Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/De-Universiteit-van-Bethlehem-een-oase-van-vrede-in-het-Heilig-Land
      De Universiteit van Bethlehem: een oase van vrede in het Heilig (...)

De Universiteit van Bethlehem: een oase van vrede in het Heilig Land

INTERVIEW – Hieronder volgt een gesprek met Broeder Peter Bray, President van de Universiteit van Bethlehem. Deze universiteit geniet reeds van bij haar stichting de steun van de Belgische Landscommanderij.


Broeder Peter Bray behoort tot de Congregatie van de Lasalle, bij ons gemeenzaam gekend als de Broeders van de Christelijk Scholen. Hij is afkomstig uit Nieuw-Zeeland en is momenteel vicekanselier en president van de Universiteit van Bethlehem. Hij is bijzonder beslagen in onderwijsmateries, een expertise die hij ondermeer in de administratie van verschillende onderwijsinstellingen heeft opgedaan, waarin hij gedurende meer dan dertig jaar gepassioneerd aan de slag is geweest. Hij behaalde een doctoraat in leadership éducationnel aan de Universiteit van San Diego en heeft dit in meerdere landen in de praktijk weten om te zetten, dit zowel aan universiteiten als aan opvoedkundige instellingen. In november 2008 kwam hij naar de Universiteit van Bethlehem en sedert het begin van het jaar 2009 vervult hij er de opdracht van vicekanselier.

Broeder Peter Bray, wat maakt de Universiteit van Bethlehem die u leidt tot een oase van vrede in dit Bijbels land?
Onder het korps van professoren en medewerkers leeft er een gemeenschappelijke kracht om hier een atmosfeer te creëren waarin studenten, professoren, medewerkers en bezoekers zich veilig weten en waarin zij zich bewust zijn dat zij hier omringd worden door mensen die om hen bezorgd zijn. Veel van onze studenten komen uit een moeilijke en soms zelfs gevaarlijke omgeving. Daarom is het belangrijk dat zij zich gerespecteerd weten van zohaast zij de campus betreden, dat er hier vriendelijk met hen wordt omgegaan en dat wij als christelijke universiteit het gebod van Jezus om elkaar lief te hebben echt willen beleven.

Vertel even de historiek van de universiteit. Hoe kwam zij tot stand? Waarom werd zij aan uw religieuze gemeenschap toevertrouwd en hoe is zij in de loop der jaren geëvolueerd?
De Universiteit van Bethlehem kwam tot stand als gevolg van het bezoek van Paus Paulus VI aan het Heilig Land in 1964. De paus wou iets doen als ondersteuning van het Palestijnse volk, maar wat dit precies zou inhouden, was toen nog niet duidelijk. Mgr. Pio Laghi, toenmalig Apostolisch Afgevaardigde voor Palestina, wou gevolg geven aan de wens van Paus Paulus VI, maar het was niet zo eenvoudig om hiervoor het juiste middel te vinden. Tussen eind 1972 en begin 1973 wist Mgr. Laghi enkele professoren bijeen te brengen om van gedachten te wisselen omtrent de mogelijkheden om een instelling voor hoger onderwijs tot stand te brengen. Aanvankelijk speelde men met de idee om een vormingsinstelling voor leerkrachten op te richten, zodat de afgestudeerden in de katholieke scholen onderwijs zouden kunnen verschaffen. Broeder Jean Manuel, toenmalig directeur van het College van de Broeders van de Christelijke scholen in Jeruzalem, vond deze visie evenwel te beperkt en poneerde van meet af aan de idee om een instelling voor universitaire studies op te richten. Dit vindt zijn verklaring in het feit dat er toen in Palestina geen enkele universiteit bestond en dat elkeen binnen Palestina die de ambitie had om universitaire studies aan te vatten, deze buiten Palestina moest volgen. Het gevolg was dat velen na het behalen van hun diploma niet meer naar de Palestijnse gebieden terugkeerden.
Om de zaken wat te bespoedigen bood Broeder Jean samen met de Broeders van de Christelijke Scholen uit de regio de site van Bethlehem aan als plaats waar de universiteit kon worden geïnstalleerd. Hier was immers reeds een van hun onderwijsinstellingen gevestigd. Dit voorstel werd tenslotte aanvaard en met de hulp van Mgr. Laghi, met de steun van de Congregatie voor Oosterse Kerken in het Vaticaan en de Generale Overste van de Broeders van de Christelijke Scholen kwam men terzake tot een overeenkomst. Deze voorzag dat de universiteit in Bethlehem zou gevestigd worden en dat het een gemeenschappelijke organisatie zou worden van het Vaticaan en de Broeders van de Christelijke Scholen. Vrij snel na het afsluiten van dit akkoord, met name op 1 oktober 1973, konden reeds 112 studenten de campus betrekken en zou de universiteit van start gaan.

