Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Overwegingen-bij-de-Poerim-en-de-Vasten
      Overwegingen bij de Poerim en de Vasten

Overwegingen bij de Poerim en de Vasten

REFLECTIE - Weldra vierden de Joden hun traditioneel Poerimfeest. Bij deze gelegenheid formuleerde Lucia de la Kehilla van Jeruzalem enkele overwegingen omtrent gemeenschappelijke thema’s bij de Poerim en de Vasten.


Wat heeft nu het Poerimfeest met ons, christenen, te maken? Men viert er karnaval en de roes, netjes in het midden van de vasten. Wat voor gemeenschappelijks vertonen nu beide perioden?

Alvorens met een onverstoorbare zekerheid te stellen dat beiden eigenlijk niets met elkaar te maken hebben, stel ik u toch voor dit artikel tot het einde toe te lezen. Mogelijks maakt de inhoud ervan uw menig minder categorisch.

Dit veronderstelt wel om de Poerim niet zomaar met karnaval te identificeren, ook al mag karnaval dan een interessant verschijnsel zijn dat men onder diverse vormen doorheen de tijden bij meerdere culturen aantreft. Het lijkt wel dat er in de menselijke persoon nu eenmaal een psychologische behoefte huist om zich in iemand of in iets anders te vermommen, al was het maar om op deze wijze zichzelf wat meer prijs te geven of om eventuele verborgen aspiraties te ontsluieren. Op die manier kan men - incognito - zich zaken permitteren die men in normale omstandigheden nooit zou durven. Dit betekent niet meteen dat het om handelingen zou gaan die als verwerpelijke zouden worden bestempeld.

In werkelijkheid gaan velen als het ware dagelijks vermomd door het leven. Onze keuze van kledij wordt doorgaans door tal van gewoonten of simpelweg door de mode bepaald. Hetzelfde meisje dat zich het ene jaar als een elegante Engelse dame uitdost, trekt misschien het jaar daarop een gescheurde jeans en een met verf bekladde T-shirt aan. En ondertussen is misschien noch de ene, noch de andere outfit de weerspiegeling van haar persoonlijkheid. Maar we kunnen het evengoed hebben over de vele maskers die we opzetten, dit naar gelang de rol die we in verschillende situaties spelen. Voor sommigen is de maskerade dan zowat het enige middel om zijn eigen imago en zijn eigen kledingstijl te ontdekken, ja zelfs zichzelf te zijn. Op die manier is dit mogelijks het uitgelezen moment van iemand zijn juiste rol en het juiste "masker te ontdekken. Enige scherpzinnige zelfreflectie in de periode van de vasten, of beter gezegd van de Poerim, kan dus geen kwaad.

Maar ondertussen kunnen we het wel even over wat ernstiger zaken hebben. Karnaval kan eerder als een meer recent gebruik bestempeld worden dat uit Europa werd ingevoerd. De Poerim daarentegen heeft zijn eigen verplichtingen.

De eerste verplichting bestaat erin de lectuur van het Boek Esther te beluisteren, waarin de oorsprong van dit feest wordt verteld. "Luisteren" betekent hier het oor spitsen bij élk woord, ondanks het lawaai van de "raashanim" (luidruchtigheid) bij elke vermelding van de naam van de Haman. In de synagoge wordt deze verplichting heel ernstig genomen vermits de verzamelde gemeente meteen na een korte schreeuw een meditatief stiltemoment houdt. Dit is een uitstekende oefening voor elkeen die het Woord wil beluisteren dat hem persoonlijk treft. Het lawaai symboliseert de vervulling van de verplichting om de herinnering aan Amalek (Dt 25: 17-19) uit te wissen. Haman is immers een afstammeling van Amalek. Het gaat hier effect om een symbool vermits het verdrijven van Amalek uit ons innerlijk als allerbelangrijkste opdracht wordt beschouwd. Op spiritueel vlak symboliseert Amalek niet enkel het kwaad, vermits hij in de joodse traditie aanleiding geeft tot meerdere interpretaties.

