voegt hier nog aan toe: “dit moet ten allen koste worden vermeden teneinde de vooruitgang van de zoektocht naar een essentiële politieke oplossing niet volledig onmogelijk te maken.” In deze woorden kan men een dubbele verwijzing herkennen. Enerzijds een verwijzing naar de eenzijdige erkenning vanwege de Verenigde Staten door Donald Trump van Jeruzalem als hoofdstad van Israël, een erkenning die de universele roeping van de heilige stad bedreigt. En anderzijds een verwijzing naar de Joodse nationale statenwet die op 19 juli l.l. door de Knesset (het Israëlisch parlement) werd aanvaard. Deze definieert Jeruzalem bijvoorbeeld tot de exclusieve hoofdstad van Israël, dat “volledig en verenigd” is, met inbegrip dus van het oostelijk deel van de stad dat sedert 1967 is geannexeerd.

De Filipijnse aartsbisschop Auza bleef ook even stilstaan bij de humanitaire situatie in Gaza als gevolg van de Joodse en Egyptische blokkade, alsook de situatie in de bezette Palestijnse gebieden. Ook hieromtrent is de Heilige Stoel ten zeerste bezorgd. In de naam van de Paus sprak Mgr. Auza de wens uit voor “een verantwoord politiek project dat zich geen enkele inspanning ontziet om het leven van alle burgers, wat ook hun origine of hun religieuze overtuiging moge zijn, te beschermen. Een project dat de noodzakelijke voorwaarden zou scheppen voor een waardige toekomst voor iedereen.”

De Apostolische Nuntius sprak ook nog zijn waardering uit voor de vrijgevigheid waarmee de internationale gemeenschap het financieel tekort van de hulporganisatie van de Verenigde Naties voor de Palestijnse vluchtelingen in Nabije-Oosten (de UNRWA) heeft bijgepast. De nuntius vroeg tevens dat deze hulp zonder tegenwerking zou worden verdergezet tot wanneer de situatie zou opgelost zijn. Mgr. Auza herhaalde dat “de ondersteuning van hen die van alles zijn beroofd alle politieke overwegingen steeds moet overstijgen.”

Bronnen: Christophe Lafontaine voor www.terrasanta.net; Delphine Allaire voor www.vaticannews.va en Hélène Ginaba voor https://fr.zenit.org//

Toespraak van Mgr. Auza voor de UNO

“Mijnheer de Voorzitter,

De Heilige Stoel dankt de president van de Dominicaanse Republiek om een open debat over de situatie in het Midden-Oosten, en in het bijzonder over Israël en Palestina, te organiseren.

In zijn boodschap voor de Werelddag voor de Vrede 2019 rond het thema van de Goede Politiek in dienst van de Vrede, heeft Paus Franciscus de vrede vergeleken met “een delicate bloem die probeert op de rotsachtige bodem van het geweld toch tot boei te komen.”

Dit beeld is de perfecte weergave van de aanhoudende situatie tussen Israël en Palestina, waarvan wij alleen weten hoe broos de vrede daar wel is en hoezeer haar broos bestaan daar constant door overdreven retoriek, provocaties en gevaarlijke aanvallen, schendingen van de mensenrechten en eenzijdige acties die de uitvoering van de genomen resoluties verhinderen en de dood van ontelbare onschuldige en weerloze burgers wordt bedreigd.

In deze context houdt de Heilige Stoel niet op om in alle heftigheid de Israëlische en de Palestijnse autoriteiten op te roepen de dialoog te hervatten en de weg naar de vrede in te slaan. Deze moet een einde maken aan een conflict dat reeds meer dan zeventig jaar aansleept en het land volledig verscheurt. Deze vrede moet niet enkel een thuisland voor deze twee volkeren creëren, maar moet evenzeer voor de hele wereld van groot historisch en cultureel belang zijn. De vrede moet tevens instaan voor het tot stand komen van een spirituele veilige haven voor de drie grote monotheïstische godsdiensten, het judaïsme, het christendom en de Islam. Gezien de bijzondere religieuze betekenis van Jeruzalem vraagt de Heilige Stoel ook uitdrukkelijk internationale garanties voor deze heilige stad, garanties zoals deze in de Resolutie 181 van de Algemene Vergadering van de UNO van 1947 zijn voorzien.