Hoeveel jonge studenten mogen jullie elk jaar weer welkom heten? Van waar komen ze en welke studies genieten de grootste belangstelling?
Als gevolg van de (opgelegde) beperkte mobiliteit van de Palestijnen, komen de studenten uit niet zoveel verschillende regio’s. Voordat in 2005 te Bethlehem de Scheidingsmuur werd opgetrokken, waren er hier ook studenten uit Ramallah en uit Noord-Jeruzalem. Sedert de komst van de muur is het evenwel bijzonder moeilijk om van daar nog naar hier te komen. Als gevolg hiervan blijft de herkomst van de studenten praktisch tot Bethlehem, Oost-Jeruzalem en Hebron beperkt. 45% komt uit Bethlehem, 46% uit Oost-Jeruzalem, 8% uit Hebron en de schamele rest komt uit verschillende dorpen in de regio. Zij volgen hier de lessen aan een van de vijf faculteiten of aan een instituut. Het gaat om de faculteiten verpleging, onderwijs en opvoeding, business, wetenschappen en kunsten. Tevens is er ook nog het Instituut voor Hotel en Toerisme. Ongeveer 78% van de studenten bestaat uit meisjes.

Bestaat er enige interreligieuze dialoog onder de studenten?
Een van de belangrijkste bijdragen die de Universiteit van Bethlehem aan de Palestijnse samenleving levert, is namelijk dat zij aan de christen en moslimstudenten een unieke gelegenheid biedt om interesse voor elkaar op te brengen en dit in een atmosfeer die hen helpt elkaar te begrijpen en te waarderen. Ongeveer 26% van de studenten is christen. Dit wil zeggen dat zij op de campus een dermate belangrijke aanwezigheid vertegenwoordigen die het de moslimstudenten onmogelijk maakt om niet met de christenen tot uitwisseling van gedachten te komen. Sommige van onze moslimstudenten hadden vóór hun komst op de universiteit nog nooit christen jongeren ontmoet en hun ontmoeting hier geeft aanleiding tot kennismaking en appreciatie.

Zoals het katholieke onderwijsinstellingen eigen is, werd ook de Universiteit van Bethlehem uitgebouwd, conform aan de Lasalliaanse traditie, volgens excellente academische programma’s, het respect voor de waardigheid van het individu, de dienst aan de armen, een engagement ten bate van de rechtvaardigheid, dit alles in een kader van veiligheid en welwillendheid. De manier waarop de universiteit georganiseerd is en geleid wordt, is een weerspiegeling van deze principes. Daarom worden alle professoren en studenten, of ze nu christen of moslim zijn, met billijkheid en respect bejegend. Zij hebben dus alle redenen om in harmonie, in wederzijds respect en vredevol samen te leven. Het is normaal dat men oog heeft voor de verschillen in gedrag, in levenshouding of in opinies, maar dit brengt het dagelijkse leven op de campus niet in gevaar en doorkruist geenszins de relaties tussen moslim en christenen.

Naast hun wederzijds engagement in de klas, in het bijzonder in de lessen godsdienst waar ze samen op verkenningstocht gaan door het christendom, de islam en het judaïsme, brengen ook de extra-scolaire activiteiten zoals sport, workshops en de colloquia die ze op de campus hebben, hen steeds nader bij elkaar. Zij leren elkaars standpunten te begrijpen en te accepteren en openen zo hun blik en hun geest op een steeds ruimere wereld. Zo vormt de campus tegelijk een intellectueel platform, een oase van vrede en een veilige en zekere omgeving waar de studenten hun dag in een aangename sfeer kunnen doorbrengen.

Hoe ontwikkelt zich het studentenleven in Bethlehem binnen de ingewikkelde context van de Palestijnse Staat waarbinnen de universiteit zich toch situeert?
Een van de objectieven van de Universiteit van Bethlehem bestaat erin om hier op de campus een klimaat, een omgeving, een kader te scheppen dat voor de studenten als het ware een oase van vrede is. Velen die hier op bezoek komen, getuigen van hun ervaring van de vredevolle sfeer die hier heerst. Om dergelijke sfeer te helpen tot stand te brengen, wordt een grote nadruk gelegd op het bouwen van relaties, op de respectvolheid en de hoffelijkheid. Het Lasalliaans ideaal wordt voortdurend voor ogen gehouden opdat de professoren en medewerkers “voor elkaar broeders en zusters zijn en waarbij de oudsten onder hen er in de eerste plaats voor de jongeren zouden zijn die hen werden toevertrouwd”. Meer nog, op de campus hebben activiteiten plaats die de studenten bijeen brengen om verschillende plechtigheden te vieren en zo echt samen te zijn. Het lerarenkorps, het personeel en de studenten bieden het hoofd aan de werkelijkheid van de dagdagelijkse bezetting, heel in het bijzonder aan de beperkte bewegingsvrijheid die ze slechts krijgen. Onze studenten uit Oost-Jeruzalem moeten dagelijks voorbij de muur en moeten daar veel vernederingen ondergaan, alsook het hopeloze oponthoud dat dit dagelijks met zich meebrengt. De mensen die uit Bethlehem en uit Hebron komen, hebben voortdurend moeilijkheden om de nodige reisvergunningen te krijgen om naar Jeruzalem te gaan en kunnen het land nooit via de luchthaven Ben Gurion verlaten. Zo zien ze zich genoodzaakt om hiervoor via de Allenbybrug naar de luchthaven in Jordanië te trekken, hetgeen dan weer twee tot negen uur extra reistijd kan kosten. Desalniettemin heerst er onder onze studenten een grote veerkracht. Deze verenigt hen en voert hen naar een diepere identiteit als Palestijn en zet hen aan om intenser te leven.

