Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique
http://ordredusaintsepulcre.be/Bezinning-van-Mgr-Pizzaballa-bij-het-evangelie-van-de-eerste-zondag-van-de
      Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de eerste zondag van de (...)

Bezinning van Mgr. Pizzaballa bij het evangelie van de eerste zondag van de Vasten

Vasten – In deze vastentijd presenteren wij u de bezinning van de priesters van het Latijns Patriarchaat in verband met het evangelie van de dag.


5 maart 2017

Eerste zondag van de Vasten – Liturgisch Jaar A

De eerste zondag van de vasten voert ons naar de woestijn waarheen Jezus door de Geest werd geleid om er door de duivel op de proef te worden gesteld (Mt 4, 1-11).

Alle synoptische evangelies zijn het erover eens om de episode van de bekoringen onmiddellijk na de passus van het Doopsel van Jezus te plaatsen. Daar heeft Jezus voor een eigen stijl, een eigen wel omschreven imago gekozen. Hij koos voor het beeld van de nederige en gehoorzame mens die van de Wil van de Vader zijn levensweg zou maken. En de Vader was gelukkig met deze keuze en Hij heiligde Jezus door de Geest over Hem te laten nederdalen.

Hierna begon Jezus niet meteen aan zijn heilszending, aan de verkondiging van het Rijk Gods, maar Hij liet zich in alle nederigheid naar een eenzame plek vol stilte voeren. De Barmhartigheid van Jezus begon in de woestijn. Waarom precies daar? Misschien omdat Jezus bij zijn Doopsel de Vader had leren kennen, Zijn stem had gehoord en zo bewust werd van Zijn Liefde.

In de woestijn ontmoet Jezus de mens, de mens die hij zelf was, met zijn zwakheden, zijn broosheid en zijn droombeelden. Het was niet toevallig dat Hij naar de woestijn werd geleid, het was eerder een genade. Het was bovendien de Geest die zijn schreden richtte (Mt, 1).

In de woestijn trok Jezus door de meest verlaten streken en de meest sombere domeinen van de menselijke ziel, het terrein dat het verst van God verwijderd leek. Indien Hij ons wou redden, dan moest Hij noodzakelijkerwijze daar beginnen.

Soms pogen wij ons leven lang de ervaring van een ontmoeting met onszelf te vermijden, proberen wij aan de woestijn te ontsnappen en het oord te ontwijken dat ons zelfbedrog kan ontmaskeren en waar onze illusies en valse godsvoorstellingen worden doorprikt.

Jezus begon zijn weg precies daar omdat elke zending start bij de nederige herkenning van zichzelf en bij het persoonlijk besef van de noodzaak om zelf gered te worden. Alleen op deze wijze leert men ongedwongen vertrouwen te hebben in de Vader. In de woestijn werd Jezus dus ook op de proef gesteld.

Maar wat voor een beproeving?

Om dit beter te begrijpen, moeten we een stap terugzetten en terugkeren naar de eerste beproeving waarvan in de Bijbel sprake is. Het is de beproeving die in de Tuin van Eden heeft plaats gehad, met Adam en Eva als de twee hoofdrolspelers (Gen 3).

In die tuin beschikten de mensen over alles, behalve over datgene dat hun dood kon veroorzaken. Maar de verleider wist hen te overtuigen dat deze beperking voor hen een gemis betekende, dat God in werkelijkheid afgunstig was op datgene wat van Hem was en dat we van Hem niet het leven in al zijn volheid konden verwachten. Zo bleef er niets ander over dan het zelf maar te bemachtigen. Het is precies hetzelfde dat Jezus in de woestijn overkwam.

De duivel stelde Hem voor om alles te bezitten: rijkdom, macht, succes. Dit alles hoeft op zich niet eens een slechte zaak te zijn. Het probleem bestaat erin dat men dit alles, volgens de duivel, enkel door eigen toedoen kon bemachtigen, zonder dat het van de Vader kwam. Alles bezitten, zonder het te vragen, zonder het te verwachten, zonder het te moeten krijgen.