Volgens een van deze interpretaties vertegenwoordigt Amalek de twijfel inzake de mogelijkheid tot relatievorming met de Schepper. Volgens het systeem van de gematria, die aan elke letter van het alfabet een numerieke waarde toekent, heeft de naam "Amalek" dezelfde numerieke waarde dan het woord "safek", hetgeen "twijfel" betekent. In het Boek Esther (alvast in de Hebreeuwse versie), wordt Gods naam nergens vermeld. Dit geldt overigens evenzeer voor het hedendaagse relaas van feiten in de nieuwsberichten, en dit is eveneens het geval voor de wijze waarop wij de gebeurtenissen in ons eigen dagelijkse leven vertellen. Amalek kan ook nog een verwijzing zijn naar andere omstandigheden, de economische toestand, sociale en politieke gebeurtenissen, atmosferische verschijnselen, enz. Om te weten hoe men Amalek kan verslaan, verwijzen we naar Exodus 17: 8-16.

Indien we er in slagen de Goddelijke Voorzienigheid te herkennen in de schijnbare toevalligheden van het leven, is men klaar om uit het Boek Esther nog een andere les te trekken. God geeft ons de mogelijkheid op het juiste moment de goede bestemming te bereiken, dit voor zover we ons door Hem laten leiden en niet met Hem de strijd aanbinden. Dit hangt af van onze bereidheid om alles wat nodig is precies op het juiste moment en op de juiste plaats te vervullen. Op die wijze kan zich zelfs een omkeer in ons persoonlijk leven en zelfs in het historisch verloop voltrekken. Maar is dit nu ook niet precies onze opdracht tijdens de Vasten?

De drie overige opdrachten van de Poerim leiden ons - na de hierboven beschreven verticale dimensie - eerder naar een horizontale benadering. Het betreft onze relatie tot onze naaste. De eerste bepaling stelt dat wij voor elkaar het voedsel zouden bereiden. Volgens een bepaalde interpretatie betekent dit dat wij als uiting van onze naastenliefde voedsel aan de armen zouden schenken. Normaal is het evenwel te verkiezen om geld te schenken aan diegenen die hulpbehoevend zijn, zodat deze zelf kunnen kiezen wat ze zullen kopen en wanneer zijn dit wensen te doen. Zoniet bestaat de kans dat men hen bijvoorbeeld voedsel verschaft zonder dat zij de mogelijkheid hebben dit te bewaren. Gewoonlijk zijn de armen evenwel niet in de mogelijkheid om andere spijzen te consumeren dan datgene wat onder de noemer "basisvoedsel" valt. De Poerim maakt het echter mogelijk de armen gerechten naar hun keuze aan te bieden, zonder dat dit enige vorm van vernedering zou inhouden, vermits ook de rijken aan mekaar fijne gerechten aanbieden.

De tweede verordening zegt: "geef aan hen die armoede lijden" - de tsedaka (naastenliefde). De Poerim wijkt hier evenwel enigszins af van datgene wat wij gewoonlijk als naastenliefde omschrijven vermits dit gebruik eigenlijk verwacht dat men geeft aan eenieder die de hand uitsteekt, zonder onderscheid of enige (kritische) bevraging. (Het lijkt ons dat we dit ook nog ergens anders hebben gehoord: "geef aan ieder vraagt, wie het ook weze..." Matteus 5: 42). Maar doen we dit ook? Is Pourim misschien dan niet het uitgelezen moment om aan deze opdracht te beginnen?

Aangezien we het nu toch over de naastenliefde hebben (hetgeen zeer eigen is aan de Vasten), is het misschien ook waardevol om aan nog een ander joods gebruik in herinnering te brengen. ("Opdat uw gerechtheid deze van de farizeeërs en de schriftgeleerden zou overstijgen"). In het Judaïsme onderscheidt men voor wat de giften aan de naasten betreft, verschillende niveaus van gerechtigheid (tsedek). Het eerste en tevens laagste niveau betreft de situatie waarbij iemand om hulp vraagt en men dan pas (zonder veel enthousiasme) geeft. Het tweede niveau betreft de goedwillige gift die men met vreugde voltrekt en met liefdevolle woorden laat samengaan. Het derde niveau is de gift die zonder enige vraag wordt verstrekt, vermits men de nood bij de andere had opgemerkt. Op die manier voorkomt men niet alleen de vraag, maar hoeft de noodlijdende zichzelf ook niet te vernederen door de hand vragend uit te strekken.

