Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Welke-toekomst-wacht-de-aanwezigheid-van-de-christenen-in-het-Heilig-Land
      Welke toekomst wacht de aanwezigheid van de christenen in het Heilig (...)

Welke toekomst wacht de aanwezigheid van de christenen in het Heilig Land

BRUSSEL - Op 15 oktober 2016 vierde de Belgische Landscommanderij van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem haar jaarlijks feest ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Palestina. Bij die gelegenheid was Mgr. Shomali, Hulpbisschop van Jeruzalem, in Brussel te gast. Hij hield er een boeiend referaat over zijn visie op de toekomst van de christen aanwezigheid in het Heilig Land. Hieronder brengen wij in extenso de inhoud van zijn toespraak.


Zijne Excellentie Mgr. Kockerols, hulpbisschop van Brussel,
Zijne Excellentie Jean-Pierre Fierens, Landscommandeur en leden van de Raad van de Landscommanderij,
Waarde Ridders en Dames van de Belgische Landscommanderij.

Ik wil u van harte danken voor uw uitnodiging om hier aanwezig te zijn. Ik ben ten zeerste verheugd u hier in Brussel te kunnen toespreken over de toekomst van de christenen in het Heilig Land, en ik wil graag mijn getuigenis in het geheel van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten plaatsen.
Ik wil van deze gelegenheid ook gebruik maken om mijn dank uit te spreken voor uw recente pelgrimstocht naar Jeruzalem en voor uw permanente steun aan onze christen gemeenschappen in het Heilig Land. De Heer weze gezegend om de harmonieuze samenwerking onder de Ridders en Dames van de Landscommanderij in de drie Belgische regio’s, met name de Vlaamse, Waalse en Brusselse regio. Dit is een mooi teken van evangelische eenheid, een voorbeeld voor de andere landscommanderijen en kan tevens voor het Heilig Land als voorbeeld dienen waar politieke, godsdienstige en religieuze verdeeldheid heerst.
Laat mij toe u hier ook de groeten over te brengen vanwege de nieuwe Apostolische Administrator van het Latijns Patriarchaat, Mgr. Pierbattista Pizzaballa. Ik mocht in Bergamo de ontroerende plechtigheid van zijn bisschopswijding bijwonen en daar hebben we samen gebeden voor het welslagen van de opdracht die hem door de Heilige Vader werd toevertrouwd,. Wij wensen hem dan ook alle succes toe in zijn functie.
Als Apostolische Administrator geniet hij alle rechten, maar draagt hij tevens alle plichten van de patriarch. De Heilige Vader vertrouwt hem de vorming van de seminaristen en priesters toe, alsook de volledige diocesane administratie. Zo staat hij bijvoorbeeld in voor het oplossen van de problemen die met de bouw van de Amerikaanse universiteit van Madaba in Jordanië gepaard gaan. De Latijnse patriarch heeft aanzienlijke leningen voor dit project aangegaan en we kunnen niet om het feit heen dat het beheer niet altijd even goed is verlopen en dat er soms ondoordachte beslissingen zijn genomen. De tussenkomst van de Heilige Stoel om in dat verband de Johannes de Doper Stichting op te richten, biedt ons wel enig uitzicht op een oplossing voor deze crisis. Om dit alles zijn we ten zeerste erkentelijk.
Ondanks de vele problemen boekt deze katholieke universiteit toch een gestage vooruitgang. Begin van de maand had onder het voorzitterschap van onze Grootmeester Kardinaal O’Brien de tweede diploma-uitreiking plaats. De universiteit telt momenteel zeven faculteiten en negentien departementen, waaronder deze voor burgerlijk ingenieur, mechanica en elektriciteit, biotechnologie, farmacie, financieel beheer, verzekeringswezen en architectuur. De Amerikaanse universiteit heeft net geen 2.000 ingeschreven studenten en weet zich onder de beste universiteiten van Jordanië te klasseren.
Maar na deze korte inleiding wil ik toch tot het eigenlijk onderwerp van mijn betoog komen. Het betreft een eenvoudige vraag die op zich misschien wel wat aanmatigend kan klinken, maar waarvan het antwoord desalniettemin bijzonder grote uitdagingen inhoudt.

Wat is de toekomst van de christen aanwezigheid in het Heilig Land?