Een herhaling van deze bekoring vinden we in de parabel van de misdadige wijnbouwers (Mt 21, 33 e.v.). Deze dachten dat zij de erfenis in de wacht konden slepen, door simpelweg de wettige erfgenaam uit te schakelen. Maar de misrekening lag precies in het feit dat zij niet eens begrepen dat de erfgenaam gekomen was om zijn erfenis met hen te delen, dat Hij gekomen was om ons alles te schenken.

Zo wordt het duidelijk dat alle bekoringen in feite God betreffen. Het gaat om het beeld dat we van Hem hebben, om de relatie die we met Hem onderhouden. De beproeving doet zich precies dáár voor, waar we geroepen worden om vertrouwen te hebben en ons op Hem te verlaten. Dan hoeven wij niet te vervallen in het bedrog van de nutteloze en overbodige bezorgdheden, waarvan in het evangelie van vorige zondag sprake was (Mt 6, 24-34). Dan moeten wij ons niet in autonome onafhankelijkheid isoleren, die pretendeert dat wij onszelf kunnen redden. Jezus trapt niet in deze val. De duivel belooft Hem van alles, maar Jezus kiest voor de zoon-vader relatie en voor gehoorzaamheid.

En in deze relatie vindt Hij alles, krijgt Hij alles: “Alles is Mij door mijn Vader gegeven” zoals dit verder ook geschreven staat (Mt 11, 27).

Alles wat Jezus, volgens zijn verleider maar te grijpen had, wil Jezus van Zijn Vader ontvangen en zo zal hij daar in alle volheid kunnen over beschikken. Door alles te verkrijgen zal Hij het leven bezitten, de glorie en de heerschappij over alle dingen. De Vader zal de Zoon het leven geven, maar hij zou dit slechts schenken omdat Jezus dit als geschenk wil ontvangen, in volle gehoorzaamheid en vertrouwen. Het is zeker dat de Vader oneindig veel meer zal geven dan Hij kon hopen en verlangen.

Wij willen met twee bemerkingen besluiten.

De eerste is dat de duivel Jezus wou bekoren door het Woord Gods te citeren. Dit wil zeggen dat de duivel in de mogelijkheid verkeerde om het Woord Gods te horen en dit te gebruiken, maar dit deed buiten God om, ja zelfs tegen God in. Hij gebruikte het Woord zonder Gods stem te beluisteren, zonder God te gehoorzamen. De bekoring bestaat er precies in om zich helemaal van God los te maken, in het bijzonder ligt de bekoring in het feit dat ik de zaken die precies van Hem komen, die door Hem worden geschonken, op eigen houtje wil veroveren.

De tweede bemerking bestaat erin zich af te vragen waaróm de duivel dit nu precies doet. Misschien omdat Jezus, indien Hij instructies van de duivel zou hebben opgevolgd, meer succes zou kennen. Maar dan zou Hij ook niemand gered hebben. Hij zou zich op de weg van het triomfalistisch messianisme begeven hebben, die hem wellicht in de mogelijkheid zou gesteld hebben om tal van problemen op te lossen, maar die hem om het grootste probleem van de mensheid heen zou hebben geleid, het probleem om opnieuw te geloven en opnieuw vertrouwen in God te hebben, dit zonder enig voorbehoud en zonder enige beperking in de tijd.

Jezus in de woestijn toont ons de te volgen weg.

+ Pierbattista

Illustratie: “De Bekoring van Christus” mozaïek in de San Marcobasiliek (Venetië) - XIIde eeuw.

Vertaling l.d.s.

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?

Om je gebruikersafbeelding bij je bericht te tonen moet je je eerst registreren opgravatar.com (gratuit et indolore). Vergeet niet om hier je e-mailadres te vermelden.

Vul hier je commentaar in
  • In dit formulier kun je de SPIP-codes [->url] {{vet}} {cursief} <quote> <code> en HTML code <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Wereldnieuws

Agenda
augustus 2017 :

Niets voor deze maand

Juli 2017 | september 2017

newsletter