Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/P-Rafic-Narha-de-priester-van-de-grenzen
        P. Rafic Narha, de priester van de grenzen

P. Rafic Narha, de priester van de grenzen

Interview – Onze vrienden van het “Terre Sainte Magazine” bezochten P. Rafic Nahra, de nieuwe coördinator van de migrantenpastoraal en verantwoordelijke voor de Hebreeuws sprekende katholieken binnen de Latijnse Kerk van Jeruzalem.


Binnen de rangen van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem kreeg P. Rafic Nahra onlangs de verantwoordelijkheid toevertrouwd om de migrantenpastoraal te coördineren en werd hij aangesteld tot Patriarchaal Vicaris voor de Hebreeuws sprekende katholieken (het hoofd van het Vicariaat van de Heilige Jacobus). Deze priester die reeds sedert jaren in Jeruzalem verblijft, volgt hiermee P. David Neuhaus op die na twaalf jaar ontslag nam.

Sedert 2 september is P. Nahra coördinator van de migrantenpastoraal van het Latijns bisdom Jeruzalem. Op 21 oktober kwam zijn aanstelling vanwege de Heilig Stoel als Patriarchaal Vicaris voor de Hebreeuws sprekende katholieken. Wij mochten hem ontmoeten en zo kennis maken met zijn geschiedenis. Zo kwamen wij meer te weten betreffende zijn nieuwe zending.

Père Rafic, had jij deze dubbele opdracht verwacht?
Neen want ik had geenszins het ontslag van père David verwacht. Wie P. David kent, weet dat hij dag en nacht heeft gewerkt. Zijn ontslag is dan ook het gevolg van heel wat gecumuleerde vermoeidheid. Vanuit het besef van de zwaarte van deze dubbele opdracht ga ik trachten de nodige ondersteuning te zoeken om vol te houden.

Gaan deze twee opdrachten wel altijd hand in hand?
Neen. Eigenlijk zijn ze heel verschillend, maar de band tussen beide is het gevolg van het feit dat we destijds gestart zijn met het werk voor migrantenkinderen die de Israëlische scholen bezochten, die Hebreeuws spraken en de Israëlische mentaliteit in zich hadden. Beide ouders, maar in het bijzonder de moeders, werken buitenshuis en hebben zodoende nood aan ondersteuning. Drie jaar geleden kwam een Filipijnse moeder naar ons toe en zei: “mijn drie kinderen verlaten om 15u. de school, maar ik moet tot 18u. werken. Kan u hen a.u.b. op school afhalen, dan kan ik hen om 18u. bij u ophalen.” Wij gingen toen in op die vraag en zo is alles begonnen. Een soortgelijke vraag kwam vanwege een tweede familie, en dan nog een... Zo is dit project eigenlijk gegroeid.

Het werk voor de migranten zou zich uiteindelijk niet enkel tot de kinderen beperken maar richt zich tot iedereen. Zowat alle migranten leven binnen de Israëlische gemeenschap. Daarom is het noodzakelijk dat de priesters die onder hen werkzaam zijn de Israëlische samenleving, de gebruiken en de heersende mentaliteit goed kennen. Het is belangrijk om goed te kunnen communiceren en daarom zijn er heel wat priesters van het Vicariaat van de Heilige Jacobus de migranten bijstaan.

Hebben beide opdrachten een nog vrij korte geschiedenis?
De coördinatie van de migrantenpastoraal bestaat reeds een paar jaar. Père David was de eerste verantwoordelijke. Het Vicariaat van de Heilig Jacobus voor de Hebreeuws sprekende katholieken heeft een langere geschiedenis die al een zestigtal jaar terug gaat in de tijd. Het begon met gemengde echtparen die in Israël leefden: de ene was Jood, de andere katholiek. In diezelfde periode kwamen ook mannelijke en vrouwelijke religieuzen en vrijwilligers in het land aan. Zo ontstond het Werk van de Heilige Jacobus dat zijn eigen statuten kreeg. De eerste religieuzen begonnen met het vertalen van de gebeden in het Hebreeuws. Ook vandaag beschikken we nog over een volledig Hebreeuwse versie van het missaal. Zo kwam het Vicariaat van de Heilige Jacobus tot stand en heeft het zich doorheen de jaren steeds verder ontwikkeld.

