Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Paaswake-2017
        Paaswake 2017

Paaswake 2017

JERUZALEM – Op zaterdag 15 april ging de Apostolische Administrator in de Basiliek van het Heilig Graf voor in de Paaswake. Hier volgt de tekst van zijn homilie.


Paaswake

Basiliek van het Heilig Graf Jeruzalem, 15 april 2017

Dierbare broeders en zusters,

Moge de Heer u vrede brengen.

Wij zijn hier samen voor de Grote Viering van het Liturgische Jaar. Eigenlijk moeten we zeggen “in de Nacht der Nachten” of “in de Grote Wake”, zelfs al zijn we nog maar in de prille uren van de zaterdag. Op deze dag viert de liturgie in de rest van de wereld de stilte en de verwachting. Gedurende de hele dag hebben nergens liturgische plechtigheden plaats. Overal ter wereld “bewaakt” men tijdens een bovennatuurlijke stilte het graf van Christus en het mysterie van zijn dood. Dit doet men niet zoals de bewakers uit het evangelie die we binnen enige ogenblikken zullen beluisteren. In ons heerst geen angst of enige siddering (Mt 28, 4) want in ons hart weten we al wat we kunnen verwachten. Het is een verwachting van de glorierijke dag van de Verrijzenis die heel de Kerk met zekerheid vervult. Het is een verwachting die een serene hoop in zich draagt. In Jeruzalem hebben we dit moment van stilte en verwachting niet. We lijken wel vol ongeduld om vooruit te hollen naar de vreugde van de opstanding. De voorbije dagen leek de hele Goede Week wel een wedren. Van de Olijfberg naar de Heilige Stad, van het Cenakel naar Getsemane en van Getsemane via de Calvarie naar het Graf. De liturgie in de Heilige Stad liet ons heel Jeruzalem doorkruisen, net als destijds de volgelingen en de vrouwen van het Graf deden. Het leek alsof wij op al die heilige stenen onze passage wilden markeren. Het leek alsof wij in de regelmaat van door eeuwenoude georkestreerde en ingewikkelde liturgische diensten onze aanwezigheid koppig wilden bewijzen. Het was alsof wij ons in de pasvorm van de vieringen van de andere christen kerken wilden wringen, die op dezelfde plaatsen hetzelfde herdachten. Het leek zelfs alsof wij aansluiting zochten bij niet-christen gemeenschappen in Jeruzalem die dezelfde locaties eveneens als oorden van gebed gebruiken en samen baden wij met hen voor alle volkeren waarover de profeet Jesaja sprak (56,7).

Deze wedren wordt deels door ons ongeduld gerechtvaardigd alsof het wel niet anders kon. Net als tweeduizend jaar geleden kan men vandaag nergens ter wereld al het Paasfeest vieren, zolang het niet eerst in Jeruzalem is gevierd. Daarom vieren wij dit ook vandaag tijdens deze ochtendwake.

Wij herdenken vier paasgebeurtenissen: de uittocht uit Egypte en uit onze slavernij, het is de doortocht van de Heer midden zijn volk als teken van bevrijding. We vieren het Paasmaal, de herdenking van de Redding van de Ziel die tot op heden ook nog door het Joodse volk wordt gevierd: “de lendenen omgord, sandalen aan de voeten en de staf in de hand. Haastig moet men het eten want het is Pasen voor de Heer” (Ex 12, 11. We vieren de Pasen van Christus, dit is Zijn terugkeer vanuit deze wereld naar de Vader (Joh 13, 1). En tenslotte vieren we ook in het sacrament van de Eucharistie de Pasen van de Kerk.

Gods Woord, samen met de tekens en symbolen die we hebben aanschouwd en die ons ook nog in deze viering raken, geven gestalte aan de Heilsgeschiedenis. Vuur en licht, water en brood worden omkaderd door de reflectie over Gods werken, van de Schepping tot Christus’ Verrijzenis, tot en met de stichting van de Kerk, in de Brief aan de Romeinen.

Het vuur is het teken van Gods aanwezigheid. Het brandt hardnekkig in de doornstruik die tot Mozes sprak (Ex 3, 4). De Heer is de vuurzuil die het volk vergezelde doorheen de woestijn (Ex 13, 21). Hij is de eeuwig brandende vlam in de tempel van Jeruzalem en het Licht van de Verrezen Christus die God voor altijd bij ons aanwezig houdt.

Over het water zweeft Gods Geest en dit reeds van in den beginne (Gn 1, 2). Het overspoelde, als symbool voor het wassen en het reinigen, bij de zondvloed de zondige wereld en gaf zo uitdrukking aan het verlangen van God om onze ontrouw te vergeten en om van ons nieuwe schepselen te maken: “Ik zal u met zuiver water besprenkelen en u zult rein worden van al uw oneerlijkheid en van al uw afgoderij zal ik u reinigen… Ik zal u een nieuw hart geven” (Ez 36,25). Water en vuur zijn tevens de tekens van de Geest die als Gods gave door de Verrezen Zoon over de apostelen wordt uitgestort en die ook heden door het doopsel in ons woont en ons tot een levende aanwezigheid van Christus in de wereld maakt.

