Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/In-de-voetstappen-van-de-Heer-Jezus
      In de voetstappen van de Heer Jezus

In de voetstappen van de Heer Jezus

Beschouwingen bij de bedevaart naar het Heilig Land met de Ridders van het Heilig Graf

Van 11 tot 21 september had de jaarlijkse bedevaart voor Ridders en Dames van de Landscommanderij België van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem plaats. 27 pelgrims trokken onder de deskundige leiding van dhr. Daniël van Steenberghe en met de spirituele begeleiding van Père Francis Goossens door het Heilig Land. Het Heilig Graf in Jeruzalem was de sublieme eindbestemming, maar heel de tocht zou op elk van de pelgrims een onvergetelijke en diepe indruk nalaten. Eerw. Br. Dr. René Stockman, Generale Overste van de Congregatie van de Broeders van Liefde, was een van de meereizende pelgrims en wij beschikken over het unieke getuigenis dat Br. Stockman in de vorm van een (spiritueel) dagboek heeft vastgelegd. Een boeiend en inspirerend verhaal.


Er zijn wellicht weinig landen ter wereld met een dergelijke bewogen geschiedenis als Israël. Vanaf 1948 werd het de zelfstandige staat Israël waar de Joden “onderdak” vonden. Dit werd in de grondwet vastgelegd, zonder dat dit de situatie van de andere bewoners, zijnde de Palestijnen, in het gedrang zou mogen brengen. De geschiedenis is evenwel totaal anders verlopen en tot op vandaag zijn de spanningen tussen de twee bevolkingsgroepen alleen maar toegenomen. Grote groepen Palestijnen zijn uit hun thuisland weggevlucht en verblijven nog steeds als vluchtelingen in de naburige landen Jordanië, Egypte, Syrië en Libanon, terwijl evenveel groepen Joden uit de diaspora terugkeerden om de nieuwe staat Israël te bevolken. Het werd voor hen de zoveelste volksverhuizing uit hun bewogen bestaansgeschiedenis.
Vandaag telt Israël 8 miljoen inwoners, op een oppervlakte die iets kleiner is dan deze van België (28.000 km²). Het land telt een overwicht aan Joden en moslims en een kleine minderheid aan christenen (slechts 2 % van de totale bevolking). Op de vlag prijkt de blauwe Davidster tussen twee blauwe lijnen: de ene symboliseert de Middellandse Zee en de andere de Jordaan, waartussen Israël zich als een wit veld uitstrekt. Blijft de spanning tussen de Israëli’s en de Palestijnen een hangend probleem dan is de verdrukking van de christenen niet minder pijnlijk. In het land waar Christus heeft geleefd, vormen de christenen vandaag een absolute minoriteit. En de christenen van de Latijnse ritus, zoals de rooms-katholieken daar worden genoemd, vormen dan nog eens een minderheid binnen die minderheid.

JPEG - 1.2 MB

Hier ligt de basis van de drie monotheïstische godsdiensten: het Jodendom, het christendom en de islam. Deze ontstonden alle drie in het Midden-Oosten. Het Jodendom bleef een godsdienst die zich eerder sterk territoriaal wilde bepalen, maar het christendom en de islam kenden beide vlug een wereldwijde verspreiding. Allen belijden ze één God, maar dan wel met nuances. Zoals de christenen in vele christelijke kerken uiteen gevallen zijn, kent ook het Jodendom een meer streng traditionele naast een meer gematigde strekking. De islam wordt naast het bestaan van tal van strekkingen eveneens door de aanwezigheid van extremistische groeperingen gekenmerkt en allen beroepen zich op de Koran. Twee heilige boeken en drie wereldgodsdiensten: we ontmoeten ze hier samen in wat we gemeenzaam het Heilig Land noemen.
Een bedevaart is geen toeristische tocht maar een bewust op weg gaan in de voetsporen van de Heer Jezus. En dit is wel heel toepasselijk op onze bedevaart in het Heilig Land. Het is een tijd van bezinning, van bekering en van een meer bewust beleven van het evangelie. In het Heilig Jaar van de Barmhartigheid mag een bedevaart als een lange weg naar een Heilige Deur worden beschouwd. En de Heilige Deur van deze bedevaart was niets minder dan de deur van het Heilig Graf waarin onze Verlosser werd neergelegd, om er na drie dagen te verrijzen en zo onze verlossing te voltrekken. Dit wordt de apotheose van onze bedevaart. Daarna kunnen we vernieuwd en bekeerd naar onze dagelijkse activiteiten terugkeren. Deze bedevaart doen we als lid van de Ridderorde van het H. Graf van Jeruzalem. We namen eens het engagement op ons om een bijzondere aandacht voor de christenen in het Heilig Land te bewaren en na te gaan hoe we deze christenen effectief kunnen helpen en ondersteunen. De bedevaartis ook de vervulling van één van de verplichtingen van een Ridder of Dame van het H. Graf, om in deze hoedanigheid ten minste éénmaal een bedevaart naar het Heilig Land te ondernemen.
We plaatsen deze bedevaart onder de bescherming van de Heer Jezus zelf en we kijken er naar uit om bezinnend de wegen te gaan die Hij zelf ooit ging, om letterlijk in zijn voetstappen te treden. We nemen de intenties mee van hen die vroegen voor hen te bidden en we leggen ze neer op de plaatsen waar Jezus verbleef: als kind, als profeet en als Verlosser van de mensheid.

JPEG - 369.9 kB

We startten in Haifa op de Karmelberg waar eens de profeet Elia verbleef, de berg die in de 11de eeuw ook de bakermat werd van de Karmelorde. Vandaag zorgen apostolische karmelietessen voor een gastvrije opvang van pelgrims en bewaken en bewaren zij de basiliek die boven de rots, waar Elia verbleef, werd gebouwd. Elia hoorde er de Heer in een zachte bries passeren. Deze grot werd een heiligdom en het waren kruisvaarders die er in de 11de eeuw als kluizenaars verbleven en zo aan de basis lagen van de Karmelorde. Toen deze kluizenaars door de Ottomanen werden verdreven, vluchtten ze uit Palestina weg en werden het instrument om de Karmelorde over de wereld te verspreiden. We schrijven zondag 11 september 2016.

Caesarea – 12 september 2016
Caesarea was de grootste havenstad die door Herodes De Grote werd gebouwd. Hijregeerde van 37 tot 4 voor Christus en bouwde naast een grandioos paleis een even grandioze stad uit. Hij noemde de nieuwe stad Caesarea ter ere van keizer Octavianus Augustus Caesar. Twaalf jaar werd aan de stad gebouwd en rond het jaar 10 voor Christus was hij voltooid. De inhuldiging ging met grootse feesten gepaard. In het jaar 6 werd Caesarea de hoofdstad van de Romeinse overheid die over Palestina heerste. Alle export naar Rome vanuit Palestina, maar ook vanuit de omringende landen zoals Syrië en Arabië, gebeurde voortaan via Caesarea.
Tot 640 na Christus bleef Caesarea een belangrijke havenstad, maar bij de Arabische overheersing ging veel van haar glorie verloren. Tijdens de kruistochten werd het echter opnieuw een belangrijke havenstad en Koning Lodewijk van Frankrijk, die er twee jaar verbleef, versterkte de stad, waarvan vandaag nog tal van fortificaties zijn over gebleven.
Op de weg tussen Haifa en Caesarea kunnen we nog de aquaduct bewonderen die eveneens door Herodes De Grote werd aangelegd en die voor de watertoevoer vanuit een bron 7,5 km noordwaarts zorgde. De stad Caesarea werd als verblijfplaats van de Romeinse overheid door de Joden als onrein beschouwd en werd daarom door hen gemeden. Romeinse steden en paleizen werden door de Joden sowieso als onrein beschouwd. Dat was ook de reden waarom de Joden bij de veroordeling van Jezus het pretorium niet binnengingen, omdat deze plaats eveneens als onrein werd bestempeld.

JPEG - 5 MB

Vanuit de Handelingen van de Apostelen weten we dat Petrus, die in Joppe verbleef, op uitnodiging van de honderdman Cornelius naar Caesarea kwam. Ook Paulus kwam hier geregeld langs om van hieruit zijn verre reizen aan te vatten. Tijdens de zomer kon men via open zee op een 3-tal weken de Europese kust bereiken terwijl men tijdens de winter langs de kust moest varen en geregeld omwille van de weersomstandigheden voor anker moest gaan.
Zowel Petrus als Paulus predikten in Caesarea de nieuwe leer. In hoofdstuk 10 van de Handelingen lezen we dat de heidenen voortaan ook de gave van de Heilige Geest ontvingen. Petrus was er bij de heiden Cornelius te gast, hetgeen bij de geloofsgenoten ophef veroorzaakte. Daar kreeg hij ook het visioen met de verboden spijzen. De discussie die daarop volgde, zou uiteindelijk de doorbraak betekenen om het christendom ook voor heidenen open te stellen en het niet langer meer tot Joden te beperken. Deze belangrijke gebeurtenis speelde zich in Caesarea af. En we lezen als besluit: “Toen zij dat gehoord hadden, waren zij gerustgesteld en verheerlijkten God met de woorden: Zo heeft God dan ook aan de heidenen de bekering ten leven geschonken” (Hand. 11, 18).

JPEG - 1.8 MB

Bij een kort bezoek aan de stad Haifa genoten we nog even van het zicht op de tempel van de Bahai’s. De Bahai’s worden gekenmerkt door hun streven naar harmonie in het leven en zij hanteren een grote openheid voor de verschillende godsdiensten waarvan ze alle verkondigers als gelijke profeten van God beschouwen.
Daarna werd de dag afgesloten met een bezoek aan Aartsbisschop Georges Bakouni van de Melkitische ritus die in de kathedraal voorging in de eucharistie . Een deel van de Melkieten zijn in eenheid met Rome, een ander deel niet. Vervolgens hadden we nog een zeer openhartig gesprek met deze kerkleider.
We leerden er hoe de christenen als volstrekte minderheid via het onderwijs in een zestal scholen toch proberen sociaal actief te zijn. Zo bereiken ze een drieduizend leerlingen. Aan de universiteit vormen jongeren als christenen vanuit de verschillende ritussen ook een soort oecumenische groep. Financieel hebben de christen scholen het niet breed. Met de beperkte overheidssubsidies die ze ontvangen, kunnen alleen de salarissen worden betaald. Ze moeten dan ook ontzettend veel moeite doen om zelf voor alle verdere kosten in te staan.

