Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Wanneer-de-archeologie-de-wreedheid-van-een-Hasmonese-vorst-bloot-legt
      Wanneer de archeologie de wreedheid van een Hasmonese vorst bloot (...)

Wanneer de archeologie de wreedheid van een Hasmonese vorst bloot legt

Archeologen hebben bewijzen gevonden van massa-executies die ten tijde van de Hasmonese vorst Alexander Jannee in Jeruzalem hebben plaats gehad. Deze afschuwelijke ontdekking werpt enig licht op het leven in Jeruzalem tijdens de 1ste eeuw voor Christus.


“Wij hebben uit een put meer dan twintig halswervels opgegraven die door middel van een zwaard waren doorkliefd,” getuigde Yossi Nagar in de Times of Israël. Dhr. Nagar is antropoloog bij het Bestuur van Oudheidkundige vondsten in Israël (AAI). Deze bewijzen van onthoofdingen geven een beeld van de gewelddadige terechtstellingen die ruim 2000 jaar geleden in Jeruzalem hebben plaats gehad. De website van de Amis de l’Autorité des Antiquités d’Israël (AAI) vermeldt inderdaad dat Kfir Arbib die de opgravingen in opdracht van de AAI leidt, in een waterput uit de 1ste en 2de eeuw vóór onze tijdrekening, aardewerk heeft gevonden die deze theorie ondersteunt. Volgens deze hypothese zouden de menselijke resten die teruggevonden werden, overblijfselen zijn van Joden die het slachtoffer waren van de tirannie van koning Alexander Jannee die tussen 103 en 76 vr. Chr. aan de macht was.

De opgravingen gebeurden door een groep Russen in een aangrenzende tuin van het stadhuis van Jeruzalem. De resultaten van dit onderzoek werden meegedeeld naar aanleiding van de 12de editie van de jaarlijkse conferentie van de nieuwe archeologische studies in Jeruzalem en de omliggende regio. De conferentie had plaats op 11 oktober l.l. in de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem.

Het is in een oude waterput die in de 1ste eeuw vr. Chr. dienst deed als publieke afvoerput, dat de resten van de lichamen werden ontdekt. Sommige lichamen werden in hun geheel in de put geworpen, andere waren uiteen gereten. Het ging om restanten van zowel mannen als van vrouwen, zowel van baby’s en kinderen als van volwassenen. Nadat ze destijds in de put werden gegooid, werden ze met as, met stenen en met rotsen bedekt. De opgravingen hebben eveneens restanten van embryo’s bloot gelegd. Dit wijst erop dat evengoed zwangere vrouwen het slachtoffer werden van de collectieve terechtstellingen.

Hoe griezelig deze ontdekking ook moge zijn, ze werpen hoe dan ook een licht op het leven in Jeruzalem ten tijde van het bewind van Alexander Jannee, een succesvolle vorst van Juda. Het was een man van de strijd die gekend was omwille van zijn ijzeren vuist en de gruwelijkheden ten aanzien van zijn Joodse rivalen. Hij regeerde gedurende een periode van 27 jaar in de 1ste eeuw voor Christus, was de derde zoon van Jan Hyrcan I, de stichter van de dynastie van de Hasmoneeën en fungeerde tegelijk ook als hogepriester in de Tweede Tempel. Op die wijze wist hij zowel de koninklijke als de priesterlijke macht in zich te verenigen, dit tot grote ergernis van de farizeeën.

Een griezelig banket

Tijdens zijn bewind voerde de koning-hogepriester tal van oorlogen om zo het rijk van de Hasmoneeën omwille van economische en politieke redenen uit te breiden. Bij zijn dood was het koninkrijk heel machtig en besloeg het de grootste oppervlakte ooit in de geschiedenis. Hij kreeg voortdurend met opeenvolgende opstanden in het hart van zijn rijk af te rekenen, maar wist deze telkens te onderdrukken. In “De Oude Geschiedenis van de Joden” (Boek 13: 372-376) vertelt Jozef Flavius dat in 96 vr. Chr. bij rellen tijdens het Loofhuttenfeest de vorst 6.000 Joden gevangen nam en hen op de binnenhof van de tempel liet doden. De geschiedschrijver stelt tevens dat deze opstand aan de basis lag van een burgeroorlog die de Saduceeën met de Farizeeën zouden uitvechten. De Farizeeën contesteerden het hogepriesterschap van Alexander zodat de Saduceeën in hun strijd de steun van de koning genoten. Deze oorlog zou zes jaar duren en zou ruim aan 50.000 Joden het leven kosten.

Jozef Flavius vermeldt tevens dat na de oorlog, meer precies in 88 vr. Chr., koning Alexander Jannee zich bereid verklaarde om met de farizeeën in onderhandelingen te treden. Deze zochten evenwel aansluiting bij Demetrios III, koning van de Seleuciden die Jannee versloeg. Ondertussen hadden echter 6.000 Joden het leger van Demetrios reeds definitief verlaten. Daarop zou Alexander de opstandige farizeeën verpletteren. 800 onder hen werden in Jeruzalem in de boeien geslagen en werden tijdens een banket gekruisigd en gedood. Maar alvorens zij ter dood werden gebracht, liet Alexander voor hun ogen eerst nog hun vrouwen en kinderen om het leven brengen waarna hij samen met zijn concubines de maaltijd zou nuttigen. De archeologische ontdekking van de publieke afvoerput vormt mogelijks het materieel bewijs van deze slachting. Een commentaar in het Boek Nahum dat in de vierde grot van Qumram werd terug gevonden, vermeldt eveneens deze gruwelijke gebeurtenis.

Christophe Lafontaine voor Terrasanta.net

Vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Ontdek het Heilige Land

Agenda
november 2018 :

Niets voor deze maand

oktober 2018 | december 2018

newsletter