Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Mgr-Shomali-Ik-verlaat-Jeruzalem-niet-zonder-enig-gevoel-van-verscheurdheid
        Mgr. Shomali; Ik verlaat Jeruzalem niet zonder enig gevoel van (...)

Mgr. Shomali; Ik verlaat Jeruzalem niet zonder enig gevoel van verscheurdheid, maar vooral met veel vertrouwen en enthousiasme

INTERVIEW – Op de vooravond van zijn eremis die op vrijdag 24 februari in Amman, had Mgr. William Shomali het met ons nog even over zijn aanstelling. Sedert 8 februari is hij de opvolger van Mgr. Maroun Lahham als nieuwe Patriarchaal Vicaris voor Jordanië. Hij richt zich speciaal tot de gelovigen in Jordanië en ging zonder enige terughoudendheid tevens in op de belangrijkste uitdagingen die hem te wachten staan.


- Hoe hebt u uw aanstelling voor uw nieuwe opdracht ervaren? Hoe kijkt u tegen de recente veranderingen in de schoot van de Kerk van Jeruzalem aan, en hoe staat u meer in het bijzonder tegenover uw vertrek uit Jeruzalem en Palestina. U hebt hier toch heel wat jaren als vicaris doorgebracht?

Ik wil geenszins verbergen dat ik door deze recente aanstelling behoorlijk verrast was. Maar ik heb deze tegelijk met heel veel sereniteit aanvaard. Eigenlijk heb ik elk van mijn benoemingen, zowel als Algemeen Econoom, later als rector van het seminarie, als kanselier en vervolgens als hulpbisschop voor Jeruzalem en Palestina telkens als een verrassing ervaren. Na mijn seminarietijd werd ik al eens naar Jordanië gestuurd. Dit was voor mij destijds een volkomen onbekend terrein en ik heb er toch gedurende acht jaar als onderpastoor, eerst van Zarka en later van Shatana, gefungeerd. Ik bewaar de beste herinneringen aan die eerste jaren die ik daar als priester heb doorgebracht, aan het warm onthaal van de parochianen en aan de sterke pastorale dynamiek die daar eigen was. In alle bescheidenheid mag ik zeggen dat de Geest mij telkens heeft geleid “waarheen Hij wou”, ook naar die plaatsen die ikzelf nooit in gedachten had. Tegelijk mag ik zeggen dat Gods genade mij steeds heeft vergezeld.

Vandaag gaat het voor mij weer om een nieuwe start en ik verlaat Jeruzalem niet zonder enig gevoel van verscheurdheid. Ik hou van deze stad en van haar ingewikkeld karakter, maar evengoed van de rijkdom die haar eigen is. Ik hou van haar bevolking, van haar oecumenische en interreligieuze kwesties en ik genoot van de groepen pelgrims en leden van de Orde van het Heilig Graf die ons dag aan dag op het patriarchaat kwamen bezoeken. En toch ga ik met vertrouwen en enthousiasme richting Amman. De ervaringen die ik gedurende al die jaren mocht opdoen, zullen mij helpen om mijn taak als herder in de schoot van hetzelfde bisdom verder te zetten. In feite gaat mijn zending op die wijze gewoon verder.

Ik begrijp dat Rome niet meteen een nieuwe patriarch heeft aangesteld. Rome heeft hiervoor zijn redenen die algemeen gekend zijn. Het Latijns Patriarchaat heeft nood aan een administratieve en financiële reorganisatie. De inzet is groot, maar we zullen er dank zij de goede wil van elkeen wel komen.

- Welke zijn de eerste woorden die u tot de Jordaanse gelovigen zou willen richten nu u als hun nieuwe herder bent aangesteld?

Ik zou de gelovigen, en de Jordaanse clerus in de eerste plaats, willen danken voor hun warm onthaal dat hen kenmerkt en voor hun bereidheid om, samen met de bisschoppen, de priesters, de diakens en allen gewijden, aan de slag te gaan. Ik wil hen danken voor hun inspanningen voor het welzijn van onze moeder de heilige Kerk en voor hun onvermoeibare inzet om het evangelie te verkondigen alsook voor de offers die ze brengen voor de noden van onze caritatieve werken. Wij zijn allen onderscheiden delen van eenzelfde lichaam. Ik ben gelukkig naar dit land terug te keren, dat voor mij toch niet helemaal nieuw is. Toen mij laatst nog gevraagd werd om in Jordanië een retraite te prediken, kwam ik tot de vaststelling dat de helft van de priesters tot mijn oud-leerlingen van het seminarie behoorden en dat de andere helft collega’s van mijn generatie betrof. Eigenlijk behoren wij met zijn allen tot eenzelfde familie. Ik voel mij dankbaar, want het is gemakkelijker te werken met mensen die men enigszins kent en van wie men houdt. Het is precies daarom dat ik met evenveel schroom als vertrouwen naar Amman trek. Ik denk hier met veel genegenheid even terug aan de woorden van de Heilige Augustinus aan de gelovigen van Hippo: “Voor u ben ik bisschop, samen met u ben ik christen. Indien ik enige schrik zou kennen om er voor jullie te zijn, dan zou ik tegelijk mij gerust gesteld weten precies omdat ik bij jullie ben.”