JPEG - 4.8 MB

De aartsbisschop hield een pleidooi voor grotere financiële transparantie en een grotere sociale inzet en samenwerking met anderen. Een ander geluid dan wat we meestal van de orthodoxe kerken gewoon zijn.

Akko – 13 september 2016

JPEG - 7 MB

Met een eucharistieviering in de Kerk van Sint Jan in Akko werd de dag geopend. Deze kerk werd oorspronkelijk door de kruisvaarders gebouwd en moest toen een herkenningspunt voor de haven van Akko zijn. Ze was dan ook van ver te zien. Vandaag bevinden zich de resten van de oorspronkelijke kerk in de crypte en daarboven werd op het huidige niveau van het stadje, een nieuwe kerk gebouwd.
Akko is volledig ommuurd en de stad heeft een vesting die de tand des tijds goed heeft doorstaan. Dit kleine stadje wordt gekenmerkt door kleine straatjes en steegjes, vijf moskeeën, een drietal kerken, een synagoge en de tunnel die door de kruisvaarders werd aangelegd om in geval van nood te kunnen vluchten. Op onze bezoekdag vierden de moslims feest en liepen de straten letterlijk vol. Het leken wel de Gentse feesten in Akko.
Voor onze bedevaart, die nog steeds in voorbereiding was om naar de meest historische plaatsen te gaan waar Jezus leefde, was het een dag om vooral met de kruistochten kennis te maken. Zo bezochten we de citadel die helemaal is gerestaureerd en die destijds voor de kruisvaarders als versterkte burcht dienst deed. Naast een honderdtal ridders verbleven hier wellicht meer dan duizend schildknapen en andere dienaren, en vormde zo een stad in de stad. In 1291 kwam met de val van Akko en de inname van de stad door de Mammelukken, een einde aan het Latijnse Rijk.

JPEG - 7 MB

Dit betekende meteen ook een grote verandering voor de ridderorden. De Tempeliers, ontstaan in 1118 en in 1129 door de kerk erkend, zorgden vooral voor de bescherming van de bedevaarders naar het Heilig Land. Maar de orde werd door de vele eigendommen die ze vooral in Frankrijk verwierven, zo machtig, dat haar ridders op vrijdag 13 oktober 1307 op bevel van Filips de Schone massaal werden omgebracht. Zo kwam er een einde aan hun macht en hun bestaan. Sindsdien wordt vrijdag de 13de traditioneel als een ongeluksdag beschouwd.
De Hospitaalridders van Sint Jan ontstonden uit een groep conversen van Benedictijnen uit Amalfi die in het Ziekenhuis van Sint Jan in Jeruzalem de zorg voor de zieke pelgrims op zich namen. Dit hospitaal werd in 1023 gebouwd. De orde werd door Godfried van Bouillon erkend. Na de val van Akko trokken ze naar Cyprus en later naar Rhodos, om uiteindelijk na tussenkomst van Keizer Karel, op het eiland Malta terecht te komen. Napoleon zou hen op zijn beurt uit Malta verdrijven, zodat ze finaal met hun hoofdzetel in Rome terecht kwamen, waar ze zich als soevereine orde hebben gevestigd en zich verder hebben uitgebreid. De Duitse Orde of de Teutoonse Orde ontstond uit een groep Duitse ridders die het Duits hospitaal in Jeruzalem bedienden. Later werden ze eveneens een militaire orde, in 1143 officieel opgericht en vanaf 1190 met zetel in Akko. Ze namen de regel van Augustinus aan. Vanuit het Heilig Land verspreidden ze zich in Duitstalige gebieden. Vanaf de 19de eeuw, onder de Habsburgers, en begin 20ste eeuw werd de Teutoonse Orde tot een puur religieuze orde omgevormd met priesters, zusters en geassocieerde leken en zou ze zich vooral op caritatief werk toeleggen.
De Ridderorde van het heilig Graf van Jeruzalem is in 1114 ontstaan uit de kanunniken die de H. Grafkerk in Jeruzalem bedienden. Naast deze kanunniken traden er tot de orde ook ridders toe die op verschillende plaatsen de pelgrims zouden beschermen. De Antwerpenaar Filips van Carate deed een poging om de ridders van het Heilig Graf, die door de Custode van Jeruzalem tot ridder waren geslagen en zich in verschillende landen hadden gevestigd, te verenigen. Hij bood het Grootmeesterschap aan Filips II aan, maar dit opzet mislukte. Het was pas in de 19de eeuw, onder Paus Pius IX, dat de Ridders van het Heilig Graf officieel als orde werden verenigd. Vandaag telt de orde wereldwijd 35.000 leden en het doel blijft het ondersteunen van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem.

Van Tabor naar Nazareth – 14 september 2016

Neen, we volgden het leven van Jezus niet chronologisch maar vandaag traden we wel expliciet in de voetstappen van de Heer.

JPEG - 5.6 MB

We startten in Tabor, de berg die reeds van ver als een molshoop op een grasveld te zien is. Het is op deze berg dat de Heer Jezus in het bijzijn van Petrus, Johannes en Jacobus verheerlijkt werd. Dit waren ook de leerlingen die Hem in de Hof van Olijven zouden vergezellen. Verheerlijking en lijden raken elkaar. Sommige exegeten denken dat de gedaanteverandering op de Berg Hermon heeft plaats gehad, onmiddellijk na de belijdenis van Petrus in Caesarea Philippi. Maar zekerheid bestaat er hierover niet. We houden het dan maar bij de Berg Tabor. In kleine busjes werden we naar de top van de berg gebracht van waar we een prachtig zicht hadden over de vallei. Heel opvallend waren de cirkelvormige velden, zo aangelegd omwille van de irrigatie. Het lijkt een zeer vruchtbare vallei te zijn, en onderweg zagen we heel wat katoenplantages.
Maar eenmaal op de berg aangekomen en de kerk binnentredend, klonken opnieuw de woorden van de Vader: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem” (Lc. 9, 35). Jezus was de berg opgegaan om er te bidden en om er met zijn Vader alleen te zijn. Mozes en Elia verschenen er en Jezus sprak met hen. De zijkapellen van de kerk zijn aan beiden gewijd. Aan Mozes, die de Thora vertegenwoordigt en aan Elia die voor de profeten staat. Het is alsof Jezus wou aantonen dat de wet nooit zonder de profeten mag worden gelezen en dat we allen de opdracht hebben om de geboden te onderhouden en tegelijk profetisch in de wereld te staan om er het Koninkrijk van God te verkondigen.
Het verhaal van de gedaanteverandering is ook een uitnodiging tot regelmatig gebed, een uitnodiging om geregeld de berg op te gaan om bij God en met God alleen te zijn. Het is in het gebed dat het ons duidelijk wordt hoe we de Heer echt moeten navolgen: trouw aan de geboden en als de profeten echt getuigend van de Blijde Boodschap. Het is ook het moment dat we de woorden van de Vader mogen horen die Hij ook tot ons wilt spreken: “Gij zijt mijn veelgeliefde Zoon”, met de daaropvolgende uitnodiging om steeds naar Jezus te luisteren en zo steeds de Wil van de Vader te vervullen. Wanneer Jezus op een later moment opnieuw met de drie apostelen zal samen zijn, zal Hij dit uitdrukkelijk zeggen dat het niet zijn wil is die Hij wil volgen maar de wil van de Vader. “Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede” (Lc. 22, 42).

JPEG - 6.7 MB

Wanneer we na het bezoek aan de kerk nog even blijven rondhangen, begrijpen we nog beter hoe Jezus daar schitterde in de zon en hoe zijn gewaad, dat normaal bruin was, glinsterde als sneeuw in het licht. Op sommige bergen ligt er zelfs in de zomer nog sneeuw.
Nazareth, het klinkt zo bekend in de oren, en iedereen weet dat dit de plaats is waar Jezus is opgegroeid en tot zijn 30 jaar verbleef alvorens Hij zijn openbaar leven zou aanvangen.
Nazareth was in de tijd van Jezus een klein dorp met amper tweehonderd inwoners, waarvan de meesten tot het koninklijk geslacht van David behoorden. Het dorp telde tal van ambachtslui. De opgravingen getuigen dat het niet echt arme mensen waren, want ze bezaten huizen met verschillende kamers, waaronder een wasplaats om de rituele reinigingen uit te voeren. Vele huizen waren in de rotsen uitgekapt, want hout was er weinig. De idee dat Jozef een timmerman was, moet wellicht worden bijgesteld. Men moet hem eerder als een ambachtsman beschouwen, die onder andere meewerkte aan de heropbouw van de nabijgelegen stad Sepphoris die tijdens de joodse opstand na de dood van Herodes de Grote werd verwoest en waar de Romeinse generaal meer dan duizend inwoners liet kruisigen. Wellicht was ook Jezus in die stad als ambachtsman werkzaam.
Vandaag is Nazareth niet meer dat kleine dorp met tweehonderd inwoners. In het historische centrum heeft men echter de overblijfselen van huizen kunnen blootleggen, zodat men gerust mag stellen dat men exact de plaatsen kan situeren waar Jezus heeft geleefd.