Deze vraag betreft de christen aanwezigheid in de eerste 30, 40 à 50 jaar. Zullen we deze tijd overleven of zullen we simpelweg verdwijnen, zoals dit door een respectabel aantal auteurs wordt gesteld? De vraag is essentieel en het is ontegensprekelijk zo dat een blijvende aanwezigheid van christenen in het Heilig Land evenzeer afhankelijk is van de lotsbestemming van hun broeders en zusters in de naburige Arabische landen.
In zijn boek “Leven en dood van de Oosterse christenen” (1994) stelt historicus Jean-Pierre Valognes de vraag: “Zullen er in het derde millennium in het Oosten nog wel christenen zijn? Zonder twijfel, maar ze zullen niet langer van tel zijn. Buiten het steunpunt Libanon, waar ze nog met opgeheven hoofd kunnen leven, staat er hen elders niets anders te doen dan zich naar de heersende normen te schikken en moeten ze om te overleven, stoppen met zich als christenen te gedragen. Een van de langst durende gevechten uit de geschiedenis lijkt wel zo goed als verloren.” “Zal het Midden-Oosten, waarvan het welzijn steeds nauw met de vruchtbare mengeling van religies en volkeren verbonden was, eerlang een geüniformiseerde aanblik krijgen? Het is best mogelijk dat deze regio, die gedurende twee millennia het centrum van de wereld was, uiteindelijk in volkomen steriliteit zal vervallen.”
In zijn boek “De la Sainte Montagne” beschrijft Journalist William Dalrymple zijn tocht onder de christenen van het Midden-Oosten. Hij heft hierbij een klaaglied aan over het Oosters christendom dat op het punt staat te verdwijnen, met inbegrip van de christen gemeenschap in het Heilig Land.
Charles Sennott, auteur van “Le Corps et le Sang: chrétiens en train de disparaître au Moyen-Orient et les chances de la paix”, oppert in dit boek: “De finale ineenstorting van het Palestijnse christendom lijkt nakend te zijn. In een parochie in Jeruzalem zijn nu reeds te weinig christenen om bij een uitvaart de lijkkist te dragen. De teloorgang lijkt onomkeerbaar.”
Enkele vaststellingen op het terrein verantwoorden deze vrees. Ziehier enkele voorbeelden die aantonen dat het christendom onder de schrijnende toestanden en de heersende vervolging zwaar te lijden krijgt. Meer dan anderhalf miljoen christenen hebben de Armeense genocide in de vorige eeuw niet overleefd. Irak verloor een miljoen Chaldese christenen na de Amerikaanse invasie naar aanleiding van het groeiend soennietisch fundamentalisme en de opgang van IS. Syrië verloor het merendeel van zijn christen bevolking ten gevolge van de huidige burgeroorlog. Ook al bestaan er geen betrouwbare statistieken ter zake, toch is het duidelijk dat van de 2 miljoen christenen die 10 jaar geleden nog in Syrië leefden er nog amper een kwetsbare minderheid overblijft en wij staan volkomen machteloos ten aanzien van hun panische angst. Het enige wat we voor hen kunnen doen, is hen als vluchtelingen ter hulp komen. Libanon verloor vóór, tijdens en na de 15 jaar durende burgeroorlog eveneens duizenden christenen.
De migratie van Palestijnse christenen begon reeds in het begin van de 20ste eeuw en bereikte tijdens de Nakba, de ramp in 1948, een hoogtepunt. 70% van de Palestijnse christenen sloegen op de vlucht of werden uit hun ouderlijke woning verjaagd. Sommigen trokken naar vreemde regionen, anderen werden in vluchtelingenkampen ondergebracht. Een tweede exodus speelde zich tijdens de Zesdaagse Oorlog af. Toen sloegen opnieuw 18.000 christen mannen, vrouwen en kinderen op de vlucht. Nog anderen verlieten hun land bij de Tweede Intifada in het jaar 2000. Vandaag vertegenwoordigen de Palestijnse christenen nog amper 2% van de populatie van Israël en Palestina. Er wonen méér christenen uit Jeruzalem in Sydney dan er in Jeruzalem zelf zijn achtergebleven en er verblijven twintig keer meer christenen uit Bethlehem in Chili dan in Bethlehem. In werkelijkheid leeft er ongeveer een miljoen Palestijnse christenen in de diaspora. Ze leven in Zuid-Amerika, in de Verenigde Staten, in Canada en in Australië. Slechts een vijfde van dit aantal leeft nog in het Heilig Land.

Hoe kunnen we de toekomst van de christenen in het Heilig Land tegemoet zien?

De overlevingskans van de christen gemeenschap is van verschillende factoren afhankelijk. Sommige kunnen we als interne factoren beschouwen en worden door de christenen zelf bepaald. Andere zijn meer van externe aangelegenheden afhankelijk.