Het vierde niveau is die vorm van naastenliefde, waarbij de begunstigde weldegelijk weet wie de genereuze schenker is, maar waarbij de schenker niet het minste vermoeden heeft wie ervan zijn gunsten geniet en zodoende ook niet de minste vorm van dankbaarheid of erkentelijkheid verwacht. In het vijfde niveau weet de schenker naar wie zijn gift gaat zonder dat de begunstigde de identiteit van de schenker kent. Dit biedt de begunstigde de kans om - bij onwetendheid omtrent de schenker - zijn dankbaarheid tegenover God te betuigen. Bij het zesde niveau hebben noch de schenker, noch de ontvanger enige weet van elkaar. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de gift via een derde persoon of via een organisatie ter beschikking wordt gesteld. "Wanneer je aalmoezen geeft, zorg dan dat de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet" (Matteus 6: 3). Recentelijk hoorde ik nog een rabbijn in Jeruzalem uitleggen hoe in sommige joodse gemeenschappen de vermomming ook met dit doel wordt aangewend. Hieruit kan men besluiten dat er ook een vorm van naastenliefde bestaat die niet alleen de nood lenigt, maar die de noodlijdende ook nog een zekere zelfstandigheid aanreikt door de vraag om hulp als het ware overbodig te maken.

De meest vermaarde verordening van de Poerim is evenwel de bereiding van een feestmaal met de daarbij horende bijzondere verplichting (Megila 7a): "te drinken tot wanneer men niet meer het onderscheid maakt tussen "gezegend zij Mordechai" en "vervloekt zij Haman". (De numerieke waarde van beide zinnen is vreemd genoeg dezelfde). Sommigen nemen deze opdracht zeer letterlijk: "drinken tot wanneer men alle besef verliest en zich volop inspannen om maximaal aan deze opdracht tot vervulling te brengen". Dit in weerwil van het feit dat de Talmud in diezelfde passage in zeer klare bewoordingen stelt dat elke jood tijden het vervullen van deze verplichting in staat moet blijven om het dankgebed na het eten (birkat hamazon) op te zeggen, dit met toeving van de naam van het feest gebeden van het namiddag- (minha) en het avondgebed (arvit). Hierbij volstaat het aan te tonen dat men niet stomdronken is, zelfs al is het het feest van de Poerim. Hoe dient men dan wel deze bepaling te begrijpen? Eenmogelijke interpretatie is deze: "De wijn verheugt het hart van de man" (Ps 104: 15). De menselijke psyche maakt het immers onmogelijk om tegelijk blij en vol haat ten aanzien van zijn medemens te zijn, zelf al zou dit om zijn ergste vijand gaan. Wie zich in de hoogste staat van vreugde en geluk bevindt, is niet langer in staat het onderscheid te maken tussen vriend en vijand en zal zijn vijand zelfs "broeder" noemen. Dit is des te meer het geval wanneer deze blijheid het resultaat is van een opwelling van de geest, eerder dan van eventuele effecten van de wijn. "Je hebt gehoord wat is gezegd: bemin je naaste en haat je vijand. Maar ik zeg je: bemin je vijanden en bidt voor hen die je vervolgen, teneinde kinderen te zijn van je Vader in de hemel. Want hij laat zij zon opgaan over goeden en kaden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen" (Matteus 5: 43-45).

Moge u uw vasten in die geest besluiten.

Bron: Vicariaat Sint-Jacobus
vertaling: l.d.s.

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?

Om je gebruikersafbeelding bij je bericht te tonen moet je je eerst registreren opgravatar.com (gratuit et indolore). Vergeet niet om hier je e-mailadres te vermelden.

Vul hier je commentaar in
  • In dit formulier kun je de SPIP-codes [->url] {{vet}} {cursief} <quote> <code> en HTML code <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Wereldnieuws

Agenda
April 2017 :

Niets voor deze maand

Maart 2017 | Mei 2017

newsletter