JPEG - 5.2 MB

We startten ons bezoek bij de Kerk van de Aankondiging, met de plaats waar de Engel aan Maria verscheen om haar uit te nodigen de moeder van God te worden. “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u”, (Lc. 1, 28), horen we er opnieuw weerklinken. In de bovenkerk zijn vele afbeeldingen van Maria Boodschap van over de hele wereld verzameld. De Aankondiging was dan ook voor de ganse wereld belangrijk, voor de hele mensheid, doorheen de tijden. En Maria antwoordde na het gekende gesprek met de Engel: “ Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord” (Lc. 1, 38).
Het is een plaats waar we alleen maar in grote stilte, in gebed en dankbaarheid kunnen vertoeven, emotioneel bewogen omdat we met onze eigen ogen deze gezegende plaats mogen aanschouwen. Boven de plek werd een baldakijn geplaatst. Dit is een geschenk van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola. Het was voor hen ongetwijfeld zo betekenisvol vanuit hun eigen situatie als kinderloos echtpaar. Ze spraken er zeker dezelfde woorden als Maria: “Ons geschiede naar uw woord”.

JPEG - 791.2 kB

Wij horen er de drie woorden van Maria: ecce, fiat, magnificat.
Ecce: hier ben ik, bereid om te luisteren naar wat de Heer mij te zeggen heeft. Staan wij altijd open om het Woord van God over ons leven te laten klinken en het bereidwillig te beluisteren?
Fiat: uw Wil geschiede, niet mijn wil. Zijn we steeds bereid om de Wil van de Vader in ons leven te aanvaarden en enthousiast te volgen, in volle vertrouwen dat Hij ons op de goede weg zal brengen?
Magnificat: mijn ziel juicht van vreugde om alles wat de Heer met mij heeft gedaan, ik zijn eenvoudige dienstmaagd. Zijn ook wij verheugd om alles wat we mogen doen als eenvoudige dienstknechten, als instrumenten in de handen van de Heer?
Ecce, Fiat, Magnificat: het mogen ook onze woorden worden die we tijdens ons leven steeds opnieuw zullen herhalen.
In het kleine dorpje Nazareth moet het niet gemakkelijk zijn geweest om hetgeen aan Maria was gebeurd, geheim te houden. Iedere keer wanneer ze aan de bron water ging putten, werd ze door de andere vrouwen bekeken. Het is dan ook begrijpelijk dat Maria uit Nazareth wegtrok om drie maanden bij haar nicht Elisabeth te verblijven. Ja, het was een daad van dienstbaarheid, en in het Lucas-evangelie beluisteren we het loflied van Maria. Maar het was wellicht ook een manier om buiten het zicht van de omstaanders haar moeder-worden te beleven en verder uit te dragen.
Dit brengt ons bij Sint Jozef, wiens werkplaats in de volgende kerk wordt bewaard. Jozef, de rechtschapene, die Maria niet in opspraak wilde brengen omdat ze zwanger was vooraleer ze gingen samenwonen, maar die in een droom werd ingelicht over het wonder van de menswording. “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest. Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden… Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich” (Lc. 1, 20 – 24).

JPEG - 875.9 kB

Het was de gewoonte dat jonge vrouwen ten huwelijk werden gegeven aan een man, maar dan wel nog een jaar wachtten vooraleer effectief te huwen en samen te wonen. Het was dus in deze periode dat alles geschiedde. Er zijn in de apocriefe evangeliën mooie verhalen hoe Maria aan Jozef werd toevertrouwd. Maria zou een vroom meisje zijn geweest dat zich aan het gebed wijdde. En voor haar zou, volgens de gangbare traditie, een oudere vrome man worden gezocht. Dit werd dan Jozef, die afgebeeld staat met een stok met een bloeiende lelie erop, de lelie als symbool van de zuiverheid. Het verhaal vertelt dat de stok van Jozef begon te bloeien wanneer Maria aan verschillende mannen werd voorgesteld, als teken dat hij de uitverkorene was om deel te nemen aan het verlossingsgebeuren.
We eindigen ons bezoek aan Nazareth bij de bron van Maria, nu mooi in een orthodoxe kerk ingebed. Het is de bron die de fontein bevoorraadde waar de vrouwen van Nazareth dagelijks water kwamen putten. Een plek die zonder twijfel de plaats was waar ook Maria dagelijks langs kwam. De bron zelf wordt door de orthodoxen met zorg bewaard maar de fontein wat verderop ligt er eerder verwaarloosd bij. Maar onverwachts kregen we nog een extraatje met een bezoek aan het oude badhuis, dat reeds in de tijd van Jezus bestond. Het ligt nu onder een galerij, “Cactus” genaamd, die door een Antwerpse dame wordt uitgebaat. We zagen er het caldarium, de warme ruimte, de hypocaust of de ondergrondse verwarmingsruimte en het praefurnium of de stookplaats.
De dag werd beëindigd met een eucharistieviering in het klooster van de Zusters van Nazareth, een Franse congregatie die sinds 1855 in Nazareth, vlakbij de Aankondigingskerk, aan bedevaarders gastvrijheid biedt. Het was die dag het feest van de Kruisverheffing, de herdenking van de H. Helena, moeder van Keizer Constantijn, die in Jerusalem het kruis ontdekte waarop Jezus was gestorven. Vanuit Nazareth kijken we naar Jezus’ bestemming: het kruis, waarmee Hij de mensheid heeft verlost. Maria wist toen ze “ja” zei op Gods uitnodiging nog niet welk lijden haar te wachten stond. Maar ze bleef “ja” zeggen, tot aan de voet van het kruis. Ook hier klinkt opnieuw een uitnodiging voor onszelf om steeds “ja” te zeggen en “ja” te blijven zeggen, ook wanneer het kruis in ons leven verschijnt.

Rond het Meer van Galilea – 15 september 2016
Het openbaar leven van Jezus speelde zich voor een groot deel af rond het Meer van Galilea. Vandaag traden we daar in Zijn voetsporen, op plaatsen waarvan het zeker is dat de Heer er voorbij kwam.
Het begon in Capharnaum, “het dorp van Naum”, waar Jezus verschillende maanden bij Petrus verbleef. Het is ook de plaats waar Hij onder meer de schoonmoeder van Petrus genas en waar Hij onderrichtte in de synagoge. De evangelist Marcus vertelt er uitgebreid over.
Over de prediking in de synagoge lezen we het volgende: “Zij kwamen in Capharnaum, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge waar Hij als leraar optrad. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer, want Hij onderrichtte hen niet zoals de schriftgeleerden, maar als iemand die gezag bezit” (Mc. 1, 21 – 22). Wanneer Hij enige dagen later terug in Capharnaum is, drijft Jezus er een boze geest uit, wordt een zieke door het dak van het huis van Petrus neergelaten en zal Jezus deze lamme genezen.

JPEG - 6.4 MB

Het huis van Petrus is de voornaamste archeologische vondst nabij de synagoge en mag als één van de topplaatsen van een bedevaart naar het Heilig Land worden beschouwd. We zien er de grondvesten van het huis met een kleine binnenplaats, net zoals het in het evangelie wordt beschreven. Het bevindt zich vlakbij de synagoge, die weliswaar werd verwoest maar later op de oude fundamenten opnieuw werd opgebouwd. Vanuit de kerk, die boven de ruïnes van het huis van Petrus heen werd gebouwd, heeft men een zicht over het meer, waar zoveel tijdens het openbare leven van Jezus gebeurde.

JPEG - 5.7 MB

We denken aan de broodvermenigvuldiging die in Tabgha of Heptagai (zeven bronnen) plaats vond. Vandaag staat er een mooie nieuw gebouwde Byzantijnse kerk, die door Duitse Benedictijnen wordt bediend. Vorig jaar werd de kerk door extremistische joden deels in brand gestoken. Heel speciaal is de rotssteen voor het altaar, waar Jezus de broodvermenigvuldiging heeft verricht. Vooraan prijkt de gekende mozaïek met de twee vissen en de vijf broden in een mand. Aan de oever van het meer is het dé geschikte plaats om eucharistie te vieren.

JPEG - 547.8 kB

Even verder bevindt zich de kerk van het primaatschap, de plaats waar Christus na zijn verrijzenis aan Petrus verscheen en hem vroeg of hij Hem werkelijk bemint en hem daarbij de opdracht gaf de schapen te wijden. Op de deur prijkt de beeltenis van de twee pausen die dit heiligdom bezochten: Paus Paulus VI en Paus Johannes Paulus II. Ook hier zien we een rots waarvan de traditie zegt dat Jezus hier Petrus aansprak en hem als eerste paus aanstelde.

JPEG - 5.9 MB

Het Meer van Galilea, ook Meer van Genesaret genoemd, kreeg later, toen Herodes Antipas rond het jaar 20 met de uitbouw door van de havenstad Tiberias begon, het "Meer van Tiberias" als naam. Hij noemde het meer naar Keizer Tiberius. Hier ligt naast Capharnaum ook nog Magdala of Migdal, gekend door de figuur van Maria Magdalena, alsook Bethsaïda dat eveneens geregeld in de evangelies wordt vermeld en vanwaar Andreas, Philippus en Petrus afkomstig waren. Tiberias werd door de Joden gemeden want de stad was op graven gebouwd en werd zodoende als een onreine stad beschouwd. Zowel Magdala als Tiberias werden met de tijd belangrijk voor de export van vis, vooral de Petrusvis of de tilapia die van hier tot in Rome werd uitgevoerd.
Zowel Capharnaum als Bethsaïda kwamen in 67 tegen de Romeinse vloot in opstand maar beide steden werden door de Romeinen verwoest, vooraleer in het jaar 70 ook Jeruzalem zou verwoest worden.
De plaats van de zaligsprekingen bezochten we niet, maar we zagen de koepelkerk wel van in de verte.

