Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/De-Zalige-Moeder-Marie-Alphonsine-Daniel-Ghattas-haar-leven-en-haar-mirakels
        De Zalige Moeder Marie-Alphonsine Daniel Ghattas: haar leven en haar (...)

De Zalige Moeder Marie-Alphonsine Daniel Ghattas: haar leven en haar mirakels

JERUZALEM – Op 17 mei 2015 zal Paus Franciscus Moeder Marie-Alphonsine Ghattas heilig verklaren. De internetsite van het Latijns Patriarchaat verspreidt een artikel van Firas Abedrabbo over het leven van de toekomstige heilige en de mirakels die door haar voorspraak zijn gebeurd. Hieronder volgt het artikel in extenso.


De Kerk maakt zich klaar om eerstdaags de heiligverklaring van Moeder Marie-Alphonsine Ghattas en van Zuster Maria van de Gekruisigde Jezus (Mariam Baourdi) te vieren. Dit is de erkenning van de authenticiteit van hun spirituele wijsheid en het stelt hen aan als voorbeeld en voorsprekers voor de gelovigen.

Hoe komt de Kerk ertoe de heiligheid van gelovigen te erkennen? Hier volgen twee “bewijzen” van de heiligheid van deze twee religieuzen: vooreerst is er hun leven zelf (een christelijk en deugdzaam leven) en vervolgens de bijzondere weldaden die God door de bemiddeling van beide dochters van het heilig Land aan levende gelovigen heeft verleend. Deze weldaden bleken wetenschappelijk niet te verklaren.

Keren we terug naar het leven en de mirakels van Moeder Marie-Alponsine. Een volgend artikel zal aan Mariam van de Gekruisigde Jezus worden gewijd.

Eerste bewijs van de heiligheid van Moeder Marie-Alphonsine Ghattas: haar nederigheid en haar verbondenheid met een evangelisch leven.

In een eerste fase in de processus van de heiligverklaring voert de Kerk een onderzoek naar het leven van de kandidaat, om zo te weten te komen of deze een deugdzaam leven heeft geleid. Tevens wordt onderzocht of de kandidaat de geboden van de Heer heeft nageleefd, zoals deze door het evangelie zijn overgeleverd. Belangrijk hierbij is de eerder heldhaftige manier waarop de kandidaat-heilige de geboden heeft onderhouden. Men onderzoekt dus de levenswandel en beluistert de getuigenissen van hen die de kandidaat hebben gekend.

Moeder Marie-Alphonsine werd op 4 oktober 1843 in Jeruzalem geboren. Zij was de dochter uit een zeer godvruchtige christen familie. Haar vader heette Daniel en haar moeder Catherine. De familie Ghattas was afkomstig uit Bethlehem, maar bepaalde leden van de familie verlieten Bethlehem en trokken naar verschillende steden in Palestina. Zo raakte de familie verspreid in Bethlehem, Beit Jala, Beit Sahour en ook in Jeruzalem zelf. Men kan evenwel niet zeggen wanneer deze verspreiding precies heeft plaats gehad.
Het was dus in Jeruzalem dat Marie-Alphonsine met haar familie woonde. Haar moeder fungeerde elke dag als misdienaar. Haar vader hield ervan om elke avond in zijn huis buren en vrienden te ontvangen om samen voor het beeld van de Maagd Maria de rozenkrans te bidden. Dat was overigens een traditie in talrijke christen families in Jeruzalem.

Bij haar geboorte ontving Marie-Alphonsine de naam “Sultana” (Arabisch voor “koningin”), een voornaam die reeds enigszins met de Koningin Maagd was verbonden. Nadien verkozen de ouders bij de gelegenheid van haar doopsel, hier nog de naam van Maria aan toe te voegen.

