Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Gouden-jubileum-voor-Broeder-Dominique-in-Abu-Gosh
        Gouden jubileum voor Broeder Dominique in Abu Gosh

Gouden jubileum voor Broeder Dominique in Abu Gosh

INTERVIEW – Naar aanleiding van zijn gouden jubileum wou Broeder Dominique, een monnik van de olivetaanse benedictijnen in het klooster Sainte-Marie de la Résurrection te Abu Gosh even ingaan op de vragen van www.lpj.org. Hij had het onder meer over het parcours dat hij had afgelegd van in de kathedraal van Parijs tot in de abdij te Abu Gosh, een abdij die dateert uit de tijd van de kruisvaarders.


Broeder Dominique, het is zowat vijftig jaar geleden dat u in een klooster in het zuidwesten van Frankrijk als religieus werd geprofest. Kan u ons wat vertellen over de verschillende etappes die u tijdens uw leven hebt doorlopen en die er uiteindelijk toe hebben geleid dat u heden in het Heilig Land uw jubileum mag vieren?
Het is misschien merkwaardig, maar heel veel heeft zich nogal onafhankelijk van mijn eigen wil afgespeeld. Ik werd geboren in een op en top katholiek gezin waarin de dienstbaarheid aan de Kerk centraal stond. Ik kreeg een stevige, gezonde en evenwichtige christen opvoeding. Reeds vrij jong genoot ik een Bijbelse vorming die telkens aan mijn leeftijd was aangepast. Het begon al in mijn lagere schooltijd en het kreeg een vervolg tot wanneer ik binnentrad in het noviciaat waar deze vorming in mijn monastieke opleiding was ingebed.

Op tienjarige leeftijd werd ik lid van het kerkkoor van de Notre Dame te Parijs dat destijds een vorm van pre-seminarie was. We namen dagelijks deel aan de getijden in de kathedraal en verzorgden er de liturgische gezangen en de diensten aan het altaar. We kregen er onderwijs maar bovenal een intense muzikale en liturgische opleiding. De doorgaans uitstekende liturgische vieringen in deze kathedraal werden door de kapelmeester en de latere directeur van het kerkkoor, Père Jehan Revert, bijzonder goed voorbereid en uitstekend uitgelegd. De befaamde “Grandes Heures de Notre Dame” maakten een grote indruk op mij, maar evenzeer was dit met de dagelijkse officies het geval.

Parallel hieraan lag het feit dat mijn ouders een zaak hadden in het elfde arrondissement van Parijs die tal van Joodse klanten telde. Heel wat onder hen zouden grote vrienden worden. Samen met hen ontdekte ik het leven van de Parijse Joden en zou ik de synagoge bezoeken. Zo stapte ik binnen in de Bijbelse cultuur die het me later mogelijk zou maken om mij gemakkelijker in het Joodse in Israël te integreren.

Van in mijn kindertijd had ik enige kennis van het monastieke leven. Onze familie had immers banden met de benedictijnerabdij Sainte-Eustase in de Landes. Het was tijdens een verblijf in de Landes dat de abdis mij aanspoorde om eens een bezoek te brengen aan de naburige abdij van de benedictijnen te Maylis. Dat was liefde op het eerste gezicht. Ik was 14 jaar en vond daar een even intens en verzorgd liturgisch leven als in de Notre Dame van Parijs. Bovendien trof ik daar in dit monastiek milieu een authentiek familiaal leven dat mij meteen wist te verleiden.

Wat maakt u vandaag in uw leven als monnik dan zo intens gelukkig en waarmee hebt u het dan weer wat moeilijker?
Ik ben gelukkig en voel me ten zeerste dankbaar tegenover God om mijn levenswandel die ik eigenlijk niet altijd zelf heb gekozen. Er was vooreerst de oriëntering naar het kloosterleven en dan volgde die andere roeping om mij in het Heilig Land dienstbaar te maken. Al de rest heeft vooral God op zich genomen. Wat me vooral gelukkig maakt, is te beseffen dat ik precies dáár ben waar God me wil hebben en dat me dit volkomen gratis door Hem wordt geschonken. Mijn gehoorzaamheid aan de abt, die voor elke monnik de plaats van Christus inneemt, betekent voor mij een grote waarborg voor mijn gedrag en voor mijn innerlijke veiligheid.