JPEG - 1.1 MB

Van Capharnaum vaarden we over het meer naar Tiberiade en op de terugweg naar Nazareth werden we nog op het dorpje Nain gewezen, waar de enige zoon van de weduwe door Jezus uit de dood werd opgewekt en die aan zijn moeder werd terug gegeven.
Tijdens ons verblijf bij de Zusters van Nazareth konden we in de kelder nog opgravingen bewonderen en kregen we deskundige uitleg van één van de zusters. We konden de archeologische overblijfselen van een oud huis uit de tijd van Jezus bekijken, hetgeen ons een zeer goed beeld gaf van hoe het huis waar Jezus woonde eruit moet hebben gezien. Tevens bevindt zich daar het graf van de rechtvaardige, waarvan sommigen beweren dat dit het graf van de heilige Jozef zou kunnen zijn. Het graf geeft wel een zeer goed beeld hoe het graf van Jezus er in Jeruzalem moet hebben uitgezien, met de ronde steen die ervoor werd gerold. Wellicht kunnen we ons nergens beter dan hier een exact beeld vormen van de wijze waarop het dode lichaam van Jezus gebalsemd werd om begraven te worden en hoe op Pasen de ronde steen werd weggerold.

JPEG - 5.2 MB

Een dag vol diepe indrukken bij zoveel plaatsen waarvan met zekerheid kan gezegd worden dat de Heer er verbleef, er passeerde, predikte en zieken genas. Het is de streek waar Hij het langst heeft onderricht vooraleer naar Jeruzalem te trekken om daar zijn opdracht te volbrengen. Wat speelde er zich rond en op het Meer van Galilea niet allemaal af. Het was hier dat Jezus zijn eerste volgelingen riep om hun netten in de steek te laten en Hem te volgen. Rond het meer is de streek op verschillende plaatsen ongerept gebleven zodat we ons levend kunnen voorstellen hoe Jezus met zijn apostelen door deze streek trok en hoe Hij er door een grote menigte werd gevolgd.
Vandaag waren wij de volgelingen, luisterend naar de verhalen uit het Evangelie, die, gelezen op de plaats waar het allemaal gebeurde, plots zo heel anders klonkden. Het zijn verhalen die hier geen uitleg behoeven, maar die een levende meditatie zijn. Het is alsof het Jezus zelf was die opnieuw zijn woorden tot ons sprak. Wij konden samen met de toehoorders in Capharnaum herhalen: “Zo heeft nog niemand gesproken, want Hij spreekt met gezag”.

Een oponthoud in Jordanië – 16 en 17 september 2016
Na twee intense dagen van bezoeken aan de plaatsen waar Jezus heeft geleefd, volgden twee dagen in Jordanië. In de voormiddag staken we - met het nodige oponthoud voor het regelen van het visum - via de Sheikh Husseinbrug de grens over.
Jordanië is letterlijk het land aan de overkant van de Jordaan (Transjordanië), een koninkrijk dat door Koning Abdullah I in 1923 werd gesticht en in 1946 een zelfstandige staat werd. Deze wordt momenteel door de zoon van de bekende Koning Hussein, Koning Abdullah II, geleid.
Het land telt ruim zes miljoen inwoners, maar herbergt ook nog eens drie miljoen vluchtelingen, vooral mensen uit Israël, Syrië en Irak. Men probeert deze vluchtelingen in het land te integreren en velen hebben reeds de Jordaanse nationaliteit verkregen. Iedere streek heeft zijn eigen stam met een eigen beheer. De grote baan van Amman naar het zuidelijke Aqaba volgt bijna parallel de vruchtbare Jordaanvallei, maar ze loopt wel door de woestijn of beter gezegd door een uitgestrekte steppe. Daar leven nog heel wat bedoeïenen in tenten, ook al zijn alle bewoners van Jordanië verplicht een vaste woonplaats te hebben.
Het land rekent voor zijn inkomsten vooral op het toerisme, maar met de oorlogen en onlusten in de nabije landen is het toerisme momenteel met 80 % teruggevallen, wat natuurlijk rampzalig is voor het land. Voor de rest leven velen van enige schamele veeteelt met schapen en runderen.

JPEG - 5.1 MB

Het was gepland om rond 14u. in Ader aan te komen waar de Belgische landscommanderij van de Ridders van het Heilig Graf een school heeft opgericht. Maar omwille van moeilijkheden met de bus werd het 15u. Er zat bovendien ook nog een misverstand in de communicatie, want bij aankomst viel er niemand te bespeuren. Naderhand vernamen we dat zij alles voor de volgende dag hadden voorzien. Het was voor de scholen verlof omwille van de verkiezingen die daar op zondag zouden plaats hebben.
We vierden dan maar met onze bedevaardersgroep alleen eucharistie en bezochten daarna de school. De school lijkt goed georganiseerd en telt honderd kinderen in de kleuterafdeling en honderdvijftig in het lager onderwijs. Ongeveer de helft hiervan is katholiek en de andere helft is moslim. Even bezochten we de kelder waarin overblijfselen van christen aanwezigheid uit de 2de eeuw te zien zijn. Het christendom was hier dus reeds vroeg verspreid! Daarna viel ons toch nog een hartelijk onthaal te beurt, maar er stond ons nog een lange rit naar Petra te wachten, waar we rond 20u. aankwamen.
Petra, met een geschiedenis van meer dan 2200 jaar, bevindt zich in het zuiden van Jordanië. De stad werd reeds vroeg door Arabische stammen opgericht en lag op de belangrijke handelsroute die het Midden-Oosten met China en India verbond. Zo ontstond het koninkrijk van de Nabateërs met Petra als hoofdstad. Het werd een stopplaats voor kameelkaravanen, beladen met myrrhe uit Arabië, kruiden en zijde uit India, ivoor en dierenhuiden uit Afrika. Petra werd zo een zeer belangrijke stad met geplaveide straten, een heel systeem van watervoorzieningen en vooral met tempels en graven die in de rotsholten werden uitgehouwen. Vlak bij Petra bevindt zich ook de bron van Mozes.

JPEG - 685.5 kB

Verschillende overheersers hebben hun stempel op deze historische site gedrukt. Vanaf de 14de eeuw was deze volledig van het Westen geïsoleerd, zodat het zijn monumenten wist te bewaren. Het is slechts in het begin van de 19de eeuw (1812) dat het door Johann Ludwig Bruchhardt, een Zwitser die in Jordanië leefde, werd ontdekt. Daarna begon men het ganse domein meer en meer toegankelijk te maken. Sinds vijftig jaar wordt het verder blootgelegd en het is recentelijk door de UNESCO tot nieuw wereldwonder uitgeroepen.

JPEG - 6.2 MB

Het bezoek aan de historische site is echt indrukwekkend. Men wandelt er door een kloof tussen twee rotswanden die door het water zijn uitgesleten. In de rotsen werden vele honderden graven uitgehouwen, waarvan er later vele als woning werden gebruikt. Toppunt is de “Schatkamer” of “Al-Khazneh” die in de 1ste eeuw voor Christus als een graf voor een plaatselijke koning werd gebouwd. Later werd het een tempel. Bij een verdere wandeling zien we, eveneens in de rotsen uitgehouwen, een gans kloostercomplex, een amfitheater, een Romeinse zuilengang en een stadspoort. En te bedenken dat er nog zoveel onder het zand bedolven ligt.
Maar er zijn ook overblijfselen van christelijke aanwezigheid. Een ruïne van de byzantijnse basiliek uit de 5de eeuw met zeer mooie mozaïeken getuigt dat ook in Petra een substantiële groep christenen aanwezig was. Petra was gedurende vele eeuwen een bloeiend bisdom.
Bij de terugtocht naar de hoofdstad Amman hielden we even halt bij de ruïne “Krak van Montreal” in Shawbak. Deze werd door de kruisvaarders als versterkte burcht gebouwd.
In Amman logeerden we in het Regina Pacis centrum, een dagcentrum voor kinderen met een handicap, dat in 2009 door Paus Benedictus werd bezocht.
We mochten er de bisschop van Amman, Mgr. Maroun Lahham ontmoeten, die in feite de hulpbisschop van het patriarchaat van Jeruzalem is voor Jordanië. Hij gaf ons uitleg over de situatie van de katholieken in Jordanië. Het is natuurlijk een minderheid, een zestigduizend katholieke christenen, overwegend Palestijnen, die als vluchteling naar Jordanië kwamen. Maar het land en de leefomgeving is vrij tolerant. De christen gemeenschap telt een veertigtal priesters, zesendertig parochies, een aantal scholen, jeugdwerk en gezondheidscentra. Het jeugdwerk voor de katholieke jongeren lijkt vrij werkzaam voor het stimuleren van roepingen. Maar we onthouden toch ook dat het voor moslims niet mogelijk is met een christen trouwen, daar het kerkelijk huwelijk er ook als burgerlijk huwelijk wordt erkend en dat het voor een christen vrouw onmogelijk is om christen te blijven indien ze met een moslim huwt.
De tweedaagse in Jordanië zouden we ‘s anderendaags beëindigen met de overtocht van de Jordaan naar de plaats waar Christus werd gedoopt. Zo kwamen we opnieuw in de voetstappen van de Heer Jezus, om hem verder in Jeruzalem te volgen. Daar zouden we onze bedevaart afsluiten.
De Jordaanse tussenstop van twee dagen was toch belangrijk omdat we zo een bijzonder stuk historisch erfgoed leerden kennen dat een onvergetelijke indruk naliet. Het doet ons beseffen dat Christus ook aan deze zijde van de Jordaan voorbij kwam, vooral dan om op zijn tocht naar Jeruzalem het Joods-vijandige Samaria te vermijden. En met de sporen van de eerste christenen, vooral in de kelders van de school in Ader en de Byzantijnse basiliek in Petra, konden we opnieuw beseffen hoe belangrijk deze streek voor de verdere verspreiding van het christendom is geweest. Ons bezoek aan de christen gemeenschappen, zowel in Ader als in Amman, was zeker een aanmoediging voor deze geïsoleerde gemeenschappen. Ook zij dragen de gevolgen, zij het onrechtstreeks, van de onverdraagzaamheid waarvan de christenen in de omringende landen het slachtoffer zijn en die het aantal christenen in de streek waar het christendom wortel schoot, drastisch doet verminderen. We bevonden ons in een gebied waar de christenvervolging een dagelijkse realiteit is, ook al lijkt Jordanië daar tot op heden van gespaard gebleven.

