Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/De-Muur-van-Schande-in-Cremisan-Het-is-onze-geschiedenis-waar-men-ons-uit
      De Muur van Schande in Cremisan : Het is onze geschiedenis waar men ons uit (...)

De Muur van Schande in Cremisan : Het is onze geschiedenis waar men ons uit losrukt om deze weg te vegen

CREMISAN – April 2016. Bulldozers zijn in de Cremisan Vallei en in Beir Onah volop bezig met het ontwortelen van eeuwenoude olijfbomen om er betonnen panelen voor de scheidingsmuur in de plaats te zetten. Op het terrein hebben wij een ontmoeting met Vader Aktham Hijazin, pastoor van de lokale Latijnse parochie, en Issa al-Shatleh, christen inwoner van Beit Jala en gewezen eigenaar van enkele gronden aldaar.


De Zaak Cremisan heeft reeds tal van heropflakkeringen gekend. Deze prachtige vallei vol olijfbomen bevindt zich tussen Bethlehem en Jeruzalem en behoort tot de gemeente Beit Jala. De overwegend christelijke bevolking moest na 1967 reeds een eerste reeks van in beslagnames van gronden ondergaan voor de bouw van de joodse kolonie Gilo. Sindsdien is het grondgebied van Beit Jala stelselmatig verkleind. De regio staat volgens de akkoorden van Olso nochtans als Zone C gemarkeerd, hetgeen betekent dat deze”geleidelijk aan zou moeten onder de Palestijnse jurisdictie worden geplaatst.” Desondanks hebben de Joden er hun constructies systematisch uitgebreid. De Palestijnen wachten dan ook nog steeds tevergeefs op de uitvoering van het Oslo-akkoord.

De scheidingsmuur van Cremisan : “een oud project”

“De bouw van de muur en de in beslagname van deze vallei is een oud project,” vertelt Vader Aktham, pastoor van Beit Jala. “Negen jaar geleden werd reeds een deel van de weg aangelegd. Er werden toen 13 dunums* aangeslagen. Al die jaren werden wij hard aangepakt.” In april 2015 leek het nochtans even dat het Israëlisch Hoog Gerechtshof recht zou doen aan de christen families die door het Heilige Yves Genootschap werden verdedigd. Dit is het Katholiek Centrum voor de rechten van de mensen van het Latijns Patriarchaat. De twee Salesiaanse kloosters in de vallei zouden aan de Palestijnse kant blijven, maar de lotsbestemming van de gronden bleef vaag. Issaal-Shatleh, christen uit Beit Jala, die reeds in 2004 een deel van zijn gronden zag verloren gaan, geeft toe dat hij geen grote verwachtingen van de zijde van het Israëlisch Hoog Gerechtshof meer koestert : “Wij weten dat het Hof zich steeds in het voordeel van de bezetting uitspreekt. Wij rekenden vooral op de internationale druk en wij zijn zeer erkentelijk voor allen die hun steentje hiertoe hebben bijgedragen. Maar deze druk is duidelijk ontoereikend gebleken.”

Op Maandag 6 juli 2015 is het Israëlisch Hoog Gerechtshof teruggekrabbeld. Het zette voor het Israëlisch Ministerie van Landsverdediging het licht op groen om met de bouw van de scheidingsmuur in de vallei te beginnen. In de verzengende hitte van de maand augustus van 2015 zijn de werken van start gegaan. Met volle misprijzen van de grenzen die door het internationaal recht waren vastgelegd, leidde het Israëlisch leger straffeloos het hele project. “Het gaat hier duidelijk om een reactie van Israëlische zijde op de akkoorden tussen het Vaticaan en de Palestijnse staat die in juni 2015 werden ondertekend,” stelt Vader Aktham. “Het nieuwe traject valt zelfs nog slechter uit. De twee kloosters zijn bij Jeruzalem gevoegd en er werden nog meer gronden aangeslagen. Zij motiveren de bouw van de muur vanuit veiligheidsredenen. Maar wij weten heel goed dat het Israëlisch project in werkelijkheid de aanhechting van gronden bij Jeruzalem beoogt en om via een weg de kolonies Gilo en Har Gilo met elkaar te verbinden en deze nog verder uit te breiden.”