Na jaren van verwoed verzet vanwege haar vader ontving Sultana op de vooravond van 30 juni 1860, op 17-jarige leeftijd op de berg Golgotha in Jeruzalem het habijt van de zusters van Sint-Jozef van de Verschijning. Op dezelfde dag ontving zij tegelijk ook haar kloosternaam, Maria-Alphonsine. Deze zou zij voor de rest van haar leven dragen.

Zuster Marie-Alphonsine droeg in zich het hartstochtelijk verlangen naar de apostolische actie om op zending te gaan,. Tegelijk behield zij haar rustige persoonlijkheid, was bedachtzaam, op orde gesteld en behield steeds een grote waardigheid. Zij werd door een verbazingwekkende nederigheid gekenmerkt en vermeed steeds om in de kijker te lopen. Zij verkoos eerder om in stilte te werken en om God te behagen, eerder dan de mensen.

In Bethlehem begon zij reeds verschijningen van de Heilige Maagd te krijgen, waarbij zij belangrijke boodschappen ontving betreffende de stichting van een plaatselijke congregatie die de naam van de Zusters van de Rozenkrans zou dragen en die louter voor Arabische meisjes zou voorbehouden blijven. Deze verschijningen zouden vier jaar duren en het was gedurende deze verschijningen dat de Heilige Maagd aan de zienster aangaf Vader Yousef Tannous, Latijns priester van het patriarchaat, tot geestelijke leider te nemen. Deze werd uiteindelijk ook de formele stichter van de congregatie, vermits de nederige dienstmaagd van God verkoos om in de schaduw te blijven.

Na heel wat verwikkelingen, moeilijkheden en lijden verkreeg zuster Marie-Alphonsine in 1880 van de Heilige Stoel de toestemming om de congregatie van de Zusters van de Heilige Jozef van de Verschijning te verlaten om tot de nieuwe congregatie toe te treden. Zij ontving in 1883 het habijt van de Congregatie van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans.

De heilige had de grote bekommernis om het mysterie van de verschijningen die ze had gekregen verborgen te houden. Niemand had enige weet van het bestaan ervan, behalve haar geestelijke leider. Zij verkoos hierover heel haar leven de stilte te bewaren. Zij verkoos een leven vol zelfverloochening en zodoende zou het geheim gedurende 53 jaar verborgen blijven. Het is dank zij de wijsheid van haar geestelijke leider, vader Tannous, dat de zusters na de dood van zuster Marie-Alphonsine de waarheid omtrent de stichting van hun congregatie aan de weet kwamen. Vader Tannous had zuster Marie-Alhonsine immers gevraagd om datgene wat ze tijdens de verschijningen zag en hoorde, op te schrijven.

Enerzijds waren de orders die de Heilige Maagd gedurende de verschijningen aan de eenvoudige Palestijnse zuster gaf duidelijk en niet bediscussieerbaar. Maar anderzijds viel het zuster Marie-Alphonsine bijzonder zwaar om de Congregatie van de Heilige Jozef de rug toe te keren. Zij hield van deze congregatie en had die steeds met heel haar hart gediend. Haar trouw aan de Heilige Maagd zou echter veel groter blijken dan alle moeilijkheden en angsten die zij diende te overwinnen. Niets zou haar van haar liefde scheiden: niet de dood, evenmin de mogelijke beschuldigingen van verraad die haar konden te beurt vallen. Want “de liefde is grootser dan de dood.” Zij nam dus een beslissing: “Ik heb besloten, uit liefde voor Maria en voor haar verheerlijking, te gehoorzamen aan haar stem en mijn leven toe te wijden aan de Congregatie van de Rozenkrans. Ik vertrouw hierbij op de hulp die mijn Moeder mij zal schenken en geloof dat zij mij steeds zal vergezellen en ondersteunen.”
Als religieuze van de Congregatie van de Rozenkrans diende Zuster Marie-Alphonsine in meerdere missies (dit was de toenmalige naam voor de parochies van het Latijns patriarchaat tijdens de periode van hun oprichting): Jaffa bij Nazareth (waar zij op een wonderbaarlijke wijze bij middel van haar rozenkrans een jong meisje dat in een put was gevallen, kon redden. Deze put kan in de parochie nog steeds bezichtigd worden); Beit Sahour, Salt, Nablus, Jeruzalem, Zababdeh, Bethlehem en Ain Karem, waar zij in 1927 haar leven zou beëindigen.