Toen Jezus de Jordaan overstak – 18 september 2016
Met het oversteken van de Koning Husseinbrug kwamen we na de nodige controle van passen en bagage, terug in Israël aan, om er onze bedevaart verder te zetten.
Onze eerste stop was de plaats van het doopsel van Jezus aan de Israëlische zijde van de Jordaan. Daar is recent een mooi bedevaartsoord uitgebouwd. Het was het moment om door het uitspreken van de geloofsbelijdenis en het openlijk afzweren van het kwade ons doopsel te herdenken en te hernieuwen. Het doet ons verwijlen bij de passage waarbij Johannes de Doper aan Jezus vraagt of hij het niet is die moet gedoopt worden. Maar Jezus daalt in alle nederigheid in de Jordaan af en gaat er met de vele Joden in de rij die een doopsel van bekering wilden ontvangen. Bij Jezus betekende dit de start van zijn openbaar leven.

JPEG - 1.6 MB

Johannes de Doper was een tijdlang leerling bij de Esseners, die vooral via de rollen van de Qumram bekendheid verwierven. De Esseners waren joden die zich in 156 voor Christus van de andere joden hebben afgescheiden en die weigerden nog langer de tempel te bezoeken. Velen ervan trokken rond Qumram de woestijn in om er in afzondering te leven. Ze namen de zonnekalender aan en baden in de richting van de zon, terwijl de Joden traditiegetrouw de maankalender volgden. Ze leefden als monniken en hadden een eigen scriptorium. Het is daar dat ze de teksten van de bijbel kopieerden, waarvan in 1947 door een herder een belangrijke vondst werd gedaan. Toen hij probeerde een schaap uit een grot te redden, vond hij daar enkele kruiken met papyrusrollen. Dit was een belangrijke stap voor de exegese. Zo werden teksten uit het Oud Testament in hun meest oorspronkelijke versie gevonden. Eén voorbeeld: wanneer door de leerlingen van Johannes aan Jezus wordt gevraagd of Hij diegene is die men moet verwachten, antwoordt Hij: “Gaat aan Johannes zeggen wat gij hoort en ziet: blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan de armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd” (Mt. 11, 4-5). Hiermee verwees Jezus naar een tekst van Jesaja (Jes. 35, 5-6), waar in de eerder gekende versie de “doden staan op” niet werd vermeld, maar deze passus kwam wel in de rollen van de Dode Zee voor!
De Esseners zijn met de opstand van de Joden in 67 verdwenen. Johannes doopte 10 km van Qumram. Dit is de plaats waar Jezus werd gedoopt.
Wanneer we biddend bij de Jordaan verwijlen, mogen we de woorden van de evangelist beluisteren. “Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging en de Heilige Geest, in de lichamelijke gedaante van een duif, over Hem neerdaalde. En een stem uit de hemel sprak: Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb Ik mijn behagen gesteld” (Lc. 3, 21-22). De Vader spreekt deze woorden ook tot ons. Het is aan ons om in zijn welbehagen te leven en ervoor te bidden dat we in Gods welbehagen mogen blijven.
Jericho is gekend voor het tafereel van Zacheus, de genezing van de blinde Bartimeus en ook als plaats van de bekoring van Jezus na zijn doopsel. Zijn verblijf in de woestijn wordt in de nabijheid van Jericho gesitueerd. Jericho is ook de eerste stad die het volk Israël mocht binnentreden nadat het 40 jaar in de woestijn had rondgetrokken,. Het is een zeer oude stad, gelegen op 380 m onder de zeespiegel, en het is zo wellicht de laagst gelegen stad ter wereld. Wat verder zien we de Dode Zee die steeds meer uitdroogt, deels omwille van het natuurlijk verdampingsproces maar vooral als gevolg van de irrigatie waardoor water uit de Jordaan wordt getrokken.
Zacheus poogde Jezus te zien en klom in een wilde vijgeboom, de sycomoreboom of moerbeivijgeboom. Er staat nog steeds een sycomore in een klein parkje in Jericho en deze doet ons aan de bekering van Zacheus denken. “Heer, bij deze schenk ik de helft van mijn bezit aan de armen; en als ik iemand iets heb afgeperst, geef ik het hem vierdubbel terug” (Lc. 19, 8). Zacheus was hoofdambtenaar van het tolwezen en een rijk man. Hij kroop in een boom maar werd door Jezus geroepen om door hem in zijn huis ontvangen te worden. En dan volgden de reactien van de omstaanders: “Allen zagen dat en merkten morrend op: Hij is bij een zondaar zijn intrek gaan nemen” (Lc. 19, 7). In het Jaar van de Barmhartigheid is het verhaal van de bekering van Zacheus nog sprekender.
Er is ook de blinde, Bartimeüs, die door Jezus wordt genezen. Uit zijn mond klinkt het bijzonder mooi gebed: “Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij” (Lc. 18, 38), gevolgd door de smeekbede: “Heer, maak dat ik zien kan” (Lc. 18, 41). Het zijn twee gebeden die ook wij mogen uitspreken: het Jezus-gebed, waarin we ons erkennen als zondaar tegenover Jezus, de Zoon van de barmhartige God, en de vaststelling van onze blindheid om in de vele gebeurtenissen van ons leven Gods hand te zien. “Heer Jezus, Zoon van de levende God, heb medelijden met mij, zondaar, en maak dat ik zien kan”.
We mochten in Jericho ook opnieuw het verhaal van de Goede Herder lezen. We deden het heel speciaal in de kerk van de Goede Herder, waar we de eucharistie vierden. Dat mooie verhaal, waarbij Jezus zichzelf de Goede Herder noemt, die zorg draagt voor zijn kudde, en negenennegentig schapen in de steek laat om het verloren schaap te zoeken. Zijn wij niet dikwijls dat verloren schaap dat door Jezus hartstochtelijk wordt gezocht, en worden ook wij niet opgeroepen om herder te zijn voor de kudde die ons is toevertrouwd. Worden ook wij dan niet uitgedaagd om heel speciaal zorg te dragen voor hen die het moeilijk hebben, voor hen die verloren lopen. En welke vreugde is er in ons leven wanneer we diegene die verloren was, kunnen terugvinden en weer bij de kudde mogen brengen. En welke vreugde is er bij God wanneer wij, zondaars, ons bekeren. Bij iedere biecht en schuldbelijdenis mogen we dat mooie beeld van de Goede Herder voor ogen houden, en vooral denken met welke vreugde Hij ons terug in zijn armen neemt.

JPEG - 5.2 MB

Nabij Jericho ligt de Berg van de Bekoring. Op deze plaats staat een orthodox klooster, blijkbaar reeds van in de eerste eeuwen na Christus. We zien het klooster in de verte liggen en denken aan de arrogantie van de duivel om zelfs Christus, de Zoon van God te willen bekoren. Moeten we dan verwonderd zijn dat ook wij zo dikwijls bekoord worden? Bekoord om steeds meer macht, genot en bezit te verwerven en helemaal in de ban van onze passies te komen. Laten we met vertrouwen en overtuiging de woorden van de Heer herhalen: “De mens leeft niet van brood alleen. De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen. Gij zult de Heer uw God niet op de proef stellen” (Lc. 4, 4.8.12).
Efraïm is een plaats die eveneens in het evangelie voorkomt als de plaats waar Jezus naartoe trok na de opwekking van Lazarus, omdat men op zoek was om Hem gevangen te nemen. Jezus trok naar het hoger gelegen Efraïm, om bescherming te zoeken voor de Farizeeën die Hem probeerden in te rekenen. “Van die dag af waren ze besloten Hem te doden. Jezus bewoog zich daarom niet meer openlijk onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de streek bij de woestijn, en wel naar de stad Efraïm, waar Hij met zijn leerlingen verbleef ” (Joh. 11, 53-54).
Hierna trokken ook wij naar Jeruzalem. “Hoe blij was ik toen men mij zei, we trekken naar Gods huis. … Jeruzalem, ommuurde stad, zo dicht bijeen gebouwd, naar u trekken de stammen op, de stammen van Gods volk” (psalm 122). Het is met deze bedevaartspsalm zingend in ons hart dat we de stijgende route van Jericho naar Jeruzalem inzetten. We stijgen meer dan 1200 meter want Jeruzalem ligt op 800 m boven de zeespiegel.
Onderweg zien we de tentenkampen van Palestijnen die hun eigendommen kwijtspeelden en nu verplicht als nomaden moeten leven. Schrijnende toestanden die een smet werpen op wat we zo graag het Heilig Land noemen. En wanneer we Jeruzalem binnenrijden, kunnen we niet blind blijven voor de muur die er oprijst, de muur die Palestijnen van Joden moet scheiden. We logeerden bij de Dochters der Liefde in Bethanië, nabij het graf van Lazarus en het huis van Martha, Maria en Lazarus. Maar ook de tuin van de zusters wordt door de scheidingsmuur - een betonnen bouwwerk van 8 meter hoog en 3 meter diep in de grond - in stukken gereten. De muur staat symbool voor de pijnlijke politieke situatie tussen Joden en Palestijnen en de even pijnlijke situatie tussen de drie verschillende godsdiensten die Jeruzalem als hun belangrijk centrum beschouwen: de Joden, de christenen en de moslims. Het voorstel van het Vaticaan om in Jeruzalem een “corpus separatum” te creëren, waar de drie wereldgodsdiensten gemeenschappelijk de heilige plaatsen beheren, is zeker zinvol. Wanneer ik dit schrijf, klinken van op de tempelberg luid de gezangen van de imam. Het is een uitnodiging om in ons gebed heel speciaal voor eenheid en vrede te bidden hier in dit Heilig Land, in dit pijnlijk verscheurde land.