En u, hoe kwam u bij dit vicariaat terecht?
In 1993 kwam ik voor het eerst in Jeruzalem. Het betrof een verblijf van acht maanden om hier te studeren en om het Heilig Land te bezoeken. Ik verbleef bij de Jezuïeten en studeerde bij de Dominicanen. Toen reeds onderhield ik ook al enkele contacten met communauteiten van Hebreeuws sprekende christenen. Ik kende de situatie in het Midden-Oosten, de heersende vijandigheid en het wederzijds onbegrip en als priester voelde ik mij hier heel sterk door geraakt. Daar wou ik wel iets aan doen. De politieke situatie interesseerde mij nauwelijks maar vanuit humanitaire en christelijke overwegingen trok ik naar de mensen en wou ik vriendschappen smeden. Dit gevoel bracht in mij steeds meer de drang om terug te keren tot rijping. Ik wou de mensen dichter tot mekaar brengen: christenen met Joden, Arabisch sprekende christenen met Hebreeuws sprekende christenen.

Zowat drie jaar geleden werd ik dan tot priester van de communauteit van Jeruzalem aangesteld en een van de eerste dingen die ik toen heb voorgesteld was, om meerdere keren per jaar bij de Arabische kerken op bezoek te gaan. We hebben dit ook gedaan en we werden door de Arabische christenen zeer goed onthaald.

Ik had me toen niet verbeeld dat alles van meet af aan veel beter zou gaan, maar ik zocht de toenadering stapje bij stapje. De moeilijkheid voor de communicatie tussen de verschillende christenen was wezenlijk geen zaak van politiek, maar een probleem van verschil in taal en cultuur. Men sprak een verschillende taal en niet iedereen was het Engels machtig. Het werk van de priester bestaat erin het voorbeeld te geven. Wie zich langs de ene zijde dienstbaar maakt en wie zich langs de andere zijde dienstbaar opstelt, heeft als opdracht de gelovigen te helpen om samen te leven. We zijn met zijn allen christenen en de politiek moet aan dit aspect niet raken.

Hoe hebt u het na uw eerste bezoek aan het Heilig Land aangepakt om uw droom in vervulling te laten komen en naar het Heilig Land terug te keren?
Toen ik priester was in Parijs, sprak ik met Kardinaal Jean-Marie Lustiger over mijn verlangen om naar het Heilig Land terug te keren. Mgr. Lustiger was toen mijn aartsbisschop. Hij legde mij toen uit hoe belangrijk het was dat ik mijn parcours in een precieze missie zou weten te omschrijven. Daarom stelde ik mij ter beschikking van projecten die betrekking hadden op de relaties tussen Joden en christenen. Ik keerde naar Jeruzalem terug om er een master te halen in het Joodse denken, waarna ik doctoreerde in de Judeo-Arabische literatuur. Eenmaal terug in het Heilig Land probeerde ik zowat overal te helpen waar er nood bestond. Gedurende twee jaar hielp ik hier in Jeruzalem Palestijnse kinderen uit de Oude Stad in hun schooltijd aan het instituut van de Broeders van de Christelijke Scholen. Ik droeg de Maronitische eredienst op in de Maronitische kerk van Jeruzalem (ik was zelf maroniet van origine). Vervolgens ging ik aan de slag in de Kehillà van Jeruzalem, eerst met het vertalen van de gebeden, later met het opdragen van de dagelijkse mis. Drie jaar geleden werd ik de verantwoordelijke van de kehillà die toen zowat een tachtigtal personen telde en die als communauteit al even verscheiden is als de diversiteit in Jeruzalem zelf.

Welke zijn de problemen van de Hebreeuws sprekende christenen in Israël en wat wil je voor hen doen?
Christen zijn binnen de Israëlische samenleving vormt geen probleem op zich. Er zijn wel moeilijkheden, maar het is mogelijk om zich binnen deze samenleving te integreren als men maar de kracht en de moed kan opbrengen.