Straks zal inderdaad tijdens de liturgie van het doopsel, de zonde en de eenzaamheid door het teken van het water weggeveegd worden. We worden met het water besprenkeld en we aanschouwen het teken van de paaskaars, symbool van het Licht. Het water en het licht duiden op onze staat als vernieuwde schepselen, de hernieuwde aanwezigheid van God in deze wereld.

En in het brood dat we breken, herdenken we de blijvende verbondenheid, het Eeuwig Verbond, het offer van onze Verlossing, de herdenking van de dood en de Verrijzenis.

Wat een rijkdom! Het is te groots om gewoon verteld te worden. Het kan slechts met gezang gevierd worden, zoals in het aloude Exultet: de verkondiging die krachtig de weldaden van de Heer bejubelt, die in onze geschiedenis zijn voltooiing krijgen.

Deze liturgie brengt alles met mekaar in verband. Het betreft hier niet zomaar een theologisch en liturgisch verhaaltje. Het is een gebeurtenis die ons ook vandaag nog aanspreekt. Wat heeft het ons dan precies te vertellen?

Laten we deze geschiedenis zoals elk jaar opnieuw even doornemen, en laten we onszelf bevragen wat ze ons vandaag nog te vertellen heeft, wat ze mij nog te vertellen heeft.

We moesten de liturgie vandaag in alle duisternis beginnen. Heden kunnen we ons het echte donker nog nauwelijks voorstellen. Het is veelbetekenend dat we nu precies hiermee beginnen, want het gaat immers om het duister in ons hart. Het betreft de duisternis van het drama van ons bestaan, de donkerte die schuilt in de vragen die ons het diepst doordringen en waarop we zelf geen antwoord kunnen formuleren. Wat is de zin van het sterven? Waarom bestaat er kwaad? Welke waarachtige hoop is er voor ons bestaan? Wie kan ons het heil bezorgen? Wat betekent het om verlost te worden?

Een woord van de Profeet Ezechiël dat we meermaals tijdens de liturgie van de vasten mochten aanhoren, kan misschien al deze vragen, al die duisternis het best samenvatten: “Wij gaan gebukt onder onze misdaden en zonden en verrotten daardoor; voor ons is er geen sprake van leven” (Ez 33, 10). Hoe kunnen wij nog verder leven?

De Paaswake is boven alles het moment van de authentieke vraagstelling, het moment bij uitstek om de levensvragen te durven stellen. Ook in het Hebreeuws ritueel was Pasen reeds het moment om zich te bevragen, waar zelfs de geringste in het huis in alle eenvoud vroeg: “Waarom dit feest? Waarom…?”

We moeten het niet verhullen, wij kennen het antwoord niet bij voorbaat. Het is niet voor eens en altijd en voor elke vraag geformuleerd. Wij hebben nood aan een antwoord dat ons in ons leven raakt, dat ons waarlijk laat begrijpen dat het feest dat wij hier vieren, verband houdt met ons bestaan. Het is precies daarom dat we hier zijn.

Tijdens het lange luisteren naar het Woord Gods dat we slechts met moeite konden verkondigen, hebben we misschien snel een antwoord gevonden. Maar eigenlijk hebben we eerder een verhaal beluisterd dat reeds heel lang geleden is begonnen, een ingewikkeld verhaal met hoogten en laagten, met zeer afwisselende episoden. Maar breng nu al die gebeurtenissen eens samen? Wat is precies de ultieme bedoeling van dat alles?

Deze gebeurtenissen hebben een rode draad, met name dat het om niets anders gaat dan om het verhaal tussen God en de mensen. Wij hebben in de eerste lezing het scheppingsverhaal beluisterd waar alles eens begon, waar God om te kunnen liefhebben een weg heeft geopend in ruimte en tijd. Het Zaad van het Woord en alles was geschapen.

Er is slechts één weg om deze geschiedenis binnen te kunnen te treden, de weg van de luisterbereidheid en van het totale vertrouwen (tweede lezing). En wanneer we langs deze deur naar binnen gaan, zullen we alles opnieuw in honderdvoud terugvinden waarvan we dachten het definitief verloren te zijn. De liefde mikt hoog, zeer hoog.

De weg van de liefde doorkruist het onmogelijke (derde lezing): Er is slechts één zaak die God niet van zijn volk aanvaardt, dat is dat het in slavernij moet leven. Daarom daalt Hij tot hen af, gaat Hij met hen op pad en vanaf dat moment is het precies alsof alles wat onmogelijk lijkt, precies uitkomst biedt.

Elk liefdesverhaal kent zijn crisistijd. Israël verglijdt meermaals tot ontrouw (vierde lezing). Maar God geeft niet op, Hij verlaat hen nooit voorgoed. En wanneer de mens zichzelf verwijderd heeft, spreekt Hij precies zijn mooiste liefdesverklaringen uit: “Al wijken de bergen en wankelen de heuvels, mijn gunst wijkt niet van u, en mijn vredesverbond wankelt nooit, zegt de Heer, uw Ontfermer” (Js 54, 10).