Jeruzalem, ommuurde stad – 19 september 2016

JPEG - 822.7 kB

We konden de dag niet beter beginnen dan in Bethpage, de plaats even buiten Jeruzalem-stad, waar Jezus met palmen werd ingehuldigd. Het ligt ten oosten van de Olijfberg en de bijbel voert ons hier naar het begin van de Goede Week. Lucas situeert dit nadat Jezus in Jericho Zacheüs had ontmoet en de parabel van de talenten had verteld. “Nadat Jezus deze woorden had gesproken, trok Hij verder en ging op weg naar Jeruzalem. Toen Hij Bethpage en Bethanië naderde, zond Hij twee van zijn leerlingen met de opdracht: Gaat naar het dorp daar voor u. Bij uw binnenkomen zult ge een veulen vinden dat vastgebonden staat en waarop nooit iemand gezeten heeft; maakt het los en brengt het hier” (Lc. 19, 28-30). We kennen de rest van het verhaal dat eindigt met de zang van de omstaanders: “Gezegend de Koning, die komt in de naam van de Heer. Vrede in de hemel en eer in den hoge!” (Lc. 19, 38). Vandaag wordt de Heer bejubeld, enige dagen later ter dood gebracht.

JPEG - 934 kB

In de kerk bevindt zich een steen die in 1870 door herders werd ontdekt en waarop fresco’s waren geschilderd met de opwekking van Lazarus en Jezus’ intocht in Jeruzalem. De steen dateert uit de tijd van de kruistochten. Op de plaats werd een klein heiligdom opgericht in herinnering aan deze twee gebeurtenissen. De architect van de huidige kerk is Antonio Barluzzi die in het Heilig Land in opdracht van de Franciscanen meerdere kerken ontwierp.

JPEG - 877.5 kB

Onze tweede halte was de plaats waar Jezus de aarde verliet. Rond een steen, waar zogezegd de voetafdruk van Jezus is in bewaard, werd een klein kerkje gebouwd. Dat werd achteraf een moskee. Gelukkig is in de nabijheid nog een andere moskee gebouwd, zodat deze plaats voor de pelgrims toegankelijk bleef. Een heel eenvoudige plaats, meer devotioneel dan historisch, maar mooi in zijn eenvoud. Op het binnenplein hadden we nogmaals een zicht op de muur die rond Jeruzalem is opgetrokken.

JPEG - 6.6 MB

De plaats waar Jezus zijn apostelen het “Onze Vader” leerde, staat onder de bescherming van de Fransen die er een Karmelitessenklooster oprichtten. Een mooie plaats waar niet minder dan honderdvijftig Onze Vaders in de verschillende talen werden aangebracht. En ieder jaar worden er nog versies bijgevoegd. We vinden er de tekst in het Hebreeuws en het Aramees, en natuurlijk als eerste in het Frans. Maar ook het Nederlands is aanwezig en zelfs nog de oude Vlaamse versie. De zuilengang voor de kerk doet aan de prachtige Camposanto in Pisa denken. Naar verluid heeft men daar ook inspiratie gezocht. Terug bij Lucas vinden we het verhaal over het Onze Vader juist na het bezoek van Jezus aan Martha en Maria en Lazarus. Het doet ons altijd denken aan het wezenlijk belang van enerzijds de goddelijke liefde, uitgedrukt in het gebed, en anderzijds de amicale liefde die Jezus naar zijn vrienden in Betanië toe toont. Beide zijn zo noodzakelijk om het mateloze gebod van de liefde zoals deze zich moet uitdrukken in de naastenliefde en door Jezus in het verhaal van de barmhartige Samaritaan werd verteld, te verwezenlijken. Met de inspiratie van de goddelijke liefde en de stimulans voor de vriendschappelijke liefde wordt de naastenliefde bereikbaar. In de kerk bidden we dan ook met de woorden van Jezus. “Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft. Hij sprak tot hen: Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood, en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is. En leid ons niet in bekoring” (Lc. 11, 1-4). En Jezus vertelde verder over de kracht van het gebed. Een moment om ons te bezinnen over de wijze waarop wij bidden en hoe wij God als Vader, geliefde Vader mogen aanspreken.

JPEG - 1011.1 kB

Dominus Flevit was onze volgende stopplaats, de plaats waar Jezus weende over Jeruzalem. De kerk bevindt zich in de onmiddellijke omgeving van de Getsemani. De kleine kerk, die in de vorm van een traan werd gebouwd, is gekend om zijn open raam met ijzersmeedwerk met bovenaan de kelk en de hostie en waardoor de stad Jeruzalem mooi te zien is. Bij Lucas volgt de weeklacht over Jeruzalem onmiddellijk na de blijde intocht. “Toen Hij naderbij kwam, liet Hij zijn blik over de stad gaan en weende over haar, terwijl Hij zei: Mocht ook gij op deze dag inzien wat u tot vrede strekt. Maar nu is dat voor uw ogen verborgen. Er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een wal tegen u opwerpen, u omsingelen en u van alle kanten insluiten; zij zullen u met uw kinderen die in u wonen, neersmakken en zij zullen geen steen op de andere laten, omdat gij de tijd, waarin barmhartig op u werd neergezien, niet hebt erkend” (Lc. 19, 41-44). Hoe waar werd deze voorspelling. En wanneer we naar de muur kijken die het land verdeelt, blijven deze woorden ook vandaag zeer actueel. Maar ook voor ons mogen deze woorden klinken, als een aanmoediging om ons te bekeren en onze ogen te openen voor wat wij bewust of onbewust verkeerd doen, hoe we ons vaak verwijderen van de Heer.

JPEG - 6.1 MB

Van op de hoogte nabij de kerk van Dominus Flevit heeft men een prachtig uitzicht op de stad Jeruzalem. We begrijpen hoe Jezus zijn ogen liet gaan over de stad die zich voor hum uitstrekte. We zien de grote muur die door Herodes de Grote werd gebouwd, waarachter zich de tempel uitstrekte. Nu schittert de koepel van de rotstempel als het symbool van Jeruzalem, de plaats waar Abraham bereid was zijn enige zoon te offeren. Een heilige plaats voor de Joden, maar ook voor de Moslims en natuurlijk ook voor ons, christenen. Maar het is de Islam die vandaag deze plaats heeft opgeëist. De tempel is verdwenen, alleen nog de muur bleef overeind. Het is nu de Klaagmuur voor de Joden. En wat verder staat de grote Al-Aqsa moskee. De grote toegangspoort in de muur is dichtgemetseld om te voorkomen dat de Messias Jeruzalem opnieuw zou binnenkomen. Wat een symbool! In de verte zien we de twee koepels van de Verrijzeniskerk, door de orthodoxen heel bewust Verrijzeniskerk genoemd, die door de katholieken meestal als de H. Grafkerk wordt betiteld.

JPEG - 8.1 MB

We wandelen verder en komen aan de plaats die me het meest aangrijpt: Getsemani of de Hof van Olijven. De olijfbomen die we nu zien, zijn oud maar dateren natuurlijk niet uit de tijd van Christus. Maar in de ondergrond zitten de oude wortels. In de hoek staat de olijfboom die door Paus Paulus VI in januari 1964 bij zijn bezoek aan het Heilig Land werd gepland. Dit bezoek had een grote betekenis op het moment dat het tweede Vaticaans Concilie in de fase van de besluitvorming kwam. Het was de allereerste keer dat een opvolger van Petrus het Heilig Land bezocht.

JPEG - 6 MB

In de kerk, eveneens door de ons reeds gekende Barluzzi gebouwd, vinden we de steen waarop Jezus bad. Hoe passend is het om ons hier in gedachten met Jezus in zijn agonie te verenigen. Hier zweette Hij toen bloed. “Hij ging nu naar buiten en begaf zich volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. Ook de leerlingen gingen met Hem mee. Ter plaatse aangekomen sprak Hij tot hen: Bidt, dat gij niet op de bekoring ingaat. Hij verwijderde zich van hen, ging ongeveer een steenworp verder, wierp zich op de knieën en bad: Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker aan Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede. Nu verscheen Hem een engel uit de hemel om Hem te sterken. Aan doodsangst ten prooi bad Hij met nog meer aandrang. Zijn zweet werd tot dikke druppels bloed, die op de grond neervielen. Toen stond Hij op uit zijn gebed en ging naar zijn leerlingen, maar vond hen van droefheid in slaap. Hij zei tot hen: Hoe kunt ge slapen? Staat op en bidt, dat ge niet op de bekoring ingaat” (Lc. 22, 39-46).
We denken terug aan de bekoring van Jezus in de woestijn, waar Hij dezelfde woorden sprak door zich steeds te refereren naar de wil van de Vader. Het werd het refrein van zijn leven. Treffend is dat hier ook gesproken wordt van een engel die uit de hemel komt om Hem te troosten. De duivel sprak ook van engelen, maar het was om Hem triomfantelijk op te vangen. Hier krijgen we het ware gelaat van Jezus te zien: Hij die gezonden is om ons te verlossen en voor ons te lijden.
Ook de woorden dat we moeten bidden om niet op de bekoring in te gaan, blijven nazinderen. Het is de realiteit van ons leven, en alleen het gebed zal ons sterken om iedere bekoring te overwinnen. Dank U Heer, dat U voor ons wou lijden om ons te verlossen, en dank U Heer, dat U ons blijft oproepen om te bidden, te blijven bidden. We namen het middagmaal in “La Maison d’Abraham”, de stichting van de Secours Catholique die op vraag van Paus Paulus VI werd opgericht om aan pelgrims de mogelijkheid te geven om op een goedkope en goede manier te kunnen logeren. Naast logement werd het ook een ontmoetingsplaats tussen de verschillende godsdiensten en werd hier ook een geneeskundige dienst voor de armen opgericht.
We zetten onze tocht verder en komen bij het vroegere paleis van Kaïfas. Een uitgelezen plaats om eucharistie te vieren en ons te bezinnen over het lijden van Christus. Het is ook de plaats waar Jezus door Petrus werd verloochend. Alles komt hier als een tragedie samen: verraden door één van zijn volgelingen, verguisd en gegeseld door de Joden en nu ook nog door zijn eerste volgeling verloochend. Er is geen grotere verlatenheid mogelijk. “Alicante” verwijst naar het kraaien van de haan op het moment dat Petrus beweerde Jezus niet te kennen. Tot driemaal toe herhaalde hij de leugen. “Hij had het nog niet gezegd of meteen kraaide een haan. Toen keerde de Heer zich om en keek Petrus aan; het schoot Petrus te binnen, hoe de Heer hem gezegd had: eer vandaag een haan kraait, zult ge Mij driemaal verloochenen. En hij ging naar buiten en begon bitter te wenen” (Lc. 22, 60-62).