De Universiteit van Bethlehem is een onderwijsinstelling en daarom, ondanks de restricties als gevolg van de bezetting en de situatie die hieruit voortvloeit, blijven opleiding en opvoeding onze belangrijkste doelstellingen. Het is ons grootste verlangen om de studenten een kwaliteitsvolle opleiding te bezorgen. De universiteit telt vijf faculteiten (verpleging, onderwijsopleiding, economie en handel, wetenschappen en schone kunsten). Daarnaast hebben we ook nog een Instituut voor Hotel en Toerisme. Uit dit alles kunnen de studenten kiezen. De professoren zoeken naar de beste onderwijsmethoden om de studenten te garanderen dat hun verblijf aan de Universiteit van Bethlehem een excellente onderwijservaring mag worden.

Wat betekent deze ervaring in het Heilig Land voor u als religieus? Welke merkwaardige momenten mocht u hier reeds beleven? Kan u hieromtrent enig getuigenis met ons delen?
Doorheen de tijd die ik sedert eind 2008 hier aan de Universiteit van Bethlehem mocht doorbrengen, ben ik steeds meer de vele kansen die ik hier in het Heilig Land krijg, gaan koesteren. Zo is het heel speciaal om hier in de stad van Jezus’ geboorte Kerstmis te kunnen vieren, om Pasen in Jeruzalem te beleven, om in diepe gedachten te kunnen verwijlen in de stad waar Jezus geleden heeft en uiteindelijk ter dood is gebracht. Ik heb mijn eigen favoriete plekjes waar ik innig tot bezinning kan komen en kan reflecteren over het feit dat Jezus hier de heuvels is ingetrokken en ik zo letterlijk en spiritueel in zijn voetsporen kan treden.

Maar zeker, de meest betekenisvolle momenten beleef ik hier in mijn relatie met de studenten aan de universiteit. Ik weet mij ongelooflijk geïnspireerd door het feit dat ik tal van studenten mag begeleiden in de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden. Zo wist ik mij geraakt toen ik een student mocht beluisteren wiens woning voor de tweede maal volledig werd vernield. Ik zag hoe hij in gedachten was verzonken over het feit dat de Israëli’s zijn huis en zijn land hadden afgenomen, hoe ze hem van zijn vrijheid hadden beroofd, maar zij hem toch niet hadden kunnen beletten om onderwijs en opvoeding te krijgen! Het is die veerkracht die ik bij zoveel studenten opmerk die dagelijks met de gevolgen van de bezetting worden geconfronteerd en die toch doorzetten om een volwaardig leven te leiden. Ik wist mij ook begeesterd wanneer ik een twintigjarige studente mocht beluisteren die heel bewust wou gaan leven. Zij was zich ten volle bewust van de bezetting, van alle restricties, van alle uitdagingen, maar zij betoogde met klem dat zij zich niet door die anderen zou laten domineren en volgens haar eigen overtuiging zou denken en leven. Zij zou binnen de context waarin ze zich bevond zelf wel haar beslissingen nemen om intens te leven.

Ik voel mij bemoedigd om mij aan dié mensen te binden met wie ik hier samenwerk voor het welzijn van de studenten die ons zijn toevertrouwd. Onze medewerkers zijn stuk voor stuk schitterende mensen. Zij zijn bereid om hier in Palestina te blijven om zo onze studenten de beste kansen te bieden.