Wat moeilijk blijft, is het aanvaarden van mijzelf, met al mijn ballast, mijn zonden, mijn egoïsme en mijn passies. Het zijn zoveel zaken die mij verhinderen om in alle vrijheid met lichte tred Christus op de weg naar de heiligheid te volgen. Het geheim van het geluk bestaat erin om zich ten volle en zonder enige reserve aan God en aan de anderen over te leveren. Gedurende vijftig jaar heb ik alles prijs gegeven. Dat stelt niet zoveel voor, maar daar hoorde toch ook wel mijn familie bij. Ik heb ook mezelf totaal gegeven. Doorheen de tijd blijft er evenwel altijd nog een zekere neiging om beetje bij beetje te recupereren wat ik eens op de dag van de professie heb prijsgegeven en wat ik heb achtergelaten. Elke dag moet ik mij weer bekeren tot meer authenticiteit in mijn leven.

Verschilt het monnik zijn in het Heilig Land sterk van het monnik zijn in Frankrijk? /
Het gebeurt dat ik bezoekers uit het westen hoor zeggen dat Israël het Westen is in het Oosten… Hebben deze mensen dan wel al eens het Heilig Land écht betreden? De sociale context, maar vooral de zo gevarieerde en tegengestelde culturele en religieuze context bij het betreden van een heilige stad verplicht er ons toe om te antwoorden dat hier geen consumptiemaatschappij heerst.

Ondanks het feit dat een benedictijnermonnik in zijn slotklooster verblijft, is hij niet wereldvreemd. Toen Abbé Paul Grammont in 1976 de monniken naar Abu Gosh zond, gaf hij hun als missie mee om de joods-christen vriendschap te bevorderen en te onderhouden, zonder evenwel de banden met de niet-Joden te verwaarlozen. Zij moesten bruggen bouwen met alle bewoners van het Heilig Land, zonder onderscheid van cultuur of religie. Dit geeft een speciale inkleuring aan het leven binnen onze kloostergemeenschap midden een compleet Arabisch-islamitische omgeving. Natuurlijk leid ik hier het leven van een benedictijn zoals dit ook in Frankrijk het geval is, maar dit gebeurt in een volkomen ander kader. In Frankrijk kon ik in een klein dorp van ongeveer driehonderd inwoners een kalm en rustig leven leiden. Ik leefde op het ritme van de klokken die om het kwartier de tijd aangaven. In Abu Gosh, een luidruchtige slaapstad met achtduizend inwoners, leef ik in de schaduw en op het ritme van de minaret die vijfmaal per dag met hoge decibels oproept tot het gebed.

U heeft een lange monastieke ervaring. Wat zou u een jongere toevertrouwen die in het klooster wil binnentreden?
Tot een jonge man die aan de deur van het klooster zou aankloppen, zou ik vooreerst zeggen: “Wees niet bevreesd, heb vertrouwen! Jezus houdt van u. Hij wil dat je gelukkig bent. Het kloosterleven loont de moeite. Je zal vallen, je zal foute passen zetten en mislukkingen kennen. Maar Jezus staat altijd klaar om met Zijn oneindige barmhartigheid op te richten wat is gevallen, om weer recht te maken wat krom is. Dan zal je waarlijk gelukkig zijn.” Dan zal ik hem eraan herinneren dat de monnik geroepen is om niet voor zichzelf te leven maar voor God en Zijn heerlijkheid. Maar hij is evenzeer geroepen om in dienstbaarheid te staan ten aanzien van zijn medebroeders in groei naar een eenheid met het Lichaam van Christus, anders gezegd met de Kerk.

Interview door Cécile Klos voor www.lpj.org

Vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Nieuws over het Heilig Land

Agenda
november 2018 :

Niets voor deze maand

oktober 2018 | december 2018

newsletter