JPEG - 1.1 MB

Onder de kerk bevindt zich de kerker waarin Jezus werd neergelaten. Een indrukwekkende plaats waar de tragedie van het lijdensverhaal van Jezus tastbaar wordt. De eerste christenen hebben deze plaats reeds vroeg als een bijzondere plaats erkend en hebben er kruisen in de wand gekrast. Buiten zien we de oude weg met de trappen naar het paleis. Het zijn de authentieke treden waarop de Heer Jezus een deel van zijn lijdensweg ging. Het zijn beelden die voor altijd in onze ogen zullen gegrift blijven.
Het is alsof we de tegenovergestelde richting van de geschiedenis gaan wanneer we bij het Cenakel uitkomen. Ook deze plaats werd tot moskee omgebouwd, maar gelukkig blijft ze voor pelgrims toegankelijk. Is het deze plaats of een andere? Of het nu deze plaats is of een ander... de ruimte zelf is niet meer authentiek, maar de situering is juist.
We verwijlen bij het Laatste Avondmaal, waar Jezus zo’n diepe woorden als Zijn testament uitsprak. Hij waste er de voeten van de apostelen en stelde er de eucharistie in. Het werd ook de plaats waar de door angst gegrepen apostelen na de dood van Jezus verbleven. Maar het werd tevens de plaats waar de Heilige Geest over hen kwam en waar de Kerk werd geboren.

JPEG - 5.9 MB

We zien het tafereel van Pinksteren in de Kerk van de Dormitio, vlakbij het Cenakel. Het is de plaats waar volgens de traditie Maria overleed. Het zijn Duitse Benedictijnen die deze plaats bewaren. Het was Willem II van Duitsland die bij zijn bezoek aan het Heilig Land besloot om deze kerk met abdij te bouwen en hier werd ook, net buiten de muren van Jeruzalem, een groot hospitaal opgericht.
In de crypte bidden we bij de plaats waar Maria zou zijn overleden. Een icoon in steen werd er geplaatst waarrond we tot Maria kunnen bidden. Boven in de koepel zien we Jezus die zijn moeder in de hemel ontvangt en met Hem wachten de vrouwen uit het Oude Testament om Maria te verwelkomen: Eva, Myriam, Judith, Ruth, Ester,… Rondom in de crypte zijn afbeeldingen van Maria aangebracht. We verwijlen even bij de “Maria Salus Populi” die we zo dikwijls in de Maria Maggiore in Rome hebben begroet.

JPEG - 5.2 MB

Het was het einde van een intense dag vol diepe spirituele waarde, vol dankbaarheid om alles wat we mochten bezoeken en met eigen ogen aanschouwden. Maar het was ook een herbeleven van vele momenten in het leven van Jezus: zijn opgang naar Jeruzalem, zijn samen-zijn met zijn leerlingen in het Cenakel, zijn doodstrijd in de hof van Olijven en zijn lijdensweg naar het paleis van Kaïfas.
‘s Avonds hadden we nog een gesprek met de verantwoordelijke zuster van het huis waarin we logeerden. Ze vertelde er over de moeilijkheden die ze ondervinden met de opdeling van het land en het wegblijven van pelgrims omwille van de wankele politieke situatie die het land doormaakt. Dezelfde morgen werd nog aan de Damascus-poort een man gedood, de zoveelste in rij. Het blijft een gespannen sfeer, en opnieuw denken we aan Jezus die weende over Jeruzalem.
Maar toch is Jeruzalem de ommuurde stad, waar het hart van velen blijft naar uitgaan, en die de smeltkroes van de grote monotheïstische godsdiensten werd. Voor ons blijft het heel speciaal de plaats waar Jezus moest lijden en stierf om ons te verlossen. Maar het is tevens de plaats waar Hij verrees en daarmee definitief de absolute macht van het kwade brak. We kijken er naar uit om de Verrijzeniskerk te bezoeken.

Bij het lege graf – 20 september 2016

JPEG - 7.2 MB


Bethesda: de naam weerklinkt uit de bijbel en brengt ons bij de Schaapspoort in Jeruzalem en bij de nabij gelegen badinrichting. Het woord betekent: huis van barmhartigheid. Het is daar dat Jezus de gebrekkige man genas die reeds achtendertig jaar op zijn genezing wachtte. De woorden van de man klinken ons in de oren: “Heer, ik heb niemand om mij, wanneer het water bewogen wordt, in het bad te brengen en terwijl ik ga, daalt een ander voor mij er in af ” (Joh. 5, 7). Hoevelen moeten dit vandaag niet herhalen: zij die door hun ziekte of handicap eenzaam zijn, zij die gemarginaliseerd worden en hun menselijke waardigheid zijn ontnomen. Jezus is gevoelig voor deze noodkreet. Hij toont medelijden in het huis van barmhartigheid en geneest de man. “Sta op, neem je bed op en loop. Op slag werd de man gezond. Hij nam zijn bed op en liep” (Joh. 5, 8-9). Jezus geeft aan de man zijn waardigheid terug, en moedigt hem aan zijn zelfstandigheid te herwinnen. Hij moet opstaan, zijn bed opnemen en lopen! Maar het is sabbat en hier ontspint zich de discussie met de Joden: “Het is sabbat, je mag je bed niet dragen” (Joh. 5, 10). Maar de man verdedigt zich en uiteindelijk krijgt hij van Jezus nog een tweede opdracht: “Zie, je bent nu genezen! Zondig niet meer, opdat je niets ergers overkomt” (Joh. 5, 14). Jezus geneest niet alleen de lichamelijke aandoening, maar wenst ook dat deze man spiritueel en geestelijk gezond wordt en blijft. Jezus heeft aandacht voor de hele mens, in al zijn dimensies. Bethesda is vandaag één van de oudste sites in Jeruzalem, nog helemaal bewaard uit de tijd van de kruistochten. Op deze plaats zijn ook nog de restanten van de bassins, met wellicht een warmwaterbron, want het is hier vulkanisch gebied. Er was ook een tempel, toegewijd aan de god van de geneeskunde, Asklepios. In de vroege eeuwen verrees hier een kerk, toegewijd aan Maria. Deze werd later tot moskee omgevormd en bleef daardoor van de ondergang gered. Nog later werd het opnieuw een kerk, aan de H. Anna gewijd, en die als de geboorteplaats van Maria wordt beschouwd. Vandaag zijn het Franse Witte Paters die de kerk bedienen. Het is de plaats waar onze dag met een stemmige eucharistieviering werd ingezet.

JPEG - 4.9 MB

Maar de hoofdnoot van de dag was de kruisweg, een rustige wandeling door de smalle straatjes en steegjes van de oude stad Jeruzalem, een tocht vol bezinning op weg naar het lege graf.
Het is niet de historische weg die Jezus volgde, want de echte tocht van Jezus ging van het paleis van Pilatus naar Golgota en betrof eerder een korte afstand. Een langere weg zou voor de totaal uitgeputte Jezus gewoon niet meer mogelijk zijn geweest. Maar de devotionele kruisweg die voor de pelgrims werd uitgestippeld, brengt ons in verschillende kerken en gebedsplaatsen waar telkens een statie van de kruisweg wordt herdacht.
We ontmoeten er Simon van Cyrene die ermee belast wordt Jezus bij het dragen van zijn kruis te ondersteunen. Het werd een moment van totale ommekeer voor Simon. Het helpen van een lijdende mens kan zeer helend werken. Medeleven en barmhartigheid zuiveren onze liefde uit.
Veronica is de figuur die me bijzonder aanspreekt, ook al is ze in het evangelie niet aanwezig. Maar ze kreeg haar naam door hetgeen ze van Jezus zelf ontving: de afbeelding van zijn gelaat, “vera icon”, het ware gelaat. Hebben we vandaag de moed om tegen alle stromingen in voor ons geloof uit te komen, ook als we ons daardoor marginaliseren of door anderen belachelijk worden gemaakt?
Het is opvallend dat er in de kruisweg veel vrouwen voorkomen. Doorheen de eeuwen groeide de Via Dolorosa en kreeg door de Franciscanen vorm. Zij zochten middelen om aan de gewone, meestal ongeletterde christenen, wegen van devotie aan te reiken. De wenende vrouwen worden zelf door Jezus getroost. Hij die in de grootste miserie zat, bleef oog hebben voor de mensen in nood. En de ontmoeting met zijn moeder moet een troost geweest zijn, en tegelijk voor Maria een vernieuwde aansporing om haar geloof in haar Zoon als de Zoon van God te bevestigen. Maria bleef geloven, ook wanneer iedere menselijke overweging haar in de steek liet. Jezus viel driemaal en werd hiermee zo solidair met ons allen, die ook steeds opnieuw vallen. Maar steeds stond Hij weer op, alsof Hij ons wou aanmoedigen om nooit aan de vergeving te twijfelen.