Een van de belangrijkste opdrachten is het werken met de jongeren. Wij hebben een groep die reeds deelnam aan de Wereldjongerendagen en die nu nog steeds maandelijks samenkomt. Onder de jongeren tellen we zowel oudere als heel jonge leden. Wij willen hen vormen en helpen om een sterke identiteit te ontwikkelen, want wanneer men tot een minderheid behoort dreigt men gemakkelijk de eigen identiteit te verliezen. De Israëlische samenleving is sterk geseculariseerd. Wij ondervinden hier aldus dezelfde moeilijkheden als in heel Europa: de secularisatie vormt een heel sterke bekoring, secularisatie is een levensvorm die geen plaats meer voor God voorbehoudt. In tegenstelling hiermee willen wij de relaties onder de jongeren versterken, hen als christenen vormen en ons ervan verzekeren dat zij zich in de toekomst voor onze parochies willen engageren. Maar er is een lange weg te gaan.

De jongeren uit onze gemeenschap dienen eveneens tijdens hun militaire dienstplicht ondersteund te worden. Dit vormt een zeer delicate periode en het is onze hartenwens om hen te helpen christen te blijven en aldus te leven. Dit vormt een grote verantwoordelijkheid. De jonge Israëli’s zijn verplicht om hun dienstplicht te vervullen, wij kunnen onze christen Israëli’s niet vragen om buiten de samenleving te treden. Daarom moeten we hen blijven ter zijde staan opdat ze hun geloof niet zouden verliezen. We moeten de politiek ver buiten onze actie laten. We willen onze jongeren gewoon helpen om waarachtige christenen te zijn en toch binnen de Israëlische maatschappij te leven.

Maar ook het werk bij de migrantenkinderen moet evenzeer worden verdergezet. Vandaag leven zij in Israël en misschien zullen er heel wat onder hen beslissen om hier te blijven.

De interreligieuze dialoog moet verder worden ontwikkeld, zoals dit momenteel al het geval is. We hebben twee projecten in Jeruzalem en ook in andere parochies bestaan er soortgelijke initiatieven. Wij ontmoeten geregeld een heel open groep Joden die samen met ons de Thora komen bestuderen. Tevens hebben we een caritatieve groep die zowel christenen, Joden en moslims onder zijn leden telt. Ze verzamelen tweedehandse kledingstukken om deze aan de armen uit te delen. Naastenliefde kent geen religieuze grenzen. Dit project kan helpen om duidelijk te maken dat er alleen maar politieke problemen zijn. Wij kunnen samen van alles ondernemen. Niets eindigt bij “ik ben christen” “ik ben moslim” of “ik ben Jood.” Ja we kunnen samenwerken en dit project is er het sprekend bewijs van.

Hoe zal de coördinatie van de migrantenpastoraal functioneren?
De grootste migrantenpopulatie in Israël is deze van de Filippijnen, maar er zijn hier ook veel Indiërs, mensen uit Sri Lanka, uit Eritrea , uit Ethiopië, uit Polen en uit nog tal van andere landen. In het verleden heb ik al met migrantenkinderen gewerkt en heden zal ik alle mogelijke communauteiten leren kennen. Ik wil ze een na een bezoeken, hun vieringen meemaken en hun problemen leren kennen. Mijn taak zal er niet in bestaan om een plaatsvervangende pastoor te zijn, maar ik wil wel als coördinator optreden die hen zal helpen de eenheid te bewerkstelligen en met de Israëlische gemeenschap een band wil creëren. Daartoe wil ik een ploeg samenstellen die me in die opdracht zal bijstaan ten einde tevens ook een band met de lokale kerk te hebben.

