Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Homilie-Mgr-Pierbattista-Pizzaballa-Pasen-2020
        Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Pasen 2020

Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Pasen 2020

JERUZALEM – Hier volgt de homilie van Mgr. Pierbattista Pizzaballa die hij uitsprak naar aanleiding van het Paasfeest 2020.


Pasen 2020 – Homilie

Heilig Graf – 12 april 2020

Dierbare broeders en zusters

Vandaag zijn wij bij het einde van deze Goede Week gekomen. Deze week is de belangrijkste van alle weken maar dit jaar hebben wij toch wel de meest vreemde Heilig Week beleefd die men zich kan inbeelden.

We kregen zeker niet het plechtige dat wij ons gewenst hadden. De beperkingen als gevolg van de pandemie hebben ons er in ieder geval toe aangezet om even na te denken over datgene wat voor ons echt van belang is. Deze dagen hebben wij op een totaal nieuwe manier het ontbreken van de normale onderlinge relaties binnen onze leefgemeenschap ervaren. Opgesloten in ons huis en in onze bewegingsvrijheid, beperkt tot de ons toegewezen limieten, hebben we het belang leren kennen van datgene wat ons nu allemaal is verboden en vroeger zo vanzelfsprekend leek: vrijheid van beweging, naar school gaan, ons werk, deelname aan groepsactiviteiten, vriendenbezoek…Het is waar: het gebeurt wel vaker dat we pas de dingen leren op prijs stellen, wanneer ze ons worden afgenomen. En aan dat alles ontbreekt het ons in deze dagen. Maar er is nog een andere afwezigheid die we in deze dagen hebben leren kennen en deze is niet minder belangrijk. Zo kregen we niet eens de kans om de diensten van het Heil te vieren. Zo was het ons niet veroorloofd om in de context van angst en onzekerheid tijdens de gewijde driedaagse samen de liturgie van onze heilsbestemming te vieren. Het heeft ons nog bewuster gemaakt van onze broosheid en van onze limieten.

De laatste dagen is het ons inderdaad duidelijk geworden waar onze kwetsbaarheid ligt en op welke punten onze sociale en institutionele structuren dreigen te falen. Geraakt in datgene wat ons het dierbaarst is, hebben we moeten vaststellen dat de menselijke vindingrijkheid, hoe accuraat en ontwikkeld die ook moge zijn, helemaal niet garant staat voor ons welzijn. Eens te meer rijzen in ons hart de grote vragen op omtrent leven en dood, omtrent wie of wat wij als mens precies wel zijn. Wij hebben begrepen dat het woord “welzijn” niet enkel is verbonden met de wetenschappelijke mogelijkheid om de grote problemen van het ogenblik op te lossen. Ons heil is in essentie verbonden met het mysterie dat in de menselijke natuur huist en dat we nooit helemaal zullen beheersen. Daarom viel de onmogelijkheid om in deze dagen de mysteries van ons heil te vieren, ons nog veel zwaarder. Voor ons is dit mysterie immers niet zomaar een onoplosbaar enigma. Ons welzijn, het heil is niet zomaar een vage hersenschim. Het mysterie van het heil heeft bij ons een naam, « Christus, uit de dood verrezen” die “niet meer zal sterven en over wie de dood geen macht meer heeft” (Rom 6, 9). Hij die nu “zit aan de rechterhand van God” (Col 3, 1). Tijdens deze Heilige Dagen vieren wij nu precies dit mysterie en mogen wij dit persoonlijk ervaren. Op Pasen dringt Christus binnen in ons armzalig bestaan en Hij verlicht dit met een totaal nieuw licht. Op dit moment voelen we een sterke drang om ons verlangen naar het gemeenschappelijk heil uit te schreeuwen. En nu worden we hier precies in verhinderd. Op die manier realiseren wij ons heel sterk het gemis om de christelijke Liefde die elke dood overstijgt, te vieren. Natuurlijk weten wij dat Hij de Verrijzenis en het Leven is en dat al wie in Hem gelooft toch zal leven, ook al is hij gestorven. Wij weten dat al wie leeft en in Hem gelooft, in eeuwigheid niet zal sterven (cfr. Joh 11, 25-26). En toch, in deze tijd van grote eenzaamheid en enorme moeilijkheden maken wij de woorden die Marta tot Jezus spreekt, steeds meer tot de onze: “Heer, indien U hier was geweest, dan zou mijn broer niet gestorven zijn” (Joh 11, 21). Hoe zwaar weegt ons deze eenzaamheid niet. Hoe moeilijk valt het ons niet om ons door Hem langs onbekende wegen te laten leiden!