I. Interne Factoren

1° Het godsdienstonderricht
Er is een fundamentele nood om het geloof van onze christenen te versterken en te verdiepen. Zij moeten immers het belang van hun aanwezigheid in dit land inzien en het feit dat ze hier kunnen en mogen leven als een zegen, een voorrecht en een vorm van roeping beschouwen.
Op de plaats te mogen leven waar God omwille van ons heil is mens geworden, is als het ware een goddelijke opdracht. Dit moeten wij opnieuw erkennen. Om te verhinderen dat zij hun land van oorsprong zouden verlaten, volstaat het niet hen in huisvesting of werkgelegenheid te voorzien, al is dit ongetwijfeld nuttig en noodzakelijk. Maar boven dit alles hebben zij nood aan een sterk geloof. Een stevig, vurig en standvastig geloof stelt de christenen beter in staat om aan de zware uitdagingen en het ingewikkeld karakter van hun dagdagelijkse leven het hoofd te bieden. Het meest ingrijpende van de emigratie is het feit dat het precies de meest briljante geesten en de best opgeleide jongeren zijn die wegtrekken. Het zijn precies ook zij die zich in de Westerse landen het best en het snelst weten te integreren.
2° De solidariteit en het gemeenschapsgevoel
Onze christenen moeten opnieuw de waarde van een gemeenschap en van het solidair delen met elkaar ontdekken. Als voorbeeld hiervan geldt zeker de apostolische Kerk uit de eerste eeuw. Het is een waarde die zowel door de lokale christenen als door hen die geëmigreerd zijn, zou moeten worden erkend ten aanzien van hun broeders en zusters die ter plaatse zijn gebleven. Het is belangrijk dat allen leren hoe de beschikbare middelen als onderlinge steun onder elkaar kunnen worden gedeeld in plaats van simpelweg op de steun die van elders wordt aangereikt te blijven wachten.
3° De christen verscheurdheid overstijgen
Wij hebben zwaar te lijden onder onze interne verdeeldheid. Wij leven in een land dat voor de Paasdatum twee en voor Kerstmis drie kalenders hanteert. Onze heilige plaatsen kennen een lange geschiedenis van conflicten. Het is een traditie geworden dat de Grieks-Orthodoxen en de Armeniërs tweemaal per jaar zwaar met elkaar in discussie gaan. Ten einde de vrede onder de verschillende gemeenschappen te bewaren, stelden de Ottomanen in 1852 het regime van het status quo in om op die wijze botsingen te vermijden. Ondanks zijn eigen beperkingen en soms gekke absurditeiten is dit status quo heden nog steeds van kracht.
In weerwil van onze oude geschillen waait er heden toch stilaan een oecumenische wind tussen de verschillende Kerken. Het bezoek van de laatste vier pausen aan het Heilig Land, bracht toch een vriendelijker sfeer tot stand. Onze Kerken kwamen tot een akkoord om de luifel boven het Heilig Graf van Christus te laten restaureren en hebben de voorbereidende werken laten opstarten voor de restauratie van de Geboortekerk in Bethlehem, die zo haar oude luister zal herwinnen. Wij voelden ons ook aangenaam getroffen door de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het Grieks-Orthodox Patriarchaat van Jeruzalem bij de bisschopswijding van Mgr. Pizzaballa. Zijn toespraak aan de aartsbisschop en het overhandigen van een borstkruis als relatiegeschenk vanwege de Grieks-Orthodoxe Patriarch stonden beide symbool voor de vriendschap en de eensgezindheid tussen beide Kerken. Dergelijke zaken waren tot voor enkele jaren totaal ondenkbaar.
4° Openheid naar de Islam en het Judaïsme
Wij kunnen het bestaan van een zeker sektarisme in het Heilig Land niet ontkennen. Elke gemeenschap heeft de neiging om zich duidelijk van de anderen af te scheiden. De Oude Stad in Jeruzalem is in vier wijken opgedeeld: christenen, Armeniërs, Joden en moslims wonen er van elkaar gescheiden. De psychologische muren die ze tussen mekaar hebben opgetrokken, zijn hoger dan de fysieke muur die de Oude Stad omspant. Zelfs buiten de muren van de oude stad hebben de christenen de neiging om zich binnen eigen wijken of wooncomplexen te vestigen die ze als een eigen territorium beschouwen en opeisen. Deze tendens staat niet ver van een gettomentaliteit verwijderd.
Het gevoel van onbehagen komt voort uit het feit dat een eeuwenlang bestaan als minderheid beetje bij beetje een psychologische broosheid doet ontstaan, met een afnemend identiteitsgevoel en een neiging om zich steeds minder op openbare plaatsen te bewegen tot gevolg. Men gaat dan ook steeds meer om internationale bescherming vragen. Hier moeten we toch wijzen op het feit dat het probleem van de christen aanwezigheid niet enkel een kwantitatieve kwestie is, maar tevens een zaak van kwaliteitsvolle en inhoudelijke aanwezigheid betreft. In werkelijkheid wordt onze aanwezigheid niet zozeer door de statistieken bepaald, maar veeleer door onze dienstbaarheid aan en onze sociale impact op de samenleving. De katholieke Kerk beheert in het Heilig Land twee universiteiten, honderd katholieke scholen, twaalf hospitalen, talrijke klinieken en bejaardentehuizen en vele tehuizen waar pelgrims worden opgevangen en logies krijgen. Onze Caritas in Jordanië is bijzonder actief in het verstrekken van humanitaire hulp aan meer dan 50.000 Syrische vluchtelingen. Onze Caritas in Jeruzalem heeft een ruime waaier aan activiteiten zoals het verstrekken van kredieten voor mensen die bijvoorbeeld kleinschalige projecten willen opstarten.