JPEG - 1.1 MB

We eindigden onze kruisweg op het dak van de H. Grafkerk, juist boven het Graf. Zoals reeds aangegeven, is dit voor de Orthodoxen de Verrijzeniskerk. We zouden onze kruisweg na de middag verder zetten, want de afspraak op het patriarchaat moest stipt worden gerespecteerd. Met de landscommandeur, Daniel van Steenberghe, Mgr. Dirk Smet en ikzelf werden we uitgenodigd om de maaltijd met de Apostolische Administrator, Mgr. Pierbattista Pizzaballa, te gebruiken. Deze vervangt momenteel de Patriarch die met emeritaat ging. Daarna volgde met de aanwezige ridders en dames de hernieuwing van de ridderbelofte in de co-kathedraal, waarna zij, die voor de eerste maal als ridder of dame de bedevaart naar het Heilig Land ondernamen, door Mgr. Shomali, hulpbisschop van Jeruzalem, de bedevaardersschelp werden opgespeld.

JPEG - 5.1 MB

Het was een moment om even na te denken over de betekenis van het ridder- en dame-zijn in de ridderorde van het Heilig Graf, zo met de Heilig Land verbonden. Op het einde van deze bedevaart, met de informatie die we opdeden, de spirituele verdieping die we meemaakten en de confrontatie met de situatie van de christen Palestijnen in Israël, werd het ons meer dan duidelijk dat ons ridder-zijn geen vrijblijvende activiteit kan noch mag zijn. Het houdt een engagement in dat het jaarlijks storten van een verplichte bijdrage en het nu en dan eens deelnemen aan een vormingsactiviteit overstijgt.
Twintig jaar geleden heb ik in Hoogstraten mijn ridderbelofte afgelegd. Maar vandaag, met de diepe indrukken die we tijdens de bedevaart hebben meegekregen, heb ik deze belofte totaal anders uitgesproken. Neen, het Heilig Land zal me niet meer loslaten. De situatie van onze christen broeders en zusters in het Heilig Land zal me blijven beroeren. Nu komt het erop aan om tot een duidelijk engagement te komen, persoonlijk en in groep. De hele dag waren mijn gedachten bij de Broeders die meer dan twintig jaar geleden voor enige tijd met de Zusters van Liefde in Ifsia meewerkten in de zorgverlening voor christen bejaarden. Het project werd omwille van allerlei moeilijkheden vroegtijdig afgebroken. Kunnen we denken aan een nieuwe weg van engagement als congregatie in het Heilig Land? Want aanwezigheid van christenen en van congregaties blijft heel belangrijk, vooral op plaatsen waar jonge christenen omwille van de verdrukking die er heerst, teleurgesteld en helemaal hopeloos naar de toekomst toe, hun land verlaten en op zoek gaan naar een betere toekomst. Hoe dikwijls hoorden we tijdens onze bedevaart die oproep niet om de christenen in het Heilig Land toch niet in de steek te laten.

JPEG - 5.3 MB

Met dit vernieuwd engagement trokken we naar de H. Grafkerk. We werden er met de verscheidenheid aan christenen geconfronteerd, die ieder een deel van de kerk onder hun hoede hebben. We aanschouwden de rotssteen, top van de Calvarieberg, waarop ooit het kruis van Christus werd geplaatst, en het lege graf, als plaats van de Verrijzenis. Door de enorme drukte die er heerste was het moeilijk om met de nodige sereniteit deze hoogheilige plaatsen te bezoeken en er biddend te verwijlen. Maar toch waren het momenten die ons diep raakten. Want hier gebeurde het, hier werd onze Verlossing voltrokken, hier werd onze toekomst verzekerd!

JPEG - 6.6 MB

We beëindigden ons bezoek aan Jeruzalem bij één van de oudste kerken: de kerk van de onthoofding van Johannes. “Het hoofd van Johannes” (Mc. 6, 24), klonk het uit de mond van de dochter van Herodias. Johannes die de voorloper was van Christus, was blijkbaar ook de voorloper van de vele martelaren die voor hun geloof zouden sterven en nog steeds sterven?
“Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt die tot u zijn gezonden! Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen verzamelen, zoals een kloek haar kuikens onder haar vleugels verzamelt, maar gij hebt niet gewild. Zie, uw huis zal onbewoond achtergelaten worden. Ik zeg u: Gij zult Mij niet meer zien, totdat de tijd komt waarop gij zult zeggen: Gezegend de Komende in de naam van de Heer” (Lc. 13, 34-35).
En tegelijk blijft Jeruzalem de stad die zovelen bekoort, de stad waar God op een bijzondere wijze aanwezig is, beleden en aanbeden wordt. We gingen deze morgen via de Leeuwenpoort de stad binnen en verlieten de oude stad via de Jaffa-poort. Het bezoek was kort maar intens, met een uitnodiging om terug te keren om opnieuw de weg van het lijden te gaan, naar de Verrijzenis toe. Het is deze verrijzenisvreugde die we meedragen, want we hoorden de engelen zeggen: “Wat zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Herinnert u, hoe Hij nog in Galilea tot u gezegd heeft: De Mensenzoon moet in zondige mensenhanden overgeleverd worden en aan het kruis worden geslagen. Maar op de derde dag zal Hij verrijzen” (Lc. 24, 5-7).

Terug naar de vlakte – 21 september 2016
De laatste dag van onze bedevaart werd met een bezoek aan Emmaus afgesloten. Er zijn in het Heilig Land niet minder dan vier plaatsen waarvan beweerd wordt dat Emmaus zich daar zou situeren. In de tekst van Lucas wordt vermeld dat Emmaus ongeveer 60 stadiën van Jeruzalem verwijderd lag. In een vroegere vertaling is er evenwel van 160 stadiën sprake, wat laat vermoeden dat de site die wij bezochten mogelijk als de meest waarschijnlijke locatie kan worden beschouwd.
Wij bezochte Emmaus-Nicopolis als eindplaats van de bedevaart. In de 4de en 5de eeuw werden hier twee Byzantijnse basilieken gebouwd, maar deze werden later door de Perzen verwoest. De kruisvaarders bouwden er een nieuwe kerk, maar ook deze werd vernield. De plaats werd wel als een devotieplaats behouden, en in 1878 werd op aanwijzen van Zuster Mariam van Bethlehem, een Karmelietes, hier een klooster gebouwd. Zij had immers in een revelatie deze site als het echte Emmaus gezien. Op deze plaats legden opgravingen de funderingen van een oude basiliek met mooie mozaïeken en een baptisterium bloot. Vandaag is het heiligdom toevertrouwd aan de gemeenschap van de Beatitudes.

JPEG - 5.7 MB

Hoe stemmig was het om onze bedevaart op deze plaats af te sluiten, luisterend naar het verhaal van de Emmaus-gangers die teleurgesteld Jeruzalem verlieten. Hoe dikwijls is in ons leven de toekomst niet duister en is het alsof ieder perspectief verdwenen is.
En dan was er die vreemde die zich bij hen voegde en hen geleidelijk aan de ogen opende, hen een nieuw perspectief gaf om uiteindelijk zelf, bij het breken van het brood, als de Heer Jezus herkend te worden. We laten de laatste woorden van het verhaal naklinken: “Toen zeiden ze tot elkaar: Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot? Ze stonden onmiddellijk op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf met de mensen van hun groep bijeen. Deze verklaarden: De Heer is werkelijk verrezen, Hij is aan Simon verschenen. En zij van hun kant vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend werd aan het breken van het brood” (Jo. 24, 32-35).

JPEG - 6 MB

Bij het einde van de bedevaart met de Ridders van het H. Graf naar het Heilig Land blijven ons ook de woorden van de rector van het seminarie in Bethlehem nazinderen. Hij gaf een precieze schets van de situatie van de kerk maar ook van de politieke situatie tussen Israël en Palestina.
Hier, meer dan elders, ontmoeten we een verdeelde kerk. Orthodoxen, Maronieten, Melkieten, Kopten, Protestanten en Katholieken: allen proberen een deel van de heilige plaatsen voor zich op te eisen. Op sommige plaatsen komt het zelfs tot handgemeen tussen de verschillende orthodoxe kerken: de pijn van de verdeling op de dag dat Paus Franciscus naar Assisi trok om er met de leiders van de wereldgodsdiensten samen voor vrede te bidden. Nochtans gaat het telkens om dezelfde Heer Jezus die bij zijn Laatste Avondmaal uitdrukkelijk heeft gebeden dat allen één zouden zijn, zoals Hij één is met de Vader.
De katholieke kerk vormt in het Heilig Land slechts een kleine minderheid en is in Jordanië meer florisant dan in Palestina. Want van de vijfentwintig seminaristen is 80 % uit Jordanië afkomstig. Tegelijk stemt het aantal seminaristen ons hoopvol naar de toekomst toe, want zowel in Amman als in Jeruzalem hoorden we de bisschoppen zeggen dat ze geen priestertekort kennen en dat alle parochies kunnen bediend worden. Een ander geluid dan wat we in het westen gewoon zijn.
Wanneer we naar het godsdienstig aspect kijken, kunnen we als het ware een evenwicht ontwaren tussen enerzijds de problemen die vooral op oecumenisch vlak schrijnend zijn, en anderzijds een eerder vurige katholieke kerk die zich als minderheid binnen de minderheid goed lijkt te handhaven. We vergeten natuurlijk niet de impact die de kerk ook hier met haar scholen, instituten voor mensen met een handicap, ziekenhuizen en tehuizen voor ouderlingen op het sociale en educatieve vlak heeft.
Maar de politieke toestand blijft het meest pijnlijke punt in het Heilig Land. De rector was duidelijk: deze verdrukking van de Palestijnen is gewoon onaanvaardbaar en onmenselijk. De Palestijnen zijn in hun eigen land een onderdrukte groep. En de hete hangijzers zijn op wereldniveau gekend: Israël die een muur heeft gebouwd tussen Israëlisch en