Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Homilie-van-de-vierde-vastenzondag-Laetare-Liturgisch-jaar-A
        Homilie van de vierde vastenzondag (Laetare) – Liturgisch jaar (...)

Homilie van de vierde vastenzondag (Laetare) – Liturgisch jaar A

Hier volgt de homilie van Kardinaal André Vingt-Trois, destijds aartsbisschop van Parijs. Hij sprak deze enkele jaren geleden uit in zijn kathedraal.


  • Télécharger l'article au format PDF Imprimer cet article
  • Ecrire à l'auteurLdS
  • 24 maart 2020
  • réagir
  • 0 stem

Broeders en zusters. Met het hoofdstuk 9 van het Evangelie volgens Johannes zet de liturgie ons een stap verder op onze catechetische tocht richting Pasen. Voor de catechumenen betekent dit een stap op de weg naar hun doopsel, een weg waarop wij hen week na week vergezellen. Zo helpen wij hen in hun ontdekkingstocht zodat zij de essentie van het christelijk geloof steeds beter zouden verstaan en het inwendig in zich zouden kunnen opnemen. Christus is het levend water, het licht van de wereld, de Verrijzenis en het Leven. Mee genietend van de zoektocht van de catechumenen worden ook wij, “oude” vertrouwde christenen die reeds jaren geleden zijn gedoopt, elk jaar weer uitgenodigd om op een vernieuwde manier te ontdekken hoe wij ons Paasfeest ten volle kunnen doen slagen, en dit vanuit dezelfde geloofsovertuiging als deze van diegenen die nu om het doopsel verzoeken. Wij zijn als de Samaritaanse vrouw en moeten luisteren hoe Jezus tot ons zegt: ‘Ga naar uw man toe”. Zo legt Hij de volle nadruk op de essentie van ons leven. Voor ieder van ons kan het Woord van Christus een teer punt in ons leven raken. Voor ieder van ons is het dus een uitnodiging om in ieder geval de weg van de bekering in te slaan. Met het verhaal van de genezing van de blindgeborene worden we met de lezing van een verhaal geconfronteerd dat in al zijn eenvoud toch behoorlijk ingewikkeld is. Daarom wil ik u aanmoedigen om in de komende week uw tijd te nemen om dit evangelieverhaal nog eens langzaam opnieuw te lezen (je vindt het hier op de website, n.v.d.r.) en de verschillende etappes nog eens te overschouwen. Wij kunnen dit verhaal als een betrouwbaar relaas van gebeurtenissen beluisteren, maar in werkelijkheid is het een bijzonder goed overwogen structureel geheel. Daarom wil ik gewoon enkele bijzondere aandachtspunten aanstippen.

Het eerste is de toch wel wat choquerende vraag bij het begin. Jezus staat voor de blindgeborene en zijn leerlingen vragen hem: “Rabbi, waarom is die man blind geboren? Is hij het die gezondigd heeft, of waren het zijn ouders?” We geven dit niet graag toe, maar vaak is men gemakkelijk geneigd om een of ander ongeluk aan een begane fout toe te schrijven. Het lijkt wel of een ziekte, een gebrek, een zwakte de bestraffing is van foute daden die men heeft gesteld! In het geval van de blindgeborene stelt deze vraag zich dubbel vermits de kwaal van bij de geboorte aanwezig is en zodoende moeilijk aan een daad van het kind kan worden toegewezen. Wat kan dan wel de schuld zijn van deze blindheid? Ligt die bij de ouders??? Natuurlijk voelen wij ons bij het stellen van deze vraag geschokt. Wij vinden het zelfs onheus om dergelijke bedenkingen in overweging te nemen. Maar wanneer we even nadenken, komen we toch gemakkelijk tot de opmerking die veel mensen in onze omgeving al eens maken: “Hoe is het mogelijk dat hem dit of dat is overkomen. Hij heeft toch nooit iemand kwaad berokkend!” Dergelijke bewering includeert echter ook dat in het omgekeerde geval hem dit onheil volkomen terecht zou overkomen zijn! Wij vernemen toch ook al eens dat ouders wiens kind een ernstig gebrek vertoont, nood hebben om een weg naar “bevrijding” af te leggen, om van het schuldbesef verlost te raken van de idee dat zij op een of andere manier verantwoordelijk zouden zijn voor het ongeluk dat hen en hun gezin is overkomen. Welnu, indien het nu noch om de schuld van de blindgeborene, noch om de schuld van zijn ouders gaat – en dit is een denkbeeld dat zich doorheen verschillende culturen en verschillende religies manifesteert – waar is het dan wel aan gelegen???