- Wat zijn naar uw mening de belangrijkste uitdagingen waar u zich bij uw nieuwe opdracht voor geplaatst weet?

Daar zijn natuurlijk de problemen die met de bouw en het beheer van de Universiteit van Madaba verband houden. Het Patriarchaat heeft een behoorlijke schuldenlast opgebouwd, die enige juridische implicaties met zich meebrengen. Wij hopen deze zaak in alle transparantie te kunnen afronden. Dit probleem heeft inderdaad enige verdeeldheid met zich meegebracht, en dit tot in het hart van Gods volk. En deze wonde moet geheeld worden.

Een andere respectabele uitdaging vormt het gegeven van de twee miljoen Syrische en Irakese vluchtelingen die in Jordanië zijn beland en die we in grote getale in onze scholen en parochies hebben opgenomen. Ondanks de penibele regionale en lokale context moeten we hen helpen om een nieuwe hoopvolle toekomst op te bouwen. In het algemeen is de economische situatie in Jordanië, zowel voor de vluchtelingen als voor de eigen bevolking, zeer moeilijk. Jordanië heeft overigens meer vluchtelingen opgenomen dan de mogelijkheden van dit land toelaten. Het land is zelf nog in volle ontwikkeling en beschikt slechts over zeer beperkte middelen. Maar deze gulheid mag hen geenszins verweten worden, integendeel. Jordanië is een gastvrij land en wij moeten oplossingen aanreiken die onze christen zending waardig zijn. Voor dit alles kunnen we gelukkig rekenen op een jonge en dynamische clerus, op tal van katholieke instellingen en op heel wat gevormde en bekwame leken die in staat zijn om voor elkeen een betere toekomst uit te bouwen.

Bovenop de vluchtelingenproblematiek stelt zich ook nog de uitdaging van de oecumenische dialoog tussen de Kerken en de interreligieuze dialoog onder de volkeren. Heel specifiek stelt zich de uitdaging van het samenleven van de christenen met de moslims. Momenteel bestaat er enige co-existentie, maar het is aan ons om er onvermoeibaar aan te werken zodat deze verder blijft groeien.

- Hoe kijkt u tegen de situatie in Jordanië aan, zowel ten aanzien van de co-existentie tussen de volkeren en de stabiliteit van het Koninkrijk dat door de aanslagen van december l.l. danig door mekaar werd geschud?

In de context van het Nabije-Oosten en in vergelijking met de situatie in Irak, Syrië, Jemen, Libië en zelfs in Egypte, wordt Jordanië vaak volkomen terecht als een oase van vrede beschouwd. De aanslagen in december waren niet zonder betekenis, maar werden tegelijk zeer goed door de regering aangepakt. Het koninkrijk biedt veiligheid en godsdienstvrijheid aan alle burgers. Koning Abdallah is, net als zijn vader Koning Hussein, zeer gevoelig voor een open politiek en voor totale godsdienstvrijheid, maar legt met de nodige beslistheid de fundamentalisten het zwijgen op. De koning is overigens de regelrechte beschermheer van de Heilige Plaatsen van Jeruzalem. Hij gaf het voorbije jaar zelfs een genereuze bijdrage voor de restauratie van het Heilig Graf. De christenen worden als volwaardige leden van het Jordaanse volk en als een rijkdom voor het land beschouwd. Ze organiseren tal van scholen, ziekenhuizen en caritatieve instellingen. Deze herbergen tal van Palestijnen die zich ten volle in Jordanië thuis voelen.

De co-existentie tussen christenen en moslims mag in Jordanië zelfs als voorbeeldig worden beschouwd, ook als is ze geenszins perfect te noemen. Er hebben tal van ontmoetingen plaats en dit op alle niveaus. De Verklaring van Marrakech (jan. 2016) betreffende de rechten van niet-moslimminderheden in moslimlanden, biedt wat dat betreft hoopvolle vooruitzichten. Dit document, dat ik terecht als de Nostra Aetate voor de moslims wil betitelen, nodigt de oelema’s en moslimdenkers uit om het principe van burgerschap-voor-elkeen uit te werken. Het vraagt aan de politici om politieke, juridische en grondwettelijke maatregelen te treffen die het zonder enige dubbelzinnigheid onmogelijk zouden maken dat de godsdienst in een moslimstaat de minderheden van hun wezenlijke rechten zou beroven. Deze verklaring moet nog grotendeels in tal van details in de praktijk worden gebracht, maar ik hoop dat ze grote invloed mag kennen.

Interview: Myriam Ambroselli voor www.lpj.org

Vertaling l.d.s.

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Nieuws over het Heilig Land

Agenda
juli 2019 :

Niets voor deze maand

juni 2019 | augustus 2019

newsletter