Welnu, hier, vlak voor het Lege Graf, willen wij het uitschreeuwen: “Heer, U hebt ons niet aan de dood overgeleverd.” Het graf is leeg. U bent niet langer in dit graf opgesloten, want wij weten dat U, Heer, leeft en hier bij ons bent. Uw Liefde is onze steun en verlicht ons bestaan. Uw Liefde versterkt onze hoop.

Dat is hetgeen wij heden vieren. Wij vieren niet enkel de triomf van het leven op de dood, maar wij gedenken vooral de Liefde van God. Hij niet wil enkel samen met ons sterven maar gaat de weg tot de dood omwille van ons. Dit offer zal ons ook over de dood heen met Hem meevoeren. God de Vader laat de mens Jezus in de dood niet in de steek, maar Hij redt Hem en geeft Hem het eeuwig leven. Tegelijk roept Hij ook ons op om van dit eeuwig leven deel uit te maken.

De evangelist Johannes begint de verhalen over de verrijzenis met een tijdsaanduiding: “De eerste dag van de week” (Joh 20, 1). Het is de eerste dag, het is een nieuwe start, het begin van een nieuwe schepping.

Op deze eerste dag van de nieuwe schepping begeven Maria Magdalena, Petrus en Johannes zich naar het graf. Maria had Petrus en Johannes hiertoe aangezet. Het waren mensen die iemand van hun naasten aan de dood hadden moeten prijs geven, die de dood hadden ontmoet. Zij dachten dat deze dood voor hen het einde van de tijden betekende, dat er voor hen nooit meer een nieuwe dag zou komen. Alle drie deden ze dezelfde dingen: ze gingen (vers 1), ze liepen (vers 4) en ze keken (verzen 6 en 8). Dit zijn werkwoorden voor mensen die ondanks alles toch zoekende zijn. Alleen beseffen ze nog niet goed waar ze nog op zoek naar zijn, want één zaak is voor hen hoe dan ook duidelijk: Jezus is dood en zij zouden Hem nooit meer terug zien.

Zij zien de doeken waarin Jezus begraven werd, maar zonder het lichaam dat daarin gewikkeld was. Jezus had deze daar achtergelaten. Hij was daar niet langer gevangen. De doeken waren de tekens van de macht van de dood en deze lagen daar opgeplooid. Zo waren ze een teken dat “de dood niet langer macht had over Hem”. En dank zij deze tekens kwamen zij tot begrip en tot geloof. “Tot dan hadden de leerlingen inderdaad niet beseft dat – volgens de Schriften – Jezus uit de doden moest opstaan” (Joh 20, 9). Dit werkwoord, deze aanduiding “Hij moest”, “Hij was verplicht” had Jezus gebruikt om de noodzaak van zijn lijden aan te duiden opdat de Schriften zouden vervuld worden. De evangelist gebruikt deze termen nu om over de verrijzenis te spreken.

De Schrift vertelt over Gods plan en over zijn Liefde voor de mens. De Schrift begint bij “de eerste dag van de week”, de week waarin God de wereld heeft geschapen. De Schrift getuigt dat Gods werk, dat Zijn Glorie, via een zachte vernauwing – net als bij de geboorte – tot vervulling moest komen. Dit alles brengt een nieuw leven tot stand. Het lijdensverhaal toont dus dat niets Gods Liefde kan weerhouden. De Schrift vertelt ons dat de dood, die ons vandaag zo nabij en zo pijnlijk lijkt, deel uitmaakt van datzelfde mysterie en geenszins het einde der tijden inluidt.

Er is iets dat echt veel sterker is dan de dood. In ons geloof is dit de plaats waar God tot de mens komt, de plaats waar Hij ons bezoekt en van waar Hij ons naar onze bestemming meevoert. Paradoxaal genoeg is dit precies ook de plaats waar we meer dan waar ook de kracht van Gods Liefde kunnen leren kennen, de plaats waar we Zijn trouw kunnen ervaren.