Ondanks het fundamenteel belang van de heilige plaatsen bestaat het gevaar dat een wezenlijk politiek conflict omtrent grondbezit zou ontaarden in een conflict omtrent identiteit en religie. Dit moet zeker worden vermeden ten einde de vooruitgang in de zoektocht naar een onontbeerlijke politieke oplossing niet volkomen in gevaar te brengen. Het blijft dus van wezenlijk belang dat de politieke gezagsdragers op een verantwoordelijke manier al hun autoriteit aanwenden, de tegenstellingen weten te overstijgen en zich in een open en eerbare dialoog engageren om een authentieke en duurzame vrede tot stand te brengen. Deze vrede is iets anders dan een illusionaire vrede die eigenlijk niet veel méér is dan een evenwichtsoefening tussen de macht en de angst. Authentieke en duurzame vrede is immers het resultaat van een gefundeerd politiek project in wederzijdse verantwoordelijkheid en onderlinge afhankelijkheid van alle mensen. Deze vrede overstijgt de moeilijkheden die eigen zijn aan deze tijd van misprijzen dat geworteld zit in de angst van de een voor de ander, in de angst voor vreemden, of in de angst voor de persoonlijke veiligheid.

Een verantwoordingsvol politiek project schuwt geen enkele inspanning om het leven van alle burgers te beschermen, wat ook hun oorsprong of hun religieuze overtuiging is. Het schept de noodzakelijke voorwaarden opdat elkeen een waardige en rechtvaardige toekomst gewaarborgd wordt. In dat opzicht is het belangrijk om de humanitaire situatie in Gaza en de andere bezette gebieden niet uit het oog te verliezen. In dat opzicht kan ook het royale antwoord van de internationale gemeenschap op het financieel tekort van het Bureau voor de hulp en het werk van de Verenigde Naties ten voordele van de Palestijnse vluchtelingen in het Nabije-Oosten in het voorbije jaar niet genoeg onderlijnd worden. De steun aan de meest verdrukte mensen moet steeds alle politieke overwegingen overstijgen en de hulp aan de Palestijnse vluchtelingen moet dan ook bestendig blijven zolang de situatie niet is geregeld.

Rekening houdend met de vele zware humanitaire crisissen die meerdere regio’s in het Midden-Oosten hebben aangetast, is het goed om de bemerkingen van Paus Franciscus te vermelden die hij formuleerde bij het gul onthaal en de grootst mogelijke solidariteit die de vluchtelingen in Libanon en in Jordanië te beurt is gevallen. Dit was niet het onthaal en de solidariteit van mensen die in grote weelde leven maar het was de vrucht van een onnoemlijk grote offervaardigheid vanwege een burgerbevolking die zelf zorgbehoevend is, een hulp aan diegenen die zo zwaar door de conflicten in de regio getroffen worden, de hulp aan de Palestijnse vluchtelingen.

Mijnheer de Voorzitter,

In zijn recent betoog ten aanzien van het Diplomatiek Korps naar aanleiding van de traditionele uitwisseling van de nieuwjaarswensen verklaarde Paus Franciscus dat “de Heilige Stoel wenst dat de dialoog tussen Israël en de Palestijnen zou hervat worden, zodat het mogelijk wordt om tot een overeenkomst te komen en er een antwoord kan geformuleerd worden op de rechtmatige verzuchtingen van beide volkeren. Dat er tussen beide staten een co-existentie mag tot stand komen die uiteindelijk in een duurzame lang verwachte vrede mag uitmonden. Het unaniem engagement van de Internationale gemeenschap is meer dan ooit zo kostbaar en zo nodig om dit objectief te bereiken, maar evenzeer voor het bevorderen van een duurzame vrede in heel de regio.” Moge dit open debat van de Veiligheidsraad een bijdrage zijn tot de realisatie van een duurzame wederzijds aanvaarde oplossing van de Palestijnse kwestie.

Ik dank u, mijnheer de voorzitter.”

vertaling: Luk De Staercke



 


Paus Franciscus ontvangt de Palestijnse President Mahmoud Abbas

 

11 december 2018 2018 door LdS

ROME – Op 3 december 2018 ontving Paus Franciscus de Palestijnse president in privé-audiëntie op het Vaticaan. Op het programma stond het statuut van Jeruzalem, de heropleving van het Israëlisch-Palestijns vredesproces en de verzoening in de schoot van het Palestijnse volk.

Het was reeds voor de vierde keer dat Mahmoud Abbas door Paus Franciscus in privé-audiëntie werd ontvangen. Daarbij is dan nog niet die keer meegerekend toen de president op 8 juni 2014 in de tuinen van het Vaticaan aan het gebed voor de vrede in het Heilig Land deelnam.

Op 3 december l.l. was het wel de eerste ontmoeting tussen beide mannen sedert de Verenigde Staten op 14 mei 2018 hun ambassade in Israël naar Jeruzalem hebben overgebracht. Tot dan was deze in Tel Aviv gevestigd. Er valt bovendien nog op te merken dat ongeveer een jaar geleden, op 6 december 2017 om precies te zijn, de president van de Verenigde Staten eenzijdig Jeruzalem als hoofdstad van de Israëlische staat heeft erkend.

Het is precies in de schaduw van deze verjaardag dat deze privé-audiëntie tussen de Palestijnse president en de pontificale vorst werd georganiseerd. Tijdens deze audiëntie ging er “een bijzondere aandacht