U bent naar Parijs uitgeweken en hebt tal van landen bezocht. Kunnen uw persoonlijke ervaringen u helpen in uw relaties met de migranten?
Zeker. Ik was twintig toen ik in Parijs aankwam, ik verbleef in heel verscheiden milieus en mijn familie telt zowel orthodoxen, maronieten als protestanten. Ik kwam via de protestanten opnieuw tot het geloof, ik ben maroniet maar in de Latijnse Kerk tot priester gewijd. Grenzen hebben een aantrekkingskracht op mij, zo zit ik nu eenmaal in mekaar. In de nabijheid van grenzen heb ik mij altijd goed gevoeld en het leven heeft mij uiteindelijk naar hier gebracht. In 1993 kwam ik zonder de minste verwachting naar hier en toen ontdekte ik dit wederzijds onbegrip. De haat onder de mensen heeft me toen heel sterk geraakt. Van dan af aan is voor mij alles veranderd.

Waarom zouden christenen de opvang van migranten moeten ondersteunen?
In de Bijbel staat het volgende te lezen: zelfs het Joodse volk had een soortgelijke ervaring die hen zou moeten helpen dit te verstaan. Zij leefden als vreemdelingen (migranten) in Egypte en hebben daar heel veel geleden. De Heer heeft hen bevrijd. Dit is de basiservaring van het Israëlische volk: ze waren slaven en ze werden door God bevrijd om vrij te blijven. God gaf hen een levenswet en een levensweg. Meerdere keren draagt God zijn volk op om goed te zijn voor migranten: “Herinner u dat u vreemdelingen waart in Egypte.” Jezus zelf zegt in het evangelie: ”Ik was een vreemdeling en je hebt me opgenomen.”

Jezus heeft de grenzen geopend. De manier waarop we heden zijn georganiseerd, in naties met grenzen, met verschillende identiteiten… dat is niet het ultieme criterium om de wereld te beschouwen. De angst van de mensen is begrijpelijk, maar wanneer een vreemdeling aanklopt, dan kunnen we niet zeggen: “jij behoort tot die categorie die gevaarlijk is.” Wanneer wij armen ontmoeten, dan zegt Jezus ons dat wij hen moeten helpen.

Met migranten werken, houdt dus in dat wij hen ondersteunen, zonder evenwel naïef te zijn. De media besteedt vooral aandacht aan de vreemdelingen die voor problemen zorgen, maar er zijn ook heel wat lokale bewoners die overlast en problemen veroorzaken. We moeten de waarheid vertellen. In alle landen heeft men nood aan migranten, want men moet ze weinig betalen en zij verrichten taken die niemand anders nog wil doen. De mening dat zij een probleem zijn, is niet correct. Zij leven al in heel moeilijke omstandigheden, beheersen niet de taal, hebben geen verzekering of sociale zekerheid en hebben vaak zelfs geen werk. Het is de Paus die ons, christenen, vraagt om de deuren voor hen te openen en hen te helpen.


Naar aanleiding van hun bedevaart naar het Heilig Land hebben de jonge pelgrims van de Belgische Landscommanderij vorige week Père Rafic gefeliciteerd en hebben voor hem gebeden. Het was hun bede dat zijn nieuwe verantwoordelijkheid vruchten zou kennen.


Père Rafic is in 1959 in Egypte geboren en stamt uit een Libanese familie. Toen hij twintig was, emigreerde het gezin naar Parijs waar hij eerst als ingenieur aan de slag ging en daarna naar het bisschoppelijk seminarie trok. Hij vervolmaakte zijn studie in de theologie in Rome en werd op 27 juni 1992 in de Franse hoofdstad tot priester gewijd. Een studiebezoek aan Jeruzalem bracht hem zijn verbondenheid met het Heilig Land bij. Daar sloot hij zich aan bij de Hebreeuws sprekende katholieke gemeenschap. In Israël haalde hij het diploma van master in het Joodse denken en doctoreerde vervolgens in de Judeo-Arabische literatuur. Sedert drie jaar is hij verantwoordelijk voor de kehillà van de Hebreeuws sprekende katholieken in Jeruzalem.

Vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Nieuws over het Heilig Land

Agenda
november 2018 :

Niets voor deze maand

oktober 2018 | december 2018

newsletter