Maar net als de leerlingen hebben ook wij nood aan tekens die het Heil aankondigen, hebben we nood om het heil te kunnen aanraken. Wij moeten het kunnen ervaren. En wat kunnen heden de tekens zijn die van de verrijzenis getuigen? Wij staan hier voor het Lege Graf. Dit is ongetwijfeld een sterk teken. Maar waar zijn de opgeplooide linnen doeken? Wat vertelt het ons echt, net als de doeken tweeduizend jaar geleden, wat maakt het ons mogelijk te zien en te geloven dat Christus werkelijk is verrezen, dat Hij zich levend tussen ons bevindt? Waar zijn de tekens die ons hoop geven?

Vooreerst moeten handelen zoals beide leerlingen in het evangelie. We moeten hollen om degene die verrezen is, te zoeken. Wij zullen geen tekens vinden indien we die zelf niet gaan zoeken en we zullen diegene die verrezen is niet ontmoeten indien we onze kleine cenakels waarin we ons opsluiten niet willen verlaten. We moeten bereid zijn om onze menselijke zekerheden, onze aanmatigingen die voor onze redding in feite overbodig zijn, los te laten. Wij moeten gewoon snel rennen om Hem te vinden en Hem te ontmoeten. Alle andere inspanningen zullen tevergeefs zijn.

Waar kunnen we Hem ontmoeten? Welnu, overal waar een mens in alle vrijheid iets van zichzelf met een ander deelt, daar openbaart zich het heil. Overal waar iemand zich neerbuigt en een balsem legt op de wonden van een ander, herdenkt men de aanwezigheid van de levende Christus. Daar waar onze gemeenschap, waar de Kerk tussenkomt om een woord van troost en van hoop te spreken, daar voltrekt zich het wonder van de nieuwe schepping dat de verrezen Christus heeft ingezet. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is telkens wanneer wij met onze liefdeswerken en onze bereidheid tot geven aan ons leven zin en perspectief geven. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is telkens wanneer wij door concrete daden en acties getuigen dat het leven zin en betekenis heeft. Wij verkondigen dat de verrezen Christus onze hoop is indien wij ons voor genegenheid en liefde open stellen en wanneer onze daden en onze werken aan Zijn Liefde worden opgedragen en niet aan onze eigen hoogmoed ontspruiten.

Wij laten ons te veel door onze angsten bepalen en zijn te bevreesd door alles wat nu gebeurt. Maar eigenlijk is het onze plicht om luidop te schreeuwen dat noch enige nood, noch de angst, noch vervolging, noch de honger, noch de armoede, of welk gevaar dan ook ons van de Liefde van Christus kan verwijderen. Al deze zaken kunnen we aan, we kunnen dit alles, ja zelfs de dood, gerust overwinnen en niets van dat alles zal ons ooit van Hem kunnen vervreemden (Rom 8, 35-37).

Wanneer we er echt zullen naar zoeken, zullen we de tekens van Zijn aanwezigheid ontdekken. Want overal in de wereld verlaten ook vandaag nog mannen en vrouwen hun cenakel, breken uit hun besloten wereldje om hun brood in liefde met iedereen te delen. Laten we dit brood ook voor onze gemeenschap, ja ook voor onszelf vragen, omdat ook wij ons te vaak op onszelf terugplooien en ons in ons eigen cenakel opsluiten. Laten we bidden om genade en om kracht zodat wij onze ogen kunnen opslaan en de tekens van de Verrezen Heer herkennen.

Zijn wij in staat om dit alles zelf te geloven? Zijn wij ervan overtuigd dat de verrezen Christus in ons en in onze gemeenschap leeft? Zijn wij ervan overtuigd dat zijn vergevingsgezindheid en zijn barmhartigheid weet door te dringen tot in de diepste plooien van onze zondigheid? Geloven wij dat Zijn grenzeloze Liefde zelfs onze persoonlijke en collectieve ontrouw en ons verraad zal overstijgen? Ervaren wij dit alles wel voldoende?

Het geloof veegt geenszins het dramatisch karakter van het bestaan onder de mat, maar het opent wel onze ogen en ons hart voor enig perspectief op het heil, op het eeuwig leven, op fundamenteel geluk. Dat is precies wat wij bij het Paasfeest vieren. Dat het wijd open graf van Christus bijgevolg ook ons eigen graf mag openbreken!

Dat is hetgeen wij voor heel de Kerk en voor elke mens in het bijzonder vragen.

+Pierbattista Pizzaballa
Apostolische Administrator

vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Nieuws over het Heilig Land

Agenda
mei 2020 :

Niets voor deze maand

april 2020 | juni 2020

newsletter