Om nu deze gettomentaliteit te bestrijden, moeten we de interreligieuze dialoog aanwakkeren welke drie niveaus bestrijkt: de theologie, de ethiek en het existentiële.
Met de moslims delen we een gemeenschappelijke taal, geschiedenis, cultuur en een realiteit die we samen hebben overleefd. Maar de theologische dialoog blijft anderzijds zeer moeilijk. We kunnen met hen enkel godsdienstige en ethische waarden zoals de vasten, het gebed, de naastenliefde, de rechtvaardigheid, pelgrimstochten en het respect voor het leven bespreken. Wat de dagelijkse onderlinge relaties betreft, doen wij onze uiterste best om de christen- en moslimleerlingen in onze scholen te sensibiliseren om in onderling respect en vriendschap samen te leven. Ruim de helft van de leerlingen in onze scholen zijn moslim.
Daarbovenop moedigen wij onze christenen aan naar aanleiding van de islamitische feesten met elkaar wensen uit te wisselen, bij hun broeders op bezoek te gaan en elkaar behulpzaam te zijn. De dialoog moet zich immers niet enkel tot de intellectuelen beperken, maar zou alle lagen van de samenleving moeten doordringen.
Met de Joden zou de interreligieuze dialoog nog eenvoudiger moeten kunnen verlopen. We delen immers tal van gemeenschappelijke waarden en hulpbronnen. Denken we maar aan de Bijbel en de Bijbelse figuren, de Psalmen, de Tien Geboden en zoveel gemeenschappelijke ethische waarden zoals de menselijke waardigheid en het respect voor het leven. En er is nog meer, want Jezus was zelf een Jood en wij kunnen onze liturgie en onze christen feesten niet begrijpen zonder naar de feesten en plechtigheden van het Judaïsme uit de eerste eeuw te verwijzen.
De joods-christelijke dialoog heeft sinds het verschijnen van “Nostra Aetate” grote vorderingen gemaakt. Dit is de verklaring van Vaticanum II van zowat 52 jaar geleden over de relaties van de Kerk met de niet-christelijke godsdiensten. Deze dialoog leidde ondermeer tot de wederzijdse erkenning van de Heilige Stoel en Israël, tot het uitwisselen van ambassadeurs, tot de basisakkoorden tussen beide staten en de fiscale overeenkomst tussen beide die eerlang zal ondertekend worden.
Algemeen gesproken kunnen de joods-christenrelaties binnen Israël als zeer goed worden beschouwd. Tegelijk moeten we stellen dat de relaties tussen de Israëlische Joden en de christenen in de Palestijnse gebieden er als maar somberder op worden. De bezetting weegt hier immers zeer zwaar door. Het volstaat hiervoor te zien hoe duizenden Palestijnen dagelijks voorbij de check-points moeten en te zien welke vernederingen zij dan telkens moeten ondergaan, ook al behoren ze tot de “bevoorrechten” die een toestemming hebben weten te bemachtigen om naar Jeruzalem te gaan.
5° De steun van de Ridderorde van het Heilig Graf
De steun die het Patriarchaat van de Ridderorde van het Heilig Graf geniet, betekent niet meer of niet minder het voortbestaan van onze werkzaamheden op pastoraal, onderwijs en sociaal gebied. Wij kunnen nooit voldoende uitdrukking geven aan onze diepe dankbaarheid voor de onmetelijke steun en solidariteit die we van ieder van u, Ridders en Dames van de Ridderorde, mogen ontvagen. Zowat 165 jaar geleden hebben we samen een wedergeboorte meegemaakt en al die tijd stonden we zij aan zij om ons geloof te verdiepen en onze aanwezigheid in het Heilig Land te verzekeren.
De bescherming vanwege de Ridderorde heeft sedert de heroprichting van het Patriarchaat ongetwijfeld een sterke rol gespeeld in het verdedigen en het bestendigen van de christen aanwezigheid in het Heilig Land. Uw werk betekent een fundamenteel verschil voor ons leven. Daarvoor zijn we ten zeerste erkentelijk en u mag terecht fier zijn op de doeltreffendheid van uw werk in het ondersteunen van de katholieke Kerk in het Heilig land op het vlak van onderwijs en pastoraal, alsook op sociaal en humanitair gebied.
Naast de aangehaalde interne factoren, die heel sterk door de werking van de Orde en de lokale christenen zelf worden bepaald, zijn er ook externe factoren die even essentieel zijn voor ons overleven of voor onze teleurgang, misschien zelfs voor het feit dat we eventueel zouden verdwijnen.