Die ochtend in de maand augustus werd Issa in allerijl door de bewoners van de vallei opgetrommeld. Zij werden immers door het lawaai van de bulldozers gewekt. Hij begaf zich samen met zijn broer meteen naar zijn gronden en poogde tevergeefs aan de soldaten uit te leggen dat het terrein en de olijfbomen reeds sedert generaties aan hem en zijn familie toebehoorden. Hij vroeg aan een van de aanwezige officieren een officieel rechtsgeldig document. Maar geen enkele wettelijke rechtvaardiging werd hem voorgelegd. Hij en zijn broer werden geslagen en terug naar huis gestuurd. Vader Aktham werd op zijn beurt door een soldaat gewelddadig bij de nek gegrepen alvorens van de bouwplaats te zijn verwijderd.

Hebben jullie een Raadsbesluit van het Hof of van het leger ontvangen ? Werden jullie geraadpleegd ? “Walla ichi.”Niets van dit alles. Issa herinnert met enige weemoed aan het bloeiende Beit Jalla uit zijn kindertijd. “Vandaag is de stad nog slechts een schim van wat die ooit is geweest. Ze lijkt als het ware verlaten.”

Van de dertig olijfbomen die aan Issa en zijn broers toebehoorden (in totaal 6 families met 25 personen) op een oppervlakte van 4,5 dunums, blijft er nog slechts eentje over. Deze ligt aan de voet van de muur en hij zal er nooit nog een toegang toe hebben. “De bomen moeten met de grootste zorg onderhouden worden. Zij hebben ons zelfs de grond afgenomen die voor deze omgeving over een uitzonderlijke vruchtbaarheid beschikte.” Issa vertelde hoe de olijvenoogst het zijn familie mogelijk maakte jaarlijks enkele vaten olie te produceren, hetgeen gemiddeld zowat 270 liters vertegenwoordigde. “Sommige bomen die nog uit Christus’ tijd dateren, waren dermate groot dat ze soms twee oogstdagen vereisten. Met de familie waren we doorgaans een tiental dagen met de oogst bezig. Vandaag zijn we alles kwijt, meer nog, we moeten nu onze olie elders kopen.”

Voor Vader Aktham, net als voor alle christenen in de vallei, gaat het evenwel om meer dan ontwortelde bomen of in beslag genomen gronden. “Men heeft ons onze geschiedenis afgenomen om deze te laten verdwijnen, om ze weg te vegen. Onze olijfbomen, waarvan de meeste eeuwenoud zijn, zijn ontworteld en ergens anders opnieuw aangeplant, vaak zelfs in kolonies om de indruk te wekken dat de kolonisten daar al heel lange tijd verblijven.” Tussen de olijfbomen werden ook archeologische schatten, waaronder Romeinse en Byzantijnse graven, vernietigd.

De juridische strijd is gestreden, alle rechtsmiddelen lijken uitgeput. Eens temeer kreeg in dit drievoudig Heilig Land het geweld kracht van wet. Wat rest er de christenen vandaag nog tot hoop ? Issa heeft de krop in de keel en heeft geen antwoord op deze vraag. Dit land, het land waarin de Messias werd geboren, zou moeten een land van vrede zijn. Elke generatie vestigde zijn hoop op de volgende generatie. Maar vandaag hebben wij onze kinderen niets meer te bieden. Het vuur van onze hoop dooft uit. Door onze gronden van ons weg te rukken, rukt men tegelijk de vrede, de hoop en het leven weg. De in beslagnames vermoorden hier in Beit Jala de toekomst van onze jongeren en wijzigt voorgoed de loop van onze geschiedenis. Men heeft ons van onze geschiedenis, van onze erfenis en van onze toekomst beroofd.

Welke toekomst rest er deze christenen nog vandaag ?

“Beit Jala wordt door muren en kolonies omsingeld. Het heeft geen toekomst meer, want het kan niet meer uitbreiden,” vertelt Vader Aktham. Van de 14.500 dunums die vóór 1967 bij de gemeente behoorden, blijven er in zone A, dit wil zeggen onder Palestijnse controle, heden nog slechts 3.300 over. 7.700 dunums, meer dan de helft dus, zijn voor de bouw van de muur in beslag genomen. Een 300-tal dunums werden voor de bouw van de nieuwe Palestijnse stad Doha gebruikt. De rest, zijnde ongeveer 1.200 dunums, bevinden zich in zone C. Het betreft hier Palestijnse landbouwgronden die onder Israëlische controle vallen. En Israël weigert daar ook maar één bouwvergunning af te leveren.