Ik citeer de woorden van Jean-Baptiste de La Salle, de stichter van de Broeders van de Christelijke Scholen: “Heer, aan U het werk”. Vanuit die gedachte ben ik mij ten volle bewust van het feit dat ik hier op deze plaats slechts een instrument van God ben. Ik word bij het oplossen van de ingewikkelde en onvoorspelbare problemen waar ik voor sta, zo vaak met mijn grenzen geconfronteerd. En dan besef ik dat datgene waar ik in betrokken ben, veel groter is dan mijn project, veel groter dan mijn vooroordelen en mijn verlangens. Dit besef helpt mij om mijn vertrouwen in de Gods Voorzienigheid te laten groeien en het maakt mij steeds meer bewust van het feit dat ik alle dagen in Gods aanwezigheid mag leven. Het feit dat ik mij hier mag engageren, maakt deel uit van Gods plan. Het is aan de oproep van God dat ik gehoor geef, en voor de tijd dat ik hier mag werken, is het in feite Gods werk dat via mij tot vervulling komt. Het is voor mij een wezenlijke en grootse geloofservaring de talrijke moeilijke momenten in ogenschouw te nemen en dan duidelijk te zien dat het in feite de werking van God is die mij doorheen deze moeilijke perioden heeft geleid.

Ik heb het geluk om in een communauteit van tien broeders van onze congregatie te mogen leven. Tien broeders die mijn geloof en mijn engagement hier in de universiteit delen. Tien broeders die mijn verlangen delen om via het onderwijs ten dienste te staan van het Palestijnse volk. Ik vind het ongelooflijk vertroostend om mijn geloof met deze mannen te kunnen delen, om met hen de maaltijd te gebruiken, hun vreugde en hun pijn te delen, samen met hen te lachen, maar evenzeer in alle stilte te kunnen bidden of een liturgisch moment te beleven. Samenleven met deze mannen en de Blijde Boodschap verkondigen, is een ervaring die mijn geloof telkens weer bezielt.

De Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem engageert zich ten aanzien van de Universiteit van Bethlehem zodat deze het hoofd kan bieden aan de actuele moeilijkheden en zo haar kwaliteitsvolle onderwijsopdracht kan blijven realiseren. Op welke manier hebben de ridders en dames van de Orde u de meeste steun geboden en welke boodschap zou u hen willen meegeven?
De Universiteit van Bethlehem heeft zich altijd in een penibele financiële situatie bevonden en dit is blijvend het geval. De bijdrage van de studenten beslaat nauwelijks 36% van het werkingsbudget. Het gevolg hiervan is dat het bureau ter ontwikkeling van de universiteit telkens weer moet pogen 64% van haar budget bijeen te schrapen. Dit betekent jaarlijks een zoektocht naar circa 13 à 14 miljoen dollar. Een van de mirakels van de universiteit bestaat erin dat zij er telkens weer op een of andere manier in slaagt, en dit reeds gedurende veertig jaar, om de nodige gelden te vinden om de universiteit niet enkel te laten overleven maar om haar zelfs ten volle tot bloei te laten komen. In de krachtinspanning om telkens weer die 64% van de noodzakelijke werkingsmiddelen bijeen te brengen, speelt de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem als internationale entiteit een belangrijke rol en levert zij de belangrijkste bijdrage van alle soortgelijke groeperingen over de wereld verspreid. Onze erkentelijkheid ten aanzien van de ridders en de dames van de Orde is dan ook bijzonder groot. Deze steun bereikt ons sedert 1955 vanuit zowat alle hoeken van de wereld. De bijdrage van de Orde aan de Universiteit van Bethlehem bereikt zowat 6,6 miljoen Amerikaanse dollar en die bijdrage gebeurt op zeer uiteenlopende manieren. Het betreft zowel studiebeurzen voor en directe ondersteuning van studenten, steun aan een faculteit of een departement, investeringsprojecten, hulp bij de aankoop van de Berg van David, de aankoop van voorzieningen en van boeken, maar vooral ook via diverse niet voorbestemde giften die het ons mogelijk maken om tal van onvoorziene noden op te lossen, wanneer deze zich voordoen. De Universiteit van Bethlehem is bijzonder erkentelijk voor deze schitterende ondersteuning.

Wij zijn duidelijk een katholieke universiteit die de boodschap van Jezus wil beleven. Zoals Hij in het evangelie van Johannes zelf zegt, is Hij gekomen “opdat de schapen het ware leven zouden hebben en zij overvloed zouden kennen”. Dat was de zending van Jezus en dit is tevens de zending van de Universiteit van Bethlehem, hier in dit land waar Hij heeft geleefd en waar Hij heeft gewandeld, het land waar hij zijn dienstbaarheid heeft getoond. Wij willen onze studenten de kans geven en de geschikte omgeving bieden om hen op een intens leven voor te bereiden, om hen te helpen de moeilijkheden waarmee zij geconfronteerd worden het hoofd te bieden, en dit ondanks de vele beperkingen en pijn. De steun van de Orde maakt het ons mogelijk om dit te realiseren en daar zijn wij ten zeerste dankbaar voor.

Interview door François Vayne voor www.oessh.va

Vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Ontdek het Heilige Land

Agenda
september 2018 :

Niets voor deze maand

augustus 2018 | oktober 2018

newsletter