II. Externe Factoren

1° Vrede en Veiligheid
Het is overbodig te stellen dat de onzekerheid, de onveiligheid en het feit van tien oorlogen in amper 80 jaar tijd belangrijke redenen zijn voor de emigratie van de christenen uit het Heilig Land. Bovenop de conflicten speelt dan ook nog eens de torenhoge werkloosheid, een rampzalige economie en een gevoel van machteloosheid. Onze jongeren zijn dan ook geneigd om het land te verlaten om elders een stabieler leven met grotere zekerheden op te bouwen.
Momenteel ligt hiervoor geen enkele oplossing in het verschiet. Integendeel, het veiligheidsproces is geblokkeerd. Wel is het zo dat de “Twee Staten Oplossing” door de buitenwereld is aanvaard, maar het verder zetten van de stichting van nieuwe kolonies in de bezette gebieden, maakt deze oplossing in de praktijk onmogelijk. Voor de erkenning van hun staat hebben de Palestijnen zich tot Veiligheidsraad gericht, maar daar botsten ze op het veto van de Amerikanen. Deze stellen immers dat men deze erkenning via onderhandelingen moet verwerven. De Israëli’s en de Palestijnen hebben deze onderhandelingen meermaals hervat, maar telkens zonder enig resultaat. Het heen-en-weer-gedoe tussen de Veiligheidsraad en de onderhandelingen herinnert ons aan het mythologische verhaal van Sisifus. Als straf was hij immers gedoemd om een enorme rotsblok telkens weer naar de top van de berg te duwen, om deze dan telkens weer te zien naar beneden rollen... Een straf zonder einde. Wij kunnen ons terecht afvragen of de Palestijnen eveneens tot zo’n lijdensweg zijn veroordeeld.
Om dergelijke vicieuze cirkel te doorbreken is er een bovennatuurlijke kracht nodig, een kracht die aan het geloof en de kracht van het gebed ontspruit. Psalm 122 vraagt ons om voor de vrede in Jeruzalem te bidden. Indien de Heer ons vraagt dit te doen, betekent dit dat het zijn bedoeling is om ons dan ook de vrede te schenken, ook al zou deze vanuit menselijk oogpunt onbereikbaar lijken. Onze God is inderdaad de Heer die het onmogelijke mogelijk maakt en Hij zal ons dan ook op een dag met de vrede verrassen, net zoals dit enkele jaren geleden, na jaren van conflicten, geweld en haat ook in Ierland is gebeurd. De val van de muur in Berlijn, de hereniging van de twee Duitslanden en de terugtocht van het communisme in Oost-Europa zijn evenzeer voorbeelden die aantonen hoe de Heer ons boven al onze verwachtingen heen kan verrassen. Maar niets van dit alles is mogelijk zonder volharding in gebed en geduld.
2° Godsdienstvrijheid en vrijheid van geweten
Godsdienstvrijheid betekent dat men vrij zijn geloof kan belijden en dat men kerken en scholen mag bouwen, het christelijk geloof mag onderwijzen en religieuze symbolen mag uitstallen. Onder gewetensvrijheid verstaan we de vrije keuze van de eigen godsdienst of de vrijheid om geen enkel geloof te belijden. De godsdienstvrijheid is in Jordanië, Palestina en Israël gewaarborgd. We kunnen kerken bouwen en scholen oprichten, we kunnen onze religieuze symbolen uitstallen en ons geloof in de scholen onderrichten, zelfs tot in de openbare scholen toe. Maar in de arabo-moslimwereld heerst er geen gewetensvrijheid behalve dan deze die bekering vanuit het christendom naar de islam toestaat. In het Midden-Oosten is er enkel gewetensvrijheid in Israël en in Libanon; in Noord-Afrika alleen in Tunesië.
Verder wijzen alle schoolse handboeken op de superioriteit van de Islam en negeren de christen aanwezigheid. In de geschiedenisboeken die nu in Palestina en Jordanië worden gebruikt, wordt de christen aanwezigheid gedurende de zeven eeuwen vóór de opkomst van de Islam compleet doodgezwegen. Diezelfde boeken geven onder invloed van de Koran een compleet fout beeld van het christendom. Dit mag uit volgend voorbeeld blijken. Een schoolboek dat recent in Palestina is verschenen, en dat in het 9de studiejaar (hetgeen overeenkomt met ons derde jaar secundair onderwijs) wordt gebruikt, stelt dat Jezus op miraculeuze wijze de komst van de profeet Mohammed als laatste der profeten heeft voorspeld. Deze stelling wordt onder de christen en moslimleerlingen officieel onderwezen.