Jezus geeft geen antwoord op deze vraag. Hij zegt: “het betreft niet hem, noch zijn ouders,” maar Hij geeft evenmin een alternatieve verklaring. Misschien zou men vandaag in staat zijn om vanuit de wetenschap een of andere genetische oorzaak aan te wijzen. Maar Jezus zoekt naar geen verklaring, hij zoekt naar geen middel om het onrechtmatige te verrechtvaardigen. Wie zou immers een verantwoording kunnen vinden voor het feit dat een kind blind geboren wordt? Het antwoord van Christus is dan ook niet: “ziehier waarom dit kind blind geboren is,” maar “ziehier wat wij er kunnen aan doen, ziehier hoe wij geroepen zijn om van deze situatie deelgenoot te zijn en hoe dit als het ware een symbolische betekenis kan krijgen.” Wij kunnen ons heel veel soorten handicaps of ziekten inbeelden, maar de blindheid waar het over gaat, is hier in zekere zin betekenisvol.

Indien hij blind is geboren, dan is dit omdat Gods werk zich in hem zal openbaren. Jezus geeft dus geen verklaring, maar Hij kondigt een doel, een betekenis aan. Hoe zal Gods werk zich in de blinde kunnen openbaren? Gewoon door de tussenkomst van Zijn Zoon. “Terwijl het nog dag is, moet er gehandeld worden. Eenmaal de nacht nadert, kan niemand er nog iets aan doen. Nu ik in de wereld ben, ben ik het licht van de wereld” Misschien komt men tot geen verklaring waarom die man blindgeboren is, maar men zal wel tot de ontdekking komen hoe zijn blindheid in de ogen van elkeen zal uitmonden in een uitbarsting van de zending van Christus, die het licht van de wereld is. Dat Hij het licht van de wereld is, wil zeggen dat iedereen dit zal kunnen zien en dat Hij er dus zal voor zorgen dat die blinde weer kan zien.

In het vervolg van de discussie zal het debat verder gaan over de identiteit van de enen en de identiteit van de anderen: Gaat het wel om dezelfde man of is het gewoon iemand die erop gelijkt? Wat de blinde betreft, betwist men ook het feit of hij wel echt genezen is. Maar men ondervraagt hem ook over diegene die hem genezen heeft. Is het een profeet of is het een zondaar? Is het misschien een ketter? Deze discussie omtrent de identiteit zal ons in onze overwegingen beetje bij beetje verder helpen. Het gaat in ieder geval heel duidelijk over het feit dat de man weer ziet. En ook al wordt dit betwist, toch kan het niet weerlegd worden. Desondanks weigeren sommigen die niet blind zijn toch te erkennen dat de blinde weer ziet. Maar men wil gewoon diegene die het licht van de wereld is, niet erkennen. Doorheen de discussie, die er uiteindelijk toe zal leiden dat de genezen blinde uit de synagoge wordt gezet, zien wij hoe hier wordt vooruitgelopen op het proces dat Jezus in Jeruzalem zal moeten ondergaan. “Wij weten toch allemaal dat het een zondaar is.” Wij weten toch dat Hij onbetrouwbaar is en dat Hij de wet niet naleeft. Wij weten toch dat Hij slecht is. Zoals ze hier de genezen blinde uitsluiten, zo zullen zo ook Hem uitsluiten die de blinde genezen heeft.

Het debat dat zich ontspint tussen diegenen die van zichzelf denken dat zij kunnen zien maar in feite blind zijn, en diegene die blind was, en nu weer ziet, beantwoordt de vraag waarmee dit hoofdstuk afsluit: “Geloof jij in de Mensenzoon?” Er was daar heel wat discussie en iedereen schoof de hete aardappel door. Op de duur wist niemand nog wie wíe was en Jezus vroeg precies dan aan diegene die Hij genezen had: “Geloof jij in de Mensenzoon?” Het antwoord was: "wie is het Heer, opdat ik Hem zou geloven?” Hij die ziet, stelt zich nog vragen en zij die niet zien, stellen zich niet de minste vraag. Zij gaan er van uit dat zij weten. “Je ziet Hem, het is Hij die met je spreekt.” En de genezen blinde zegt: “Heer, ik geloof” en hij valt op zijn knieën voor Hem neer.

Ik stel voor, broeders en zusters, dat we deze lezing en de daarbij horende overwegingen in de loop van de week verderzetten. Niet enkel om zomaar hoofdstuk 9 uit het Evangelie van Johannes opnieuw te herlezen, maar vooral om in onze meditatie en in ons gebed diep in ons hart deze ultieme dialoog tussen de genezen blinde en Hij die hem genezen heeft, verder te zetten. Hij is diegene die door God is gezonden om – terwijl het nog dag is – zijn werk verder te zetten, Hij is het licht der wereld. Moge deze tijd het ons mogelijk maken om in onszelf de vraag op te nemen die Jezus aan de genezen blinde heeft gesteld : “Geloof je in de Mensenzoon?” en het antwoord te beluistern dat de Heer zelf gaf: “Je ziet Hem, Hij is het die tot u spreekt.” Mogen wij dan – geïnspireerd door de Heilige Geest en doordrongen van Zijn kracht net als de genezen blinde antwoorden: “Heer, ik geloof” en deemoedig voor Hem neerknielen.

Amen.

+André Vingt-Trois.

vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

newsletter