De Liefde bewandelt andere wegen dan diegene die wij verwachten. Haar gedachten zijn niet onze gedachten (vijfde lezing). En precies hierdoor gaat de Liefde ver, zover dat ze ook de vreemdeling roept, diegene die anders is, die ver verwijderd leeft. De Liefde betreft iedereen.

De Liefde wil ook haar verlangens en haar wensen delen, daartoe heeft God zijn wet aan Israël overgeleverd. Hij opende Zijn schatkamer zodat Israël kennis kreeg van wat in Zijn hart leefde (zesde lezing).

En tenslotte was het voor God niet voldoende om zijn Wet door te geven. De profeet kondigt de dagen aan waarop de Heer ons werkelijk alles zou geven, waar Hij Zijn Geest over ons zou zenden (zevende lezing).

Ziehier waarheen de weg van de Liefde ons voert, tot het verscheurend verlangen erbij te horen. Ziehier waarheen het Oude Testament ons leidt, tot het erkennen dat wij deze Geest nodig hebben om in gemeenschap met God te kunnen leven. Het brengt ons tot het besef dat een leven in eenzaamheid onmogelijk te dragen valt.

We hebben dit verhaal wel beluisterd, maar we hebben eigenlijk onze antwoorden nog niet gevonden.

Wij hebben begrepen dat God ons niet in de steek laat, dat Hij trouw blijft. Hij opent steeds een weg, maar dat volstaat niet. Het feit blijft immers dat de mens niet in staat is om op eigen kracht deze immense gave te bereiken en ervan te genieten.

Hoe kunnen we leven?

Deze geschiedenis lijkt het mysterie dat we de voorbije dagen hebben herdacht, te doorbreken. De geschiedenis waarin de mens precies op het moment waarop God een nieuw en definitief liefdesoffer presenteert, een bijkomende afwijzing formuleert en Gods welbeminde Zoon en erfgenaam aan het kruis nagelt. Dit had wel de allerlaatste episode in dit dramatisch verhaal kunnen zijn. Dan zou de duisternis totaal en blijvend zijn geweest.

Welnu, de Paaswake laat ons een volkomen onverwachte afwikkeling zien.

De voltooiing, het einde van het verhaal, is de Eucharistie die we nu bezig zijn te vieren.

Waarom dan wel?

Opdat precies in de Eucharistie ons het leven van de Verrezen Heer wordt aangeboden. Wij mogen ons aan een nieuw leven voeden, een leven dat de dood is overstegen en dat precies niet langer angst heeft om te sterven.

De Heer is de dood binnengegaan. Hij heeft onze afwijzing, ons “neen” en onze zondigheid betreden. Maar Hij deed dit vol van Liefde en bleef er dus niet in gevangen. Hij kon dit alles levend verlaten. Maar daar stopt het niet. Dit nieuwe leven betreft niet enkel Hemzelf. In werkelijkheid worden wij doorheen het geloof deelgenoot aan dit leven in de Geest. Wij worden er in ondergedompeld en het is precies alsof we samen met Hem gestorven en verrezen zijn.

Precies daarom hadden de eerste dopen in de eerste eeuwen enkel tijdens de Paaswake plaats. Precies daarom is het dat we in deze nacht ons eigen doopsel herdenken. Ons doopsel is de centrale gebeurtenis in ons leven die ons door middel van het geloof laat binnentreden in het Leven van God zelf en die het ons mogelijk maakt de Eucharistie te vieren. De Eucharistie is de permanente toegang tot een nieuw leven, het leven van God in ons. Het is een voortdurende paasbelevenis.

Daarom kan het enige antwoord op al onze vragen slechts dat nieuwe leven zijn, een leven dat alle kwaad, alle pijn en alle zondigheid die ondanks alles blijft bestaan, op zich neemt. Eenmaal ondergedompeld in Christus verliest alles zijn dodende kracht omdat niets ons nog van God kan verwijderen. Voortaan kunnen we verder gaan met Hem als levensbron.

Zo kunnen we ons de belofte van de Profeet Ezechiël in de zevende lezing beter realiseren: “Ik zal u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in u uitstorten. Ik zal het stenen hart uit uw lichaam verwijderen en u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in u uitstorten…” (Ez 36, 26-27).

Dat alles kreeg in Christus zijn vervulling. Het werd ons geschonken om ervan te leven en het te vieren.

Moge het ons gegeven zijn om het in ons leven te vieren!

Christus is verrezen. Waarlijk, Hij is verrezen. Alleluja!

+ Pierbattista

Vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?

Om je gebruikersafbeelding bij je bericht te tonen moet je je eerst registreren opgravatar.com (gratuit et indolore). Vergeet niet om hier je e-mailadres te vermelden.

Vul hier je commentaar in
  • In dit formulier kun je de SPIP-codes [->url] {{vet}} {cursief} <quote> <code> en HTML code <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.

Agenda
Oktober 2017 :

Niets voor deze maand

september 2017 | November 2017

newsletter