3° Radicalisering van de Islam
De christenen hebben tal van redenen om bevreesd te zijn. Wij zijn verontrust door de opkomst van de militante Islam in het Midden-Oosten en wij vrezen dat onze positie in het Heilig Land met de tijd steeds meer bedreigd zal worden. Hamas en de Moslimbroeders staan een soort van politieke Islam voor. De polarisatie lijkt onomkeerbaar.
Toch is de situatie nog niet hoogst alarmerend vermits tal van leiders van de Fatahbeweging een lekenstaat voorstaan, waar alle burgers een gelijkwaardig statuut genieten. De christenen zijn nog vrij invloedrijk. We tellen negen christen burgemeesters in belangrijke steden, zes christen leden in de Wetgevende Vergadering op een totaal van 132, er zijn drie christen ministers op een totaal van 18. Dit betekent een vertegenwoordiging van ongeveer 17%, terwijl de christen bevolking amper 2% beslaat. Het gebeurt vaak dat de Ministers van Buitenlandse Zaken en Financiën christen zijn, om dan nog over het Ministerschap van Toerisme te zwijgen. Er wordt beweerd dat 25% van de Jordaanse financiën door christen zakenlui behartigd worden.
De Arabische christenen hebben steeds heel actief bijgedragen tot het culturele leven in hun land. Ze hebben zelfs de Arabische wereld voor extremisme en de vooroordelen van de politieke Islam behoed. Sedert de 19de eeuw speelden ze een essentiële rol in het invullen van de Arabische lekenidentiteit. Tal van Arabische christen mannen en vrouwen waren vermaarde politici, stichters van politieke partijen, denkers, schrijvers, dichters, vertalers en economisten. Edward Said, de meest invloedrijke hedendaagse intellectueel in de Arabische wereld, was eveneens een Palestijnse christen. Onder de grootste deskundigen inzake het Arabisch, toch wel de taal van de Koran, telt men heel wat christenen. Zo schreef de christen Rox al Uzeizi heel wat boeken die de grote rijkdom van het Arabisch wist aan te tonen en te verklaren. Samengevat kan men gerust stellen dat, indien de christenen blijven emigreren, de Arabische wereld steeds meer problemen zal ondervinden om zich tegen de radicale Islam te verdedigen.
De grote Franstalige dichter Salah Stétié, oud-ambassadeur van Libanon bij de Unesco die uit een soennietische familie stamt, publiceerde op 6 maart 2015 in de “Figaro” een pleidooi voor zijn christen Arabische landgenoten. “De christenen horen definitief in de Arabische wereld thuis, en ik smeek hen, op beide knieën indien dit nodig mocht zijn, om niet te vertrekken. Wat zouden wij, moslims, zonder hen, zonder hun aanwezigheid aanvangen. Zij zijn zo vaak voor de hele bevolking van deze regio synoniem van vooruitgang en dit op alle niveaus.” (een paragraaf geciteerd in “Penseurs réformistes musulmans et dialogue interreligieux, bulletin de l’Oeuvre d’Orient” 2016. P. 499)
We mogen niet echt van een godsdienstvervolging spreken in het Heilig Land, maar men kan evenmin stellen dat het religieus lidmaatschap geen gevolgen heeft voor het dagelijkse leven. Hiervan zijn tal van voorbeelden. Zo geldt ook bij de christenen de erfenisregeling volgens de Islamitische sharia waar een broer het dubbele van zijn zuster krijgt. Een christen man mag geen moslimvrouw huwen tenzij hij zich tot de Islam bekeert, maar daartegenover staat dat een jonge moslim wel een christen vrouw kan trouwen zonder dat hij zich tot het christendom bekeert. In Bethlehem en in Jeruzalem blijven de restaurants tijdens de Ramadan gesloten. Een christen die tijdens de vastenmaand erop betrapt wordt in de straten te roken of te eten, kan hiervoor gestraft worden. Vaak houden de vrijdagpredikanten in de moskeeën anti-christen toespraken.