Enkele dagen voor haar dood, toen zij reeds een voorgevoel had van de nabije ontmoeting met haar geliefde en Heilige Moeder, had zij nog de gelegenheid haar bloedzuster en ook religieuze, moeder Anna persoonlijk te ontmoeten om haar te zeggen: “Ga na mijn dood naar die plaats die ik je zal aangeven en je zal er twee schriften vinden die ik eigenhandig heb geschreven. Neem ze en overhandig ze aan Patriarch Barlassina”. Moeder Anna vond de twee schriften die effectief de verhalen van de verschijningen bevatten, maar die met rode was waren verzegeld. Zij nam deze mee en legde die aan Mgr. Marcus voor, met de vraag om de patriarch hiervan op de hoogte te stellen. Op die manier vervulde zij zeer nauwgezet de wens van haar overleden zuster.

Niet vertrouwd met de Arabische taal vroeg de patriarch aan moeder Augustine om voor hem deze bladzijden te vertalen en gaf daarom aan de generale overste de opdracht de twee originele manuscripten te overhandigen. Het is pas dan dat de volle waarheid omtrent de stichting van de congregatie ten volle aan de zusters werd ontsluierd.
Deze waren met stomheid geslagen om zoveel heldhaftige nederigheid vanwege hun stichteres die zij door onwetendheid steeds hadden genegeerd.

Tweede bewijs van de heiligheid van Moeder Marie-Alphonsine Ghattas: twee mirakels die na haar dood hebben plaats gehad.

De deskundige autoriteiten binnen de katholieke Kerk eisen dat kandidaten voor zaligverklaring, en later voor een heiligverklaring, na hun dood twee mirakels hebben verricht.

Door de voorspraak van Moeder Marie-Alphonsine hadden effectief twee mirakels plaats, een voor de zaligverklaring en het ander voor de heiligverklaring.

Het mirakel dat de zaligverklaring in 2009 voorafging.

Het verhaal begon toen twee religieuzen de familie van Nathalie Zananireh bezochten om samen de rozenkrans te bidden. Nathalie was een studente aan hun school in Beit Hanina (een buitenwijk van Jeruzalem). Het was gedurende de Mariamaand in 2003. Na het gebed lieten de religieuzen bij de familie een boek achter over het leven van hun stichtster, Moeder Marie-Alphonsine, de dienstmaagd van de Goddelijke Moeder.

Gedurende vier opeenvolgende dagen las de moeder van Nathalie dit boek en had bij zichzelf enkele verbazingwekkende zaken aangevoeld. Dit was vooral het geval na het lezen van de mirakels die tijdens het leven van Moeder Marie-Alphonsine hadden plaats gehad, alsook na de lectuur over de verschijningen van de Heilige Maagd.

Dezelfde week, op 30 mei om precies te zijn, was de moeder van Nathalie thuis aan het werk. Ondertussen dacht ze verder na over datgene wat zij gelezen had en plots ervaarde zij in zichzelf een vreemde angst, alsof er een ramp zou gebeuren. Zij bleef vaak ’s avonds laat uithuizig, vermits zij in de journalistiek werkzaam was. Zij had daarom de Heilige Maagd gevraagd om haar kinderen te beschermen, vooral dan tijdens haar afwezigheid. In het bijzonder had zij de Heilige Maagd gevraagd met haar hetzelfde te doen, wat zij eertijds met Moeder Marie-Alphonsine had gedaan.

