Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Het-Trinitaristisch-geloof
        Het Trinitaristisch geloof

Het Trinitaristisch geloof


Wanneer we het over ons verblijf hebben, dan denken we niet zozeer aan ons huis en aan de vier muren waartussen wij ons bevinden. We denken evenmin aan diegenen die er wonen: ons vader, ons moeder, onze broers en zussen. Was je al ooit eens in een plaats waar niemand op je wacht? Heeft een leven in de leegte tussen vier muren wel enige zin? Welnu, heeft leven in een leegte zonder geloof dan wel zin? Het Trinitaristisch geloof, het geloof vanuit de Drie-Eenheid, hebben wij via het Sacrament van het Doopsel ontvangen. Dit voert ons binnen in de grote familie. Ik geloof in God de Vader, in onze Heer Jezus Christus en in de Heilige Geest, de Vertrooster. We hebben het hier niet over een theorie, maar over Personen. Maar dit is inderdaad niet gemakkelijk te bevatten.

Het gebaar van het kruisteken wordt zo vaak heel onbewust gesteld, soms zelfs vanuit een bijgelovige reflex, maar soms evengoed vanuit een diepe overtuiging. Maar waarvan is men dan overtuigd? Het antwoord op die vraag voert ons naar de kern van het doopselgeloof. Dit is inderdaad de eerste vraag die een gedoopte wordt gesteld: “Wat richt je nu precies in de Kerk van God allemaal uit? Wat zoek je daar?”

Wie de kern van een vraag raakt, treedt meteen binnen in de elementaire vraag naar het waarom. En onze vragen zijn talrijk. Maar hier betreft het niet zomaar een louter menselijke vraag, maar gaat het eerder om een “bovennatuurlijke” kwestie. En toch weet ze ons te raken. Wanneer ik mezelf tevreden stel met hetgeen men mij over het geloof vertelt, dan is de zaak meteen gesloten. Maar wanneer men een gebouw met een “sprekend” uiterlijk bekijkt, houdt dit dan ook in dat men de schoonheid van het interieur kent? Aanvaarden dat er een God bestaat, betekent dit ook dat men die God kent? De deur naar het antwoord op zo’n wijze openen dat wij maar eventjes een glimp krijgen van het Godsmysterie zal ons niet veel verder helpen, zeker niet wanneer men in gezelschap verkeert en nog veel minder wanneer ons gezelschap in dit huis thuis hoort en ons alleen maar op de zo gekende en geëigende manier toespreekt. Men kan natuurlijk wel over God schrijven, maar dat is toch nog iets anders dan Hem kennen en Hem ontmoeten.

Onze gids op weg naar deze mysterieuze ontmoeting, is Jezus zelf. Hij laat ons toe om tegelijk de kennis omtrent God en de ontmoeting met de Vader te kunnen ervaren. Wellicht hadden we nooit durven dromen om op dergelijke manier geïntroduceerd te worden. Zoveel mensen hebben ons immers van alles over de Heilige Drievuldigheid te vertellen. Het is een leerboek in de studie van de theologie en in de theologische universiteiten is het een verplicht kennisonderdeel. Ook de kerkvaders en de theologen hebben hierover boeken vol geschreven en ook deze worden bestudeerd. Wat ik hierover dus wil zeggen of meedelen, betekent wellicht niet zóveel of is misschien zelfs onhandig geformuleerd. Maar toch geniet de bron waaraan dit alles is ontleend de opperste autoriteit, met name Christus zelf.

Het is inderdaad Christus die ons de innerlijke en waarachtige natuur van God onthult, waar wij, menselijke wezens mee te maken krijgen: God is Liefde, God is Leven. God is een Gemeenschap van Personen. Het leven van God is niet dat van een eenzaam wezen dat in zichzelf besloten leeft. Zijn wezen is drievoudig, het is de Drievuldigheid. Zijn wezen is gemeenschap en het staat open naar buiten toe. Het is – om het zo te zeggen – de woonplaats van de Vader (de term is ontleend naar analogie met de menselijke natuur), van de Zoon die de gezegende naam Jezus draagt, en van de Verlosser, dit wil zeggen de Heilige Geest, Hij die het leven geeft.

Reflecteren over de Heilige Drievuldigheid is geen spreken in termen van rekenkundige formules of algoritmen, evenmin over een postulaat uit het christelijk geloof, het is een verwijzen naar ons leven in God die zich laat kennen. God liet zich kennen als een stem over het water van de Jordaan. Het was de stem van de Vader die weerklonk wanneer Jezus in onze wereld werd opgenomen en die Hij als Zijn Zoon kenbaar maakte. God vraagt ons in Zijn Zoon te geloven: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind.” (Mt 3, 17). Op Zijn beurt roept Jezus tot de Vader: “Abba, Vader” (Mc 14, 36). Dit is de uitdrukking van een familieband in een “natuurlijk” relatie. Deze mededeling vinden we eveneens terug in het geweldige gebed: “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde” (Mt 11, 25), een aanroeping waarin Jezus verklaart dat niemand anders de Vader kan kennen dan de Zoon die de Vader openbaart.