Maar ondertussen beleven we recent toch ook de opkomst van bepaalde intellectuele moslims die verdraagzaamheid en gewetensvrijheid ondersteunen en aanmoedigen. Zij zien de invloed en de gevolgen van het religieus fundamentalisme en zijn geschokt door de religieuze oorlogen tussen sjiieten en soennieten. Hun commentaren verspreiden zich via de sociale media. Deze nieuwe ontwikkelingen stellen de moslimidentiteit zwaar op de proef.
Een klein aantal intellectuelen probeert de Koran op een meer gedifferentieerde wijze uit te leggen. Een Soedanees denker, Mahmoud Taha, die als gevolg van zijn progressieve ideeën werd vermoord, waagde het zelfs te stellen dat de soera’s of hoofdstukken uit de Koran die in Medina werden geschreven, dienen te worden gecontextualiseerd en niet zo maar in een moderne samenleving kunnen worden toegepast. Dergelijke uitspraak betekent een ware revolutie die toch een korte verklaring vraagt. De Medina-soera’s zijn bijzonder streng en beschouwen christenen als ongelovigen die, indien zij zich niet tot de Islam bekeren, recht naar de hel gaan. Volgens deze soera’s moeten de christenen zich ofwel bekeren, ofwel een “Jizyieh-taks” aan de moslims betalen ofwel door het zwaard te worden omgebracht. Het drama van deze kwestie is, dat deze hoofdstukken andere, meer verdraagzame en realistischer hoofdstukken die vanuit Mekka zijn geïnspireerd moeten teniet doen. Daarin worden de christenen als meer betrouwbaar voorgesteld. Deze nieuwe hermeneutiek van de Koran is compleet nieuw en kan als volkomen revolutionair worden beschouwd. Wie zich in de kwestie van de evolutie binnen de Islam verder wil verdiepen, kan hiervoor in het laatste bulletin van “l’oeuvre d’Orient” (2016, 494-502) terecht.
4° Westerse inmenging in de kwesties van het Midden-Oosten
Het is duidelijk dat de interventies van de Westerse landen in de binnenlandse aangelegenheden in het Midden-Oosten voor de christenen die daar leven funest is geweest. Laat mij toe twee voorbeelden in herinnering te brengen. Het eerste voorbeeld dateert uit de tijd van de Kruistochten. Zo waren de christenen tijdens de kruistochten heel wat talrijker dan de muzelmannen. Maar na de kruistochten nam de islamisering van de samenleving met rasse schreden toe en waren het de lokale christenen die de prijs van deze interventie zeer duur hebben betaald.
Het tweede voorbeeld is heel wat recenter en slaat op de Amerikaanse invasie in Irak in 2003. Deze oorlog heeft Irak compleet gedestabiliseerd. Hij heeft de ruimte gecreëerd die door Al Qaïda en IS werd ingevuld en heeft de broederoorlogen tussen sjiieten en soennieten in gang gezet. Zo werden de christenen midden deze chaotische situatie in de tang genomen, en werden het slachtoffer van beide opponenten. Zij voelden zich dan ook veel veiliger tijdens het bewind van Saddam dan daarna. Hetzelfde geldt nu ook voor Syrië. De Westerse tussenkomst om zich van President Assad te ontdoen, viel voor de christenen al even rampzalig uit. Tal van bisschoppen hebben hun voorbehoud uitgesproken tegen de militaire acties en er zelfs voor gepleit beide dictators ongemoeid te laten in de plaats van te pogen met geweld een onhaalbare vorm van Westerse democratie te installeren. Misschien was het veel wijzer om de Arabieren zelf hun interne kwesties te laten regelen, in de plaats van visieloos en onbedacht zelf tussen te komen. Wie het nieuws volgt, weet dat er niets goeds uit deze acties is voortgekomen.