Op een namiddag besloot mevrouw Zananireh na lang aarzelen toch te gaan werken. Toen zij aan het werk was, ontving zij van haar man een telefoontje waarin hij vroeg of hun dochter Nathalie wel tegen tetanus was ingeënt. Hun dochter had immers een letsel opgelopen dat volgens haar man niet bepaald ernstig was. Een half uur later belde de ongeruste moeder naar haar man, maar het was haar zoon die de oproep beantwoordde. ”Waar is je vader?” vroeg zij. De zoon antwoordde: “Hij is het huis gaan schoonmaken, want ziehier wat er heeft plaats gehad…”

Die bewuste dag vierden buren in de tuin de verjaardag van hun dochter. Nathalie was uitgenodigd. Na wat gezongen te hebben zei Nathalie: “Ik voel dat de aarde onder onze voeten aan het scheuren is.” Ze begonnen de spot met haar te drijven en begonnen op de grond te dansen. Ineens opende zich de aarde en kwam een diepe kuil tevoorschijn. De put was 4 meter diep, 4 meter breed en 5 meter lang. Nathalie viel in de put die praktisch helemaal met rioolwater was gevuld. Zij was een van de laatste die werd gered, nadat zij 5 à 7 minuten onder het rioolwater had gelegen! “Ik geloofde rotsvast dat hetgeen zich had voorgedaan, een mirakel was,” verklaarde de moeder bij haar thuiskomst nadat zij de plaats van het ongeluk en de put had gezien. Nadien vertelde zij aan haar familie wat zij die morgen aan de Heilige Maagd bij voorspraak van Moeder Marie-Alphonsine had gevraagd. Zij legde meteen ook het verband tussen dit mirakel en hetgeen de heilige destijds tijdens haar leven in Jaffa bij Nazareth had gedaan, toen zij een klein meisje redde dat eveneens in een put was gevallen. Had zij immers aan de Heilige Maagd niet gevraagd om met haar precies hetzelfde te doen, als datgene wat zij destijds met zuster Marie-Alphonsine had gedaan?

Het mirakel dat de heiligverklaring in 2015 voorafging

Het tweede mirakel had in Kufr Cana plaats, in 2009, twee dagen voor de viering van de zaligverklaring van Moeder Marie-Alphonsine in Nazareth. Dit mirakel viel te beurt aan een man met de naam Emile Elias, een Arabische christen van Galilea, die op 27 mei 1977 was geboren. Dhr. Elias was ingenieur en werkte bij een bedrijf dat wegenkaarten maakte. Op een dag wou hij een voorwerp verplaatsen dat hij op zijn werkplaats gebruikte en dat buiten zijn weten verbonden was met de elektriciteit. Hij werd getroffen door een schok van 30 à 40 duizend volt. De schok was ongetwijfeld dodelijk zodat Emile bewegingsloos op de grond neerzeeg. Volgens het medisch rapport had zijn hart reeds opgehouden te slaan toen hij in het hospitaal aankwam was zijn lichaam reeds helemaal blauw, hetgeen een zekere dood verraadt. Hij lag gedurende twee dagen in een soort coma.

Elias wist niets af van het leven van Marie-Alphonsine, maar hij vernam twee dagen later, bij zijn ontwaken, dat heel wat vrienden voor hem om voorspraak hadden gebeden tot diegene die eerstdaags zou worden zalig verklaard! Hij was aan een zekere dood ontsnapt en hij realiseerde zich zeer goed hoezeer zijn genezing een waar mirakel was. Zijn toestand was immers compleet hopeloos.

Moeder Marie-Alphonsine, bid voor ons!

Firas Abedrabbo voor www.lpj.org

Vertaling: l.d.s.

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?

Om je gebruikersafbeelding bij je bericht te tonen moet je je eerst registreren opgravatar.com (gratuit et indolore). Vergeet niet om hier je e-mailadres te vermelden.

Vul hier je commentaar in
  • In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Nieuws over het Heilig Land

Agenda
December 2017 :

Niets voor deze maand

November 2017 | Januari 2018

newsletter