Maar gaat het hier enkel om een openbaring? Filippus, de nieuwsgierige en attente leerling, vriend van Nathaneël, vraagt met aandrang aan de Meester de betekenis van de band met Zijn Vader: “Waarom spreek Je zo vaak over de Vader,” zegt hij, “laat ons de Vader zien, dan zijn wij tevreden” (Joh 14, 8).Gaat het hier om ongeduld of om de behoefte om te begrijpen?

Wie in twijfel verkeert, is iemand die in de mist ronddwaalt en poogt eruit te geraken. Maar het getuigt van stoutmoedigheid om zoals Mozes de Shekinà, de heilige tent, binnen te gaan. Daar bevond hij zich in de aanwezigheid van de Allerhoogste die tussen Mozes en het volk een wolk liet nederdalen. Daar sprak de Heer tot hem (cfr. Ex 33, 7-11). Mozes voelde zich zodoende beschermd, zoals in de holte van een rots, of nog beter, in de palm van een liefdevolle hand (cfr. Ex 33, 21-23).

Jezus gaf Filippus als antwoord: “Ik ben al zolang bij jullie, Filippus, en je hebt Me nog niet leren kennen?. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan nog zeggen: ‘Laat ons de Vader zien?’ Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij? (Joh 14, 9-10). Geloof je niet dat Ik u uit Liefde heb gekozen, dat uw leven mij dierbaar is, dat de melaatse die bijna genezen is zich in het hart van Gods Barmhartigheid bevindt, dat God niet onverschillig blijft bij de tranen van een vader en een moeder? “Geloof Me toch: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij” (Joh 14, 11); de werken die ik verricht, zijn ook die van Hem.

Op dat moment, indien we ons nog wat dieper in het goddelijke leven laten begeleiden, horen wij hoe Jezus ons ook spreekt over een “gift”, of beter nog, over diegene die Hij naar ons zal sturen: “voor jullie eigen bestwil moet Ik weggaan; doe Ik dit niet, dan zal de helper niet tot jullie komen” (Joh 16, 7). Deze Persoon heeft dus een naam, de Vertrooster, die Jezus naar de ontluikende Kerk stuurt. De apostelen leerden Hem goed kennen, want Hij zou de dag van Pinksteren komen. Hij kwam als een vuur en Hij ontstak in hen het vuur van de waarheid. Hij zou voor hen een metgezel zijn, een actieve en heiligende kracht die hen zou bezielen. Zo konden zij demonen bevechten, zieken genezen, het Woord van Jezus verkondigen, de vervolgden ondersteunen. Zij konden van dan af aan zonden vergeven, onderwijzen en bidden. Ze droegen in zich dezelfde kracht als de Verrezen Heer. Zij vormden de eerste Gemeenschap van gelovigen, de Kerk, om het Rijk Gods te verkondigen en zij voelden voortdurend de eenheid vormende aanwezigheid van de Vertrooster. Zij handelden in de kracht van de Geest die de passen van de Kerk zou leiden en bezielen. Dit besef gaf hen de zekerheid dat zij door een goddelijk aanwezigheid vergezeld werden. De Apostel Paulus stelde duidelijk dat in het geloof “de Geest zelf het getuigenis van onze geest bevestigt dat wij kinderen van God zijn… erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus” (Rom 8, 16-17). God vergezelt eveneens de geschiedenis en blijft nooit onverschillig voor menselijke fouten zoals oorlogen, haat, discriminatie, egoïsme, uitsluiting of het plunderen van de schepping.

De Kerk is dus in de Drie-Eenheid ontstaan, als Volk van de Vader, het Lichaam van Christus en de Tempel van de Heilige Geest. De Vader is hiervan de architect, Jezus als nederige Zoon is de arbeider van de Vader en de Heilige Geest is de waarborg dat de Kerk voor altijd in de Waarheid zal bestaan die door Christus wordt gedragen.

Op een keer vertelde mij een kind tijdens de catechese dat het niet begreep wat de Drievuldigheid betekende. Ik nam drie afzonderlijke kaarsen, stak die aan en bracht ze samen. De drie kleine vlammetjes werden één onverdeelde vlam. Daarna nam ik hen weer uit mekaar en we kregen opnieuw drie aparte vlammen met elk eenzelfde licht, een zelfde warmte en eenzelfde energie. Eenmaal opnieuw verenigd, vormden ze weer die éne vlam, dat éne licht, die éne warmte. En de jongen zei me dat hij het begrepen had. Dit voorbeeld volstond dus blijkbaar.

God overstijgt als in een wervelwind alle menselijke rede en laat ons binnetreden in Zijn leven. Uit dit leven zijn wij voortgekomen, naar dit leven zullen wij ook terugkeren. De Drie-Eenheid is een énige God die ons toebehoort want hij is onze goddelijke familie, ons gastvrij en eeuwige huis.

Fernando Kardinaal Filoni,
Grootmeester

vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

newsletter