Besluit

Het besluit is klaar: de toekomst van de Arabische christenen in het Midden-Oosten is zeer onzeker. Vóór de Arabische Lente genoten de christenen van een relatief gunstige en stabiele situatie in hun land van oorsprong. De toenmalige regimes betekenden voor hen een zekere stabiliteit en een gewaarborgde bescherming. De christenen hadden zelfs een doeltreffende vertegenwoordiging in de schoot van de regeringen. De voorbije jaren kenden de Arabische gemeenschappen evenwel onverwachte ingrijpende veranderingen, met stuk voor stuk zeer negatieve gevolgen voor de christenen.
Het is belangrijk te stellen dat de Arabische christenen zich niet zomaar in de externe factoren moeten schikken, maar dat ze vooral de interne factoren moeten aanpakken. Deze hebben ze immers zelf in handen. Zij moeten alle noodzakelijke krachten ontplooien om hun geloof te verdiepen, om de interreligieuze dialoog te herstellen, om de openheid ten aanzien van de anderen te bewaren, om te werken en om zich zichtbaar aanwezig in de culturele en economische sectoren van hun land van oorsprong op te stellen.
Toch mag men niet denken dat de christenen in het Midden-Oosten op basis van de interne factoren in staat zullen zijn om hun aanwezigheid in het Heilig Land te handhaven. Het is van primordiaal belang dat het politieke en religieuze landschap een omslag maakt naar meer stabiliteit. De Islam moet het radicalisme bestrijden en moet de christen minderheid meer in de samenleving inpassen. Bovendien moet, voor wat het Heilig Land betreft, het politiek conflict tussen de Palestijnen en de Israëli’s dringend worden opgelost, zoniet zullen de Arabische christenen op elk belangrijk moment in hun leven zich voor de verleiding geplaatst weten om te emigreren.
De hier geponeerde ideeën, zoals bijvoorbeeld de alarmerende percentages, lijken te bevestigen dat de christenen op het punt staan om uit het Midden-Oosten te verdwijnen. Maar dat is niet onze visie en zeker niet onze intentie. Wij weigeren om aan dit pessimisme toe te geven. Integendeel. De cijfers en statistische gegevens in absolute cijfers uitgedrukt nodigen ons uit optimistisch te zijn. In Jordanië, Palestina en Israël leven er ongeveer 400.000 Arabisch sprekende christenen. Dit zijn er heel wat meer dan twee eeuwen geleden. Bovendien moeten we hier in onze geglobaliseerde wereld ook oog hebben voor een nieuw gegeven dat eveneens voor het Heilig Land van toepassing is. Zo komen er ook in het Heilig Land steeds meer medewerkers vanuit verschillende Aziatische landen en krijgen ook wij tal van asielaanvragen vanuit Afrika. Het merendeel hiervan betreft christenen. Ze zijn met meer dan 200.000 in Israël en met ongeveer 50.000 in Jordanië. De pastorale zorg voor deze mensen wordt aan ons toevertrouwd. Zo ziet u dat onze Moeder de Heilige Kerk nog steeds heel levend blijft en haar zending blijft vervullen, mede dank zij de niet aflatende steun die we van u mogen ontvangen.
Als besluit wil ik dan ook onze initiële vraag zonder enige terughoudendheid beantwoorden: Zal er in de komende decennia nog een substantieel aantal christenen in het Heilig Land aanwezig zijn?
Mijn antwoord is onomwonden “ja”! Er zal een substantieel aantal aanwezig blijven en het leven in de heilige plaatsen zal blijven zijn vertrouwde gang gaan. Zelfs als het percentage christenen zou slinken, zullen zij volhouden. Het zijn immers ook niet zozeer de getallen die ons moeten bezig houden, maar wel de kwaliteit van onze christenen die het resultaat is van een goede opvoeding en vooral van een doorleefd overtuigd geloof, een geloof dat ook weet te overtuigen en dat zijn invloed en kracht zal blijven verspreiden. Het Heilig Land heeft nood zo’n overtuigde christenen. Hùn uitstraling zal zoveel sterker zijn dan deze van een talrijker groep die minder overtuigd is.
Beste Ridders en Dames, zolang er in het Heilig Land christenen zullen zijn, zullen wij onophoudelijk nood hebben aan uw steun en uw solidariteit, die ons mee de kracht zal geven om in het Heilig Land te blijven en daar onze invloed blijvend te verspreiden.

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?

Om je gebruikersafbeelding bij je bericht te tonen moet je je eerst registreren opgravatar.com (gratuit et indolore). Vergeet niet om hier je e-mailadres te vermelden.

Vul hier je commentaar in
  • In dit formulier kun je de SPIP-codes [->url] {{vet}} {cursief} <quote> <code> en HTML code <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.

Agenda
Juni 2017 :

Niets voor deze maand

Mei 2017 | Juli 2017

newsletter