Vader Aktham en Issa komen nog even – zij het niet zonder emotie – op de gebeurtenissen van de lange oorlog terug. “In het begin hebben wij tal van vredelievende acties georganiseerd,” vertelde Vader Aktham. “Het ging om gebedsstonden, de wekelijkse vrijdags- en zondagsmissen. Naarmate de werken werden opgedreven schakelden wij naar een dagelijkse misviering over. Er hadden in Beir Onah grote manifestaties plaats, maar deze werden steevast hardhandig door de Israëlische soldaten bedwongen. Vele mensen, waaronder ook vrouwen en kinderen, werden met traangasgranaten bestookt en met ernstige verstikkingsverschijnselen afgevoerd. De soldaten klommen op de daken van de huizen in de vallei en de mensen waren bang. Sommige populaire politieke partijen of extremistische groeperingen begonnen eveneens te betogen en schuwden hierbij geen geweld. Daarop besloten wij van onze kant om niet langer te manifesteren.”

In Beir Onah bekijken Vader Aktham en Issa de werkzaamheden van de bulldozers. Boven onze hoofden en boven de muur bevindt zich een reusachtige brug die de kolonies van Gilo en Har Gilo met elkaar verbindt. “Zij – de Israëli – bevinden zich op onze gronden, zij bewegen zich door een tunnel onder onze gronden en via de brug over onze gronden… Een ‘landbouwerspoort’ moet de passage van de boeren mogelijk maken. Maar wanneer en op welk uur ? Zij willen niet eens weten wie de eigenaars van de gronden zijn en weigeren hierover te praten. Ik vrees dat deze poort voor altijd zal gesloten blijven.” Issa toont aan de overkant van de prikkeldraad de enige olijfboom die hem nog rest. Hij is veroordeeld om deze bij gebrek aan het nodige onderhoud te zien sterven. Aan de voet van de muur huisvest een woning die nog in opbouw is, een christen familie. Angel Abu Sa’ad werd in 1960 geboren. Zijn vader kocht in 1935 deze gronden. Eens stak hun huis hoog uit boven deze weelderige vallei. “Eens speelden onze kinderen hier. Nu bevinden zich betonnen muren onder onze vensters. De kinderen kunnen nog amper naar buiten op het kleine stukje weg dat ons nog rest. Auto’s rijden af en aan en wij hebben angst voor de soldaten die de site van de bouw van de muur bewaken.”

Na ons bezoek aan Cremisan en Beir Onah leiden Vader Aktham en Issa ons naar de vallei van Makhour. Ook deze is zwaar toegetakeld. Al-Makhour dat zich op een strategisch punt bevindt, kan op een goed dag eveneens in beslag worden genomen om de kolonies Gush Etzion en Har Gilo met elkaar te verbinden.

Myriam Ambroselli voor www.lpj.org
Foto’s : De bouw van de muur in de vallei van Cremisan ©LPJ / Saher Kawas & Thomas Charrière
Vertaling l.d.s.

* De dunum is een oppervlaktemaat die in de oude Ottomaanse landen werd gebruikt om de grootte van een terrein mee uit te drukken. In Israël en in Palestina komt 1 dunum overeen met 1.000 m².

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Votre réaction

modération a priori

Attention, votre message n’apparaîtra qu’après avoir été relu et approuvé.

Qui êtes-vous ?

Pour afficher votre trombine avec votre message, enregistrez-la d’abord sur gravatar.com (gratuit et indolore) et n’oubliez pas d’indiquer votre adresse e-mail ici.

Ajoutez votre commentaire ici
  • Ce formulaire accepte les raccourcis SPIP [->url] {{gras}} {italique} <quote> <code> et le code HTML <q> <del> <ins>. Pour créer des paragraphes, laissez simplement des lignes vides.



Wereldnieuws

Agenda
mars 2017 :

Rien pour ce mois

février 2017 | avril 2017

newsletter